Kaapverdië 17 januari 2016

Wij zijn een week naar het eiland Sal geweest. Dat is één van de tien
Kaapverdische eilanden. Ondanks dat het vakantie was ontwikkelden
wij toch een strak schema.

08.30 uur: ontbijt
09.00 uur: strand (zonnen, zwemmen, lezen)
12.30 uur: lunch
13.30 uur: strand (zonnen, zwemmen, lezen)
16.00 uur: café Chill Out in Santa Maria (bier, mojito)
17.00 uur: uitrusten en lezen
19.00 uur: diner (buffet in hotel of kreeft en tonijnbiefstuk in Santa Maria)
20.30 uur: lezen

Voor de liefhebber voeg ik het lijstje met aanbevelenswaardige boeken bij die ik heb gelezen:

De Kozakkentuin – Jan Brokken
Lieveling – Kim van Kooten en Pauline Barendrecht
Judas – Amos Oz
De Stamhouder – Alexander Münninghof
’t Jagthuys – Merijn de Boer

08_bewerkt-1 16_bewerkt-1 18_bewerkt-1 19_bewerkt-1 29_bewerkt-1 32_bewerkt-1 39_bewerkt-1 49_bewerkt-1 51_bewerkt-1 61_bewerkt-1 71_bewerkt-1

  1. Eef (reply)

    17 januari 2016 at 15:26

    Wat een zwaar programma. Zielig!!!!

  2. Irene (reply)

    19 januari 2016 at 11:02

    Eh, was het leuk daar?

  3. Jan de Vries (reply)

    19 januari 2016 at 12:14

    Irene, het was heel leuk. We hadden het weer dat bij ons programma pastte.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pyjamadag 8 januari 2016

Ik vind dat jij de laatste tijd beter in balans bent zei iemand deze week tegen
mij. En een collega vond mij de coolste man die hij kende. Dat kwam omdat
hij mij appte terwijl ik in het bos liep. Hij wilde weten of ik er erg van baalde
dat ik geen postcodelot had terwijl er een miljoen was gevallen op het
appartementencomplex waar wij wonen.

Nee, appte ik naar eer en geweten. En: “Net een klapekster gezien. Gelukkiger
word ik niet vandaag”.  Dat vond hij tof.

images

Beter in balans. Zo voel ik dat ook. De verhuizing naar Eindhoven heeft goed
gedaan. Maar belangrijker nog is dat ik korter ben gaan werken. Tweemaal
per maand een weekend van vier dagen brengt een mens in balans.

Mijn vrije tijd breng ik veel door op de hei waar ik van huis uit in tien minuten
naar toe kan lopen. Dat is een ongekende luxe. Daar raakt een mens va
in balans.

Vorige week belde mijn vrouw vanuit Milaan. Hoe het met mij ging. “Ik heb
een pyjamadag gehouden”,  zei ik. Ik was verbaasd over mezelf. Een dag
niks doen kwam tot voor kort in mijn vocabulaire niet voor. Ik moest altijd
iets doen maar vaker nog iets lezen. En nu had ik zomaar een hele dag met de
poezen op de bank gelegen en in één ruk de10-delige  Netflix-documentaire
“Making a Murderer” gekeken.  Ik was de hype net drie dagen voor want nu
staan de media vol over die docu. Ben ik ook eens een keer trendsetter.

Maar belangrijker nog is dat ik voor mezelf een nieuwe trend heb gezet:
de pyjamadag. Gewoon een dag zalig niks doen. Dat ik dat kan is nu al
dé ontdekking van 2016. Daar moet een mens zestig voor worden.

  1. Wieneke (reply)

    8 januari 2016 at 17:29

    *knikt goedkeurend*
    Prima, alhoewel die pyama niet hoeft voor mij. Doe in plaats daarvan maar een leuke trui. Dé trui om precies te zijn. 🙂

  2. Piet (reply)

    12 januari 2016 at 10:36

    het is niet het feit dat je zestig werd en minder bent gaan werken maar simpelweg de raad van je zwager opgevolgd die dit reeds langer deed.
    ere wie ere toekomt , nie dan.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (392) 7 januari 2016

(Door Marlies)

‘Lieve Vocalies, wil je met oud en nieuw alsjeblief voor ons naar
Milaan’ zo luidde ongeveer de begintekst van een mail van Musico….
(linkje!)  Mijn hart sprong op…. Wat een wortel werd me
voorgehouden hier….

De hersens begonnen op volle toeren te
draaien. Ja, mijn hart wilde wel, maar het zou inhouden dat ik zowel
met kerst als met oud en nieuw onderweg zou zijn… alleen…. manlief
zou veroordeeld zijn tot zelf zijn feestdagen invullen. Over kerst
hadden we het gehad, maar wat zou hij zeggen van allebei de
feestelijkheden alleen?

Ik legde het met trillend hart voor… natuurlijk vond hij het goed…
voor dit jaar dan…

La Scala
‘Ik zal jou La Scala in Milaan ontzeggen en ermee wegkomen…’ sprak
hij grootmoedig en schertsend tegelijk… en dus stond ik 30
december ’s middags voor het Museo della Scala met andermaal 25
gasten van Musico in mijn kielzog.

We hadden een charmante gids, of eigenlijk moet ik zeggen twéé
charmante gidsen. Zowel Ester Ghezzi als Daniele Galli kan ik u
aanbevelen als u Milaan cultuurhistorisch wil bekijken. Ester spreekt
een charmant Nederlands dat zijn weerga niet kent. Ze heeft het over
één engel, twee ‘engels’ en over ‘muzikale instrumenten’ als ze
muziekinstrumenten bedoelt. Het is een schatje.


Daniele is een knappe, hoffelijke man en spreekt Engels zoals de meeste
Italianen doen, zijn charme zit ‘m vooral in de uitspraak, daar

kan ik u schriftelijk niet van laten meegenieten. We hebben de twee
grootste musea van Milaan uitgekamd, alle charmante beeldschone
kleintjes zijn door de gasten in hun vrije tijd gefrequenteerd; ze
kwamen met enthousiaste verhalen terug.

Bastion van strengheid
En dan La Scala! Wauw! Een bastion van strengheid, dat wel (pas

twintig minuten voor aanvang open gaan en je gasten in de kou laten
staan vind ik niet aardig en over de logistiek bij drankjes halen zullen
we het maar helemaal niet hebben…), maar ik wás er, en liefst twee
keer, ik wás er!!!

Ik had twee mooie avonden: eentje met het ballet Cinderella van
Prokofjev en eentje met Giovanna d’Arco.

Van ballet weet ik niet veel: de muziek van Cinderella was geweldig,
sprankelend en vol vaart. Ik vond het ballet een mooie mix van
hedendaags en klassiek en heb vooral om de stiefmoeder en haar
twee dochters erg moeten lachen en ik heb ademloos zitten kijken
naar de prachtige decorbeelden. Wat toneeltechniek betreft is La
Scala wél met haar tijd meegegaan: met computergestuurde
achtergrondbeelden kun je een heleboel moois maken: Geweldig!
Het was een sprookje zoals een sprookje moet zijn…

La nona di Beethoven
Tussendoor hadden we even een uitstapje Beethoven IX (oftewel ‘La

Nona di Beethoven’, zoals de Italianen zeggen en wat ik dan weer als
een opera vind klinken) in het Auditorium di Milano. Een geweldige
middag, rats-uitverkocht en met een sfeertje van ‘we gaan er met zijn
allen weer tegenaan in het nieuwe jaar’.

Dirigent Xian Zhang – een drie-turven hoge Chinese die dat
mannen-dirigenten-bastion daar in
Italië eens lekker aan het opschudden is
– liet haar energie  
terugvloeien in orkest en koor. Het vuur spatte eraf.
Het enige hele,  
hele, hele kleine aanmerkinkje dat je zou kunnen hebben
is dat het 
Duits van het koor niet erg Duits klonk… maar ach… kniesoor die daar
op let!

De tweede avond ging Giovanna d’Arco in La Scala. Tsja, daar valt wel
een en ander over te zeggen, als ik zo aanmatigend mag zijn
aanmerkingen te hebben op een productie die in La Scala speelt.
Ook hier weer technische vondsten die geweldig waren: als je de

ruimte hebt om de kathedraal van Reims uit het toneel te laten
opstijgen moet je dat doen: geweldig. Maar dat malle gouden paard
en de goudgelakte  en –gelókte Carlo (ik kan er geen andere term
voor vinden) deed bizar aan en maakte bij de meesten eerder een
giebelkriebel los, dan enige mededogen met die arme koning van Frankrijk.

Tenoren-diva-streek
Ik snap tenor Francesco Meli niet goed: als je zoveel last
hebt van kostuum en rekwisieten dan schiet je toch gewoon in een
tenoren-diva-streek en zorg je dat er iets komt waar je wel mee uit
de voeten kunt? Meli is niet erg groot en die malle korte beentjes op
dat paard, lieve deugd! Hij zong mooi, maar door die rare aankleding
kon ik niet helemaal mee in zijn emotie.

De stem van titelrolspeelster Erica Grimaldi is nog niet klaar voor dit
soort grote rollen: een paar keer ‘schoot de stem weg’ zoals ik dat
dan noem. Haar vader was de enige die ons in zijn gewetenswroeging
mee kreeg: je zal maar voor het duivelse dilemma staan dat je
dochter door de duivel bezeten lijkt te zijn en je je land alleen kunt
redden door haar uit te leveren aan de vijand. Ik zou als vader
onvoorwaardelijk…, maar ach wat zeur ik, het is opera!

Riccardo Chailly leidde het orkest met vaste hand. Je merkt dat ze dol
op hem zijn: het orkest speelde accurater en feller dan de eerste
avond met het ballet. Als solist zou ik met Chailly tot het einde van de
wereld durven.

In het filmpje een stukkie Giovanna, hier met Netrebko in de
hoofdrol. U kunt zelf oordelen. Het paard is hier niet in beeld, dus
daar hebt u dan effe geen last van.

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (391) 6 januari 2016

(Door Marlies)

Zo zeg… wat een drukke tijden…. ik zou bijna vergeten dat er ook
nog zoiets is als een website die ik als Vocalies behoor te vullen.
Stand verplicht…

Allereerst de beste wensen voor 2016. Blijf gezond, dat wens ik u
vooral toe. Ik kan u niet behoeden voor de problemen waar onze
tijd zich mee geconfronteerd ziet, kon ik het maar. Ik kan u slechts
het beste wensen en ik weet uit ervaring dat met een gezond lijf
en een gezonde geest de meeste problemen wel te tackelen zijn…

Ik was half Europa door de afgelopen anderhalve week en
terugkijkend op die tijd lijkt het veel langer. Dat schijnt normaal te
zijn als je veel prikkels krijgt en veel prikkels had ik.

Wiesbaden en Milaan
Met kerst was ik met gasten van Musico in Wiesbaden en
met oud en nieuw in Milaan. Da’s nie niks, zult u zeggen en dat
was het ook niet.

U krijgt een verslagje in twee delen met mooie linkjes erbij.
Daarna ga ik effe op vakantie en als ik terug ben pakken we gewoon
de draad van de actualiteit van de klassieke muziek weer
op alsof er niks aan de hand is in de wereld.

Onbewoond eiland
Misschien hebt u het ook: in tijden van nood krijg ik de neiging
om me op een onbewoond eiland (meestal in mijn hoofd) terug te
trekken met Bach en Beethoven – of liever nog: met Verdi en
Puccini – en de wereld de wereld te laten. Dat kan eigenlijk niet,
we moeten met zijn allen de schouders eronder zetten en dingen
vinden en ernaar handelen, maar af en toe is zo’n uitstapje
buitengewoon helend.

Goed, Wiesbaden dus:

Vier producties hadden we er in drie dagen. Ik kon mezelf helaas
niet in tweeën splitsen, dus de laatste avond ging ik niet mee naar
‘Lucia di Lammermoor’ in Frankfurt, maar naar ‘Orfeo’ (van Gluck) in
Wiesbaden. Dat vond ik in eerste instantie jammer, want mijn hart lag bij
Lucia, maar achteraf bezien ben ik blij dat het zo
gelopen is.

La gazza ladra
De eerste avond hadden we ‘La gazza ladra’ van Rossini, ook in
Frankfurt (wat een stad trouwens!). Ik schreef er al eerder over.
We waren gematigd enthousiast. De opera is uit zijn voegen. Ik zal
er Rossini eens over bellen: er moet een uur uit, minstens, en ik
zal hem in overweging geven de opera toch tragisch te laten
eindigen, zoals het oorspronkelijke verhaal tragisch eindigt: de
ekster heeft de zilveren lepel gestolen en niet Ninetta, maar dat
komt te laat uit: als de lepel uit het nest tevoorschijn komt is
Ninetta al geëxecuteerd.

In de opera zijn ze net op tijd en wordt Ninetta in triomf weer het
dorp in gebracht. Het hele ge-emmer ná dat moment voelt als niet
organisch en duurt veel te lang en hoewel Ninetta’s vader prachtig
zingt is het verhaal van zijn desertie en uiteindelijke redding ook
mank aan alle kanten.

Hieronder een filmpje over ‘Die diebische Elster’. Let op Iscacco,
die stelend omme gaat… hij was de enige komische  en organische
noot in het gezelschap.

 

Hänsel und Gretel
De tweede avond hadden we ‘Hänsel und Gretel’ van Engelbert
Humperdinck. Ik kan er kort over zijn: het was een sprookje zoals
het hoort en met een vernuftige (decor)regie. Een Knusperhexe,
gezongen door een tenor, die niet helemaal door het orkest heen
kon tetteren, maar met zijn acteren alles goed maakte. Mijn
gasten waren collectief vertederd. Zo moet het en niet met een
vuilnisbelt en een pedofiele heks en dreiging, zoals de Nationale
opera het interpreteerde.

De derde avond splitsten we de groep dus in tweeën. Over Lucia
kan ik u niet veel vertellen: de gasten waren erg onder de indruk
van de zang van de titelrol (7 maanden zwanger, nou u!); de regie
kon hen minder bekoren.

Orfeo
Wij, de Orfeo-gangers kwamen stil van ontroering terug. Orfeo,
gezongen door een vrouw, acteerde zo overtuigend dat we in de
nabespreking consequent ‘hij’ bleven zeggen. In de opera waren
we collectief in tranen; sommigen van ons ook, omdat ze het
verhaal van geliefdes verliezen aan de dood kort geleden intens
hadden beleefd. Het resulteerde in een bijzonder kringgesprek in
de bar van het hotel, waarbij we de ‘bar-muzak’ maar even lieten
uitzetten: die voelde als ongepast. Ik vond het een ontroerend en
bijzonder gesprek en moest alle zeilen bij zetten om niet in de
ontroering mee te gaan. Voor dit soort avonden doe ik dit mooie
werk, besefte ik naderhand in bed.

In het filmpje hieronder de trailer van ‘Orpheus und Euridyke’ in
Wiesbaden. Prachtig, prachtig!

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Kauwgum 6 januari 2016

Het was mooi weer en ik fietste over het fietspad naar mijn werk. Zo’n mooi
rood fietspad zonder oneffenheden.

Ik had tijd zat en slalomde een beetje baldadig tussen witte stippen door.
Ik vroeg mij ondertussen af wat die stippen waren. Het bleek kauwgum
(of is het kauwgom?).

Het hele fietspad was bezaaid met uitgespuwde plakken kauwgum. U moet
weten dat dat mooie, gladde pad pas een week of zes geleden geopend is.
En nu was het al geplaveid met uitgetufte kauwgum.

Het was niet zo veel dat mijn banden vastplakten, maar het was best veel.
Ik herinnerde me dat de weg die ik tot vorig jaar van mijn huis naar het
station in Den Bosch liep ook altijd bedekt was met een laagje kauwgum.

Bazooka
Ik ben zelf geen kauwgumknauwer, nooit geweest. Wij kochten als
kinderen wel eens Bazooka, maar dat was meer om de plaatjes die in
zo’n pakje zaten. Die roze kauwgum zelf was ik altijd na een paar minuten
zat. Na twee keer een flinke bel geblazen te hebben tufte ik die rommel in
de vuilnisbak.

bazooka

Dat doen mensen blijkbaar niet meer. Ze sprietsen de kauwgum van zich
af op de plek waar ze fietsen. Dat is op zich al ergerlijk, maar het is ook veel.
Ik had er eigenlijk geen benul van dat zoveel mensen kauwgum kauwend
door het leven gaan.

Mijn advies: ga er niet op letten want als je dat doet dan zie je dat de
wereld van kauwgum aan elkaar hangt.

  1. Harry Perton (reply)

    6 januari 2016 at 16:29

    Het spul is ook nog eens vrij moeilijk te verwijderen, meen dat ze daar tegenwoordig stoomapparaten voor inzetten.

  2. Laurent (reply)

    7 januari 2016 at 19:21

    Onvoorstelbaar irritante mentaliteit, om alles maar te laten vallen waar je staat als je het niet meer nodig hebt.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Drugs 6 januari 2016

(Door Ab Klaassens)

Zelfs als onze minister van justitie erin slaagt alle vaderlandse drugsbaronnen
en hun trawanten achter de tralies te krijgen blijft Nederland het drugsland bij
uitstek.

Want ‘drugs’ komt uit onze taal, het Nederlands. Eerst waren er de drogerijen
voor het bewaarbaar maken van keuken- en  geneeskrachtige kruiden. Die
drogerij werd drogist en wipte naar het Frans als droguerie.  Van drogueri
kwam drogue als verzamelnaam voor verdovend middel en dat werd
uiteindelijk in het Engels drug.

Mannequin
Een ander voorbeeld van Nederlandse taal-export  is het franse ‘mannequin’.
Dat komt van het Nederlandse ‘manneke’ , vroeger in Nederlandse
kleermakerijen het woord voor ‘paspop’.

Ook de dollar ontkomt niet aan Nederlandse invloed. Toen het muntgeld
ontstond werd de Duitse thaler in Nederland een ‘daalder’.  En die werd aan
de andere kant van de Atlantische Oceaan een dollar.

Hoezee, hoezee, Holland spreekt een woordje mee!

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Chef 5 januari 2016

(Door Ab Klaassens)

Eén van de chefs voor wie ik mij ooit heb uitgesloofd liet zich ’s ochtends
bij de keuze van zijn schoeisel leiden door de weersverwachting.Als er
mooi weer was voorspeld betrad de chef de redactionele werkplaats met de
ochtendgroet ‘nice weather for de brown shoes’. Bij voorspeld slecht weer
hulde hij zijn voeten in het zwart, maar ook dan klonk er in zijn begroeting
iets van opgewektheid: ‘nice weather for the black shoes’.

Klokslag half elf spoedde hij zich met De Telegraaf onder de arm naar het
toilet waar hij dan geruime tijd verbleef. Als hij de ruimte had verlaten
was die minstens  een half uur ontoegankelijk voor collega’s die nog waarde
hechtten aan het leven en dat lag niet alleen aan De Telegraaf.

Hardnekkige drol
Op een dag trof hij in de toiletpot een enorme drol aan die zich hardnekkig
aan het aardewerk klemde. Hij riep er enkele collega’s  bij die er ook geen
raad mee wisten. Maar daar was opeens een meisje van de administratie.

Zij trok de dure Parkervulpen uit het colbert van de chef en tikte daarmee
het bruine monster naar de vergetelheid. Vervolgens veegde zij met een
velletje toiletpapier de pen af en stak het schrijfgereedschap terug in
het pochetzakje van de chef.

Die was na al die vertraging danig uit z’n humeur, zegde na de  toiletprocedure
een toevallig passerende  verslaggever ontslag aan en  nodigde dezelfde
verslaggever enkele uren later uit voor een borrel waarbij alles weer goed kwam.

  1. Wieneke (reply)

    5 januari 2016 at 11:49

    Het was natuurlijk weer een vrouw, die voor de juiste oplossing zorgde 🙂
    *kijkt nogal verwaand*

  2. Harry Perton (reply)

    5 januari 2016 at 18:21

    Een man die de naam Flapdrol ten volle waard was!

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Postcodeloterij 4 januari 2016

Terwijl mijn lief zondag tijdens haar laatste uurtjes in Milaan de
fooienpot die een reisleidster nu eenmaal ten deel valt, aan het
verbrassen was begaf ik mij naar een nieuwjaarsbijeenkomst van
ons appartementencomplex.

Ik was nog niet binnen of één van de buren vroeg: “En, had je ook een lot?”

“Ja”, zei ik. “Maar de 30 miljoen is aan mijn neus voorbij gegaan. Ik
had een tientje, dus per saldo heeft die verleiding van mijn hebzucht
mij twintig euro gekost”.

Een miljoen
Maar dat is Staatsloterij. Mijn buren spraken over de Postcodeloterij.
Daar zijn wij niet onder, zoals we dat op z’n Brabants zeggen. Helaas,
want op onze postcode was een miljoen gevallen.

Gelet op het aantal deelnemers in ons complex is dat ongeveer 45.000
euro per lot. Sommige buren hadden meerdere loten. En in onze
parkeergarage zullen binnenkort enkele nieuwe auto’s staan, want
die hoorden ook nog bij de prijs.

Thuis gekomen zag ik een appje van mijn vrouw. Ze was op het
vliegveld van Milaan. Ze had er een Calvin Klein-horloge
gekocht.

Ben ik dan nu echt de enige die niks heeft? Nee hoor. Mijn vrouw
bracht voor mij uit modestad Milaan een prachtige trui mee. Eind
goed, al goed.

 

  1. Wieneke (reply)

    4 januari 2016 at 15:23

    Behoort een foto van jou mét die mooie trui tot de mogelijkheden? 😉

  2. Harry Perton (reply)

    4 januari 2016 at 18:56

    Ja Jan, in een van de poses die voor mannelijke modellen usance waren in de breibladen van de jaren vijftig. 🙂

  3. jan (reply)

    5 januari 2016 at 09:52

    Jullie houden die foto tegoed

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bloemen 3 januari 2016

Het was stil op de Stratumse Heide op de eerste zaterdag
van het jaar. Hier en daar een roodborst. Bij het ven op de
grens met Gijzenrooi zaten de twee nijlganzen. Ik zie ze daar vaker.
Twee weken geleden zat één van de twee in een ooievaarsnest
even verderop. Een vreemd gezicht.

Opeens zag ik in het bos iets wits, iets onnatuurlijks. Het was niet
langs het pad, maar zo’n dertig meter het bos is. Ik dacht witte
bloemen te zien, maar dat leek mij onwaarschijnlijk in deze
tijd van het jaar en op die plek.

Ik wurmde mij door de struiken. Bij de plek gekomen zag ik een
bos bloemen. Witte bloemen, een rode roos en kaartje met
een liefdesverklaring. Er zat ook een briefje bij waarop
stond hoe zeer iemand werd gemist.

Je ziet ze vaak langs de weg, bermmonumentjes ter nagedachtenis
aan bijvoorbeeld verkeersslachtoffers. Er zijn er waar tot
in lengte van jaren bloemen bij worden gelegd. Maar ik heb
nog nooit een eerbetoon gezien dat zo ver weg gestopt is
in een bos. Als er niet wat witte bloemen bij gelegen hadden had
ik het waarschijnlijk niet eens gezien.

Waarom daar, vroeg ik me af. Welk verhaal zit daar achter?

020116

  1. Harry Perton (reply)

    3 januari 2016 at 11:13

    Waarschijnlijk is hier as van de overledene verstrooid.

    Dat nijlganzen ooievaarsnesten kraken, is niet nieuw:
    https://groninganus.wordpress.com/2013/05/17/ooievaarsnest-gekraakt/

  2. Wieneke (reply)

    4 januari 2016 at 15:22

    Wat moet je daar nu van denken? Het prikkelt de nieuwsgierigheid wel. Misschien is er op die plek iets bijzonders gebeurd? Laten we hopen dat het iets leuks was.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Mankeren 3 januari 2016

(Door Ab Klaassens)

Mankeren

“Ik ontbreek niks.”

Dat zegt geen mens.

“Ik mankeer niks.”

Dat zeggen veel mensen.

Terwijl mankeren en ontbreken vrijwel synoniem zijn.

Dat kun je zien in twee zinnetjes:

Mij mankeert niks.

Mij ontbreekt niks.

“Hij is verteld dat z’n fiets is gestolen.”

“Dat moet ‘hem’ zijn, sukkel!”

Maar ‘hem’ is weer vergeten als hem iets is gevraagd.

Dan is plotseling ‘hij’ gevraagd een lezing te geven, of

‘zij’ gevraagd een excursie te leiden.

Ik ben niks gevraagd.

Toch schrijf ik er een stukkie over.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *