Rekenen de Brabantse boeren zich niet te rijk? 15 februari 2020

Het Brabantse provinciebestuur heeft vrijdag de boeren meer tijd gegeven om hun
stallen milieuvriendelijk te maken.

Wie – zoals ik – vrijdag de vergadering van Provinciale Staten volgde, kon concluderen
dat de nieuwe coalitie die er aankomt, de boeren nog veel meer tijd wil gunnen. VVD, FvD
en CDA zijn de echte vrienden van de boeren. Omdat het vrijwel zeker is dat de kleine
partij die nodig is voor een meerderheidscoalitie 50Plus is, hebben de boeren een fijn vooruitzicht.

Althans zo lijkt het, want misschien rekenen de boeren zich wel te rijk. De boerenorganisaties
hebben deze week samen een plan gepresenteerd. Ze hebben aangeboden ervoor te zorgen
dat de stikstofuitstoot in 2030 veertig procent minder is dan in 2009. Dat is vier procent
meer dan in 2009 werd afgesproken.

Dat is dus een genereus aanbod van de boeren. Ze hebben één voorwaarde: ze doen dat
geheel op hun eigen manier. Als extraatje hebben ze in hun plan twee ijkmomenten ingebouwd
waarop wordt gecontroleerd of ze het doel halen. De boerenorganisaties ijken zelf. Ze
hebben er vertrouwen in dat ze hun achterban kunnen bijsturen als die achter blijft.

Op dit moment wordt er al minder stikstof uitgestoten dan in 2009. Hoeveel minder weet
geen mens. Daarom willen de boeren een nulmeting. Ze verwachten zelf dat ze nu op een
procent of twintig zitten. Dan moeten ze nog 20 procent.

Met de komende warme sanering van de varkenshouderij en het verdwijnen van de
pelsdierhouderij kunnen daar nog flink wat procenten bij komen. Dat zijn afspraken die de
overheid en de boeren samen hebben gemaakt. Boeren die stoppen hoeven vanzelfsprekend
geen inspanning meer te verrichten om de stikstofuitstoot terug te dringen. Los van de niet
te onderschatten emotionele kant van zo’n beslissing gaat dat vanzelf.

De extra in spanningsverplichting die de andere boeren dus op zich nemen bestaat uit
– pak ‘m beet – een procent of tien, misschien vijftien. Dat is de helft van wat er de afgelopen
jaren al is bereikt.

Maar, de boeren willen ook dat andere sectoren hun steentje bijdragen. Daarbij moeten
wij denken aan bedrijven, energiecentrales en niet te vergeten de luchtvaart, oftewel
Eindhoven Airport of één van de andere talloze kleine luchthavens die onze provincie
rijk is. En niet te vergeten het autoverkeer waar ook nog wel winst is te behalen.

En dan denk ik bij mezelf: rekenen de boeren zich niet te rijk? Waar VVD, FvD en CDA
zich ook op zullen vinden de komende weken, dat zal in ieder geval op het gebied van
economie zijn. Vooral VVD en FvD willen groei, groei, groei. FvD lijkt niet van plan
Eindhoven Airport te gaan beknotten. De VVD wil asfalt. Het CDA wil zo graag meeregeren
om de verloren boeren-achterban terug te winnen, dat die overal in mee gaat.

Dus veertig procent minder (in de praktijk is dat wel een ander getal) is een heel mooi
aanbod van de boeren. Maar ik ben bang dat ze daar toch alleen voor opdraaien. Dan
hebben we het nog niet eens over de vraag wie er gevraagd gaat worden om stikstof in te
leveren ten gunste van die bedrijven en die nieuwe wegen. Drie keer raden . . . .

Leave a reply to Irene Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies: het begin, het midden en het eind: Bach 15 februari 2020

(Door Marlies)

Weer op de bank met eerder genoemd haakwerkje kom ik langs podium Witteman
gezapt. Ik zie het niet altijd, maar als ik erlangs kom blijf ik altijd even hangen. Er is
iets in mij dat haakt in het programma, ik kan niet duiden wat. Laten we het er maar
op houden dat het de kift is dat Paul Witteman het presenteert en niet ik…

Hoe dan ook: ik hoor Gijs Scholten van Aschat, voor mij een van de grootste acteurs
die we in deze tijd hebben, vertellen hoe hij ooit worstelde met zijn zenuwen – ik ben
in goed gezelschap – en hij legt voor mij de vinger precies op de zere plek waar het Bach
betreft, alleen: waar ik ibbel word van Bach (en dan zeg ik het netjes, het woord ‘ibbel’
is het understatement van de week…) wordt hij nou juist kalm en sereen rustig. Hij
vindt troost en rust in melodieën die door elkaar gaan lopen, mijn geest wordt er bij
het maniakale af ónrustig en agressief van.

Tijdens mijn hele klassieke leven heeft Bach altijd voor gemengde gevoelens gezorgd.
Ik bewonder hem, maar kan niet met hem mee, dat vat mijn mening over hem eigenlijk
het beste samen … Voor sommige van mijn vrienden is Bach het alfa en omega,
zonder Bach geen Verdi, za’k maar zeggen en dat is misschien wel zo… Gijs heeft natuurlijk gelijk…

Het enige dat ik van Bach kan luisteren zonder met schoenen te gaan gooien zijn
zijn late vioolconcerten, BWV 1041, 1042 en 1043. Die wijzen vooruit naar wat er
ná Bach allemaal aan briljants kwam.

 

Leave a reply to Irene Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies: Klassiek en het leven van alledag 14 februari 2020

(Door Marlies)

Er zitten in het leven van alledag, ook als je niet meer alleen maar met klassieke muziek bezig
bent, genoeg aanknopingspunten naar muziek.

Een paar voorbeelden?

Wel eens boodschappen gedaan bij de Appie? En afgerekend bij de zelf-scan-kassa? Ooit
iets opgevallen daar? Mij wel en het duurde een hele tijd voordat ik snapte wat er aan de hand was.
Als je je artikel voor de scan houdt klinkt er een toon. Als je op ‘betalen’

drukt komt er een heel arsenaal handelingen aan te pas, vóórdat je de winkel uit mag… steeds
klinkt er een signaaltje dat je naar de volgende stap moet. Ja, ja…. Bent u er al? Er klinkt nl

bij de voorlaatste stap een septime-akkoord. Zo’n akkoord waarbij je denkt dat er nog iets moet komen,
dat het niet áf is. En dat klopt, want als je op de toetsen: ‘korte bon’ of ‘volledige bon’ tikt komt
er: een vol majeur-akkoord! U bent klaar!

Op mijn weg naar het werk zit er van ongeveer februari tot en met eind oktober heel vaak een
merel klaar op de dakgoot van het schooltje waar ik langsloop. Het lijkt er wel eens op dat hij wacht
tot hij mijn voetstappen hoort en dan klaar gaat zitten. Ik denk dat het steeds dezelfde merel is,
maar dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn…. maar, deze merel kan drieklanken fluiten, ze kloppen
soms precies met de majeur-drieklanken in de klassieke muziek. Alle andere mensen die
langslopen of fietsen lijken het niet te horen… wat mis je toch veel als je je niet bewust bent
van je omgeving. En: dank beste meneer merel, ik hoop dat u een lang leven beschoren bent!

Onze printer heeft een eigenwijs ritme, vooral als je nogal veel moet printen en er een
nietje door het document moet. Met een beetje fantasie is er dan een zes-achtste maat
te ontdekken en die is weer zodanig te verdelen dat er een verdeling in tweeën en een
verdeling in drieën in zit. Juist: ‘America’ uit Westside Story: 1-2-3, 1-2-3 –  1-2, 1-2, 1-2.
Op de middelbare school zei onze docent muziek een beetje smalend (verder was het een
schat hoor) tegen ons klasje: “Dat lukt jullie nooit: een driekwartsmaat één keer in tweeën delen
en één keer in drieën…”. Dat was onze eer te na: de volgende les wachtten we hem op en begonnen
we het ritme te tikken. Zijn grijns van oor tot oor was voldoende beloning.

Ik hoef alleen maar een even aangehouden lage bes op de piano te horen om in gedachten de
eerste toon van ‘Vissi d’Arte’ te horen en de melodie de hele dag in mijn hoofd te hebben.
Met deze aria heb ik denk ik de sterkste band ooit. Hetzelfde geldt voor de f-2 waar ‘Pace,
pace, mio dio’ mee begint uit ‘La forza del destino’. De eerste Verdi-aria uit mijn zingend leven…

En die gekke, gekke wals-die-geen-wals-is uit het tweede deel van de Zesde van Tsjaikovski,
de Pathétique: je kunt er wel op walsen, maar omdat er eigenlijk twee walsjes over elkaar
gelegd zijn (briljant Pjotr!) heeft de wals geen driekwarts- maar een vijfkwarts-maat.

En ook hierboven staan genoeg titels in om weer even op te zoeken en dubbel te genieten…

Tweede deel uit Symfonie Pathétique van Pjotr Iljitsch Tsjaikovksi
delen:

 

Leave a reply to Irene Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies: Evergreen en de lange noot 13 februari 2020

(Door Marlies)

Ik zit op de bank na een dag werken en met een haakwerkje op schoot. Een paar avonden in de
week mijn favoriete stek. Ik ben ook nogal eens ’s avonds op pad en ingewikkelde dingen aan
het doen en voor iemand met mijn drukke, springerige geest is het nodig regelmatig op de bank
te zitten met een handwerkje.. tenminste, zo heb ik dat zelf verordonneerd…

Met de afstandsbediening in de hand zit ik te bedenken waar ik nu eens zin in heb en zie ik op
Netflix (ook daarmee oppassen: verslavend!) een van de laatste, zo niet dé laatste show van
Barbra Streisand (uit 2018) langskomen. He ja, effe onbezorgd je overgeven aan ‘La Streisand’.

De show is gelikt en bedacht van begin tot eind. Je moet effe door het gefleem met het publiek
heen prikken en ook door de politiek correcte teksten en het vreselijk Amerikaanse van deze
show, maar als ze haar mond open doet om te zingen ben ik altijd meteen om. Wat een stem!
En ja, ze is 75 godbetert, mag er dan een fluttertje hoorbaar zijn? Het maakt de stem alleen
maar interessanter.

Ik zit te smullen en als ‘Evergreen’ langskomt ga ik even rechtzitten. Ik heb het nummer
(lang geleden) vaak gezongen; bij bruiloften, een geheide hit. Als een zangeres zowel het Avé Maria v
an Bach/Gounod (een draak van een lied trouwens…) als ‘Evergreen’ kan zingen is dat
mooi meegenomen…

Ik kan niet belten als Streisand, maar mijn middenregister is wel zo stevig dat het een beetje
op belten lijkt en samen komen we aan het einde van het lied waar de lange, lange laatste toon
wat lijkt op een wedstrijdje tussen haar en mij… Ik win het, als ik op mijn gemak ben. Onder
druk zou het nog wel eens anders uit kunnen pakken. Tevreden knik ik naar de TV: het applaus
is natuurlijk ook een beetje voor mij…

Oh ja, dat u het effe weet: ik was deze avond alleen thuis…

Barbra Streisand Evergreen

 

 

Leave a reply to Irene Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Never underestimate de SP in Brabant 12 februari 2020

De afgelopen maanden waren de ogen van Brabanders die geïnteresseerd zijn in politiek vooral
gericht op CDA en VVD. Het CDA trok in december de stekker uit de coalitie met een politieke
chaos tot gevolg. De VVD is bezig een nieuwe coalitie te smeden met Forum voor Democratie
en CDA. Me dunkt dat er bijzondere voorstellingen werden gegeven in de toren aan de
Brabantlaan in Den Bosch.

Al die tijd spookt door mijn hoofd dat er nog een hoofdrolspeler is die ten onrechte uit de
spotlights is verdreven. De SP. Die partij houdt zich nu heel koest, maar ik kan me niet
aan de indruk onttrekken dat het juist die tak van het socialisme is die een niet weg te cijferen
rol heeft gespeeld die heeft geleid tot de werkelijkheid van vandaag.

De SP maakte deel uit van de vorige coalitie. Dat ging goed. VVD, SP, D66 en PvdA werkten
samen aan het welzijn van onze provincie. Het ging in de vorige bestuursperiode ook al over
stikstof, maar er was nog een hoofdpijndossier. Namelijk de door GS  zo vurig
gewenste fusie tussen Eindhoven en Nuenen.

Het heeft er lang op geleken dat de coalitie daarachter stond. Totdat in het zicht van de
verkiezingen de SP ging draaien. Die begon Nuenenaren en andere burgers die fel tegen
gemeentelijke fusies zijn, te zien als kiezers.

De SP ging vervolgens pappen en nathouden. De verkiezingen lonkten. Daardoor duurde het
lang voordat het fusiebesluit kon worden genomen en toen het zover
was hoefde het al niet meer want het rijk had beleid ontwikkeld waardoor zo’n fusie geen
kans meer zou maken.

De opstelling van de SP (althans van de fractie, want de gedeputeerden van de SP verklaarden
dat ze achter het GS-voornemen stonden) heeft vooral bij D66 en de VVD veel kwaad bloed gezet.
Er zijn VVD’ ers die de SP een onbetrouwbare partner vinden.

De socialisten werden na de verkiezingen ingeruild voor GroenLinks (en het CDA). Die nieuwe
club werkte aan een plan om boeren uitstel te geven van het moment waarop ze hun stallen
milieuvriendelijk moeten maken. Dat ging coalitiepartner CDA niet ver genoeg, maar ook nu
leek de steun van inmiddels oppositiepartij SP appeltje eitje.

Tot december. De SP wilde nog strengere regels en weigerde het plan voor uitstel te steunen. Dat ging
dus ten onder in het tumult. Als dat niet was gebeurd, dan zouden de boeren in december uitstel
hebben gekregen. Dan was er een situatie ontstaan waarin er meer tijd zou zijn om samen met
de boeren oplossingen te zoeken. De boeren zeiden toen al dat zij daarvoor open stonden. Dan
nog zou het CDA waarschijnlijk opgestapt zijn, maar misschien hadden de boeren dan wel tegen
het CDA gezegd: blijf aan de knoppen. Maar dat is koffiedikkijken. En misschien waren er daarna
nog wel deals te sluiten geweest met de SP om op dit terrein een meerderheid te krijgen en door
te gaan. We zullen het nooit weten.

Nu niet meer. Er schijnen binnen de fractie van de VVD mensen te zijn die hebben gezegd:
met de SP, over mijn lijk. Die willen niet meer terug naar de vorige periode en daarom is VVD-
voorman Christophe van de Maat gedwongen met Forum en CDA te onderhandelen.

Daarom denk ik dat de rol van de SP in dit hele verhaal niet moet worden onderschat.

Leave a reply to Irene Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies: Oorwurmen en hun herkomst 12 februari 2020

(Door Marlies)

Eind februari ben ik voor Musico vier dagen in Milaan. Ja echt! Ik was er in 2016 en was
toen voor het eerst van mijn leven in het opera-mekka: La Scala. Ook dit keer zijn er twee
voorstellingen in la Scala: ‘Il Turco in Italia’ van Rossini en ‘Il Trovatore’ van Verdi.
Wij reisleiders leiden de voorstellingen altijd in en dat betekent soms best wel buffelen,
om voor repertoire dat je niet zo goed kent leuke wetenswaardigheden bij elkaar te
sprokkelen. Dit keer zijn de twee opera’s voor mij een makkie, veel over te vinden, Trovatore
ken ik goed (zong er ooit zelf aria’s uit) dus ik zet mij in de weken vóór vertrek opgewekt
aan het werk.

Sowieso spelen de reizen voor Musico in de weken voor vertrek nogal door mijn hoofd;
het is best wel een verantwoordelijkheid: met een man of 20 klassieke muziekliefhebbers
op pad en de reis, het hotel, het eten en de voorstellingen begeleiden. Hopen dat er niks
misgaat en als dat wel gebeurt: handelen. Ik vind het geweldig werk, maar het vraagt
ook wel wat van me…

Ik zoek bij ‘Il Trovatore’ wat muziek om te laten horen tijdens mijn inleiding. Een gevaarlijk
moment tijdens het werken aan zo’n lezing, want niet zelden verlies ik mij in het eindeloos
draaien van geweldig (al dan niet oud)  materiaal dat ik op YouTube en Spotify en in mijn
CD-kast vind.

Wist u dat er een stuk of honderd versies van de woede-aria ‘Di quella pira’ zijn? Pas op!
begin er niet aan, want voor u het weet hebt u een oorwurm te pakken; de deun gaat niet
meer uit je hoofd, ik weet het uit ervaring.

De hele nacht vullen Luciano Pavarotti, Placido Domingo, Franceso Corelli, José Carreras
en Jonas Kaufmann mijn dromen met woede en zwaarden en testosteron. Niet geheel
verwonderlijk sta ik de volgende ochtend onder de douche nog steeds met ‘Di quella pira’
in mijn hoofd (je hoeft je overigens pas echt zorgen te gaan maken als je níet weet waar
het deuntje in je hoofd vandaan komt…).

Op mijn werk heeft een collega het over het nummer ‘Malle Babbe’ van Rob de Nijs,
hij hummelt wat van de tekst voor. In mijn hoofd wijkt Trovatore en dringt Rob de Nijs
zich op (of je daar nou blij mee moet zijn…). Ze blijkt niet sterk genoeg voor Maestro
Verdi, Malle Babbe, en tijdens de lunch is ‘Di quella pira’ er weer. Als ik later ‘Tacea la
notte placida’ vind, ook uit Trovatore, schiet dat deuntje weer in mijn hoofd, meer mijn
eigen stemvak.

In de middag zingt een collega plagerig tegen een andere collega die haar zin niet krijgt:
“de meeste dromen zijn bedrog” en verdringt Marco Borsato  mijn aria. IJzersterke tekst
destijds, maar zingen heeft Borsato nooit echt goed geleerd; een feestje bouwen met
een hit trouwens wel.

Net als ik ’s avonds een beetje wanhopig word van die Borsato-dromen hoor ik in de serie
‘The Watchmen’ die ik aan het binch-watchen ben het ‘Lacrimosa’ uit het Mozart-Requiem
en heb daar mijn oorwurm voor de komende nacht te pakken; ik zong het Requiem ooit
zelf mee en kan de melodie dromen en dat sterke ritme, met die zware, zware slag op de
eerste tel: geweldig! Van dit ‘Lacrimosa’ naar dat van Verdi (ook een oorwurm) is niet
zo’n grote stap voor een koorzanger…

In de volgende aflevering van ‘The Watchmen’ zit Beethoven 7, deel 2. Ooit voor het eerst
gehoord tijdens een reis naar De Wachau en in tranen. Hup, zegt mijn geest en springt
naar Beethoven.

Ik  hoor Huub Stapel in zijn serie over de Rijn zingen ‘Warum ist es am Rhein zo schön’,
probeer dat maar es géén oorwurm te laten zijn…

Affijn, het rijtje oorwurmen is niet af, maar het is maar een voorbeeldje. Als u nou al deze
nummers en de muziek die erbij hoort opzoekt en draait bent u weer een week van de straat!

Di quella Pira

 

Leave a reply to Irene Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies: Carmen en de oude laarsjes 11 februari 2020

(Door Marlies)

Ik loop naar mijn werk; van ons appartement aan de rand van Eindhoven is het precies 34
minuten lopen naar het centrum van Eindhoven. Met de stadsbus gaan duurt per saldo net
zo lang en de buitenlucht is heerlijk, vooral nu er ’s ochtends zich weer vogeltjes melden en
het licht wordt terwijl ik loop. Bovendien heb ik een pestpokken-hekel aan fietsen.

Tegen achten doe ik dus mijn wandelschoenen aan en ‘loop aan’ (da’s Brabants, wij rijden
ook aan hier, niet weg…; de uitdrukking leidt soms tot hilarische misverstanden met niet-Brabanders).
Op mijn werk aangekomen zet ik mijn wandelschoenen in de garderobe en heb ik daar een
paar nette schoenen staan. Altijd dezelfde schoenen aan op mijn werk is-not-me. Wie mij kent
weet dat ik ooit een soort Imelda Marcos was (die had toch ook -tig paar schoenen?). De laatste
jaren werd de schoenen-fetisj wat minder, hoeveel verschillende paren kan een mens regelmatig
aan, wat u? Dus ik stootte tijdens het opruimen van onze gezamenlijke kleedkamer op een
paar oude, zwarte laarsjes en dacht, kom, die neem ik mee en zet ik op mijn werk neer, dan
draag ik ze nog eens.

Ik doe mijn wandelschoenen uit en heb moeite in de laarsjes te komen, ze sluiten nog steeds
naadloos om mijn voeten. Die moeite herinnert mij aan mijn laatste concerten als professioneel
zangeres: de Carmen-voorstellingen, nu alweer 10 jaar geleden. Toen had ik die laarsjes ook aan,
vooral omdat ze zo lekker stevig aan mijn voeten zaten en het makkelijk was er temperamentvol
mee te stampen en te dansen en te rennen.

Het lijkt potdrie wel – merk ik als ik ga staan –  alsof het ritme er nog in gebakken zit. Dankzij
mijn strenge lerares toen – Flamengo-danseres Jeanne de Vaan – schiet mijn lijf meteen even in
de modus van ‘Les Tringles des sistres tintaient’ uit Carmen. Bekken naar achteren, ellebogen
van het lijf, polsen hoog en in een draaistand. Jeanne had aan mij te werken: ik ben niet erg
dansant, wreef ze me ongeveer drie keer per repetitie in…  Geeft niet, van haar kon ik het hebben.

De hele verdere dag blijft Carmen in mijn spieren en mijn hart zitten. Destijds was het de laatste
voorstelling die ik draaide, zo schreef ik al. Ik had heel veel moeite met de druk die solo zingen
met zich mee bracht en toen de poppenspeler afhaakte wegens ziekte en er geen andere projecten
meer op de rol stonden, hakte ik de knoop door: geen solo-zang meer voor mij. Nooit gedacht
dat de zon na zo’n beslissing de volgende ochtend weer op zou gaan, maar hij deed het, de volle
10 jaar sindsdien trouwens ook…. En hij bracht nieuwe dingen en nieuwe wegen. Het is een
goede beslissing geweest.

Als ik eind van de middag de laarsjes weer wissel voor de wandelschoenen en ik in de spiegel
mijn struggle daartoe zie, zijn er gemengde gevoelens: een grinnik om dat stugge, wat ouder
geworden lijf, een snik om de verloren strijd tegen de zenuwen, een gevoel van triomf dat ik
het hem toentertijd toch maar mooi geflikt heb en veel dankbaarheid om de vervulling die
zingen me gebracht heeft, en nog een paar gevoelens meer, die ik hier lekker niet vertel….

Aldus een dagje Carmen.

Les tringles des sistres tintaiente

 

 

Leave a reply to Irene Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies: dalletje 10 februari 2020

(Door Marlies)

Ik zat een beetje in een dalletje met mijn Vocalies… Na ruim 10 jaar heb je zo’n beetje alle opera’s
wel besproken, genoeg gescholden op slechte uitvoeringen, of slechte zangers, bijdehand genoeg
allerlei anekdotes verteld en genoeg veren in je eigen reet gestoken.

Ik draaide in de bus van Musico, terugrijdend van de kerstreis, de eerste afleveringen van mijn
podcast Vocalies (die had ik jaren niet gehoord) en was verrast: wat ik 10 jaar geleden in mijn
podcasts beweerde staat nog steeds. Er is verschrikkelijk veel leuks om u te laten horen en
inmiddels ‘own’ ik mijn zuidelijke tongval als een kwaliteit en laat ik me niet meer terugzetten
door randstedelijke arrogantie.

Tenslotte hoor je bij mij het verschil tussen een f en een v, een s en een z, heb ik 3 soorten r-en
tot mijn beschikking (waarvan er eentje eigenlijk geen r is) en kan ik kiezen uit vele gradaties
g’s, van zeer zacht tot zo scherp dat je er keelpijn van krijgt. En ik kan vrijwel accentloos het
Duits, Engels, Frans, Italiaans en Spaans uitspreken… me dunkt…

Ik moet dus weer aan het schrijven zien te komen, ook dat kan ik. U merkt: ik heb geen last
van valse bescheidenheid (nooit gehad ook, eigenlijk, sprak zij grinnikend). Ik ben in januari
61 geworden en ook dat zal ik maar eens gaan ‘ownen’; hè, wat een vreselijke term eigenlijk.
In de ambtenarij (waar ik het grootste deel van mijn tijd werkzaam ben) hebben ze het over ‘
eigenaarschap’ da’s misschien een (iets) betere term.

Toen ik van de week weer eens stond te neuriën en lucht-dirigeren bij onze printer zei een
collega (overigens zonder een spoor van valsigheid) “jij hebt ook altijd muziek in je kop hè?!”
schoot het me te binnen: ik ga eens een weekje hier op Vocalies een dagboekje bijhouden van
wat er zoal – te pas en te onpas – door mijn hoofd schiet aan vocaals en klassieks tijdens een
hele week in het leven met een grote L.

Op die manier kom ik weer in een soort van schrijf-modus, breng ik wat orde aan in de chaos
in mijn hoofd (want dat is het soms hoor, in die bovenkamer van mij…) en kan ik u een heleboel
tips meegeven voor het luisteren naar heel veel muziek. Vooral klassiek, maar soms ook pop en
alle aanverwante gebieden (behalve rap, want dat vind ik het lelijkste wat er is).

Ik beoog geen volledigheid en ik weet niet hoelang de stroom duurt, maar we gaan het gewoon
proberen…. Aan het einde van de week denkt u waarschijnlijk: dat mens is knettergek, maar
hopelijk vindt u dan ook dat er in die gekte ook een soort préttige gestoordheid zit.

Tot morgen, dan gaat het over ‘de laarsjes bij Carmen’… lekker raadselachtig vindt u niet?

Leave a reply to Irene Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wat er nu gebeurt is heel on-Brabants 8 februari 2020

Toen ik dertig jaar geleden van de Veluwe naar Brabant verhuisde zei een collega daar:
ga jij echt tussen de autosloperijen, woonwagenkampen en varkensboeren wonen. Hij kende
Brabant als doorgangsland naar zijn vakantiebestemming in Zuid-Frankrijk.

De A2 en de A50 waren er nog niet, dus je bracht op weg naar de Provence relatief veel
reistijd door op Brabantse tweebaanswegen.

Vanwege het ontbreken van die snelle verbinding woonde ik doordeweeks een aantal maanden
bij een hospita voordat ik een huis had gevonden. Zij leerde mij een paar dingen: Brabantse
gastvrijheid is een vorm van eigenbelang, voor wat hoort wat; Brabanders juichen met hun
handen in hun zakken; Brabanders naaien hun eigen naad; misschien is nee.

Welkom in Brabant.

Mijn hospita zette dingen graag zwaar aan, maar ze bleek niet helemaal ongelijk te
hebben. Desalniettemin bouwde ik hier een leven op, voornamelijk met Brabanders die
aan geen enkel stereotiep voldoen en waar ik veel van hou.

Ik zag Brabant veranderen. Mensen boven de rivieren zeggen wel eens dat Brabant zelfbewuster
is geworden. Dat is onzin. Brabant is altijd zelfbewust geweest, boven de rivieren zien ze dat nu pas.

De eerste grote crisis die ik meemaakte (dan heb ik het niet over persoonlijke zaken)
was het faillissement van DAF en het vertrek van Philips uit Eindhoven. De wereld
stortte in, zo leek het.

Onder leiding van twee achtereenvolgende PvdA-burgemeesters (Welschen en Van Gijzel)
en nauwe samenwerking met weldenkende ondernemers die verder keken dan hun eigen
portemonnee werd Zuidoost-Brabant aan de haren uit het moeras getrokken. Als de nood het
hoogst is sluiten Brabanders de rijen en worden muren tussen links en rechts afgebroken.

Ondertussen ontwikkelde Brabant zich tot het drugslab van Europa. Ik moet vaak denken aan
mijn Veluwse collega en mijn hospita die zei dat Brabanders hun eigen naad naaien. Ondertussen
bleek Brabant ook een voedingsbodem voor PVV en Forum voor Democratie. Brabanders zijn
gevoelig voor retoriek tegen de gevestigde orde.

Er kwam een tweede grote crisis, in de landbouw dit keer. De varkenspest en ruim zeventig
Q-koorts doden. Opnieuw sloegen links en rechts de handen ineen en zo kreeg Brabant de strengst
denkbare milieuregels.

Daardoor ontstond juist in deze provincie het besef dat we aan de vooravond staan van een
nieuw tijdperk, ingegeven door de klimaatcrisis. Ook de boeren, die van oudsher zo’n belangrijk
stempel drukken op deze provincie, zien dat. Het probleem is dat die boeren het tempo niet bij
kunnen houden. Dat komt niet omdat zij te langzaam gaan, maar omdat de politiek te snel gaat.

En dus kon Farmers Defence Force ontstaan want Brabanders zijn gevoelig voor retoriek tegen de
gevestigde orde. Totdat de holocaust erbij wordt gesleept en politici persoonlijk werden bedreigd.
Brabant mag dan een provincie zijn waar de criminaliteit welig tiert, maar er is wel een duidelijke
scheidslijn tussen de gewone Brabander en de criminele Brabander.

Ik zie nu de derde grote crisis in dertig jaar. Een politieke crisis. De VVD, inmiddels uitgegroeid
tot de grootste in de provincie, wil nu samen met CDA en FvD omdat ze er met linkse
bondgenoten van weleer niet meer uitkomen.

In mijn commentaar bij Omroep Brabant heb ik gezegd dat het ondenkbaar is dat je in het huidige
tijdsgewricht gaat samenwerken met een partij die zegt: er is geen stikstofprobleem, we hebben
te veel natuurgebieden. Maar goed, mijn denkvermogen is ook maar beperkt.

De twee vorige crises waren een economische- en landbouwcrisis. Brabanders van links en rechts
zetten daar samen de schouders onder omdat zij zagen dat provinciegenoten massaal werkloos
dreigden te worden of omdat ze zagen dat provinciegenoten slachtoffer dreigden te worden van
nare ziektes en omdat ze zien dat de natuur naar de haaien gaat.

Nu er een crisis is in het eigen politieke huis lukt het niet uit een impasse te komen. Dat is heel
on-Brabants. Zoveel weet ik na dertig jaar wel van deze provincie.

Leave a reply to Irene Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

En hoe zit dat dan met Fleur Agema? 4 februari 2020

Thierry Baudet was te snel met zijn tweet dat twee vriendinnen door enkele Marokkanen onheus
waren bejegend in de trein, maar hij biedt niet zijn excuses aan.

De Marokkanen bleken Nederlandse treincontroleurs. Die spraken de dames aan omdat ze zaten
te kakelen in een stiltecoupé. Persoonlijk vind ik dat een ernstig vergrijp. Zulke vriendinnen
zou ik meteen ontvrienden.

Er ontstond in mijn tijdlijnen veel ophef over de tweet. Sterker nog, Tweede-Kamerleden maakten
er een dingetje van. Ze wilden hun collega Baudet ter verantwoording roepen.

Het is duidelijk dat politiek Den Haag Baudet – maar vooral zijn electoraat – als een factor van
betekenis ziet.

Maar hoe zit dat dan met Fleur Agema van de PVV? Fleur Agema heeft ooit getwitterd dat in
Eindhoven ouderen uit hun bejaardenhuis werden gezet omdat ze plaats moesten maken voor
asielzoekers, die in de ogen van Agema potentiële terroristen zijn.

Dat was stemmingmakerij en volksverlakkerij van de bovenste plank. Het feit was dat die ouderen
tijdelijk in dat huis woonden omdat hun eigen bejaardenhuis werd gerenoveerd. Toen dat klaar
was gingen die ouderen terug naar hun eigen huis en werd hun tijdelijke onderkomen een
tijdelijk opvangcentrum voor vluchtelingen.

Ik heb mij toen redelijk boos gemaakt op Fleur Agema. Dat vond ik zelf wel jammer want ze doet
goeie dingen. Ik heb wel eens gezegd dat het betreurenswaardig is dat Agema bij de PVV zit want
daardoor is ze verplicht af en toe lelijke dingen te schreeuwen, zoals Jehova’s Getuigen verplicht
zijn de voet tussen de deur te steken terwijl het bij een kopje thee heel aardige mensen zijn.

Voor zover ik kan nagaan is er indertijd nooit een storm van protest losgebarsten over de tweet
van Agema, die wat mij betreft minstens net zo verderfelijk is als die van Baudet. Misschien heeft
het er mee te maken dat de storm die de PVV ooit in ons land veroorzaakte op dat moment was
geluwd en de andere partijen de hete adem niet meer in hun nek voelden.

Evenmin zie ik stormen van protest over tweets van lokale volksvertegenwoordigers die de grootste onzin
rondpompen op social media.

Baudet, is mijn stellige indruk, vindt zichzelf het middelpunt van de wereld. Er zijn mensen die hem
een narcist noemen. Als hij dat niet is, dan zal hij dat zeker worden met al die aandacht die hij wel
krijgt en al die andere mensen die precies hetzelfde doen als hij, niet.

 

Leave a reply to Irene Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *