Wij wonen in een Eindhovense wijk die diep in de vorige eeuw begon als arbeiderswijk. Langzaam
gleed de wijk af naar een achterbuurt. De straatnamen gaven de wijk de naam kruidenbuurt.
Jarenlang was alleen al het uitspreken van die naam genoeg om andere Eindhovenaren te doen
huiveren.

Begin jaren negentig woonden wij er een aantal jaren. Aan de goede kant, in de huizen waar vroeger
de chefs van Philips en DAF woonden. Wij vonden het een fijne volkswijk met rauw volk waarvan
je wist wat je eraan had.

Na een aantal jaren bracht het werk van mijn vrouw ons naar een aantal andere plaatsen.
Ondertussen ging het arbeidersgedeelte van de kruidenbuurt op de schop. Nou ja, op de schop.
Je kent het niet meer terug.

De gemeente besloot dat er in de wijk een mix van bewoners moest komen. De oorspronkelijke
bewoners keerden terug in mooie nieuwe sociale huurwoningen, maar er werd ook gebouwd voor
mensen van buiten de wijk die zich een eigen huis konden veroorloven. De gemeente vond dat een
gemêleerde wijk beter was. Ik denk dat de gemeente dacht dat de wat beter gesitueerden dan wel op
die arbeiders zouden passen of zoiets.

Aan de rand van de wijk kwam in 2008 een appartementencomplex. Een landmark, want dat wilde
elke gemeente toen. Vijf jaar geleden streken wij daar neer. Het complex bestaat uit twee gedeelten:
de hoogbouw en de laagbouw. De hoogbouw is waar wij wonen. Een deel van die appartementen is
eigendom, een deel wordt verhuurd voor exorbitant hoge prijzen. Daar wonen dus expats uit de hele
wereld in waardoor wij samen met een deel van onze buren een internationale mix vormen en ik in
de openbare ruimtes meer Engels dan Nederlands praat. Ik vind het leuk.

Het andere gedeelte is de laagbouw. Die appartementen zijn verhuurd aan de mensen die vroeger in
die kleine maar o zo gezellige woninkjes in de kruidenbuurt woonden. Ook dat is een internationale
mix, zij het iets minder gevarieerd.

Wij vormen dus onder die aan elkaar grenzende daken een gemeenschap zoals de gemeente zich dat
ooit voorstelde. In de hoogbouw de middenklasse die een huis kan betalen en goedverdienende expats,
die (al dan niet met hulp van hun werkgever) voor hetzelfde vloeroppervlak twee of drie keer zoveel
betalen en in de laagbouw de mensen die afhankelijk zijn van sociale woningbouw.

Beide complexen hebben een ingang aan dezelfde kant. Telkens als ik door ons straatje loop valt me
iets op. Bij ons voor de deur ziet het er altijd keurig is. Bij de laagbouw is vaak de ruit van de voordeur
gebarsten en ligt er voor de ingang altijd rotzooi.

De afstand tussen die twee werelden is pak ‘m beet dertig meter. De kloof onmetelijk. Ik denk dat ik
dit weekend het vuistdikke reglement van onze VVE eens napluis om te kijken of daar iets in staat
over wat de gemeente nou voor had met de gemêleerde wijk en of ik andermans stoepje moet
gaan vegen.

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.