Actualiteiten

Vocalies 20 is er!!!!

Er is weer zoveel actueels te melden dat u mijn verhaal over de geboorte van Gioacchino Rossini (die vandaag in 1792 geboren is) tegoed houdt tot een later datum. Mijn lief zit bovenop het nieuws en als hij daarin een leuk item tegenkomt voor mij, bestookt hij me met informatie. Een beetje hebt u dus deze stukkies ook aan hem te danken.
Het Koninklijk Concertgebouw Orkest timmert aan de weg. Ze zullen wel moeten, want in deze tijden van crises en vergrijzing mot je wat om nieuw publiek aan je te binden. Heel erg vernieuwend van zichzelf zijn ze daar niet in Amsterdam, dus ik kan me voorstellen dat de machinerie op weg naar modernisering krakend en piepend in beweging aan het komen is. Ik kan me bij die arrogantie ook wel wat voorstellen trouwens: je hebt een van de beste orkesten van Europa, wat zeg ik, ter wereld in je gebouw, je hebt een beeld van een akoestiek en een pracht van een gebouw. De Nederlandse Publieke omroep wringt zich in bochten om alles wat er in je tent gebeurt te verslaan. Je ligt midden in Amsterdam, makkelijk bereikbaar (nou ja makkelijk: parkeren in de buurt kost een godsvermogen, maar er stoppen wel een paar trams en metrolijnen vlak in de buurt) . Waarom zou je je druk maken?

Nou, omdat de kleur grijze hoofden steeds heftiger aanwezig is in de zalen (de jeugd van tegenwoordig is nou niet de hoofdmoot van de concertgebouwbezoekers), omdat de subsidies afnemen in deze moeilijke tijden en omdat de nieuwe media het luisteren naar muziek steeds beter maken, zonder dat je in een concertzaal gaat zitten…. Om maar eens een paar argumenten te noemen. Dus gaan ze daar es wat op verzinnen:

Voor het eerst in de geschiedenis zal de huidige chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouw-orkest op 25 december niet de kerstmatinee leiden. Dit jaar zal niet Janssons, maar Bernard Haitink de kerstmatinee leiden. Haitink was eerder een kwart eeuw lang de vaste dirigent van het KCO. Niet direct een maatregel in de zin van verjonging, maar wel in de zin van populariteit. Ondanks zijn hoge leeftijd is Haitink in begenadigd en bevlogen dirigent, als staat-ie niet bekend als makkelijk. Ik ben benieuwd. Bovendien brengt het KCO het komende seizoen vier wereldpremières, negen Nederlandse premières en tien werken die de musici nog niet eerder hebben gespeeld. Bikkelen dus voor de jongens van het KCO. Ik sla expres een beetje een populistisch toontje aan, want het KCO staat ook al niet bekend om zijn toegankelijkheid. Als alle ellende van deze tijd al een positieve kant heeft dan is dat dat de klassieke musici van hun voetstuk af moeten komen en af moeten dalen naar het gewone leven. Niks mis mee, wellicht brengt het ons dichter bij elkaar….

Daar zal violiste Janine Janssen zeker aan bijdragen, aan dat dichter bij elkaar: die gaat tijdens een concert in het Concertgebouw met het Mahler Chamber Orchestra het orkest leiden vanaf de concertmeestersstoel en tijdens een kinderconcert op Tweede Pinksterdag gaat ze de dialoog aan met de muzikale clown Aleksey Igudesman. Kijk, dat zet zoden aan de dijk: kunnen de kleinkinderen mooi met opa en oma mee naar het concertgebouw….

Nou heb ik alleen nog ruimte voor het volgende: Placido Domingo heeft de Birgit Nilsonprijs gewonnen. 1 miljoen dollar, godbetert… Ik volgde in Salzburg een Masterclass, stond aan een standje ansichtkaarten te kopen en wie stond er naast mij een krantje te scoren: juist, Placido himself. Mijn adem stokte (en dat gebeurt niet gauw, als je zangeres bent….). Ik heb vriendelijk gelachen en…. niks gezegd.

En: op 16 april gaat in Dordrecht een opera in wereldpremière: De waterman. Maar daarover later meer…

Cavalleria Rusticana

In Tilburg gaan ze me toch iets leuks doen! De eenakter Cavalleria Rusticana van Pietro Mascagni wordt er uitgevoerd door studenten van de Fontys Hogeschool. Toegegeven: vroeger moest je niet in Tilburg zijn als het om zang studeren ging, maar tegenwoordig zijn ze erbij hoor, daar in Tilburg. Ze leverden topkandidaten af voor de AVRO-programma’s ‘Op zoek naar Evita’ en ‘Op zoek naar Joseph’ (natuurlijk kauwen ze in Hilversum een succesformuler tot in den treure uit. Waarschijnlijk krijgen we nog een ‘Op zoek naar Maria’, ‘Op zoek naar Norma’ en ‘Op zoek naar Grisabella’. Zullen we een kwisje doen? Welke musicals horen bij de hiervoor staande namen?)

Sorry, een van mijn beruchte zijsporen, terug naar het hoofdspoor: Cavalleria dus. 14 en 15 maart (da’s al best gauw, snel op zoek naar kaarten: www.theaterstilburg.nl) zijn de uitvoeringen. Maar liefst 150 studenten doen er aan mee. Alleen de twee grote rollen zijn min of meer door ouwe rotten in het vak bezet. Die zijn stimmlich dan ook zo zwaar dat je ze beter niet door een niet volgroeide stem kunt laten zingen, ze zouden eronder breken… Alle andere rollen en koor en orkest worden bezet door studenten. Zo ook door een van mijn buurvrouwen uit het projectkoor waar ik wel eens in meezing. Ze had er maar slecht mee: opera moet uit het hoofd en wij zongen in het projectkoor concertant ouwe muziek. Dan mag je lekker je boek voor je neus houden en hoef je niet te acteren en dus ook niet te onthouden wanneer je op moet en welke kant je op moet lopen en meer van dat soort opera-geintjes. Ze blies dat ze het knap vermoeiend vond en vond opera maar niks. Tsja, en dan sta je op mijn tenen.

Kind, zei ik, wees blij dat je geen Ring des Nibelungen hoeft te doen…

Verbijstering was mijn deel: Ring des wat???

Mijn hemel wat motten ze nog veel leren als ze pas twintig zijn en wat word ik een ouwe pr….!

Pietro Mascagni werd geboren op 7 december 1863 als zoon van een bakker. Zijn eerste muziekopleiding kreeg hij in Livorno van Sofredini; hij studeerde verder aan het Conservatorio Giuseppe Verdi in Milaan en had daar onder andere les van Amilcare Ponchielli en Michele Saladino.

Je kunt het aan zijn muziek horen: hij deelde een paar maanden een kamer met Giacomo Puccini.

In 1884 sloot Mascagni zich aan als dirigent bij een rondtrekkend operettegezelschap. Hij was toen al een tijdje aan het opera-componeren. Pas in 1889 had hij er echt succes mee: hij wint met zijn Cavalleria Rusticana een eenakter-wedstrijd. De premiere van de Cavalleria was op 17 mei 1890. Mascagni werd er wereldberoemd mee.

Grote kracht van de Cavalleria is dat hij behoort tot de stroming van het verisme: dat wil zeggen dat het verhaal gaat over gewone mensen, in ‘gewone’ situaties (voor zover je moord en doodslag tot de gewone situaties kunt rekenen, maar u zult begrijpen wat ik bedoel). Het publiek kon zich makkelijker identificeren met deze hoofdrolspelers.

Het verhaal: Turridu, heeft zijn kleine dorp in Sicilië tijdelijk moeten verlaten wegens dienstplicht; als hij terugkomt ontdekt hij dat zijn vroegere verloofde, Lola, nu getrouwd is met Alfio. Hij begint een verhouding met Santuzza, maar kan zijn Lola niet vergeten. Aan het begin van de opera brengt hij een serenade (achter de coulissen, mooi!!!) aan zijn Lola, hij heeft toch weer de nacht met haar gedeeld, nu koetsier Alfio even weg was.

Santuzza komt erachter dat Turridu haar bedriegt en brengt Alfio op de hoogte (bent u er nog?)
De twee mannen komen elkaar tegen in het cafe en Alfio daagt Turridu uit. Die neemt de uitdaging aan en achter het toneel vindt het duel plaats. Als iemand roept: ‘Hanno ammazzato compare Turridu’ (‘ze hebben vriend Turridu vermoord’), zakt Santuzza voor op het toneel in elkaar: ze heeft door haar verraad haar geliefde verloren…

Saillant detail: het slot van de Godfathercyclus speelt zich voor een deel af tijdens en kort na een uitvoering van deze opera. De muziek van Mascagni past fenomenaal bij de laatste dramatische scènes. Ik hield het niet droog toen Al Pacino zijn stervende dochter in zijn armen hield. Hoewel schurk van de bovenste plank had ik vreselijk met hem te doen en de muziek van Mascagni hielp de tranenvloed mee…
In het filmpje de aria ‘Voi lo sapete o mamma’ van Santuzza, hier gezongen door Tatjana Troyanos. Prachtig. Ook hier is trouwens weer heerlijk vergelijkend warenonderzoek te plegen: er staan verschillende uitvoeringen van deze aria op You Tube (waaronder een vreselijke concertante van Agnes Baltsa).

Valentijn

Aflevering 19 van Vocalies staat erop!

14 februari, Valentijnsdag. Pfoe, zult u blazen: middenstandsfeestje. Vooral bloemisten lachen zich kwijt op zo’n dag. En tante Pos natuurlijk…
Is natuurlijk waar, maar ook een beetje azijn-pisserig. Ik hou wel van een beetje romantiek, op zo’n gewone, nog kouwe veertiende februari. En dat je niet weet waar de blommen vandaan komen maakt het leven toch een beetje spannender, of niet soms?

Ter gelegenheid van deze dag zal ik u de enige anekdote vertellen die ik ooit in verband met Valentijn heb meegemaakt én die te maken heeft met klassieke muziek. Op de veertiende februari is er ook weinig anders te beleven, ja de Nederlandse componist Bernard van Bree werd geboren en sopraan Renée Fleming wordt vandaag vijftig, maar ach wat is dat in het licht van mijn anekdote?

Het is Valentijnsdag 1981, het kan ook 1980 geweest zijn. Ik begin net een beetje op stoom te komen met mijn zingen. Vooraan in de twintig, gezond, eager, wat wil je nog meer? En nog denken dat de grote carrière komt en dat de wereld op je zit te wachten.
Mijn verkering met de koordirigent is net uit. We zijn vrienden gebleven, maar dat wist ik toen nog niet. Ik zal mijn eerste grote concert zingen (zo groot was dat niet, maar ach als je net begint…). Ik heb mijn pianoleraar van de muziekschool bereid gevonden het te begeleiden. Ik kon het geweldig met hem vinden: knappe man, heel muzikaal en eindeloos geduld met mijn gehannes op de piano (wat uiteindelijk toch vruchteloos bleek: ik heb nooit fatsoenlijk piano leren spelen, ik denk dat mijn hersenpan er niet op ingericht is). Als je net uit een relatie komt ben je extra gevoelig voor aandacht van anderen, dus ik werd stiekem verliefd op de knappe pianoleraar en zag de belangrijkste blokkade om ooit tot een echte relatie te komen over het hoofd: hij was homofiel.

Voor het concert heb ik een jurk geleend van mijn toenmalige zanglerares. Die was wat forser dan ik (en dat is een understatement), maar een koordje in het midden bracht de oplossing. Het bleef een soepjurk, maar ja als je net begint heb je nog geen garderobe opgebouwd. Ik zal zingen ‘Du sollst der Kaiser meiner Seele sein’ van Robert Stolz (uit Der Favorit). Vol overgave heb ik het geoefend met de pianist. Is ook niet moeilijk om je er helemaal in te storten met die twee vriendelijke ogen achter brillenglas, die boven de vleugel naar je kijken.
Ik sta klaar in de coulissen, te wachten tot ik aan de beurt zal zijn. Naast me staat de tenor van de avond. Hij blijkt de pianist te kennen; hij kijkt me eens onderzoekend aan en ziet de blik waarmee ik richting pianist kijk.
‘Knappe vent he?!’, fluistert hij.
Ik knikt: ‘Met hem erbij is het niet zo moeilijk om je in te leven..’ sis ik terug.
Hij grinnikt, ‘het is maar hoe je het bekijkt, hij is al jaren samen met een vriend…’

De laatste toon van de vorige aria klinkt en het applaus klinkt op als het muntje bij mij valt. Ik krijg een duwtje in mijn rug en leer de harde les van hoe jezelf bij elkaar te rapen in onderdelen van seconden. De ogen kijken andermaal over de vleugel. De wenkbrauwen fronsen en dan komt de bekende vragende blik: ‘kan-ie?’. Ik slik en knik en de eerste tonen van het voorspel klinken terwijl mijn brein op volle toeren draait. Achter mijn ogen sterft mijn illusie en staat mijn overlevingsdrang op. Zingen zal ik… zingen, al is het het laatste wat ik doe. En het lukt. De stem trilt de eerste maten door en komt dan op toeren en voor het eerst merk ik hoe het voelt om een publiek te raken. ‘Das gewisse Etwas’. Het bleek niet genoeg voor een grote carrière, maar goed genoeg om een zaal in de provincie te ontroeren en ik heb geleerd daarmee gelukkig te zijn.

Nu de Valentijnsdag van dit jaar er weer is denk ik terug aan die avond. De tranen kwamen pas toen ik ’s avonds bij de auto stond. De soepjurk draaide onhandig om mijn benen bij het instappen. Mijn tas ging met een zwiep achterin en de coup de grace kwam van de doornen van een enorme bos rode rozen, die ik in mijn kleedkamer gevonden heb en van wie ik tot op de dag van vandaag niet weet van wie ik ze kreeg. Een korte maar hevige verliefdheid eindigde daar op het parkeerterrein en de tranen stroomden. De pianist heeft het nooit geweten. Toen ik zijn geaardheid kende zag ik ineens allerlei signalen die daarop wezen, maar die ik in mijn argeloosheid had genegeerd. Vele jaren later zag ik hem terug en hadden we een geanimeerd gesprek. We hadden meteen de vriendschappelijk-plagerige toon van vroeger te pakken.

In het filmpje de aria ‘Du sollst der Kaiser meiner Seele sein’, mooi gezongen door sopraan Sona Ghazarian.
Klik hier voor de link.

Kroeggesprekken

Zaterdagavond in onze favoriete Bossche kroeg (ik ga u niet zeggen welke, want dan komt u allemaal en dat past er niet in).
Ik draai mijn cognakkie heen en weer in een poging bij te komen van het copieuze diner dat ik zojuist heb genuttigd. Pfoe. Meneer ter linkerzijde heeft met zijn partner van dat moment een intrigerend gesprek over slagwerk. Ik luistervink… je krijgt altijd tips, al luistervinkend… Hij betrekt mij in het gesprek: nou, als het op slagwerk aankomt is Stravinksy toch wel top of the bill, niet?

Nou, zeg ik (ik ben geen Stravinksy-fan) Tsjaikovski kon er ook wat van…

Hij blaast een beetje verachtelijk: Tsjaikovski, nee, die toch niet…

Nou, probeer ik weer: ik heb laatst nog de Fantasie-ouverture Romeo en Julia gehoord en dat is toch wel echt ‘alles-uit-de-kast-muziek’, maar ik vind het bij Tsjaikovski altijd melodieuzer dan bij Stravinsky…

Hij kijkt me eens doordringend aan: Overspeel ik mijn hand en weet u echt iets van klassieke muziek?

Ik lach en probeer niet arrogant te doen: Ja wel, een beetje, maar niet van alle muziek…

Affijn, dat cognakkie werden er twee en tijdens het gesprek over slagwerk vertelde ik dat ik in het Brabantkoor eens vlak achter de slagwerksectie zat en dat ik het zo intrigerend vond wat die daar allemaal deden. We zongen Mahler Drie en daar zit een extra sectie slagwerk in. De eerste pakweg drie kwartier heb je als koor niks te doen en dat was in mijn geval en op de plek waar ik zat niet erg: ik vermaakte mij kostelijk: wat een vakmensen…

De meneer aan de bar noemde Edgard Varése. Die naam deed geen belletjes rinkelen (leuke woordspeling trouwens in dit verband…). Nou had ík mijn hand overspeeld?
Hij had het over het stuk ‘Ionisation’. Dat moest ik es luisteren… dat kwam over je heen als een geluidsgolf.
Thuis, later, eens gejoetjoebt… inderdaad leuk, die geluids-tsunami zie ik niet zo (mischien had ik de boxen niet hard genoeg staan: ik ben zuinig op mijn oren), maar het is wel machtig interessant. In onderstaand filmpje wordt het stuk gedirigeerd door de meester van dit soort muziek: Pierre Boulez. Is weer es wat anders dan vocale muziek en zelfs mijn conservatieve geest kan het waarderen. Dan ook maar eens wat opgezocht over Edgard Varese.

Edgar(d) Victor Achille Charles Varèse wordt geboren in Parijs op 22 december 1883 Zijn oeuvre is zeer beperkt, iets van ruim 3 uur klinkende muziek.
Varèse is bij zijn grootouders opgegroeid in de Bourgogne. Hij heeft een sterke band met zijn grootvader Claude Cortot, een veel hechtere band dan met zijn biologische vader. In 1893 vertrekt het gezin naar Turijn (zonder grootvader). Edgard’s vader wil hem wiskunde en werktuigbouwkunde laten studeren, maar Edgard is vooral geïnteresseerd in muziek en studeert muziektheorie bij Giovanni Bolzoni, piano en speelt slagwerk in het opera-orkest in Turijn. Hij gaat rond 1900 in Parijs studeren. Ook daar compositie, ondanks bezwaren van zijn familie. Eerst bij Albert Roussel en Vincent d'Indy en later bij Charles Marie Widor. In 1907 verhuist hij naar Berlijn, en ontmoet er Ferruccio Busoni, die hem diepgaand zou inspireren. In 1915 gaat Varèse op reis naar de VS, waar hij een revolutionair nieuw werk schrijft: Amériques.
In zijn componeren ‘schaft hij de strijkers af’ en gaat zich op blazers en op nieuw instrumentarium concentreren. In 1926 wordt hij Amerikaan. Rond 1930 schrijft hij ’Ionisation’, waar ik het hierboven over had.

Na de Tweede Wereldoorlog brengt hij zijn elektronische ideeën in de praktijk: ‘Déserts’. Het bestaat uit noten voor een band met elektronisch geprepareerde geluiden. Voor de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel componeert Varèse het ‘Poème Électronique’. Zijn laatste werk is ’Nocturnal’. Hij sterft in New York op 6 november 1965.


Dit is leuk

Soms krijg je midden in de week een tip, waardoor je toch echt een extra stukkie moet schrijven. Kijk naar het filmpje en lach. En kijk een tweede keer en kijk dan maar es goed, want wat deze mevrouw presteert is niet niks, is niet zomaar een lachertje… Zie hoe ze haar techniek in al dat verbale geweld keihard overeind houdt. Niet één keer gaan haar schouders mee in haar ademhaling, haar dictie blijft voorin, haar motor raakt nergens overstuurd. Met hoogte heeft ze ook al geen moeite, kortom, dit is een ZANGERES!
En ze durft zichzelf te zijn en te blijven en het zal haar een worst wezen of haar armen mee-zwaai-armen zijn of niet. En dit kunstje kan ze geheid meerdere keren achter elkaar. Kijk maar uit als u dit thuis gaat proberen na te doen, dikke kans dat u de rest van de week geen pap meer kunt zeggen of zingen…
Pet af en een diepe buiging.

Met dank aan Martin Reuser, die mij tipte!

Tot gauw!

Uw Vocalies

Powered by Pivot - 1.40.5: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed