Zaterdagavond in onze favoriete Bossche kroeg (ik ga u niet zeggen welke, want dan komt u allemaal en dat past er niet in).
Ik draai mijn cognakkie heen en weer in een poging bij te komen van het copieuze diner dat ik zojuist heb genuttigd. Pfoe. Meneer ter linkerzijde heeft met zijn partner van dat moment een intrigerend gesprek over slagwerk. Ik luistervink… je krijgt altijd tips, al luistervinkend… Hij betrekt mij in het gesprek: nou, als het op slagwerk aankomt is Stravinksy toch wel top of the bill, niet?
Nou, zeg ik (ik ben geen Stravinksy-fan) Tsjaikovski kon er ook wat van…
Hij blaast een beetje verachtelijk: Tsjaikovski, nee, die toch niet…
Nou, probeer ik weer: ik heb laatst nog de Fantasie-ouverture Romeo en Julia gehoord en dat is toch wel echt ‘alles-uit-de-kast-muziek’, maar ik vind het bij Tsjaikovski altijd melodieuzer dan bij Stravinsky…
Hij kijkt me eens doordringend aan: Overspeel ik mijn hand en weet u echt iets van klassieke muziek?
Ik lach en probeer niet arrogant te doen: Ja wel, een beetje, maar niet van alle muziek…
Affijn, dat cognakkie werden er twee en tijdens het gesprek over slagwerk vertelde ik dat ik in het Brabantkoor eens vlak achter de slagwerksectie zat en dat ik het zo intrigerend vond wat die daar allemaal deden. We zongen Mahler Drie en daar zit een extra sectie slagwerk in. De eerste pakweg drie kwartier heb je als koor niks te doen en dat was in mijn geval en op de plek waar ik zat niet erg: ik vermaakte mij kostelijk: wat een vakmensen…
De meneer aan de bar noemde Edgard Varése. Die naam deed geen belletjes rinkelen (leuke woordspeling trouwens in dit verband…). Nou had ík mijn hand overspeeld?
Hij had het over het stuk ‘Ionisation’. Dat moest ik es luisteren… dat kwam over je heen als een geluidsgolf.
Thuis, later, eens gejoetjoebt… inderdaad leuk, die geluids-tsunami zie ik niet zo (mischien had ik de boxen niet hard genoeg staan: ik ben zuinig op mijn oren), maar het is wel machtig interessant. In onderstaand filmpje wordt het stuk gedirigeerd door de meester van dit soort muziek: Pierre Boulez. Is weer es wat anders dan vocale muziek en zelfs mijn conservatieve geest kan het waarderen. Dan ook maar eens wat opgezocht over Edgard Varese.
Edgar(d) Victor Achille Charles Varèse wordt geboren in Parijs op 22 december 1883 Zijn oeuvre is zeer beperkt, iets van ruim 3 uur klinkende muziek.
Varèse is bij zijn grootouders opgegroeid in de Bourgogne. Hij heeft een sterke band met zijn grootvader Claude Cortot, een veel hechtere band dan met zijn biologische vader. In 1893 vertrekt het gezin naar Turijn (zonder grootvader). Edgard’s vader wil hem wiskunde en werktuigbouwkunde laten studeren, maar Edgard is vooral geïnteresseerd in muziek en studeert muziektheorie bij Giovanni Bolzoni, piano en speelt slagwerk in het opera-orkest in Turijn. Hij gaat rond 1900 in Parijs studeren. Ook daar compositie, ondanks bezwaren van zijn familie. Eerst bij Albert Roussel en Vincent d'Indy en later bij Charles Marie Widor. In 1907 verhuist hij naar Berlijn, en ontmoet er Ferruccio Busoni, die hem diepgaand zou inspireren. In 1915 gaat Varèse op reis naar de VS, waar hij een revolutionair nieuw werk schrijft: Amériques.
In zijn componeren ‘schaft hij de strijkers af’ en gaat zich op blazers en op nieuw instrumentarium concentreren. In 1926 wordt hij Amerikaan. Rond 1930 schrijft hij ’Ionisation’, waar ik het hierboven over had.
Na de Tweede Wereldoorlog brengt hij zijn elektronische ideeën in de praktijk: ‘Déserts’. Het bestaat uit noten voor een band met elektronisch geprepareerde geluiden. Voor de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel componeert Varèse het ‘Poème Électronique’. Zijn laatste werk is ’Nocturnal’. Hij sterft in New York op 6 november 1965.
Reacties:
Nou ja, je houdt niet van Stravinsky? Tssssk! Daardoor heb ik de hele rest van je logje gemist! Amiek (URL) - 07 02 09 - 18:24