Vocalies (486) 17 oktober 2018

(Door Marlies)

Vandaag, 17 oktober 2018,  is het een belangrijke dag. Tenor Jonas Kaufmann keert na een afwezigheid van vier jaar
terug naar The Met. Maak u niet druk: u haalt het toch niet meer om erbij te zijn. In één dag naar New York lukt niet,
waarschijnlijk zijn er toch geen kaartjes meer en áls ze er al waren, zijn ze niet te betalen.

U zult het moeten hebben van de pers rondom deze productie van Puccini’s ‘La fanciulla del West’. En van dit stukkie
natuurlijk… grapje…

En: van de film in Pathé op 27 oktober!!!!

Ik las het (zeer Amerikaanse) artikel van Joshua Barone over zijn terugkeer naar de Amerikaanse opera-tempel. Het
gaat (weer) goed met Kaufmann; het waren geen makkelijke jaren de jaren sinds 2014. Scheiding en stemproblemen.
Maar sinds begin 2018 heeft hij geen enkel optreden afgezegd, zo beweert hij. Is niet helemaal waar, want juist bij
The Met zei hij wel degelijk twee optredens af. Van eentje ervan – als ik me goed herinner –  was ook een
Musicogroep het slachtoffer. Maar ja, hij was echt ziek en wat moet je dan als het instrument waar je mee werkt
weigert en als die twee hele kleine stembandjes zeggen: “joh, nu effe lekker niet….”

Mankeer maar eens iets, als gewone sterveling. U en ik weten dat het eerste dat het begeeft je stem is, die ligt het
dichtste bij de ziel en dat hoor je onherroepelijk, ook bij grote profs als Kaufmann.

Hoe dan ook, morgen zal hij weer schitteren. Een van zijn sopranen-collega’s omschrijft zijn talent, zijn ‘Gewisse
Etwas’ als volgt: “Als-ie binnenkomt in de kleedkamers is-ie Jonas. Als-ie op toneel verschijnt is hij Jonas Kaufmann
en is het alsof hij een schakelaar aanzet waardoor hij van binnen uit lijkt te stralen. Het is magisch en het lijkt uit
iedere porie van zijn lichaam te komen…”

Tel daarbij het feit op dat het ‘gewoon’ een verdomd knappe, sexy vent is en je hebt alle ingrediënten voor ‘stardom’
in handen. Dat ‘stardom’ ook een prijs heeft, weten we allemaal.

Wilt u nog gauw effe de plot van La fanciulla?

Het verhaal speelt zich af in de Sierra Madre Mountains van Californië, tijdens het hoogtepunt van de Californische
goldrush.

De opera begint in een saloon, gevuld met ruige, maar goedhartige goudzoekers. Onder hen Ramerrez, een gezochte
crimineel. Minnie is zo’n beetje de ‘moeder’ van de goudzoekers en uiteraard zijn sommigen van hen verliefd op
haar. Bijvoorbeeld Rance, de sheriff. Maar Minnie heeft geen interesse in Rance.

De bendeleden van Ramerrez staan buiten te wachten en de bedoeling is om de saloon te beroven. Dat gaat niet door
omdat Ramerrez hopeloos verliefd wordt op Minnie en de liefde is wederzijds.

Rance arriveert met een aantal kompanen. Ze hebben het spoor van Ramerrez gevolgd tot Minnies blokhut. Minnie’s
liefde voor Ramerrez blijkt sterk: ze neemt hem in bescherming. Ze helpt hem zich schuil te houden en pokert met
Rance om zijn vrijlating. Ze wint het spel omdat ze vals speelt.

Uiteindelijk wordt Ramerrez toch gevangen genomen. Hij wordt – met de strop om z’n nek – op het laatste nippertje
gered door Minnie. De opera eindigt met Minnie en Ramerrez die, met de zegen van alle goudzoekers, op weg gaan
naar een nieuwe en betere toekomst.

Mooie gelegenheid om een fijn YouTube-filmpje op te laden waarin Jonas ‘Ch’ella mì creda libero’ zingt, de mooie
tenor-aria uit La Fanciulla. Het einde is wat abrupt, maar ik koos toch deze versie. Wat een heerlijke aria, met een
‘echte Puccini-handtekening’, ik hoor er Tosca in, en Turandot. En dan te bedenken dat er tijden waren dat ik Puccini
en Verdi niet uit elkaar kon houden (da’s lang geleden hoor…).

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (483) 23 september 2018

(Door Marlies)

Vocalies is weer op het honk. Sinds afgelopen vrijdag terug; zo uit de zomer
van Malta, teruggerold in de herfst van Nederland.

Het was een enerverende week: twee leuke voorstellingen, Verdi’s ‘Aïda’ en
‘Corto Maltese’ van hedendaags componist (en sopraan!) Monique Krüs, en
Malta uitgekamd – met name Valletta.

Leuke gesprekken met mensen uit de groep, goede contacten met plaatselijke
gidsen, waarbij ik een provinciegenoot tegenkwam (al 33 jaar daar aan het
werk!).

Heerlijk gegeten. Als je in Valletta slecht eet is het je eigen schuld: de keuze is
enorm, de prijzen uitermate gunstig en het eten goddelijk… kortom: een plek
om met mijn lief te zijner tijd terug te keren. Op een voorwaarde: we gaan er
niet autorijden. De Maltesers  rijden als heksen op bezemstelen en (oud-
Engelse kolonie) links, a lethal combination!

Aïda – uitgevoerd door Opera Spanga – was geweldig. Regisseur Corina van
Eijk trok het plot naar onze tijd door op de achtergrond geraffineerd
filmbeelden te laten zien van tanks in de woestijn, een verwijzing naar de
oorlogen in het Midden Oosten en naar oorlogen in het algemeen.

Af en toe werkten de soms schokkerige beelden een beetje op de lachspieren,
maar de meeste tijd zat je je in arren moede af te vragen wanneer er nou eens
een kentering komt in dat eeuwige vechten. Er zijn immers alleen maar
slachtoffers en als u en ik dat kunnen constateren, waarom zien de
machthebbers op de wereld dat dan niet? Het is een retorische vraag hoor, een
antwoord is er niet, anders was dat allang gegeven…

Het zouden geen topstemmen zijn die de hoofdrollen zongen, nou dat waren
ze misschien niet, maar ze worden het waarschijnlijk wel. Vooral de rol van
Amneris werd door de Nederlandse mezzo Eva Kroon uitstekend neergezet.
Als altijd had ik meer met de foute Amneris, dan met de goede Aïda. De
vondst van de regisseur om ze alle drie (Radames, Aïda en Amneris) in de
grotten te laten wegkwijnen vond ik een opmerkelijke. Het publiek om mij
heen had er meningsverschillen over, zo merkte ik bij het uitgaan van het
(prachtige!) openluchttheater.

Oorlog speelt ook mee op de achtergrond bij de hedendaagse opera ‘Corto
Maltese’ in het beeldschone theater Manoel in Valletta. Maar dan veel verder
op de achtergrond. De opera is eerder komisch dan dramatisch. Uitgevoerd
door jong talent werd het een wat rommelig geheel met een paar hele mooie
koorwerken (vooral het ‘mijnwerkerskoor’ was prachtig!) en ook hier weer een
mezzo die de boventoon voerde. Wat heb ik plezier gehad met de jonge vrouw
die de  ‘Hosenrolle’ van Rasputin zong. Een natuurtalent.

Tsja, en dan ben je weer thuis en merk je dat je deze keer wel heel weinig hebt
meegekregen van het Internationaal Vocalisten Concours. Winnaar was de
Canadese tenor Josh Lovell; inside-information leert dat hij de loeimoeilijke
aria ‘Ah mon amis’ uit ‘La fille du regiment’ zong.

Ik heb ‘m opgespoord. Zie het filmpje, waar u ook nog even het hoofd van
Dame Kiri te Kanawa in beeld krijgt. Alle hoge noten zijn raak en hij snapt per
woord wat hij zingt. Die komt er wel!

 

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (482) 5 september 2018

(Door Marlies)

Kennudat? Dat je, ééns een zanger, altijd een zanger blijft, ook als je niet meer
echt zingt? Ik val weer eens met de deur in huis, sorry, ik leg het uit.  Ik dacht
deze gedachte deze week toen een van mijn collega’s een opmerking maakte
over klassieke muziek. Op mijn ‘hoofdwerk’ (secretaresse zijn bij een
overheidsorganisatie) worden dat soort opmerkingen niet vaak gemaakt, dus
je moet ze koesteren…

Ik was kaartjes aan het snijden op een snijmachine en onregelmatig maakte
het vlijmscherpe mes een guillotine-achtig geluid. Ik stond al grinnikend aan
de finale van Poulenc’s  ‘Dialogue des Carmelites’ te denken, toen een collega,
eveneens grinnikend, opmerkte, “zeg kan dat niet in de maat… ?” Dat was
mijn opening. Ik vertelde over de bijzonder intrigerende en lugubere finale uit
de enige opera die Francis Poulenc ooit schreef: de zusters uit het klooster
worden een voor een afgevoerd naar de guillotine en Poulenc heeft bijzonder
huiveringwekkend de val van het mes in deze finale verwerkt. Ik hoorde het
stuk ooit terwijl ik in de auto zat en heb de auto stilgezet op een bospad. Ik
kon niet  verder rijden, maar ik kon de radio ook niet uitzetten.

Ik laad een filmpje op waarin de enscenering niet heel erg plastisch is, maar
de val van het blok wel heel duidelijk wordt weergegeven. Er zijn ‘plastischer’
filmpjes, kijk maar op YouTube.

Dat is een lugubere aanleiding tot deze overpeinzingen, meestal zijn de
aanleidingen leuker, dat u zich geen zorgen maakt over mijn geestelijk
welzijn…

Ik kan geen trap oplopen zonder als ik boven ben te denken aan het Laudate
Dominum van Mozart. Het was ooit een oefening: loop een trap op, adem in
op weg naar boven en eenmaal boven aangekomen zing je het begin van dit
prachtige stuk uit de Vespers van Mozart. Als je dat kunt zonder ‘bij te
snappen’, vlak voor ‘Dominum’ ben je een goeie (voetnoot: ik kon het niet;
had altijd ruzie met mijn adem bij Mozart).

 

Ik laad een filmpje op van Cecilia Bartoli, heel veel beter wordt het niet.

In een gebouw waar ik ooit werkte had de lift de twee tonen van een
overmatige kwart (dit is er een voor de muziek-theoretische knagers onder u).
Ik kon het niet laten om de noot die erná komt te zingen als ik de lift in stapte.
Collega’s leerden het af mij er verwonderd over aan te kijken. Ze waren
gewend aan deze ‘gesjeesde sopraan’. Gelukkig heeft de lift in het
appartementencomplex waar ik nu woon maar één toon; hetgeen mij er
overigens niet van weerhoudt om die toon als beginnetje voor ‘welk-lieke-dan-
ook’ te gebruiken…

 

Ik laad een filmpje op met Jose Carreras die ‘Maria’ zingt (uit
West Side Story), daar zit die overmatige kwart namelijk in, let een beetje op
en u herkent ‘m, zelfs als u geen muziektheoretisch knagertje bent. Kijken
naar het filmpje drijft me weer tot tranen. Die aandoenlijke, nog jonge
Carreras en het hoofd van dirigent Bernstein, die beseft dat hij hier iets
geweldigs aan het dirigeren is.

Zo zijn er nog veel meer voorbeelden, als ik er weer eens paar leuke bij elkaar
heb, zal ik u daarvan weer op de hoogte brengen.

Affijn, ik zou mezelf niet tot knettergek verklaren, wel tot prettig gestoord, dat
ik overal, maar dan ook echt overal muziek uit kan halen. Dat heeft vaak
ontroerd op momenten dat dat niet heel goed uitkwam, maar het heeft  me
ook door veel crises gesleept.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (480) 15 augustus 2018

(Door Marlies)

Nederland herademt: na maandenlange droogte plenst het af en toe geweldig.
De regen valt loodrecht naar beneden, alsof iemand ergens een douche-kraan
heeft open gezet; er is nauwelijks wind. Op zoek naar een onderwerp voor een
nieuw blogje stuit ik op het enige moment dat je in de komende tijd wenst dat
het even níet regent: zaterdag 18 augustus, ’s avonds… want dan is er het
slotconcert van het Prinsengracht festival en het is zo lullig als het dan hoost…

Dit jaar een extra leuke cast voor dit concert: de broertjes Jussen spelen en
hebben twee vrienden uitgenodigd: violist Daniel Lozakovich en sopraan
Laetitia Gerards. Met deze laatste is er ook een Brabantse invalshoek: Gerards
werd geboren in Helmond. Allemaal zijn ze aanstormend talent… en een
beetje ook al gearriveerd talent: als je op het Prinsengrachtpodium mag staan
tijdens het slotconcert ben je een goeie!

In het filmpje een klein interviewtje tussen AVROTROS-presentator Hans van
den Boom (‘Boom’ voor intimi, en daar hoor ik nog steeds een klein beetje
bij…) en de broertjes Jussen. Inmiddels (knappe) mannen geworden (de
broertjes bedoel ik….), maar hun ontwapenende kinderlijkheid (en dat bedoel
ik als kwaliteit!) nog niet kwijt geraakt. Ik wens hen toe dat ze die ook
behouden!

Kijken aanstaande zaterdag, buiten is het toch k-weer!

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (479) 1 augustus 2018

(Door Marlies)

Komend weekend mag ik weer eens op stap: vier dagen ben ik met een groep van
Musico in Stockholm. Toen ik er twee jaar geleden was om ongeveer dezelfde
tijd was het er 15 graden. We waren veel buiten, heerlijk weer, maar de jas moest
aanblijven. Dat zal nu wel anders zijn…

Twee prachtige voorstellingen staan ons te wachten, in twee al even mooie
theatertjes: het Theater Confidencen en het Drottningholm Slot-theater behoren
tot de oudste-nog-als-theater-in-gebruik-zijnd in Europa, wat zeg ik, ter wereld!

Ik denk overigens niet dat ze in de vroege 18de eeuw al aan airco deden, dus ik
hou er rekening mee dat een waaiertje geen overbodige luxe zal zijn, de hitte is
nog niet uit de lucht en in Scandinavië is het al net zo warm als hier bij ons.

We beginnen met Orfeo, van Christoph Willibald von Gluck. U kent vast wel het
verhaal: Orfeo verliest zijn grote liefde Euridice aan een slangenbeet en besluit
haar in de onderwereld achterna te reizen en te proberen de goden te vermurwen
haar terug te geven. Dat lukt hem in de oude verhalen niet en ook niet bij álle
componisten, maar bij Gluck wèl. Hij weet met zijn gezang Amor zo te raken dat
die een tweede keer toegeeft en het stel gaat een ‘en-ze-leefden-nog-lang-en-gelukkig’
tegemoet. In Wiesbaden hadden we in 2016 een hele bijzondere enscenering waarin
Orfeo – geholpen door Amor – zelfmoord pleegt; ook een manier om bij zijn geliefde
in de onderwereld te komen. Die enscenering leverde destijds felle discussies en een
bijzonder gesprek op tussen mij en mijn gasten; ik denk dat de enscenering van
zaterdag een meer traditionele zal zijn. Niettemin is kwaliteit verzekerd in de
handen van dirigent Arnold Östman, specialist voor dit repertoire…

Lollig detail over Theater Confidencen? De naam komt van een speciaal
geprepareerde tafel: de tafel werd in de kelder van de grote zaal gedekt, en via
een ingenieus systeem omhoog gehesen. Op die manier hadden de gasten geen
bedienden rond zich, die hun roddel en vertrouwelijke (confidentiële, vat u ‘m?)
praat af konden luisteren. Een vondst voor die tijd. Met social media zou je er
in deze tijd niet meer mee weg komen… Wat zullen die bedienden gebaald hebben…

In Drottningholm gaan we naar ‘Pygmalion’, een korte ballet-opera van Jean
Philippe Rameau. Van choreografie voorzien door een Japanner: Saburo
Teshigawara. Ik ben heel benieuwd, dat zou wel eens een prachtige voorstelling
kunnen  worden. Als het goed gedaan wordt is er niks zo mooi als de combinatie
van hedendaagse choreografie en oude muziek. Op de een of andere wonderlijke
manier is dat een gouden combinatie.

En u kent het verhaal van Pygmalion? De beeldhouwer Pygmalion maakt een
beeld dat zo mooi is dat hij er verliefd op wordt. Na enige verwikkelingen krijgt
Pygmalion zijn zin: het beeld wordt tot leven gewekt. Als het u helpt: de
musical ‘My fair lady’ is losjes op dit gegeven gebaseerd.

Ik laad voor u de mooiste ‘Che faro’ aller tijden op, zowel qua beeld, als qua
geluid. Dame Janet Baker zingt fantastisch hier en de beelden zijn van een
tederheid die tijdloos is en blijft ontroeren.

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (478) 24 juli 2018

(Door Marlies)

Laten we tijdens deze gloeiend hete zomerdagen eens een koeler onderwerp
aansnijden: een festival in november. De grijze maand november, de maand
dat de zomer lang geleden is en de lente nog ver weg. De maand die niet
doorsneden wordt door feesten. De mistige maand, waarin je ’s morgens de
kleine mistdruppeltjes in je wimpers hebt hangen als je van je fiets afstapt
en je baalt dat je handschoenen nog in het gangkastje liggen… Gaat het al
beter met de hittegolven die over u heenslaan dezer dagen of moet ik nog
even doorgaan?

November is niet mijn maand, ik zoek die maand altijd bezigheden die mij
afleiden van de almaar korter wordende dagen en almaar toenemende
kou… Oktober biedt nog alternatieven, die enkele warme dag en de
herfstkleuren. En december biedt kerst (niet dat ik dol ben op kerst, maar
dan is er afleiding) en in januari ben ik jarig en mag ik meestal een weekje
naar de zon en eind januari mag het fietslicht ’s morgens en ’s avonds weer
uit. Maar november…. Bleeeehhhhh!

Vandaar dat ik u even het Brabantse festival ‘Novembermusic 2018
aanbeveel. Aangezien het thema dit jaar veel vocale beloften inhoudt is
het natuurlijk extra leuk!   Van 2 tot en met 11 november in Den Bosch.
Veel fijne Jazz, veel hedendaags vocaal werk en een paar mooie
ouwetjes-in-nieuwe-jasjes. Echt zo’n week om je onder te dompelen in
onze Brabantse hoofdstad met lekker eten, een goed hotel, een leuke kroeg
en veel, heel veel muziek! En als-ie om is, is het alweer 12 november….

 

  1. Laurent Bruning (reply)

    26 juli 2018 at 18:08

    Terwijl het enige voordeel dat een stad als Eindhoven boven Amsterdam heeft nu juist is dat het er een stuk rustiger is. Koninginnedag is al verkloot sinds een of andere maniak bedacht heeft dat Eindhiven de dance-hoofdstad van Nederland moest worden, het ergste soort geluid dat muziek wordt genoemd.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (477) 2 juli 2018

(Door Marlies)

In een Volkskrant vol met ellende en somberte ontwaar ik op zondagmiddag
aan de keukentafel toch nog een (vocaal) klassiek bericht dat de moeite waard
is aan u dóór te vertellen. Niet dat de thematiek van de opera in kwestie (ik
doel op ‘Thijl’, de opera van Jan van Gilse) er nou een is om blij van te
worden, integendeel…., maar het feit dat de opera eens uitgevoerd wordt, is
iets om blij van te worden.

Munne hemel wat een ellende in de wereld. Ik verkeer niet in de vrolijkste
periode van mijn leven, maar het gaat altijd nog veel beter dan wat de krant
presenteert: Trump-ellende, verdwenen jongens in Mexico die nooit meer
terug komen, vaccinatie-ellende, middelbare-school-diploma-ellende en nog
veel meer (volgorde trouwens volstrekt willekeurig). De neiging (die ik altijd
krijg als het mij minder goed gaat) tot mij terugtrekken op een eiland met
mijn favoriete muziek komt weer levensgroot naar boven.

Manlief heeft even alle kranten terzijde geschoven en zit iets vergelijkbaars te
doen als ik op mijn eiland zou doen: hij zit filmmuziek te verzamelen en te
beluisteren en verrast mij met deunen (uitstekend gecomponeerd trouwens!)
van Star Wars, The Thunderbirds (ja echt, weet u nog?, dat was me een partij
slecht vroeger, maar de muziek deugde!) A Space Odyssey, Harry Potter (u
weet wel met dat pingeltje aan het begin…) en ik knap ervan op.

Ik scheur de pagina met de informatie over ‘Thijl’ uit de krant, fl…. de rest bij
het oud papier en zet mij aan dit stukje.

Tisnogalwat, wat ze daar gedaan hebben in Utrecht, maar als iemand het voor
elkaar kan krijgen zijn zij het. Een paar jaar geleden deden ze even zo vrolijk
Wagner in een rijnaak, dus ze weten van aanpakken.

Op de website vindt u de speeldata. Ik grinnik bij het zien van de
openingspagina: de kop van titelrol-zanger Anthony Heidweiller is een
heerlijke slechte. Hij is een oud-studiegenoot en de perfecte persoon voor deze
rol denk ik…

Ik zoek op YouTube en vind daar ook van alles over ‘Thijl’. Ik laad een van de
filmpjes voor u op: ‘Slaet op den Trommele’. Heidweiller maakt één gebaar
terwijl hij op het toneel springt en ik zie hem zo weer voor me in onze lessen
‘Declamatie’ op het Utrechts Conservatorium, ergens tussen 1985 en 1990.
Grappig hoe iemands lichaamstaal bij hem/haar blijft al die jaren…
Geen gemakkelijk repertoire trouwens; het doet oude-muziek-achtig aan,
maar is complex qua toonsoorten…  en het moet goed luid hier en daar, iets
waar Heidweiller in ieder geval in dít filmpje geen moeite mee heeft: hij
dendert moeiteloos dwars door koor, orkest en tromgeroffel heen… heerlijk!

Hoe dan ook: een mooie bestemming voor een zomeruitje, Thijl….

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (476) 29 juni 2018

(Door Marlies)

Het komt er weer aan hoor! Het IVC, oftewel het 52ste Internationaal
Vocalisten Concours voor Opera en Oratorium. Van 7 tot en met 15 september
in Den Bosch gaan de sluizen van de vocale stromen weer open.

Den Bosch verandert twee weken in een klankorgie. Van oudsher logeren veel
kandidaten in en rond Den Bosch bij vrijwilligers. Dus als je door Den Bosch
wandelt heb je niet alleen rond het theater kans dat je een toonladder of een
aria-flard hoort, maar ook verder weg van het theater. Sommige mensen
stellen al jaren vrijwillig hun huis open en er zijn mooie vriendschappen
opgebloeid. Kijk maar eens op de website van het IVC, daar vind u allerlei
informatie. Voor veel zangers is het IVC de start geweest van een interessante
carrière in binnen- en buitenland.

Ook dit jaar is er weer een internationale jury en worden er masterclasses
gegeven, zelfs tot in het concertgebouw in Amsterdam (dat ze in de randstad
maar mooi jaloers op ons zijn (of worden) om zo’n mooi concours in
Brabant!).

En niet alleen zangers in de jury, ook mensen ‘van achter de schermen’ (in de
breedste zin van het woord). Handig om die in de buurt te hebben. Het
verwerven van een zangcarrière wordt immers niet alleen bepaald door het
hebben van een stem, maar ook door de juiste mensen tegenkomen, op het
juiste moment kunnen pieken, weten hoe om te gaan met de druk en je
kunnen presenteren. Een deel van die laatste zaken wordt al min of meer
ondervangen door de niet-zangers in de jury, die hebben een neus voor wat er
in de mode is op dit moment en op wat voor stemtypes de impresario’s van
deze tijd zitten te wachten.

Pfoe, soms ben ik blij dat ik dat allemaal niet (meer) hoef… en gewoon thuis
tweestemmig met de stofzuiger kan zingen, puur voor de lol!

Dus als u net terug bent van vakantie: ga naar Den Bosch en smullen maar!

Op YouTube is er van het vorige concours, het 51ste, van allerlei leuks te
vinden, compleet met een integrale opname van de finaleavond.

Ik laad hier het introductiefilmpje op van vorig jaar. In 8 minuut 50 krijgt u
een aardige indruk van wat het is om een carrière te moeten (mogen?) starten
en hoe allesomvattend en -overheersend zoiets kan zijn.

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (475) 17 juni 2018

(Door Marlies)

Ik mopper wel eens dat er te weinig aandacht is voor klassieke muziek in de
kranten en op social media. De laatste tijd heb ik niks te klagen. Het donderde
en bliksemde even rond Lotte de Beer’s enscenering van Mozart’s ‘Die
Zauberflöte’, maar ik heb de indruk dat die polemiek als een nachtkaarsje is
uitgegaan…

Er stond een flink stuk in ‘ons eigen’ Eindhovens Dagblad over nieuw
aanstormend talent  Laetitia Gerards – al groef het niet erg diep – en in De
Volkskrant over hoe het is om te zingen het koor van de Nationale opera.

Op Facebook ook lekker veel muziek; daar zit ik welbewust in mijn eigen
bubble… ik gebruik Facebook namelijk als ‘feestboek’; hard ander nieuws haal
ik bij bronnen die daartoe toegerust zijn en op Facebook geniet ik van alles
wat collega’s in de klassieke muziek voor elkaar boksen en posten. Ik vind het
prima zo.

En als je echt helemaal niks anders meer te doen hebt is daar nog altijd
YouTube. Ik kook wel eens (niet vaak, manlief doet dat meestal en
overheerlijk…) en heb dan enige minuten over tussen het moment dat het eten
klaar is en de sleutel in het voordeurslot wordt omgedraaid en ik onverwijld
op moet dienen… ik hou van goeie timing… Op zulke momenten zit ik te
surfen op YouTube. Soms op zoek naar nieuwe dingen, soms mezelf
trakterend op dingen waarvan ik al weet dat ze leuk zijn.

Vaak kwam ik uit bij Patty Lupone. Leek een soort van musicalster, maar met
die term doe ik haar zwaar tekort, zo bleek toen ik wat verder zocht,
nondepatatten wat een strot van beton! Die kan alles zingen en ze stoeit met
alle stemtechniek die beschikbaar is: het zaakje over laten slaan, van borst
naar top-register in twee noten, mét lucht (‘gevoileerd’ zeggen wij
zangpedagogen dan sjiek), zónder lucht en messcherp. Ze is door en door
Amerikaans, maar kan alle accenten imiteren, ze danst alsof ze nooit anders
gedaan heeft .

Ik zocht even haar CV op:
Ze is geboren in 1949 en heeft aan de Juilliard School. Ze debuteerde in 1972
al in het theaterstuk ‘The School for Scandal’ en was vanaf dan niet meer van
toneel te slaan.

Ze kreeg een  Tony  voor de hoofdrol in ‘Evita’ en later nog eentje voor haar rol
in de musical Gypsy. Ik kende haar van het gala waarin de tachtigste
verjaardag van Stephen Sondheim gevierd werd.

Haar rol als zangeres wordt in de biografieën die ik las wat onderbelicht…. Het
is een zangeres als een dragonder, munne hemel, wat kan die zingen!

Ik zoek naar een nummer waar dat te horen is en kan maar niet kiezen.
Uiteindelijk toch maar het nummer ‘Have a little Priest’ uit Sweeney Todd,
ook van componist Sondheim. Niet een makkelijke componist om te zingen,
veel tempo-wisselingen, toonsoort-wisselingen, groot qua omvang en hij
houdt weinig rekening met de grenzen en eigenschappen van de menselijke
stem.  Ik probeerde een stukkie na te zingen en kreeg het maar niet zuiver.
Lupone werpt een blik in de camera, zet de knop om en gaat als het
theaterbeest dat ze is voor het beste resultaat en geeft de twee mannen die de
rol van Sweeney Todd dubbelen, vol waar voor hun  geld!

Er zijn ook hele leuke opnamen van haar en Kristin Chenoweth in Bernstein
(verschrikkelijk lastig te zingen) musical ‘Candide’, maar ja een mens moet
kiezen, dus die gaat u lekker zelf surfen!

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (474) 9 juni 2018

(Door Marlies)

Weet u wat het voordeel is van ouder worden…??? Dat je meer verleden hebt!
En dat dat verleden soms in een gesprek ineens om de hoek komt kijken, soms
om naar te spoken, maar soms ook om achteraf nog lang te glimlachen en
dingen in een ander perspectief te zien. Na meer dan twintig jaar doet het
deksel dat je toen op je neus kreeg geen pijn meer en een compliment blijkt
langer te blijven hangen.

Ik zat deze week in mijn hoedanigheid als (soort van) secretaresse met
beleidsambtenaren aan tafel. De sfeer was licht melancholiek: de werkgroep
die om mij heen zat genoot van een laatste diner samen: ze is namelijk
opgeheven, anders ingedeeld, niet meer in deze samenstelling bezig, de focus
is verlegd, de speerpunten veranderd, ze is niet meer geborgd (ieieieiek, die
term zou verboden moeten worden…). Kortom met alle ambtelijke termen op
een stokkie en het stokkie in het vuur: het is afgelopen met deze club. Ze
zullen elkaar in andere samenstellingen nog wel tegenkomen en
samenwerken, maar zoals we hier aan tafel zaten zal dat niet meer gebeuren…

Mijn buurvrouw bij het diner was ook een oud-collega: ergens in 1997 werkten
we samen voor dezelfde gemeente. Ik als eind dertiger die een professionele
zangcarrière in rook had zien opgaan en dus weer ‘gewoon’ aan het werk was
gegaan en zij als beginnend jurist, een stuk jonger nog, aan het begin van haar
loopbaan… We hadden het over ‘ken je die-en-die nog?’ en  ‘wat is er toch van
die-en-die geworden?’ toen ze me aankeek over de rundercarpaccio en zei: “ik
weet nog dat we als collega’s mee geweest zijn naar een concert dat jij in het
gemeentelijk cultureel centrum gaf, met een paar jongere zangcollega’s,
sjonge, wat was ik onder de indruk, zoiets had ik nog nooit gezien of
gehoord… zo’n stem… als ik op TV opera zag zapte ik altijd door, maar dit was
verpletterend…”

Ik kan u nauwelijks uitleggen wat een plezier haar compliment mij deed. Ter
plaatse kon ik het concert nauwelijks nog terughalen, maar later op de avond,
thuis op de bank, kwamen de flarden terug en zat ik nog met een glimlach,
niet van mijn gezicht af te béitelen. Ja, het was een mooi concert geweest…

Ik pak mijn plakboeken zelden van de boekenplank, eigenlijk bijna nooit. Dat
bleek ook uit de spinnenwebben die ik lostrok toen ik het juiste boek
probeerde te grijpen; in drie jaar hebben die beesten flink hun best gedaan…
Wanneer zou het nou toch geweest zijn, dat concert?

Het bleek december 1997 geweest. Meer dan twintig jaar geleden, de foto’s
hielpen, bijna alles van die middag kwam terug. Ook de minder leuke dingen:
de sfeer binnen het adhoc opgerichte gezelschap was in de kleedkamers al niet
goed geweest en de recensie, die – laat ik het tactisch proberen weer te geven
– voor mij ietskes beter uitpakte dan voor de heren tenoren, kwam als een
boemerang terug: ik zou de recensent gekend en beïnvloed hebben, er vielen
harde woorden, het clubke klapte uiteen. Ik leerde toen weer een harde les:
het vak is ook binnen de amateurkringen keihard en niet altijd rechtvaardig –
ik heb namelijk een verdomd goed concert gezongen, toen – en een staande
ovatie krijgen heeft ook een keerzijde.

Het duurde tot in 2011 voor ik definitief besloot dat al die negatieve zaken de
positieve teveel overschaduwden, dat mijn faalangst me nog eens zou
vernietigen als ik niet uitkeek en dus: te stoppen met actief solo-zingen. Het is
een strijd geweest, maar zo’n ‘postuum’ compliment na meer dan 20 jaar is
een geweldige pleister op de wonde… die inmiddels trouwens goed genezen is!

De recensent had het over een ovationele reactie op mijn ‘Pace, pace, mio dio’
uit Verdi’s ‘La forza del destino’ en die doe ik mezelf dus hieronder effe
cadeau… Ik zal u lichtjes beschrijven wat er door je heen gaat als je zo’n aria
zingt, dan is het niet voor niks dat na meer dan twintig jaar het spiergevoel
nog precies terugkomt, ’s avonds op de bank.

Er zijn op YouTube talloze prachtige versies te vinden. Ik koos deze, omdat
James Levine (‘Jimmy’ voor intimi) dirigeert en ik moest glimlachen hoe hij
met een ‘opslag’ meteen het tempo haarfijn voor het orkest vastlegt. Hoezo, 4
tellen vooraf?

Bij het chromatische loopje naar beneden aan het begin leer ik nu nog dat het
geen ruk uitmaakt in welk tempo je de noten als sopraan doet, als je maar
zuiver uitkomt en ongeveer gelijk met het orkest… sopranen vrijheid…

En die prachtige lange Verdi-lijnen , die volkomen organisch komen, als je een
Verdi-zangeres met een fatsoenlijke ademtechniek bent. Gek genoeg lukte het
me bij Mozart nooit om zo’n lijn zonder bij-ademen te zingen en bij Verdi
altijd…

Die mooie pianissimo-noot halverwege? Goed afzetten op je middenrif, hem
dan los laten zweven ergens achter je neus en hem als een parachuterende
boompieper laten landen vóór je op het toneel…

En na het tussenspel op tijd inzetten als er geen Jimmy Levine is om het je
aan te geven?  Gewoon banaal tellen: dat is één… dat is twéé, dat is drie…. Als
je bij tien bent komt de tekst: ‘Misero pane…’ tel maar na! Ik had destijds
trouwens een geweldige pianist (wél vriend gebleven!), die subtiel wachtte tot
ik tot tien geteld had… de meeste sopranen kunnen immers maar tot vier
tellen (grapje, dames, grapje!)

En haal vooral adem vóór de laatste ‘Maledizion!’, die hoge bes staat volgens
mij maar als kwartnoot genoteerd, maar ach, als-ie erop zit voor veel en veel
langer: doen!

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *