Een drukke plek in Eindhoven. Een kruispunt dat op de schop gaat.
Dus bus krijgt er ruim baan. Tot die tijd zoeken automobilisten,
fietsers en bromfietser door een doolhof hun weg naar de
overkant.

De veilige doorstroming in de chaos wordt geregeld met
her en der geplaatste verkeerslichten. Geen moderne lichten die
reageren op beweging of die aftellen.

Fietsers moeten ze bedienen door op een groene knop te
drukken die deel uit maakt van een grijs kastje dat aan een paaltje
is bevestigd. Je moet het weten anders zie je het bedieningssysteem
zomaar over het hoofd.

Naast mij staat een oude man op een rood damesbrommertje.
Het is een oud krakkemikkig brommertje dat aan dezelfde slijtage
onderhevig is als de berijder.

De man ziet er onverzorgd uit. Hij heeft een groezelige baard en
dan bedoel ik niet zo’n hippe hipsterbaard. Zijn kleren zijn
versleten. Hij schreeuwt tegen het rode stoplicht. “Schiet eens op”.
“Groen! Groen! Ja toe maar groehoeeeeen!!”. Hij is een echte brommert.

Ondertussen draait het mannetje heftig aan de gashandel van
zijn damesbrommertje dat een opgewonden geluid produceert, maar
er niet in slaagt de berijder de uitstraling van een Hell’s Angel te geven.

Ik zeg. “Dit is geen modern maar een heel ouderwets verkeerslicht.
Dit heeft nog geen spraakherkenning”. Ach, een fietser in Eindhoven  die
eindeloos voor verkeerslichten staat te wachten wordt wel eens melig.

Het mannetje kijkt mij aan. Hij wil iets zeggen, maar dan springt
het licht als bij toverslag op groen. Hij trekt z’n benen op en spuit
weg, het doolhof in naar de overkant. Ik kan me vergissen maar ik
meen in een flits iets van triomfantelijkheid op zijn gezicht te zien.

,

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.