Eerst even: Vocalies, aflevering 54 is klaar, zie de grote icoon hiernaast!
Pfoe, op zoek naar een stukkie voor vandaag kom ik allerlei leuke wetenswaardigheidjes tegen en ik kan niet kiezen. Dan maken we er maar een collage van, da’s ook wel eens leuk en in de mode dezer dagen. Bij alle voetbal-ellende komt u toch niet toe aan cultuur (sprak zij plagerig….).
De Classical Almanac vermeldt dat vandaag in 1987 (26 juni) Henk Badings overleed in Maarheeze, The Netherlands. Laat ik daar nou opgegroeid zijn…. Maarheeze is een dorp van niks (en dat bedoel ik in de zin van grootte…) vlak bij de Brabants-Limburgse grens. Slaapdorp van Eindhoven, van oorsprong sterk argrarisch, en alleen bekend omdat de E9 (later de A2) er langs liep. Tot er een legerplaats kwam in Nato-verband. En totdat Philips er een dependance stichtte, die ‘vreemd’ volk aantrok. Toen hoorde je Maarheeze nog wel eens noemen. Inmiddels heet het dorp trouwens Cranendonck, sinds het samenging met Soerendonk en Budel . Grappig om zo’n dorp ineens in dat verband tegen te komen op een internationale website over feitjes in de klassieke muziek.
De Volkrant heeft een twee-pagina-groot stuk over de bezuinigingen op de conservatoria. Triest dat de kunsten zo moeten lijden. Ik kan er een heel eind in mee, in de klaagzang, maar ik weet ook dat veel kunstenaars toch wel gedijen, zelfs tegen de verdrukking in, soms zelfs dankzij die verdrukking. Bijna tussen de regels door lees ik dat sopraan Charlotte Margiono er neer gestreken is, (Conservatorium Utrecht bedoel ik, pardon Hogeschool van de Kunsten Utrecht….). Daar zou ik wel eens een zanglesje van willen van Margiono, lekker no nonsense mens en harde werkster volgens mij. Samen even lekker opera blčren, zonder gene….
Bij alle kabinets-ellende gaat het niet over de kunsten, alleen de economie telt nog. Rijk worden, desnoods over de ruggen van alles en iedereen heen. En zich niet realiserend dat dat alleen maar geestelijke armoe brengt….
Leuk hoor, die Classical Almanac, Moet u eens googelen: opvallend veel zangers-achtige zaken erin vandaag in het verleden: de geboorte van Giuseppe Taddei (prachtige bariton), de posthume premičre van Mahler’s Negende, gedirigeerd door Bruno Walter. Zal ongetwijfeld een emotionele avond geweest zijn…. Geboorte van Claudio Abbado, begenadigd dirigent van opera.Hartstikke ziek geweest en afscheid genomen van het podium, kon-ie het toch niet laten en stond-ie twee maanden later in Bologna toch weer te dirigeren. De foto’s uit zijn leven laten het verval zien: een mooie man in zijn hoogtijdagen, vrijuit zwaaiend en levenslustig tot en met, tot nu, een bijna uitgeteerde musicus, maar met de gloed nog in zijn ogen… Hopelijk blijft-ie nog even
Een handjevol premičre van opera’s , zo’n snuffeltochtje Classical Almanac is altijd weer goed voor een paar genoeglijke uurtjes achter Youtube om er leuke muziek bij te zoeken. Je moet er wel tijd voor hebben. Want zoals al eerder in stukkies gezegd: je bent zo een paar uur verder. Dus als u aan het voetbal en/of Wimbledon-tennis wilt ontsnappen weet u de weg.
Anneliese Rothenberger
Eerst even twee dingen: (ik lijk Joop den Uyl wel...). Ten eerste: de opera op de Parade in Den Bosch was niet afgelopen dinsdag, maar afgelopen donderdag. Ik hoop niet dat u door mijn toedoen daar dinsdag-avond hebt zitten kleumen... als wel: mijn oprechte excuses. Suf van me om de datum die in mijn hoofd zat niet even te checken vóór publicatie. Ten tweede: gisteren (vrijdag) is het Festival Classique in Den Haag gestart: gaan als u kunt!
Vandaag in 1924 werd een van mijn favoriete zangeressen geboren. Anneliese Rothenberg. Laatste grote operette-ster en tv-persoonlijkheid. Er waren tijden dat ze niet weg te denken was van de Duitse TV en dat je zelfs een beetje Rothenberger-moe werd…. Nu nauwelijks voorstelbaar. Ik ken haar stem van voor tot achter, want ik studeerde menig operette-aria met haar samen in. Zij vanuit de CD en ik vanachter de piano om hier en daar die ene noot mee te ondersteunen. Als ik met haar studeerde was het altijd in basis goed. Zuiver, goed te verstaan en tamelijk goed getimed, hoewel ze me af en toe te keurig was… Mijn hoofdvakdocent zei/zegt altijd: de spanning zit in de witjes: als je kunt wachten met die ene prachtige noot om er daardoor nog meer aandacht op te vestigen moet je het niet laten. Het is een beetje als timen bij stand up comedians: wachten tot het publiek het al snapt en dan het punt alsnog maken. Zo’n beetje als een doelpunt bij voetbal (om maar even bij de actualiteit te blijven: als ik dit type zitten we midden in het wereldkampioenschap voetballen): je ziet het been omhoog gaan en in de richting van de bal en je weet: dit wordt een doelpunt. Maar de voet heeft de bal nog niet geraakt en hangt nog in dat magische moment…. Dat is het moment dat ik bedoel bij : de spanning zit in de witjes. Zo, nu snappen de mannelijke lezers van Vocalies het ook.
Als je met Rothenberger studeert zit de basis in ieder geval goed. Inmiddels beginnen haar opnamen een beetje gedateerd te klinken. Ze is net niet geraffineerd genoeg (waarschijnlijk omdat ze erg keurig was opgevoed) en de opnametechnieken uit de tachtiger jaren zijn inmiddels ook veel verbeterd. Jammer eigenlijk (en dat schreef ik al eens eerder) dat er geen nieuwe generatie operette-zangers is. Er wordt nog wel degelijk operette gezongen, maar vaak alleen losse aria’s en niet meer hele producties. Operettekoren vallen bij bosjes en de cd’s liggen bij De Slegte (als ze niet al eerder als onderzetter ge-eindigd zijn)
Terug naar Rothenberger. Op 24 mei van dit jaar overleed ze, 83 jaar oud. Als dat zo is, klopt mijn jaartal van geboorte, 1924, niet, dan zou ze namelijk 86 zijn geworden. Op het laatst loog ze graag een beetje over haar leeftijd. In een Duits tv-programma, waar ik al strijkend op de zondagochtend eens bij uitkwam zag ik een broze, ineengeschrompelde oude dame, die met het hondje op de arm (ja inderdaad: een witte poedel) door de tuin scharrelde en het haar dienstbode (oude diva’s hebben dienstboden in dienst, dat u dat weet….) tamelijk lastig maakte. Ze was nog slechts een schim van de schoonheid die ze in haar jeugd was. Trouwens tot op hoge leeftijd was, want ze was jarenlang eenvoudigweg niet te schatten qua leeftijd: de stem bleef jong en het lijf zag er nog steeds prachtig uit. Ze leek een beetje de Duitse variant van de koele schoonheid van Catherine Deneuve.
Nog even door haar leven: ze studeerde aan de Musikhochschule in Mannheim. In 1943 debuteerde ze aan het stadstheater in Koblenz en vanaf 1946 zong ze bij de Hamburgische Staatsoper. In 1952 debuteerde ze bij het festival van Edinburgh, in 1960 bij de Metropolitan Opera in New York en in 1961 bij het Teatro alla Scala van Milaan. Tevens was ze vanaf 1959 een regelmatige en graag geziene gast bij de Salzburger Festspiele.
In 1970 ging ze op een tournee door de Sovjet-Uni, voor die tijd een gewaagd experiment, en in 1972 door Japan. Vanaf 1970 werd ze bij een breed publiek bekend door haar presentatie voor televisie van het ZDF muziekprogramma ‘Anneliese Rothenberger gibt sich die Ehre’. Ik zou er graag nog eens een aflevering van zien., Volgens mij zouden mijn tenen ervan gaan krullen, maar toch…
Haar muzikale partners, zowel op de bühne alsook bij platenopnames, waren onder anderen Lisa della Casa, Dietrich Fischer-Dieskau, Fritz Wunderlich, Irmgard Seefried, Nicolai Gedda en Rudolf Schock.
Anneliese Rothenberger trouwde in 1954 met Gerd Dieberitz († 1999), die tevens haar manager was.
Aan het begin van haar carričre was een een hoge, licht lyrische sopraan, later kwam de stem meer op zijn plaats men ging ze was zwaardere lyrische partijen zingen: Konstanze in Mozart's Die Entführung aus dem Serail, Fiordiligi in Cosě fan tutte, Zdenka in Richard Strauss's Arabella, Marie in Berg's Wozzeck, Soeur Constance in Poulenc's Dialogues of the Carmelites, en ja hoor: Violetta in La traviata. Ze kon het hedendaagse repertoire net zo makkelijk aan als de ‘oudere’ opera’s en ze was een uitstekend lied-zangers. Haar Duits had een sausje van beschaving zonder bekakt te zijn.
In 1983 nam ze afscheid van het toneel. Na de dood van haar echtgenoot vestigde ze zich aan de oever van de Zwitserse Bodensee en daar bleef ze tot haar dood, afgelopen mei.
Ik heb veel aan haar te danken.
In het filmpje een duet uit de slotfase van La Traviata, met José Carreras, die ik ook zeer bewonder. Dat bedoel ik nou met gedateerd; we zouden dat nu anders ´stagen´, maar ze zingen prachtig!
Figaro's bruiloft in Den Bosch?
Aflevering 53 staat erop! Gauw Luisteren!
Aanstaande dinsdag is opera Zuid weer in de stad, om vanaf het plein aan De Parade weer een opera de (open)lucht in te slingeren. Dit jaar hoort en ziet u ‘Le nozze di Figaro’ (Figaro’s bruiloft) van Wolfgang Amadeus Mozart. Ik heb ooit een heel klein rolletje in deze komische opera mogen spelen en dit is dan een mooie gelegenheid om daarmee te koketteren en u meteen de in’s en outs van de opera te vertellen. Als u kunt: ga vooral naar de Parade. Maar ga op tijd en neem iets te nassen mee (en niet te veel te drinken anders bent u bij aanvang al apetoeter, pardon, lichtjes kachel… ). Tout Den Bosch zal er op tijd zijn en als u later komt is er een grote kans dat u moet staan. Dat heb ik volgehouden tijdens de hele eerste acte van De barbier van Sevilla (waarvan het verhaal overigens grote parallellen heeft met Le nozze) twee jaar geleden. Bereid u voor op enige uithalen in vettig Bosch door het hooggeacht publiek: de gemiddelde Bosschenaar weet niks van opera maar heeft wel een grote waffel. Toen wij er twee jaar geleden stonden kwam er doodgemoedereerd een duidelijk aangeschoten iemand zijn brommertje van de ketting ontdoen, startte het tijdens de grote aria van Figaro (ja, ook in De Barbier zit een Figaro…) en toeterde op zijn gemak het plein af. Ik heb er toen nog een stukkie over geschreven, u mag zelf de website doorsurfen als u het nog eens wil lezen. Maar ik schreef toen al en herhaal het nu: opera is voor door en met het volk en in die traditie zou er veel meer in de open lucht en voor iedereen toegankelijk moeten gebeuren.
Le nozze kent vier bedrijven en is gebaseerd op een blijspel van Pierre de Beaumarchais. Volgens mij is de Barbier trouwens ook gebaseerd op een blijspel van De Beaumarchais. Lorenzo da Ponte schreef het libretto (daar schreef Mozart overigens aan mee). De premičre was in 1786 in Wenen.
Er was wat heisa over die premičre trouwens want Mozart had ergens in de opera een ballet bedacht en keizer Jozef II had balletten verboden. Tijdens de generale repetitie werd het gedeelte met het ballet opgevoerd als een soort pantomime waarbij het orkest niet speelde en de spelers op het toneel een beetje heen en weer huppelden. De keizer, die onverwachts de generale repetitie bezocht, vroeg zich af waar dit op sloeg, maar kreeg als antwoord dat hij zelf ingegrepen had in het libretto. Als ik me goed herinner komt deze scene ook voor in de film Amadeus van Milos Forman
De opera is één grote verwijzing naar en bespotting van het klassenstelsel uit de dagen van Mozart. De graaf wil met Susanna slapen vóórdat zij zich als bruid aan Figaro geeft. Susanna is echter een ‘uitgeslapen’ typetje en heeft een goeie band met de gravin. Ze speelt handig de partijen tegen elkaar uit en kan zo als maagd het huwelijk met Figaro in. Die krijgt eraan te houden, aan zijn Susanna…
Dan is er nog de page Cherubino, die ineens ontdekt dat hij man aan het worden is en zijn eerste natte droom heeft čn een oogje op de gravin, huishoudster Marcellina die Figaro aan een oude belofte wil houden met haar te trouwen als hij haar niet terug kan betalen, en de gravin die heel goed weet dat haar man haar bedriegt met alles waar een gat in zit (excusez de term, die man is echt vreselijk…) en die de liefde van haar man nieuw leven wil inblazen. Uiteindelijk bedenken Figaro, Cherubino, de gravin en Susanna een valstrik om de graaf op zijn nummer te zetten. Natuurlijk loopt dit niet vlekkeloos: de graaf wordt uiteindelijk verleid door zijn eigen vrouw, vermomd als Susanna Maar: eind goed al goed; Figaro komt er en passant achter wie zijn ouders zijn, zijn bruiloft met Susanna gaat door, en de graaf ziet zich gedwongen, zijn vrouw om vergiffenis te vragen.
Er wordt nogal wat heen er weer gerend, met deuren geslagen, vermomd en ge-mis-interpreteerd. De enscenering heeft dan ook meer iets van John Lanting’s theater van de lach dan van een opera, maar goed, het gaat dan ook om een opera-buffa, een komische opera. Er zitten wonderschone aria’s in: ‘Dove sono’ en ‘Porgi amor’ van de gravin, de sterk seksueel geladen aria ‘Deh, vieni non tardar’ van Susanna, de hitsige aria van de graaf ‘Hai giŕ vinta la causa’ en de aria’s van Cherubino en Figaro: stuk voor stuk topdeunen en juweeltjes van compositietechniek.
Ik heb nog een leuke anekdote tot slot over mijn kleine rolletje destijds in Frankrijk: Barbarina is haar haarspeld verloren en scharrelt over het toneel op zoek naar het ding, ze wil het echt terug hebben, want als het in verkeerde handen valt kan dat zomaar tot nog meer verkeerde conclusies en verbroken relaties leiden. Barbarina is een heel jong meisje en ik was destijds al niet meer piep, maar in de dertig…. Om jeugd te suggereren maakte de regisseur heel handig gebruik van twee dingen: van het nest jonge Bordercollies op het terrein van het kasteel waar wij de opera uitvoerden en van mijn onvoorwaardelijke liefde voor honden. De moeder van de pups stond het toe dat ik iedere avond een pup uit het nest leende (iets om trots op te zijn vond ik toen en vind ik eigenlijk nog steeds: ik krijg altijd meer van een hond gedaan dan de gemiddelde mens). Niet alle pups waren even blij met hun korte opera-carričre: de voorlaatste avond knauwde er eentje met zijn scherpe melktanden zo hard op mijn duim dat hij me tot bloedens toe verwondde. Het deed gemeen zeer en de jurk van Barbarina zat onder het bloed, maar die-hard als ik toen al was, gaf ik geen krimp en zong mijn ariosootje uit. De volgende avond koos ik een andere pup en die gedroeg zich een stuk makker, maar begon tegen het einde van de aria om zijn moeder te blčren. Dat werkte echter bij het publiek op de lachspieren zodat ik ongemeen succes had met mijn gezang…. Ook wel eens fijn, al blijft het succes natuurlijk een beetje twijfelachtig als je het moet ontlenen aan een jonge hond…
Ik heb veel geleerd tijdens die twee uiterst vermoeiende weken, niet alleen over opera, maar ook hoe het is om met 35 man op een veel te kleine, slecht gefaciliteerde camping te staan (dat we er niet cholera of iets gillend anders hebben opgelopen verbaast me heden ten dage nog), . Hoe het is om met ego’s samen te werken en hoe er soms geprofiteerd wordt van zeer gemotiveerde artiesten: wij moesten allemaal betalen om mee te doen aan het project, betalen voor het eten en betalen voor de drankjes na de concerten en vier avonden lang had een volle bak mensen een prachtige avond. Die mensen hadden allemaal flink betaald voor hun kaartje en vrijkaartjes werden niet verstrekt. De meisjes die met mij meereden van Utrecht naar Zuid-Frankrijk peinsden er niet over mee te betalen en lagen achterin te ronken terwijl ik probeerde de route périférique veilg te nemen. Waar het geld is gebleven weet ik niet en toen ik er voorzichtig naar informeerde aan het einde van het project sloegen alle deuren ineens op slot. Heb ik weer: ik ben ook veel te rechtstreeks.
Hoe dan ook: ik draag Le Nozze nog steeds een warm hart toe en dat zal zo blijven.
In het filmpje de introductie naar de opera van de Nederlandse Opera, afgelopen januari. Dan weet u een beetje wat u te wachten staat. Ik denk dat ook Opera Zuid voor een moderne enscenering zal kiezen en daar is bij deze opera eigenlijk niks op tegen. Ik hou er niet zo van, maar ach ik ben slechts uw stukkiesschrijfster….
Linksom of rechtsom
Morgen is het 6 juni. Een gewone zondag in de vroege zomer van 2010. Toch een beetje een bijzondere dag voor mij… In ieder geval een zondag waarop ik, in tegenstelling tot andere zondagen, de wekker moet zetten op vijf voor acht. Om acht uur moet ik achter de computer zitten. Dan gaat mijn radio-programma Vocalies (ja ik mocht dezelfde titel gebruiken als die van de website) van start. Ik kan KempenFM niet via de ether of de kabel ontvangen, daarvoor woon ik te ver van het centrum van de Kempen vandaan. Dus moet ik luisteren via de computer. Dezelfde computer waarmee ik de uitzendingen heb samengesteld en opgenomen, een beetje analoog aan de Vocaliesen op mijn website, de podcasten dus.
En hoewel ik zal weten wat ik ga zeggen (de opname is enige tijd geleden gemaakt en ik heb zelf de teksten ervoor geschreven) zal het toch spannend zijn, even, denk ik… Als ik om negen uur de eerste uitzending heb beluisterd zal ik misschien wel weer mijn bedje opzoeken (als het rotweer is) of mijn heil zoeken op ons terras. En ik durf u niet te garanderen dat ik volgende week, voor aflevering 2 weer klaar zal zitten achter de computer. Iets nieuws went snel.
Twee-en-een-half jaar geleden kwam ik uit Hilversum terug naar Brabant. Geblutst en verrijkt door de ervaringen bij Radio 4. De hoofdredacteur voor wie ik werkte verloren, een illusie armer, omdat presenteren niet voor mijn Brabantse tongval geschikt werd geacht. Mij nooit Brabantser gevoeld dan in die Hilversumse tijd. De tongval werd in eerste instantie als prettig ervaren . Ik was ‘die goedlachse Brabantse’, die slimme tante die veel wist (maar niet alles) van vocale klassieke muziek en die met praktische inslag zich met een aantal dingen binnen de redactie bemoeide en ervoor zorgde dat een en ander wat beter liep. Die een no-nonsense mentaliteit verspreidde en vet-Brabants uit de hoek kon komen om stress te verminderen en de situatie naar de juiste proporties terug te brengen. En dat ging prima, tot ik van mijn poef kwam en wilde gaan presenteren, tot ik ‘lastig’ werd en mijn vinger soms pijnlijk op zere plekken legde. Dat is een kwaliteit, maar ik heb maar zelden gemerkt dat dat als zodanig gehonoreerd werd. Toen was het gauw afgelopen…. Even ruiken aan de anonimiteit van een radio-studio en hoe leuk het is mensen te laten delen in mooie klanken, toen een tijdje niet mogen en toen helemaal niet meer mogen. Afgewezen worden in de meest arrogante mail die ik ooit gelezen heb ‘Je teksten zijn leuk, je stijl is leuk en je muziek is leuk, maar ja, het is nu eenmaal te Brabants en ja dat is leuk voor soepreclames en bierreclames, maar nu eenmaal niet voor Radio 4… Ik hoop dat je het begrijpt…’. Ik begreep het niet en de mail betekende het einde van een nooit begonnen carričre.
Ik keerde terug naar mijn eerdere stiel, secretaresse, en werd door mijn echtgenoot(de hoofdredacteur) gestimuleerd een website te beginnen om tenminste mijn frustraties om te zetten in iets moois. In die website zit dus mijn hart en mijn ziel.
Ik had me er al bij neergelegd dat de klassieke muziek een marginale rol zou spelen in de rest van mijn leven en ik begon al aardig over mijn Hilversums debacle heen te groeien toen iemand in mijn nieuwe werkomgeving luisterde naar mijn podcasts en mij in contact bracht met KempenFM, een van de grotere lokale publieke omroepen in Brabant. Die zochten nog iemand die het hiaat in hun ‘cultuur-programma’s’ wilde vullen met een klassieke uitzending en of ik wilde. Ja ik wilde.
Ik mag mijn gang gaan en alles zeggen (uiteraard binnen de grenzen van fatsoen), ik maak de uitzendingen thuis en zet ze op een server waar de jongens van KempenFM ze afhalen en uitzenden. Thuis is geen radio-studio, maar het is me leuk! En al zullen er geen honderd mensen luisteren, het zullen er altijd meer zijn dan die paar (zeer gewaardeerd overigens) die mijn website bezoeken en wie weet reageert er ook eens iemand die getroffen is door hetgeen ik laat horen en die een verzoek heeft, of een opmerking, Ik hoor ze al brommen daar in Hilverdorp: ‘zit ze eindelijk waar ze thuis hoort… bij de lokalen….’ Maar het kan me niet schelen. Er zijn een boel deuren voor mijn neus dichtgegooid, maar deze is opengedaan en daar zal ik van genieten zolang de gelegenheid zich voordoet. Leve KempenFM!