Terugblik op 2009

Het jaar is bijna om. Tijd voor een terugblik. De Koningin heeft gezegd dat ze het maar niks vindt al dat gecommuniceer via het wereldwijde web. En dat zegt een vrouw die wij uitsluitend van de televisie en internet kennen.

Toch heeft ze een punt. Ik heb haar toespraak op internet gezien en ik moet toegeven dat het 10 verspilde minuten waren die ik veel beter had kunnen besteden.

Desalniettemin wil ik me niet uit het veld laten slaan en ga ik gewoon door met communiceren zoals ik doe. En natuurlijk met slap ouwehoeren in de kroeg met mensen die mij stevig vastpakken als ik aan het eind van de avond ben vergeten wat het bordje "Niet Duwen" op de kroegdeur ook al weer betekent. Al was het maar om de Majesteit te behagen.

Het was het eerste volle jaar dat Marlies elke week een stukje schreef over klassieke muziek. Zelf vind ik dat een verrijking. Er zijn niet veel plekken waar zo gewoon wordt geschreven over een onderwerp dat meestal wordt benaderd alsof het de Britse kroonjuwelen zijn.

En Ab Klaassens kwam er bij met zijn prachtige verhalen, geschreven op een manier die ik wil omschrijven als het ouderwetse ambacht in een modern jasje. Wat u niet weet is dat hij mij regelmatig via de mail adviseert over taal. Daar concludeer ik uit dat hem er veel aan gelegen is dat Stroomopwaarts een zorgvuldig gemaakt weblog is. Waar vind je zulke collega's?

Ali Yildiz verscheen slechts mondjesmaat ten tonele. Ik vind hem altijd de thermometer in de reet van de multiculturele samenleving. Misschien is er wel steeds minder aanleiding voor hem om een brief te schrijven. Is dat een goed of een slecht teken? Ik zal het hem eens vragen.

Webloggen, zo heb ik bij het terugbladeren gemerkt, was dit jaar niet alleen maar meninkjes verkondigen. Ik ontdekte dat ik mijzelf dit jaar veel grote en kleine vragen heb gesteld. Ik ben ook maar een dolende.

Die vragen staan hieronder, volstrekt uit hun verband gerukt, op een rijtje.


Ik heb nooit goed begrepen waarom Israel zo’n bijzondere positie inneemt in de wereld. Begrijp me niet verkeerd: ik gun elk volk een eigen land, rust en vrede. Maar waarom vooral de christelijke wereld zich nou zo uitslooft voor met name het joodse volk vind ik onbegrijpelijk . Omdat het een uitverkoren volk is? Op grond waarvan? Op grond van een boek dat ze zelf hebben geschreven?

Hoe leg je aan een kind van 11 uit dat brutaal en brutaal niet altijd hetzelfde is?

Kortom, de vraag die mij op de lippen brandt is: weet iemand nog wat een kolenkit was?

Een mens kan soms voor onmogelijke vragen komen te staan. Bijvoorbeeld: wat is Marijke Helwegen?

De vraag is of je de problemen waarmee onze samenleving kampt oplost met de PVV als grootste partij?

Soms vraag ik mij wel eens af wie nou wie in de maling neemt.

Ik vraag mij wel eens af of we er in Nederland beter voor zouden staan als we een theocratie volgens de SGP-leer zouden zijn en alle vrouwen aan het aanrecht stonden zodat hun kroost een veilig thuis heeft in plaats van doelloos langs ’s Heren wegen te zwalken.

Waarom verzamelt iemand met zo'n doodgewone en algemene naam als ik bijzondere namen?

Waarom die krachtterm?

Denkt u dat ik ooit antwoord krijg op mij vraag?

Ach waarom niet?

Dan vraag je je toch in alle oprechtheid af of die politici echt denken dat wij zo dom zijn?

De grote vraag is: waarom brandt een minister die een gekend atheïst is, een kaarsje in een Bossche kathedraal?

Waarom schrijf ik er nu over?

Persoonlijk hou ik van simpele vragen zoals: waarom?

Waarom zou ik lood inwisselen voor oud ijzer?








Epidemie

(gastcolumn van Ab Klaassens)

In Nederland spreken de autoriteiten van een griep-epidemie wanneer 51 van de 100.000 inwoners zich met griepverschijnselen bij de huisarts hebben gemeld. Als u gewoon met een hete citroengroc en een paracetamolletje onder de wol bent gekropen doet u dus niet mee. Je moet bij een huisarts geweest zijn want die turft al die griepgevallen en geeft zijn dagscore door aan de autoriteiten.

’s Avonds laat tellen de gezondheidsdiensten al die dagscores bij elkaar op. Dan pakken ze de jongste bevolkingscijfers erbij . . .staartdelinkje: getverdrie nét niet gehaald, we blijven steken op 49 van de 100.000. Bel de minister: nog steeds geen epidemie!

Waarom bij 51 wel en bij 49 niet? Je mag aannemen dat enkele heren uit de hogere salarisschalen daar langdurig en breedsprakig over hebben vergaderd, zodat het wel in orde zal zijn.

Nederland beleefde in 2009 ook een witte kerst. Officieel nog wel, afgestempeld en van een zegel voorzien door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut te Den Bilt, provincie Utrecht. Vastgelegd is dat er pas van een witte kerst mag worden gesproken als op eerste kerstdag op het waarnemingsveld in De Bilt een gesloten sneeuwdek ligt van minstens één centimeter dik.

Een bij loting aangewezen waarnemer laat op kerstochtend zijn geoefend oog over het waarnemingsveld glijden en steekt dan zijn duim op ten teken dat het zo ver is, waarop een met media-contacten belaste collega onmiddellijk het NOS-journaal belt. In het eerstvolgende bulletin leest de dienstdoend presentator het bericht alsof Sven Kramer op één ochtend de wereldrecords op alle afstanden heeft verbeterd, tot verbazing van de Maastrichtenaren die op dat moment de laatste restjes sneeuw zien wegsmelten.

Als over vijf, zes maanden de mossen van het dak vallen – nee, niet de mussen, dat is een misverstand – als dus de mossen van het dak vallen, en dat dagen lang, dan mag u niet zomaar onbevoegd spreken van een hittegolf. Steun ook in dit geval op de autoriteiten. want die hebben gedefinieerd wat een hittgegolf is

Er is pas een hittegolf in Nederland als de temperatuur vijf dagen achtereen boven de 25 graden klimt, en op drie van die vijf dagen minstens de dertig heeft bereikt. Ja, we willen het allemaal zeker weten: onze behoefte aan definities heeft epidemische vormen gekregen.








Verhaal

Een vriendin vertelde mij een verhaal. Na de eerste zin wist ik al hoe het zou aflopen.

Nee, ze is geen slecht verteller. Integendeel. Ze is schrijfster en ze weet alles van opbouw van verhalen, spanningsbogen, een plot.

Maar sommige verhalen vertellen zichzelf zodra de eerste zin is uitgesproken omdat het verschil tussen wat al honderd keer is verzonnen en de werkelijkheid soms flinterdun is.

Ze begon het verhaal zo: “Wij hebben toch iets meegemaakt met de kerst. Onze buren vertrokken eerste kerstdag op vakantie. Ze hadden gevraagd of wij op hun konijn wilden passen.”

Nu heeft u toch ook niet meer informatie nodig. Nou ja, behalve dan dat het beestje tweede kerstdag in de tuin van de buren naast z’n buitenren is begraven. Natuurlijke dood.








Vijgen

(gastcolumn van Ab Klaassens)

Die nazomer dobberden we, mijn Eef en ik, in een gehuurd motorjacht van twaalf meter in het Canal du Midi tussen Beziers en Carcasonne. Het water spiegelde in een versluierde zon. Mensen aan de kant smulden iets uit een half over het water hangende boom.Welke boom?

Toen ik er al honderd meter voorbij was herkende ik dat waarmee Adam en Eva hun schaamte bedekten op het schilderij ‘Vlucht uit het paradijs’. Vijgenblad. Ik keerde ons scheepje en we plukten een mand vol zoete, van suiker druipende vruchten, nooit zo gegeten, nooit later zo genoten. Glaasje koele witte wijn erbij, nog zo’n vijg, nog zo’n glaasje en zo dobberden we voort tot de plek waar we maar eens moesten aanmeren voor de nacht.

Daar sprong ik om een lijntje vast te binden aan een boom al te wild van boord. En dat was wel heel erg van au. Dankzij Eef en een dokter die zij in een donker dorp vond kwam ik terecht in een hospitaal in Beziers, alwaar ik bemodderd en al in een bed werd gekieperd. “Hielbeen gespleten” luidde de diagnose. “Morgen opereren, schroeven erin”, maakten de ziekenbroeders mij duidelijk na de röntgenfoto.

De dokter oordeelde de volgende morgen anders: in het gips zetten zou volstaan. Intussen begonnen ook de vijgen hun tol te eisen. Ik vroeg om een rolstoel – chaise roulante – om naar het toilet te gaan. Dat was niet mogelijk; ik moest op de steek, zo’n platte pan die ze onder je kont schuiven.

Omdat ik dat verdomde boden de verplegenden mij een compromis aan: le cabinet, in eenvoudig Nederlands een kakstoel. Die werd midden in de vierpersoons ziekenhuiskamer vol bezoek gezet, zonder iets van afscherming. Die middag zette een reusachtige donkere man uit Gabon mijn onderbeen in het gips. Toen de volgende ochtend mijn Eef de krukken - cannes Anglaise - kwam brengen zat ik alleen in de kamer, een sigaar in mijn hand en een fles wijn aan mijn zijde. Naast het nog steeds niet opgeruimde ‘cabinet’, met alles wat ik erin had gedaan.








Vocalies (93)

(door Marlies)

Dit wordt de laatste Vocalies van 2009. Dat noopt tot een jaaroverzicht: ik probeerde de hoofdredacteur ook al aan te zetten tot het maken van zo’n overzicht, maar hij trok er niet erg aan, terwijl hij toch hilarische overzichten weet te maken… Dan ga ik maar aan de bak en maak een overzicht aan de hand van mijn muzikale bezigheden in het afgelopen jaar en aan de hand van mijn agenda en dit weblog.

Januari
Gauw klaar: ik werd 50, kreeg een prachtige reis naar New York cadeau en werd ‘ontvoerd’ naar Marken en naar Mario (een prachtige Italiaans restaurant in Neck bij Purmerend). We werden in zangerig Italiaans te woord gestaan tijdens het eten. Het had ook in het Nederlands gekund, maar de ober leek er duidelijk plezier in te hebben dat we hem zonder ondertiteling verstonden en nog in het Italiaans reageerden ook (minder zangerig dan zijn uitspraak, maar toch). Het bord met felicitaties voor mijn verjaardag in het Italiaans erop maakte veel indruk. Ik ben een bevoorrechte middelbare vrouw geworden.

Februari
Ik begon mijn nieuwe baan. Werd als een koningin ontvangen en gleed bijna vanzelfsprekend de ‘moederschoot van de overheid’ weer in. Binnen drie dagen was het alsof ik nooit ergens anders gewerkt had. Bijna, nooit ergens anders, want muziek was in eerste instantie ver te zoeken. Dat je een leven kunt leiden zonder, was nooit eerder in mij opgekomen. En dat het leven zonder misschien zelfs makkelijker is al helemaal niet. Maar als er ergens een deurtje dicht gaat, gaat er elders eentje open, dat had ik al eens eerder geleerd. Ineens was er die collega die wel bleek te weten van dat ene akkoord in Don Giovanni en er waren er zelfs die wisten dat Beethoven een componist was en niet de linksbuiten van FC Bayern…
Met het projectkoor van Carl zongen we in een steenkoude kerk in Waalre oud repertoire van Durante en Vivaldi.

Maart
Ik voer de klassieke kwoot in op de website. Met het doel wat vaker dan één keer per week van me te laten horen… Het gaat even goed, maar sterft dan een voortijdige dood. Het ontschiet me te vaak om er continuïteit in te krijgen. Toch weer es mee beginnen, met die klassieke kwoot…

April
New York, New York Wat een stad! The Phantom of the opera, Anne Sofie von Otter in Carnegie Hall en Charles Aznavour (dan nog net geen 85 jaar oud…). Need I say more…

Mei
Trompettist Martijn Zijlmans doet eindexamen aan het conservatorium in Utrecht en ik maak dus een ‘trip down memory lane’. Hij slaagt met een acht en ik fluister hem moederlijk in het oor toch vooral verder te studeren: nog twee jaar lekker alleen met klassieke muziek bezig zijn…. Heerlijk toch?!
We nemen de cd op met de Gregoriaanse mis ‘Missa pro matre nostra’(oftewel in het Brabants: ‘Mis voor ons moeder’. Mooi weekend!

Juni
Ik mag in een panel over de praktijk van de klassieke muziek in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Beetje high brow, maar wel een leuke bijeenkomst en ik kan weer mijn credo beleiden: ‘klassieke muziek is voor Jan en alleman’

Juli
We vergaderen in de warmte van de juli-maand voor het eerst over het Carmen-project. Het wordt vast geweldig…
Falstaff van Giuseppe Verdi op de Parade in Den Bosch! Geweldige uitvoering las ik later. Ik kon er niet bij zijn. Hopelijk doen ze het in 2010 weer.

Augustus
Genieten van theaterfestival De Boulevard. Heerlijke tijd in de stad. Goed weer, lekkere potten bier, mooie voorstellingen. Dit jaar geen echte hoogvliegers en ik vind er te weinig klassieke muziek. Misschien mag ik daar in 2010 verandering in brengen door er Carmen te zingen.
Ik schrijf een paar leuke zanglessen voor de website. Ze worden nog gelezen ook!

September
Ellende, want Podplaza, die mijn Vocaliezen host, trekt zonder enige aankondiging vooraf de stekker eruit. Hufterig vind ik het nog steeds, maar mijn frustratie daarover ben ik tot de dag van vandaag niet kwijt gekunnen (wat een vreselijk Nederlands, excuus). Ik mis op een kwade maandagavond ineens alle (meer dan 30!) podcasts en jank een potje. Uiteindelijk komt het goed en wordt het zelfs beter: nu beheer ik ze zelf en ik huur ergens schijfruimte waar ze op staan en u kunt weer lustig downloaden. Vraag me niet hoe het allemaal technisch werkt, dat weet Martijn, die mij bijstaat bij computerellende.
We zingen met het projectkoor een concert in Rijsbergen waar zegge en schrijven 23 mensen op af komen. Goed concert, jammer van al het publiek dat niet kwam: die misten dat!

Oktober
Vakantie in de Piemonte, met overwegend nazomers goed weer en de hele week goed gezelschap. De Carmenrepetities beginnen en het project begint vorm te krijgen. Ik timmer mijn stem binnen het bereik van een mezzo-sopraan en probeer ook de kleur wat donkerder te maken. Langzaam voegt-ie zich.

November
Ik praat een concert van vriend Carl aan elkaar: The Nicholas Cantata. Prachtig concert; een van de beste concerten van het projectkoor (MET: Möbius Ensemble Tilburg, onthoud die naam) tot nu toe.

December:
Ik maak kennis met de poppen van Carmen: Carmen zelf en Don José. Het is liefde op het eerste gezicht.
Ik krijg mijn vaste aanstelling bij mijn nieuwe werkgever: de overheid. Dat maakt me zowel verdrietig als blij: ik werk er graag, maar de weg naar achter de microfoon lijkt voorgoed afgesloten en de pijn daarover kan fel opspelen, nog steeds, af en toe…
Of toch niet: half december belt een lokale omroep: of ik niet bij hen eens per 14 dagen een uur klassieke muziek kan maken, op radio? Het motto voor 2009 was dus: als er ergens een deur dicht gaat, gaat er elders een open. Dat u dat mag ervaren in 2010! En er gezond bij mag blijven!

Voor meer Vocalies en een nieuwe podcast met vocale klassieke muziek klik hier.








Voor Wieneke with love . . .



. . . Broer, de broer van Poes . . .








Marcus

Wij hebben twee katten.

1. Poes. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden is Poes een kater. Nou ja, v/h een kater. Poes is de dikste van de twee. Zijn vacht is het stugst en hij is het meest eigenwijs.

2. Broer. Broer is de broer van Poes. Net als Poes is Broer nog slechts op papier een kater.

Er is sinds hun komst bij ons – ze waren nog kittens – nog iets veranderd. Poes heette namelijk oorspronkelijk geen Poes en Broer heette geen Broer. Volgens het dierenpaspoort heet Poes Fidel en Broer Marcus. Waarom we ze ooit Poes en Broer zijn gaan noemen is mij een raadsel. Broer begrijp ik nog want hij is een broer, namelijk van Poes, maar waarom de v/h kater Poes Poes heet is nu vreemd omdat Poes in de strikte zin van het woord geen poes is.

Eigenlijk noemen we ze niet eens Poes en Broer maar gewoon P&B, uit te spreken als Pee and Bee.

We hebben ze Fidel en Marcus genoemd omdat ze allebei vuurrood zijn. Ze zijn vernoemd naar twee rode rakkers uit de geschiedenis: Fidel Castro en Marcus Bakker. Als ik dat aan mensen vertel zeggen de meesten: Fidel Castro ken ik, maar wie is Marcus Bakker. Dat ga ik dan uitleggen en dan zie je ze denken: communisten in Nederland?

Gisteren meldde het grotemensenjournaal dat Marcus Bakker is overleden. Nou moet ik eerlijk zeggen dat ik dacht dat Marcus Bakker al was overleden. Ik ben waarschijnlijk misleid door het feit dat er in het parlementsgebouw een Marcus Bakkerzaal is. In mijn beleving wordt dergelijke eer alleen betoond aan mensen die dood zijn. Dat is dus blijkbaar niet zo.

Het is mooi dat zo’n kleurrijke politicus uit mijn jeugd voortleeft in het belangrijkste gebouw van ons land. En natuurlijk in de persoon (hoe vertaal je het woord persoon eigenlijk naar een dier?) van die rode Broer, die dus eigenlijk Marcus heet.








Schrikken

Ik zat gisteren wat te mijmeren over 2009 en ik kwam tot de conclusie dat het een goed jaar was. Privé, bedoel ik.
En ik zette de hoogtepunten eens op een rijtje.

Ik heb mijn vader voor het eerst sinds jaren weer gelukkig gezien op vakantie in Giethoorn.

Marlies heeft een fantastische nieuwe baan gevonden en werkt aan een zangproductie waar ze al jaren van droomt.

Mijn oudste zoon heeft een mooi nieuw huis waar hij eindelijk de ruimte heeft waar hij zo naar verlangde.

Mijn jongste zoon verloor vorig jaar zijn baan omdat hij kort voor een contractverlenging een vervelende blessure opliep. Hij is hersteld en heeft een nieuwe leuke baan.

Ik heb mijn familie teruggevonden.

Ik ben dit jaar met Marlies in New York geweest, ik heb met Rob en DD genoten in Beijing. Samen met Marlies en een goede vriendin hebben we een heerlijke wandelweek in Italie gehad. Ik ben met twee makkers een lang weekend wezen fotograferen in Venetië.

Overbodig te zeggen dat we de kredietcrisis hebben overleefd.

En opeens was er vandaag die brief die over al dat geluk een schaduw wierp.

Lees even mee:




Dan denk je toch: welke gepatenteerde idioot houdt er geiten in de buurt van onze Bossche binnenstadswoning??








Blogpareltje

Collega weblogger Peter wijst er op dat er een blogwedstrijd is. Ze zijn op zoek naar het blogpareltje van het jaar. Voor liefhebbers is hier een link.

Ik noch mijn vrouw kan meedoen. Want zoals bij elke wedstrijd is er een reglement en daar voldoen wij niet helemaal aan. Want aan mijn weblog werken Marlies, Ab en Ali mee en dan ben je geen eenmensweblog. En Marlies heeft weliswaar het enige echte leuke weblog over klassieke muziek, maar ze schrijft te weinig. Dus wij zijn van deelneming uitgesloten. En zeg nou zelf: waar zouden we in dit land zijn zonder strenge regels.

Het geeft niet. Als u maar van ons vieren houdt.








Geblust

Ik hou niet van lijstjes, daarvoor vind ik te veel boeken, muziek en films te goed. Ze mogen van mij allemaal op nummer één staan.

Ik ben meer van de mooie zinnen. Van die zinnen waarin een hele wereld besloten ligt. Vanmorgen kwam ik er eentje tegen in mijn ochtendblad. Een NS-medewerker legde uit waarom het treinverkeer ontregeld is zodra Gerrit Hiemstra het woord sneeuw maar in de mond neemt.

Het komt door bevroren wissels. Wij denken in Nederland een technisch ingewikkeld systeem van rekeningrijden in te kunnen voeren, maar wij kunnen geen wissels ontdooien. NS probeert het wel met onder meer gasbranders. En daar gaat het soms mis. En dan komt die zin:

Het vlammetje van de brander wordt soms door de sneeuw geblust”.

Echt waar, ik schoot vol toen ik het las.








Sneeuw dus





















Elfstedentocht

(gastcolumn door Ab Klaassens)

De berichten over het honderdjarig bestaan van de Elfstedentocht en de première van de film over de barre tocht in 1963 doen me denken aan de vijf mannen die in 1956 hand in hand tegelijk over de finishlijn gleden…en werden gediskwalificeerd. Ze hadden niet om de overwinning gestreden oordeelden de organisatoren en verdienden daarom de eer en het elfstedenkruisje niet.

Het Vrije Volk, toen nog – in 1956 - de grootste krant van Nederland, besloot daarop de vijf mannen de kans te geven op revanche door de tocht over te doen, maar dan op de dichtgevroren Amsterdamse grachten.

De vijf, Jan van Hoorn, Aad de Koning, Jeen Nauta, Anton Verhoeven en Mans Wijnhout beloofden te komen met in hun kielzog honderden wedstrijd- en recreatierijders. Het moest wel allemaal gauw gebeuren want er was dooi aangekondigd.

Als beginnend journalist was ook ik ingeschakeld bij de organisatie. Ik regelde spandoeken waarop het evenement werd aangekondigd, ik belde met de marine-opleidingsschool om vrijwilligers die wilden sneeuwruimen en vroeg aan aannemer om met een shovel een stuk van het parcours glad te schaven waar door scheepvaart een grove rasp van aan elkaar gevroren schotsen was ontstaan. Dat was – denk ik nu – in de Brouwersgracht, waar ik vanzelfsprekend moest gaan kijken of het allemaal wel goed zou gaan.

De aannemer had een constructie gemaakt waarmee hij zijn shovel langzaam op het ijs kon laten zakken. Een spannend karwei dat ik vanaf het ijs stond te bewonderen. Het leek goed te gaan tot ik een luid gekraak hoorde en een scheur in het ijs zag ontstaan die razendsnel om me af kwam.

Die avond reden de schaatsmatadoren eindeloos saaie rondjes op de Jaap Edenkunstijsbaan in Amsterdam-Oost.








Vocalies (92)

Vandaag in 1915 werd één van de opmerkelijkste stemmen van onze tijd geboren in Parijs. Of je van haar houdt of niet, vriend en vijand herkent direct dat enigszins rafelige geluid, een beetje androgyn: het kan evengoed een zwaardere vrouwenstem zijn, als een lichtere mannenstem. Vol emotie, geen groot bereik, niet veeltalig, maar uitsluitend Frans: Edith Piaf.

Piaf werd gedoopt Édith Giovanna Gassion en leidde eigenlijk een verschrikkelijk leven. Ze werd niet oud; in 1963 was ze op. Een aantal huwelijken, ongelukkige liefdes, ziektes en ‘Weltschmerz’ hadden haar geveld. Maar een paar maanden vóór haar dood stond ze voor het laatst in Olympia, de plek waar haar roem zijn hoogtepunt bereikte. Ze moest bijna 'klaargezet' worden achter het gordijn, ze kon nauwelijks nog lopen, was vergroeid en ziek en hypernerveus, maar het moet een gedenkwaardig optreden geweest zijn.

Wat is dat toch, ‘Das gewisse Etwas’ in een stem? Soms niet mooi, soms technisch niet goed gebruikt, lang niet altijd van een glad timbre (juist niet zou je bijna zeggen), lang niet altijd met een groot bereik, maar altijd recht naar je hart.

Hebt u ook van die momenten dat je volkomen onverwacht door zo’n geluid geraakt wordt? Staand bij het aanrecht klinkt ineens op de tv, die je net hebt aangezet (wij hebben zo’n klein ding in de keuken) zo’n typisch stemgeluid en met één noot ben je in een andere wereld en komen er beelden naar boven die je vergeten waande en die je nu weer de tranen naar de ogen drijven.

Wat is dat toch? Ja, ik weet het ik ben een sentimentele ouwe dweil af en toe, vooral als ik moe ben, maar het moet meer zijn. Ik peins daar nou al jaren over, terwijl ik les geef, gekke projecten coach, concerten presenteer, zelf zing, en af en toe in een wereldstad een beroemdheid hoor die alle snaren weet te beroeren. Wat is die tovenarij? Het heeft niks te maken met intellect, niks met technisch juist zingen, niks met hoogte en niks met het soort repertoire dat je zingt.


En wie zijn dat dan die ù vol kunnen treffen? Ik ben gek op lijstjes, zullen we een lijstje klassiek en een lijstje min of meer populair maken? In de echte popscene zit ik niet (meer), maar dit is een klassiek weblog, dus dat hoef ik lekker niet te weten.
In willekeurige volgorde: Charles Aznavour (wiens carrière overigens door Edith Piaf op de rails werd geholpen, zijn eerste jaren waren haar laatste); Dolly Parton (of je er van houdt of niet: haar ‘Jolene’ haal je uit duizend andere uitvoeringen), Lenny Kuhr (ik schrijf het knarsetandend, maar ‘De Troubadour’ is ook zo’n klassieker, jammer dattie in kwaliteit weinig navolging kreeg), Joe Cocker (dat die man nog kan praten is trouwens een Godswonder), Leonard Cohen, Mercedes Sosa, Ramses Shaffy… oei, ik zit al weer ruim over de vijf.

Klassiekers: Joan Sutherland, José Carreras (u weet wel, die tenor die alleen voor mij zingt), Cecilia Bartoli, Maria Callas, Luciano Pavarotti… Ik hoor graag van u!

En nou we het toch over stemmen hebben... zangeres en zangpedagoge Ineke van Doorn schreef een boek over ‘zangkunst’: ‘Professioneel zingen voor iedereen’. Het is lang geleden dat er een werk over zingen verscheen, dus dat er weer eens wat op de markt komt is gunstig. Of het iets is weet ik niet, ik heb het besteld, als er aanleiding voor is kom ik er hier op terug. Het boek is voor iedereen, zo schrijft de Volkskrant in haar (paginagrote!) recensie, maar vooral voor mensen die jazz en pop willen zingen. Nou daar is al helemaal weinig voor op de markt (een lerares op het conservatorium bestond het om te antwoorden op mijn vraag wat pop-mensen bij stemproblemen hadden te doen ‘die moeten het zelf maar uitzoeken’), dus bij voorbaat al: lang leve Ineke van Doorn.

In het filmpje ‘La Foule’ van Edith Piaf, prachtig die Franse huig-r die bijna rolt… en die timing!








Kopenhagen

Het wordt niets met Kopenhagen. Ik zei het in 1978 al toen mijn toenmalige vrouw en ik op de bonnefooi naar Kopenhagen reden. Het was onze huwelijksreis.

Het idee om naar Kopenhagen te gaan was spontaan en te laat opgekomen. We leenden een tentje van vrienden en tuften met onze oude auto naar het noorden.

Bij de Deense grens begon het te regenen. Die bui hield niet meer op. Elke dag hoopten we op een zonnetje maar de lucht bleef grijs en water uitstorten. Het tentje lekte als een zeef.

En elke dag probeerden we een stukje dichter bij Kopenhagen te komen, maar door de aanhoudende moesson verging ons de lust om te reizen. Na een paar dagen en slechte vooruitzichten besloten we om te draaien en onze wittebroodsweken thuis voort te zetten.

Kopenhagen bereikten we nooit. Sterker nog, de dagen die ik wel in Denemarken was, zijn geheel uit mijn geheugen verdwenen. Ik kan mij geen enkel beeld meer voor de geest halen. De spaarzame vakantiekiekjes die we maakten bieden ook geen soelaas. Alsof het er uitgeregend is.

Ik moet deze week vaak aan die huwelijksreis denken. Die reis naar Kopenhagen die nergens toe leidde omdat het weer tegen zat. Het zo mooi begonnen huwelijk werd trouwens ook niks. Het strandde na 14 jaar.








Wokken

Heb ik u als eens verteld dat wij ooit in het trotse bezit zijn geweest van vier wokpannen? Nou dat waren wij.

Dat komt zo. Toen Marlies en ik jaren geleden gingen samenwonen brachten we allebei een wok in in de relatie. Een paar maanden later kregen we van onze werkgever (we werkten toen nog allebei bij Omroep Brabant) een wok als kerstkado. Jezus, wat hebben wij daarna gewokt. Sterker nog, onze hele prille relatie herinneren wij ons nu vooral nog als de grote revolutionaire woktijd. Vooral omdat het een geweldige relatietest was om als oudere jongeliefden vier wokpannen tegelijk warm te houden op een klein gasstel.

Dit jaar heeft onze omroep geen kerstborrel. Swineflu hè. Samenscholingen zijn levensgevaarlijk. In plaats daarvan kregen wij een extra luxe kerstpakket. Ik bedoel, het geld was er toch.

We kregen een kleine trollykoffer. U weet wel zo’n ding waar Ryanairreizigers mee reizen om kosten te besparen. U weet wel, zo’n te groot klein koffertje dat zoveel plek in neemt dat u uw rugzakje niet meer in de bagagerekken kan proppen. Want u reist met een grote koffer met 15 kilo schoon ondergoed en een rugzak omdat u niet zo benepen zuinig wil zijn en vijf dagen in een zweetwalm wil lopen.

Ik kwam er trots mee thuis met die koffer. Zegt mijn vrouw, met wie ik nu al zo lang samen leef: ach, wij krijgen ook zo’n koffer. Om daar dan meteen aan toe te voegen: maar die is wel luxer. Tja, de tijd van dankbaar samen dansen om een geschonken wok is voorbij.

Maar toen. Toen ritste ik de koffer open en daar kwam een onuitputtelijke hoeveelheid lekkernijen uit. En toen moest mijn eega toegeven dat dat luxe koffertje dat haar baas had geschonken leeg was omdat die de rest van de centen had uitgegeven aan een, godbetert, stamppotbuffet met erwtensoep vooraf.

Kijk, ik kan nu natuurlijk ongelofelijk gaan zeiken. Maar dat doe ik niet. Want ons levensmotto is: samen wokken, samen de inhoud van een koffer delen. Of was het: samen de koffer in? Nou ja, u snapt het wel.








Lachen

Kijk, zei de meneer van de cursus, dit is een camera.

Wij van het mediabedrijf wisten dat dat een camera was.

En daar, zei de cursusleider, ga ik jullie alles over vertellen.

Die belofte werd niet ingelost want op die camera zitten zoveel knopjes dat je nooit de werking daarvan in één dag kunt leren. Dat wisten wij dan weer niet.

De belangrijkste knopjes probeerden we te onthouden. Dat lukte redelijk, dus vol vertrouwen gingen wij na de lunch shotjes draaien. Dat is iets anders dan shotjes nemen. Dat doen wij niet onder werktijd.

Na een half uur kwamen de vier ploegjes van twee terug in het leslokaal. De meneer van de cursus ging nu met ons onze eerste proeve van camerabediening doornemen.

Eén van die andere ploegjes, wij natuurlijk niet, bleek pech gehad te hebben. Er stond niets op het bandje. Nou ja, niets. Blauw.

Dat begrepen wij niet want alles had gewoon gefunctioneerd. Ook de cursusleider begreep het niet. Hij probeerde van alles om van het blauw iets te maken. Maar blauw bleef blauw.

Dan doe ik zelf een testje, zei de cursusleider. Hij maakte ook een paar shots. Resultaat: blauw.

Zijn klomp brak. Hij opende het klepje waar het opnamebandje in zat, keek ongelovig en barstte toen in een schaterlach uit.

Het ploegje, wij dus niet, had geen opnamebandje in de camera gedaan maar een schoonmaakbandje.

Wij voelden ons gelukkig dat wij de meneer van de cursus een anekdote hadden bezorgd waarmee hij bij de volgende omroep iedereen kon laten lachen.








Cursus

Deze week breng ik door in de schoolbanken. Nou ja, bij wijze van spreken dan, want wij, de cursisten zitten rond een grote tafel en we worden rijkelijk voorzien van koffie en thee. De telefoons mogen niet aan, want enige orde moet er zijn.

De cursus die we volgen heet “Reading Images”. Het komt er op neer dat je leert begrijpen hoe je met beelden een boodschap over moet brengen. Overigens is het woord boodschap niet gevallen. U begrijpt dat wij over message spreken. Het is niet zomaar een cursus. Het is een hele goede cursus.

De andere cursisten zijn voornamelijk radioverslaggevers. Sommigen ken ik als uitsproken TV-sceptici. Ze leven voor het geluid. Maar na de eerste cursusdag onder leiding van een uiterst inspirerende docent merkte ik een toenemend enthousiasme voor het vak van TV-verslaggever. Het blijkt toch wel iets meer te zijn dan de meesten dachten. Er leefde onder sommige deelnemers de gedachte dat TV-verslaggevers vooral die jongens en meisjes zijn die quotjes halen bij hotemetoten.

Nou werk ik al wat langer met TV-mensen dus ik had er al iets meer respect voor, maar ik moet toegeven dat ik na de eerste cursusdag ook een iets vrolijker beeld heb van dat vak dan wat ik dagelijks om me heen zie. Het is voor zo’n docent ook makkelijk praten. Hij krijgt niet ’s morgens een briefje in z’n hand geduwd met de opdracht twee uur later een beeldverhaal te hebben. Hij heeft geen last van de grootste bedreiging van de journalistiek: tijdsdruk.

We hebben veel voorbeelden bekeken van beelditems. Vooral van de BBC, die volgens de cursusleider absolute wereldheersers zijn op het gebied van TV-maken. Daar kunnen wij in Nederland niet aan tippen, zei hij. En dat kwam door onze gebrekkige journalistieke opleidingen. Dat herkende ik wel een beetje, want ik zie soms mensen met een journalistendiploma wapperen, van wie ik me niet kan voorstellen dat ze daar zonder corruptie aan gekomen zijn.

Aan de andere kant moet zo’n docent dat ook wel zeggen, want hij is degene die al die halfwas journalisten bij wil spijkeren a raison van een fors bedrag.

Maar goed, zo’n weekje cursus geeft weer allerlei nieuwe inzichten, vooral het inzicht dat nieuwe media geen bedreiging zijn maar een uitdaging. En ik ben al blij dat de baas nog zoveel in me wil investeren. Dus ik ga niet overvragen. Pas over een jaar of twee ga ik tijdens mij functioneringsgesprek vragen of ik TV-verslaggever mag worden. En dan hoef ik niet met mijn grijze kop in beeld zodat het jonge publiek gillend weg rent.








Sinterklaas

(gastcolumn van Ab Klaassens)

Jaarlijkse dieptepunten in het leven van deze nieuwsconsument zijn de intocht van Sinterklaas en wat daarna komt en de verkiezingen van de politicus van het jaar.

Vooral radio- en televisiejournalisten breken in de laatste weken van november door de knietjes om – geestelijk verkleed als kind – een als seniele bisschop acterend mannetje kinderlijke vragen te stellen die door de nog gelovige kinderen niet begrepen worden, evenmin als de antwoorden van de ouwe sukkel. De journalisten die zich voor dat werk lenen scheppen er duidelijk behagen in en dat is nog het ergste. Je zou ze een schop onder de kont moeten geven.

Nog grotere ergernis bekruipt mij in de dagen voor de verkiezing van ‘de politicus van het jaar’. Eerst krijg je de verkiezing van de ‘PVHJ’ door de Tweede Kamerleden zelf. Het is al erg dat de volksvertegenwoordigers zich met zulke onnozele spelletjes bezighouden en het wordt nog erger als de journalisten van de parlementaire redacties hun eigen verkiezingen gaan houden.

Dat ik bij die gelegenheid last krijg van plaatsvervangende schaamte komt vooral doordat NOS-radio deze verkiezing heeft geannexeerd en dagenlang doet of er iets vreselijk belangrijks op handen is. Met als lekkermakend bedoelde spotjes tegen een achtergrond van Wagneriaans-dreigend muziekgeweld proberen de radiojongens de luisteraar te verlokken om niets te missen van wat zo ongeveer wordt voorgesteld als het hoogtepunt van het parlementaire jaar.

Een presentator die vooral verliefd is op z’n eigen stemgeluid stuit in de slotuitzending vervolgens met zijn gewichtigheid op genomineerden voor de titel die het gedoe vooral als een lolletje beschouwen. Zij weten beter dan de betrokken journalisten dat de journalistiek geen Sinterklaas moet spelen.








84ste verjaardag

We hebben vandaag de 84ste verjaardag van mijn vader gevierd. Het verpleeghuis waar hij woont had zich uitgesloofd om er een feestdag van te maken. In het grand-café was een hoek ingericht voor de jarige en zijn gasten: alle kinderen, kleinkinderen en hun partners. Er was koffie, er was gebak, er waren drankjes en hapjes.

’s Middags streken we neer in het restaurant van het verpleeghuis waar iedereen een warme maaltijd geserveerd kreeg aan een vrolijk opgemaakte tafel met aan het hoofd mijn vader. Hij keek met voldoening de rijen links en rechts van hem het langs. Zijn nazaten.

En opnieuw vroeg hij of iedereen werk had en z’n eigen broek kon ophouden. Mijn vader vroeg dat vandaag vaak. Het is belangrijk voor hem. We konden hem gerust stelllen, iedereen van de schare om hem heen kon zichzelf bedruipen.

Het was gezellig in het restaurant, waar de zon door de ramen scheen en de rodondendrons het uitzicht vormden. Het is een smaakvol restaurant dat niet zou misstaan buiten het terrein van de zorginstelling. Het was er behoorlijk druk. Veel bezoekers kwamen er met hun verwanten eten. En als niet aan elke tafel tenminste één persoon een grote witte slab voor gehad zou hebben, zou je vergeten dat je in een verpleeghuis was.








Vocalies (91)

(Door Marlies)

De veertigste aflevering van Vocalies-podcast is er! Een hele speciale! Luisteren! Klik hier .





Mag ik u even voorstellen: een illuster paar: Carmen en Don José. Elkaars tegengestelden, elkaars ongeluk, elkaars enige en grote echte liefde, elkaars noodlot. Wees niet bang, ze leven niet echt, ze komen pas tot leven (en dan bijna griezelig echt) als iemand het handvat achter hun hoofd vastpakt en het touwtje van de onderkaak bedient. Dan komt de ziel, die ze ook zonder bediening al lijken te hebben, ineens tot leven en blijken ze, ook klunzig bediend door een amateur poppenspeler als ik (wat zeg ik amateur poppenspeler, da’s al veel te hoog gegrepen; ik ben een stuntelige beginneling, een leerling-leerling, een…) ineens het vermogen te hebben tot ontroering, tot tegenspraak, tot goedkeuring en afkeuring, tot inspiratie.

Voor degenen onder u die nu met de oren klapperen, omdat ze de voorgeschiedenis niet kennen: de hierboven afgebeelde poppen zijn de hoofdrolspelers in een kleine produktie die in februari/maart 2010 in premiere gaat, met als titel 'Carmen over Carmen'. Een lang gekoesterde droom gaat daarmee voor mij in vervulling

Lang geleden sprak ik met poppenspeler en regisseur Jan Smeets over die droom en dattie waarschijnlijk nooit uit zou komen: de rol van Carmen zingen. Hij kwam erop terug, ergens twee jaar geleden: 'misschien kan het nu wel...' En dus gaat Carmen eindelijk uitlegen waarom Don José 'een dweil van een vent' is en gaat Don José nog een keer de fout in. Ik zing de dialogen aan elkaar met aria's uit de opera Carmen. Eindlijk kan ik het verhaal vertellen van hoe het volgens mij gegaan is. Het ontwikkelt zich allemaal nog, maar als de ingezette tendens doorzet komt er juweeltje tot leven dat hopelijk de harten van veel liefhebbers van opera, klassieke muziek én poppenspel zal beroeren en zal aanzetten tot reflectie over de rol van Carmen.

Die rol van Carmen is altijd al aanleiding tot controverse en discussie geweest. Een van de eerste stukken die ik solo zong was de Habanera uit Carmen en door de jaren heen (ik zing het stuk nu al meer dan dertig jaar) ontlokte ooit een zangpedagoog de opmerking: je zingt ‘m te ge-emancipeerd; Carmen is geen Dolle Mina! Een ander zei later, veel later: Carmen is een hoer, je zingt haar te berekenend, te slim, te beredeneerd, het moet veel geiler. Weer een paar jaar later: ja jeetje zeg, Carmen is geen hoer, ze is iemand die veel intelligenter is dan haar tegenspeler Don José, al heeft ze niet gestudeerd, doe nou niet zo ordinair door je rokken tussen je benen te trekken. Dat past Carmen niet. Mijn ziel zuchtte en mijn geest bleef naar nieuwe manier zoeken om de Habanera te vertolken en Carmen recht te doen.

Femme fatale, of femme totale? De waarheid ligt ergens midden in de cirkel van opvattingen over de rol van Carmen. Ik heb het altijd voor haar opgenomen, hoer noch Dolle Mina, berekenend noch geil… ze is gewoon zichzelf en bereid de prijs te betalen die daarvoor staat: een vroegtijdige, gewelddadige dood. In die zin voel ik mij verwant, jezelf trouw blijven heeft een prijs, al is die in mijn geval bij lange na niet de dood (gelukkig; ik ben van plan nog lang te blijven schrijven en zingen).

We hebben veel plezier bij het voorbereiden van deze productie en we leren veel van elkaar; ieder brengt zijn/haar eigen expertise mee en geen van ons is zo eigenwijs dattie de weg naar een goed resultaat blokkeert.
George Bizet had eens moeten weten toen hij in 1875 zijn Carmen schreef, dat het de inspiratie zou zijn tot films, ijsshows (er is een geschaatste versie van Carmen, of u het nou gelooft of niet), poppenspelen en dans . Het zou hem vast plezier gedaan hebben.

Benieuwd geworden? De première is op 7 maart 2010 in Den Bosch. U zult ‘m ongetwijfeld aangekondigd zien en ik hou u middels een bescheiden ‘Carmen-journaal’ op de hoogte. En wilt u meer weten over deze manier van poppen bedienen? Klik hier








Letsel

Ik word per definitie wantrouwig als er letselschadeadvocaten opduiken. Vraag me niet waarom, misschien heb ik te veel Amerikaanse B-films gezien waarin deze mensen als aasgieren worden afgeschilderd. Zo zou ik ze niet durven te noemen.

Het wantrouwen blijft. Neem nou de letseladvocaten die zich het lot van de Q-koortspatienten aantrekken. Deze week was er eentje die beweerde dat patiënten geen schijn van kans maken op een schadevergoeding.

Totdat hij een microfoon onder de neus kreeg. Toen zag hij toch mogelijkheden, mensen moesten zich maar melden. Drie keer raden wat hij zei toen de microfoon weer uit stond. Tja, de man’s schoorsteen moet ook roken.

Vandaag dook er weer een letselschadeadvocaat op in het AD. Die liet weten dat al veertig Q-koortspatienten geld eisen. Er zouden miljoenen euro’s te claimen zijn. Er staat niet bij of hij de belangen van die mensen behartigt, maar die suggestie wordt wel gewekt. En daarmee ook de suggestie dat hij blijkbaar de man is die voor die miljoenen kan gaan zorgen.

Het is dan wel pijnlijk dat zo’n advocatenkantoor nog niet weet bij wie de claim moet worden neergelegd. Maar ja, ook de schoorsteen van die man moet roken. Als ik hem was zou ik vast de filmrechten verkopen van zijn werk als belangenbehartiger van Q-koortspatienten.








Regionaal

Ik was gisteren in Amsterdam (sorry Youp, maar ik heb me als provinciaal onopvallend gedragen hoor). Cursus met een paar andere journalisten uit het land.

In de pauze had ik het met iemand over impact van media. Dat heb ik jarenlang een pijnlijk onderwerp gevonden. Het begon ergens in de jaren tachtig. Wij van de kleine regionale krant ontdekten dat een bedrijf giftige bleekaarde stortte in een natuurgebied. We schreven daar over. We schreven daar heel vaak over.

Het provinciebestuur haalde de schouders er over op. Tot een collega van de Volkskrant (met onze hulp) er een tweekolommertje over schreef. 72 uur later werd op last van de provincie de bleekaarde “onmiddellijk” afgegraven. Je gaat dan toch aan jezelf twijfelen.

Dezer dagen gebeurt er net zo iets. De regionale media (de kranten en wij) in Brabant schrijven al heel lang over Q-koorts en de gevaren. We interviewden vorig jaar al patiënten die door helse pijnen waren gekweld.

Bij het uitbreken van de Mexicaanse griep haalden we hier in het zuiden een beetje de schouders op. Wij zagen veel meer onheil in de Q-koorts. Maar van overheidswege gebeurde er niks.

Tot het Hilversumse Zembla er zondag mee uitpakte. Voor ons zat er weinig nieuws in dat verhaal, maar voor de Haagse bestuurders blijkbaar wel want opeens werden er maatregelen aangekondigd.

Nee hoor, geen Calimero-gevoel. Niet meer. Nou ja, vooruit een beetje frustratie dan. En een beetje verontwaardiging dat die Haagse klootviolen schijnbaar alleen maar landelijke media volgen, terwijl ze toch kunnen weten dat het meeste landelijke nieuws gewoon als regionaal nieuws in de kraamkamers van regionale media geboren wordt.








Hoofdredacteur

Pas op voor hoofdredacteuren die zeggen dat banenverlies op redacties niet tot kwaliteitsverlies van hun krant zal leiden. Het is niks anders dan een pavlov-reactie van mannen die openlijk geconfronteerd worden met het feit dat niet zij de baas zijn van de krant, maar dat de eigenaar met de zak centen bepaalt.

De hoofdredacteuren van de Volkskrant en Trouw roepen nu om hardst dat ze de redacties van hun Thillobodes moeten inkrimpen maar dat wij, de lezers, dezelfde kwaliteit voorgeschoteld zullen blijven krijgen. Na 35 jaar ervaring met hoofdredacteuren waag ik dat te betwijfelen.

Het is sowieso een curieuze stelling dat je met minder mensen hetzelfde product kunt blijven maken. Het klinkt flauw maar je vraagt je dan toch af wat die mensen, die nu weg moeten, dan al die tijd hebben toegevoegd aan de kwaliteit?

Alleen al uit solidariteit met die collega’s zou de hoofdredacteur moeten fulmineren dat hij na de inkrimping niet meer dezelfde kwaliteit kan bieden. Maar ja, het is de taak van de journalistieke baas de moed er in te houden. Dat is een spagaat en dan kies je voor degenen met wie je verder moet. Die steek je een hart onder de riem met de opmerking dat zij dezelfde kwaliteit kunnen blijven maken. Peptalk dus. Onder moeilijke omstandigheden vind ik daar overigens niks mis mee.

Journalistiek is een vak van investeren. Een journalist moet veel kennis vergaren om de juiste vragen te kunnen stellen en zich niet te laten wegblazen door hotemetotten en de in hun kielzog meedeinende communicatiemedewerkers. Dat kost tijd. En tijd is er nog maar weinig in ons vak.

Ik weet het, het is ouwelullenpraat, maar vroeger had je 24 uur de tijd totdat de volgende krant werd gedrukt. Nu moet het nieuws a la minuut worden opgediend. Eén van mijn bazen zei laatst: we hoeven niet volledig te zijn, we moeten wel het eerste zijn. Journalistiek als wedstrijd.

Je hebt dus al bijna geen tijd meer om na te denken of om dingen goed uit te zoeken. Als je dat ook nog eens keer met minder mensen moet doen dan krijgen de achterblijvers steeds meer op hun bordje waardoor ze nog minder tijd overhouden. De journalist in een vicieuze cirkel. Je maakt mij niet wijs dat dat niet leidt tot kwaliteitsverlies zonder dat je de kwaliteitslat zelf steeds lager legt.

Journalistiek is ook investeren in contacten. Het betekent daar zijn waar het gebeurt. Op die plekken spreek je mensen, doe je verhalen op en haal je banden aan. Ook dat kost tijd die zich niet onmiddellijk uitbetaalt. Met minder mensen zul je je minder vaak buitenhuis begeven. Ik las deze week dat steeds meer kranten gebruik maken van het ANP. Ze sturen zelf niemand meer.

Ik geloof niet in hoofdredacteuren die denken dat ze dezelfde kwaliteit kunnen leveren met minder mensen. Als dat namelijk kan hebben ze in het verleden boven hun stand geleefd. Ach, u merkt het al: in de ogen van een simpele letterknecht kan een hoofdredacteur het nooit goed doen.








30 km

(gastcolumn door Ab Klaassens)

Twee mannen van onbestemde leeftijd rukten in mijn straat de paaltjes uit de grond met de bordjes waarmee automobilisten werden gewaarschuwd voor verkeersdrempels.

“Waarom?”, vroeg ik.

De mannen posteerden hun billen op mijn tuinmuurtje, openden hun shagbuilen en verklaarden dat ze wel een bakkie koffie zouden lusten. Nadat ik deze prijs voor mijn nieuwsgierigheid had betaald legden de mannen mij uit dat zij van de gemeente waren en dat zij de borden moesten verwijderen omdat mijn straat en trouwens de hele buurt tot 30km-zone waren uitverkoren.

“En daarom,”zei één van de mannen, “en daarom kunnen die borden weg, want als je maar dertig kilometer per uur rijdt heb je geen last van verkeersdrempels.”

Na de verwijdering van de gewraakte bordjes gebeurde er enkele maanden niets dat leek op een aanpak van de snelheidsduivels in onze buurt. Maar uiteindelijk kwam het ervan: onze buurt werd een 30km-zone, terwijl, op een enkele idioot na, niemand het in z’n hoofd haalde om in onze smalle straatjes harder dan dertig kilometer per uur te rijden.

Maar voor de twee doorgaande wegen in de buurt lag dat anders; daar trappen mijn vierwielige soortgenoten wel krachtig op het gaspedaal, tot schrik van overstekende kinderen, bejaarden, poezen, zwanen en eenden met aandoenlijk kroost. De bordjes met 30 km/u veranderden daar niks aan, evenmin als de opheffing van de voorrangsregeling voor de doorgaande weg.

Omdat het Openbaar Ministerie had verklaard dat overtredingen van het 30km-gebod niet zouden worden behandeld staakte de politie de controles op overschrijding van de maximum-snelheid. Zodat je als van rechts komende verkeersdeelnemer nooit voorrang krijgt. Zodat de Nikke Lauda’s onder ons een trouwe fietser als ondergetekende nu bij een snelheid van zeventig tot tachtig kilometer per uur het eelt van de linker elleboog slijpen.

Je hoeft niks te doen om de overheid belachelijk te maken. Dat doet de overheid zelf wel.








Surprise

We hebben geen pakjesavond gevierd. We hebben Sinterklaas jaren geleden al voorgoed uitgezwaaid.

Toch was er gisteren een surprise voor mij. Op de deurmat lag een brief van de dienst Stadstoezicht. Die was bezorgd door een TNT’er en die krijgen van hun baas nu de zwarte piet toegespeeld, dus zo’n door een ouderwetse postbode bezorgde brief kun je gerust een zwartepietenverrassing noemen.

In de brief stond dat de dienst Stadstoezicht mij een bekeuring van 150 euro heeft kwijtgescholden. Dat is inderdaad een heel bedrag. Ik had hem verdiend omdat ik mijn auto op een invalidenparkeerplaats voor mijn deur had geparkeerd.
Dat is niet zielig voor een invalide, want die bestaat niet. De parkeerplaats staat al twee jaar leeg. Hij is bestemd voor personenbusjes die op werkdagen om 09.00 uur en 16.00 uur bezoekers van een dagopvang in de straat komen brengen.

Helaas, helaas is die invalidenparkeerplaats te klein voor een busje waarvan ook de achterklep nog eens open moet om er een stoel met een invalide uit te rollen. Derhalve staat de invalidenparkeerplaats al vanaf de dag dat het bord geplaatst werd leeg.

Nou ja, behalve ’s avonds en in het weekend dan, want dan wordt hij gebruikt door asociale bezoekers van een coffeeshop die om duistere redenen de motor van hun auto aan laten staan om zo onze huizen vol te spuiten met uitlaatgassen.
U begrijpt natuurlijk dat geen stadswacht zijn vingers brandt aan deze lieden. Die komen pas onder de tegels vandaan als wij er onze auto parkeren. Pats, 150 euro verdiend voor de baas.

Ik ben al een jaar bezig om verandering te krijgen in die situatie. Ik bespaar u dat verhaal. Laat ik het zo zeggen: het contact met Stadstoezicht heeft mij in een situatie gebracht waarin ik zou willen dat ik letterlijk door een paarse krokodil uit mijn lijden werd verlost.

Maar goed, er is licht aan het eind van de tunnel. Mijn bekeuring is kwijtgescholden. Weliswaar op grond van een argument dat ik niet heb genoemd in mijn bezwaarschrift en waarmee ik juridisch ook niet weggekomen zou zijn, maar binnen is binnen. Nou weet u wat, ik leg het uit ook. Ik ga er dus staan omdat die parkeerplaats niet wordt gebruikt en om dat gajes van de coffeeshop onder onze ramen weg te houden. De bekeuring is kwijtgescholden schrijven ze "omdat u in verband met de parkeerdruk genoodzaakt was te parkeren op deze invalidenparkeerplaats". Dat lijkt mij een geweldig precedent voor iedereen die een zo'n boete wil aanvechten bij de rechter.

En ze schrijven dat ze nu echt werk gaan maken van die gekke situatie met die invalidenparkeerplaats in onze straat. Maar dat zeiden ze een jaar geleden ook al. Daar bij Stadstoezicht.








Vocalies (90)

(door Marlies)

Vandaag in 1791 stierf Mozart, Wolfgang Amadeus Mozart, een van de grootste, zo niet de grootste, componisten aller tijden. Doodsoorzaak: onbekend. Plaats van ter aarde bestelling: onbekend (nou niet helemaal; ze hebben ‘m in een massagraf gedumpt). Omstandigheden van overlijden: op zijn minst apart te noemen.

Het lijkt potdorie wel een politierapport in plaats van een hommage aan een groots componist.

In ieder geval geeft zijn overlijdensdag mij de gelegenheid eindelijk het verhaal over de karbonaadjes te vertellen. Ooit, op een andere plaats en in andere omstandigheden schreef ik al eens een stukkie over het overlijden van Mozart, maar dat stukkie bestaat niet meer en in de annalen van deze weblog vond ik er nog niks over terug, dus kan ik me lekker nog een keer uitleven.

Er doen de wildste verhalen de rond over hoe Wolfgang Amadeus Mozart aan zijn einde kwam. Het wildste - met kop en schouders - is wel het verhaal dat Antonio Salieri hem vergiftigd zou hebben. Op die theorie is de film Amadeus gebaseerd en regisseur Milos Forman heeft dat thema briljant uitgewerkt. Ik zal die Mozart-giebel van Tom Hulce nooit meer vergeten. Prompt deed jarenlang dat verhaal de ronde. Kletskoek, zeggen wetenschappers, kan niet, is niet waar, leuk verzonnen; de Italianen zouden zeggen ‘se non è vero è ben trovato!’ (als het niet waar is, is het leuk gevonden/verzonnen).

Oververmoeid en ondervoed is ook zo’n theorie en die komt een stuk dichter bij de waarheid. Hoewel: ondervoed was-ie niet helemaal en hier komen de karbonaadjes om de hoek kijken. Verkeerd gevoed en onregelmatig eten en roofbouw op lichaam en geest plegen en dat allemaal even schudden en dan heb je een grote kans dat het mis gaat. Mozart schreef obsessief aan zijn requiem, alsof hij wist dat het misschien niet zou lukken het af te maken.

Die karbonaadjes? Mozart schrijft ergens in een briefje aan een vriend dat hij karbonaadjes heeft gegeten en dat die hem niet bepaald lekker bekomen zijn en dat hij er gruwelijk last van heeft. Hebt u ooit bedorven (of rauw) vlees gegeten of bedorven wijn gedronken? Nou, daar ben je ziek van.

Het is dat Mozart bijna dwangmatig briefjes en kattenbelletjes schreef, anders hadden we lang niet zo veel over hem geweten. Wij studeerden a-vu zingen tijdens mijn conservatoriumjaren uit een map vol bijeen-gekopieerde vellen van bladmuziek, overal vandaan. Onze leraar had het voorblad voorzien van een inktvlek die Mozart ooit gemaakt had in een van zijn partituren en waar hij zelf in een aantal talen ‘varken’ bij had geschreven, als scheldwoord voor zijn slordigheid.

Geleerden hebben lang geprobeerd aan de hand van een schedel, die uit hetzelfde massagraf zou komen als waarin Mozart gelegen zou hebben, vast te stellen wat er aan de hand was, maar ze hebben zelfs niet kunnen vaststellen of de schedel wel van Mozart was, laat staan iets over doodsoorzaken. We zullen het moeten doen met zijn muziek (me dunkt…!) en met onze eigen fantasie. Als je in 31 jaar (Mozart was 4 toen hij zijn eerste KV schreef en bij zijn overlijden was hij bij KV 626) meer dan 600 geregistreerde stukken schrijft heb je wel een beetje roofbouw gepleegd lijkt me. In onze tijd zou Mozart waarschijnlijk gediagnosticeerd zijn als minstens ADHD, zo niet erger.

Het blijven voor het grootste deel speculaties en fantasieën, want hij is er niet meer, onze ‘Woolfie’ zoals Constance hem in de film Amadeus erg on-Duits noemt. Gelukkig liet hij ons muziek na, veel muziek, niet alles even origineel, maar allemaal bruikbaar en een heleboel briljant, vooral zijn opera’s.

In het filmpje de voorlaatste scene uit Don Giovanni. Let vooral op de twee beginaccoorden. In Mozarts tijd waren die (tenminste het eerste) nog nooit hiervoor gebruikt, Het klinkt even heel wrang. Onze oren zijn er inmiddels allang aan gewend, maar toen schrok het publiek zich een hoedje. Het akkoord ‘lost vervolgens op’ tot een normaal akkoord, maar zet de sfeer voor de hele scene. Buitengewoon beklemmend! En let op de Commendatore. Kijk hoe veel moeite het hem kost de tonen voorin te houden. Hij komt anders nooit ‘door’ het voluit spelende orkest heen. Er zijn maar weinig bassen die dat goed kunnen. De scene is berucht onder bassen. Prachtig ge-enseneerd en gezongen! Ik kon het niet laten en joutjoepte er nog een paar, maar die Commendatores kwamen nog niet in de buurt van deze.

Cadeautje op deze sterfdag van Mozart en Sinterklaas-ochtend!










Schokkend

Ik vroeg me af of er een verband is tussen 122 en 107??








Held

Ik heb het gemaakt bij de collega’s van mijn vrouw. Ze vinden mij een held omdat ik in m’n eentje kleren koop. Dus zonder hulp van mijn vrouw. Zo’n man hebben die collega’s niet. Ach, hun mannen hebben vast kwaliteiten die ik ontbeer. Mijn vrouw kennende is dat ook al breed uitgemeten.

Ik ga niet vaak stadten. Eén, hooguit twee keer per jaar. Ik ga bij voorkeur op een doordeweekste dag als het niet zo druk is. Stadten is niet m’n hobby. En ik ga nooit kleine kledingwinkels binnen, want ik kan niet tegen de takkenherrie en de kauwgomkauwende meisjes die er meestal rondhangen. En laten we eerlijk wezen, het aanbod in die trendy spelonken is veel te modern voor iemand die vandaag in het AD heeft gelezen dat op zijn leeftijd het nuttigen van twee glazen alcoholhoudende drank desastreus kan zijn.

Ik ga naar een kledingwarenhuis waar oudere dames met zorg de door mij gekochte artikelen inpakken.

Gisteren was ik één van de weinigen op de herenafdeling van het warenhuis. Er liepen wat bejaarde stellen van wie zij iets voor hem uitzocht. Een nachtmerrie.

Er liep één verkoper rond die hier en daar wat kleding schikte. Hij liet me met rust en dat was hem geraden.

Bij de kassa stond één dame. Op het moment dat ik aan de beurt was riep de mannelijke verkoper tegen haar dat hij een verdieping hoger ging. Hij verdween met de rolstrap naar de badkleding.

De caissière beklaagde zich tegen mij dat zij nu helemaal alleen op die grote herenafdeling was. Dat vond ze een onveilig idee. “Gelukkig staat er nu een grote sterke man aan de andere kant van de toonbank,” zei ze.

“En wat denkt u dan dat ik ga doen als deze afdeling wordt overvallen?’ vroeg ik.

“Dat weet ik eigenlijk ook niet,” zei ze.

“Ik wel,” zei ik, “heel stilletjes op de grond liggen.”

Kortom: mijn heldendom houdt op bij de kassa.








Het karretje

(gastcolumn van Ab Klaassens)

In de XXL-supermarkt vulde ik mijn karretje met zeer verantwoorde voedingsmiddelen, waarvoor ik mij, bij mijn driemaandelijkse biecht bij de huisarts, zeker niet hoefde te schamen.

Nadat ik toch even bij de lange rekken vol zoutjes en chips had gekeken – en vetarme groentechips had gevonden – was mijn karretje vol gezondheid weg, inclusief de milieuvriendelijke katoenen boodschappentassen. In plaats daarvan stond er een karretje vol vette worsten, mega-zakken vette chips en pinda’s, grote flessen cola, alsmede een megakrat pils.

Ik maakte snel een daderprofiel: snelle jongen met kale kop plus honkbalpetje, T-shirt , Ipod, doppies in de oren, oude VW-golf met sportuitlaten.

Zoekend naar zo’n dader vond ik mijn karretje terug; mijn boodschappen aangevuld met vette worsten, mega-zakken vette chips, pinda’s, grote flessen cola en een mega-krat pils.
Met twee boodschappenkarretjes spoedde ik mij naar de rij kassa’s, op zoek naar de rotzak met die pet.

Er was niemand die op mijn daderprofiel leek. Er was wel een bejaarde dame met in haar karretje vette worsten, mega-zakken vette chips, pinda’s, grote flessen cola en een mega-krat pils.

“U zult wel begrijpen”, zei de grijze dame, “u zult wel begrijpen dat ik soms een beetje vergeetachtig ben."

Dat kon ik begrijpen.

“Ik krijg vanmiddag m’n kleinzoons op bezoek”, zei ze.

Toen begreep ik alles.








Zonder pardon

De film Zonder Pardon van Theo Maassen was een bijzondere ervaring. Eindhovens beroemdste zoon heeft een film laten maken van zijn laatste show en die wordt overal in den lande vertoond. Maassen hoeft nu niet meer voortdurend van zaal naar zaal te reizen. Hij speelt overigens nog wel live.

Dat komt natuurlijk goed uit nu hij vader is geworden. Dat vaderschap staat centraal in Zonder Pardon. Theo Maassen is bepaald geen rolmodel. Hij veinst veel spijt te hebben van zijn besluit om zijn vriendin haar kind te laten houden. (Zo ongeveer lijken de verhoudingen te liggen.)

Maar uiteindelijk is hij toch als alle vaders. Hij houdt zielsveel van de kleine meid en is overbezorgd dat haar iets overkomt. Ondanks zijn wrange humor en grove opmerkingen waarvan een mens mag hopen dat het meisje ze nooit zal horen, is Maassen eigenlijk een gewone vader met een net iets grotere bek dan andere vaders.

En hij is eerlijker in zijn twijfels. Dat waardeer ik. Ik weet uit ervaring wat een taboe het is als je zegt: ik hou van mijn kinderen maar als ik alles tevoren had geweten was ik de verantwoordelijkheid van het ouderschap niet aan gegaan. Het zegt niets over je kinderen, maar alles over jezelf. Veel ouders begrijpen dat niet of willen dat niet begrijpen.

Dan het medium. In Zonder Pardon is er voor gekozen met de camera bovenop Maassen te gaan zitten. Dat vond ik niet altijd een onverdeeld genoegen. Het leverde vaak schokkerig en onscherp beeld op. Het maakte de voorstelling nog onrustiger dan Maassen bedoelt. Ik vond het niet zo prettig om helemaal in de huid van de cabaretier te kruipen.

Een onmiskenbaar voordeel is dat je als publiek niet bang hoeft te zijn dat je door Maassen tot de grond wordt afgebroken. Hij is veilig ver weg. Mijn vrouw vond de voorstelling op het filmdoek minder storend. “Je ziet nu van achter die ogen de zwarte grappen opkomen,” zei ze. Dat vond ik wel een mooie typering, maar anderzijds vond ik dat Maassen daardoor iets demonisch kreeg. Terwijl hij toch zo’n lieve vader is tegen wil en dank.





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed