Vocalies (123)

Het is rustiger in bloggersland, rustig op de website, rustig bij Vocalies. Als er dan eens iemand reageert, moet je er als een bok op de haverkist opspringen toch???

Amiek, die trouw reageert als ze iets leest wat haar interesseert, vroeg me eens iets te schrijven over Kurt Weill en Lotte Lenya, een illuster stel uit het recente verleden: hij componist, zij zangeres en samen vormden ze dus een kunstenaarsechtpaar.

Zij vertolkte zijn muziek; hij schreef zijn muziek met haar stem in het achterhoofd… zij overleefde hem 31 jaar en ligt naast hem begraven in New York. Eerst maar even over hun beider leven.

Kurt Weill werd op 2 maart 1900 geboren in een Joodse familie In Dessau. Toen hij vijf was begon hij met pianospelen en op zijn twaalfde gaf hij in het stadhuis van Dessau al zijn eerste concert met zelfgemaakte composities. Al in 1917 zong een operazangeres liederen van Weill; hij was toen nog pas zeventien!

In 1918 ging hij studeren aan de Hochschule für Musik in Berlijn, en had les van de componisten Engelbert Humperdinck en Ferruccio Busoni. In het begin van de jaren twintig schreef hij een aantal werken: zijn eerste symfonie, de pantomime Zaubernacht en de liederencycli Frauentanz en Stundenbuch. Zijn eerste bekende werk was het Vioolconcert opus 12 uit 1924 met begeleiding van blazers, aangevuld met een slagwerker en een contrabas.

En kort na zijn studie komt Lotte Lenya in zicht. Een haatliefde verhouding, een getroebleerde verhouding: ze trouwden en scheidden twee keer.

In 1926 ging Weills eerste opera Der Protagonist (op een libretto van Georg Kaiser) in première.

In 1927 schreef hij voor een muziekfestival een eenakter. Op zijn zoektocht naar een libretto kwam hij in aanraking met Bertold Brecht. Een gevolg van hun samenwerking was Das kleine Mahagonny, waarin Lotte Lenya zong. Dit zangspel zou in 1930 als basis dienen voor de grotere opera Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny.

Voor de opening van het Theater am Schiffbauerdamm in Berlijn in 1926 werd Weill door Brecht gevraagd om muziek te componeren bij zijn Dreigroschenoper. De combinatie Brecht-Weill werd hiermee in een klap wereldberoemd.
In 1933 werd kort na de première van Der Silbersee alle muziek van Weills hand, verboden en als "entartet" bestempeld. Bij de boekverbranding in mei gingen zijn originelen in vlammen op.

Weill vertrok met Lotte Lenya naar Parijs, en emigreerde in 1935 emigreerde hij naar New York, waar inmiddels ook Brecht terecht was gekomen. In New York bleef hij tot zijn dood.

In 1943 werd hij Amerikaan. In 1947 bezocht hij Europa en Palestina, maar naar Duitsland kwam hij nooit meer terug. In de veertiger jaren componeerde hij muziek voor een aantal Broadway-musicals.

3 april 1950 overleed Weill aan de gevolgen van een hartinfarct.

En dan Lotte Lenya. Die werd geboren als Karoline Wilhelmine Charlotte Blamauer in Wenen op 18 oktober 1898. Ze was eerder actrice dan. Ze was de ster van het Duitse toneel van de jaren twintig en dertig.

Vanaf haar ontmoeting met Weill loopt haar leven min of meer parallel (als je twee keer scheiden en twee keer trouwen parallel kunt noemen). Ze overleeft hem echter 31 jaar. In die jaren moet ze toch iets gedaan hebben zou je zeggen.

Haar tweede man was de Amerikaanse uitgever George Davis, na zijn dood in 1957 trouwde ze de 26 jaar jongere artiest Russell Detwiler in 1962. Hij stierf in 1969.

Ze acteerde in twee noemenswaardige films: ‘The Roman Spring of Mrs. Stone’ in 1961 en ‘From Russia with love’, de James Bond film waarin ze de sadistische Rosa Klebb speelde. Ze had een kleine maar perfect gecaste rol in ‘Cabaret’ en ze bleef Weill’s muziek en Brecht’s teksten uitdragen.

Ze was beslist geen zangeres. De stem wappert en rafelt en is klein en slecht gesteund. Toch paste Weill’s muziek perfect bij haar. Haar prachtige, harde en kelige Duits doet het goed bij wat ik noem: ‘Berlijnse sferen’ van het Berlijn van voor de tweede wereldoorlog. Ze is wars van alle mooizingerij en gaat recht naar het hart van haar toehoorders, maar net zo goed ook recht naar iemands duistere kanten.

Weill wordt nog steeds gewaardeerd omdat hij een van de weinige componisten is die een hedendaagse opera toegankelijk weet te houden zonder platvloers te worden, al gaat het af en toe langs het randje. Of Weill nu nog steeds zo gewaardeerd zou worden zonder zijn muze Lenya is maar zeer de vraag… Gisela May en Hildegard Kneff waren ook van die lekkere rauwe zangeressen die Weil konden zingen, beiden ook eerst actrices en dan pas zangeressen, maar Lenya hoort bij Weill.

Maar je doet Weill geen recht als je het alleen over zijn Dreigroschenoper hebt. Hij schreef een aantal prachtige instrumentale werken, waaronder een Vioolconcert en twee symfonieën.

In het filmpje een oude (misschien wel de oudste) opname van Seeräuber Jenny door Lotte Lenya. Er zijn talloze interpretaties van het stuk, Duitse en Engelse, jazzy en schlagerachtig, laag, hoog, lelijk, mooi; u mag zelf verder surfen! Lang leve You tube!

Journalistieke uiting

Bas Paternotte is de leukste ouwehoer op Twitter. Ik ken hem niet, maar ik mag hem wel. Zijn stukjes in HP/De Tijd lees ik graag.

Hij was deze week zelf onderwerp van nieuws. Dat kwam omdat columniste Raja Felgata de schrijver Robert Vuijsje vrouwonvriendelijk en dik had genoemd. Erger nog, Felgata had er aan toegevoegd: “Maar alle joden zijn vrouwonvriendelijk en dik”.

Paternotte liet zich niet onbetuigd, dat doet hij nooit, daarom mag ik hem. Hij noemde Felgata op Twitter een “vieze, vuile antisemiet”.

Felgata over de zeik. Die stapte naar de Raad voor de Journalistiek. Nou moet u weten dat de RvdJ een papieren tijger is die door veel vakgenoten met een korrel zout wordt genomen. Een deel gebruikt de uitspraken louter om collega’s te kakken te zetten.

Maar de RvdJ heeft nu wel een interessante uitspraak gedaan. Die vindt namelijk dat het bericht van Paternotte een overwegend persoonlijk karakter had waardoor het geheel als van niet-journalistieke aard moet worden beschouwd. De Raad laat in het midden of een bericht op Twitter als een journalistieke gedraging kan worden beschouwd. Het Volkskrantje kopt dan meteen:

Raad: Twitter is geen journalistiek,

maar dat is wel heel kort door de bocht. Beginnersfoutje van de koppenmaker zullen we maar zeggen.

Het biedt wel perspectief voor journalisten. Stel dat ik in één van de media van mijn baas een journalistieke uiting doe over bijvoorbeeld burgemeester X, waarin ik de man of vrouw in nette bewoordingen onder uit de zak geef. En dat ik dan op Twitter schrijf: burgemeester X is een vieze, vuile oplichter.

Dan zou dat kunnen betekenen dat die opmerking een overwegend persoonlijk karakter heeft waardoor het geheel als van niet-journalistieke aard moet worden beschouwd. Dat vind ik nogal dubieus. Kijk, journalistiek is geen roeping maar wel een levenshouding. Dat betekent in mijn beleving dat je als journalist in al je uitingen een zekere beroepsethiek in acht moet nemen.

Lijkt mij een interessante kwestie voor vakgenoten.

Teken

Weet u waar ik me zorgen over maak? Over het feit dat drie mannen in het diepste geheim broeden op de toekomst van ons land en dat wij niet het minste teken van leven krijgen. Tja, dezer dagen breng ik alles in verband met een kat die zich terug trekt om in afzondering te sterven.

Kijk, ik ben er voor dat mensen even de rust en de tijd nemen om zich te beraden. Zelfs als journalist zeg ik wel eens: jongens laat die club nou even nadenken. Wat verlang ik zelf niet terug naar de tijd dat we een dag konden uittrekken om een moeilijk rapport uit te pluizen.

Ik verlang zelfs terug naar de tijd dat we een half uur hadden om de samenvatting en conclusie te lezen. Een half uur, zegt u? Maar meneer, dan zijn u al honderd twitteraars voor gegaan. Dan voegt uw beschouwing niets meer toe. En zo is het.

Terug naar de essentie van dit stukje: de geheimzinnige onderhandelingen. Wat doen die mannen? Heel af en toe lees ik er iets over in de krant. De strekking van die stukjes is steeds hetzelfde: gaat de PVV gedogen of meeregeren?

Uit die voortdurende herhaling mag je concluderen dat de journalisten die dicht bij het vuur zitten, het ook niet weten. Maar ja, wij – de lezers – willen nu eenmaal informatieinformatie. En als je dat maar steeds op een andere manier in je krant schrijft lijkt het nieuw. Leer mij ze kennen, die journalisten.

Nee, ik vind het zorgelijk. Temeer omdat ik die drie mannen niet zo hoog heb zitten. Nou ja, Rutte vind ik wel sympathiek. Maar Verhagen en Wilders reken ik allebei op hun manier tot de gladjanussen. De mannen met een driedubbele agenda. En als dat dan ook allemaal ook nog in het geniep gebeurt, dan slaap ik heel onrustig.

Dus ja, wat ik eigenlijk zou willen vragen is: Heeren, geef ons een teken.

Precisie

(Door Ab Klaassens)


Soms lees of hoor ik dat de één of andere actie met ‘militaire precisie’ is voorbereid en uitgevoerd. Dat geeft mij dan veel genoegen, want vertrouwen in onze weermacht is noodzakelijk als we onze democratie willen verdedigen bij gevaren van buitenaf. In de veel besproken februarinacht van 1953, toen de zee Zeeland veroverde lag ik te slapen in het zolderkamertje boven mijn ouderlijk huis in Amsterdam.

Ik was drie weken soldaat van de Koninklijke Luchtmacht, na eerste oefening voor het eerst met verlof. Een buurvrouw had ’t op de radio gehoord: alle militairen terug naar de kazerne vanwege de nood in ondergelopen land. Terug in de Generaal Snijderskazerne in Nijmegen wachtten mij en de veertig andere soldaten op onze kazernekamer vele uren van nutteloosheid.

We moesten aantreden met alles wat we hadden, we moesten aantreden met alleen een kleine rugzak, een schepje en een veldfles, we moesten aantreden met alleen ons uniform aan. En uiteindelijk, meer dan 24 uur nadat in Zeeland de dijken waren bezweken, mochten we iets gaan doen.

We werden, zonder enige bepakking, met veertig man in een kleine vrachtwagen geladen en naar een zandafgraving in de buurt van Grave vervoerd. Daar moesten wij zandzakken vullen, wat we met veel ijver deden, want inmiddels waren de berichten over de ramp in Zuidwest Nederland tot ons doorgedrongen. In het duister, in regen, hagel en natte sneeuw vulden wij zandzakken tot een officier-ordonnans op een motorfiets verscheen die ons gebood de zakken leeg te gooien want er waren geen vrachtwagens beschikbaar voor het vervoer van gevulde zandzakken naar het getroffen gebied. Lege zakken, dat kon wel. Terwijl we, enigszins teleurgesteld de laatste zakken leeg maakten verbrak een andere officier op een motorfiets de duisternis met de vraag ´waar wij gvd mee bezig waren´. `Vullen die handel en als de sodemieter´!

Daar waren we mee bezig toen een andere groep soldaten ons kwam aflossen. Hebben ze zakken gevuld of leeggemaakt? Ik weet het niet. Wat ik wel weet dat ik bij lezing of horen van ‘met militaire precisie’ eventjes moet lachen.

Broer en het buurmeisje

Toen ik mijn vrouw hard mijn naam hoorde roepen en de buurvrouw en mijn buurmeisje hoorde, wist ik al dat er iets mis was.

Broer was gevonden. Hij is dood, zei mijn vrouw. Ze vroeg aan de buurvrouw hoe het met het buurmeisje was. Met die kleine ging het goed. De bange poes slaapt, zei het buurmeisje.

De kleine meid had Broer gevonden. Hij was op haar dakterras gaan liggen op een plek die met het blote oog niet was te zien. Het buurmeisje was daar blijkbaar aan het spelen gegaan en had toen de bange poes gevonden. Slapend. En dat willen we maar zo laten.

Ik ben minder nuchter dan ik dacht, want ik kon het niet opbrengen om Broer nog te zien. Mijn vrouw heeft hem naar de dierenarts gebracht. We hebben geen tuin om hem te begraven. Ik ben blij dat mijn vrouw kordater is dan ik. En ik ben blij dat Broer terecht is en wij ons niet meer hoeven afvragen waar hij is.

Het buurmeisje lijkt er niet van geschrokken. Ze kwam even later weer net als altijd om fruit vragen. En later hoorden we haar zoals gewoonlijk tegenstribbelen toen ze naar bed moest. Bussiness as usual.

Belazeren

Kijk, dat er mensen zijn die in hun levensbehoefte voorzien door anderen te belazeren, dat accepteer ik. Er zijn nu eenmaal goede en slechte mensen op deze wereld. Soms denk ik zelfs wel eens dat de goede mensen alleen maar opvallen bij de gratie van mensen die het slecht voor hebben met de wereld.

Waar ik me aan stoor is dat mensen denken dat ik zo dom ben dat ik me laat belazeren. Dat ze mij als een prooi zien.

De eerste keer dat ik tot dat inzicht kwam was het moment waarop een man, rijdend met zijn auto over het parkeerterrein van een supermarkt mij aan schoot. Hij gaf zich uit voor een vertegenwoordiger van pannensetten. Hij had nog één set op de achterbank liggen. Het was de laatste en hij wilde er van af. Ik kon ‘m voor een habbekrats over nemen.

Ik vind het ergerlijk dat zo’n man mij aanziet voor een sulletje dat dat verhaal gelooft. Zeg nou zelf: wat straal je dan uit? Je gaat bijna aan jezelf twijfelen.

Op dit moment krijg ik bijna dagelijks mail dat ik de veiligheid van mijn Rabobank-rekening moet verbeteren. Ok, dat gebeurt dan zonder aanzien des persoon, maar toch.

En het ergste is de inhoud van die mail:

Dit is een belangrijke veiligheidsupdate. Wij het veiligheidsteam van de Online drang van het.

Dit is een belangrijke veiligheidsupdate. Wij het veiligheidsteam van de Online drang van het Bankwezen RABO dat u uw rekening door een paar seconden te vergen om deze vorm in te vullen controle. Het moet uw rekening aan onze nieuwe server.

Tevreden bevorderen voldoet zodat kunnen wij fraude tegenhouden
.

Het ergste is dat er ergens ter wereld mensen zijn die denken dat er mensen zijn die hier wel in zullen trappen. Kijk, als je iemand wilt belazeren, doen het dan goed. Maak dan van het belazeren een kunst. Kun je dat niet, ga dan inbreken of zo.

Het allerergste is nog dat ik helemaal geen Rabobankrekening heb.

Eigenzinnig

Het lijkt er op dat er een eind is gekomen aan het illustere duo Poes&Broer. Broer was vorige week niet in zijn normale doen. Voordat we konden besluiten naar de dierenarts te gaan was hij verdwenen. Mijn vrouw, die veel meer ervaring heeft met katten dan ik, vertelde dat Broer zich waarschijnlijk ergens heeft teruggetrokken om te sterven.

Al dagen kijken we tegen beter weten in uit over de omliggende daken of hij toch niet vrolijk komt aangewandeld, zich niet bewust van de zorgen die wij hebben.

Poes is de laatste dagen aanhankelijker dan ooit. Het moet voor hem ook een hele klap zijn dat zijn broer en levensgezel er plotseling niet meer is.

We hebben nog wel gezocht, maar we hebben de hoop opgegeven dat we Broer ooit nog terug zien. Ik ben niet sentimenteel en al helemaal niet als het over dieren gaat. Toch heb ik even moeten slikken bij de gedachte dat die vrolijke, ondeugende Broer ergens ligt waar ik hem niet meer kan vinden.

Katten zouden eigenlijk gewoon thuis dood moeten gaan, zodat je een beetje fatsoenlijk afscheid kunt nemen en geen onzekerheid hebt over hun lot. Maar dat doen katten niet. Ze sterven zoals ze leven: eigenzinnig.

Vocalies (122)

(door Marlies)

Aflevering 56 van de podcasts houdt u tegoed... ik krijg 'm er niet op! Hulptroepen zijn onderweg. En mijn stukkie wordt deze week door omstandigheden niet op zaterdag erop gezet, maar op zondag.

Zaterdag 24 juli in 1921 werd Giuseppe di Stefano geboren, ‘Pippo’ of ‘Beppe’ voor intimi. Hij werd geboren op Sicilië en had een korte, maar wel bijzondere carrière. Hij was een van de weinigen namelijk die het naast Callas langer dan een dag volhield (hier zit een beetje sopranennijd bij hoor….). Sterker nog: hij was erbij toen Callas een come-back probeerde te maken in 1974 en hij stopte ongeveer rond dezelfde tijd als zij. Hij zou een korte romance met haar gehad hebben en hij heeft een heleboel prachtige plaatopnamen met haar gemaakt in de vijftiger jaren: Lucia di Lammermoor, I Puritani, Cavalleria Rusticana, Tosca, I Pagliacci, Rigoletto, Il Trovatore, La Bohème, Un Ballo in Maschera, Manon Lescaut… Jammer genoeg zijn de opnamen wat ouder en nog van vóór de cd’s; inmiddels kunnen we meer, maar zullen we het moeten doen met wat er is. Er is een aantal duetten met Callas van latere opname-datum, maar daar bestaan alleen illegale kopieën van; ideetje om die eens uit te geven?

Di Stefano had een speciaal soort stem: net effe dat trompetterige van Pavarotti, maar niet te veel, net effe dat emotionele van Carreras en doe er dan nog een beetje Bocelli en een beetje Villazon bij en je hebt Pippo di Stefano. Hij was geen celebrale zanger, meer een intuïtieve, bijgevolg zong hij de veristische opera’s makkelijker en doorleefder dan wanneer hij een koning moest verbeelden. Hij was een aardse man….

Zijn debuut beleefde hij in 1946 in Reggio Emilia als Des Grieux in Jules Massenet’s opera Manon. Met dezelfde rol maakte hij een jaar later zijn debuut aan het Teatro alla Scala van Milaan. In 1948 debuteerde hij aan The MET als de Hertog in Rigoletto van Giuseppe Verdi; hij werd een geregelde gast in New York.
In 1957 maakte hij Di Stefano zijn Engelse debuut op het Edinburgh Festival (Nemorino in L'Elisir d'amore). In 1961 aan het Royal Opera House als Cavaradossi in Puccini’s Tosca.

Hij werd gracieus oud en zong na het beëindigen van zijn officiële carrière voor de lol nog overal en nergens tot…. hij in 2004 zwaar, heel zwaar gewond raakte bij een overval bij zijn tweede huis in Kenia. Daar is-ie niet meer van hersteld en uiteindelijk stierf hij in Milaan op 3 maart 2008.

In het filmpje de beroemde ‘kouwe handjes-aria’ (de beginwoorden: 'che gelida manina betekenén in het Nederlands: 'welk een koude handjes...' ) uit La Boheme. Kijk vooral in het begin hoe mooi en makkelijk de tonen voorin geplaatst zijn. En die hoogte: hoe makkelijk! Het is geen groot acteur, maar zeker geen schmierder en hij voelt zich senang in eigen lijf. Ik mag dat wel….

Wielrennen

(Door Ab Klaassens)


Anders dan de beheerder van dit parkje op internet geniet ik van het wielrennen op TV, al is het maar om de taal van de commentatoren op de Vlaamse TV – de Nederlandse uitzendingen kunnen mij niet bekoren. Je hebt op de Vlaamse TV in de eerste weken als commentator de oud-onderwijzer Michiel Wuyts met als assistent de ietwat onderkoeld overkomende oud-wielrenner Tom Steels, in vergelijking met andere oud-coureurs een toppunt van wijsheid en relativering. In het vervolg krijg je te maken met het duo Renaat en José de Cauwer. Renaat is de wat spitsvondige intellectueel, José de Couwer de bonkige oud-wielrenner die de grapjes van zijn compaan niet altijd kan waarderen.

Michiel Wuyts vindt dat een door hem gewaardeerde renner die te lang in het peloton blijft hangen ‘maar eens uit zijn kot moet komen’. Hij – Wuyts – zegt dat ‘alles nog op één zakdoek past’ als de verschillen tussen de mannen die zwoegend een berg beklimmen nog klein zijn. Opvallend is zijn veelvuldig gebruik van het woord ‘evident’, want van een Vlaming zou je toch eerder het synoniem ‘klaarblijkelijk’of ‘vanzelfsprekend’ verwachten.

José de Cauwer noemt een tot mislukking gedoemde ontsnapping uit het peloton ‘een chasse de petat’; in zijn eigen vertaling een ‘aardappeljacht’. Commentator Renaat zegt bij een geslaagde vlucht van een renner in een blauw-wit-rode kampioenstrui ‘ dat de Fransen nu hun boontjes in de week leggen voor Veuclair’.

De beheerder van dit parkje op internet is bezeten van (PSV)voetbal. Een voetballer valt kermend neer als z’n haar in de war raakt. Een wielrenner vraagt z’n fiets terug als hij in een honderd meters diep ravijn is geduikeld. Ik geef de voorkeur aan wielrennens. Ze doen elkaar niks.

Griffel

(Door Ab Klaassens)


De Volkskrant van 21 juli citeerde een persbericht van de webwinkel Amazon: “Voor elke 100 hardcovers die we verkochten gingen er 143 e-books over de toonbank.”
Een hardcover is een boek van papier.
Een e-book is een boek dat je alleen kunt lezen met een e-reader.
Een e-reader is een doosje ter grootte van een dikke plak kaas waarin je 350 boeken kunt opslaan. Vervolgens kun je die boeken lezen in een lettergrootte naar keuze.
Handig als je met een vliegmasjien naar een ver eiland wilt om daar onder een palmboom je achterstand op leesgebied weg te werken.
Maar ik blijf even kauwen op die e-books ‘die over de toonbank gingen’.
Weet iemand nog wat een toonbank is?
Zijn er nog winkels met een toonbank?
Kunt u zich voorstellen dat er ‘een e-book over de toonbank gaat’?
In een doosje? Met een mooi papiertje erom?
In mijn supermarkt hoorde ik een jonge vrouw een caissière prijzen met de woorden: “Een tien met een griffel, een zoen van de juffrouw en een bank vooruit.”
De caissière vroeg: “Wat is een griffel.”
De jonge vrouw wist het niet.

Lubbers

Ik vraag me dan af hoe dat gaat. De Majesteit ontvangt haar adviseurs en op een bepaald moment valt de naam van Ruud Lubbers. Was het de Koningin zelf die op dat idee kwam of één van die adviseurs? En hoe kwamen ze daar dan op?

Ik stel me voor hoe dat gaat. Beatrix en haar raadgevers spreken alle mogelijke coalities door. Ze zijn veel geleerder dan wij dus ze concluderen al snel dat het formeren van een nieuwe regering a hell of a job is. Zo noemen deze Hoge Lieden dat natuurlijk niet, maar u begrijpt wat ik bedoel.

En dan zegt er opeens iemand: het CDA heeft een sleutelrol. En dan praten ze over die rol. Maar ja, ze zijn natuurlijk niet gek daar in Huis ten Bosch, dus ze bedenken dat er geen kabinet VVD-CDA-PvdA kan komen. Ze tikken dat als het ware meteen af. Die mensen kijken ook naar Sacha de Boer en die hebben allang gezien dat PvdA en VVD nooit samen kunnen. Bovendien hebben ze natuurlijk ook zo hun eigen kanalen om dat te weten.

Dus ja, wat dan? VVD-PVV-CDA? ’t Zal wel moeten roept dan iemand, maar hoe krijgen we die verrekte Verhagen aan tafel. Ik denk dat er dan iemand – zonder nou te willen roddelen, want dat doen ze niet - heeft geopperd dat Verhagen een spelletje speelt om zijn achterban de indruk te geven dat hij geworsteld heeft over samenwerking met die vermaledijde PVV. Want laten we wel wezen, hoe leg je als rechtgeaard christen uit dat je zaken gaat doen met een man die andere gelovigen verkettert. Want vandaag pakt hij de moslims en morgen Staphorst. Zo gaat dat met mensen die verteerd worden door blinde haat.

En ik denk dat de Majesteit toen heeft gezegd: "Ruud Lubbers. Dat is ‘m. Ik ken hem nog van vroeger. Die lult alles recht wat krom is." Nou ja, ze heeft dat natuurlijk niet zo gezegd, want zo praat een Koningin niet, maar ze heeft het wel zo bedoeld.

Ja, ik denk dat het zo gegaan is. Maar het kan ook net zo goed anders gegaan zijn.

Splijtzwammen

Wekenlang werd ik ’s morgens wakker met de geruststellende gedachte dat drie sympathieke mannen en een vrouw een list aan het bedenken waren om dit land uit het slop te halen. Ik had er eerlijk gezegd wel vertrouwen in. Sterker nog, ik had al gecontroleerd of het kruikje goede oude jenever dat ik bewaar voor bijzondere gelegenheden nog wel koud stond.

Vanmorgen werd ik wakker met de gedachte dat alle hoop ijdel was gebleken. Het land, dat nog steeds in oorlog en in een economische crisis verkeert, dobbert voorlopig nog reddeloos rond. Erger nog, het al eerder door mij voorspelde doomscenario van een VVD-CDA-PVV-kabinet is nog steeds niet van de baan.

Dan worden we mede geleid door een man die een paar dagen geleden opnieuw de gehele islamitische wereld tegen zich in het harnas joeg. Een man die zich steeds meer ontpopt als een splijtzwam van internationale allure. Ik voelde al een lichte hoofdpijn opkomen.

En toen bedacht ik me ook nog dat een man in het Vaticaan onze provincie heeft opgescheept met een hulpbisschop die zo behoudend is dat hij gemakkelijk in staat is om zijn eentje het kerkvolk massaal weg te jagen. Nog zo’n splijtzwam.

Krijgen we echt de leiders die we verdienen. Wat hebben we dan in hemelsnaam verkeerd gedaan?

Wielrennen

Ik heb niets met wielrennen. En ook niet met veel andere sporten trouwens. Maar wielrennen staat mij het meest tegen. Het komt omdat ik vroeger te vaak langs het parcours heb gestaan om de verrichtingen van een niet onverdienstelijk wielrennende neef te moeten aanschouwen. Uren op de stoeprand om hem vier keer voorbij te zien flitsen. Bah, wielrennen!

Maar wie in Brabant woont en bovendien bij de provinciale omroep werkt, kan niet om wielrennen hennen. Brabant is een wielerprovincie, hoewel ik de indruk heb dat de invloed van Brabanders in grote koersen elk jaar minder wordt.

Het enthousiasme bij mijn collega’s voor het peloton is er niet minder om. De Tour de France wordt hier nauwlettend gevolgd en er is een poule. Uit en te na worden de dagkoersen besproken. Het is voor mij abracadabra. Desondanks probeer ik me de belangrijkste ontwikkelingen eigen te maken, want een journalist hoeft niet van iets alles te weten, hij moet wel van alles iets weten.

Dus weet ik ook dat er gisteren grote opwinding was omdat één van de kanshebbers, Andy Schleck, pech kreeg en de andere kanshebber, Contador, daar van profiteerde door snel weg te spurten.

Op onze zender hoor ik onze presentator voortdurend vragen: wat zou u gedaan hebben? Het feit dat de één profiteert van de pech van de ander schijnt nogal een kwestie te zijn. Ik proef uit de toon van mijn collega zelfs enige verontwaardiging over de misselijke daad van Contador.

Dat begrijp ik dan l niet. De Tour is voor mij vooral synoniem aan mannen die zich vol stoppen met verboden middelen om zo op een oneerlijke manier aan het eind van de dag een paar lekkere blonde meiden te kunnen kussen.

Ik heb werkelijk nooit geweten dat is in dat rennersveld sprake was van enig mededogen en solidariteit. Maar goed, u had het al begrepen. Ik heb de ballen verstand van wielrennen. By the way: als mijn collega-presentator mij zou vragen wat ik gedaan zou hebben, zou ik naar eer en geweten antwoorden dat ik er ook vandoor zou zijn gesprint.

Wat zou u gedaan hebben? Ach, laat ook maar . . . .

CJIB

Het is altijd spannend als er een brief van het Centraal Justitieel Incasso Bureau op de deurmat ligt. Niet de hoogte van de schikking is spannend, maar wie moet betalen: mijn vrouw of ik? Meestal gaat het om een paar tientjes omdat één van ons een paar kilometer te hard heeft gereden. Als zo’n brief binnenkomt, kijken we meteen in de agenda waar de auto zich op dat moment bevond en wie er reed. Die betaalt. Eigen schuld, dikke bult.

Je moet wel op tijd betalen want als je dat niet doet dan slaat het CJIB flink op. Hoe gaat dat eigenlijk andersom? Daar heb ik nu ervaring mee.

Ik heb een tijdje geleden met succes bij de kantonrechter een boete van 150 euro aangevochten. Eind mei kreeg ik een brief van het CJIB dat het geld (minus natuurlijk de administratiekosten) dat het geld binnen een maand teruggestort zou worden. Alleen zo’n brief te hebben is al een genot.

We zijn nu zes weken verder en ik heb nog geen cent mogen ontvangen uit Leeuwarden. Vanmorgen maar eens gebeld om te vragen of er bij justitie zes in plaats van vier weken in een maand gaan? Tja, je weet niet, misschien rekenen ze vooraftrek of zoiets.

Dat bleek niet zo te zijn. Bij hun gaat een maand wel later in dan bij mij. Als ik een brief krijg die 27 mei gedateerd is en waarin staat dat ik binnen een maand mijn geld krijg, ga ik uit van 27 juni. Bij justitie niet. Daar komt eerst een administratief proces op gang en als dat is afgerond dan pas gaat de maand in. De dame aan de telefoon moest toegeven dat dat een beetje misleidend is voor een eenvoudig burger als ik.

Maar gelukkig, het toeval wilde dat “mijn” maand 16 juli was verstreken. En dan duurt het nog een paar dagen voor het geld gestort wordt, want druk, druk druk bij het CJIB. Deze week mag ik het tegemoet zijn. Da’s mooi, dan heb ik een buffertje wanneer de reguliere post uit Leeuwarden komt.

.

Vocalies (121)

(Door Marlies)

Voor het eerst in het ruim twee-jarig bestaan van mijn website word ik op de zaterdagochtend wakker zonder een stukkie te hebben voorbereid. En dat ik niet wakker heb gelegen van dat feit is een tweede teken aan de wand… foei Vocalies!

Ik was gisterenavond wat van plan toen ik van werk terugreed naar huis, maar eenmaal thuis te moe om iets vrolijks te bedenken dus maar even plat…. Daarna een buitengewoon genoeglijke avond, zonder noemenswaardige gesprekken over muziek die zouden hebben kunnen inspireren. Dat is sowieso een probleem dezer tijden: ik zit niet meer in de ‘scene’, geen klassieke minners of –haters om mij heen, geen mensen met leuke brieven over het wel en wee op Radio 4, geen website daar meer bij te houden, die mij dwong af te dalen in krochten van archieven en fonotheken. Geen productie waar ik aan deelneem, slechts een hoofdredacteur die zijn best doet mij alle berichtjes die hij tegenkomt door te mailen (wat overigens zeer gewaardeerd wordt en nodig is, dus het woordje ‘slechts’ is hier eigenlijk niet op zijn plaats.

De anekdote-mand uit het zingend verleden is niet leeg, maar lang niet alles is geschikt om een stukkie over te schrijven; soms doet een verhaal het veel beter aan de keukentafel en sommige anekdotes zijn helemaal niet vertellenswaardig, niet op schrift en niet mondeling, het enige wat ik daarmee doe is erom glimlachen in mezelf.

The Classical Almanac levert ook al niet veel inspiratie: slechts een feitje is het vermelden waard: de geboorte van Dawn Upshaw, sopraan, op 17 juli 1960, die wordt dus vandaag vijftig. Misschien zit ze Sara, maar ik weet niet of die rare gebruiken van ons in de Verenigde Staten ook gemeengoed zijn; ik hoop voor haar van niet. Van Dawn Upshaw heb ik altijd zo bewonderd dat ze goed hedendaags klassiek kon zingen, iets wat mij nooit gelukt is. Als de tonaliteit weg is, is mijn zuiver zingen ook weg en ik kan mij niet verplaatsen in de drijfveren van hedendaagse componisten. Dat zegt waarschijnlijk meer over mij dan over die componisten, maar ik hoef me daar ook niet (meer) druk over te maken….

Dus dan maar even over Dawn, die met haar verjaardag vandaag mijn redster in nood is. We houden het kort en voor volgende week begin ik gewoon weer morgen mijn research, ik beloof u dan weer een stukkie en ik beloof u ook te blijven schrijven. Als ik daarmee op zou houden zou ik met mezelf in de knoop komen en dat willen we niet…. toch????

Dawn Upshaw begon haar vocale carrière op de high school in Park Forest, Illinois. Ze studeerde daar af in 1982 (grappig; ik ben maar een anderhalf jaar ouder en ik begon pas in 1985 te studeren, toen had Dawn er de basis al opzitten…) en ging vervolgens zangtechniek studeren bij Ellen Faull aan de Manhattan School of Music in New York, waar ze in 1984 afstudeerde. Ze volgde cursussen bij Jan DeGaetani aan de Aspen (Colorado) Music School. Ze won de Young Concert Artists auditions en was verbonden aan het Metropolitan Opera ontwikkelingsprogramma voor jonge artiesten. Sinds haar debuut in 1984 heeft Dawn Upshaw meer dan 300 uitvoeringen in en met de Metropolitan Opera gegeven. Dat betekent dat ze stabiel en onverschrokken is: de sfeer aan The Met is er een waar je tegen moet kunnen: ik lees graag biografieën van zangers en lees dan overal dat The Met een vreselijk oord, vol jaloezie, wraakzuchtigheid en ijdelheid is….

In 1993 werd ze internationaal bekend met haar opname van de derde symfonie van Henryk Górecki met David Zinman. Ze zong nogal wat premières van hedendaagse stukken en ze toert (gelukkig) veel. Nu vijftig geworden zal ze nog een mooi decennium vóór zich hebben om mooie dingen te doen. Lekker niet meer piep en een beetje in je lijf gezakt is het dan heerlijk werken. Ik hoop dat ze ook zonder Sara een prachtige dag heeft!

In het filmpje een stukkie over een masterclass, hilarisch af en toe, en u kunt zien hoe toegewijd ze inderdaad is aan hedendaags klassiek en hoe 'gewoon'ze het maakt. Hulde!

Doorakkeren

Het is maar stillekes rond de formatie. Zeker nu Femke Halsema even niet twittert. Mondjesmaat komt er iets naar buiten, zoals vanmorgen in het Volkskrantje. Die hebben wat mensen gesproken in kringen rondom de formatieploeg.

Dan ben ik louter beroepshalve zo ontzettend benieuwd wie die lekken zijn en vooral wat hun belang is, want veel bijzonders stond er niet in het stuk. Ja, dat ze nou de verkennende gesprekken achter de rug hebben en dat ze volgende week de diepte in gaan. Het zou tijd worden als je dag en nacht met elkaar praat.

Er moet wel achter te komen zijn wie het lek is. Eén van de betrokkenen zegt namelijk dat er allerlei financiële zaken zijn doorgeakkerd. Dat woord hoor je maar zelden, dat moet te herleiden zijn. Of is doorakkeren in politiek en ambtelijk Den Haag een heel gewoon woord??

Het is geen doorsnee woord. Zelfs Google maakt me niet veel wijzer. Het woord schijnt managersjargon te zijn. Het betekent zoiets als snel samen een document doornemen. In de journalistiek noemen we dat “effe een stuk scannen”. Vooral als het een moeilijk stuk is moet je behoorlijk wat ervaring hebben om via die scanmethode de essentie er uit te halen.

Het brengt ons wel weer wat dichter bij de bron, want het stuk is geschreven kort nadat topmanagers van verschillende ministeries bij het overleg waren geweest. Curieus overigens dat de lijsttrekkers even snel financiele stukken hebben doorgenomen. Je zou toch denken dat ze dat uitgebreid hebben gedaan om te kijken of er overeenkomsten te vinden zijn.. Volgens mij bedoelde de bron dat ze stukken hebben doorgeploegd in plaats van doorgeakkerd. Gevalletje: klok horen luiden . . .? Het zal wel een stadsmens zijn.

Maar ach, wat doet het er toe. Het belangrijkste is dat wij, het volk, weer iets horen van onze leiders. En dat wij weten dat er nog steeds serieuze pogingen worden gedaan het land op de rails te houden, of te krijgen, afhankelijk van door welke bril u kijkt.

Doorakkeren. Dat was trouwens ook wel een mooie naam voor een website geweest. Jammer dat ik daar nu pas achter kom.

Blikveld

Denkend aan Brabant zie ik autosloperijen. Torenhoge stapels blik. Grasvelden vol heilige bonte koeien, vooral roestrood bruin.

Dat moet mijn collega in 1988 gedacht hebben toen ik hem voorstelde samen met mij de krant in Barneveld te verruilen voor de omroep in Eindhoven. Daar was werk zat.

Ik hoor het hem nog zeggen: “Naar Brabant??? Ik kom er wel eens door op weg naar Frankrijk. Die provincie is één langgerekte autosloperij. Nee, dank u, ik blijf hier.”

Ikzelf verruilde de Veluwe wel voor die uitgestrekt provincie onder de Grote Sloot. Nooit spijt van gehad. Het is hier goed wonen en die autosloperijen bleken allemaal gerund te worden door mensen die een niet aflatende stroom spannend nieuws genereerden, om het maar eens netjes te zeggen.

Na 20 jaar zijn de meeste sloperijen gesaneerd. De meeste eigenaren verdienen nu hun nering op een manier die de journalistieke aantrekkelijkheid van de provincie alleen maar groter heeft gemaakt.

Dat brengt mij op een rapport dat deze week verscheen waarin stond dat in Brabant de georganiseerde criminaliteit veel te veel de vrije loop wordt gelaten. Onze politiemensen zijn vooral bezig met zichtbare dingen. U weet wel, overvallen, inbraken, diefstallen en geweld. Wetenschappers vinden dat de politie veel harder moet optreden tegen de georganiseerde misdaad die zich voornamelijk buiten uw en mijn blikveld (mooi synoniem trouwens voor autosloperij) voltrekt maar die indirect wel weer tot die zichtbare criminaliteit leidt. Ga d’r maar aan staan.

In het Brabants Dagblad stond vandaag een interview de Tilburgse criminoloog Cyrille Fijnaut. Hij had een prachtige uitspraak die mij weer deed denken aan mijn oude collega en zijn autosloperijen. Een mooi staaltje beeldvorming.

„Die criminaliteit trekt de meeste aandacht. Daar naast zijn Brabantse steden een soort permanente kermissen, met veel evenementen. Dat betaal je met politiecapaciteit. Maar het blijft raadselachtig dat daarnaast de zware criminaliteit jaren niet stevig genoeg is aangepakt.”

Waarneming

Een van de meest lezenswaardige jonge webloggers, Koekjesfabriek, schreef dezer dagen over een ontmoeting met een vogel, die op de weg zat. Ik vond dat een mooie kleine waarneming. Dat heb ik natuurlijk laten weten.

Ik vond het bijzonder dat zo'n vogeltje zonder enige schroom bleef zitten. Het was vast een jong vogeltje dat nog geen kennis had gemaakt met die gevaarlijke diersoort mens.

Het schoot me te binnen dat een paar weken geleden zelf zo'n ervaring had. Helemaal vergeten. We liepen met een aantal mensen in de bergen in Oostenrijk. Op het pad zat een klein vogeltje. Toen wij op een meter genaderd waren vloog hij op ('t kan ook een zij geweest zijn, ik ben niet zo'n vogeltjeskenner) en streek hij neer op een tak.

Ik pakte snel mijn camera om er een plaatje van te maken. Dat moet heel snel, want vogeltjes wachten gewoonlijk niet. Deze wel. Het bleef onbekommerd zitten en liet zich van alle kanten fotograferen. Blijkbaar vertrouwde het mij volkomen. En terecht natuurlijk, ik doe nog geen vlieg kwaad.

Even heb ik overwogen om heel voorzichtig steentje naar het diertje te gooien zodat het zou weten dat de mens van nature niet zo zachtaardig is, maar dat heb ik natuurlijk niet gedaan. Het zou me overigens niet verbazen als het vogeltje er nu nog zit.

Rutger bedankt voor de inspiratie!

Huldiging

Nee, ik ga niet naar Amsterdam vandaag. In de eerste plaats ben ik al chagrijnig dat NS mijn trein vorderde voor die carnavalsvierders langs de grachten en ik een half uur te laat op mijn werk kwam. Geel-blauw houdt van Oranje maar niet van jaarkaarthouders, die die incompetente club op de rails houdt. In de tweede plaats ga je als rechtgeaarde PSV’er niet naar 020 om daar – om het even welk – voetbalteam toe te juichen.

Dat laatste is een grapje. Zo fanatiek ben ik nou ook weer niet. En dat is meteen de reden dat ik niet in een oranje leeuwenpak aan het Amsterdamse water te staan. Ik heb het boek zondagavond half twaalf gesloten. Over naar de orde van de dag. Althans privé, journalistiek zit ik er nog tot over mijn oren in.

Bovendien, dames en heren, sinds wanneer telt in de sport de nummer twee? Maar, vooruit, laat ik niet zuurpruimen. Het zijn barre tijden en grote bezuinigingen wachten ons (ja, dat was u al weer bijna vergeten hè?) dus laten we de mensen die er behoefte aan hebben nog één keer een pleziertje gunnen voordat ze hun broekriem moeten verkopen om het magere lijf te redden.

En omdat ik niet wil zeuren wil ik ook nog wel even zeggen dat ik het zeer betreur dat media nu opeens onze jongens afschilderen als een stel slagers. Het hele toernooi is het hosanna en nu ze verloren hebben en uit cijfers van de FIFA blijkt dat zij (niet wij) de meeste overtredingen hebben begaan, kleeft er opeens een smetje aan onze helden. Maar ja, zo gaat het. Het scheidslijntje tussen aanbidding en verguizing is soms heel dun.

Maar goed, morgen nog wat verslagen van de huldiging en dan zal het wel klaar zijn. Mijn focus (om maar eens in stijl te blijven) zal dan gericht zijn op het komend kampioenschap van PSV. Ik verwacht half april 2011 op ons eigen Stadhuisplein te staan.

Expositie

Tijd voor een beetje reclame. De fotoclub waar ik lid van ben, AFC68 's-Hertogenbosch, opent zaterdag een tentoonstelling. Er hangen ook wat foto's van mij. U kunt er tot 15 augustus terecht. Komt allen zou ik zeggen.

Vanaf komend weekend kunt u van donderdag tot en met zondag van 14.00 tot 18.00 uur terecht in de voormalige Rijks HBS aan de Hekellaan 2 in Den Bosch.

Zo ziet het er uit. En denk nou niet: wat een lelijke foto, want ik heb hem met mijn iPhone gemaakt en dat vind ik nou niet bepaald een ding om foto's mee te maken. Ik weet het, ik sta de Apple-vriendjes en -vriendinnetjes op de tenen:




O, ja, die is foto is gemaakt tijdens de inrichting, dat u niet denkt dat wij een beetje kunstzinnig lopen doen met Dirk-tassen.

We hebben ook nog een persbericht, zodat u helemaal op de hoogte bent:


Fotoclub AFC68 exposeert in voormalige manege aan de Hekellaan

.


DEN BOSCH – De Bossche Fotoclub AFC68 exposeert van 17 juli tot en met 15 augustus in de voormalige manege aan de Hekellaan in Den Bosch. Het wordt een tentoonstelling met divers werk van alle leden van de fotoclub.


Het is al weer twee jaar geleden dat AFC68 exposeerde. Dat was toen in het Kruithuis, samen met fotoclub Gamma uit Leuven. Daarna begon een lange zoektocht naar een geschikte ruimte om foto’s tentoon te stellen. Die bleek in Den Bosch niet direct beschikbaar.

Uiteindelijk vond de fotoclub een plek in de voormalige manege aan de Hekellaan 2. In veel opzichten is dit een ideale ruimte. Het gebouw is groot en hoog. Dat betekent dat fotowerk dat zich daar voor leent ook groot gepresenteerd kan worden.

Tweede voordeel is dat de expositie gedeeltelijk samenvalt met Theaterfestival Boulevard en het gebouw in de aanlooproute ligt van parkeerterrein Vonk en Vlam naar het hart van het festival, de Parade.

De expositie van AFC68 betekent ook meteen de laatste tijdelijke activiteit in het historische gebouw dat rijksmonument is. Na de fototentoonstelling worden de deuren tijdelijk gesloten vanwege een verbouwing. In de voormalige manege komt het veilinghuis Korst. Een bezoek aan de fototentoonstelling betekent ook een laatste kans om het gebouw in z’n oude staat te zien.


Fotoclub AFC´68, voluit Amateur Fotografen Club ´68 is opgericht in 1968. Vele leden zijn inmiddels het predikaat amateur ontstegen. Sommigen zijn fotograaf van beroep. Anderen hebben een hoge graad van fotografische visie en vaardigheid verkregen. Voor allen geldt dat de fotografie meer is dan een leuke hobby: het is een passie.

Vocalies (120)

(Door Marlies)


Eerst even dit: vandaag komt podcast 55 (klik hier) erop! Kunt u weer lekker luisteren. Dat is trouwens niet zomaar een aflevering, hiermee kom ik in aantal afleveringen langszij gevaren bij Podjeopera, dat er bijna een jaar geleden zo onverwachts de stekker uittrok. Volgens mij ben ik de langst publicerende podcaster van klassieke muziek in Nederland (en de enige) maar als u anders denkt, laat het me weten!

Aanstaande woensdag, als al het voetbalgeweld weer achter de rug is en wij in ons ‘normale’ doen raken begint-ie: de Mahlerweek; van 14 tot en met 18 juli 2010. Zijn eerste vijf symfonieën worden op TV uitgezonden (Nederland 2, 22.45 uur) en op Radio 4 wordt in het programma De Klassieken (op werkdagen van 9.00-12.00 uur) stilgestaan bij Mahler. Nou, wat is er dichterbij dan radio en TV? U hoeft nergens kaartjes voor te kopen, niet ergens naar toe, niet te parkeren, niks te regelen met babysit en ander oppas-spul. U krijg wonderschone, helende muziek op een presenteerblaadje aangeboden.

Het heeft bij mij even geduurd vóórdat ik Mahler ging waarderen. Dus misschien moet u op die manier ook wel even doorbijten. Ik heb al eens eerder geschreven dat mijn belangstelling voor klassieke muziek ergens bij Verdi en Puccini ophoudt; dat zware, doorgecomponeerde dat voor mijn oor en geest geen kop en geen staart heeft is wat lastig te behappen. Mahler doet dat ook: doorcomponeren, maar hij heeft genoeg mooie dingen geschreven en zijn zwaarte is een andere zwaarte dan die van Wagner. Over wat er na Wagner komt moet u trouwens niet bij mij zijn, not my cup of tea en omdat ik met kennis en kunde binnen de klassieke muziek niet (meer) mijn kost hoef te verdienen, wil ik er ook niks meer van weten ook. Respect is even genoeg…..

Nog effe over Mahler: prachtige componist. Mijn oud-collega Hans van den Boom bij de AVRO (die trouwens sprekend op Mahler lijkt) houdt prachtige inspirerende lezingen over hem en laat daarbij de meest prachtige muziek horen. Zo goed onderlegd ben ik wat Mahler betreft niet, maar ik weet dat hij hele mooie dingen gemaakt heeft: zijn vocale muziek is vooral voor wat grotere stemmen: je moet over een heel orkest heen kunnen zingen, lange ademlijnen kunnen volhouden en uitstekend Duits spreken en verstaan. Kijk dat ligt mij wel: ik ben een witkwast-zangeres, heb een tamelijk behoorlijke ademhalingstechniek en Duits is ook al geen probleem. Mahler kan als geen andere componist zang aan instrumentaal koppelen en samen laten stromen. De melancholie bij Mahler is groot: hij had geen makkelijk leven (hij maakte het trouwens vooral zichzelf moeilijk). Zijn dochtertje stierf op jonge leeftijd en eigenlijk kwam hij daar nooit overheen. Hij kon ook als geen ander persoonlijke ervaringen verwerken in zijn muziek: vooral zijn lied (uit de Rückertlieder) ‘Ich bin der Welt abhanden gekommen’ drijft mij de tranen naar de ogen. (Daar moet je trouwens geen last van hebben als je het lied gaat zingen, van tranen….)

Even kort over Mahler’s leven:
Hij werd geboren in Kaliště, Bohemen op 7 juli 1860 en groeide op in Oostenrijk. Hij was van joodse afkomst. Hij moest voor zijn kost dirigeren en deed dat graag en met verve: in een aantal grote operahuizen van Europa. Nadeel was dat men hem in zijn tijd meer zag als dirigent dan als componist. Dus wat doe je dan: je gaat componeren in je vrije tijd, in ‘componeerhuisjes’.

In 1902 trouwde Mahler met Alma Schindler, die twintig jaar jonger was dan hij. Ze kregen twee dochters, Maria Anna (die dochter die dus vroegtijdig stierf) en Anna, die heel oud geworden is. het huwelijk was niet gelukkig. Mahler leed daaronder, hield zielsveel van zijn vrouw, maar kwam er niet door bij haar, za’k maar zeggen. Zij was mooi en slim en ze componeerde niet onverdienstelijk: heeft bijvoorbeeld mooie liederen geschreven.
Mahler maakte ook bewerkingen van symfonieën van onder andere Beethoven en Schumann. Ook voltooide hij, op verzoek van de familie, de opera "Die drei Pintos" van Carl Maria von Weber; leuke opera geworden trouwens.

Uiteindelijk bracht hij zijn muziek tot aan de rand van de tonaliteit, maar hij bleef altijd opvallend trouw aan de klassieke symfonievorm.

Op 18 mei 1911 sterft Mahler; hij had tijdens zijn leven veel last van keelontstekingen. Waarschijnlijk is-ie gestorven is aan een hartklepziekte en complicties daarbij.
Tegenwoordig wordt Mahler beschouwd als de directe voorloper van Arnold Schönberg, Alban Berg en Anton Webern.
Op uitnodiging van Willem Mengelberg dirigeerde Mahler het Concertgebouworkest in 1903, 1904, 1906 en 1909 bij de uitvoering van zijn eigen werk. Mahler stond bekend als een lastig baasje, maar was vol lof over het orkest en zijn dirigent. Via Mengelberg raakte hij bevriend met Alphons Diepenbrock die hij 'een interessante Hollandse musicus' vond die 'eigenaardige kerkmuziek' schreef (grappig he?).

Dankzij Mengelberg en andere bevriende dirigenten als Bruno Walter en Otto Klemperer en na de Tweede Wereldoorlog de Amerikaanse dirigent Leonard Bernstein groeide langzaam de waardering en belangstelling voor zijn muziek.

In het filmpje het eerder genoemde lied ‘Ich bin der Welt abhanden gekommen’, hier gezongen door José van Dam. Er zijn talloze interessante en ontroerende opnamen van. Dit is er een met orkest, maar er zijn er ook met piano en soms is dat mooier, omdat dan de zang nog beter uitkomt en de tekst…. Leeft u zich vooral uit op You tube, maar keer daarna wel terug naar het leven. Je wordt er niet vrolijk van, iemand in de commentaren op You tube schreef terecht: ít’s the saddest song ever written’….

Poes

Namens mijn katten Poes&Broer kan ik u meedelen dat zij geen consencus hebben bereikt over de uitslag van de WK-finale en derhalve hebben besloten geen voorspelling te doen. Zij beseffen dat zij daarmee een kans op eeuwige roem verspelen, maar ze leggen zich daar bij neer. Liever dat dan zich te laten misbruiken, zoals hun soortgenoot Octopoes overkwam. P&B verklaren tevens dat zij na het zien van onderstaand filmpje definitief het geloof in het oranje deel van de mensheid hebben verloren.

Trauma

Iemand vroeg: heb jij eigenlijk de WK-finale in 1974 bewust meegemaakt? Het was niet het antwoord waar ik lang over heb moeten nadenken. Het was de formulering van de vraag.

Want hoe oud ben je als jonge mensen vragen of je zulke recente gebeurtenissen bewust hebt meegemaakt. De wedstrijd van 1974 werd gespeeld voordat zij geboren waren. In een tijd waar zij geen voorstelling van hebben.

Ja, ik heb die wedstrijd meegemaakt, maar eerlijk gezegd kan ik me er weinig meer van herinneren. Ik was 18 en is was me meer bewust van mijn eerste vaste verkering die ik toen had. Eigenlijk is die wedstrijd voor mij net zo’n zwart gat als voor mensen die toen nog niet geboren waren.

Dat heeft ook voordelen, want in tegenstelling tot wat generatiegenoten overkomen schijnt te zijn, loop ik al 36 jaar rond zonder voetbaltrauma en al helemaal niet met wraakgevoelens jegens de Duitsers.

Vermoedelijk zou ik ook geen trauma hebben gehad als de wedstrijd mij nog helder op het netvlies zou staan. Ik hoor niet bij de categorie oranje carnavalsvierders, maar tot de categorie clubsupporters. En die hebben de eigenschap dat hun geheugen niet verder teruggaat dan de laatste wedstrijd van hun favorieten.

Schietincident

Ik had een man moeten neerschieten, maar ik deed het niet. Door mijn lakse houding kreeg die man alle tijd mijn collega met een spade de hersens in te slaan. Ik stond er bij en keek er naar. Het pistool ongebruikt in mijn hand bungelend langs mijn aarzelende lijf.

We hadden vanmiddag een bijeenkomst met voorlichters van de politie Brabant Noord. We spreken elkaar dagelijks, we zien elkaar zelden. Daarom organiseren de communicatiemedewerkers jaarlijks een persmiddag. Elk jaar putten ze zich uit om ons, eenvoudige journalisten, achter de schermen van hun operationele collega’s te laten kijken. De mannen en vrouwen die de klappen van maatschappelijke uitwassen opvangen.

Dit jaar mochten wij letterlijk in de huid van de politiemensen kruipen. We speelden mee in levensgevaarlijke scenes en we moesten in een fractie van een seconde beslissen of we ons vuurwapen zouden trekken en zouden schieten. Ik schoot dus niet, met als gevolg een zwaargewonde – of misschien zelfs wel dooie – politieman. Dat zal ik nooit weten want het was maar spel.

Als rechtgeaarde journalist heb ik natuurlijk flink gediscussieerd over het optreden van mijn betreurde collega. Ik vond dat hij zich onverantwoord in de situatie stortte. Misschien, zei de instructeur, had ik wel een punt maar dat ontsloeg mij niet van de plicht hem te beschermen. Dat had ik niet gedaan. Ik had de aanvaller neer moeten schieten, maar dat deed ik niet. Voor schieten op een mens moet je in de wieg gelegd zijn.

Taalontwikkeling

(Door Ab Klaassens)


Tot in de jaren negentig van de vorige eeuw schreef Van Dale in de woordenboeken: “ Hij heeft te kort geschoten.” Logisch, want het is hetzelfde als ‘hij heeft niet ver genoeg geschoten’ – zijn pijl of kogel heeft het doel niet gehaald. Maar nu zeggen we allemaal – ook de woordenboeken - dat we te te kort geschoten zijn.

Taalgeleerden noemen dat taalontwikkeling. Taalgeleerden vinden ook niks fout. Zij bekijken de taal als een borrelende pot vol woorden en uitdrukkingen. Er kan van alles uitkomen:
interessant, kijk nou eens!

Lang geleden bepaalden zeelieden hun positie in het ruime sop door te kijken naar de poolster. Zij namen poolshoogte. Nu scoor je meer dan honderdduizend hits als je op google ‘polshoogte’ intikt.

Wat de taalgeleerden ‘taalontwikkeling’ noemen is in veel gevallen de aanvaarding van fouten door onwetendheid, slordigheid en onverschilligheid. En dat is, inderdaad…een ontwikkeling.

Een paar voorbeelden (in cursief het resulaat van de ‘ontwikkeling’) :
. Belangstelling voor / interesse in.
. Opvallend / opzichtig.
. Geschokt door / geschokt over
. Op het scherp van de snede / op het scherpst van de snede
. Na lang discussieren / na lang soebatten
. Hem is gevraagd dat toe te lichten / hij is gevraagd dat toe te lichten
. Dat maakt deel uit van / dat maakt onderdeel uit van
. Hij maakt zich sterk voor…/ hij maakt zich hard voor…
. Zij hebben ervoor gekozen om / zij hebben gekozen om
. De commissie die het beleid onderzoekt / de onderzoekscommissie naar het beleid.
. Hij is verantwoordelijk voor de dood van minstens honderd Kirgiezen die tegen het regeringsbeleid demonstreerden / Hij is verantwoordelijk voor de honderd Kirgiezen die werden gedood bij de demonstratie tegen het regeringsbeleid.
. De familieleden van de de mensen die bij de vliegramp zijn omgekomen/ de nabestaanden van de vliegramp.

Het Nederlands dat de wetgever schrijft is het Nederlands dat nog niet zo lang geleden door de wetgever werd gekozen uit vele vormen van Nederlands om uit de chaos van talloze nauwelijks in schrift vast te leggen dialecten te komen. Vanwege al die dialecten sprak en schreef de burgerlijke overheid in het Frans en de geestelijke overheid in het Latijn.

De keuze voor een vorm van standaard-Nederlands, het ABN, was noodzakelijk om van de samenwerkende provinciën de staat te maken die wij nu kennen. Als we die taal verwaarlozen en fouten, vergissingen en onwetendheid gaan beschouwen als taalontwikkeling keren we terug naar de periode waarin we veel moeite moesten doen om elkaar te verstaan. En rest ons de vraag hoe we in TV-spelletjes kunnen scoren met de juiste spelling van dat verdomde uitgestorven oerpaard uit Polen.

De colporteur

Ik heb mij wel eens aangemeld bij een website die beloofde mij te vrijwaren van ongewenste telefonische colporteurs, maar het aantal telefoontjes op het moment dat ik mijn avondeten verorber is nooit minder geworden.

Dat sterkt mij in mijn mening dat de jongelui die met zorgvuldig ingestudeerde praatjes voortdurend proberen mij iets aan te smeren onuitroeibaar zijn. Ik heb dat geaccepteerd met de gedachte dat ze beter kunnen werken voor een schamel zakcentje dan onder mijn raam herrie schoppen.

Groot was dan ook mijn schrik toen ik - teruggekomen van een korte vakantie die mij talloze ongevraagde sms’jes opleverde van een telefoonmaatschappij die mijn overschrijding van tweemaal twee grenzen aangreep mij te bedelven onder lucratieve aanbiedingen - las dat de callcentra terrein verliezen aan de verkoper die aan de deur komt. De ouderwetse colporteur. Want, dat betekent herrie onder mijn raam, alwaar de deur met de bel is.

Tot nu toe werden mijn bezigheden slechts af en toe bruut verstoord door medewerkers van energiemaatschappijen die meenden dat ik goedkoper uit zou zijn als ik mij aan de club zou verbinden van wie zij dat fraaie jasje hadden gekregen waaraan ik ze direct herkende en waardoor ik deze jongelui meteen kon afpoeieren nog voordat ik ten prooi was gevallen aan hun charmes.

Als ik het Volkskrantje mag geloven zullen steeds meer op klanten beluste maatschappijen hordes colporteurs langs de deur sturen in een poging mij contractueel te binden aan dingen die ik al heb, zoals daar zijn verzekeringen. Dat wordt een heel gevecht want een dame aan de telefoon raak ik nog wel kwijt, maar zodra ik lijfelijk tegenover een vrouw sta met verslindende ogen moet ik uit een vaatje tappen waarvan ik niet weet of ik dat onder die omstandigheden zo snel geopend krijg.

In mijn jonge jaren waren colporteurs een heel gewoon verschijnsel. Ik herinner mij nog de marskramer die een grote kist op zijn buik had met allemaal vakjes. Daarin lagen veters, spelden, schoensmeer en allerhande andere dingen waar de huisvrouw behoefte aan had. Als ik mij goed herinner heeft mijn moeder zelfs eens een stofzuiger aan de deur gekocht.

Ikzelf heb begin jaren zeventig de Grote Winkler Prins Encyclopedie gekocht van een man die aanbelde. Dat deed ik op advies van mijn ouders, die vonden dat een beginnend journalist immers niet zonder dit alom geprezen naslagwerk kon, niet wetend dat de wereld twintig jaar later totaal veranderd zou zijn en ontsloten zou zijn door internet.

De fraai gebonden boeken met een schat aan sleetse informatie staan nog steeds in de boekenkast. Ik heb ze voor het laatste in mijn handen gehad tijdens een verhuizing, bijna tien jaar geleden. Maar, nu oude tijden gaan herleven, komen ze misschien nog eens van pas als er zo’n hedendaagse verkoper aan de deur staat. Die neem ik dan mee naar binnen, toon hem of haar de boeken en vraag: kun je je voorstellen dat iemand daarvoor ooit aan de deur een paar honderd gulden heeft betaald? En na het antwoord van de colporteur zal ik triomfantelijk zeggen: nou dan.

Powered by Pivot - 1.40.5: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed