(Door Ab Klaassens)

In 1957 heeft de toenmalige president van Costa Rica mij de hand geschud
omdat hij dacht dat ik de burgemeester van Utrecht was.

Dat kwam zo: Ik was leerling-journalist op de viermans-redactie van Het Vrije
Volk, editie Utrecht. Tijdens het dagelijkse redactie-overleg dronken we een
kop koffie en aten we een broodje bij de cafetaria van Jan Vis in een zijstraat
van de Steenweg waar de redactie was gevestigd.

Ik moest verslag doen van het bezoek van de president van Costa Rica aan de
gemeente Utrecht, maar kwam te laat doordat de vaste fotograaf van de
redactie Utrecht per se een foto van me wilde maken, poserend in het
doorgeefluik van de cafetaria.

De president werd verwacht in  het stadhuis. Toen ik er hijgend kwam
aangefietst was de rode loper al uitgerold. Ik zag geen andere toegang naar de
stadhuishal, duwde een paar beveiligers opzij en repte mij over de rode loper
naar de hal, waar een geüniformeerde stadhuisbode me een halt toe riep, want
inmiddels was de ere-gast gearriveerd. En daardoor was ik de eerste burger
die de president tegenkwam, reden waarom hij mij hartstochtelijk de hand
schudde, terwijl op enkele meters afstand jonkheer mr. Coen  de Ranitz, de
echte burgemeester, verbaasd toekeek.

Van deze aanzienlijke aanslag op het protocol wenste destijds ook mijn
sociaal-democratische dagblad geen melding te maken en ik kreeg dan ook het
advies erover te zwijgen. Dat was makkelijk want de collega’s van andere
kranten hadden er niets van gemerkt.


(de verslaggever, poserend in het
doorgeefluik van genoemd
cafetaria)

 

 

  1. Laurent (reply)

    18 april 2018 at 18:05

    Ja, die jongeman zie ik wel aan voor zo’n stunt 😀

  2. Rob Alberts (reply)

    30 april 2018 at 22:18

    Hoe smaakt de frites in zo’n doorgeefluik?

    Nieuwsgierige groet,

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.