(Door Ab Klaassens)

Onlangs hoorde ik op de radio een VVD-kamerlid wiens naam mij is
ontschoten het woord ‘betutteling’ gebruiken. Als iemand van de VVD het
woord ‘betutteling’ gebruikt is dat meestal in combinatie met het woord ‘links’.

Het ging dus over linkse betutteling bij pogingen van een linkse wethouder in
Utrecht om het stadscentrum vrij te maken van schadelijke gassen van oude
dieselmotoren. En over linkse betutteling door een linkse staatssecretaris die
onderzoek wil laten doen naar de hinder van houtvuren.

Wat het VVD-kamerlid onder ‘betutteling’ verstaat is de beperking van de
vrijheid van individuen om andere individuen te hinderen met de productie
van vieze – schadelijke – luchtjes.

Ik weet wel dat je wat van anderen moet kunnen verdragen als je met velen
een beperkt gebied moet delen. Ik gun de buurman aan de westzijde van mijn
tuin zijn dagelijkse vuurtje in de open haard. Ik hoop dat ik ooit de moed vat
hem te zeggen dat hij met het roet uit zijn verkeerd gestookt vuurtje mij de
adem beneemt en mijn kruidentuintje verpest.

Ik weet zeker dat mijn kruidentuintje zijn houtvuurtje  nooit heeft betutteld.

Ik weet waar die buurman woont –  ik zie zijn huis elke dag vanuit mijn
slaapkamer – maar ik ken hem niet. Van elke dag zijn mijn klachten die hij
niet kent.

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.