Vocalies (498) 22 februari 2019

(Door Marlies)

Tijdens de Musicoreis in Frankfurt dompelen we ons onder in opera: zes
voorstellingen in vier dagen… “Dat kan helemaal niet”, zult u zeggen en dat
klopt: twee avonden gaan we in twee groepen uiteen: een deel gaat naar de
ene opera in de Oper Frankfurt en een ander deel reist naar Wiesbaden voor
de andere opera.

De gasten die op 2 maart naar Wiesbaden gaan krijgen daar ‘Salome’, van
Richard Strauss met ‘onze eigen’ Frank van Aken in de rol van Herodes. Ik
zag de trailer op YouTube en was verkocht. Zonder ook maar iets weg te geven
hebben ze er in Wiesbaden een buitengewoon spannende trailer gemaakt. Ik
wou dat ik het lijntje van sopraan Sera Gösch had… wat een lijf (en er zit geen
spoortje sopranennijd in deze opmerking).

Tenor Frank van Aken zingt de rol van Herodes. Hij begon met studeren aan
het Conservatorium in Utrecht toen ik er net weg was en op de een of andere
manier heb ik hem altijd gevolgd… Hij gaat mijn pad nu niet kruisen, want ik
ga op die avond met het ander deel van mijn groep naar de Oper Frankfurt,
voor ‘Dalibor’, waar ik hier al over schreef…

De rol van Salome is een loei-zware, acterend, zingend en qua psychologische
verwerking. Je maakt het mij niet wijs dat je een paar avonden achter elkaar
rollebollend met het net afgehakte hoofd van Johannes de Doper over het toneel
kunt gaan en er dan géén last van hebt, ’s nachts in je bed…

Ik hoop dat het gezelschap iets doet aan de verwerking van dit soort ervaringen
voor haar zangers, maar ik betwijfel het. Vaak moet je als zanger zelf zorgen voor
de broodnodige psychische bijstand.

Toch maar effe het plot, zo kort mogelijk?

Profeet Johannes de Doper is door koning Herodes  opgesloten. Hij orakelt over
de komst van de verlosser; niemand begrijpt wat hij zegt.

Hij trekt wel de aandacht van de dochter van Herodes, Salomé. Ze is beeldschoon
en nog maar net volwassen, opgegroeid in een verderfelijke omgeving en tot op het
bot verwend, is ze gewend alles te krijgen waar ze haar zinnen op gezet heeft en
ze zoekt de grenzen van die zinnen op… Ze beveelt Johannes uit zijn kerker te laten.

Haar eerste gevoel van afgrijzen verandert snel in aanbidding. Ze wil Johannes
kussen, maar die moet niets van haar hebben. Als Salomé blijft aandringen
vervloekt Johannes haar en keert terug naar zijn kerker.

Herodes heeft incestueuze bedoelingen met Salomé. Ze maakt handig gebruik
van zijn gevoelens door hem te chanteren: ze zal voor hem dansen, maar als
beloning moet hij haar geven wat ze wil. Hij stemt toe en na de dans vraagt ze
om het hoofd van Johannes. Uiteindelijk krijgt ze het hoofd en kan ze de mond
kussen; die mond kan haar nu niet meer weigeren…

Zelfs voor de decadente Herodes is dit te veel en hij beveelt haar te doden.

De opera leent zich natuurlijk voor lekker tegendraadse ensceneringen. Volgens
mij lossen ze het in Wiesbaden goed op en niet al te bloederig, maar ik heb er
versies van gezien die je de haren te berge doen rijzen. Slechts ééntje live
rouwens: ergens einde tachtiger jaren in Amsterdam, toen regisseur Harrie Kupfer,
toch al niet bekend om zijn subtiliteit, het presteerde Salome op handen en
voeten voorover van een glazen trap te laten lopen; het werd een aantal mensen
in de zaal te gek. Er zijn films van de opera. Daar kun je met special effects natuurlijk
een heel eind verder dan op het toneel… nondepatatten, de bloederige ensceneringen
van Lord of the rings zijn er niks bij.

Bij al die discussie zou je bijna vergeten dat het natuurlijk geweldige muziek is,
dit meesterwerk van Richard Strauss en dat het gegeven zich er uitstekend voor
leent de psychologische gelaagdheid van de hoofdrollen uit te diepen.

Hoe dan ook: het wordt een prachtige avond daar in Wiesbaden.

Ik ga hier geen bloederige filmpjes opladen. Ik vond een mooie ‘sluierdans’ van
sopraan Malin Byström, in een regie van Ivo van Hove (!) van de Nationale Opera.
Petje af voor de sopraan. Ze kan zelfs laten zien hoe ze tijdens de dans haar eigen
weerzin overwint en haar emoties inzet om te krijgen wat ze wil. Je ziet de hand
van de regisseur: mooie vondst met de dans op de achtergrond. Ivo van Hove is
een hele grote!

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (497) 20 februari 2019

(Door Marlies)

Dalibor

Nog anderhalve week en het carnavalsgedruis barst weer los. Ik zal er dit jaar niet
veel van merken, hoewel… carnavals-zaterdag ben ik (met de Frankfurtreis van Musico)
even in Mainz. Da’s op carnavals-gebied toch ‘nicht nichts’  in Duitsland, za’k maar
zeggen. De ‘bonte avond’ ‘Mainz bleibt Mainz’ keken wij vroeger nog wel eens op
TV; het heeft me geholpen om (een deel van) de Duitse dialecten ook te verstaan…

De gids van de rondleiding in Mainz (waar we onder meer naar de prachtige kerkramen
van Marc Chagall gaan kijken) heeft ons verzekerd dat we er geen last van zullen
hebben en ik heb geen hekel aan de goeie vrolijkheid van carnaval, hou me in de gaten,
vóór je het weet ben ik in de vrolijkheid van een polonaise verdwenen (grapje…).

Wat we tijdens onze Frankfurtreis vooral gaan doen is ons onderdompelen in opera:
La forza (Verdi), Carmen (Bizet), een ‘double bill’ van Weill en Brecht, Salome van
Richard Strauss en Dalibor van Bedrich Smetana… Watte? Dalibor van Bedrich
Smetana… nooooit van gehoord…

De enige opera die ik kende van Smetana is ‘Die Verkaufte Braut’, leuke en energieke
muziek, maar geen hoogvlieger. De titel ‘Dalibor’ zei me niks. Rap aan het zoeken,
wat een leuk werk heb ik toch…

De opera is geschreven voor de opening van het Neustädter Theater en had weinig
succes omdat-ie teveel beïnvloed zou zijn door Duitse stromingen (vooral Wagner);
de stemming was in die tijd in Praag niet zo pro-Duits en dan zeg ik het netjes…
Smetana had de Leit-motiv-techniek van Wagner overgenomen én de taal van de
opera was Duits. Smetana leed onder deze kritiek. Tot aan zijn dood in 1884 is dit werk
zijn grootste zorgenkind, maar ook meest geslaagde werk.

De Tsjechische ridder Dalibor (de naam betekent overigens zoiets als: hij die ver weg
strijdt…) staat terecht voor de koning voor moord op een tiran: graaf Ploskovice.
Tijdens de rechtszaak benadert de koning Milada, zuster van de graaf; zij eist de
executie van Dalibor.
Later realiseert ze zich dat ze verliefd op Dalibor geworden is. Ze zet een plan op om
hem te bevrijden.

Uiteindelijk volgt de koning volgt het advies van zijn raadgevers en veroordeelt Dalibor
alsnog ter dood. Vergezeld van haar getrouwen bestormt Milada het kasteel. Ze slagen
erin Dalibor te bevrijden, maar Milada raakt daarbij dodelijk gewond.  Ze sterft in de
armen van Dalibor. Die pleegt zelfmoord en is in de dood verenigd met zijn geliefde.
(In een alternatieve versie wordt Dalibor ge-executeerd vóórdat Milada hem kan redden.)

Dalibor is een rythmisch en harmonische vooruitstrevende opera, die als onderwerpen
zowel elementen van de klassieke bevrijdingsopera in zich heeft als tegen Wagner’s
Lohengrin aanschuurt: een tragisch  eindigende liefdesgeschiedenis tegen de
achtergrond van inktzwarte politieke ontwikkelingen. Een onvergankelijk onderwerp
in opera. Deze laatste alinea zegt trouwens de website van de Oper Frankfurt…

Het is lastig een filmpje te vinden dat ik hier zou kunnen downloaden: op YouTube
vindt u vooral de hele versie (en oude versies) en Oper Frankfurt is ook al niet heel
scheutig met zijn informatie.

Weet u wat: als ik terug ben kom ik erop terug en zal ik u vertellen hoe het was. En
natuurlijk ga ik het hier ook nog hebben over de andere prachtige producties die we
gaan zien tijdens carnaval in Frankfurt!

 

  1. Eef (reply)

    20 februari 2019 at 12:05

    Hoe lang duurt carnaval wel niet in die streek.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (496) 1 februari 2019

(Door Marlies)

Door een heleboel mensen en kranten erop geattendeerd kan ik het niet maken
om níet te schrijven over een van de nieuwste producties van De Nationale
Opera: Juditha Triumphans van Antonio Vivaldi. U kunt er 1, 3, 5 en 7 februari
nog naartoe.

Het waren prachtige uitvoeringen die de afgelopen weken hebben plaatsgevonden.
Een waanzinnig mooi decor, prachtige zang en een intrigerende regie. Alles begeleid
door een geweldig orkest dat dit soort repertoire van haver tot gort kent.

Vivaldi componeerde dit meesterwerk voor de meisjes van het Venetiaanse Ospedale
della Pietà. Hij was dus gewend voor vrouwenstemmen te componeren en deed dat
dan ook uitstekend. Het werk is niet als opera geschreven, maar leent zich uitstekend
voor een scenische uitvoering en regisseur Floris Visser heeft dat uitstekend gedaan.

En dan die prachtige ondertitel van de opera: Moed triomfeert

U kent het verhaal van Juditha? Vast wel. Het is een bloederig verhaal, ik waarschuw
maar alvast:
De Joodse stad Bethulia wordt belegerd door de Assyriërs. Hun legeraanvoerder
Holofernes krijgt bezoek van de mooie Judith, een jonge weduwe. Zij smeekt hem
om medelijden; hij raakt onder haar bekoring. Na een weelderig banket met veel
wijn valt hij in slaap. Judith onthoofdt hem en keert triomfantelijk terug naar Bethulia.

De Franse mezzosopraan Gaëlle Arquez zingt Juditha. Beeldschone vrouw die op
haar goeie momenten als uit steen gehouwen kan kijken…

Ik laad het filmpje van De Nationale opera op, wat een stem die vrouw!

 

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (495) 28 januari 2019

(Door Marlies)

Pfoe, terugkomend van een weekje zon-midden-in-de-winter is er een mer a boire
aan klassiek items om uit te kiezen… De Nationale Opera heeft een nieuwe: Porgy
and Bess (heerlijk repertoire!), de Nederlandse Reisopera waagt zich aan Die Tote
Stadt, De Munt doet een wat wonderlijke combi van Hertog Blauwbaards Burcht
en De Wonderbaarlijke Mandarijn van Béla Bartók en er zijn stukken in de krant
over de revival van Radio 4 (ze lijken het eindelijk een beetje door te hebben, maar
daar zal niet iedereen het mee eens zijn…) en over al dan niet escapades in het
kader van MeToo van dirigenten, waar ik wel wat van kan vinden, maar waar ik
me hier niet aan waag; ik wil het met u hebben over de mooie kanten van de
klassieke muziek.

Hertog Blauwbaards burcht triggerde in mij wat. Ik las als kind het sprookje en
griezelde ervan. Na enig zoeken vond ik het terug in een van de ‘Groot Sprookjes
Boeken’. Dat ik er als kind geen trauma aan heb overgehouden mag een wonder
heten: het is een buitengewoon bloederig en wreed verhaal. Wat te denken van
zinnen als: ‘Daar, op de grond, lagen zes lijken op een rijtje in een plas van bloed…’
Je zal er maar bij uitkomen als jonge, net gehuwde blom. Of ‘Hij greep zijn vrouw
bij de haren en sleepte haar over de grond…’ en als laatste, als Fatima eindelijk
gered is (waar bleven die sufferds van broers zo lang?) ‘de broers waren zo vervuld
van afschuw en walging dat ze de wreedaard met zijn eigen zwaard onthoofdden.
Zo kreeg hij zijn verdiende loon.’ De broers speelden met groot gemak even voor
eigen rechter, maar ja, het is een sprookje hè…

Blijkbaar hebben (de meeste) kinderen een soort ingebouwd mechanisme dat
hun geest beschermt tegen dit soort wrede verhalen – sprookjes zijn vaak wreed – ,
want ik kan me niet herinneren er destijds van wakker te hebben gelegen.

Hertog Blauwbaards burcht van Béla Bartók gaat overigens meer in op het
psychologische aspect van het sprookje en er komt geen bloed aan te pas, wel
geestelijke marteling, minstens even wreed, dunkt mij.

De titel triggerde mij ook omdat we in onze Frankfurt-reis van februari met Musico
een van de avonden een double bill hebben: deze Hertog Blauwbaards burcht en Die
sieben Todsünden van Weil/Brecht.

Bartok heeft er een uiterst subtiel en wreed psychologisch spel van gemaakt, met
maar twee zangers: de hertog en Judith, zijn in dit geval vierde vrouw. De twee
houden van elkaar, maar zijn door geestelijke barrières zo ver van elkaar verwijderd
dat het alleen maar fout kan gaan en dat gaat het ook. Blauwbaards vorige vrouwen
leven nog, maar zijn veranderd in zombies en Judith wacht hetzelfde lot.

Bartok’s muziek wordt naarmate de opera (eenakter!) vordert, steeds beklemmender.
Ik zat naar een stukkie ervan op YouTube te kijken en werd onmiddellijk en bijna
onvoorwaardelijk de muziek ingetrokken. Razendknap gecomponeerd, maar drie
aktes lang kan een mens dit waarschijnlijk niet verdragen. Je moet een sterke geest
hebben (dat moet je als zanger sowieso, maar hier nog eens extra) wil je dit een
aantal keren achter elkaar zingen en er bij overeind blijven. Lange, lange lijnen moet
je kunnen zingen en acteren, waarbij de onderstroom van je energie dóór moet
blijven gaan om de aandacht vast te houden. Ik ben razend benieuwd wat ze daar
in Wiesbaden mee gaan doen.

Ik laad voor u een filmpje op met Sylvia Sass als Judith en Kolos Kováts als Blauwbaard.
Intrigerende muziek, die onder je huid kruipt…

 

 

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (494) 5 januari 2019

(Door Marlies)

Van de drie opera’s die we tijdens onze kerstreis mochten zien was Antonio
Vivaldi’s ‘La verità in cimento’ de interessantste. Om te beginnen al de titel:
vertaal die maar es ‘dekkend’, dat is al bijna niet te doen… ‘De waarheid
in gevaar’ of ‘De waarheid op de proef gesteld’ komt denk ik het dichtste bij…

Vivaldi was een soort Mozart van zijn tijd in de zin dat hij een veelschrijver

was. Wanneer die man geslapen heeft… En dan is er ook nog eens heel veel
verloren gegaan, vooral van zijn opera’s. Deze wordt weinig uitgevoerd. In het
theater van slot Schwetzingen (een snoepie uit 1753 trouwens!)  hebben ze dit
seizoen Vivaldi als huiscomponist én hadden ze een regisseur die in staat is
gebleken het geheel uit zijn wat oubollige enscenering te halen en naar onze
tijd te plaatsen. Dat gaat niet met alle opera, maar deze leent zich er prima
voor. Het geheel is eigenlijk een soap-serie: ‘The bold and the beautiful’ avant
la lettre za’k maar zeggen.

Ik zal zo kort mogelijk het plot vertellen: puissant rijke vader Mamud (een soort
Eric Forrester voor de soap-knagers onder u) heeft een jaar of twintig geleden

bij zowel bij zijn vrouw als bij zijn minnares gelijktijdig een zoon gekregen. Om
zijn minnares ook ‘een beetje macht’ te geven heeft hij de knapen in de wieg
al verwisseld. Alleen de minnares weet ervan; keje nagaan wat voor een relatie
die met haar zoon heeft gehad, al die tijd… Stomme streek, want zoiets komt
als een boemerang terug. Pa heeft twintig jaar later genoeg wroeging om de
waarheid te willen onthullen, hetgeen minnares in kwestie geen goed idee
vindt (en da’s zachtjes uitgedrukt).

Pa is niet het type dat advies van anderen aanneemt en hij doet zijn onthulling,
met alle gevolgen van dien. De knapen en moeders weten niet waar ze het
zoeken moeten. De moeder ontfutselt een van haar zonen een pistool en de
minnares maakt een giftig drankje voor pa. En dan is er ook nog de minnares,
een opportuniste van het zuiverste water, die op de rijkdom van de erfopvolger
uit is en net zo makkelijk van relatie verandert als ze merkt dat niet de éne, maar
de àndere zoon het fortuin zal erven… Kortom: dikke pret, maar niet heus.

Pa wil nietsvermoedend van de gifbeker drinken en ma zet hem net het pistool
tegen het achterhoofd als het licht uitgaat: einde opera.

Vivaldi hield mij op het puntje van mijn stoel, ondanks de vele, vele noten die hij
nodig heeft om zijn punt te maken. Een loeistrak en loepzuiver spelend orkest
(dat de avond ervóór nog een flink deel van mijn gasten uitstekend had vermaakt
met een instrumentaal Vivaldi-programma) en geweldig zangers.

Ik noem hier alleen David DQ Lee (een van de beide zonen), omdat het te ver
voert ze allemaal te behandelen en omdat hij het counter-tenor zingen naar een
nieuw hoogtepunt tilt. Hij gebruikt namelijk niet alleen het ‘counterdeel’ van zijn
stem, maar ook zijn ‘eigen’ bariton en hij schakelt bijna ‘fretloos’ van zijn laagste
borst-stem naar de hoogste toppen van zijn counter-stem. Pedagogen waarschuwen
countertenoren altijd: kijk uit dat je strottenhoofd niet terugkantelt, want dan
krijg je gekke dingen. Nou, Lee doet dat expres wél, dat terugkantelen en dat levert
huiveringwekkende geluiden op. Ik vond het geweldig! Het leek hem niks te kosten.
Da’s maar goed ook, want acterend werd er (van allemaal trouwens) nogal wat
gevraagd.

Ik laad de trailer van de opera op, want ergens op 1 minuut 38 doet Lee een keer
het kunstje. Op scherm minder indrukwekkend dan wanneer je in de zaal zit.
U kunt dan ook zien hoe geweldig de opera vorm gegeven is en regisseur Yona Kim
legt het zelf ook nog een keer uit.

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (493) 2 januari 2019

(Door Marlies)

Er is geen betere opera om 2018 mee af te sluiten en 2019 mee te beginnen dan
La Cenerentola oftewel Assepoester. Gioacchino Rossini laat zien dat het wel
degelijk wat brengt als je je tijd afwacht, je bescheiden edoch rechtvaardig opstelt,
als je vergevingsgezind kunt zijn. Opportunisme loont niet: de zussen en (vreselijke!)
vader van Assepoester komen er bekaaid af.

Ik wens u dus voordat ik verder ga een 2019 toe als van Assepoester: moge u
– als dat het geval is – uit uw patstelling komen en uw geluk vinden. En als u het
al gevonden hebt: koester het zoals Cenerentola haar prins koestert en wees mild
naar degenen die het allemaal niet begrijpen: ze zijn slechter af dan u en voor
hen komt wellicht ook nog de tijd.

We genoten met volle teugen in Mannheim: vooral de kinderen, die ruim bediend
werden met zotte situaties. Een paar rijen vóór mij zat een klein blond jongetje.
Hij ging tijdens het tweede bedrijf even weg. Die moet plassen, dacht ik; ik zag
hem in gedachten al alleen door het enorme theater dwalen. Een paar minuten later
was hij echter terug en ik zag hem naar zijn moeder een van-plezier-kwispelende-beweging
maken. Zijn geschater ging boven dat van het publiek uit en bereikte – zo te zien aan
Dandini, die de show stal als knecht van de prins – ook de zangers op het toneel.
Het was exemplarisch voor de avond: doldwaze situaties met een sterk
theater-van-de-lach-gehalte: John Lanting moet vanaf zijn wolk vergenoegd hebben toegekeken.

De zang leed er niet onder, onder de vaart die bijna moordend was: Cenerentola
overtuigde vanaf noot één. Vooral de stiefzus Clorinda (Ji Yoon) was hilarisch;
wie nog zegt dat op het gezicht van Aziaten geen emotie zichtbaar is moet naar
haar kijken: geweldig.

Voor mij was de absolute topper knecht Dandini: hij acteerde, sprong en danste,
bespeelde zelfs de bezem-gitaar als een volleerde Elvis en zong daarbij de sterren
van de hemel. De prins bleef een beetje achter bij de rest: zijn coloraturen waren
niet overal even nauwkeurig en tsja, die hoge noten, dat weten we nou wel.

Ik laad het filmpje op van Nationaltheater Mannheim en laat regisseur Cordula
Däuper het zelf even uitleggen; ze heeft geweldig werk verricht!

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (492) 30 december 2018

(Door Marlies)

Soms moet opera schuren, zeggen liefhebbers wel eens. Soms ja, maar niet altijd.
De producties die ik tijdens de kerstdagen met de Musico-groep in Heidelberg
zag schuurden niet, nergens, nooit.

Met bovenstaande regeltjes begon ik mijn berichtje op Facebook een paar dagen
geleden. Ik bedacht dat het ook een mooi beginnetje was voor mijn stukkie over
La Boheme, de eerste opera die we zagen in Mannheim. Zo kunt u nog een beetje
mee nà-genieten.

Voor de zesde keer bracht ik de kerstdagen niet thuis, maar in Duitsland door.
Ik hou niet van het opgelegde pandoer van kerst en met mijn lief ben ik overeengekomen
dat ik de kerstdagen elders doorbreng en dat we met oud en nieuw samen zijn.
Ik ben hem er nog steeds dankbaar voor dat hij zich zo flexibel opstelt.

Goed, La Boheme dus. De enscenering van La Boheme is al decennia lang dezelfde:
in het eerste bedrijf over elkaar heen buitelende bohemiens: dichter Rodolfo,
schilder Marcello, filosoof Colline en componist Schaunard vieren op zolder hun
eigen armoedige kerst. Creatief gaan ze om met de laatste compositie die Schaunard
gemaakt heeft: ze fikken het papier waarop hij staat op in de kachel om het nog een
beetje warm te hebben. Knap gecomponeerd van Puccini en geweldig geacteerd
door de vier mannen, organische en vol vaart. Drie van de vier mannen slaan vervolgens
aan het feesten in een restaurant in de buurt en dichter Rodolfo blijft nog even achter
om een laatste product af te maken. Hij maakt kennis met naaistertje Mimi, in het
laatste stadium van TBC.

In het tweede bedrijf dreigt het noodlot aan alle kanten en in het derde bedrijf
slaat het ongenadig toe: Mimi sterft in een ademtocht. Razendknap gecomponeerd
door Giacomo Puccini. Als altijd heftige emoties, in Heidelberg nog eens extra versterkt
doordat de man die Schaunard speelde tijdens het tweede bedrijf vader werd: hoe
hard en hoe mooi kan het vak zijn.

Ik laad het filmpje op waarin Renata Scotto uitlegt hoe Mimi sterft. Ik heb er niks
aan toe te voegen, hóef er niks aan toe te voegen, zoals zij het uitlegt: dat is de kracht
van opera.

Tot aan de andere kant van 1 januari 2019! Heb een goed en gezond en muzikaal jaar!

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (490) 12 december 2018

(Door Marlies)

Ik weet het wel, ik weet het wel, in deze tijd van fake-news, gele hesjes en zwarte
pieten-discussies moet je social media met een gezonde dosis wantrouwen tegemoet
treden en dus hoor ik mijn neus op te halen voor facebook. Maar dat doe ik niet…

Door consequent berichten te verwijderen die me niet aanstaan heb ik een pagina
waar heel veel (klassieke) muziek op zit en voor de rest mooie natuurfilmpjes,
katten- en honden-gekkigheid en leuke mode. In deze donkere decembermaanden kan
ik me dus laven aan facebook en dat is een goed ding.

Vanochtend viel mijn oog op een heftig  zwaaiende Gustavo  Dudamel, die de ouverture
van Otello dirigeert. Mij hemel, ik wou dat ik een tiende van zijn energie had. Ik werd
er helemaal vrolijk van en mijn baas mag blij zijn, want door één minuut op facebook
mee te swingen met Dudamel kan ik de dag weer aan!

Waar mijn oog ook op viel was de nieuwe productie van ‘Die Tote Stadt’ van Erich
Korngold. De Nederlandse Reisopera heeft zich wat op de hals gehaald, zwaar repertoire
en een hoofdrol waar je u tegen zegt. Ik zoek op hun website en zie de subtitel, die hard
binnenkomt.

“Wie niet kan leven met de dood, heeft geen leven” 

Die tote Stadt is een psychologisch gelaagd en onthutsend liefdesdrama met Hitchcock-achtige
trekken, over Paul die, na het verlies van zijn geliefde Marie, langzaam maar zeker verstrikt
raakt in een droomwereld van obsessies en waanbeelden.

In de handen van regisseur Jakob Peters-Messer wordt deze indrukwekkende opera
een even hartstochtelijk als surrealistisch pleidooi voor rouwverwerking.

Paul kan zijn gestorven vrouw Marie niet vergeten. In melancholie verzonken krijgt
hij hallucinaties, die op het toneel worden verbeeld met Korngold’s subliem georkestreerde
tovermuziek. Hij dwaalt dagdromend door Brugge, voor hem ‘een dode stad’.

In het korte leadertje dat ik oplaad zingt hij een stukje uit de meest bekende aria uit
‘Die Tote Stadt’, ‘Glück das mir verblleb’. Die bruine ogen gaan direct naar je merg, dus
wapen u een beetje als hij zich al zingend naar de camera draait. Zijn stem is precies wat
de rol nodig heeft en hij durft kwetsbaar te zijn; een grote, deze Daniel Frank!

Er is op YouTube veel te vinden over deze intrigerende opera. Surf, maar wees gewaarschuwd;
het is niet een opera waar je voor je lol naar luistert. Louterend misschien, dat wel…
De tour loopt van 8 december tot en met 9 februari. De recensies zijn laaiend enthousiast.
Gaat het zien!

 

  1. John (reply)

    13 december 2018 at 10:48

    Voor een recensie die niet louter juichend is, kan ik iedereen aanraden Opera Gazet te lezen: http://operagazet.be/recensies/recensies-2018-2019/nl/reisopera-die-tote-stadt/

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (489) Leonard Bernstein: A quiet Place 2 december 2018

(Door Marlies)

Als ik dit typ is het 1 december. Dat betekent dat de eerste van mijn drie minst favoriete
maanden van het jaar alweer om is… bravo (alsof het een prestatie is dat de tijd verglijdt…).
Ik ben niet zo van winter en dit jaar minder dan ooit. Maar er is troost: de tijd verglijdt
inderdaad vanzelf en de feestdagen komen eraan, dat leidt af. In januari – als de winter
‘gekeerd’ is en we ons weer in een opgaande lijn bevinden – mag ik naar Kaapverdië, effe
net doen alsof de winter niet bestaat en als we terug komen lengen de dagen alweer.
U merkt het: ik ben er beter in geworden mezelf deze maanden ‘aan de gang’ te houden.

Wat me ook ‘aan de gang’ houdt zijn de stukkies voor Vocalies, alleen vond ik zo weinig
te schrijven de laatste tijd. Heeft misschien ook wel met mijn herfst-winterdipje te maken.
Hoe dan ook: terwijl ik een bietje zat te griepen ging Opera Zuid lustig door met werken
en hadden ze een hedendaagse opera te pakken. Een niet zo bekende ook: ‘A quiet place’
van Leonard Bernstein. Ik heb het dus niet over de horrorfilm met dezelfde titel.

‘A quiet place’ ging in première in juni 1984 aan La Scala in Milaan. Het is Bernstein’s
laatste werk voor de bühne. In 2018 is het 100 jaar geleden dat hij geboren werd en
daarom brengt Opera Zuid zijn opera.

U kunt er nog net naartoe (sorry dus, dat ik er niet eerder over schreef): vanavond gaat-ie
in Sittard, dinsdag 4 december in Utrecht, donderdag 6 december in Breda en zondag 9
december is de laatste voorstelling in – hoe juist voor Opera Zuid – Maastricht, de thuishaven.

‘A quiet place’ vertelt het verhaal van een eigentijds Amerikaans ‘suburban’ gezin dat
worstelt met communicatie, met aanvaarding en met het verwerken van intense emoties
na de tragische dood van een geliefde bij een door alcohol veroorzaakt auto-ongeval.

Bloedmooi en hartverscheurend, schrijft Opera Zuid zelf over deze productie.

Ik zit er wat informatie over bij elkaar te zoeken op YouTube en vind de typische
Bernstein-klanken en behalve drama, ook kleur en savoir vivre… heerlijke productie!
Ik laad het filmpje op met de introductie voor de opera van Opera Zuid zelf: die kunnen het
veel leuker zelf vertellen dan ik het hier kan opschrijven.

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (486) 17 oktober 2018

(Door Marlies)

Vandaag, 17 oktober 2018,  is het een belangrijke dag. Tenor Jonas Kaufmann keert na een afwezigheid van vier jaar
terug naar The Met. Maak u niet druk: u haalt het toch niet meer om erbij te zijn. In één dag naar New York lukt niet,
waarschijnlijk zijn er toch geen kaartjes meer en áls ze er al waren, zijn ze niet te betalen.

U zult het moeten hebben van de pers rondom deze productie van Puccini’s ‘La fanciulla del West’. En van dit stukkie
natuurlijk… grapje…

En: van de film in Pathé op 27 oktober!!!!

Ik las het (zeer Amerikaanse) artikel van Joshua Barone over zijn terugkeer naar de Amerikaanse opera-tempel. Het
gaat (weer) goed met Kaufmann; het waren geen makkelijke jaren de jaren sinds 2014. Scheiding en stemproblemen.
Maar sinds begin 2018 heeft hij geen enkel optreden afgezegd, zo beweert hij. Is niet helemaal waar, want juist bij
The Met zei hij wel degelijk twee optredens af. Van eentje ervan – als ik me goed herinner –  was ook een
Musicogroep het slachtoffer. Maar ja, hij was echt ziek en wat moet je dan als het instrument waar je mee werkt
weigert en als die twee hele kleine stembandjes zeggen: “joh, nu effe lekker niet….”

Mankeer maar eens iets, als gewone sterveling. U en ik weten dat het eerste dat het begeeft je stem is, die ligt het
dichtste bij de ziel en dat hoor je onherroepelijk, ook bij grote profs als Kaufmann.

Hoe dan ook, morgen zal hij weer schitteren. Een van zijn sopranen-collega’s omschrijft zijn talent, zijn ‘Gewisse
Etwas’ als volgt: “Als-ie binnenkomt in de kleedkamers is-ie Jonas. Als-ie op toneel verschijnt is hij Jonas Kaufmann
en is het alsof hij een schakelaar aanzet waardoor hij van binnen uit lijkt te stralen. Het is magisch en het lijkt uit
iedere porie van zijn lichaam te komen…”

Tel daarbij het feit op dat het ‘gewoon’ een verdomd knappe, sexy vent is en je hebt alle ingrediënten voor ‘stardom’
in handen. Dat ‘stardom’ ook een prijs heeft, weten we allemaal.

Wilt u nog gauw effe de plot van La fanciulla?

Het verhaal speelt zich af in de Sierra Madre Mountains van Californië, tijdens het hoogtepunt van de Californische
goldrush.

De opera begint in een saloon, gevuld met ruige, maar goedhartige goudzoekers. Onder hen Ramerrez, een gezochte
crimineel. Minnie is zo’n beetje de ‘moeder’ van de goudzoekers en uiteraard zijn sommigen van hen verliefd op
haar. Bijvoorbeeld Rance, de sheriff. Maar Minnie heeft geen interesse in Rance.

De bendeleden van Ramerrez staan buiten te wachten en de bedoeling is om de saloon te beroven. Dat gaat niet door
omdat Ramerrez hopeloos verliefd wordt op Minnie en de liefde is wederzijds.

Rance arriveert met een aantal kompanen. Ze hebben het spoor van Ramerrez gevolgd tot Minnies blokhut. Minnie’s
liefde voor Ramerrez blijkt sterk: ze neemt hem in bescherming. Ze helpt hem zich schuil te houden en pokert met
Rance om zijn vrijlating. Ze wint het spel omdat ze vals speelt.

Uiteindelijk wordt Ramerrez toch gevangen genomen. Hij wordt – met de strop om z’n nek – op het laatste nippertje
gered door Minnie. De opera eindigt met Minnie en Ramerrez die, met de zegen van alle goudzoekers, op weg gaan
naar een nieuwe en betere toekomst.

Mooie gelegenheid om een fijn YouTube-filmpje op te laden waarin Jonas ‘Ch’ella mì creda libero’ zingt, de mooie
tenor-aria uit La Fanciulla. Het einde is wat abrupt, maar ik koos toch deze versie. Wat een heerlijke aria, met een
‘echte Puccini-handtekening’, ik hoor er Tosca in, en Turandot. En dan te bedenken dat er tijden waren dat ik Puccini
en Verdi niet uit elkaar kon houden (da’s lang geleden hoor…).

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *