14 02 09 834 W
Valentijn
Aflevering 19 van Vocalies staat erop!
14 februari, Valentijnsdag. Pfoe, zult u blazen: middenstandsfeestje. Vooral bloemisten lachen zich kwijt op zo’n dag. En tante Pos natuurlijk…
Is natuurlijk waar, maar ook een beetje azijn-pisserig. Ik hou wel van een beetje romantiek, op zo’n gewone, nog kouwe veertiende februari. En dat je niet weet waar de blommen vandaan komen maakt het leven toch een beetje spannender, of niet soms?
Ter gelegenheid van deze dag zal ik u de enige anekdote vertellen die ik ooit in verband met Valentijn heb meegemaakt én die te maken heeft met klassieke muziek. Op de veertiende februari is er ook weinig anders te beleven, ja de Nederlandse componist Bernard van Bree werd geboren en sopraan Renée Fleming wordt vandaag vijftig, maar ach wat is dat in het licht van mijn anekdote?
Het is Valentijnsdag 1981, het kan ook 1980 geweest zijn. Ik begin net een beetje op stoom te komen met mijn zingen. Vooraan in de twintig, gezond, eager, wat wil je nog meer? En nog denken dat de grote carričre komt en dat de wereld op je zit te wachten.
Mijn verkering met de koordirigent is net uit. We zijn vrienden gebleven, maar dat wist ik toen nog niet. Ik zal mijn eerste grote concert zingen (zo groot was dat niet, maar ach als je net begint…). Ik heb mijn pianoleraar van de muziekschool bereid gevonden het te begeleiden. Ik kon het geweldig met hem vinden: knappe man, heel muzikaal en eindeloos geduld met mijn gehannes op de piano (wat uiteindelijk toch vruchteloos bleek: ik heb nooit fatsoenlijk piano leren spelen, ik denk dat mijn hersenpan er niet op ingericht is). Als je net uit een relatie komt ben je extra gevoelig voor aandacht van anderen, dus ik werd stiekem verliefd op de knappe pianoleraar en zag de belangrijkste blokkade om ooit tot een echte relatie te komen over het hoofd: hij was homofiel.
Voor het concert heb ik een jurk geleend van mijn toenmalige zanglerares. Die was wat forser dan ik (en dat is een understatement), maar een koordje in het midden bracht de oplossing. Het bleef een soepjurk, maar ja als je net begint heb je nog geen garderobe opgebouwd. Ik zal zingen ‘Du sollst der Kaiser meiner Seele sein’ van Robert Stolz (uit Der Favorit). Vol overgave heb ik het geoefend met de pianist. Is ook niet moeilijk om je er helemaal in te storten met die twee vriendelijke ogen achter brillenglas, die boven de vleugel naar je kijken.
Ik sta klaar in de coulissen, te wachten tot ik aan de beurt zal zijn. Naast me staat de tenor van de avond. Hij blijkt de pianist te kennen; hij kijkt me eens onderzoekend aan en ziet de blik waarmee ik richting pianist kijk.
‘Knappe vent he?!’, fluistert hij.
Ik knikt: ‘Met hem erbij is het niet zo moeilijk om je in te leven..’ sis ik terug.
Hij grinnikt, ‘het is maar hoe je het bekijkt, hij is al jaren samen met een vriend…’
De laatste toon van de vorige aria klinkt en het applaus klinkt op als het muntje bij mij valt. Ik krijg een duwtje in mijn rug en leer de harde les van hoe jezelf bij elkaar te rapen in onderdelen van seconden. De ogen kijken andermaal over de vleugel. De wenkbrauwen fronsen en dan komt de bekende vragende blik: ‘kan-ie?’. Ik slik en knik en de eerste tonen van het voorspel klinken terwijl mijn brein op volle toeren draait. Achter mijn ogen sterft mijn illusie en staat mijn overlevingsdrang op. Zingen zal ik… zingen, al is het het laatste wat ik doe. En het lukt. De stem trilt de eerste maten door en komt dan op toeren en voor het eerst merk ik hoe het voelt om een publiek te raken. ‘Das gewisse Etwas’. Het bleek niet genoeg voor een grote carričre, maar goed genoeg om een zaal in de provincie te ontroeren en ik heb geleerd daarmee gelukkig te zijn.
Nu de Valentijnsdag van dit jaar er weer is denk ik terug aan die avond. De tranen kwamen pas toen ik ’s avonds bij de auto stond. De soepjurk draaide onhandig om mijn benen bij het instappen. Mijn tas ging met een zwiep achterin en de coup de grace kwam van de doornen van een enorme bos rode rozen, die ik in mijn kleedkamer gevonden heb en van wie ik tot op de dag van vandaag niet weet van wie ik ze kreeg. Een korte maar hevige verliefdheid eindigde daar op het parkeerterrein en de tranen stroomden. De pianist heeft het nooit geweten. Toen ik zijn geaardheid kende zag ik ineens allerlei signalen die daarop wezen, maar die ik in mijn argeloosheid had genegeerd. Vele jaren later zag ik hem terug en hadden we een geanimeerd gesprek. We hadden meteen de vriendschappelijk-plagerige toon van vroeger te pakken.
In het filmpje de aria ‘Du sollst der Kaiser meiner Seele sein’, mooi gezongen door sopraan Sona Ghazarian.
Klik hier voor de link.
Reacties: