Ik geloof niet in complotten, maar . . . 13 april 2019

Forum voor Democratie is in Brabant uit de coalitie-onderhandelingen gestapt. De partij van de
klimaatontkenners had gehoopt dat de VVD bij zou draaien en alle milieumaatregelen waar de
liberalen de afgelopen vier jaar hun handtekening onder hebben gezet in de prullenbak zou gooien.

In Brabant zijn ze nu een week of drie aan het onderhandelen. Het ging allemaal prima liet FvD in
een persbericht weten, totdat het klimaat ter sprake kwam. Wetende dat het gat tussen FVD en de
meeste andere partijen op dat terrein niet te overbruggen is, vraag je je af waarom dat onderwerp
pas na drie weken op tafel komt. De informateur en alle partijen aan tafel hadden zich die tijd
kunnen besparen.

Dat is niet gebeurd. Eerst is er drie weken lang gesproken over wat elkaar bindt. Waar hoopt zo’n
informateur dan op. Dat de onderhandelaars elkaar zo gaan waarderen dat ze uiteindelijk elkaar
iets gunnen. Dat is een goeie tactiek, behalve als standpunten van meet af aan onwrikbaar zijn en
iedereen al drie weken geleden op z’n klompen kon aanvoelen dat klimaat een struikelblok
zou worden.

Zeker als je weet dat Forum vooral mee heeft gedaan aan de provinciale statenverkiezingen om straks
zichzelf naar Eerste Kamer te kunnen lanceren. Die partij weet zelf ook wel dat het vooral op gebied
van klimaat nooit overeenstemming zou kunnen bereiken, laat staan provinciaal meeregeren. Maar
dat zijn overwegingen die ik hier mag maken maar waar een informateur niet eens aan mag denken.

Ik ben van nature geen complotdenker maar als ik zie dat in drie provincies Forum voor Democratie
ongeveer tegelijkertijd aan de kant is komen te staan, dan begin ik sterk te vermoeden dat er sturing
van bovenaf is geweest.

Behalve de politieke chaos die er door de stemmenwinst van Forum is ontstaan, is er ook sprake van
tijdverlies omdat alle partijen uit berekening, tegen beter weten in of gewoon  uit beleefdheid zijn
blijven praten omdat we dat in Nederland nou eenmaal zo doen. Zelfs Forum dat vindt dat er in
ons land een nieuwe wind moet gaan waaien.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Met de hulp van een god 29 maart 2019

Ook in Brabant zijn donderdag de leden van Provinciale Staten beëdigd.
Ik mocht dat vanaf de perstribune aanschouwen. Het was een plechtig
moment. Al die mannen en vrouwen die trouw aan de grondwet beloofden
en die ondanks hun verschillende standpunten de komende vier jaar
oprecht hun best gaan doen om Brabant volgens hun eigen maatstaven
nog beter te maken.

Het was ook een moment waarop ik meer dan ooit terugdacht aan de
tijd dat ik nog actief was in de protestantse kerk. Ik zat bij de lichte tak
samenwerkte met de Rooms-Katholieken die door onze zware tak
ketters werden gezien. Dat vonden wij een lelijke gedachte van onze broeders
zusters.

In onze kerkelijke gemeente was God vooral liefde. Bij ons werd gelijkheid
voor alle mensen gepredikt. Hulp aan zwakkeren was voor ons vanzelfsprekend,
net als rentmeesterschap.  Wij geloofden niet dat God de aarde had
geschapen, maar wij stonden wel op het standpunt dat je heel zuinig op die
aarde moest zijn want na ons kwam niet de zondvloed maar een hele schare
mensen die ook recht van leven hebben.

Inmiddels ben ik over de kerk anders gaan denken, maar die kernwaarden
koester ik nog zoveel mogelijk.

Donderdag stelde ik vast dat veel Statenleden van Forum voor Democratie en
de PVV niet de belofte aflegden maar de eed: zo waarlijk helpe mij God
Almachtig.  Dat vond ik interessant. Je kunt dus in een god geloven en toch
de deuren sluiten voor mensen die slachtoffer zijn oorlogsgeweld en die in
ons land geborgenheid zoeken. Je kunt dus in een god geloven en tegelijkertijd
mensen die Mohammed als hun profeet zien, verketteren. Je kunt dus in een
god geloven en achter een man aan lopen die met moeilijke woorden pleit
voor een blanke suprematie.

De tijden zijn veranderd sinds ik me het vuur uit de sloffen liep voor de
minderbedeelden.

  1. Carin (reply)

    30 maart 2019 at 12:51

    Mooi gezien en samengevat

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lokale partijen en GroenLinks verleggen mijn focus 23 maart 2018

De Brabantse kiezer heeft gesproken. Lokale partijen en GroenLinks zijn de
winnaars.  De afgelopen week heb ik bij mijn eigen omroep op radio en
televisie regelmatig de ontwikkelingen mogen duiden. De ontwikkelingen
zoals die op dat moment bekend waren. Dat lokale partijen een steeds grotere
rol spelen was een makkelijke voorspelling, dat GroenLinks zo sterk uit de
verkiezingen zou komen had ik eerlijk gezegd niet verwacht.

Tijdens mijn eerste optreden moest ik reageren op een onderzoek waaruit
bleek dat criminaliteit voor de Brabanders het belangrijkste thema was. Zorg
stond op de tweede plaats. In een bijbehorend filmpje bleek die criminaliteit
overigens vooral vandalisme te betekenen, niet moord en doodslag. Dat klonk
mij ook wat logischer in de oren. Mensen lezen graag over zware criminaliteit,
maar het aloude hondenpoepverhaal staat toch iets dichter bij ons aller
belevingswereld.

Omdat ik tot dan toe had gelezen dat zorg, woningbouw en bereikbaarheid
Nederlanders het meest bezig houdt was ik even in de veronderstelling dat
Brabanders een ander referentiekader hebben. Maar toen ik hoorde dat in
heel Nederland de lokale partijen en GroenLinks het afgelopen woensdag
goed hadden gedaan wist ik dat Brabanders helemaal niet uit de pas lopen.

Wat betekenen die winst voor de lokalen en GroenLinks. Daar kun je
eindeloos over speculeren. Waarom ook niet?

Het bevestigt mijn gedachte dat mensen vooral bezig zijn met lokale
aangelegenheden (krijgt onze kerk een nieuwe bestemming of gaat hij plat?).
Lokale politiek is ook bezig met de vraag: blijven we als gemeente zelfstandig
of worden we samengevoegd. Samenvoegen betekent opgaan in een groter
geheel. Dat is onoverzichtelijk terwijl veel mensen al zoveel moeite hebben
met mondialisering. Twintig jaar geleden wezen onderzoeken al uit dat
uitbreiding van Europa er toe leidde dat mensen zich steeds meer in hun eigen
dorp of hun eigen regio terugtrokken. Daar voelen ze zich thuis en geborgen.
Lokale partijen zijn dan een baken waaraan ze zich kunnen vastklampen.

Omdat mensen waarde hechten aan een vertrouwde omgeving kiezen ze voor
mensen die ze kennen. Voor mensen die toezeggen dat ze de straat gaan
opknappen waar de kiezers dagelijks doorheen rijden. Mensen die zeggen dat
er meer huizen worden gebouwd. Samen werken aan het welzijn van het dorp,
dat is wat mensen willen. Volgens mij bedoelen de meeste Brabanders met
samen ook de dorpsbewoners die veertig jaar geleden als arbeidsmigranten
naar Nederland kwamen of – meer recent – vluchtelingen die
oorlogsgebieden achter zich lieten.

Dat GroenLinks zoveel zetels wint betekent volgens mij dat mensen zich
steeds meer bewust worden van milieuproblemen die de aarde bedreigen.
GroenLinks is namelijk bij uitstek de partij die zich daar heel druk over
maakt.

Provinciale Staten van Brabant hebben vorig jaar de aller strengste
maatregelen ooit genomen om uitstoot door veehouderijen aan banden te
leggen. De Q-koortsuitbraak, met ruim zeventig dodelijke slachtoffers, was
voor het provinciebestuur de druppel die de emmer deed overlopen. De
bescherming van mens en milieu tegen vervuiling was de belangrijkste
drijfveer. Volgens mij is er vorig  jaar bij veel Brabanders een kwartje gevallen.

In het provinciehuis hebben ze in ieder geval al lang begrepen dat mensen
banger zijn tijdens een fietstocht door de natuur een dodelijk virus op te lopen
dan voor een verdwaalde kogel uit een pistool van elkaar op leven en dood
bestrijdende drugscriminelen.

Misschien stel ik de zaken iets te optimistisch voor en is mijn vertrouwen in
de mensheid te groot. Maar ik denk wel dat het tijd wordt – ook voor de
media – om eens goed na te denken over wat mensen nou echt bezig houdt.

En misschien moeten we de discussie over de islam, die ons toch al weer
twee decennia in de greep houdt, afsluiten en ons focussen op de toekomst
van de aarde in het algemeen en die van onze dorpen en nazaten in het
bijzonder. Volgens mij is de tijd daar sinds 21 maart 2018 rijp voor.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Hoe politici al jaren undercover gaan 17 maart 2018

(Door Ab Klaassens)

In enkele gemeenten zullen PvdA-kiezers bij de komende
gemeenteraadsverkiezingen vergeefs zoeken naar de PvdA-kandidatenlijst op
het stembiljet. Want in die gemeenten hebben de sociaaldemocraten besloten
om onder een andere naam mee te doen. Dit uit vrees dat het schokkend
kiezersoordeel van maart 2017 over de prestaties van de PvdA-landelijk de
PvdA-plaatselijk als een naschok zou kunnen treffen.

Het doet me denken aan de jaren zeventig van de vorige eeuw toen de PvdA in
de zuidelijke provincies buiten de grotere steden  nauwelijks
vertegenwoordigd was in de gemeenteraden.

De PvdA stelde toen een ‘opbouwwerker’ aan die op basis van de ledenlijst per
gemeente moest gaan onderzoeken of er draagkracht zou kunnen zijn voor
een PvdA-vertegenwoordiging in de gemeenteraad.

In enkele gemeenten lukte het voldoende mensen bij elkaar te praten voor een
vertegenwoordiging van de PvdA in de gemeenteraad. Maar minstens zo vaak
ving de opbouwwerker bot. Want veel PvdA-leden zaten al in een
gemeenteraad, zij het onder de vlag van een lokale partij. Zij wilden onder
geen beding als PvdA-vertegenwoordiger meedoen aan de
gemeenteraadsverkiezingen, vrezend dat ze dan zouden worden afgerekend op
wat hun partijgenoten er in Den Haag van bakten.

In Brabant en Limburg was in die tijd de Katholieke Volkspartij bij
verkiezingen voor de Tweede Kamer of de Provinciale Staten in vrijwel alle
gemeenten de grote winnaar. Maar bij de gemeenteraadsverkiezingen brak de
KVP-aanhang in stukjes. De arbeiders, de middenstanders, de boeren . . . zij
kozen allemaal via lokale groeperingen voor hun eigen kleine deelbelangen.
Conflicten werden zelden openbaar. De compromissen werden gesloten aan
de tap; de raadsvergaderingen waren formaliteiten.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verspilling of: hoe de overheid het journaille in de watten legt 1 maart 2018

Je maakt het allemaal mee bij de lokale omroep. Deze week heb ik zelfs
opgetreden als TV-verslaggever. Dat was de eerste keer in mijn leven.  Ik kom
wel af en toe op TV, maar dat is altijd live in de studio.

Dat ik bij Omroep Brabant niet als TV-verslaggever op pad ga komt omdat
onze verslaggevers veelal zelf alle apparatuur bedienen en zelf monteren en ik
ben niet zo heel handig met techniek. Ik moet het van mijn hoofd hebben, niet
van mijn handen. Bij de lokale omroep Meierij heb je mannetjes voor
camerawerk en montage. In mijn geval was dat een heel goed mannetje.

Ik interviewde een wethouder over verspilling van voedsel. In het kader van
Brabant Europese regio van de Gastronomie. Waarom ik dat als
hoofdredacteur zelf deed? Omdat er zieken waren en er geen keuze was.
Overigens kan ik het elke hoofdredacteur aanraden af en toe het veld in te
trekken, maar dat terzijde.

We verschenen op een persgesprek met lunch. Wij wilden eigenlijk niet mee
lunchen want druk, druk, druk. Maar we ontkwamen er niet aan want er werd
eerst gegeten en daarna pas gesproken. We hadden ons dus niet opgegeven
voor de dis. Dat was geen probleem. De uitbater van het etablissement waar
we te gast waren schoof twee borden bij.

We aten en we aten en aan het eind was de helft van het voortreffelijke voedsel
nog niet op, zelfs niet met twee gezonde kerels extra. Dat gaf mij te denken.
Een overheid organiseert een lunch die zo overvloedig is dat er nog wel vier
mensen mee hadden kunnen heten. Dat heet Brabantse gastvrijheid. Dat is
goed, dat is gezellig, dat is bourgondisch. Zo zijn de Brabantse overheden.
Gastvrij tot het laatste gaatje in de hongerige magen.

Maar als je praat over verspilling dan weet ik wel waar de overheid winst kan
boeken. Vorige week had het Brabants Dagblad een groot verhaal over de
miljoenen die het provinciebestuur uitgeeft aan voedsel voor gasten. Ik schuif
in het provinciehuis een enkele keer aan. Eerlijk is eerlijk, daar kom je niks
tekort maar het kan wel een tandje minder. Je hoeft je niet te profileren met
enorme hoeveelheden als de kwaliteit maar goed is.

Overigens kan het gekker. Ik ben een aantal keren in België op klus geweest.
Daar word je bij de ingang ontvangen met de mededeling: Awel, hier hebt ge
de persmap en daar vind ge ‘t buffet. En als je dan na de overvloedige spijs en
drank (waaronder diverse soorten wijn) nog iets wilde weten dan moest je
maar iemand aanschieten. Als je na de overdaad tenminste niet zelf al
aangeschoten was.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ruud Lubbers 14 februari 2018

Ruud Lubbers is overleden. Ik vond het groot staatsman. Eén keer had het
genoegen hem te interviewen. Dat was halverwege de jaren negentig. Hij was
één van de ondertekenaars van het Brabant Manifest. Een manifest waarin
provinciale en landelijke visionairs een vergezicht schetsen van Brabant in
2050. Het was een radio-interview dat ik later uitschreef. Zijn visie op
Brabant in 2050 is nog steeds actueel. Mijn herinnering.

“Brabant heeft zich sterk geëmancipeerd in het verleden. Ze heeft geleerd een
moderne industriële samenleving te zijn. Vervolgens is de intensieve
landbouw ontstaan. In de tweede helft van deze eeuw ontstond een sterk,
geslaagd Brabant. maar nu gaat het vastlopen: de agrarische sector krijgt

problemen met z’n eigen succes. Ook in de industrie loopt het vast. Wat we
enkele tientallen jaren supermodern vonden is niet meer. We moeten het nu
hebben van informatie- en communicatietechnologie. Dat zijn we nu aan het
leren en we groeien toe naar een nieuw soort samenleving.  En dan zie je het
talent van Brabant om de “wij-houding” te laten varen en zich af te vragen:
hoe staan we als Brabanders eigenlijk in het leven, wat doen we met
modernisering? Maar ook: hoe houden we het leefbaar, hoe houden we de
dingen de moeite waard?”

Brabant als economische macht? “Toen ik jong minister-president was, zei
ik: Nederland is vijftien miljoen mensen en een aardgasbel. Als we naar
2050 kijken zijn er nog steeds mensen, maar zonder aardgas. Wat we wel
hebben is een behoorlijke traditie. Ik had het zojuist over emancipatie. We
hebben nu zelfbewuste, goedopgeleide Brabanders die in staat zijn om
mensen die buiten de boot vallen mee te nemen. Daar ligt de kracht. En de
regio Brabant ligt gunstig. Naar mijn indruk zit Brabant economisch op de
goede toer. De ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie
gaat razendsnel en ik hoop dat Brabanders daar niet te laat mee zijn. Daar
zijn geen aanwijzingen voor, maar je kunt het beter voor zijn.”

Problemen ziet de oud CDA-leider eerder in de agrarische sector. Een sector
waarmee zijn partij, zeker in Brabant, altijd twee handen op één buik was.
Logisch dat Lubbers daar de waarschuwende vinger heft. “Op agrarisch
gebied hebben we de problemen nog niet onder de knie, we worstelen ermee.
Het zou me heel wat waard zijn als enkele mensen met gezag in de
boerenkring de slag kunnen maken naar de toekomst. Honderd jaren
geleden waren boertjes arm. Enkele mensen richtten coöperaties op, we
kregen de Boerenleenbank. Dat is een geweldig succes geworden, maar dat
was in het begin niet zo duidelijk. Mensen dachten aanvankelijk dat het niks
zou worden. Maar de boeren zijn met zelfvertrouwen en een zekere welvaart
uit de put gekomen. Nu, honderd jaar verder, zitten we weer in de
moeilijkheden. Vooral  door de grenzen die het milieu stelt en door de
schaarste aan grond. Nu moeten we de landbouwproductie zodanig
inrichten dat het houdbaar is. ik geloof niet dat dat moeilijker is dan waar
onze grootouders honderd jaar geleden voor stonden. Toen heeft het veel
inspanning gekost om mensen over de streep te trekken en nu is dat eigenlijk
weer zo. Ik zou zo hopen dat er een vonk komt en dat leiders aan de slag
gaan om weer uit de put te komen. Ik vind het verdrietig dat Den Haag op
dit moment kennelijk moet gaan uitmaken wat een houdbare en gezonde
landbouw is. Met respect voor de politiek, maar dat moet niet daar
uitgemaakt worden, dat moet hier uitgemaakt worden en daar moet je
denkkracht voor ontwikkelen.”

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Brabant is verheugd 12 oktober 2017

Toen ik in Brabant kwam wonen onderscheidde ik twee typen mensen
(eigenlijk drie maar uiteindelijk bleken de Bosschenaren toch een aparte
etniciteit). De ene groep bestond uit mensen die hun eigen naad naaiden en
die een lange neus trokken naar de nationale overheid. De andere groep
bestond uit mensen die voortdurend hun vuist verhieven richting ‘Den Haag’.
Ik noem die laatsten de Calimero’s van deze tijd.

Net als nu kregen de hardste schreeuwers ook toen de meeste aandacht met
als gevolg dat het beeld ontstond dat onze provincie voornamelijk bestond uit
mensen die zich achtergesteld voelden. Ondertussen deden de nadennaaiers
onverstoord hun dingetje.

Dat had uiteindelijk tot gevolg dat mijn thuisland  in twee dingen ging
uitblinken. Wij zijn de wietschuur van Europa en de banenmotor van
Nederland. Ondertussen leverden wij ook een blik Olympische topsporters,
maar die waren voor de rest van het land in de eerste plaats Nederlander.

Dat trok de aandacht van het journaille uit de Randstad. Vanzelfsprekend
focuste die zich op het criminele verhaal. Daardoor kantelde het beeld van
onze provincie. We waren niet langer die vriendelijke, bourgondische,
goedlachse, dikbuikige levensgenieters, die we al nooit waren, nee, plotseling
liepen wij allemaal gewapend en met goedgevulde portemonnees over straat
dankzij onze zolder vol wietplantjes.

Ondertussen werkte de gewone Brabander (met dank aan het vocabulaire van
Mark Rutte) zich een slag in de rondte. Daar waar de Randstedelingen zich in
steeds duurdere maatpakken hesen stroopten de Brabanders de mouwen van
hun overall nog wat verder op om geld te verdienen voor de nationale
schatkist. Niemand die de overheid vroeg dankjewel te zeggen.

Eigenlijk is er nu nog maar één sector die klaagt, dat is de culturele sector.
Volgens de kunstenmakers in onze provincie gaat er veel te veel geld naar de
Randstad en veel te weinig naar de regio’s in het algemeen en Brabant in het
bijzonder. We hadden op dat gebied een inhaalslag kunnen maken als we
Culturele Hoofdstad van Europa waren geworden, maar die strijd werd
gewonnen door Leeuwarden. Die hadden namelijk alle Friezen bij de
plannenmakerij betrokken, wij hadden het werk uitbesteed aan Martijn
Sanders, het prototype van een randstedeling, in plaats van te geloven in onze
eigen kracht.

Er was nog wel een smetje, namelijk de veestapel. De laatste jaren ontdekten
we dat het  alsmaar voller proppen van stallen slecht bleek voor mens, dier en
natuur. Dit jaar greep het provinciebestuur keihard in. De boeren stonden op
hun achterste benen, maar het was te laat, ze hadden de strijd van de burgers
allang verloren.

Het nieuwe kabinet heeft geld uitgetrokken voor de sanering van de
varkenshouderij. Rutte c.s. tonen zich ook ijverige oliemannetjes om de
Brabantse banenmotor de komende jaren goed te smeren. Gedeputeerde
Spierings en burgemeester Jorritsma van Eindhoven toonden zich verheugd
over de erkenning die onze provincie krijgt vanuit Den Haag.

Ze trokken – in het openbaar – niet champagneflessen open. Evenmin sloegen
ze hun medebestuurders in het openbaar op de schouders. Ze spraken hun
vreugde uit over de erkenning. Ze deden wat Brabanders doen: ze juichten
met hun handen in hun zakken . . . .

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Boeren 30 juni 2017

Toen ik eind jaren tachtig vanuit de Gelderse biblebelt in Brabant ging
werken ontdekte ik dat de invloed van de kerk op het dagelijks leven hier
minimaal was in vergelijking met wat ik gewend was. Desalniettemin was het
CDA de belangrijkste machtsfactor. Die partij was niet gelieerd aan de kerk
maar aan de invloedrijke boerenorganisatie N.C.B., nu  ZLTO. Voor ons
journalisten was elke scheet die de N.C.B. liet een signaal om de geur daarvan
achterna te gaan. Brabant was een boerenprovincie en dat diende op allerlei
manieren te worden benadrukt.

We zijn dertig jaar verder en als Provinciale Staten van Noord-Brabant
volgende week vrijdag beslissen dat alle oude stallen al in 2022 in plaats van
2028 milieuvriendelijk moeten zijn dan is het gedaan met de invloed van de
boeren. Dan zal na de almachtige God ook de almachtige boer definitief uit
Brabant verdwijnen.

Het is lastig te achterhalen op welk moment de machtige boerenlobby in
Brabant de strijd verloor. Wat meespeelt zijn de uitbraken van varkenspest,
mond-en-klauwzeer en recentelijk de Q-koorts. Opeens drong het besef door
dat veehouderij niet alleen maar koetjes in de wei was, maar boeren en
burgers ziek kon maken. Er kwam een omslag in het denken. Boeren kwamen
onder vuur te liggen. Burgers voerden plotseling de boventoon.

Tot voor een aantal jaren geleden wisten de boeren zich nog beschermd door
het CDA dat een stevige vinger in de politieke Brabantse pap had. Na de
laatste verkiezingen voor Provinciale Staten werd het CDA van het podium
gedrukt. Voor het eerste sinds mensenheugenis viel de partij buiten de boot.
Er zat plotseling geen plattelandsbestuur meer in de toren in Den Bosch, maar
een stadsbestuur. Burgers die op het platteland woonden en klaagden over
stank werden niet langer weggezet als zeurpieten, nee, ze werden gehoord.

Er gebeurde nog iets: de wereld veranderde en daarmee ook Brabant. Boeren
zijn nog steeds van groot economisch belang voor de provincie, maar door
vooral de groei van technologische bedrijven in Zuid-Oost Brabant kwam de
focus van het provinciebestuur veel meer op andere sectoren te liggen. De
maatregelen waar Brabantse boeren nu tegen te hoop lopen heten in het
provinciehuis “transitie veehouderij”.  In feite is het transitie van de gehele
provincie. Sentimenten als: de agrarische sector heeft Brabant groot gemaakt,
spelen geen rol meer.  Brabant lijkt de boeren niet meer nodig te hebben om
een economisch sterke provincie te zijn. Evenmin als voedselvoorziening want
verreweg het grootste deel van de boerenproducten gaat naar het buitenland.

Als  Provinciale Staten volgende week vrijdag het voorstel overnemen dan
hebben de burgers in Brabant het definitief van de boeren gewonnen. Het is
wel het moment waarop die burgers hun verantwoordelijkheid moeten
nemen. Er zijn namelijk nog een paar grote vervuilers, zoals het vliegveld bij
Eindhoven en de dagelijkse files op de Brabantse wegen. Het zijn burgers die
pretvluchten naar zonnige oorden maken en die met geen stok uit hun auto te
krijgen zijn. Het zijn ook de burgers die niet meer willen betalen voor hun
stukje vlees. Daarom zal het volgende week niet meer zijn dan een
Pyrrusoverwinning.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Varkens 15 juni 2017

Het waren twee drukke dagen. Brute dagen, zegt het jongvolk op de redactie
tegenwoordig. Het provinciebestuur maakte woensdag de plannen bekend
voor de toekomst van de veehouderij in Brabant. Dat was journalistiek een
hele operatie voor mij als politiek provincieredacteur van de regionale
omroep. Het is niet alleen maar een verhaal schrijven, maar ook TV- en
radio-items regelen. En dat moet allemaal naast andere werkzaamheden want
wij willen veel met weinig mensen.

Ik bespaar u de details want dat zijn vooral journalistendingetjes. Niet dat u
dat niet zou begrijpen, maar je had er bij moeten zijn om mijn stress te
kunnen voelen.

Een aantal journalisten had het nieuws onder embargo gekregen dus we
konden onze verhalen klaar zetten tot het moment waarop de provincie groen
licht gaf voor publicatie.

Direct daarna belde ik een voorman van de boerenorganisatie ZLTO voor een
reactie. Hij wist dat de beslissing was gevallen maar kende niet de details dus
hij wilde eerst inlezen. Hij had via de provincie inmiddels een dik rapport
gekregen en hij vroeg om een  link van mijn verhaal. We spraken af dat ik een
uur later terug zou bellen.

Het eerste wat hij toen tegen mij zei was dit. “Ik heb je verhaal gelezen en ik
ben heel boos op jou”. Nou kun in je leven duizenden grote en kleine
verhaaltjes schrijven maar zo’n opmerking blijft vervelend. Er ging van alles
door me heen. Had ik het wel goed begrepen? Wat is er mis? Waarom is hij
boos op mij?

“Ik had beloofd dat ik de telefoon zou opnemen als je weer belde, dus dat doe
ik, maar ik ben dus wel heel boos op jou”,  zei hij nog een keer. Schijnbaar had
hij het liefst mijn telefoontje genegeerd.

Waarom dan, vroeg ik. Dat hij boos zou zijn op de provincie kon ik snappen,
maar waarom op mij?

“Nou heb je bij dat verhaal weer een fotootje gezet met varkens die op elkaar
gefrot zijn. Alsof dat tegenwoordig nog gebeurt. Waarom zet je daar nou niet
een foto bij van varkens die netjes in een stal staan. Dat is de werkelijkheid”.

Een uur lang had ik alles gedaan om dat ingewikkelde verhaal begrijpelijk te
maken en dan dit. Maar hij heeft wel een punt dacht ik meteen. Zo’n foto is
het eerste wat mensen zien als ze het verhaal aanklikken. Ik vond het tamelijk
ondoordacht van mezelf dat ik niet een betere foto had gezocht. Ik weet toch
als oude krantenman dat beeld minstens zo belangrijk is als tekst. De
boerenvoorman herinnerde mij er weer eens aan hoe gevoelig zaken liggen en
hoe groot de verantwoordelijkheid is van een massamedium. Ik beloofde dat
ik direct een andere foto zou plaatsen. Daarna ging hij los in zijn
verontwaardiging. Op het provinciebestuur.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Legaliseer wietteelt 1 december 2015

In mijn journalistieke loopbaan zijn er twee constanten waar na veertig jaar
nog nauwelijks beweging in zit. De eerste is de permanente bewoning van
recreatiewoningen, de tweede is gedoe over wietteelt.

Begin jaren zeventig was op de Veluwe, waar ik toen werkte, de kwestie van de
permanente bewoning een heet hangijzer. Dat is het nog steeds. In veertig jaar
hebben generaties lokale politici deze kwestie niet kunnen oplossen.

In diezelfde periode werd het roken van stikkies, zoals dat toen heette, door de
overheid tot probleem gebombardeerd. Vooral in het dorp waar ik werkte was
dat een dingetje. Ik weet nog dat wij bij de krant een tip kregen dat iemand
achter de jongerensoos was gesignaleerd met een joint tussen de lippen. Ik
herinner me zelfs de naam van de jongeman.

De overheid heeft sinds die ene joint in Barneveld het gedoogbeleid bedacht.
Daarmee zijn we van de drup in een stromende regen geraakt. Werden veertig
jaar geleden slechts de goede zeden in een streng gereformeerd dorp bedreigd,
nu is er in Brabant een wietoorlog aan de gang. Compleet met liquidaties en
burgemeesters die bedreigd worden.

Burgemeesters smeken om gecontroleerde wietteelt zodat criminelen de wind
uit de zeilen wordt genomen. Een VNG-commissie maakt zich er sinds deze
week hard voor. De landelijke overheid maakt nog geen bewegingen. Die
beroept zich op Europese regels, terwijl de kogels ons om de oren vliegen en
de kosten van de bestrijding van de wietteelt tot ongekende hoogte zijn
gestegen.

De criminelen anticiperen ondertussen door een industrie op te tuigen van
chemische drugs, voor het geval ze het monopolie op de wietteelt kwijt raken.
Ik denk dat het tijd wordt voor gecontroleerde wietteelt en dat het geld dat nu
wordt gebruikt om zoldertjes met tien plantjes leeg te halen wordt ingezet
voor bestrijding van die veel gevaarlijker pillenindustrie. Maar ik bang dat ik
op de dag van mijn pensionering zal schrijven: tijdens mijn loopbaan waren er
twee constanten . . . . .

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *