Kurt Weill en Lotte Lenya

Het is rustiger in bloggersland, rustig op de website, rustig bij Vocalies. Als er dan eens iemand reageert, moet je er als een bok op de haverkist opspringen toch???

Amiek, die trouw reageert als ze iets leest wat haar interesseert, vroeg me eens iets te schrijven over Kurt Weill en Lotte Lenya, een illuster stel uit het recente verleden: hij componist, zij zangeres en samen vormden ze dus een kunstenaarsechtpaar.

Zij vertolkte zijn muziek; hij schreef zijn muziek met haar stem in het achterhoofd… zij overleefde hem 31 jaar en ligt naast hem begraven in New York. Eerst maar even over hun beider leven.

Kurt Weill werd op 2 maart 1900 geboren in een Joodse familie In Dessau. Toen hij vijf was begon hij met pianospelen en op zijn twaalfde gaf hij in het stadhuis van Dessau al zijn eerste concert met zelfgemaakte composities. Al in 1917 zong een operazangeres liederen van Weill; hij was toen nog pas zeventien!

In 1918 ging hij studeren aan de Hochschule für Musik in Berlijn, en had les van de componisten Engelbert Humperdinck en Ferruccio Busoni. In het begin van de jaren twintig schreef hij een aantal werken: zijn eerste symfonie, de pantomime Zaubernacht en de liederencycli Frauentanz en Stundenbuch. Zijn eerste bekende werk was het Vioolconcert opus 12 uit 1924 met begeleiding van blazers, aangevuld met een slagwerker en een contrabas.

En kort na zijn studie komt Lotte Lenya in zicht. Een haatliefde verhouding, een getroebleerde verhouding: ze trouwden en scheidden twee keer.

In 1926 ging Weills eerste opera Der Protagonist (op een libretto van Georg Kaiser) in première.

In 1927 schreef hij voor een muziekfestival een eenakter. Op zijn zoektocht naar een libretto kwam hij in aanraking met Bertold Brecht. Een gevolg van hun samenwerking was Das kleine Mahagonny, waarin Lotte Lenya zong. Dit zangspel zou in 1930 als basis dienen voor de grotere opera Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny.

Voor de opening van het Theater am Schiffbauerdamm in Berlijn in 1926 werd Weill door Brecht gevraagd om muziek te componeren bij zijn Dreigroschenoper. De combinatie Brecht-Weill werd hiermee in een klap wereldberoemd.
In 1933 werd kort na de première van Der Silbersee alle muziek van Weills hand, verboden en als "entartet" bestempeld. Bij de boekverbranding in mei gingen zijn originelen in vlammen op.

Weill vertrok met Lotte Lenya naar Parijs, en emigreerde in 1935 emigreerde hij naar New York, waar inmiddels ook Brecht terecht was gekomen. In New York bleef hij tot zijn dood.

In 1943 werd hij Amerikaan. In 1947 bezocht hij Europa en Palestina, maar naar Duitsland kwam hij nooit meer terug. In de veertiger jaren componeerde hij muziek voor een aantal Broadway-musicals.

3 april 1950 overleed Weill aan de gevolgen van een hartinfarct.

En dan Lotte Lenya. Die werd geboren als Karoline Wilhelmine Charlotte Blamauer in Wenen op 18 oktober 1898. Ze was eerder actrice dan. Ze was de ster van het Duitse toneel van de jaren twintig en dertig.

Vanaf haar ontmoeting met Weill loopt haar leven min of meer parallel (als je twee keer scheiden en twee keer trouwen parallel kunt noemen). Ze overleeft hem echter 31 jaar. In die jaren moet ze toch iets gedaan hebben zou je zeggen.

Haar tweede man was de Amerikaanse uitgever George Davis, na zijn dood in 1957 trouwde ze de 26 jaar jongere artiest Russell Detwiler in 1962. Hij stierf in 1969.

Ze acteerde in twee noemenswaardige films: ‘The Roman Spring of Mrs. Stone’ in 1961 en ‘From Russia with love’, de James Bond film waarin ze de sadistische Rosa Klebb speelde. Ze had een kleine maar perfect gecaste rol in ‘Cabaret’ en ze bleef Weill’s muziek en Brecht’s teksten uitdragen.

Ze was beslist geen zangeres. De stem wappert en rafelt en is klein en slecht gesteund. Toch paste Weill’s muziek perfect bij haar. Haar prachtige, harde en kelige Duits doet het goed bij wat ik noem: ‘Berlijnse sferen’ van het Berlijn van voor de tweede wereldoorlog. Ze is wars van alle mooizingerij en gaat recht naar het hart van haar toehoorders, maar net zo goed ook recht naar iemands duistere kanten.

Weill wordt nog steeds gewaardeerd omdat hij een van de weinige componisten is die een hedendaagse opera toegankelijk weet te houden zonder platvloers te worden, al gaat het af en toe langs het randje. Of Weill nu nog steeds zo gewaardeerd zou worden zonder zijn muze Lenya is maar zeer de vraag… Gisela May en Hildegard Kneff waren ook van die lekkere rauwe zangeressen die Weil konden zingen, beiden ook eerst actrices en dan pas zangeressen, maar Lenya hoort bij Weill.

Maar je doet Weill geen recht als je het alleen over zijn Dreigroschenoper hebt. Hij schreef een aantal prachtige instrumentale werken, waaronder een Vioolconcert en twee symfonieën.

In het filmpje een oude (misschien wel de oudste) opname van Seeräuber Jenny door Lotte Lenya. Er zijn talloze interpretaties van het stuk, Duitse en Engelse, jazzy en schlagerachtig, laag, hoog, lelijk, mooi; u mag zelf verder surfen! Lang leve You tube!

Aflevering 56

Ik meld het maar even voor al die talloze liefhebbers van vocale klassieke muziek. Uw zomeravonden zijn weer gered: aflevering 56 staat erop. Zie de grote icoon hiernaast. De hulptroepen kwamen, zagen en overwonnen en nu kunt u een nieuw uur beluisteren! Hopelijk gaat het volgende keer weer 'gewoon'. Met dank aan Martijn!

Pippo di Stefano

Aflevering 56 van de podcasts houdt u tegoed... ik krijg 'm er niet op! Hulptroepen zijn onderweg. En mijn stukkie wordt deze week door omstandigheden niet op zaterdag erop gezet, maar op zondag.

Zaterdag 24 juli in 1921 werd Giuseppe di Stefano geboren, ‘Pippo’ of ‘Beppe’ voor intimi. Hij werd geboren op Sicilië en had een korte, maar wel bijzondere carrière. Hij was een van de weinigen namelijk die het naast Callas langer dan een dag volhield (hier zit een beetje sopranennijd bij hoor….). Sterker nog: hij was erbij toen Callas een come-back probeerde te maken in 1974 en hij stopte ongeveer rond dezelfde tijd als zij. Hij zou een korte romance met haar gehad hebben en hij heeft een heleboel prachtige plaatopnamen met haar gemaakt in de vijftiger jaren: Lucia di Lammermoor, I Puritani, Cavalleria Rusticana, Tosca, I Pagliacci, Rigoletto, Il Trovatore, La Bohème, Un Ballo in Maschera, Manon Lescaut… Jammer genoeg zijn de opnamen wat ouder en nog van vóór de cd’s; inmiddels kunnen we meer, maar zullen we het moeten doen met wat er is. Er is een aantal duetten met Callas van latere opname-datum, maar daar bestaan alleen illegale kopieën van; ideetje om die eens uit te geven?

Di Stefano had een speciaal soort stem: net effe dat trompetterige van Pavarotti, maar niet te veel, net effe dat emotionele van Carreras en doe er dan nog een beetje Bocelli en een beetje Villazon bij en je hebt Pippo di Stefano. Hij was geen celebrale zanger, meer een intuïtieve, bijgevolg zong hij de veristische opera’s makkelijker en doorleefder dan wanneer hij een koning moest verbeelden. Hij was een aardse man….

Zijn debuut beleefde hij in 1946 in Reggio Emilia als Des Grieux in Jules Massenet’s opera Manon. Met dezelfde rol maakte hij een jaar later zijn debuut aan het Teatro alla Scala van Milaan. In 1948 debuteerde hij aan The MET als de Hertog in Rigoletto van Giuseppe Verdi; hij werd een geregelde gast in New York.
In 1957 maakte hij Di Stefano zijn Engelse debuut op het Edinburgh Festival (Nemorino in L'Elisir d'amore). In 1961 aan het Royal Opera House als Cavaradossi in Puccini’s Tosca.

Hij werd gracieus oud en zong na het beëindigen van zijn officiële carrière voor de lol nog overal en nergens tot…. hij in 2004 zwaar, heel zwaar gewond raakte bij een overval bij zijn tweede huis in Kenia. Daar is-ie niet meer van hersteld en uiteindelijk stierf hij in Milaan op 3 maart 2008.

In het filmpje de beroemde ‘kouwe handjes-aria’ (de beginwoorden: 'che gelida manina betekenén in het Nederlands: 'welk een koude handjes...' ) uit La Boheme. Kijk vooral in het begin hoe mooi en makkelijk de tonen voorin geplaatst zijn. En die hoogte: hoe makkelijk! Het is geen groot acteur, maar zeker geen schmierder en hij voelt zich senang in eigen lijf. Ik mag dat wel….

Dawn Upshaw wordt vijftig

Voor het eerst in het ruim twee-jarig bestaan van mijn website word ik op de zaterdagochtend wakker zonder een stukkie te hebben voorbereid. En dat ik niet wakker heb gelegen van dat feit is een tweede teken aan de wand… foei Vocalies!
Ik was gisterenavond wat van plan toen ik van mijn werk terugreed naar huis, maar eenmaal thuis te moe om iets vrolijks te bedenken dus maar even plat…. Daarna een buitengewoon genoeglijke avond, zonder noemenswaardige gesprekken over muziek die zouden hebben kunnen inspireren. Dat is sowieso een probleem dezer tijden: ik zit niet meer in de ‘scene’, geen klassieke minners of –haters om mij heen, geen mensen met leuke brieven over het wel en wee op Radio 4, geen website daar meer bij te houden, die mij dwong af te dalen in krochten van archieven en fonotheken. Geen productie waar ik aan deelneem, slechts een hoofdredacteur die zijn best doet mij alle berichtjes die hij tegenkomt door te mailen (wat overigens zeer gewaardeerd wordt en nodig is, dus het woordje ‘slechts’ is hier eigenlijk niet op zijn plaats). De anecdote-mand uit het zingend verleden is niet leeg, maar lang niet alles is geschikt om een stukkie over te schrijven; soms doet een verhaal het veel beter aan de keukentafel en sommige anecdotes zijn helemaal niet vertellenswaardig, niet op schrift en niet mondeling, het enige wat ik daarmee doe is erom glimlachen in mezelf.

The Classical Almanac levert ook al niet veel inspiratie: slechts een feitje is het vermelden waard: de geboorte van Dawn Upshaw, sopraan, op 17 juli 1960, die wordt dus vandaag vijftig. Misschien ziet ze Sara, maar ik weet niet of die rare gebruiken van ons in de Verenigde Staten ook gemeengoed zijn; ik hoop voor haar van niet. Van Dawn Upshaw heb ik altijd zo bewonderd dat ze goed hedendaags klassiek kon zingen, iets wat mij nooit gelukt is. Als de tonaliteit weg is, is mijn zuiver zingen ook weg en ik kan mij niet verplaatsen in de drijfveren van hedendaagse componisten. Dat zegt waarschijnlijk meer over mij dan over die componisten, maar ik hoef me daar ook niet (meer) druk over te maken….

Dus dan maar even over Dawn, die met haar verjaardag vandaag mijn redster in nood is. We houden het kort en voor volgende week begin ik gewoon weer morgen mijn research, ik beloof u dan weer een stukkie en ik beloof u ook te blijven schrijven. Als ik daarmee op zou houden zou ik met mezelf in de knoop komen en dat willen we niet…. toch????

Dawn Upshaw begon haar vocale carrière op de high school in Park Forest, Illinois. Ze studeerde daar af in 1982 (grappig; ik ben maar een anderhalf jaar ouder en ik begon pas in 1985 te studeren, toen had Dawn er de basis al opzitten…) en ging vervolgens zangtechniek studeren bij Ellen Faull aan de Manhattan School of Music in New York, waar ze in 1984 afstudeerde. Ze volgde cursussen bij Jan DeGaetani aan de Aspen (Colorado) Music School. Ze won de Young Concert Artists auditions en was verbonden aan het Metropolitan Opera ontwikkelingsprogramma voor jonge artiesten. Sinds haar debuut in 1984 heeft Dawn Upshaw meer dan 300 uitvoeringen in en met de Metropolitan Opera gegeven. Dat betekent dat ze stabiel en onverschrokken is: de sfeer aan The Met is er een waar je tegen moet kunnen: ik lees graag biografieën van zangers en lees dan overal dat The Met een vreselijk oord, vol jaloezie, wraakzuchtigheid en ijdelheid is….

In 1993 werd ze internationaal bekend met haar opname van de derde symfonie van Henryk Górecki met David Zinman. Ze zong nogal wat premières van hedendaagse stukken en ze toert (gelukkig) veel. Nu vijftig geworden zal ze nog een mooi decennium vóór zich hebben om mooie dingen te doen. Lekker niet meer piep en een beetje in je lijf gezakt is het dan heerlijk werken. Ik hoop dat ze ook zonder Sara een prachtige dag heeft!

In het filmpje een stukkie over een masterclass, hilarisch af en toe, en u kunt zien hoe toegewijd ze inderdaad is aan hedendaags klassiek en hoe 'gewoon' ze het maakt. Hulde!

Mahlerweek

Eerst even dit: vandaag komt aflevering 55 erop! Kunt u weer lekker luisteren. Dat is trouwens niet zomaar een aflevering, hiermee kom ik in afleveringen langszij gevaren bij Podjeopera, dat er bijna een jaar geleden zo onverwachts de stekker uittrok. Volgens mij ben ik de langst publicerende podcaster van klassieke muziek in Nederland (en de enige) maar als u anders denkt, laat het me weten!

Aanstaande woensdag, als al het voetbalgeweld weer achter derug is en wij in ons ‘normale’ doen raken begint-ie: de Mahlerweek; van 14 tot en met 18 juli 2010. Zijn eerste vijf symfonieën worden op TV uitgezonden (Nederland 2, 22.45 uur) en op Radio 4 wordt in het programma De Klassieken (op werkdagen van 9.00-12.00 uur) stilgestaan bij Mahler. Nou, wat is er dichterbij dan radio en TV? U hoeft nergens kaartjes voor te kopen, niet ergens naar toe, niet te parkeren, niks te regelen met babysit en ander oppas-spul. U krijg wonderschone, helende muziek op een presenteerblaadje aangeboden.

Het heeft bij mij even geduurd vóórdat ik Mahler ging waarderen. Dus misschien moet u op die manier ook wel even doorbijten. Ik heb al eens eerder geschreven dat mijn belangstelling voor klassieke muziek ergens bij Verdi en Puccini ophoudt; dat zware, doorgecomponeerde dat voor mijn oor en geest geen kop en geen staart heeft is wat lastig te behappen. Mahler doet dat ook: doorcomponeren, maar hij heeft genoeg mooie dingen geschreven en zijn zwaarte is een andere zwaarte dan die van Wagner. Over wat er na Wagner komt moet u trouwens niet bij mij zijn, not my cup of tea en omdat ik met kennis en kunde binnen de klassieke muziek niet (meer) mijn kost hoef te verdienen, wil ik er ook niks meer van weten ook. Respect is even genoeg…..

Nog effe over Mahler: prachtige componist. Mijn oud-collega Hans van den Boom bij de AVRO (die trouwens sprekend op Mahler lijkt) houdt prachtige inspirerende lezingen over hem en laat daarbij de meest prachtige muziek horen. Zo goed onderlegd ben ik wat Mahler betreft niet, maar ik weet dat hij hele mooie dingen gemaakt heeft: zijn vocale muziek is vooral voor wat grotere stemmen: je moet over een heel orkest heen kunnen zingen, lange ademlijnen kunnen volhouden en uitstekend Duits spreken en verstaan. Kijk dat ligt mij wel: ik ben een witkwast-zangeres, heb een tamelijk behoorlijke ademhalingstechniek en Duits is ook al geen probleem. Mahler kan als geen andere componist zang aan instrumentaal koppelen en samen laten stromen. De melancholie bij Mahler is groot: hij had geen makkelijk leven (hij maakte het trouwens vooral zichzelf moeilijk). Zijn dochtertje stierf op jonge leeftijd en eigenlijk kwam hij daar nooit overheen. Hij kon ook als geen ander persoonlijke ervaringen verwerken in zijn muziek: vooral zijn lied (uit de Rückertlieder) ‘Ich bin der Welt abhanden gekommen’ drijft mij de tranen naar de ogen. (Daar moet je trouwens geen last van hebben als je het lied gaat zingen, van tranen….)

Even kort over Mahler’s leven:
Hij werd geboren in Kaliště, Bohemen op 7 juli 1860 en groeide op in Oostenrijk. Hij was van joodse afkomst. Hij moest voor zijn kost dirigeren en deed dat graag en met verve: in een aantal grote operahuizen van Europa. Nadeel was dat men hem in zijn tijd meer zag als dirigent dan als componist. Dus wat doe je dan: je gaat componeren in je vrije tijd, in ‘componeerhuisjes’.

In 1902 trouwde Mahler met Alma Schindler, die twintig jaar jonger was dan hij. Ze kregen twee dochters, Maria Anna (die dochter die dus vroegtijdig stierf) en Anna, die heel oud geworden is. het huwelijk was niet gelukkig. Mahler leed daaronder, hield zielsveel van zijn vrouw, maar kwam er niet door bij haar, za’k maar zeggen. Zij was mooi en slim en ze componeerde niet onverdienstelijk: heeft bijvoorbeeld mooie liederen geschreven.
Mahler maakte ook bewerkingen van symfonieën van onder andere Beethoven en Schumann. Ook voltooide hij, op verzoek van de familie, de opera "Die drei Pintos" van Carl Maria von Weber; leuke opera geworden trouwens.

Uiteindelijk bracht hij zijn muziek tot aan de rand van de tonaliteit, maar hij bleef altijd opvallend trouw aan de klassieke symfonievorm.

Op 18 mei 1911 sterft Mahler; hij had tijdens zijn leven veel last van keelontstekingen. Waarschijnlijk is-ie gestorven is aan een hartklepziekte en complicties daarbij.
Tegenwoordig wordt Mahler beschouwd als de directe voorloper van Arnold Schönberg, Alban Berg en Anton Webern.
Op uitnodiging van Willem Mengelberg dirigeerde Mahler het Concertgebouworkest in 1903, 1904, 1906 en 1909 bij de uitvoering van zijn eigen werk. Mahler stond bekend als een lastig baasje, maar was vol lof over het orkest en zijn dirigent. Via Mengelberg raakte hij bevriend met Alphons Diepenbrock die hij 'een interessante Hollandse musicus' vond die 'eigenaardige kerkmuziek' schreef (grappig he?).

Dankzij Mengelberg en andere bevriende dirigenten als Bruno Walter en Otto Klemperer en na de Tweede Wereldoorlog de Amerikaanse dirigent Leonard Bernstein groeide langzaam de waardering en belangstelling voor zijn muziek.

In het filmpje het eerder genoemde lied ‘Ich bin der Welt abhanden gekommen’, hier gezongen door José van Dam. Er zijn talloze interessante en ontroerende opnamen van. Dit is er een met orkest, maar er zijn er ook met piano en soms is dat mooier, omdat dan de zang nog beter uitkomt en de tekst…. Leeft u zich vooral uit op You tube, maar keer daarna wel terug naar het leven. Je wordt er niet vrolijk van, iemand in de commentaren op You tube schreef terecht: ít’s the saddest song ever written’….

Powered by Pivot - 1.40.5: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed