De voetballer Neymar verhuist voor 222.000.000 (zegge: tweehonderdtwintigmiljoen) euro van
Barcelona naar PSG in Parijs).

De wereld valt van verbazing achterover. Zoveel geld voor een voetballer. Hoe komt een club
aan zoveel geld? Dat laatste is gemakkelijk te beantwoorden: van oliesjeiks. Die hebben dat geld
en bovendien zal dat bedrag vrijwel zeker aan merchandising worden terugverdiend.

Hoe komen die sjeiks toch aan zoveel geld? Nou dat komt omdat wij allemaal in een auto rijden
en daar is olie voor nodig waar wij voor betalen. En hoe zit het dan met die merchandising?
Wij kopen shirtjes voor bedragen van meer dan 100 euro per stuk met de naam van die voetballer
er op of producten waar die voetballer reclame voor maakt omdat wij nou eenmaal graag bij het
winnende kamp horen.

In dat licht bezien is die 222 miljoen van nul en generlei betekenis. Het had ook 300 miljoen
kunnen zijn. Het zijn een paar cijfers, meer niet. Het is geld dat heen en weer wordt geschoven
en vervolgens terug wordt verdiend door degene die het heeft betaald. Het duurt alleen wat
langer voor zo’n bedrag is terugverdiend dan wanneer een speler voor pakweg 17 miljoen van club
wisselt. De ontvangende club geeft dat ook weer uit aan dure spelers. Het is een kwestie van
rondpompen.

De eerste keer dat er een voetballer voor meer dan één miljoen werd verkocht vielen we van
onze stoel. Langzaam maar zeker werd dat meer en meer. De sprong naar 222 miljoen is groot,
maar over twintig jaar wordt er een miljard betaald en terugverdiend. De eerste keer dat dat
gebeurt staat er weer een nieuwe generatie op de achterste benen.

Het is een getalletje en zolang dat wordt rondgepompt en linksom of rechtsom
wordt terugverdiend dankzij het voetballegioen is het zelfs niks meer dan een rijtje
cijfers achter elkaar met een paar puntjes ertussen.

Het doet mij denken aan een oud mopje van Sam en Moos. Sam toont Moos een grote
partij sinaasappelen waarvoor hij een enorm bedrag vraagt. Het fruit ziet er slecht uit waarop
Moos zegt: die vruchten kun je toch niet eten. Sam antwoord: die zijn niet om te eten, die zijn
voor de handel.

,

  1. ab klaassens (reply)

    6 augustus 2017 at 14:16

    Mooipraterij over een wereldje stinkend van bedrog en geweld binnen en
    buiten de stadions.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.