Vroeger, jongens en meisjes, kon het gebeuren dat je als bruidspaar heel veel
peper- en zoutstelletjes kreeg. Dat kwam omdat de mensen het niet zo breed
hadden. Omdat ome Kees en tante Mien niet met lege handen wilden komen
brachten ze een peper- en zoutvaatje mee. Niet duur en elk huishouden heeft
zo’n stukje keukengerei nodig.

Als je veel ooms en tantes had met dezelfde geniale inval kon het gebeuren dat
je de volgende dag vijf van die stelletjes in je nieuwe huis had staan. Sommige
mensen pompten hetzelfde peper- en zoutstelletje via andere bruiloften jaren
rond in de familie totdat ze tijdens weer een trouwerij tegen de lamp liepen en
de risee van de familie werden.

Wij hebben geen symmetrisch peper- en zoutstelletje. Dat komt omdat wij op
het moment dat wij gingen samenleven die stelletjes in eerdere verbintenissen
hebben achtergelaten en wij geen bruiloft hadden waar ooms en tantes hun
kleinoden konden aanbieden. Al 25 jaar lang dacht ik met regelmaat: wij
moeten eigenlijk ook een peper- en zoutstel. Het kwam er nooit van.


 

 

 

 

 

 

 

Totdat ik afgelopen weekend bij de Lidl tegen een fraaie aanbieding aanliep.
Geen stelletje maar peper- en zoutmolentjes. Hoe gelukkig kan een mens
worden. Thuis merkte is pas dat het hier elektrische apparaatjes betrof. Met
verlichting! Dat merkte ik aan het enorme papier in het doosje waarop in heel
veel talen stond hoe de peper- en zoutmolentjes gebruikt dienden te worden.
De tijd van vullen en schudden is voorbij. Het grootste deel van de tekst ging
trouwens over veiligheid want fabrikanten dekken zich tegenwoordig goed in.

Er is veel veranderd sinds ome Kees en tante Mien hun geniale inval hadden.

, ,

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.