Vocalies (198)



(Door Marlies)

Voor en nieuwe podcast met klassieke muziek zie Vocalies.


Een op het eerste gezicht onooglijk berichtje (op het ANP en in de Telegraaf) triggerde mij tot het schrijven van dit stukkie. De eerste zwarte operaster in de VS, Camilla Williams, is 29 januari overleden; ze is maar liefst 92 geworden. (Zangers worden vaak oud: ze ondersteunen door een goeie ademhaling hun hartfuncties en als ze niet aan een geknakt ego of de drank overlijden worden ze soms ineens erg oud…).

Dat ‘zwarte operaster’ in het berichtje trof mij; van Camilla Williams had ik nog nooit gehoord. De laatste tijd komt dat ‘zwart’ vaker naar voren bij klassieke zang.

Wij waren in Wenen en daar werd de titelrol in Madama Butterfly ook gezongen door een zwarte zangeres (klik hier als u mijn stukkie daarover wilt lezen) en vorige week schreef ik iets over de ‘negercomponist’ Scott Joplin en merkte de hoofdredacteur droogjes op dat ik wel veel reacties zou krijgen; deed ik er niet beter aan de woorden negercomponist en negermuziek tussen aanhalingstekens te zetten….? (die reacties vielen trouwens mee: we hebben op zaterdag tamelijk veel bezoekers, zowel op Stroomopwaarts, als op Vocalies, maar reageren doen mensen steeds minder, daarvoor moet je dan schijnbaar weer op Facebook en Twitter zijn …).

Toeval wil dat ook Camilla Williams debuteerde in de rol van Madama Butterfly (ze heeft die rol trouwens ook in Wenen gezongen). In Wenen in 2011 hadden ze hun best gedaan om de licht negroïde trekken van de hoofdrolspeelster weg te schminken (ik doe haar recht met het noemen van haar naam, ze zong geweldig, het was Melba Ramos). Bij Camilla Williams zal er meer schmink aan te pas zijn gekomen: haar trekken zijn uitgesprokener. Als ze dat prachtige negroïde in haar geluid heeft gehad, zal het nog niet meegevallen zijn om er een geloofwaardige Butterfly van te maken; getuige de lovende recensies is het haar gelukt. Petje af.

De Volkskrant besteedde ook aandacht aan het verscheiden van Williams, onder de kop ‘Voorvechter’. In het artikel wordt vooral aandacht besteed aan de strijd om gelijke rechten die Williams voerde; ze had een machtig wapen: haar stem. Toch haakt er iets in mij, misschien de kift, wie zal het zeggen… Ik word er een beetje wrevelig van, was ze nou eerst en vooral zangeres of eerst en vooral voorvechter van gelijke rechten?

Al zoekend in de You tube filmpjes kom ik er in eerste instantie ook niet helemaal uit, tot… ze haar mond opendoet om te zingen. Dit is geen vechtjas, dit is een zangeres. Of je nou wit, zwart of pimpelpaars bent: als je een talent hebt ben je daaraan ondergeschikt en dan schuift al het andere naar de zijkant. Als mensen niet naar je willen luisteren omdat je zwarte zangeres bent dan is dat hun verlies; zìj missen iets. Stel je ziel open en het maakt geen ruk uit wat voor nest iemand komt, als-ie maar goed van hart is en zijn talent volgt.

In het filmpje een kort verslag van haar leven. Vaarwel Camilla; zo heb ik je toch nog leren kennen.








Hersenen




Het meest opvallende nieuws van deze week? Het nieuws dat hersenactiviteit vertaald kan worden naar verstaanbare woorden. Technologische therapie wordt dat genoemd.

Het staat nog niet eens in de kinderschoenen, maar u weet hoe hard ontwikkelingen gaan. Het afluisteren van de hersenen lukt overigens alleen door elektroden direct op het brein te leggen na een hersenoperatie.

Niet dat dan al uw gedachten gelezen kunnen worden, maar, zoals de wetenschappers zeggen: de grote lijn hebben ze wel te pakken.


Nou heb ik onlangs nog een zorgverklaring getekend, maar daar staat niet in dat na een hersenoperatie mijn gedachten niet gelezen mogen worden. Het lijkt mij toch niet onverstandig dat met het oog op de technologische ontwikkelingen alsnog te gaan regelen.

God weet wat er allemaal door je hoofd spookt als je aan je hersens geopereerd bent. Kijk, het kan natuurlijk best zo zijn dat je in die toestand een goedkope vervanger voor benzine bedenkt. Maar voor hetzelfde geld lig je alleen aan je buurvrouw te denken. En leg dat maar eens uit als je bijkomt en je vrouw zit liefdevol aan je ziekbed.

Ik heb er begrip voor als u niet begrijpt waar ik me druk over maak. U kent mijn buurvrouw niet.








HET




Ik hoor collega’s wel eens verzuchten dat ze liever in een land zouden werken waar HET gebeurt. HET is dan meestal een gebeurtenis waar veel doden bij vallen, zoals daar zijn oorlogen en revoluties.

Die collega’s vinden Nederland saai. Goed, we hebben af een toe een financiële crisis, een twitterende politicus die we bij gebrek aan beter tot HET bombarderen en de dreiging dat we straks allemaal een deel van ons salaris in de SP-kas moeten storten, maar verder is ons hoekje in de wereld toch een baken van saaiheid.

Nee, dan Afrika en de Arabische landen daar gebeurt HET. Ik vraag wel eens waarom die collega’s uitgerekend daar naar toe willen. Het is opwindend zeggen ze. Het lijkt ze opwindend denk ik dan. Het zijn namelijk landen zonder vier seizoenswisselingen, zoals wij die kennen.

En ik weet uit ervaring dat journalisten geen grotere opwinding kennen dan wanneer de seizoenen wisselen. Deze week vielen er twee sneeuwvlokjes en het vroor vijf graden. Zelden heb ik in mijn omgeving meer hectiek gezien.

En wat te denken van de opwinding die er op redacties heerst als het in de zomer vijf dagen meer dan 25 graden is. We rukken massaal uit om verslag te doen van de hittegolf. En als het in de zomer twee dagen achtereen regent trekken we in colonnes naar de campings om getroffen kampeerders te interviewen.

In de herfst raken we bijna in extase van de windwaarchuwingen. In de lente kunnen we niet wachten tot we de eerste terrasbezoekers kunnen filmen.

Nee, kom mij niet aan met het verhaal dat HET hier niet gebeurt. HET gebeurt hier vier keer per jaar. Geen enkele reden voor een journalist om voor de thrill naar het buitenland te gaan.








De straat (9)



(Door Ab Klaassens)

De kruidenier in de straat waarin ik ben opgegroeid moest alles afwegen, want de verpakte levensmiddelen die je nu in diverse kwaliteiten en merken in de supermarkt aantreft waren er niet toen ik voor het eerst de zaterdagse boodschappen mocht gaan doen.

De winstmarges waren laag, de thee, het meel, de suiker . . . .alles werd tot op de gram gewogen en gecontroleerd; vandaar de kwalificatie ‘krentenweger’.

Omdat mijn ouders druk waren met hun was- en strijkinrichting – ook op zaterdag – kreeg ik op nog jeugdige leeftijd de verantwoordelijkheid voor het op peil houden van de provisiekast. Dat dit op zaterdag moest – na de middag want ‘s ochtends was er school - kwam doordat de meeste mensen in de straat op vrijdagmiddag hun weekloon kregen en dan ook hun rekeningen betaalden.

Er waren er meestal velen vóór mij als ik met het boodschappenlijstje van mijn moeder de winkel van de kruidenier betrad: meer dan een kleine huiskamer was het niet. Iedereen wist wat iedereen kocht, iedereen zag wat buren wel en niet konden betalen, iedereen bekletste iedereen al was het maar over de aanschaf van een doosje rumbonen.

Ja, dat was één van de weinige artikelen die kruidenier verpakt verkocht: rumbonen in een doosje. Hij moest er wel voor klimmen op een laddertje. Want rumbonen…dat was luxe van de bovenste plank.

Op zaterdag mocht ik ook naar de tabakswinkel van meneer Van Gelder, een straat verderop. Doordeweeks rookte mijn vader een pijp. maar voor de zondag trakteerde hij zichzelf op drie sigaren. Die mocht ik gaan kopen. De sigaren die m’n vader wilde kostten drie cent per stuk. Je kreeg ze mee in een klein rechthoekig papieren zakje. Op de toonbank van de sigarenboer stond een buisje met een gasvlammetje. De sigarenboer draaide het vlammetje hoger als een klant een net gekochte sigaar direct wilde opsteken.








Drank




Of ik dan zoveel dronk vroeg de mevrouw achter de pre-operatieve balie. Ik was weer te bijdehand geweest.

Ik moet weer aan mijn been geopereerd worden. Het kostbare titanium belemmert de genezing van een wond en de orthopeed heeft besloten dat het er uit moet. Over drie weken ga ik weer op de operatietafel.

Dit keer kan het poliklinisch, maar daarna moet ik weer twee weken op krukken.

De dame van de pre-operatieve balie zag dat ik vijf maanden geleden al een formulier had ingevuld. Dat hoefde niet meer (ik blij, met mijn fomulierenallergie) maar ze wilde wel weten of er iets veranderd was.

Ik drink nog minder alcohol, zei ik, want tijdens die antibioticakuren ben ik helemaal van de drank afgebleven, zei ik. Ze schrok een beetje. Of ik dan zoveel dronk. En toen moest ik dat voor straf uitleggen. Ze keek me argwanend aan. M’n eigen schuld.

Dus weer onder het mes. Dat is niet zo erg, maar dan krijg ik weer zo’n ruggenprik. Dat viel de vorige keer erg mee, maar dat ben ik alweer vergeten. Ik begin dus gewoon van voor af aan om me daar druk over te maken.








Schuldig




Het is een worsteling, de bezoeken aan mijn vader in het verpleeghuis. Gisteren had hij een slechte dag. Een slechte dag voor ons dan, want misschien was het voor hem wel een fijne dag.

Hij lag in zijn rolstoel te dutten. Toen ik mij meldde en voorzichtig zijn arm schudde deed hij zijn ogen open. Als een baby die voor het eerst de wereld aanschouwt keek hij rond. Verbaasde ogen.

Mijn vader bromde en maakte wat bewegingen met zijn hand. Spreken deed hij niet. Zelfs niet onsamenhangend. Alle pogingen om met hem in contact te komen werden beantwoord met een licht gesnurk.

Na een kwartier besloot ik op te stappen. Weg te sluipen eigenlijk om hem niet weer wakker te maken. Ik voelde me schuldig toen ik mij op weg naar de auto af vroeg of zo’n bezoek nog zin heeft.








Niks uitslapen




Het was een chaotische week waarin ik uren minder sliep dan ik gewend ben en vooral: dan ik nodig heb.

Daarom besloot ik dit weekend uit te slapen. Normaal betekent dat in bed liggen tot half negen, maar nu had ik me voorgenomen daar minstens anderhalf uur aan vast te slapen.

Zaterdagmorgen werd ik om zeven uur wakker van onze spastisch/bijna dove buurtgenoot E., die er bovendien maar vier van de vijf heeft en die vier heeft hij niet eens op een rijtje.

E. kan zich af en toe ontzettend opwinden, bij voorkeur op straat. Meestal omdat onverlaten de banden van zijn krantenbakfietsje, dat voor de deur staat, hebben lek geprikt.

Omdat E. bijna niets hoort heeft zijn stem een enorm volume aangenomen. In onze smalle straat met hoge huizen kaatsen zijn vloeken dan als ballen in een flipperkast tegen de gevels. En dat op een stille zaterdagmorgen.

Een kwartier ongeveer duurde de tirade. Lang genoeg om mijn voornemen eens flink aan één stuk uit te slapen de grond in te boren.

Vanmorgen wilde ik een herkansing. Maar wederom werd ik rond de klok van zeven ruw gewekt. Dit keer door een auto-alarm. De eigenaar van het voertuig sliep schijnbaar vaster dan ik, want pas na twintig minuten verstomde het snerpende geluid.

Nog vijf dagen, dan is het weer weekend.








Vocalies (197)



(Door Marlies)

Vandaag in 1972 ging de tweede opera die Scott Joplin (u weet wel, van ‘The entertainer’) geschreven heeft in première: ‘Treemonisha’. Hoezo? zult u zeggen: Joplin leefde van 1868 tot 1917 (want dat wéét u...), en in 1972 pas een première van zijn opera die hij in 1910 af had?

Tsja, Scott Joplin was zo’n beetje de eerste 'neger'-componist van min of meer westerse muziek en hoewel hij van na de afschaffing van de slavernij was, kan ik me niet voorstellen dat de weg van zijn gecomponeerde muziek gepubliceerd en uitgevoerd krijgen een makkelijke was.

In 1911 heeft hij betaald voor het uitbrengen van een klavieruittreksel van de opera. Van dat klavieruittreksel heeft hij een kopie gestuurd naar het ‘American Musician and Art Journal’. In dat tijdschrift verscheen een positieve, pagina-grote recensie. Het heeft niet mogen baten: tijdens Joplin’s leven is Treemonisha nooit uitgevoerd. Er is slechts een soort doorloop-repetitie gehouden met Joplin zelf aan de piano in het Lincoln Theater in Harlem, New York; daar moest Jolin zelf godbetert voor betalen.

De ‘herontdekking’ van het piano-uittreksel in 1970 heeft uiteindelijk tot de echte première geleid in 1972 (met een orkestratie van T.J. Anderson) en toen was het succes niet meer te stoppen.

Vanwege de pianobegeleiding en de niet al te moeilijke muziek is het voor een amateur-gezelschap goed te doen. De opera duurt bovendien niet heel lang. Er zijn talloze koren die denken dat als ze zich allemaal zwart schilderen, ze ook 'neger'muziek kunnen maken (en de term negermuziek is hier, net als de term negercomponist hierboven beslist niet discriminerend bedoeld, in tegendeel!).

Ik heb zelf Treemonisha ooit mogen zingen in een semi-concertante uitvoering. Die uitvoering was qua zang niet slecht, al moest de dirigent wel alle zeilen bijzetten om zijn (deels wat oudere) koorleden tot enige ‘swing’ aan te zetten.

Ik geneerde me met mijn zwart geschminkte toet, maar kon niet goed uitleggen waaróm ik me geneerde en zat toen nog in de fase waarin je blij mocht zijn met iedere rol die je kreeg toebedeeld; niet moeilijk doen dus over wat zwarte schmink (die trouwens na 14 dagen nóg in de randen van mijn oren zat…) .

De stem van Treemonisha lag me wel en ik herinner me dat vooral de ‘Real slow drag’ aan het einde, met de sopraansolo, het in de zaal en bij het koor goed deed. Ik kreeg er wel die typische ‘sleep’ in die het stuk nodig had en ik kon (en kan nog steeds) flink gas geven, de ramen van de aula van de muziekschool in Eindhoven rammelden.

Je doet de opera overigens tekort als je ‘m een ‘ragtime-opera’ noemt. Er zit ragtime in, maar er is tevens een goeie, volledige ouverture, er zijn recitatieven, koren, dansen, stukken die sterk aan negro-spirituals doen denken en een paar goeie aria’s; hij was echt wel goed bezig die Joplin!

Het plot? Tamelijk overzichtelijk. Treemonisha heet zo omdat ze bij een grote boom is gevonden en omdat ze daar als kind heel graag speelde. Ze blijkt als ze opgroeit buitengewoon intelligent en begaafd te zijn en ze wordt onderwijzeres, iets dat in die tijd door de arme zwarten in Amerika gezien werd als ongeveer het hoogst bereikbare (tegenwoordig weten we wel beter… ).Ze preekt dus ‘educatie, educatie!!!’ en dat valt niet overal erg best.

Vooral niet bij de zwarte kerk (dat viel trouwens in die tijd bij geen enkele kerk erg lekker: de Brabantse zinsnede ‘houde gullie ze mar èrrum, dan houwe wij ze wel dom…’ is hier zwaar van toepassing). Treemonisha wordt vanwege haar denkbeelden ontvoerd, maar net op tijd weer vrijgelaten en iedereen is blij dat ze terug is en heeft inmiddels haar denkbeelden geaccepteerd. Einde opera.

Ik ga u niet vermoeien met een nog langer stukkie over het leven van Joplin; hij heeft het niet gemakkelijk gehad. Stof voor een apart ander stukkie, ooit eens…

In het filmpje een klein uittrekseltje uit de opera. Geluid is prut, maar de bedoeling komt goed over en de trouw aan zijn stijl waarmee Joplin componeerde ook. Er waren weinig fatsoenlijke filmpjes beschikbaar.





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed