Achter mij, in de bus op weg van het station naar huis, zaten een moeder en een dochter. Ik ken de moeder,
ze zorgt er voor dat ons appartementencomplex er altijd spic en span uitziet.

We reden langs een monumentale kerk met pastorie die je zonder overdrijving en met een cliché gerust
erfgoed van het rijke roomse leven mag noemen.

“Wat is dat voor een gebouw? ”, hoorde ik het meisje aan haar moeder vragen.

De moeder legde uit dat dat het huis van de pastoor is.

“Woont die daar helemaal alleen?” vroeg het meisje.

“Dat denk ik wel”, zei moeder.

“Gaaf”, zei het meisje. “Dan word ik pastoor, want ik wil ook wel zo’n groot huis voor mezelf alleen”.

Toen ik het voorvalletje bij wijze van anekdote aan mijn vrouw vertelde zei ze: “Een groot huis. Voor een
pastoor alleen. Eigenlijk best symbolisch”.

Vanuit die hoek had ik het nog niet bekeken. Misschien moet ik deze week de schoonmaakster eens aanschieten
als ik haar in het gebouw zie en haar vertellen dat haar dochter zich nog eens achter de oren moet krabben
voor zich aanmeldt voor de priesteropleiding.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.