U kent ze wel: die groepjes mannetjes die met z’n vieren om een kuil staan
terwijl in die kuil twee mannetjes in de weer zijn met spades of bontgekleurde
draden.

Fietsend door de stad zie ik ze vaak. En altijd vraag ik mij af wat die mannetjes
aan de rand van de kuil doen. Als er drie een hesje aan hebben en één een
burgerkloffie dan is het duidelijk. Drie wachten op orders en de vierde is
opzichter. Je weet het zeker als die burgerman ook nog eens een stapeltje
papieren onder de arm heeft. Dan hoef je niet te twijfelen: die geeft de orders.

Soms hebben ze alle vier een hesje aan en staat er één te bellen. Dan doen er
drie niks en staat er één te bellen met die burgerman die nog op een ander
karwei is. Ik vraag me altijd af hoe die mannetjes dat vroeger deden toen er
nog geen mobiele telefoons waren en ze zelf oplossingen moesten bedenken.

Deze week  zag mijn vrouw twee mannen op de fiets. Ze hadden blauwe
uniformen aan. Daar wemelt het tegenwoordig van want het bewaren van
tucht en orde is al lang niet meer aan politiemensen voorbehouden. Er is een
schare mannetjes (en vrouwtjes) in blauwe pakken om die taken uit te voeren.

Achterop het shirt van één van de mannen op de fiets stond “Toezicht”.  Op
het shirt van de tweede stond “Handhaving”. Dat is wel zo helder: de één
handhaaft en de ander ziet toe. Ongetwijfeld is er burgermannetje dat ’s
morgens bij de poort toeziet dat de juiste combinatie op de fiets stapt en dat er
niet twee met hetzelfde shirt op pad gaan. Want zonder toezicht geen
handhaving en andersom. Lijkt me een leuke baan: toezicht houden op de
shirtjes.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.