Omdat de winter eraan komt, omdat het afgelopen week Allerzielen was, omdat de bladeren vallen èn omdat mijn laatste vakantietje voor dit jaar erop zit ben ik een wat melancholische stemming. Vandaar dit stukkie over een van de mooiste liederen ooit: ‘Allerseelen’ van Richard Strauss. Ik heb het nooit kunnen zingen zonder de emoties weg te houden, dus nooit uit durven voeren. Als je zulke liederen in concert zingt, dien je boven de materie te staan en het eerst wat er verstikt raakt als er tranen dwars zitten is de stem, dus zangers hebben het lastig. Een pianist kan snikkend misschien nog wel de toetsen vinden denk ik (of beledig ik nou het ras?), maar voor zangers wordt het gauw een rare vertoning. Ziel en stem liggen dicht bij elkaar en dat is enerzijds een kwaliteit, anderzijds vereist het enige afstand, anders zing je jezelf te gronde.
Eerst maar even de tekst en een (eigen, vrije) vertaling:
Stell auf den Tisch die duftenden Reseden, die letzten roten Astern trag herbei.
Und laß uns wieder von der Liebe reden, wie einst im Mai.
Gib mir die Hand, daß ich sie heimlich drücke,
Und wen man’s sieht, mir ist es einerlei.
Gib mir nur einen deiner süßen Blicke, wie einst im Mai. :|
Es blüht und duftet heut auf jedem Grabe, ein Tag im Jahr ist ja den Toten frei;
Komm an mein Herz, daß ich dich wieder habe, wie einst im Mai, wie einst im Mai.
Zet de geurende reseda op tafel, zet er de laatste rode asters bij.
En laat ons weer over de liefde spreken, zoals toen in mei
Geef me je hand dat ik ‘m stilletjes kan drukken
En mocht iemand het zien, dan kan me dat niet schelen.
Geef me nog eens een van die lieve blikken van je, zoals toen in mei
De graven bloeien en geuren vandaag, één dag per jaar zijn de doden vrij
Kom aan mijn hart, dat ik je even terug heb, net als toen in mei.
Het is een beetje terugverlangen naar de lente toen je geliefde er nog was en de natuur vol belofte. Even is minstens de geest van die geliefde weer bij je, hetzelfde gevoel als je hebt wanneer je aan gestorven geliefden denkt op een kerkhof. En voor die ene dag per jaar vleien de geesten van gestorven zich even neer in je hart. Mooi he? Zelf een interpretatie van het lied verzonnen.
‘Allerseelen’ is het laatste van de 8 liederen die samen de cyclus ‘Opus 10 Acht Gedichte’ vormen, op teksten van Hermann von Gilm. Strauss componeerde deze liederen al op zijn 21ste. Ze waren meteen populair, misschien wel door hun warme en volwassen toon (warmte zonder sentimenteel te zijn en volwassen zonder aanmatiging, overigens). Strauss droeg ‘Allerseelen’ op aan een van de zangers aan de Münchner Hofoper, Heinrich Vogl.
Door de toonsoortwisselingen is ‘Allerseelen’ in het begin lastig zuiver te zingen. Het schuift nogal eens naar een toonsoort die je niet direct verwacht. Dat werd in Strauss zijn tijd meer en meer mode. Toch, als je het eenmaal te pakken hebt, zing je het lied nooit meer onzuiver. De piano-begeleiding dwingt tot luisteren waar de pianist is en wachten op hem/haar en als je dat geduld in je zenuwen op kunt brengen wordt het mooi. Het lied moet ook niet gehaast gezongen worden, al mag het niet trekken. Ook zo’n gave: het juiste tempo kiezen zodat het niet larmoyant wordt. Als je een goede ademhalingstechniek hebt mag je op je lijf vertrouwen: wat jij als één frase kunt zingen, is de basis voor het tempo. Werkt bij vrijwel alle componisten goed, behalve bij duveltje Mozart, want die zou het aan zijn reet roesten hoeveel een zanger in één adem kon zingen; je hebt je maar aan zijn lange lijnen te onderwerpen (tip: gewoon bijsnappen als het nodig is en daarbij kijken alsof het zo hoort).
Ik zou mijn Allerseelen op willen dragen aan de muzikale vrienden, die me me de afgelopen jaren ontvielen, door het leven of door de dood, ik ga ze niet bij name noemen, het rijtje wordt al aardig lang als je boven de vijftig komt.
Het was nog niet makkelijk om een goed you-tube linkje te vinden. Jessye Norman doet het veel te langzaam. Zij wil alleen maar demonstreren dat ze een lange adem heeft. Zie hierboven mijn verhandeling over ademhaling die organisch moet zijn. Bij het zingen gaat het er niet om te demonstreren wat je technisch kunt, maar om een evenwichtige interpretatie over te brengen. Rosalind Plowright maakt een potje van de tekst, als ze Duits zou begrijpen zou ze dit soort fouten niet maken. Er is een leuke, maar amateuristische opname van Ian McEuen, prachtig timbre die jongen, maar nog wat wild za’k maar zeggen. Uiteindelijk gekozen voor Kiri te Kanawa, uitstekend, werkelijk uitstekend begeleid door dirigent Georg Solti, die mee-ademt en snapt waar het om gaat.
Meestromers:
Mooi gezongen door Kiri en de vertaling heb jij mooi verzonnen