De jonge journalisten om mij heen willen verhalen maken over
het gesneuvelde warenhuisconcern V&D. Dat moeten menselijke
verhalen zijn, dat spreekt voor zich.

Menselijke verhalen betekent vooral huilende medewerkers. Maar
omdat die slachtoffers van jarenlang tekortschieten van managers
niet zo makkelijk praten, zijn herinneringen van klanten een goede
tweede. Herinneringen aan vroeger, aan het nostalgische V&D.
Verhalen met een hoog ach gut-gehalte. Verhalen over trappen,
over liften.

Die verhalen scoren goed, dus ik begrijp wel waarom ze gemaakt
worden. Wat ik niet begrijp is de weemoed die sommige collega’s
van nog geen dertig voelen. Ze zijn vermoedelijk zelden of nooit in
het warenhuis van hun verdriet geweest. Ze hadden er namelijk
helemaal niets te zoeken.

Zelfs voor mensen van mijn generatie was de drempel zo
langzamerhand te hoog geworden. Neemt niet weg dat ik herinneringen
koester aan V&D. Maar dat doe ik ook aan de eerste Renault
Dauphine van mijn vader. Die auto ligt al veertig jaar op de schroothoop.

Het is triest voor de medewerkers, maar V&D heeft gewoon de
boot gemist en staat met lege handen op de wallenkant. Eigenlijk wel
vreemd dat mensen met de oudste herinneringen aan de trots van
nering doend Nederland daar nuchter over zijn terwijl zoveel jonge
collega’s zwelgen in nostalgie die ze helemaal niet kennen.

  1. Wieneke (reply)

    18 februari 2016 at 09:44

    De ouderen huilen en praten niet zo snel over hun emoties, hoor. De jongeren snikken wat af tegenwoordig. Vooral de mannen. Het zijn wel heel kortdurende emoties. Laten we zeggen: zolang de camera loopt….

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.