Schuin voor mij in het vliegtuig vanuit Londen zat een jongeman. Ik schatte
hem rond de 25 jaar. Hij las op een iPad lappen tekst. Het moet grappige tekst
geweest zijn want hij lachte af en toe hoofdschuddend.

Misschien las hij een boek, maar dan was het vreemd opgemaakt. Het zou een
citatenboek geweest kunnen zijn. Ik had tijd genoeg om het te zien want we
hadden een uur vertraging. Ryanair had een roosterfoutje gemaakt waardoor
er geen piloot was. Het deed mij denken aan blaadjes op spoorrails.

Voor mij zat een meisje van ook ongeveer 25. Wat zij deed kon ik niet zien. Ze
zat voorovergebogen. Tien tegen één dat ze bezig was met een smartphone. Op
een bepaald moment boog de jongen zich naar haar toe. “Mag ik jou een
opavraag stellen”?  vroeg hij.

“Een wat. . . .”?? vroeg het meisje.

“Een opavraag”,  zei hij. “Ik zie dat jij foto’s aan het bewerken bent en ik vroeg
me af waarom je dat doet. Het zal wel voor social media zijn, maar daar heb ik
eigenlijk geen verstand van”.

En dan noem je je vraag maar opavraag, dacht ik.

“Het meisje legde uit dat zij haar foto’s van een filter voorzag en daarna op
Instagram zette. Ze liet hem  het schermpje van haar smartphone zien. “Kijk”
zei ze, “hier draag ik een roze shirt en dan vind ik het leuk dat er een roze filter
over de foto ligt”.

De jongen keek aandachtig maar met een blik die vooral verbazing uitstraalde.

“Ik heb wel eens gelezen dat Instagram gevaarlijk is”,  zei de jongen.

Het meisje moest lachen. Er was volgens haar niks gevaarlijks aan.

“Nou”,  zei de jongen. “Mijn zusje plaatst wel eens foto’s en als die niet
minstens 20 keer geliked worden dan raakt ze helemaal overstuur”.

“Ik niet hoor”,  zei het meisje.

De jongen dook weer in zijn boek.

Een opavraag. Tsjonge, jonge, jonge . . . . . .

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.