(Door Ab Klaassens)

Vijfhonderd jaar geleden, op 31 oktober 1517, spijkerde de Augustijner
monnik  Maarten Luther een lange lijst met bezwaren tegen de praktijken in
de algemene (= katholieke) kerk aan een kerkdeur in Wittenberg, Duitsland.

Zijn bezwaren waren onder andere gericht tegen de mogelijkheden die de kerk
bood om tegen betaling – via aflaten –  vergiffenis te krijgen voor slecht
gedrag, zoals corruptie. De kerk trad daarbij op als vertegenwoordiger van
Onze Lieve Heer.

Hoewel sociale media toen nog niet bestonden kreeg Maarten Luther veel
erkenning voor zijn protesten. Zijn supporters werden dan ook protestanten
genoemd. Dat werd voor die mensen oppassen geblazen want de
zelfbenoemde vertegenwoordigers van Onze Lieve Heer, de paus voorop,
lieten zich de inkomsten van de aflaten niet zo maar uit handen slaan. Dus
staken ze iedereen die van protestantisme werd  verdacht in  brand.

In Zuid-Europa hebben de meeste protestanten van toen de terreur van Rome
niet overleefd.  In Noord-Europa hadden ze meer geluk.

Volgens allerlei internationale onderzoekers wonen de gelukkigste mensen in
Noord-Europese landen. Volgens diezelfde onderzoekers is de corruptie daar
het laagst.

In de discussies over het voortbestaan van de euro wordt gepleit voor twee
soorten euro’s: een voor Zuid-Europa, en een voor het kille protestantse
noorden.  Kennelijk bestaat bij de voorstanders van een gescheiden euro het
vermoeden dat de financiële degelijkheid verdampt als je te dicht in de buurt
van Rome komt.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.