Eerst even: aflevering 88 staat er op. Geniet ervan!
Zo af en toe komt er op televisie een programma over klassieke muziek voorbij waar ik helemaal blij van word en dan wordt het tijd om u in die blijdschap te laten delen. (De jongste zoon van mijn echtgenoot zou droogjes opmerken: ‘niet té blij, hé Marlies…), maar ik wil altijd leuke dingen delen; het is de grondslag van dit weblog.
Mijn echtgenoot nam de documentaire ‘Beethoven in Congo’ voor mij op en vorige week zaten we met zijn tweeën te kijken.
Ik heb recentelijk nog wel eens geroepen (ook hier op Vocalies) dat ik graag Beethoven’s Negende eens mee zou zingen. Heerlijk: er staat volgens mij alleen maar forte, dubbel forte en driemaal forte in de partijen. Voor de niet-knagers onder u: dat is hard, heel hard en snoeihard.
Als je niet gezegend bent met ‘een strot’ heb je in het koor van Beethoven’s Negende (en nee, ik bedoel niet de films over de Sint Bernard!) niks te zoeken: wat je aan stem hebt zou je erop kapot schreeuwen. Maar als je wel een strot hebt dan is het smullen: onbekommerd tetteren, eens niet bang hoeven zijn dat je de andere sopranen of het hele koor weg zingt.
Ik zweer u dat ooit het dreigde te gebeuren: als ik het dubbel forte in de partij echt gehonoreerd had, zou ik het hele koor hebben omgeblazen, netjes opgevoed als ik ben deed ik het niet; ik heb maar heel even kort gegrinnikt om het voornemen dat wel door me heen flitste, niks menselijks is mij vreemd… Niet hoeven inhouden.. wow…
Waarschijnlijk is dat niet hoeven inhouden een van de redenen dat ze in Afrika met Beethoven’s Negende aan de gang zingen. In Afrika, meer bepaald in Kinshasa. Alleen, als je aan klassieke muziek denkt en vooral aan die van Beethoven en dan ‘nog vooraller’ aan zijn Negende denk je niet aan een all black-orkest, tenminste ik niet en de hemel weet dat ik niet discrimineer, daar gaat het niet om.
Toch werd ik er blij van: de mensen kwamen (soms letterlijk) uit alle hoeken en gaten gekropen om mee te kunnen repeteren, na vermoeide lange werkdagen, uit drukke huishoudens met jengelende kinderen en familieleden, waar ze nauwelijks de tijd kregen om de toch lastige noten even te repeteren. Ze moesten de hoon van stamgenoten en familieleden accepteren en, sterker nog, ik had af en toe het gevoel dat ze door roeien en ruiten moesten om aan dit project mee te kunnen doen.
De instrumenten van het orkest werden soms in eigen ‘atelier’ gemaakt (als je tenminste de belabberde hokken waar ze in aan het werk moesten om bijvoorbeeld een contrabas te maken atelier durft te noemen).
Misschien zouden onze westerse orkestleden eens een keer kunnen meerepeteren, dan jengelen ze in het vervolg niet meer om geluidschermpjes, oordopjes, te weinig bruin brood in de kantine of een cao die naar hun zin te lang doorloopt. Ik heb ooit meegemaakt dat de Vespers van Mozart midden in een maat werden afgebroken omdat het half elf was en er tot die tijd betaald was.
Het resultaat, een openlucht-uitvoering in een van de buitenwijken van Kinshasa mocht er zijn, al zou het in een westers concerthuis niet gekund hebben. De tranen schoten me in de ogen en echt niet omdat het af en toe werkelijk kraaienvals was….. Je kunt er over discussiëren of je echte Afrikanen een zo ‘arisch’ stuk als de Negende van Beethoven moet laten zingen en spelen.
De zangers zaten heel consciëntieus (en aandoenlijk) de uitspraak van het Duits te oefenen maar de openingstekst van het laatste deel ‘Seid umschlungen Millionen’ kon ik toch echt niet verstaan. Maar die ogen van die mensen en de aandacht en toewijding waarmee gerepeteerd werd, daar zou Ludwig zelf ook ontroerd van geraakt zijn.
In het filmpje een deeltje van de documentaire, vergeef me het Duits en het Frans zonder ondertiteling; de muziek spreekt voor zich. Ook de hele documentaire is te zien op You tube: zelf surfen!
Ons pap en Cecilia
Vandaag (het is zaterdag 19 november als ik dit schrijf) wordt op veel plaatsen het Sint Ceciliafeest gevierd. Daar heb ik in eerdere jaren al eens over geschreven dus u kunt zo oplepelen waar dat Ceciliafeest over gaat. Als niet dan zal ik het u gemakshalve nog even vertellen: Sint Cecilia is de patrones van de (katholieke) koorzangers. Wilt u mijn stukkie van toen nog eens lezen klik dan hier .
Ik zou niet nog een keer over Sint Cecilia geschreven hebben, ware het niet dat het feest dit jaar een extra dimensie krijgt: mijn vader viert zijn 50-jarig koorjubileum als kerkkoor-zanger. Tien jaar geleden was hij het 40 jaar en toen kreeg hij de Gregorius-medaille, nu bij 50 jaar hebben ze niks voor hem. En dat bedoel ik niet eens kritisch, want wie gaat er naar in deze tijd nog vanuit dat een zanger het bij kerkkoren 50 jaar en meer volhoudt? De goeie man is 80 godbetert, de meeste mensen kunnen op hun 80ste niet meer echt zingen. Niet mijn vader: hij heeft nog een bariton als een jonge god. Aan zijn spreekstem hoor je dat hij ouder is aan zijn zangstem niet. Hij mailt nog, zit in ik weet niet hoeveel vrijwilligersverbanden ‘oude mensen’ van dienst te zijn, rijdt nog net zo onbesuisd auto als hij deed toen hij (na zijn 40ste) zijn rijbewijs haalde en stapt bij de driemaandelijkse controles bij de huisarts nog uit stand op de onderzoekstafel, om vervolgens de huisarts zich te laten doodschrikken als hij de kamer binnen komt: ‘o, dokter, moest ik gaan líggen op de tafel?!’
Affijn, ze hadden niks dus… Nou, ze hadden wel wat: hij mocht de muziek uitzoeken die tijdens de Heilige Mis gezongen zal worden en er komt waarschijnlijk wel een bosje bloemen en een bon of een flesje van het een of ander. En ze geven hem spreektijd tijdens de feestavond. Dat laatste hadden ze misschien beter niet kunnen doen, want hij blijft ook op hoge leeftijd onverminderd breedsprakig (ik schreef al eens eerder: ik heb het van geen vreemden). Ik weet lekker al wat hij gaat doen: hij gaat, zanger in hart en nieren als hij is, niet spreken maar zingen. Hij heeft een ‘stukske’ gevonden, daar een eigen tekst op gemaakt en gaat die 3 coupletjes zingen. Waar hij vroeger de koude rillingen kreeg als hij merkte dat er iemand naar zijn zingen luisterde, vind hij tegenwoordig al die aandacht helemaal leuk.
Om hem te eren druk ik die 3 coupletjes hieronder af. Het gaat op de melodie van ‘In einem kühlen Grunde’ van Friedrich Glück, op teksten van Joseph von Eichendorff, ook wel ‘Untreue’ genaamd. Dat u zich goed realiseert dat ook dit (klassieke) muziek is, waarde lezer dezes, en niet van het minste soort…
Ik zing al heel wat jaren in 't koor van Budel Schoot
en heb al veel ervaren bij 't zingen heel devoot
Dat zingen zo te samen geeft veel saamhorigheid
Ook als wij ons bekwamen in klank en zuiverheid
Als eens de tijd zal komen wanneer mijn stem bezwijkt
zal ik nog dikwijls dromen dat zang mij heeft verrijkt.
Ik zou u kunnen vergasten op een resumé van mijn vader’s leven, zoals ik in deze stukkies wel eens van grote componisten doe, maar daarover nadenkend vond ik dat dat altijd nog kan als hij dood is (en dat gaat hoop ik nog heel lang duren). U vindt mij te direct? Ik weet zeker dat mijn vader zal grinniken als hij dit leest. We delen namelijk niet alleen onze muzikaliteit, maar ook ons buitengewoon cynisch gevoel voor humor.
In het filmpje het origineel van ‘In einem kühlen Grunde’ , gezongen door het Comedian Harmonists-achtige mannenclubke Frommermann. Ik vond nog andere versies maar die waren lang niet zo mooi. Het gedol met ‘O sole mio’ krijgt u er gratis bij. Op ongeveer 3 minuten begint ons nummer, mocht u willen doorscrollen. Eigenlijk is het toch wel leuk om de hele track te bekijken. Het tekent namelijk de professionaliteit van de heren dat ze na al dat gedonder met ‘O sole mio’ weer zo prachtig ingetogen kunnen zingen. Zoek vooral hun website eens op, ze treden op door het hele land!
En pap: blijf nog heel lang gezond en blijf zingen, het een helpt het ander. Geniet van deze dag; je hebt het verdiend!
De tante van zuster Angelique
Aflevering 87 is klaar! Zie hiernaast in de grote icoon!
Weet u wat het zegenrijke is van min of meer regelmatig kroegbezoek? (Mensen hebben het altijd alleen maar over het niet-zegenrijke van regelmatig kroegbezoek, dus ik besloot mijn stukkie van vandaag maar eens anders te openen.) Het feit dat je veel andere mensen tegenkomt en dan vooral andersoortige mensen die andersoortige levens hebben en daar in de kroeg over berichten en met wie je dan de meest verrassende gesprekken kunt hebben.
Zo kwam ik de sommelier tegen van een van onze meest favoriete restaurants (en ik vertel dit niet om de snob uit te hangen….). Die jongen begroet ons altijd alsof we oude vrienden zijn, laat ons genieten van de heerlijkste wijnen en de lekkerste hapjes en weet ons altijd enorm te verwennen. En dat doet-ie met al zijn gasten.
Als hij klaar is met zijn zegenrijke werk pakt-ie een drankje in onze favoriete kroeg (u raadt het al: tegenover ons favoriete restaurant…) en daar komen we hem dus ook nog wel eens tegen. Ik wist dat hij een liefhebber van klassieke muziek was, we hadden het er wel eens zijdelings over gehad. Hij had mijn poppenvoorstelling Carmen over Carmen gevolgd en er wat van gevonden.
Op de een of andere manier kwamen we te praten over slechte vrouwen in de opera. Ik zal het wel aangezwengeld hebben; ik hou van de duistere kanten van opera en praten over klassieke muziek is bijna net zo leuk als de muziek maken.
De sommelier heft zijn blik nadenkend ten hemel, drukt zijn vinger tegen zijn voorhoofd en zegt: ‘weet je wat een monster van een vrouw is?’ en hij laat een welsprekende stilte vallen (hij houdt niet voor niks van opera), om vervolgens zijn eigen vraag te beantwoorden: ‘de tante van Suor Angelica!’ En hij kijkt triomfantelijk in het rond.
De andere twee leden van het cluppie waarmee we aan een van de tafels zitten, zwijgen in onwetendheid en ik val bijna van mijn stoel: de tante van Suor Angelica is inderdaad een monster van een vrouw, ik weet het, ik heb in de productie ooit een van de collega-nonnen van Suor Angelica gezongen (eentje die ergens ook 8 maten solo had….). Een monster van een vrouw, om niet te zeggen een takkenwijf.
Dat weten alleen niet heel veel mensen: Suor Angelica is niet heel bekend en niet veel gespeeld: het is een één-aktertje van Puccini dat vaak in combinatie met twee andere éénaktertjes: Il tabarro en Gianni Schicchi wordt opgevoerd onder de titel ‘Il trittico’ (het drieluik). Er zitten alleen vrouwenrollen in, het is een juweeltje, maar niet makkelijk goed te bezetten. Ik schreef er al eens eerder over in andere verbanden.
Omdat we het leuke gesprek erover hadden krijgt u nu het hele verhaal van Suor Angelica en een anekdote over het slot.
Zuster Angelique (als je het in het Nederlands vertaalt krijg je ineens een heel ander beeld, vindt u niet?) is een jonge kloosternon, die gespecialiseerd is in het kweken van (medicinale) kruiden. Ze is door haar familie in het klooster geparkeerd, nadat ze een buitenechtelijk kind heeft gekregen.
Het blijft onduidelijk wie de vader is. In de loop van de opera komt een tante vertellen dat het kind gestorven is. Zuster Angelique besluit daarop haar kennis van de kruiden aan te wenden om zelfmoord te plegen. Maar niet voordat ze een werkelijk prachtige aria heeft gezongen ‘Senza mamma, o bimbo tu sei morto’ (‘zonder moeder, o baby ben je gestorven’).
Het is een van de mooiste aria’s uit het romantische repertoire. Ik heb ‘m nooit gezongen. Ik denk dat je moeder moet zijn om zo’n stuk goed te kunnen zingen en mijn alternatief, denken aan een nest jonge honden, is niet voldoende om de aria doorleefd tot een einde te brengen.
Nou mag je van de kerk geen zelfmoord plegen en Angelique heeft daar even niet op tijd aan gedacht. Terwijl ze ligt te sterven krijgt ze spijt van haar daad, maar ja: te laat! Ze was niet voor niks kruidenspecialist…. Ze roept de Madonna aan om haar ziel alsnog te redden en ja hoor: vlak voor ze sterft verschijnt de Madonna met aan haar hand het kind van Angelique. Voor haar een teken dat ze vergeven is en rustig kan sterven.
De nonnen zingen tijdens die laatste scene een prachtig soort van welkomslied voor de hemel. Daar zitten aan het einde een paar hoge c’s in, en daarom was ik ook in beeld: ik kan hoge c’s zingen alsof het niks is en samen met een collega die dat ook kon blèrden wij een en ander naar een goed einde.
U vindt dat ik prozaïsch ben? Het wordt nog erger: in onze productie speelde een kind van een jaar of twee, drie de rol van het kind van Angelique. De rol van moeder Maria is een niet-zingende: ze hoeft alleen op te lopen met het kind aan de hand en te zorgen dat het kind op het allerlaatst naar Angelique loopt. Succes verzekerd: als je als toeschouwer dan je ogen nog droog weet te houden, ben je een on-sociale hooibaal.
Maar ja, hoe laat je een eigenwijs twee-jarig jongetje op het moment suprème de goeie kant op lopen? Wij hadden daar de volgende truuc op bedacht: Angelique had in de zakken van haar zeventiende-eeuwse habijt gekleurde schuimpjes verborgen en die frummelde ze voor de dag op het moment dat ze in elkaar zakt voor de laatste scène. Vervolgens strekt ze haar hand in de richting van het jochie en opent die op het moment dat de maagd het kind naar haar toe duwt.
Een en een is twee: in bijna alle gevallen deed Tommie (want zo heette het menneke) wat hij moest doen: linea recta naar de snoepjes lopen. Als hij bij Angelique was aangekomen was dat voor de toneelknechten het sein om de lichten uit te doen. Ik kan in mijn leven nooit meer gekleurde schuimpjes zien zonder aan Suor Angelica te denken.
In het filmpje nog één keer Cristina Gallardo Domas die de meest hysterische slotscene ooit zong, helaas concertant, maar ze zingt het zo prachtig en zo ingeleefd dat ik ‘m u niet wil onthouden.
Anthony Rolfe Johnson op een eiland?
Terwijl het buiten zomer blijft slaan de golven van slecht nieuws over je heen; het begint potdomme zo langzamerhand op een tsunami te lijken. Mijn echtgenoot knapt op na een enkelbreuk, dat is dan weer goed nieuws, maar verder: twee vriendinnen zijn tamelijk ziek, de Grieken willen geen kant uit, de Italianen beginnen zich (het zou tijd worden) eindelijk te schamen en zich te realiseren wat ze aan het doen zijn, de Fransen hebben hun handen vol aan de DSK’s in het land en als ik zou moeten omschrijven wat er in Amerika allemaal gaande is had ik een hele alinea nodig (!). Noord-Afrika worstelt met zijn nieuwe verworvenheden; in Nederland hebben we onze eigen ellende in de vorm van Mauro (schande); de een na de andere (toneel)grootheid die overlijdt en een kabinet dat geen kant uit wil.
Ik betrap mij in tijden van ellende (en als ik het leven niet meer goed kan overzien) erop dat ik de neiging krijg mij terug te trekken op mijn ‘eiland van klassieke muziek’: ik ga me dan lekker alleen maar bezig houden met Bach en Beethoven (bij wijze van spreken dan; ik mijn geval zou er eigenlijk Verdi en Puccini moeten staan….) en laat de rest van de wereld maar een beetje aantobben. Ik zei neiging hè, dat u niet denkt dat ik me niks van de wereld aantrek. Ik denk trouwens dat u, als u net als ik ook van klassieke muziek en kunst houdt, uzelf op dezelfde neiging zult betrappen.
Soms is het dus niet erg dat deze website zich in principe alleen bezig houdt met (vocale) klassieke muziek, alleen al omdat in die muziek bij tijden weinig actualiteit te bespeuren is. Bij Vocalies kunt u bijkomen van alle ellende…
Dus laten we ons maar even lekker terugtrekken op ons eiland en Engelse tenor Anthony Rolfe Johnson bespreken, die werd vandaag in 1940 geboren. Hij studeerde aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen. Hij had een heel apart geluid, die Rolfe Johnson (en een sjieke, dubbele achternaam) en was een buitengewoon intelligent musicus. Hij zong net zo makkelijk Monteverdi, als Bach, als Händel, Mozart en Haydn. Een lichte tenor dus: niet zo’n tetter als bijvoorbeeld Villazon.
Ik speurde op internet naar hem en kwam erachter dat hij een leven heeft geleid als een jongensboek en dat er zowaar nog wat parallellen te trekken zijn tussen hem en mij.
Om te beginnen was hij een stoere man (da’s dan weer geen parallel…). Hij was een min of meer bekende jongenssopraan, maar volgde eerst een agrarische opleiding en werd boer. Hij schijnt zijn stukken voor zijn koeien te hebben gezongen. Er was wat aandrang voor nodig om hem richting zangopleiding te krijgen. Toen hij uiteindelijk ging studeren moet dat gevoeld hebben als thuiskomen. Dat ken ik ook, ik ging pas op mijn 25ste studeren en dat voelde toen als thuiskomen, evenals de start van mijn werk voor Radio 4 in Hilversum, zoveel jaar later….
Hij heeft een magistrale Evangelist gezongen in Bach’s Matteus Passie (leer als ‘echte Engelsman’ maar eens zo perfect Duits zingen!) en de muziek van Britten kon hij net zo goed vertolken als Britten’s partner, tenor Peter Pears.
Het meest ‘schetterig’ was misschien de rol van Lensky aria in Yevgeni Onegin (Lensky heeft een prachtige aria: ‘Kuda, kuda’, oftewel ‘Waarheen, waarheen?’)
Een van zijn grote krachten was het zich totale inleven in zijn opera-rollen. Hij ‘werd de rol’ als het ware….
Op het laatst in zijn carrière ging het niet meer zo goed: hij wilde blijkbaar toch meer schettertenor zijn dan goed voor hem was… Jammer, zo’n fel opdondertje moet in je genen zitten; als je niet uitkijkt schreeuw je jezelf op die partijen kapot.
Rond de eeuwwisseling krijgt hij Alzheimer, een buitengewoon wrede ziekte, altijd al, maar als je hersens zo goed gewerkt hebben en je zoveel aankon, dan lijkt het me extra wreed… Ik ben niet een heel bang uitgevallen mens; behalve de huis-tuin-en-keuken-angstjes van spinnen en onweer ben ik eigenlijk van hel noch duvel bang, maar voor de heer Alzheimer, daar ben ik bang voor….
Rolfe Johnson scheidde van zijn eerste vrouw omdat ze (zoals hij zelf gezegd schijnt te hebben) ‘een boer trouwde en met een zanger eindigde’. Daar zit ook een parallel. Mijn zangopleiding was wel niet de enige wig in mijn eerste huwelijk, maar het was wel een belangrijke en ik heb lang gewetenswroeging gehad over het feit dat mijn eerste echtgenoot een secretaresse trouwde en eindigde met een zangeres; die het hem bovendien ook nog eens kwalijk nam dat hij niet gelukkig was met dat feit…. Inmiddels heeft hij en heb ik een prachtige, beter bij ons passende partner gevonden en heb ik sinds die tijd ook niet meer zo’n last van mijn geweten.
Rolfe Johnson moet zijn carrière eraan geven en in juli 2010 sterft hij, nog geen 70 jaar oud….
Er is potdomme weinig bewegend beeld van hem te vinden op You tube, dus maar gekozen voor een opname zonder bewegend beeld maar waar hij wel prachtig zingt…. Tenslotte hoeven wij klassieke zangers het niet van onze ’looks’ te hebben….