Achterob

Ben effe naar Achterob en DD. Hou zijn weblog in de gaten. Ik acht het niet uitgesloten dat hij in geuren en kleuren verhaalt van mijn blunders in Beijing. Ik denk niet dat ik daar zelf aan toe kom. Maar ik beloof u dat ik uitgebreid (foto)verslag zal doen als ik terug ben.








Vocalies (85)

(door Marlies)

Er is een nieuwe podcast met klassieke muziek. Klik hier

Vandaag in 1866 ging een van de beste en meest gespeelde operettes ooit in première in Parijs. La Vie Parisienne van Jacques Offenbach. Deze avond nog in het Frans, 4 maanden later in het Duits in Wenen. Omdat Offenbach van origine Duitser en later genaturaliseerd Fransman was beheerste hij beide talen.

Dat betekent wat, want ga maar eens een operette die in het Duits gedacht en gecomponeerd is vertalen in het Nederlands. Toen ik het nog echt voor de centen moest doen heb ik hem een keer in het Nederlands gezonden: Gräfin Mariza. Behalve de nodige stuurmanskunst voor je tong heb je er ook een dosis rechttoe-rechtaan dommigheid voor nodig: zing het maar eens in snel tempo: ‘en in mijn borst danst ’t hart een Czardas heen en weer’.

Toen daar bovendien nog de tekst uit de grote aria van Mariza bijkwam ‘bij viool en bij cimbaahaal…’ werd ik helemaal baldadig. Ik zing het nu alleen nog als ik dronken ben (en dat gebeurt bijna nooit….). De beste, gulden middenweg is de aria’s in de taal te zingen waarin ze geschreven zijn en de verbindende teksten in het Nederlands.

Offenbach kon het dus: op teksten componeren in het Frans èn in het Duits. Van zijn operettes ‘Orphée aux enfers’ en ‘La belle Hélène’ bestaan ook uitstekende Duitse versies en de drie samen vormen een hoogtepunt in de operette-geschiedenis. De verhalen zijn sprankelend en snel geschreven en de muziek klopt. Ik heb eens met een getalenteerd dirigent zitten spitten in ‘La belle Hélène’, omdat ik er een beetje mee zat: het is niet mijn stemvak en ik liep op die Offenbach-snelheid een beetje vast. Hij legde me uit hoe het werkte en ik kreeg er steeds meer plezier in en ben uiteindelijk met vlag en wimpel door de produktie gerold…wat hebben we plezier gehad.

Daarom hier een ultrakorte beschrijving van het leven van Jacques Offenbach en een korte synopsis van de operette. Ga er eens naar toe als u kunt en doe het dan lekker ‘aangekleed’: eerst vooraf uit eten en erna een afzakkertje in de kroeg tegenover het theater. En ga naar een operette-gezelschap dat van de sprankel van Offenbach geen platte lol maakt (oeps, daarmee creëer ik misschien een probleem: zulke gezelschappen moet je met een lampje gaan zoeken…).

Jacques Offenbach werd als Jakob Offenbach geboren in Keulen op 20 juni 1819. Hij was de op een na oudste zoon van de joodse kantor Isaac Juda Offenbach. Hij leerde eerst viool en later cello spelen. In 1833 liet zijn vader hem naar Parijs gaan. Hij werd, hoewel zeer jong, toegelaten aan het Parijse Conservatorium, maar stopte in 1834 met zijn studie. Hij werd cellist bij verschillende van de boulevardtheaters in Parijs en uiteindelijk bij de Opéra-Comique.

Via Friedrich von Flotow kreeg hij toegang tot de Parijse salons. Hij bouwde een naam op als virtuoos cellist en trad in de jaren veertig op met pianisten als Anton Rubinstein en Franz Liszt in Parijs en Keulen. In 1844 werd hij katholiek en trouwde met Herminie d'Alcain. Hij heeft, behalve zijn operettes, één opera geschreven ‘Les contes d’Hofmann’. Dat was meteen zijn zwanenzang: hij stierf op 5 oktober 1880 in Parijs.

La Vie Parisienne speelt zich af in Parijs (dus) in 1867, tijdens de Wereldtentoonstelling.

De levensgenieters Raoul de Gardefeu (de naam alleen al: ‘bewaker van het vuur’) en Bobinet Chicard waren ooit vrienden. Vanwege een gezamenlijke liefde zijn hun wegen gescheiden. Ze zijn dit keer echter weer verliefd op dezelfde vrouw en als die het podium op paradeert met een derde kandidaat aan de arm en net doet alsof ze de twee vrienden niet kent begraven ze hun strijdbijl en trekken verder in naam der liefde weer gezamenlijk op.

Dat betekent dat ze weer aan persoonsverwisselingen gaan doen en streken gaan uithalen (alsof de mannen in die tijd niks beters hadden te doen, maar alla, het is operette hè….)

Onderdeel van de pret is dat Bobinet een feest gaat organiseren in het huis van zijn afwezige tante. Dat feest mondt uit in een ware orgie en ook de eerder genoemde geliefde van de twee komt er op bezoek.
Ik ga u niet vermoeien met alle details, die zijn bijna niet te volgen en bovendien: u ging er toch zelf naar toe? Aan het einde komt alles goed en de verwikkelingen zijn natuurlijk aanleiding om de meest gekke en prachtige aria’s ten gehore te kunnen brengen. Hieronder een paar titels:

Nach Paris ergiessen sich die Massen.
Ole, ich komme von Brasilien her.
Herein du Madchen, so zierlich und blond
Ich bin vor Feude wie benommen
Heissassam, so ist dat Pariser Leben, Wonne, Frohsinn herrschet da!








Familie

Op 7 december vorig jaar schreef ik onderstaande tekst. De aanleiding was de ontmoeting met een neef van wie ik het bestaan tot dan toe niet kende.

Ik ben iemand die de familie van vaderskant bijna veertig jaar niet heeft gezien. De familie van moeders kant is bijna uitgestorven. Ik beschouw mezelf als iemand zonder familie en ik vind dat soms een gemis. Op feesten waar mensen omringd worden door familie bekruipt mij wel eens een gevoel van jaloezie.

We zijn een jaar verder. Via de genoemde neef kwam ik al snel opnieuw in contact met een gezamenlijke nicht en haar partner. Neef, nicht, één van mijn broers en hun partners hebben een kleine reünie gehad. Ik had daar bij moeten zijn, maar iemand was vergeten mij een mail te sturen. Schrale troost: ze hadden wel op me gerekend en ze hebben me gemist.

Om er zeker van te zijn dat ik er de volgende keer wel bij ben heb ik in november een etentje bij mij thuis georganiseerd. We zijn met z’n achten, dus ik dacht aan een Italiaanse viergangen-maaltijd. In de uitnodigingsmail heb ik gekscherend geschreven dat, als mijn familieleden nog meer neven en nichten kennen, ze die zonder bezwaar kunnen uitnodigen.

Dat heb ik geweten. Neef belde dat hij nog een neef en een nicht had opgeduikeld die ook wilden komen. Met hun partners. Leuk, dacht ik, dat maakt twaalf.

Nicht mailde dat haar broer en zijn vrouw ook willen komen. Hoera. Dat wordt dan 14 mensen. Ik schroefde het aantal gangen wel alvast terug naar drie.

Opeens dook een achter- achterneef van een andere tak op. Hij is bezig met een stamboom. Of hij ook mocht komen? Jippie, 15 mensen.

Woensdagavond belde één van de nieuwe neven. Hij had contact gehad met weer een andere nicht en neef en die voelden ook wel iets voor een familiereünie. Of hij ze mocht uitnodigen? Tuurlijk, zei ik. Zit ik nu op 19? Tel even mee. Ja, 19.

Dat wordt een pan bonensoep.








Waarom???

Mijn collega Fleur van het Eindhovens Dagblad twitterde gisteren dat ze een mooi interview had gehad met een kinderrechter. Ze prees ons beider vak waaraan zij dit voorrecht te danken had.

Ik antwoordde dat ik die buitenkansjes als zegeningen van de journalistiek en dus van mijn leven zie. Voor ons gaan vaak letterlijk deuren open die voor anderen gesloten blijven.

Het is toch heerlijk om, gesteund door het gezag van een medium, aan iedereen vragen te kunnen stellen.

Persoonlijk hou ik van simpele vragen zoals: waarom? of hoezo? Ik hoor steeds meer collega’s een ellenlang betoog houden waarop de geïnterviewde alleen nog maar ja of nee hoeft te zeggen. Als die vindt dat het niet zo zwart/wit is en net zo veel tijd neemt krijg je een eindeloos geouwehoer. Waarom en hoezo. Dat blijven voor mij nog altijd de beste vragen. Het zijn ook goede wapens want de meeste geïnterviewden raken van slag van zoveel eenvoud.

De belangrijkste vraag – althans voor het journaille en aanverwante politici – is dezer dagen of Balkenende wel of niet naar Europa gaat. Bij gebrek aan een eenduidig antwoord van de betrokkene zelf wordt er druk gespeculeerd. Nieuws moet nu eenmaal gaande worden gehouden in de herfstvakantie.

Vooral het PvdA-kamp knijpt ‘m als een ouwe dief dat JP opstapt. Want, zo lees ik, dat betekent nieuwe verkiezingen en die zijn voor de socialisten dodelijk. Dat weet een kind.

Een andere reden waarom PvdA’ers de premier plotseling aan de borst drukken kan ik me ook niet voorstellen. Ik kan me in mijn politiek bewuste leven geen premier herinneren die zo is verguisd en bekritiseerd.

Als Balkenende gaat staat Verhagen klaar. Ik zou zeggen: kwestie opgelost, het kabinet kan verder met regeren. Zo ging dat in enkele ons bevriende landen ook.

Maar zo simpel schijnt het niet te zijn. Overal in het grote journalistieke papegaaiencircus en de aanpalende politieke wandelgangen zijn verkiezingen onvermijdelijk. Ik heb daar twee verklaringen voor gehoord vandaag. De oppositie wil het en, zo hoorde ik een BNR-collega duiden, je kunt het volk niet zomaar opzadelen met een nieuwe premier.

Alsof de oppositie daar over gaat en alsof het volk de huidige premier gekozen heeft. Gelet op de lacherige en cynische manier waarop het volk de afgelopen jaren op Balkenende heeft gereageerd denk ik dat elke opvolger zonder slag of stoot wordt geaccepteerd.

Dus aan al die mensen die roepen dat nieuwe verkiezingen onvermijdelijk zijn als Balkenende president van Europa wordt zou ik de vraag willen stellen:

waarom . . .??








Olympia

(Gastcolumn van Ab Klaassens)

Café-bar Olympia aan het Stratumseind in Eindhoven was, in de jaren zestig/zeventig van de vorige eeuw nog een echte kroeg: kale houten vloer, een tap, een paar krukken en een paar versleten zetels rond een tafeltje. Het publiek: kunstenaars, journalisten, schrijvers en – sommige – plaatselijke politici. De onderneming werd geleid door Piet en Cis, beide fervente innemers,maar ook zeer betrokken bij de onvermijdelijke discussies tussen de leden van hun klantenkring.

Cis bepaalde gewoonlijk het tijdstip waarop het café werd geopend. Volgens vaste klanten schonk zij, na opening van de deur, zichzelf een glaasje jonge jenever in waarmee zij haar brillenglazen reinigde. Wat er restte was haar ontbijt.
Cis tapte, schonk en dronk; Piet dronk en stortte zich in de discussies tot wat er allemaal werd gezegd hem niet beviel. Dan stuurde hij iedereen naar buiten, zonder zich te bekommeren om de afrekening. Als het weer meezat bleven de klanten een kwartiertje buiten staan tot Piet de deuren weer opende.

Buiten zijn kroeg raakte Piet soms in discussie met passanten die zich,volgens hem, niet netjes gedroegen. Op een avond trof hij twee fors gebouwde Friezen die hem niet verstonden, maar zich ergerden aan zijn agressief gedrag, Zij pakten Piet op en smeten hem door de ruiten van een toen nog daar gevestigde bloemenwinkel. Bebloed en bepleisterd kwam Piet terug in zijn café, waar Cis hem vroeg waarom hij geen bloemetje had meegebracht toen hij toch in de winkel was.

Aan het eind van de jaren zestig brak, op een steenworp afstand van café Olympia brand uit in de Karel-I sigarenfabriek. Opgewonden klanten kwamen met het nieuws het café binnen rennen : “Karel I staat in brand!!!“

“Een goeie sigaar gaat vanzelf uit”, zei Cis.








Lokalo's

Lokale politici. Ik heb er nu journalistiek zo’n 35 jaar mee te maken. Ze komen in mijn vriendenkring voor. Het blijft een boeiend volkje. Mannen en vrouwen die hun vrije tijd steken in het besturen van een stad of een dorp. En dat allemaal voor een jaarbedrag dat een beetje voetballer opstrijkt met een ochtendje trainen. Alleen daarom verdienen ze al respect. Die politici bedoel ik, niet die voetballers . . . .

Je hebt ze in verschillende soorten. De dossierknagers, die het een wethouder behoorlijk moeilijk kunnen maken. De populistische straatvechters die voor de bühne net doen alsof ze het een wethouder moeilijk maken. Je hebt de backbenchers, mensen die je nooit hoort maar die ongetwijfeld achter de schermen van waarde zijn. Ach, zoveel lokale politici als er mensen zijn.

In Tilburg loopt zo’n straatvechter: Hans Smolders. Hij is de voormalig chauffeur van Pim Fortuyn, maar – eerlijk is eerlijk – daar laat hij zich niet op voorstaan. Smolders was de laatste week niet uit de media weg te branden omdat er mensen zijn die denken dat hij burgemeester Ruud Vreeman in z’n eentje heeft getackeld. Ik denk dat het zo niet werkt. De val van een burgemeester kan nooit het gevolg zijn van een eenmansactie.

Smolders is de man die ooit is veroordeeld omdat hij vertrouwelijke stukken lekte. Volgens mij is hij zo lek dat er gerust gesproken kan worden van incontinentie. Ik kan me voorstellen dat Vreeman vorige week woedend naar hem uithaalde. Een stad besturen doe je vooral op basis van vertrouwen. Als je elke keer bang moet zijn dat één van je medebestuurders lekt ontstaat er een onwerkbare situatie. Toegegeven, de pers is er goed mee, maar het is dodelijk voor je stad.

Smolders is populair bij het journaille. Hij is namelijk altijd goed voor een stevige quote die dankzij jouw medium voor ophef zorgt. Zo word je zelf ook weer genoemd en dat is belangrijk in een medialandschap dat is vergeven van de concurrentie.

In het Brabants Dagblad van vandaag staat een interview met de Bossche lokalo Deniz Özkanli. Hij is PvdA-raadslid. In het jaar dat ik voor de omroep de Bossche raad volg heb ik hem nauwelijks gehoord. Deniz behoort tot de backbenchers. Maar hij blijkt een tomeloze ambitie te hebben. Deniz zegt daarover in de krant: “Ik zou wel wethouder willen worden, maar niet in Den Bosch! Dat is een fijne stad om te wonen, maar je hebt er geen serieuze pro¬bleemwijken zoals in Amsterdam of Rotterdam of Den Haag. Er zijn wel problemen in Den Bosch, maar ze zijn mij niet groot genoeg. En iedereen die het tegen deel beweert, wil ik wel even mee nemen op excursie naar een plaats elders.’’

Als ik dan zoiets lees denk ik: Deniz wat heb jij de laatste jaren zitten doen? De Graafsewijk-rellen hier ter stede waren zelfs voor Nederlandse begrippen van een ongekende omvang. In je eigen stad steken ze een gebouw in de fik waar misschien een opvang voor psychisch gestoorde verslaafden in komt.

Een jaar geleden somde een wethouder de wijken op die probleemgebied waren, dan wel binnenkort die status zouden bereiken. Mijn collega van de krant en ik keken elkaar aan omdat wij allebei hoorden dat de wethouder de hele stad opnoemde met uitzondering van het historisch centrum en paar dorpen langs de dijk.

Ik zei het al: je hebt backbenchers die achter de schermen ongetwijfeld van grote waarde zijn. Je hebt er ook die je nooit hoort omdat ze schijnbaar zitten te dromen dat ze nog grotere problemen kunnen oplossen. Nou ja, er zijn er wel meer die hun zegetocht zijn begonnen met een droom.








Foutje

Ik probeer mij voor te stellen wat er omgaat in het hoofd van die mevrouw die op het punt staat te emigreren naar een Oostenrijkse berg. Maar dat is moeilijk. Toen ik haar verhaal voor het eerst hoorde ging het mijn verstand al ver te boven. Laat staan dat ik mij kan voorstellen wat er door haar hoofd gaat nu wetenschappelijk is aangetoond dat ze een dwaalleer volgt.

Ik ken haar niet persoonlijk. Ik ken alleen haar verhaal, dat mij in geuren en kleuren is verteld. Ze is een zus van een bekende.

De mevrouw woont nu nog in deze contreien, onder de zeespiegel. Op een bepaald moment raakte ze in de ban van 2012. Dat is het jaar waarin de wereld vergaat. De mevrouw gaat uit van een zondvloed en heeft besloten haar hele hebben en houwen op te geven en naar hoger gelegen gebieden te trekken. Een Oostenrijkse berg dus.

De rest van de familie heeft geprobeerd haar op andere gedachten te brengen. De pogingen om haar tegen te houden waren tevergeefs. 2012 had zich als een gezwel in haar gezonde verstand genesteld.

Toen ik het verhaal hoorde had ik nog nooit van die aanstaande verwoesting gehoord. Sinds Lou de Palingboer toch sterfelijk bleek te zijn krijgen profeten mij de zeik niet meer lauw.

Dus mijn interesse betrof niet de zoveelste wereldwijd verspreide mare over onze ondergang, maar het feit dat iemand daar zo door wordt gegrepen dattie alles opgeeft en zich op een Oostenrijkse berg wil verschansen. Daarom boeit mij dit wonderlijke verhaal.

Omdat ik in mijn omgeving verder niemand over 2012 hoorde praten, laat staan gehaast richting Oostenrijk zag vluchten, verdween de kwestie uit mijn hoofd.

Tot vanmorgen op het ANP het onderstaande bericht verscheen;


AMSTERDAM (ANP) - De profetie dat de wereld in december 2012
vergaat is gebaseerd op een rekenfout. Als de onheilstijding al
werkelijkheid wordt, zal dat pas in 2208 zijn. Dat zeggen
wetenschappers in het novembernummer van het tijdschrift NWT
Natuurwetenschap& Techniek.

Wie op Google 2012 intikt krijgt 189 miljoen hits, waarvan de
meeste gaan over het einde der tijden of over het aanbreken van een
nieuw spiritueel tijdperk. De onheilsprofeten en newage-aanhangers
baseren zich op de Mayakalender. Die zou aflopen op 21 december
2012. De zwartkijkers gaan er van uit dat onze tijd er dan op zit
en de wereld vergaat.

Recent onderzoek van archeologen, astronomen en wiskundigen laat
echter zien dat die datum helemaal niet klopt. De kalender van de
Maya's loopt pas twee eeuwen later af, aldus NWT.


En toen moest ik dus weer aan die mevrouw en haar Oostenrijkse berg denken. Ik hoop vooral dat ze het bericht ook leest en dat het weer goed komt met haar omgeving die ze zo smartelijk achter dreigt te laten.

P.S. Hoe de wereld zal vergaan als de onheillsprofeten wel gelijk hebben is te zien in de speelfilm 2012. Regisseur Roland Emmerich heeft op gebied van special effects alles uit de kast gehaald om de rampspoed uit te beelden. Vanaf 11 november draait de Hollywood-productie in Nederland.








Piemonte

Ik weet het, ik weet het . . . U hoeft het me niet in te wrijven. Het is dodelijk om in de aanloop naar de Dutchbloggie-verkiezing een week niks van je te laten horen.

Maar ja, ik was op vakantie. En aangezien de juryleden ontzettende aardige, deskundige, lieve en tolerante mensen zijn zullen ze daar alle begrip voor hebben.

We waren op wandeltocht in de Piemonte. In de streek waar Slow-food is begonnen, waar ze duizend verschillende wijnsoorten hebben, waar de hellingen bezaaid zijn met hazelnootplantages en waarvan de Piemontezen verrukkelijk gebak maken. Dus u begrijpt hoe het komt dat wij ondanks die vele kilometers lopen geen gram zijn afgevallen. Ik denk zelfs het tegendeel, maar voorlopig ga ik even met een grote boog om de weegschaal.

Een paar foto’s dan maar, zodat de bloggie-jury ziet dat er op Stroomopwaarts niet alleen maar geouwehoerd wordt. Wie nog meer foto's wil zien kan terecht op mijn flickr-pagina.






























Vocalies (84)

Het navolgende stukkie is gebaseerd op een misverstand en wel op het volgende. Jaren geleden zong ik ooit het Bandelterzett van Mozart, ik was in de veronderstelling dat Karl Ditters von Dittersdorf (die ook ergens in dat concert voorkwam met zijn operaatje Doktor und Apotheker) de tekst voor dat niemendalletje (het Bandelterzett dus…) had geschreven. Dus toen ik ergens las dat vandaag in 1799 Ditters von Dittersdorf stierf, meende ik een aanleiding te hebben voor een (overigens best geslaagd) stukkie.

Aan het eind van mijn schrijverij check ik altijd effe de feiten. In dit geval door het partituurtje van Das Bandelterzett op te zoeken, waar ook altijd het KV-nummer op staat en zo, Wat zie ik, expliciet vermeld onder de titel: ‘Tekst von Mozart’. Shit, lollig stukkie geschreven, maar het is niet waar… Dus lieve lezer… lees het niet… het is klets… een hersendwalinkje van uw Vocalies, een klein misstapje in een overigens indrukwekkend oeuvre, een zijspoortje, een….

Vandaag in 1799 stierf Karl Ditters von Dittersdorf, maatje in lollige zaken van Mozart, die zijn compaan acht jaren overleefde. Zijn dood zoveel jaren geleden is aanleiding te schrijven over een stukje ‘niks-muziek’ dat Mozart ooit schreef en dat ik lang geleden ooit zong met twee zangmaatjes en waar ik vreselijk plezier mee heb gehad. Genoeg raadsels?

Mozart was een veelschrijver. Hij leefde van 1756 tot 1791 en pende in die jaren 626 bekende ‘affe’ stukken neer. KV 001 was een Andante voor Piano (hoewel dat hier en daar in de verschillende studies van Köchelsverzeichnis iets anders is) en KV 626 zijn ‘on-affe’ Requiem (afgemaakt door Sussmayer en later ook nog door andere componisten, die er allemaal wat van maakten, het een beter dan het ander, maar voor een beetje kenner is onmiddellijk te merken wanneer het componeren van Mozart ophoudt en de composities van de anderen beginnen: zo ‘eigen’ was Mozart).

Hoeveel er nog op zolders ligt en in bibliotheken in en rond Wenen en Salzburg is niet bekend, hoeveel er de prullenbak in is gegaan ook niet. Je zou toch zeggen dat we nu wel ongeveer alles hebben wat er nog is, maar als het de klassieke historici uitkomt hebben ze ineens (vlak vóór een of ander groot festival) weer iets ‘gevonden’. Ja, duh… denk ik dan, en meestal zijn het ook geen meesterwerken die er liggen te slingeren, maar allee het trekt weer volk en publiciteit, alles voor de goede zaak zullen we maar zeggen.

Nou kun je natuurlijk niet zoveel produceren dat allemaal geweldig en origineel en uniek is, er zat de nodige ‘gebruikersmuziek’ bij. Ik ben niet gespeend van enige fantasie en ik hoor zo’n gesprek dan gaan…:

‘Ach Maestro, meine Tochter heiratet nächste Woche. Währen sie so nett und schreiben etwas fúr ihre Hochzeitsmesse?’

‘Ja hoor, Herr Ambtsrat, herr Doktor, oder Herr Hotemetoot, ik zal es kijken wat ik nog heb liggen, wanneer moet het klaar?’


En dan schrijf je wat wij koorleden onder elkaar noemen ‘een mupke muziek’. Voorzinnetje, nazinnetje, uitwerkinkje, slotje…. Klaar!

Mozart schreef ik weet niet hoeveel missen, om maar eens een voorbeeld te noemen. Ik ken er een stuk of tien. Ze zijn lang niet allemaal even uniek, sommige zijn op een achternamiddag in elkaar geflanst, maar ze zijn goed genoeg om een reguliere zondagsmis op te luisteren en ik heb ze van het blad leren zingen in mijn tijd bij een parochiekoor in Eindhoven.

Zo ook het ‘Bandelterzett’…. En hier ligt de link met Karl Ditters von Dittersdorf: hij schreef er namelijk de tekst voor. Het gaat eigenlijk nergens over: Constanze (die de sopraanpartij voor haar rekening nam) is haar ceintuurtje kwijt. Ze vraagt aan Mozart ‘Liebes Mandel wo ist’s Bandel?’ en die antwoordt ‘Drinn in’s Zimmer, glänzt’s mit Schimmer.’ Vervolgens komt een vriend (een bas) die een beetje goochelt met de ceintuur en Constanze voor de gek houdt. Aan het einde komt de ceintuur te voorschijn en is het terzetje af.

Het gaat over niks. Je studeert het in een poep en een scheet in en je scoort er lekker mee als toegift bij een concert, mits je een tenor en een bas zo gek krijgt over niks een mupke te zingen….

En u maar denken dat componisten alleen grote emoties hebben en over de drama’s des levens en des doods schrijven…. Welnee, net als u en ik moeten ze naar het toilet, in bad en ‘gebruikersmuziek’ schrijven voor de kost.








Voclies (83)

(Door Marlies)

Podcast 36 is er; te streamen en te downloaden. Zie www.vocalies.nl

Vandaag in 1849 stierf componist Frédéric Chopin in Parijs, ver van zijn thuisland Polen. Wat is de relatie van Chopin met vocale klassieke muziek zult u zeggen. Nou ik heb na enig nadenken een band gevonden: Chopin bezat het vermogen een piano te laten zingen. Er zijn zangers en dirigenten die een piano wel eens uitgemaakt hebben voor ‘het meest onmuzikale instrumenten ter wereld’. Effe voorbij gaand aan het praktische nut van een piano: in zijn eentje kan-ie een heel orkest vervangen en hij heeft een bereik van ruim zes octaven, dus je kunt er nogal eens wat mee doen. En betaal als amateur zanger of instrumentalist maar eens een heel orkest. Niet te doen.

Ik ben blij dat er in mijn eet-keuken een piano staat. Ik speel er bijzonder weinig op, want ondanks het geduld van verschillende uitstekende piano-docenten heb ik er nooit een aanvaardbaar geluid uit gekregen. En dat hoorde ik zelf misschien nog wel het beste, want ik heb wel degelijk muzikale oren aan mijn hoofd, dat durf ik nu wel hardop te zeggen.

Het schijnt te maken te hebben met het vermogen je beide hersenhelften los van elkaar te laten werken. Studies hebben ooit uitgewezen dat slagwerkers, organisten en pianisten het meest van hun hersenen gebruiken als ze aan het spelen zijn (zangers waarschijnlijk het minste, maar da’s misschien een flauw grapje; ik kop ‘m zelf maar even in…). Ik kan niet met de linkerhand luid en de rechterhand zachtjes spelen bijvoorbeeld, terwijl je bevriend pianist/dirigent Carl van Kuyck een nieuw orkestuittreksel voor kunt zetten, dat hij vervolgens bijna foutloos speelt, ondertussen mij als zangeres in de gaten houdend en ook nog een ertussen geschreven castagnette-partij ergens op de rand van het pianodeksel weet te timmeren. Razend knap! Ik ben al blij als ik het zang-lijntje kan instuderen met drie vingers.

Terug naar Chopin. Nogmaals: ik hou niet zo van piano-muziek. De combinatie piano-symfonie-orkest wil er bij mij maar slecht in; ik blijf vooral de overgangen van piano-solo naar orkest als vals ervaren, omdat een piano een soort absoluut geluid voortbrengt en een orkest zijn geluid (lees: toonhoogte) aan elkaar aanpast. Voor de knagers onder u: het heeft te maken met rein en getemporeerd gestemd zijn.

Maar Chopin solo (en vooral zijn nocturnes) zijn beeldschoon en helend. Daarom toch hulde voor Chopin, jong en eenzaam gestorven en daarom hieronder in het kort zijn biografie.
Frédéric François Chopin, (geboren als Fryderyk Franciszek Chopin) werd geboren in het dorp Źelazowa Wola in het Hertogdom Warschau; zoon van een Poolse moeder en een Franse vader. Hij was een wonderkind op de piano, al op zijn zevende werd er een compositie van hem uitgegeven en op zijn achtste gaf hij zijn eerste concert. Toen-ie twintig was verliet hij Polen om er nooit meer teug te keren; hij was een van de vele uitgewekenen tijdens de 'Grote Emigratie'.

In Parijs gebruikte hij de Franse versie van zijn naam en nam uiteindelijk het Frans staatsburgerschap aan. Hij had een stormachtige relatie met de Franse schrijfster George Sand.

Chopin schreef bijna alleen composities voor piano. Ze zijn moeilijk te spelen, zijn stukken en een schrik voor veel pianisten, maar hij haalde het maximale uit de piano.

Chopins toch al slechte gezondheid verslechterde uiteindelijk en in 1849 stierf hij in Parijs 39 jaar oud aan tuberculose.
Hij werd begraven op het kerkhof Père-Lachaise in Parijs, met uitzondering van zijn hart: dat is ingemetseld in een pilaar in de Kerk van het Heilige Kruis in Warschau (beetje luguber).








Recept

Zo, zo, zei de caissière, wat gaat u met al die verschillende soorten paddenstoelen doen? Ach en dan schieten je allerlei bijdehante opmerkingen door het hoofd, maar de vraag klonk als een kruisverhoor en ik antwoordde keurig netjes: daar ga ik een paddenstoelenrisotto van maken.

Dat klinkt goed zei ze. Ik hoorde mezelf het recept aanbieden. Dat was precies precies de bedoeling. Ze wilde het graag hebben. De caissière graaide onder haar rollende toonbankje en ze toonde me een stapel papier.

Ik heb een heleboel recepten van klanten, zei ze.

Trouwhartig heb ik de pagina's met het recept gekopieerd en voor haar meegenomen.

Zouden die supermarkten zo aan hun maandelijkse receptenbladen komen? Dan wordt dan lachen volgende maand want het mijne komt uit een boek van Jamie Olivier. Dan pleegt de supermarkt dus plagiaat. Ik hou de komende tijd nauwgezet in de gaten of het culinaire journaille deze zwendel op het spoor komt. Net zo nauwgezet als de caissière mijn aankopen in de gaten houdt.








Iemand anders

Jaren geleden had ik de onbedwingbare behoefte mijn roots te kennen. Niet zomaar een bosje wortels, nee ik wilde via stamboomonderzoek zo ver mogelijk terug in de tijd. Het liefst tot diep in de middeleeuwen. Want ik zou zo graag willen afstammen van een ridder. Het liefst van Ivanhoe natuurlijk, maar als je De Vries heet dan weet je dat die kans niet zo groot is.

Mijn moeder glimlachte. Naarmate ik, een adolescent nog, vaker over een stamboomonderzoek sprak, nam ze me in vertrouwen. Ze vertelde me dat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, één van mijn vrouwelijke voorouders aan vaders zijde een misstapje had begaan. Ik wil daar niet over uitweiden. Laat ik het zo zeggen. Enkele generaties aan vaders zijde stammen niet rechtstreeks af van een De Vries. Er is wat vreemd bloed in de familie.

Sans rancune natuurlijk, het komt in de beste families voor, maar mijn lol om stamboomonderzoek te doen was meteen over. Want stel je voor dat ik uiteindelijk op een ridder was gestuit dan is hij niet per se mijn natuurlijke bet-, bet- enzovoort overgrootvader. Al het geploeter in stoffige archieven zou voor niks zijn geweest.

Nou ben ik sinds deze week in contact met iemand die een achter- achterneef is van moeders zijde. Zijn overgrootvader en mijn grootvader waren broers. En die verre verwant doet stamboomonderzoek naar de familie van mijn moeder.
Hij schreef me dat hij inmiddels is aangeland in 1728. En hij schreef dat die voorvader vanuit Duitsland naar Nederland was gekomen.

Daar heb ik over moeten nadenken. Want wat hebben we nu? Ik ben eigenlijk een zoveelste generatie allochtoon aan moederszijde en aan vaderszijde iemand met een dubieus voorgeslacht.

Kortom: ik ben iemand anders.








Op z'n best

Het zal te maken hebben met het klimmen der jaren dat ik steeds vaker aan groeven sta om de laatste eer te bewijzen aan overledenen. Soms heb ik ze niet gekend, maar ga ik er naar toe omdat nabestaanden tot mijn vriendenkring behoren. Dat is geen plichtpleging. Ik doe het omdat ik geloof dat ik als lid van een groep die oprecht medeleven toont, iets kan bijdragen aan het verzachten van leed van mensen die mij dierbaar zijn. De kracht van een groep is groot

Die plechtige bijeenkomsten vinden tegenwoordig meestal plaats in uitvaartcentra. Geen negatief woord over uitvaartcentra maar ze lijken allemaal op elkaar. Uitvaartbedrijven doen oprecht hun best om er sfeer in te brengen, maar ik zie overal dezelfde stenen en hetzelfde houtwerk.

Gisteren hebben we de moeder van een goede vriendin begraven. Ik heb de overledene een paar keer gezien. Een aardige, heldere vrouw die tot op hoge leeftijd de moeilijke rol van mater familias met verve vervulde. In het dorp was ze een graag geziene vrouw en de dorpelingen bewezen haar massaal de laatste eer.

De uitvaartmis was in de plaatselijke dorpskerk. De familieleden deden de laatste gang van moeders huis naar de kerk te voet. Het is een klein peeldorp. De stoet werd afgesloten door leden van het plaatselijke gilde. Mannen met kleurige hoeden vesierd met rode en witte veren en strikken op hun schoenen. En er was niks oubolligs aan. De gilde-eer was stijlvol.Het Brabant op z'n best.

De fraaie ramen van de ouderwetse kerk bundelden het prachtige herfstlicht op de kist en de strakke gezichten van de gildebroeders. Ik ben niet kerkelijk meer, maar een uitvaart in zo’n traditionele kerk die ruikt naar wierook en kaarsen doet een mens vanzelf geloven dat er leven na de dood is.

Meneer pastoor gaf alle ruimte aan de familie om moeder op hun eigen manier de laatste eer te bewijzen. Hij deed daar zelfs een ruime schep bovenop. De herder besteedde meer tijd aan het leven van de overledene dan aan het sterven van Jezus. Ik weet niet of de familie daar hard voor heeft moeten knokken (je leest soms in de krant horrorverhalen over pastoors die uitvaarten versjteren met regeltjes), maar dat denk ik niet. Het kwam mij voor dat de man had begrepen hoe je mensen begeleidt op hun laatste reis. Het was de kerk op z'n best.








Moeilijk


Ik kom net van de gemeenteraadsvergadering van Den Bosch. Hoorde daar een gemeenteraadslid zeggen dat Den Bosch geen provinciestad is maar de hoofdstad van de provincie en dat men daarnaar dient te handelen.

Gut, gut. gut, dacht ik. Er is er eentje die het door heeft. Ik hou van politici met pit, die recht voor z'n raap zeggen wat ze bedoelen. Ik haat wollig taalgebruik.

Dus toen ik een CDA'er hoorde zeggen dat er "in het gebied essentialia zijn" was ik het al weer helemaal kwijt.

Hij zal van oorsprong wel een KVP'er zijn en devotionalia in gedachten hebben gedacht. Die zijn nogal essentieel voor katholieken
.








Dienstmededeling

Vandaag een dienstmededeling. De podcasts van Marlies zijn weer te downloaden. Zie haar site: www.vocalies.nl. Na het debacle met Podplaza is de situatie nu bijna weer de oude. U kunt zich er ook weer op abonneren:

http://83.96.159.46/~w8578338/podcasts/vocaliespodcast.rss








Briljant?

Hoeveel schade kan één vrouw in 48 uur aanrichten? Zaterdagmorgen werd Nederland wakker met het nieuws dat FNV-vrouw Agnes Jongerius met Geert Wilders van de PVV wilde heulen in de strijd tegen de verhoging van de AOW-leeftijd.

Vanmorgen lezen we dat het allemaal verkeerd was begrepen. Agnes wil helemaal niet koffiedrinken met Geert. Verkeerd begrepen? Aan me hoela. Jongerius en haar bond zijn bezweken onder druk van de woedende reacties. Vanuit de eigen gestaalde kaders en vanuit de samenleving.

Bert Wagendorp schreef vanmorgen in de Volkskrant dat hij dacht dat het idee voor een gesprek een briljante ingeving van Jongerius was. Zo zou zij de PvdA schrik willen aanjagen en van gedachten willen doen veranderen.

Ik heb even geloof gehecht aan die theorie, tot ik las dat we het allemaal verkeerd hadden begrepen en dat er geen gesprek komt tussen de machtigste vrouw van Nederland en de door politici meest gevreesde man. Het gevolg is nu dat die man die mislukte paringsdans natuurlijk tot op het bot gaat uitbuiten. Zie je wel, niemand houdt van mij.

Het resultaat is dat Jongerius eerst haar collega’s en leden op de kast heeft gejaagd; vervolgens heeft ze zichzelf volstrekt ongeloofwaardig gemaakt; en ze heeft Geert Wilders een geweldige kans voor open doel gegeven. Daar is achteraf weinig briljants aan.








Bank

Ik hoop voor AZ dat ze net zo'n goeie reservebank hebben als mijn kluppie PSV.

Bytheway: ik sta samen met 6 miljoen andere weblogs op de longlist van de Dutchbloggies. Vanwege de S bijna onderaan. Dus u moet effe scrollen als u op mij wil stemmen.








Bedden

(Gastcolumn van Ab Klaassens)

Omdat onze bedden zo kraakten vroegen wij, mijn bedpartner en ik, deskundig advies bij een beddenwinkel die zichzelf had vernoemd tot ‘bedderie’.

Een nicht in een Armanipak leidde ons rond langs een groot aantal bedden. Tweepersoonsbedden of lits jumeaux, dachten we. Maar het waren ‘slaapsystemen’. Die moest je ook kiezen ‘denkend aan de optimale comforthoogte’.

Eén van de aanbevolen matrassen garandeerde ons ‘een sensationele slaapbeleving’. We mochten overal even gaan liggen en een beetje spelen met een elektrisch doosje waarmee je stand van het bed naar je hand kon zetten.

Denkend aan vroeger keken we even naar een uitstalling die zich afficheerde als ‘een relax-box’. Maar het was, goed beschouwd, niks anders dan een bed.








Vocalies (82)

(Door Marlies)

Er is weer zoveel actualiteit te melden dat ik dit stukkie besteed aan het leegmaken van mijn postvakje en Vocalies-kaartenbakje. Door de week leg ik zo’n bakje aan met berichtjes die me bereiken en die misschien de moeite waard zijn u te melden.
Er is, zo blijkt, allerlei jong grut bezig met klassieke muziek en dat is een vreugdevolle ontwikkeling. Tenslotte spelen we allemaal muziek van dooie componisten en dat behoeft enige compensatie, toch?

De spelers van SC Cambuur krijgen binnenkort muziekles om hun spelprestaties te verbeteren. De Stichting Taptoe Leeuwarden heeft de voetballers een muziekclinic aangeboden. Nou is het nog niet zeker dat je ook muziek krijgt als je voetballers slagwerk in handen geeft. Waarschijnlijk krijg je alleen een bak herrie. Er zou overeenkomst zijn tussen een voetbalteam en een orkest… Ik twijfel daaraan. Ik denk dat de meeste orkesten zuiverder spelen dan een voetbalteam en niet bezig zijn elkaar onderuit te halen, maar het zal mijn beperkte blik (over het voetbal dan…) wel weer zijn. De voetballers zelf schijnen enthousiast te zijn… de grappen over wie de dwarsfluit gaat spelen waren niet van de lucht… uit zo’n opmerking zou dan hun enthousiasme moeten blijken…zucht…. Ik hou het voor u in de gaten daar bij Cambuur….

Harpiste Lavinia Meijer krijgt binnenkort de Nederlandse Muziekprijs 2009 uit handen van minister van Cultuur, Ronald Plasterk. Meijer is van 1983 en speelt de sterren van de hemel op een niet zo toegankelijk instrument, dat verdient sowieso een prijs. Op de dag dat ze haar prijs in ontvangst neemt komt ook haar CD, ‘Visions’. Hulde! Ik ben niet zo’n harp-fan maar het is razend moeilijk. Respect dus.

De vijfde internationale Yo! Opera Meeting vindt plaats van woensdag 4 tot en met zaterdag 7 november 2009 in Utrecht . Vier dagprogramma’s inclusief voorstellingen heeft het jonge volkje door te kauwen in die tijd. Plus een debat onder leiding van high-brow-klassieke-programma-maker Lex Bohlmeijer over dromen en ambities van jonge operamakers. Toe maar… soms ben ik blij dat ik niet meer jong ben en niet naar dat soort bijeenkomsten hoef. Kom, niet cynisch doen Vocalies, lang leve de opera…

En tenslotte: de Nederlandse violiste Janine Jansen is momenteel de bestverkopende muzikant op de Nederlandse iTunes. Haar nieuwe klassieke album, met vioolconcerten van Beethoven en Britten, is binnengekomen op nummer 1. Die Jansen snapt het. Ze verstaat de kunst zichzelf te blijven in het almaar gekker wordende wereldje van media en muziek. Ze heeft een van binnenuit doorstralende schoonheid en helderheid die blijft charmeren en ze kan vioolspelen. Ik denk dat ze bij de top 5 van de wereld hoort. En dan heeft ze ook nog een warm nest achter zich en mensen die zuinig zijn op haar talent en schoonheid. Some people have it all. En ik schrijf het zonder enige jaloezie. Binnenkort komt er eenmalige glossy uit over haar, waarin ze Sting mag interviewen. Ik ben geen fan van zijn muziek (op een enkele nummer na) maar ik vind het een van de meest sexy mannen van deze tijd en een uitstekend muzikant in zijn genre. Ik denk dat ik die glossy maar eens voor mijn verjaardag vraag.

Nou dat was-ie weer voor deze week. Zeg maar eens dat uw Vocalies niet bij de tijd is.

Gelukkig mag ik voor volgende week weer een dooie componist zoeken om over te schrijven, dat begrijp ik tenminste!

Voor meer Vocalies klik hier.








Bara

U weet dat ik ruim tien jaar tot over mijn oren in het protestantisme heb gezeten. Nu niet meer, maar eenmaal besmet blijft er altijd wel een litteken over dat ernstig gaat jeuken als er iets over God in de media verschijnt.

Vandaag heb ik me bij tijd en wijle regelmatig tegen de de krabpaal van P&B heb geschurkt.

Dat komt door het onderstaande stukje:

De eerste zin van de Bijbel klopt niet. God was niet de schepper van de aarde, stelt hoogleraar Ellen van Wolde van de Radboud Universiteit donderdag. ,,God schiep wel de mens en de dieren, maar niet de aarde zelf'', aldus Van Wolde die vrijdag haar oratie over dit onderwerp uitspreekt.

De hoogleraar exegese van het Oude Testament nam de Hebreeuwse bijbeltekst nog eens nauwkeurig onder de loep. Het werkwoord 'bara' wordt al eeuwenlang vertaald met scheppen. Ten onrechte, vindt Van Wolde. Volgens haar is de vertaling 'scheiden' veel beter.


Ik las reacties en commentaren van mensen die er nogal onder de indruk waren. Het is ook nogal wat als zo’n geleerde mevrouw zegt dat God niet de schepper van de aarde was.

Ik was er zelf niet zo van onder de indruk. Ik heb het verhaal van Genesis namelijk nooit letterlijk genomen. Voor mij is het een geloofsbelijdenis van een volk op drift. Zo bekeken is het voor mij vooral een mooi verhaal. En mevrouw Van Wolde is één van de vele exegeten in de joodse en christelijke traditie.

Door de eeuwen heen hebben hooggeleerde heren (en een enkele dame) over Bijbelteksten gediscussieerd. Dat heeft voor sommige mensen tot nieuwe inzichten geleid. Niet voor de mensen die onwrikbaar vasthouden aan de gedachte dat de tekst rechtstreeks door God is gedicteerd. Evenmin voor mensen zoals ik voor wie het niet interessant is of bara scheiden of scheppen betekent. Dat doet namelijk niks af aan de intentie van de geloofsbelijdenis. Ik vind het vooral voer voor intellectuelen.

De hele discussie over de betekenis van het woord is ook al heel oud. Het is eigenlijk opvallend dat het nu zoveel aandacht krijgt. In de krant, op de radio en natuurlijk op Twitter. Het zal wel met het mediatijdperk te maken hebben.








Beheersen

Nederland is groot geworden met gedogen. Ik denk niet dat er één Nederlander is met een beetje abstract denkvermorgen die niet weet wat gedogen in ons land betekent. Ik denk zelfs dat Nederlanders zonder abstract denkvermogen weten wat gedogen in ons land betekent. Sterker nog, ik denk zelfs dat die laatste categorie het meest dankbaar gebruik maakt van het gedoogbeleid, maar dat terzijde.

Gedogen zit zo diep in onze genen dat we het daar eigenlijk niet eens meer over hoeven hebben. Het nieuwe begrip is beheersen. Het is belangrijk dat problemen die soms worden veroorzaakt door het gedoogbeleid beheersbaar zijn. Logisch, want het één is onlosmakelijk met het ander verbonden. Zonder beheersing geen gedoogsituatie.

Ik noem het voorbeeld van “onze” buurtcoffeeshop. Die wordt gedoogd, maar levert af en toe problemen op. Steeds weer krijgen klagende buurtgenoten te horen dat dat heel vervelend is, maar dat de situatie beheersbaar is. Dat wil zeggen dat de problemen zich afspelen in een overzichtelijk gebied. Dat is belangrijk voor handhavers, dat ze overzicht hebben. Ze kunnen de problemen niet oplossen maar wel overzien. En wat is er voor overheidsdienaren mooier dan dat ze problemen op andermans plek kunnen overzien.

Of neem nou het voorbeeld van de Eindhovense pedofiel die van burgemeester Rob van Gijzel niet binnen de gemeentegrens mag. Zodra hij de Dommel over steekt wordt hij in de kraag gevat. De reclassering is bezorgd over die maatregel. Ok, het is voor de buurtbewoners niet leuk dat ze opnieuw worden geconfronteerd met een man die zijn seksuele voorkeur openlijk belijdt en die daarvoor al eens is veroordeeld, maar voor de reclassering wordt het risico onbeheersbaar. Ze kunnen de man niet veranderen en ze konden tot nu toe niet voorkomen dat hij kinderen benaderde, maar als ze weten waar hij zit kunnen ze het beheersen. Da's ook wat waard in ambtenarenjargon.

Beheersen. Mochten er zich in uw omgeving ooit problemen voordoen en u hoort een hotemetoot het woord beheersbaarheid in de mond weet dan dat hij alles onder controle heeft. Op papier.








Staking

Op het moment dat ik dit schrijf is het kort geding nog niet geweest. Maar ik voorspel u dat de vakbonden geen toestemming krijgen morgen het openbaar vervoer in de grote steden plat te leggen om te protesteren tegen de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar.

Het zou een gotspe zijn als die staking wel door mag gaan. Ik ben ook niet blij met het plan, maar er zal iets moeten gebeuren om de AOW voor onze kindskinderen veilig te stellen. En dan lijkt die verhoging naar 67 jaar een aangewezen middel. De hoogmogende dames en heren van de SER konden in ieder geval niks beters bedenken.

Ik snap dat de vakbonden er niet blij mee zijn, maar moeten dan meteen duizenden openbaar-vervoerreizigers getroffen worden, terwijl de details van het plan nog niet eens zijn uitgedokterd. Zou het niet verstandiger zijn om daar eerst eens op te wachten?

En waarom weer het openbaar vervoer? Omdat het zo lekker ontregelt natuurlijk. Duizenden mensen, die het misschien allemaal wel met de vakbond eens, zijn worden gepakt.

Ik snap ook die OV-werkers niet die zich daar voor laten lenen. Is dat zulk simpel volk?

Op de site van Elsevier las ik gisteren dat oppervakbondsbons Agnes Jongerius zelfs bereid is een pact te sluiten met Geert Wilders om de leeftijdsverhoging tegen te houden. Het is natuurlijke een belangrijke taak van de vakbond om populistisch te zijn maar als de Grande Dame van de werkende klasse zo haar gram denkt te halen dan raakt ze mij kwijt.








Gerd

Gerd Leers is in opspraak. Er is een affaire rond zijn Bulgaarse vakantiehuis. Er wordt onderzoek gedaan naar zijn integriteit.

Gerd Leers, een man met daadkracht. Hij was nog maar koud burgemeester van Maastricht of hij trok al ten strijde tegen de drugshandel en het woonwagenvolk. Burgemeesters, vooral die van grote steden, zijn allang geen lintenknippers meer. Ze manifesteren zich als ordehandhavers en gaan zo nodig voorop in de strijd.

Ik herinner me nog hoe Alexander Sakkers in Eindhoven persoonlijk verdachte panden ging sluiten. Na een paar jaar kreeg hij door dat het volk liever een burgemeester had dan een te duur betaalde ME'er en hij zei het ambt vaarwel om de belangen van vrachtwagenchauffeurs te gaan behartigen. Stoere mannen onder elkaar.

Gerd Leers houdt het langer vol. Die blijft subtieler vechten tegen onrecht. Een bijzondere man, die het verder moet kunnen schoppen dan Maastricht, zou je zeggen. Ware het niet dat er een kink in de kabel is gekomen. Drugshandelaren en woonwagenbewoners kon hij wel handelen maar Bulgaarse galeiboeven zijn van een ander kaliber.

Nou heeft hij wel de pech dat die Bulgaren een medestander hebben in de persoon van een Maastrichtse topambtenaar. Die is aandeelhouder van het Bulgaarse park waar het huis van Gerd op staat. Tja, dat is natuurlijk ook wel een moeilijk te bevechten combinatie: Bulgaren én een Maastrichtse topambtenaar.

Wat mij in de hele zaak het meest intrigeert is de opmerking van Leers dat de hele affaire de gemeente Maastricht niet schaadt. Leers dreigt voor ruim twee ton het schip in te gaan, maar daar spreekt hij de topambtenaar alleen als privépersoon op aan.

Ik probeer me voor te stellen hoe het is om samen te werken met iemand die jou financieel een poot heeft uitgedraaid. “Nee hoor, we vergaderen uitstekend over het welzijn van Maastricht. Alleen als we even een ultiem privémomentje hebben bij de pisbakken dan spreek ik hem er op aan.” Als je dat kunt dan ben je een hele goeie bestuurder.

Nee, Gerd Leers hoeft zich geen zorgen te maken over het integriteitsonerzoek. Hij moet alleen oppassen dat hij niet per ongeluk naast de pot over de kalfsleren schoenen van de topambtenaar pist.








Mercedes Sosa

De laatste keer dat ik Mercede Sosa zag was tijdens een concert in Eindhoven. Na een kwartier wist ik al dat ik een fout had gemaakt. Ik had er niet naar toe moeten gaan. Op het podium zat een oude vrouw, nauwelijks nog bij stem. Ze was geen schim meer van de vlammende protestzangeres die ik daarvoor had zien optreden. Ze was uitgeblust en moe. Mercedes Sosa is dood.

Ik leerde haar muziek kennen in de jaren zeventig. Het was de tijd dat we vanuit Nederland Zuid-Afrika dachten te bevrijden en en passant het Zuid-Amerikaanse continent er bij zouden doen. We waren jong en idealistisch. De Argentijnse zangeres was een boegbeeld. Met haar bevrijdingsliederen zweepte ze ons op. We draaiden haar platen en CD’s helemaal grijs. Nog steeds kan ze me tot tranen toe ontroeren.

Ik heb verschillende van haar concerten gezien en elke keer liepen de rillingen over mijn rug. Er ging zoveel kracht van die kleine moeke op dat podium uit. Dat is het beeld dat ik wil vasthouden. Ze heeft de wereld prachtige muziek nagelaten.








Vocalies (81)

(Door Marlies)

Er is een nieuwe podcast met de ouverture van Goyescas en twee negro-spirituals. Klik hier.



In Enschede gaan ze me toch iets dappers doen! Ze gaan er ‘Der Ring des Nibelungen’ uitvoeren, gespreid over 4 jaren, 4 seizoenen. Vrijdag 26 september hebben ze de première gehad van de eerste opera uit de cyclus ‘Das Rheingold’. In 2010 openen ze het seizoen met ‘Walküre’, in 2011 met ‘Siegfried’ in 2012 Götterdämmerung en in 2013 doen ze ze alle vier achter elkaar…. Die durven daar in Enschede.

Ed Spanjaard gaat het dirigeren en de regie is van Engelsman Arthur McDonald (lachen: een oer-Engelse naam die een oer-Duitse operacyclus regisseert, ik ben benieuwd wat hij ervan zal maken. Wat ik ervan lees in de Volkskrant van 25 september lijkt veelbelovend. Lekker nuchter en down-to-earth (en dat voor een Goden-epos). Bas Harry Peeters zingt Wotan. Hij heeft een lekker slecht hoofd (foto’s in de Volkskrant!), maar ik weet dattie deugt, want ik heb ooit, héééél lang geleden met hem gezongen, een piepklein Mozart-duetje, toen hij en ik nog jong en knap waren. Hij wist het nog, na enig graven in zijn herinnering en we hadden het er anderhalf jaar geleden over toen we elkaar na ruim 25 jaar (!) weer eens tegenkwamen bij het Mozart Requiem, hij als solist, ik als koorzanger. Hij carrière gemaakt, ik niet en ik schrijf dat nu zonder enige wroeging, merk ik nu.

Mooie gelegenheid om wat over ‘Der Ring’ (zoals de cyclus door liefhebbers bijna liefkozend genoemd wordt) te schrijven. Ik probeer op deze website beginners in de klassieke muziek in het algemeen en opera in het bijzonder te bedienen. Nu maar es een stukkie voor gevorderden (hoewel er gevallen bekend zijn die binnen de klassieke muziek het eerst in aanraking kwamen met de Wagner-opera’s en toch (jawel!) meteen verkocht waren, maar die gevallen zijn zeldzaam en waarschijnlijk is er aan die mensen een steekje los (net zo goed als aan mij trouwens… grapje…).

‘Der Ring’ is het meesterwerk van Richard Wagner en werd geschreven tussen 1853 en 1874 (jawel 21 jaar!, terwijl hij er oorspronkelijk 3 jaar voor nodig dacht te hebben…). Hij (Ring is mannelijk in het Duits…) is gebaseerd op het Middelhoogduitse Nibelungenlied. Wagner omschreef ‘Der Ring’ als 'Ein Bühnenfestspiel für 3 Tage und einen Vorabend'.

Wagner hanteerde in dit werk zijn handelsmerk, het 'Leitmotiv' tot in de perfectie, soms zelfs tot in het absurde: iedere figuur heeft een melodietje dat bij hem/haar hoort en als je dat melodietje hoort komt die figuur aan het woord. Bovendien is alle muziek doorgecomponeerd: er is niet meer sprake van recitatief, aria, punt, maar de muziek stroomt door de hele opera door. Dat is meteen de reden waarom het zo moeilijk is iets uit Der Ring apart, los van de enscenering te doen. Maak er maar eens kop en staart aan voor een concert, is niet te doen.

‘Der Ring’ is een parabel over de macht (terwijl regisseur McDonald zegt dat het vooral over liefde gaat, hmmm…), en beschrijft de pogingen van de oppergod Wotan macht over de wereld te krijgen. Die pogingen worden door de dwerg Alberich gedwarsboomd. Wotan wordt bij zijn pogen gehinderd door wetten, die hij zelf heeft opgesteld om oppergod te worden (de sukkel!).

Alberich heeft de liefde afgezworen, en smeedt met het Rijngoud een ring, die hem grenzeloze macht over de aarde zal verschaffen (denkt u al aan ‘Lord of the Rings’? Goed!). Wotan eigent zich slinks de ring toe en wordt vervolgens door Alberich vervloekt. W. moet vervolgens de ring weer afgeven aan twee reuzen als loon voor de bouw van de burcht Walhalla, en als losgeld voor de godin Freya die door de reuzen als onderpand was ontvoerd (bent u er nog? hou vol!).

In zijn pogingen de ring terug te krijgen schakelt W. achtereenvolgens zijn favoriete dochter, Brünnhilde, zijn bastaardkinderen Siegmund en Sieglinde en tenslotte het kind van die twee, Siegfried in.
Uiteindelijk verliest W. alles, ook zijn eigen eeuwige bestaan. Als Brünnhilde in de finale van de Götterdämmerung de ring en zichzelf in het vuur werpt, berust Wotan in zijn ondergang, en wordt ook Walhalla vernietigd.

Pfoe, da’s nogal wat! Dank trouwens aan Wikipedia, dat tamelijk beknopt een bijna 16 uur durend verhaal beschrijft... ik gebruikte het als basis voor mijn uitleg.
Anna Russell heeft ooit een hilarische uitleg van Der Ring gegeven. Aan het einde ervan weet je nog niks, maar heb je je wel een kriek gelachen. Zie het filmpje voor het eerste deel. U mag de rest zelf opzoeken. Je moet wel ingevoerd zijn in het Engels wil je er kaas van kunnen maken, ik spoel het filmpje gewoon af en toe terug. Lachen!

Begrijp me goed: ik bedoel niet de draak te steken met Wagner: ik heb groot respect voor zijn vakmanschap en de discussie of zijn muziek nazistisch zou zijn ga ik niet eens aan: muziek kent zijn eigen intrinsieke waarde (sorry voor dat vreselijke woord), óók muziek van Wagner. Ik ga niet naar Enschede, maar raad de liefhebbers dringend aan wel te gaan.








Nieuwe namen

Vandaag wat nieuwe namen en een oude bekende. Ik heb ooit de naam Didi Wortelboer genoemd, Salesmanager bij biologisch handelsbedrijf Naturelle (The Greenery).

En nu kreeg ik een tijdje geleden een mailtje van haar. Soms reageren mensen boos omdat ze vinden dat ik de spot drijf met hun naam. Dat is nooit mijn bedoeling. Didi kon er zelfs wel om lachen.

Ze schreef onder meer: Je kunt je voorstellen dat ik met mijn naam in combinatie met mijn werk ook vaak opmerkingen krijg dat dit geen toeval kan wezen of dat mijn achternaam wel een alias zal zijn. Sommigen denken aan de telefoon dat ze met Willie Wortelboer spreken (Didi klinkt als Willie?) en vinden dat mijn ouders een vreemd gevoel voor humor hebben maar dat ik het er nu zelf naar maak uitgelachen te worden door ook nog eens bio worteltjes te verkopen! Ik vind het zelf wel grappig en het heeft als voordeel dat men mijn naam niet licht vergeet.

Maar dat was nog niet alles want: Naturelle is niet zomaar een handelsbedrijf maar een handelsbedrijf in biologische aardappelen, groenten en fruit (AGF) dus dat maakt mijn naam nog wat toepasselijker. Wie weet kun je dat er nog bij vermelden en krijgen wij wellicht nog een beetje gratis reclame….

Ik hou niet van reclame maken, maar omdat Didi ook nog schreef dat ik een hele mooie website heb en goed schrijf, maak ik een uitzondering. Sterker nog, ik ga hier een linkje maken om u verder te leiden in de wondere wereld van de biologische groenten.

Ik kreeg ook nog een naam die ik niet in de lijst opneem omdat ik de link te dun vind. Mijn collega dacht daar anders over toen hij mij vertelde dat hij een woordvoerder van Rijkswaterstaat had gesproken met de naam Van Zwam. Kijk, als hij nou Zwammert had geheten . . .

Wel geschikt zijn:
Martin Woodcock - artist and illustrator of wildlife and birds
Tariq Ramadan – islamitisch bruggenbouwer in Rotterdam
Remmert Wielinga, wielrenner.
Tessie Bevers, Partij voor de Dieren Brabant


U weet dat er sprake van is geweest dat het graf van de Vader des Vaderlands, Willem van Oranje, zou worden geopend. Het is natuurlijk een gotspe dat dat uitgerekend gedaan zou worden door iemand met de naam Willem van Spanje.

En dan kwam ik ook nog onderstaand stukje tekst tegen:

De helft van de katten heeft gedragsproblemen. Dat stelt Sonja van Leeuwen. Volgend jaar begint onder haar leiding in samenwerking met de Martin Gaus Academie een nieuwe opleiding voor kattengedragstherapeut.








Asperges

Gehoord van een bekende:

Moeder heeft te horen gekregen dat ze nog maar twee weken te leven heeft. Acuut probleem, maar ze voelt zich niet ziek.

De geschrokken kinderen proberen haar situatie zo aangenaam mogelijk te maken. Eén vraagt of er iets is dat moeder nog graag wil voordat ze sterft.

Moeder is bescheiden. Ze zou nog zo graag een keer een lekkere portie verse asperges eten.

"Ja, Jezus moeder," zegt de zoon, wetend dat hij de laatste wens van zijn moeder nooit kan vervullen, "het is eind september. Het aspergeseizoen loopt in juni af!"

"Ja," zei moeder, "maar toen ging ik nog niet dood."

Het schijnt dat de familie na veel bellen bij iemand nog een portie "verse" asperges in de diepvries heeft gevonden.





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed