Collateral damage van Brabantse CDA-bom kan groter worden 11 november 2019

De twee Brabantse CDA-gedeputeerden Marianne van der Sloot en Renze Bergsma die
vrijdagnacht opstapten worden nog even niet vervangen. Hun taken worden verdeeld
over de vijf andere gedeputeerden.

Vrijdagnacht na de Statenvergadering kondigden beiden hun ontslag aan. Op datzelfde
moment werden hun verklaringen schriftelijk aan de pers uitgedeeld. Dat betekent dus
dat de kroniek van een aangekondigde dood al eerder die avond was geschreven.

In datzelfde bericht stond dat VVD-leider Christophe van der Maat niet opnieuw gaat
onderhandelingen en dat zijn collega’s nog even niet worden vervangen. Alle energie
wordt nu gestoken in het oplossen van de stikstofproblemen en niet in partijpolitiek
gesteggel. Die laatste zijn mijn woorden. Dat was dus ook al eerder besloten. De nacht
was al te ver gevorderd om daar nog over te debatteren. Timing is alles.

De VVD-fractie stuurde afgelopen weekend een lang persbericht waarin dat nog eens
werd bevestigd. Nu de handen uit de mouwen, de poppetjes komen later wel. Wanneer
later is, is de vraag. Het oplossen van de stikstofcrisis kan nog wel een generatie duren,
bij wijze van spreken.

Renze Bergsma was gedeputeerde van veiligheid. Daar gaat de provincie niet over, zijn
aanstelling was een douceurtje voor het CDA. Zijn portefeuille was luxe. Van der Sloot
was gedeputeerde van sport, cultuur en kleine kernen.

Nou wil het geval dat Brabant zichzelf graag profileert als dé sportprovincie van Nederland.
Dan is het wel fijn dat de sportwereld een gedeputeerde heeft die erop toeziet dat het
sportklimaat optimaal blijft.

Brabant loopt op cultuurgebied niet echt voorop. Maar, Brabant is economisch booming
en trekt veel kenniswerkers uit de hele wereld aan. Die strijken vooral neer in Eindhoven
en omgeving en de roep op een breder cultureel aanbod is daar luid. Dan is een cultureel
pleitbezorger in het dagelijks bestuur van de provincie geen luxe.

Kleine kernen zijn er in Brabant te over. Iedereen kent de problemen. Ze lopen leeg en dat
tast de leefbaarheid aan. Een gedeputeerde kan beleid maken om dat te keren.

Drie megaklussen die nu worden ondergebracht bij mensen die de handen vol hebben
aan de stikstofcrisis, het dichtslibbende wegennet, de stagnerende woningbouw en het
op peil houden van de economie.

Omdat een dag maar 24 uur heeft, zal het gat dat de twee gedeputeerden achterlaten veel
groter zijn dan nu lijkt. Oftewel: de collateral damage van de bom die de CDA-fractie gooide
zal wel eens groter kunnen zijn dan nu nog lijkt. Niet alleen de boeren verliezen een vriend,
ook de sportsector, de culturele sector en de Vereniging van Kleine Kernen moeten vrezen.

De vraag is wanneer er een Statenlid opstaat dat zich hardop afvraagt of de coalitiepartijen
onder leiding van de VVD niet misschien toch ergens een poppetje moeten zoeken om te
voorkomen dat straks alleen de automobilisten en ondernemers nog profijt hebben van
het provinciebestuur.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Het CDA en de boeren 19 oktober 2019

Vandaag heb ik voor Omroep Brabant een analyse geschreven over de bom die het
CDA in Brabant onder de coalitie heeft gelegd.

De Brabantse CDA-fractie wil dat de regels die de provincie heeft geformuleerd voor het
landbouwbeleid worden aangepast en zo snel mogelijk in lijn worden gebracht met het
landelijke landbouwbeleid. Dat betekent dat de christendemocraten willen dat de veel
strengere Brabantse regels van tafel gaan.

Het CDA maakte dat vrijdagavond bekend in een persbericht. Fractievoorzitter Ankie de
Hoon wil geen toelichting geven. De collega-politici, de boeren en de media moeten het
er maar mee doen.

De Hoon heeft vrijdag wel met collega’s in Provinciale Staten gesproken, maar het lijkt
erop dat het CDA in het persbericht verder gaat dan in dat gesprek.

Op 11 oktober kondigde De Hoon al aan dat ze met een voorstel zou komen. Nu ze feitelijk
de Brabantse regels van tafel wil is dat een regelrechte bom onder de kersverse coalitie.

De vraag is of De Hoon en haar coalitiepartners het zo hard gaan spelen. De coalitie is na taaie
onderhandelingen tot stand gekomen. Het CDA vocht zichzelf – na jaren langs de kant te hebben
gestaan – binnen en nam genoegen met portefeuilles die door velen worden gezien als pretpakket.
De partij nam er genoegen mee omdat ze zo graag aan de bestuurstafel wilde zitten.

Dat is niet zo gek want aan die tafel kun je invloed uitoefenen en dat blijkt nu wel. Maar hoe
ver ga je?  De andere coalitiepartijen D66, VVD en PvdA, sinds de laatste verkiezingen aangevuld
met GroenLinks, hebben het strenge Brabantse veehouderijbeleid bedacht in weerwil
van boerenprotesten in 2017.

D66, PvdA en GroenLinks zullen niet zo gemakkelijk een krimp geven. De VVD is iets flexibeler.
Er zal nu veel van de lenigheid van de VVD afhangen. VVD-voorman Christophe van der Maat
zal net als tijdens de coalitie-onderhandelingen deze week overuren moeten maken.

De situatie doet in de verte denken aan de discussie over de fusie van Nuenen en Eindhoven.
Toenmalig SP-coalitiepartner zette de boel ook op scherp. Uiteindelijk vond de coalitie een
vluchtweg omdat er in het zicht van de haven nieuwe landelijke regels werden gemaakt waarbij
zo’n fusie nog voor de eindstreep zou kunnen sneuvelen. Na drie vergaderingen besloot de
provincie dat risico niet te nemen en de fusie af te blazen.

Landbouwminister Carola Schouten heeft een pas op de plaats aangekondigd om alle
consequenties van alle stikstofmaatregelen nog eens op ene rijtje te zetten.

Brabant zou daarop kunnen meeliften. Dat betekent in feite uitstel van wat Brabant eigenlijk
wil. Daar ziet met name GroenLinks gedeputeerde Rik Grashoff geen heil in. Maar een adempauze
kan de coalitie redden. Dat is ook wat waard want de onderhandelingen daarover hebben al
aangetoond dat er weinig alternatieven zijn om Brabant eensgezind te besturen. Als er iemand
is die dat weet is het Ankie de Hoon.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De vette grinnik van Johan van den Hout 14 juni 2019

Van alle provinciale Brabantse politici heeft Johan van den Hout mij altijd het meest geïntrigeerd.  Hij was
tot vrijdag gedeputeerde namens de SP. Hij moest weg omdat zijn partij bij de coalitie-onderhandelingen
buiten de boot viel. Dat deed hem pijn, hij had nog wel een tijdje door willen gaan.

Het intrigerende aan de man is dat hij soms zo bot en cynisch was dat ik wel eens het gevoel had dat hij dacht
dat in het Brabantse parlement een Tarantinofilm werd opgenomen, waarin hij de de verteller was. Zijn
gevleugelde uitdrukking aan het adres van de leden van Provinciale Staten was: daar gaat u niet over.

De opmerking viel vrijdag meerdere keren in lovende toespraken aan het adres van Van Hout. Hij werd
gewaardeerd, zoveel werd tijdens zijn afscheid wel duidelijk. Toespraken die hij op een wat slungelige manier
in ontvangst nam. Van den Hout is een man van daden niet van woorden.

Iedereen keek uit naar zijn toespraak. Hij hield zich in. Hij beschouwde vooral het nieuwe bestuursakkoord.
Daar zou hij zo zijn handtekening onder gezet hebben, zei hij. Waarmee hij op een beschaafde manier duidelijk
maakte dat hij en zijn partij niet buitenspel gezet hadden hoeven worden. “Een belangrijke graadmeter om te
weten of je het goed hebt gedaan is als de mensen die na jou komen jouw beleid voortzetten. Als ik naar het
bestuursakkoord kijk, dan denk ik dat ik het goed heb gedaan”, aldus Van den Hout.

Van den Hout was één van de voortrekkers als het gaat om de strenge milieuregels voor de boeren. Dat heeft
zijn populariteit bij de boeren niet vergroot. Toen de boeren met ronkende tractoren voor de deuren van
het provinciehuis daartegen protesteerden, werd in de richting van Van Hout op de man gespeeld.

Het nieuwe bestuursakkoord biedt iets meer soelaas voor sommige boeren, maar de boeren vinden het zelf
een doekje voor het bloeden. “U kunt uw borst natmaken”, waarschuwde hij zijn opvolgers.  Van den Hout:
“U denk dat wij het de afgelopen vier jaar moeilijk hadden nouhhhh . . . .”  Hij vulde de stilte na die opmerking
de meest vette grinnik die ooit in de statenzaal heeft geklonken. Die kwam uit het diepste binnenste
van Van Hout. De nagalm daarvan verdween pas nadat het applaus voor hem over ging in een staande ovatie.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik geloof niet in complotten, maar . . . 13 april 2019

Forum voor Democratie is in Brabant uit de coalitie-onderhandelingen gestapt. De partij van de
klimaatontkenners had gehoopt dat de VVD bij zou draaien en alle milieumaatregelen waar de
liberalen de afgelopen vier jaar hun handtekening onder hebben gezet in de prullenbak zou gooien.

In Brabant zijn ze nu een week of drie aan het onderhandelen. Het ging allemaal prima liet FvD in
een persbericht weten, totdat het klimaat ter sprake kwam. Wetende dat het gat tussen FVD en de
meeste andere partijen op dat terrein niet te overbruggen is, vraag je je af waarom dat onderwerp
pas na drie weken op tafel komt. De informateur en alle partijen aan tafel hadden zich die tijd
kunnen besparen.

Dat is niet gebeurd. Eerst is er drie weken lang gesproken over wat elkaar bindt. Waar hoopt zo’n
informateur dan op. Dat de onderhandelaars elkaar zo gaan waarderen dat ze uiteindelijk elkaar
iets gunnen. Dat is een goeie tactiek, behalve als standpunten van meet af aan onwrikbaar zijn en
iedereen al drie weken geleden op z’n klompen kon aanvoelen dat klimaat een struikelblok
zou worden.

Zeker als je weet dat Forum vooral mee heeft gedaan aan de provinciale statenverkiezingen om straks
zichzelf naar Eerste Kamer te kunnen lanceren. Die partij weet zelf ook wel dat het vooral op gebied
van klimaat nooit overeenstemming zou kunnen bereiken, laat staan provinciaal meeregeren. Maar
dat zijn overwegingen die ik hier mag maken maar waar een informateur niet eens aan mag denken.

Ik ben van nature geen complotdenker maar als ik zie dat in drie provincies Forum voor Democratie
ongeveer tegelijkertijd aan de kant is komen te staan, dan begin ik sterk te vermoeden dat er sturing
van bovenaf is geweest.

Behalve de politieke chaos die er door de stemmenwinst van Forum is ontstaan, is er ook sprake van
tijdverlies omdat alle partijen uit berekening, tegen beter weten in of gewoon  uit beleefdheid zijn
blijven praten omdat we dat in Nederland nou eenmaal zo doen. Zelfs Forum dat vindt dat er in
ons land een nieuwe wind moet gaan waaien.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Met de hulp van een god 29 maart 2019

Ook in Brabant zijn donderdag de leden van Provinciale Staten beëdigd.
Ik mocht dat vanaf de perstribune aanschouwen. Het was een plechtig
moment. Al die mannen en vrouwen die trouw aan de grondwet beloofden
en die ondanks hun verschillende standpunten de komende vier jaar
oprecht hun best gaan doen om Brabant volgens hun eigen maatstaven
nog beter te maken.

Het was ook een moment waarop ik meer dan ooit terugdacht aan de
tijd dat ik nog actief was in de protestantse kerk. Ik zat bij de lichte tak
samenwerkte met de Rooms-Katholieken die door onze zware tak
ketters werden gezien. Dat vonden wij een lelijke gedachte van onze broeders
zusters.

In onze kerkelijke gemeente was God vooral liefde. Bij ons werd gelijkheid
voor alle mensen gepredikt. Hulp aan zwakkeren was voor ons vanzelfsprekend,
net als rentmeesterschap.  Wij geloofden niet dat God de aarde had
geschapen, maar wij stonden wel op het standpunt dat je heel zuinig op die
aarde moest zijn want na ons kwam niet de zondvloed maar een hele schare
mensen die ook recht van leven hebben.

Inmiddels ben ik over de kerk anders gaan denken, maar die kernwaarden
koester ik nog zoveel mogelijk.

Donderdag stelde ik vast dat veel Statenleden van Forum voor Democratie en
de PVV niet de belofte aflegden maar de eed: zo waarlijk helpe mij God
Almachtig.  Dat vond ik interessant. Je kunt dus in een god geloven en toch
de deuren sluiten voor mensen die slachtoffer zijn oorlogsgeweld en die in
ons land geborgenheid zoeken. Je kunt dus in een god geloven en tegelijkertijd
mensen die Mohammed als hun profeet zien, verketteren. Je kunt dus in een
god geloven en achter een man aan lopen die met moeilijke woorden pleit
voor een blanke suprematie.

De tijden zijn veranderd sinds ik me het vuur uit de sloffen liep voor de
minderbedeelden.

  1. Carin (reply)

    30 maart 2019 at 12:51

    Mooi gezien en samengevat

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lokale partijen en GroenLinks verleggen mijn focus 23 maart 2018

De Brabantse kiezer heeft gesproken. Lokale partijen en GroenLinks zijn de
winnaars.  De afgelopen week heb ik bij mijn eigen omroep op radio en
televisie regelmatig de ontwikkelingen mogen duiden. De ontwikkelingen
zoals die op dat moment bekend waren. Dat lokale partijen een steeds grotere
rol spelen was een makkelijke voorspelling, dat GroenLinks zo sterk uit de
verkiezingen zou komen had ik eerlijk gezegd niet verwacht.

Tijdens mijn eerste optreden moest ik reageren op een onderzoek waaruit
bleek dat criminaliteit voor de Brabanders het belangrijkste thema was. Zorg
stond op de tweede plaats. In een bijbehorend filmpje bleek die criminaliteit
overigens vooral vandalisme te betekenen, niet moord en doodslag. Dat klonk
mij ook wat logischer in de oren. Mensen lezen graag over zware criminaliteit,
maar het aloude hondenpoepverhaal staat toch iets dichter bij ons aller
belevingswereld.

Omdat ik tot dan toe had gelezen dat zorg, woningbouw en bereikbaarheid
Nederlanders het meest bezig houdt was ik even in de veronderstelling dat
Brabanders een ander referentiekader hebben. Maar toen ik hoorde dat in
heel Nederland de lokale partijen en GroenLinks het afgelopen woensdag
goed hadden gedaan wist ik dat Brabanders helemaal niet uit de pas lopen.

Wat betekenen die winst voor de lokalen en GroenLinks. Daar kun je
eindeloos over speculeren. Waarom ook niet?

Het bevestigt mijn gedachte dat mensen vooral bezig zijn met lokale
aangelegenheden (krijgt onze kerk een nieuwe bestemming of gaat hij plat?).
Lokale politiek is ook bezig met de vraag: blijven we als gemeente zelfstandig
of worden we samengevoegd. Samenvoegen betekent opgaan in een groter
geheel. Dat is onoverzichtelijk terwijl veel mensen al zoveel moeite hebben
met mondialisering. Twintig jaar geleden wezen onderzoeken al uit dat
uitbreiding van Europa er toe leidde dat mensen zich steeds meer in hun eigen
dorp of hun eigen regio terugtrokken. Daar voelen ze zich thuis en geborgen.
Lokale partijen zijn dan een baken waaraan ze zich kunnen vastklampen.

Omdat mensen waarde hechten aan een vertrouwde omgeving kiezen ze voor
mensen die ze kennen. Voor mensen die toezeggen dat ze de straat gaan
opknappen waar de kiezers dagelijks doorheen rijden. Mensen die zeggen dat
er meer huizen worden gebouwd. Samen werken aan het welzijn van het dorp,
dat is wat mensen willen. Volgens mij bedoelen de meeste Brabanders met
samen ook de dorpsbewoners die veertig jaar geleden als arbeidsmigranten
naar Nederland kwamen of – meer recent – vluchtelingen die
oorlogsgebieden achter zich lieten.

Dat GroenLinks zoveel zetels wint betekent volgens mij dat mensen zich
steeds meer bewust worden van milieuproblemen die de aarde bedreigen.
GroenLinks is namelijk bij uitstek de partij die zich daar heel druk over
maakt.

Provinciale Staten van Brabant hebben vorig jaar de aller strengste
maatregelen ooit genomen om uitstoot door veehouderijen aan banden te
leggen. De Q-koortsuitbraak, met ruim zeventig dodelijke slachtoffers, was
voor het provinciebestuur de druppel die de emmer deed overlopen. De
bescherming van mens en milieu tegen vervuiling was de belangrijkste
drijfveer. Volgens mij is er vorig  jaar bij veel Brabanders een kwartje gevallen.

In het provinciehuis hebben ze in ieder geval al lang begrepen dat mensen
banger zijn tijdens een fietstocht door de natuur een dodelijk virus op te lopen
dan voor een verdwaalde kogel uit een pistool van elkaar op leven en dood
bestrijdende drugscriminelen.

Misschien stel ik de zaken iets te optimistisch voor en is mijn vertrouwen in
de mensheid te groot. Maar ik denk wel dat het tijd wordt – ook voor de
media – om eens goed na te denken over wat mensen nou echt bezig houdt.

En misschien moeten we de discussie over de islam, die ons toch al weer
twee decennia in de greep houdt, afsluiten en ons focussen op de toekomst
van de aarde in het algemeen en die van onze dorpen en nazaten in het
bijzonder. Volgens mij is de tijd daar sinds 21 maart 2018 rijp voor.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Hoe politici al jaren undercover gaan 17 maart 2018

(Door Ab Klaassens)

In enkele gemeenten zullen PvdA-kiezers bij de komende
gemeenteraadsverkiezingen vergeefs zoeken naar de PvdA-kandidatenlijst op
het stembiljet. Want in die gemeenten hebben de sociaaldemocraten besloten
om onder een andere naam mee te doen. Dit uit vrees dat het schokkend
kiezersoordeel van maart 2017 over de prestaties van de PvdA-landelijk de
PvdA-plaatselijk als een naschok zou kunnen treffen.

Het doet me denken aan de jaren zeventig van de vorige eeuw toen de PvdA in
de zuidelijke provincies buiten de grotere steden  nauwelijks
vertegenwoordigd was in de gemeenteraden.

De PvdA stelde toen een ‘opbouwwerker’ aan die op basis van de ledenlijst per
gemeente moest gaan onderzoeken of er draagkracht zou kunnen zijn voor
een PvdA-vertegenwoordiging in de gemeenteraad.

In enkele gemeenten lukte het voldoende mensen bij elkaar te praten voor een
vertegenwoordiging van de PvdA in de gemeenteraad. Maar minstens zo vaak
ving de opbouwwerker bot. Want veel PvdA-leden zaten al in een
gemeenteraad, zij het onder de vlag van een lokale partij. Zij wilden onder
geen beding als PvdA-vertegenwoordiger meedoen aan de
gemeenteraadsverkiezingen, vrezend dat ze dan zouden worden afgerekend op
wat hun partijgenoten er in Den Haag van bakten.

In Brabant en Limburg was in die tijd de Katholieke Volkspartij bij
verkiezingen voor de Tweede Kamer of de Provinciale Staten in vrijwel alle
gemeenten de grote winnaar. Maar bij de gemeenteraadsverkiezingen brak de
KVP-aanhang in stukjes. De arbeiders, de middenstanders, de boeren . . . zij
kozen allemaal via lokale groeperingen voor hun eigen kleine deelbelangen.
Conflicten werden zelden openbaar. De compromissen werden gesloten aan
de tap; de raadsvergaderingen waren formaliteiten.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verspilling of: hoe de overheid het journaille in de watten legt 1 maart 2018

Je maakt het allemaal mee bij de lokale omroep. Deze week heb ik zelfs
opgetreden als TV-verslaggever. Dat was de eerste keer in mijn leven.  Ik kom
wel af en toe op TV, maar dat is altijd live in de studio.

Dat ik bij Omroep Brabant niet als TV-verslaggever op pad ga komt omdat
onze verslaggevers veelal zelf alle apparatuur bedienen en zelf monteren en ik
ben niet zo heel handig met techniek. Ik moet het van mijn hoofd hebben, niet
van mijn handen. Bij de lokale omroep Meierij heb je mannetjes voor
camerawerk en montage. In mijn geval was dat een heel goed mannetje.

Ik interviewde een wethouder over verspilling van voedsel. In het kader van
Brabant Europese regio van de Gastronomie. Waarom ik dat als
hoofdredacteur zelf deed? Omdat er zieken waren en er geen keuze was.
Overigens kan ik het elke hoofdredacteur aanraden af en toe het veld in te
trekken, maar dat terzijde.

We verschenen op een persgesprek met lunch. Wij wilden eigenlijk niet mee
lunchen want druk, druk, druk. Maar we ontkwamen er niet aan want er werd
eerst gegeten en daarna pas gesproken. We hadden ons dus niet opgegeven
voor de dis. Dat was geen probleem. De uitbater van het etablissement waar
we te gast waren schoof twee borden bij.

We aten en we aten en aan het eind was de helft van het voortreffelijke voedsel
nog niet op, zelfs niet met twee gezonde kerels extra. Dat gaf mij te denken.
Een overheid organiseert een lunch die zo overvloedig is dat er nog wel vier
mensen mee hadden kunnen heten. Dat heet Brabantse gastvrijheid. Dat is
goed, dat is gezellig, dat is bourgondisch. Zo zijn de Brabantse overheden.
Gastvrij tot het laatste gaatje in de hongerige magen.

Maar als je praat over verspilling dan weet ik wel waar de overheid winst kan
boeken. Vorige week had het Brabants Dagblad een groot verhaal over de
miljoenen die het provinciebestuur uitgeeft aan voedsel voor gasten. Ik schuif
in het provinciehuis een enkele keer aan. Eerlijk is eerlijk, daar kom je niks
tekort maar het kan wel een tandje minder. Je hoeft je niet te profileren met
enorme hoeveelheden als de kwaliteit maar goed is.

Overigens kan het gekker. Ik ben een aantal keren in België op klus geweest.
Daar word je bij de ingang ontvangen met de mededeling: Awel, hier hebt ge
de persmap en daar vind ge ‘t buffet. En als je dan na de overvloedige spijs en
drank (waaronder diverse soorten wijn) nog iets wilde weten dan moest je
maar iemand aanschieten. Als je na de overdaad tenminste niet zelf al
aangeschoten was.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ruud Lubbers 14 februari 2018

Ruud Lubbers is overleden. Ik vond het groot staatsman. Eén keer had het
genoegen hem te interviewen. Dat was halverwege de jaren negentig. Hij was
één van de ondertekenaars van het Brabant Manifest. Een manifest waarin
provinciale en landelijke visionairs een vergezicht schetsen van Brabant in
2050. Het was een radio-interview dat ik later uitschreef. Zijn visie op
Brabant in 2050 is nog steeds actueel. Mijn herinnering.

“Brabant heeft zich sterk geëmancipeerd in het verleden. Ze heeft geleerd een
moderne industriële samenleving te zijn. Vervolgens is de intensieve
landbouw ontstaan. In de tweede helft van deze eeuw ontstond een sterk,
geslaagd Brabant. maar nu gaat het vastlopen: de agrarische sector krijgt

problemen met z’n eigen succes. Ook in de industrie loopt het vast. Wat we
enkele tientallen jaren supermodern vonden is niet meer. We moeten het nu
hebben van informatie- en communicatietechnologie. Dat zijn we nu aan het
leren en we groeien toe naar een nieuw soort samenleving.  En dan zie je het
talent van Brabant om de “wij-houding” te laten varen en zich af te vragen:
hoe staan we als Brabanders eigenlijk in het leven, wat doen we met
modernisering? Maar ook: hoe houden we het leefbaar, hoe houden we de
dingen de moeite waard?”

Brabant als economische macht? “Toen ik jong minister-president was, zei
ik: Nederland is vijftien miljoen mensen en een aardgasbel. Als we naar
2050 kijken zijn er nog steeds mensen, maar zonder aardgas. Wat we wel
hebben is een behoorlijke traditie. Ik had het zojuist over emancipatie. We
hebben nu zelfbewuste, goedopgeleide Brabanders die in staat zijn om
mensen die buiten de boot vallen mee te nemen. Daar ligt de kracht. En de
regio Brabant ligt gunstig. Naar mijn indruk zit Brabant economisch op de
goede toer. De ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie
gaat razendsnel en ik hoop dat Brabanders daar niet te laat mee zijn. Daar
zijn geen aanwijzingen voor, maar je kunt het beter voor zijn.”

Problemen ziet de oud CDA-leider eerder in de agrarische sector. Een sector
waarmee zijn partij, zeker in Brabant, altijd twee handen op één buik was.
Logisch dat Lubbers daar de waarschuwende vinger heft. “Op agrarisch
gebied hebben we de problemen nog niet onder de knie, we worstelen ermee.
Het zou me heel wat waard zijn als enkele mensen met gezag in de
boerenkring de slag kunnen maken naar de toekomst. Honderd jaren
geleden waren boertjes arm. Enkele mensen richtten coöperaties op, we
kregen de Boerenleenbank. Dat is een geweldig succes geworden, maar dat
was in het begin niet zo duidelijk. Mensen dachten aanvankelijk dat het niks
zou worden. Maar de boeren zijn met zelfvertrouwen en een zekere welvaart
uit de put gekomen. Nu, honderd jaar verder, zitten we weer in de
moeilijkheden. Vooral  door de grenzen die het milieu stelt en door de
schaarste aan grond. Nu moeten we de landbouwproductie zodanig
inrichten dat het houdbaar is. ik geloof niet dat dat moeilijker is dan waar
onze grootouders honderd jaar geleden voor stonden. Toen heeft het veel
inspanning gekost om mensen over de streep te trekken en nu is dat eigenlijk
weer zo. Ik zou zo hopen dat er een vonk komt en dat leiders aan de slag
gaan om weer uit de put te komen. Ik vind het verdrietig dat Den Haag op
dit moment kennelijk moet gaan uitmaken wat een houdbare en gezonde
landbouw is. Met respect voor de politiek, maar dat moet niet daar
uitgemaakt worden, dat moet hier uitgemaakt worden en daar moet je
denkkracht voor ontwikkelen.”

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Brabant is verheugd 12 oktober 2017

Toen ik in Brabant kwam wonen onderscheidde ik twee typen mensen
(eigenlijk drie maar uiteindelijk bleken de Bosschenaren toch een aparte
etniciteit). De ene groep bestond uit mensen die hun eigen naad naaiden en
die een lange neus trokken naar de nationale overheid. De andere groep
bestond uit mensen die voortdurend hun vuist verhieven richting ‘Den Haag’.
Ik noem die laatsten de Calimero’s van deze tijd.

Net als nu kregen de hardste schreeuwers ook toen de meeste aandacht met
als gevolg dat het beeld ontstond dat onze provincie voornamelijk bestond uit
mensen die zich achtergesteld voelden. Ondertussen deden de nadennaaiers
onverstoord hun dingetje.

Dat had uiteindelijk tot gevolg dat mijn thuisland  in twee dingen ging
uitblinken. Wij zijn de wietschuur van Europa en de banenmotor van
Nederland. Ondertussen leverden wij ook een blik Olympische topsporters,
maar die waren voor de rest van het land in de eerste plaats Nederlander.

Dat trok de aandacht van het journaille uit de Randstad. Vanzelfsprekend
focuste die zich op het criminele verhaal. Daardoor kantelde het beeld van
onze provincie. We waren niet langer die vriendelijke, bourgondische,
goedlachse, dikbuikige levensgenieters, die we al nooit waren, nee, plotseling
liepen wij allemaal gewapend en met goedgevulde portemonnees over straat
dankzij onze zolder vol wietplantjes.

Ondertussen werkte de gewone Brabander (met dank aan het vocabulaire van
Mark Rutte) zich een slag in de rondte. Daar waar de Randstedelingen zich in
steeds duurdere maatpakken hesen stroopten de Brabanders de mouwen van
hun overall nog wat verder op om geld te verdienen voor de nationale
schatkist. Niemand die de overheid vroeg dankjewel te zeggen.

Eigenlijk is er nu nog maar één sector die klaagt, dat is de culturele sector.
Volgens de kunstenmakers in onze provincie gaat er veel te veel geld naar de
Randstad en veel te weinig naar de regio’s in het algemeen en Brabant in het
bijzonder. We hadden op dat gebied een inhaalslag kunnen maken als we
Culturele Hoofdstad van Europa waren geworden, maar die strijd werd
gewonnen door Leeuwarden. Die hadden namelijk alle Friezen bij de
plannenmakerij betrokken, wij hadden het werk uitbesteed aan Martijn
Sanders, het prototype van een randstedeling, in plaats van te geloven in onze
eigen kracht.

Er was nog wel een smetje, namelijk de veestapel. De laatste jaren ontdekten
we dat het  alsmaar voller proppen van stallen slecht bleek voor mens, dier en
natuur. Dit jaar greep het provinciebestuur keihard in. De boeren stonden op
hun achterste benen, maar het was te laat, ze hadden de strijd van de burgers
allang verloren.

Het nieuwe kabinet heeft geld uitgetrokken voor de sanering van de
varkenshouderij. Rutte c.s. tonen zich ook ijverige oliemannetjes om de
Brabantse banenmotor de komende jaren goed te smeren. Gedeputeerde
Spierings en burgemeester Jorritsma van Eindhoven toonden zich verheugd
over de erkenning die onze provincie krijgt vanuit Den Haag.

Ze trokken – in het openbaar – niet champagneflessen open. Evenmin sloegen
ze hun medebestuurders in het openbaar op de schouders. Ze spraken hun
vreugde uit over de erkenning. Ze deden wat Brabanders doen: ze juichten
met hun handen in hun zakken . . . .

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *