Ik heb het gehaald. Vandaag ben ik 54 geworden, hoewel je me dat niet zou geven. Ja, ik zeg het zelf maar, want wie zichzelf niet kietelt . . . .
Ik ben opgelucht, want het is belangrijk moment. En dat zeg ik zonder enig cynisme. Het komt omdat een aantal jaren geleden mijn collega Wim overleed. Hij was 53 en in de bloei van zijn leven. Toen hij ’s morgens opstond om weer aan een dag van minstens twaalf uur werken te beginnen ging ineens zijn licht uit. Pats, boem. Van de ene op de andere seconde. Zijn hart stopte.
Ik was op dat moment nog geen vijftig en ik schrok me wezenloos dat iemand die nog nooit een ziekte van enige betekenis had gehad zomaar dood kon gaan.
We waren geen vrienden of zo, gewoon collega’s en we zagen elkaar niet eens vaak. Hij vloog er op onmogelijke tijden in en uit. Maar er is geen sterfgeval waaraan ik nog zo vaak terug denk. En ik niet alleen. Zijn naam schalt nog vaak over de redactie. En dat moet ook.
53. Dat nooit, dacht ik. En dat is gelukt. Ik weet dat het misschien wat sentimenteel klinkt allemaal, maar af en toe ben ik ook wel een sentimentele man.
Vanavond uit eten met mijn vrouw. We vieren mijn verjaardag, maar het eerste glas hef ik op de nagedachtenis van Wim. En het tweede op het leven.
Meerdere
De jongen van de fietsenstalling vertelde me vanmorgen een lang verhaal over een probleem dat zich vrijdag had voorgedaan. In dat verhaal speelden zijn baas en zijn meerdere een rol. Hij maakte onderscheid tussen beide functionarissen. De baas is de mevrouw van de maatschappelijke instelling die de beheerders van de fietsenstalling detacheert. De meerdere is de meewerkende voorman.
Een meerdere, raar woord eigenlijk. Het is iemand, zo leerde mij het woordenboek, die maatschappelijk of ambtelijk hoger in de hiërarchie staat. Ik heb weinig met hiërarchie, nooit gehad ook. Voor mij is de hoofdredacteur d’n baos en de cheffin is de chef.
Onze afdeling personeelszaken hanteert in officiële mededelingen nog wel eens de term direct-leidinggevende. Dat is om te voorkomen dat je met vragen over zulke mededelingen d’n baos lastig valt in plaats van de chef.
Baos, chef, leidinggevende. Ik vind het allemaal prima termen om aan te duiden dat het anderen zijn die de knopen door hakken. Ik behandel ze met het respect dat ze verdienen want ik weet uit mijn eigen baosjestijd dat het niet altijd een onverdeeld genoegen is personeel te hebben.
Maar het woord meerdere zal ik nooit over mijn lippen kunnen krijgen. Het wekt de indruk dat de ene mens meer is dan de andere. En dat er dan ook minderen zijn. Die gedachte druist in tegen alles wat ik van thuis heb meegekregen. Mijn moeder heeft me altijd geleerd dat elk mens gelijk is. Sommigen zijn hiërarchisch hoger want er moet er één de baas zijn anders wordt het een Poolse landdag. Maar meerdere vind ik een raar woord.
Voetbal
(Gastcolumn van Ab Klaassens)
Lang geleden spraken voetbalverslaggevers over ‘het leren monster’ als zij het woord ‘bal’ even wilden vermijden. Als het bij de rust nog nul-nul was hadden ze het over ‘de brilstand’ en de scheidsrechter was, bij toerbeurt, ‘de fluitist’of ‘de man in het zwart’.
Om de één of andere reden zijn sportverslaggevers bang voor herhaling, zodat zij voortdurend op zoek zijn naar synoniemen. Vroeger waren de spelers van Volendam ‘wijdbroeken’of ‘bewoners van het palingdorp’. De mannen die voor Go Ahead (Deventer) speelden waren ‘koekstadbewoners’, zoals die van PSV als ‘lichtstadbewoners’ werden gekwalificeerd.
Je had dus ook ‘de mannen van onder de Martinitoren’ (Groningen) , ‘de keistadbewoners’ (Amersfoort), de ‘hofstadbewoners’ (ADO) en ‘de mannen uit het donkere zuiden’ ( iedereen die voor een club uit Limburg uitkwam). “Uit het diepe zuiden”, zei Evert te Napel onlangs nog.
Nu willen de verslaggevers vooral voorkomen dat ze de clubnaam te vaak noemen. Dat krijg je dus Amsterdammers voor Ajax, Rotterdammers voor Feyenoord en Eindhovenaren voor PSV, hoewel er in de elftallen die voor deze verenigingen blauw laten schoppen nauwelijks Amsterdammers, Rotterdammers en Eindhovenaren voorkomen.
Terwijl voetbalverslaggevers het over een betrekkelijk overzichtelijk spelletje hebben willen zij hun publiek graag laten blijken dat ze niet van de straat zijn. Als club A sterker lijkt dan club B hebben ze het over ‘een optisch overwicht’. Als club C wat laat reageert op de overmacht van club D noemen de verslaggevers dat ‘achter de feiten aanlopen’. Ik denk dan, als ex-voetballer, dat het spel toch neerkomt op achter de bal aan lopen.
Comfortabel
Zeg nou eens eerlijk: zijn we zo slecht af in Nederland? Ok, er gaat wel eens iets mis, maar vergelijk het nou eens met totalitaire regiems. Nou dan.
Tuurlijk is het waar dat we een premier hebben die enige bevlogenheid mist. Maar de man zit er wel omdat hij eerlijk gekozen is. Over een paar jaar kunnen we iemand anders kiezen. En als de meerderheid van het volk Geert Wilders kiest heeft de meerderheid van het volk gelijk.
We hebben onafhankelijke rechters. Ja, er is een minister die de macht van de rechters wil inperken als het er om gaat verdachten als Saban B. eventjes een paar dagen vrijaf te geven. Maar die minister zal ongetwijfeld teruggefloten worden. Want zo is ons systeem.
En we hebben advocaten die verdachten als Saban bij staan zodat ze een eerlijk proces krijgen. Ik zou geen advocaat kunnen zijn, want ik zou het niet kunnen opbrengen moordenaars, kinderverkrachters en weet ik wat nog meer te verdedigen. Ik ben te moralistisch voor het beroep van advocaat. Het kost als moeite genoeg om als journalist volstrekt objectief naar de dingen te kijken.
De advocaat van Saban is meester Spong. Volgens mij is dat een kanjer in zijn vak. Dus Saban is een bofkont. Meester Spong werd gisteren geciteerd in mijn ochtendkrant. Het ging over zijn client Saban. Meester Spong noemde de poging om zijn client in Turkije te laten vervolgen holle retoriek.
Hij zei dat meerdere gevluchte clienten van hem al jaren een comfortabel leven leiden in het buitenland. Wat zou dat zijn: een comfortabel leven? Comfortabel is voor mij dat je een prettig huis hebt en geen geldzorgen. Dat moet wel want als je steeds van onderduikadres naar onderduikadres moet is dat niet comfortabel. Of het moeten steeds huizen met een zwembad en een fitnessruimte zijn. Dan kan zo’n reizend bestaan natuurlijk wel comfortabel zijn.
Hoe meester Spong dat allemaal wist? Nou, zei hij, omdat hij die clienten regelmatig bezoekt in het buitenland. Kijk, dat bedoel ik nou als ik zeg dat we nog niet zo slecht af zijn in Nederland. Onze beste advocaten kunnen zonder probleem regelmatig op bezoek bij verdachten die ons land ontvlucht zijn en in het buitenland een comfortabel leven leiden.
Begrijpt u nou dat die mensen ons land ontvluchten?
Vocalies (80)
Vandaag in 1957 ging West Side Story in première. Als ik iemand moest binnenhengelen voor klassieke muziek zou ik een lijstje aanleggen van voorstellingen waar ik hem of haar mee naar toe zou nemen. Op dat lijstje staat in ieder geval West Side Story. Strikt genomen geen klassieke muziek (het is een musical en later een verfilmde musical), maar met genoeg elementen van die muziek erin om alvast een basis te leggen voor het later gaan waarderen van opera.
Terwijl ik dit stukkie typ schiet me trouwens te binnen: wat zou u, waarde lezer, op uw lijstje zetten om de buurman (laten we zeggen, een niet ongeletterde, redelijk breed opgevoede veertiger, die het hart op de goede plaats heeft, maar niet veel weet van klassieke muziek), binnen te hengelen?
Als u het hebt over Beethoeven en hij vraagt of dat de linksbuiten van FC Bayern is, zou ik er verder geen klassieke energie meer in stoppen, maar als hij/zij Bach van Beethoven kan onderscheiden zijn er mogelijkheden. Ik ben gek op lijstjes en praten over klassieke muziek is ook altijd leuk, dus laat het mij weten en ik ben vooral benieuwd naar uw argumentatie: waarom dit of dat stuk wel op het lijstje en waarom andere stukken juist niet…?
Terug naar West Side Story. Eerst maar even de geschiedenis en de plot. West Side Story werd gecomponeerd door Leonard Bernstein. Het libretto is van Arthur Laurents en Stephen Sondheim maakte de liedteksten (ijzersterk en tijdloos). Het verhaal is losjes gebaseerd op Shakespeare’s Romeo en Julia (ook al ijzersterk en tijdloos).
Een aantal stukken uit West Side Story is zowat onsterfelijk geworden: ‘Something's Coming’, ‘Maria’, ‘America’ (met de prachtige maatwisseling, een vondst!), ‘Tonight’, ‘I Feel Pretty’, ‘One Hand, One Heart (vind ik een beetje een druil, wordt veel bij huwelijken gezongen)’.
West Side Story combineerde op een originele en tot dan toe onbekende manier muziek en verhaal in musical. Het leek veel meer in elkaar te passen, in elkaar over te vloeien, het voelde organischer. Veel van de hedendaagse musicals hebben die klasse uit 1957 niet bereikt.
Het verhaal speelt in New York, in achterbuurten, met van die prachtige grote panden met trappen aan de buitenkant, ook al zo’n beeld dat onsterfelijk werd. Ik heb die panden zelf gezien en zei (net als iedere andere domme toerist in New York): ‘hé, kijk daar: West Side Story’. Twee jeugdbendes bestrijden elkaar en als het meisje van één bende verliefd wordt op een jongen van de andere bende (zoals in Shakespeare de families Montague en Capulet de rivaliserende bendes zijn, zo zijn dat hier The Sharks en The Jets) leidt dat tot dood en ellende. Anita vindt haar Tony stervend door een kogel van een rivaliserend bendelid en ze leert jong de keiharde les dat sommige liefdes onmogelijk zijn en blijven. Mij ontroerde vooral de prachtige liedtekst ‘When love comes so strong, there is no right or wrong’.
Bernstein zelf dirigeerde de première. In 1961 werd de musical verfilmd (waarschijnlijk de versie die u kent en die mij iedere keer weer de koude rillingen bezorgt) en won maar liefst 10 Oscar’s. Leonard Bernstein zorgde in 1985 voor onvergetelijke televisie toen hij de musical opnieuw op cd zette. Hij had daartoe de finefleur van New York’s freelance muzikanten en een keur aan goeie solisten om zich heen verzameld en dook met hen de studio in.
Ik heb de DvD gevreten en zet hem nog wel eens op als ik me weer eens afvraag waarom ik steeds weer door zoveel ellende heenga om de muze te dienen. Na afloop weet ik het weer. ‘Lennie’ bezig zien is een inspiratie (hij is zo’n dirigent die in het dagelijks leven is wat wij in Brabant ‘een vèrken’ noemen, maar voor wie je als zanger blind door het vuur gaat). José Carreras, mijn lievelingstenor, moest echt door het stof toen hij niet keek naar de Maestro en van de syncopen in ‘Something’s coming’ een potje maakte. Tatiana Troyanos was een onvergetelijke Anita en diva Kiri te Kanawa voegde zich als was in de handen van de Maestro.
In maart dit jaar ging de musical opnieuw naar Broadway; ik was in april in New York en omdat je niet alles kunt in zo’n week zag ik ‘m niet. Ik hou ook liever de film en de heropname in mijn hoofd. Maar als u kunt: ga ‘m zien. En neem die buurman mee. En leg uit dat dit zijn opstapje is naar opera, naar swingende symfonische muziek, naar meer muziek van Bernstein, of gedirigeerd door Bernstein (hij dirigeerde een denderende Negende van Beethoven na het vallen van de muur in Berlijn, kerstmis 1989). Als je daar niet voor valt ben je een onsociale hooibaal.
U mag zelf surfen op You tube, maar ik waarschuw u: ga er pas voor zitten als u de tijd hebt, want het is verslavend. Ik werd er helemaal blij van en had weer energie voor de volgende dag nog vóór ik ging slapen.
In het filmpje het applaus na het concert op eerste kerstdag 1989 in Berlijn. Wat waren we hoopvol. Ik timede acht minuten applaus voordat het filmpje stopte (maar het applaus nog lang niet). Ook de andere delen kunt u bekijken.
Missie
En opeens wist ik het niet meer en zat ik daar met die prangende vraag. Het is de schuld van Maxime Verhagen. Die suggereerde als eerste dat onze jongens en meisjes misschien wel langer in Uruzgan blijven dan zijn partij het volk had beloofd.
En nu lees ik in mijn ochtendblad dat zelfs minister van defensie Eimert van Middelkoop niet langer uitsluit dat de missie in Afghanistan wordt voortgezet als onze termijn eigenlijk al is verstreken. Aanvankelijk was Van Middelkoop niet enthousiast want de aanwezigheid van onze militairen trekt een zware wissel op de krijgsmacht. Kortom, eigenlijk moeten ze thuiskomen.
Vanaf dat punt begrijp ik het niet meer. Want wat moeten al die soldaten thuis doen? Toen ik klein was, was het duidelijk waarom die militairen de hei aan flarden ragden met hun rupsvoertuigen. Zij oefenden om later De Rus buiten de deur te kunnen houden.
Niet dat wij geloofden dat Jan Soldaat daar toe in staat zou zijn, maar het gaf een goed gevoel dat ze niet duimendraaiend af zaten te wachten. Het Rode Gevaar zou niet zonder slag of stoot onze achtertuin binnen dringen.
Maar die dreiging is allang geweken. Dus blijft die vraag: wat doen die duizenden militairen eigenlijk in die kazernes in Oirschot, De Harskamp en andere legerplaatsen als ze niet op missie zijn?
Spannend?
Eén van de meest aangrijpende gebeurtenissen in mijn journalistieke loopbaan was de Herculesramp. Als u die niet kent, googelt u maar even.
Onze concurrent Hans Matheeuwsen van het Eindhovens Dagblad heeft in die periode naam gemaakt. Hij kwam met de ene na de andere primeur, al dan niet in samenwerking met journalisten van de landelijke omroep, zo heb ik later begrepen toen één van hen onze hoofdredacteur werd.
We waren vaak jaloers op Hans, ik geef dat maar gewoon toe. Soms fronsten we onze wenkbrauwen omdat we de indruk hadden dat hij complotten zag waar ze niet waren.
Een jaar geleden kreeg ik opeens een mailtje van hem. Hij schreef dat hij zoveel jaar na dato bezig was met een boek en hij wilde iets verifiëren. Hans en ik woonden ten tijde van de ramp pal tegenover elkaar aan de rand van een hechte achterstandswijk in Eindhoven . . .
Hij schreef me dat hij sterk de indruk had dat inlichtingendiensten een ongezonde belangstelling hadden voor zijn opvallende oude Saab. Achterin lagen dossiers die gevoelige informatie bevatten. En ik had toch een keer gezien dat mensen probeerden zijn auto te stelen? Hans dacht dat dat wel eens mensen van de militaire inlichtingendienst zouden kunnen zijn geweest.
Ik mailde hem dat ik hem moest teleurstellen. Op een avond wilde ik een raam dicht doen toen ik drie jongetjes van een jaar of 14 rond zijn auto zag scharrelen. Het waren duidelijk allochtone pubertjes waarvan er heel veel in onze buurt woonden. Ik deed het raam expres met een harde klap dicht. De jongetjes schrokken en renden weg. Omdat één van die gasten ontzettend dik was en slecht mee kon komen is me dat bijgebleven.
De volgende dag heb ik Hans gebeld. Ik herinner me nog dat hij zei dat hij zijn contacten in de buurt zou inspreken om te voorkomen dat die knulletjes opnieuw en nu met succes zouden toeslaan. Hans kende namelijk nogal wat mensen in bepaalde kringen, zei hij. Ik weet dat nog zo zeker omdat ik het stoer vond dat je via die contacten dit soort problemen kon oplossen.
Als ik me goed herinner is die auto later toch gestolen en uitgebrand teruggevonden in een bos in de buurt van Eindhoven. Het leek op een gevalletje joyriding. Tja, wie wil er nou niet in zijn mooie ouderwetse Saab rijden.
Het boek van Hans wordt binnenkort gepresenteerd. Ter gelegenheid daarvan heeft hij een verhaal geschreven voor de Eindhovense glossy Frits waar hij tegenwoordig manager van is. In de passage waarin hij uitgebreid de complottheorie en de belangstelling van zijn auto beschrijft word ik met naam en toenaam genoemd. In die context schrijft hij dat ik ’s nachts drie mannen heb zien rondscharrelen rond zijn auto. Dat heb ik niet. Sterker nog: ik heb hem nadrukkelijk gemaild dat het drie pubertjes waren en dat ik het verhaal niet spannender kon maken dan het was. Maar daar heeft hij mij ook helemaal niet voor nodig.
Pet
Hoe schrijf je eigenlijk een ode? Volkszangers zijn goed in lyrische lofliederen, ik niet. Noem een meisjesnaam en volkszangers hebben een loflied geschreven ter ere van het wicht. Al dan niet met behulp van een rijmwoordenboek.
Ik denk dat je voor het schrijven van een ode een zekere blinde adoratie moet hebben voor degene die je op die manier de liefde verklaart.
Ik ontbeer de emotie blinde adoratie. Daarvoor ben ik te geremd. Mijn laden met respect, bewondering en liefde zijn rijkelijk gevuld. Maar dat van de blinde adoratie is leeg. Het kan niet gevuld worden omdat het op slot zit en de sleutel is verdwenen. Nu ik deze laatste zinnen schrijf merk ik dat ik toch wel een zekere aanleg heb als volksdichter. Ik ga eens oefenen.
Tot het moment dat ik werkelijk in de voetsporen van Bauer, Hazes en andere fenomenen kan treden spreek ik maar gewoon mijn respect uit voor de mannen en vrouwen van het verpleeghuis waar mijn vader woont.
Hij is deze week met een groep op vakantie. Wij, familieleden, gaan beurtelings een dag naar Overijssel om te helpen. Dat helpen bestaat voornamelijk uit het duwen van rolstoelen. Aan het wassen van billen waag ik me niet. We hebben gisteren een buitengewoon genoeglijke dag gehad in Giethoorn.
De verpleegkundigen werken zo’n week de klok rond. En hard. En met een vrolijkheid waar ik jaloers op ben. Toen ik voorzichtig informeerde hoe ze dat deden zei de leidster: “Omdat het zo leuk is om de bewoners een fijne week te bezorgen”. Goddank geen oerhollands gezever over dankbaarheid.
Op zo’n moment past voor een eenvoudig mens als ik maar één ding: bij wijze van ode maak ik een diepe buiging en neem ik mijn pet af . . . .
Privé
We kregen bij de omroep een boze mail van een allochtoon. Niet zomaar een allochtoon, maar de voorzitter van een allochtonenplatform in een grote Brabantse stad.
Hij was teleurgesteld omdat onze omroep zo weinig aandacht had besteed aan het Suikerfeest. Volgens de briefschrijver hadden we dat beter moeten doen, want onze provincie telt 50duizend moslims. Dit is een belangrijk moment van verzoening, vrede en respect, schreef de voorzitter.
Dat wij er niet groot mee hadden uitgepakt vond hij een gemiste kans en een minpunt. Met drie uitroeptekens.
Tja, ook de aandacht voor het Suikerfeest is aan devaluatie onderhevig. In het begin was dat feest een bijzonderheid. Onze op joods-christelijke traditie gebaseerde samenleving (aldus Balkenende) kende het fenomeen niet aan den lijve.
Bovendien wrongen journalisten zich in die tijd in allerlei bochten om elk positief feitje over de islam te melden. Maar dat is veranderd. Het politiek correct linkse denken is weggesleten. Positieve discriminatie van moslims is niet meer vanzelfsprekend.
Bovendien is het Suikerfeest een religieus feest dat voornamelijk in de huiselijke kring wordt gevierd. Als het niet toevallig samen valt met de autovrije zondag als gevolg waarvan moslims elkaar in sommige steden slechts per openbaar vervoer of te voet kunnen bereiken is het nauwelijks bijzonder.
We hebben vanmorgen met een aantal collega’s kort gediscussieerd over de vraag waarom je wel gaat filmen bij moslims thuis die baklava eten en waarom je niet elk jaar met de camera aanschuift als christenen gezamenlijk de brunch gebruiken na afloop van een Paasdienst. Voorwaar een hoogtepunt op de christelijke kalender en toch ook een belangrijk moment van verzoening, vrede en respect.
Ik ben geneigd na zoveel jaar het Suikerfeest journalistiek gezien niet meer als een bijzonderheid te beschouwen. Het is een geloofsfeest en dus een privé-zaak voor de belijders van dat geloof.
Poppenkast
Elke vrouw heeft een droom. Zelfs de mijne, hoewel ze al met mij is getrouwd. Mijn vrouw droomt er al lang van nog eens de rol van Carmen te zingen. Maar met het klimmen der jaren is de afstand tussen mijn geliefde en de eeuwig jonge zigeunerin gapend geworden. Qua casting bedoel ik. Het zijn overigens haar eigen woorden, niet dat u denkt dat ik haar een potje beledig. We zijn nuchtere mensen, mijn vrouw en ik.
Twee jaar geleden ontmoette ze regisseur Jan Smeets en ze vertelde hem haar droom. Vorig jaar kwamen ze elkaar weer tegen. Of ze nog steeds haar droom droomde, vroeg de regisseur. Tuurlijk, zei mijn vrouw.
Hij had een plan. Of Marlies er iets voor voelde om het in de vorm van een poppenspel te doen? Mijn vrouw schoot lichtelijk in een stuip. Ze dacht aan een poppenkast waarbij zij haar (zang)stem zou lenen aan een pop. Ze kreeg al visioenen van een Don Jose die aan een meute joelende kinderen vraagt: “Hebben jullie Carmen gezien”. En dat die kinderen dan om het hardst schreeuwen: : “In Lilas Pastia!! In Lilas Pastia!!”
Dat bleek een misvatting. Jan is namelijk ook professioneel poppenspeler. Hij nodigde mijn vrouw en mij uit naar een voorstelling te komen van Oom Gong. Gespeeld door zijn dochter Jet (ook professioneel poppenspeelster) en haar partner Ista Bagus Putranto.
We togen vorig jaar naar een klein zaaltje in Utrecht om te kijken wat de regisseur bedoelde met een poppenspel. We waren na afloop allebei ondersteboven van deze kunstvorm en vooral van Jet en Ista. Wat een ontdekking! Marlies twijfelde geen moment. Dit zou haar droom kunnen vervullen. Zij als “oude” zangeres die haar leven lang de rol van Carmen heeft gezongen en die in de kleedkamer de geest van de zigeunerin (een pop) ontmoet.
We zijn nu een jaar verder en de repetities zijn in volle gang. De premiere is gepland in januari. Het worden drukke tijden met een bescheiden bijdrage van mij. Ik ben namelijk in de aanloop – zoals ik wel vaker was als er een productie op stapel stond – de tegenlezer. Ik ken dus straks in de zaal alle teksten van buiten. Leuk.
Waarom schrijf ik er nu over? Omdat Oom Gong en de kindervoorstelling Apenjong op YouTube staan. Kunt u zelf eens kijken.
Vocalies (79)
(Door Marlies)
Er is en nieuwe podcast op vocalies.nl. Nummer 34 alweer. Voorlopig alleen via de computer te beluisteren, downloaden komt nog. Dit keer met Koosje van Tutte en jajem moet er zijn?
Stel nou hè, stel nou, u neemt al mijn voorgaande lesjes ter harte, u combineert ze met een heleboel eigen ideeën omtrent zingen, een gezond stel hersens en een goed ontwikkeld emotioneel leven en het komt binnen afzienbare tijd zover dat u een podium oploopt om uw zang te delen met een publiek, just for the sake of discussion dan hè…. Wat doe je dan en wat laat je dan?
Nou, tot slot van mijn miniserietje van deze zomer een paar raadgevingen, in willekeurige volgorde. Als u daarna nog durft dan komt u van goeie huize….
1.
Onderschat uw publiek nooit! Zelfs de meest ongeletterden zijn gevoelig voor valse tranen en gespeelde emotie. Je houdt ze niet voor de gek. Wees echt, wees authentiek. U mag best hier en daar een noot missen, maar doe geen maniertjes en flauwe platvoersigheden.
2.
Lied en oratorium mogen van het blad, opera en operette niet (wat mij betreft die laatsten ook niet bij scenische uitvoeringen). En als u solo lied uitvoert: ook dan het liefst uit het hoofd. Uiteraard kent u de tekst en muziek zo goed dat ik u midden in de nacht kan wakker maken en dat u dan het vierde lied uit de Liederkreis foutloos voor mij reciteert… (zingen hoeft niet meteen als u net wakker bent).
Bij oratorium: kijk naar de collega-solisten: als die van het blad zingen staat u er een beetje ‘bloot’ bij zonder boek in de hand of op de standaard: pas u aan, maar liefst naar boven, niet naar beneden.
3.
Doe iets fatsoenlijks aan: een hele en schone broek met een fris hemd voor de heren en voor de dames iets moois, toepasselijks en niet te veel uit de toon vallend. Ik heb ooit in de operette een zigeunerin op blote voeten gezongen (achter het toneel had ik sokken aan die, als ik ze niet aanhad, door een koorlid gebruikt werden om de cupmaat wat op te vijzelen, zeg maar eens dat wij niet multifunctioneel bezig waren….). In concertvorm zou ik dat niet doen.
Maak u een beetje op (ja heren: u ook!), het hoeft geen bont kleurenpalet te worden, maar hou er rekening mee dat er vaak en veel (geel) licht gebruikt wordt; zonder make-up ziet u eruit alsof u kanker in het laatste stadium hebt (ik blijf maar liever steeds eerlijk….dan tactvol). Doe het haar een beetje leuk omhoog of zo… als u het maar niet voor uw gezicht schudt (hetgeen ik een zangeres die toch mocht optreden voor de Vereniging van de Vrienden van het Lied ooit zag doen: schande). Bedenk: u kunt zich niet verstoppen .
4.
Ik val een beetje in herhalingen ten opzichte van vorige stukkies: zing nooit iets wat u niet begrijpt, of wat u zich niet in kunt denken, of waar u zich niet in kunt verplaatsen. Ik hoorde een grote Nederlandse zangeres ooit zingen ‘I’ve got you under my skin’ van Gershwin. Aan alle kanten hoorde je: die heeft nog nooit zo liefgehad dat het onder haar huid kroop en dat zal waarschijnlijk ook nooit gebeuren. Niet doen, je ontkracht je eigen kunnen op andere gebieden ook als je zulke streken uithaalt. En die zangeres was/is een hele grote…. Ik zeg niet dat je alles meegemaakt moet hebben om erover te kunnen zingen, maar je dient de fantasie te hebben om je in de situatie te verplaatsen. Banaal voorbeeld: ik ben nog nooit dronken geweest (ik word altijd eerst ziek…), maar ik kan heel goed subtiel dronken spelen en zingen…
Mijn hoofdvakdocent sprak wel eens met een licht cynische ondertoon als hij tederheid van me wilde (een emotie die ik moeilijk in een geluid stop): ‘denk maar aan een nest jonge honden’ en hup: ineens werd mijn geluid drie tinten dieper rood….
Om diezelfde reden zal ik nooit moeder-aria’s zingen: ik heb nooit kinderen gehad en kan mij moeilijk in de emotie verplaatsen. Ik kan er alleen maar respect voor hebben en dat is niet genoeg om bijvoorbeeld ‘Senza mamma’ uit Suor Angelica te zingen. Dat doen anderen dus veel beter.
5.
Overdrijf uw voordracht niet, vooral niet bij concerten. Als u een beweging niet organisch voelt: maak ‘m niet! Om met Huub van der Lubbe te spreken ‘Waarheid komt van binnenuit en niet van boven’. Echte schoonheid wint, heus waar…. Nogmaals wees echt, voer geen spelletje op en laat operette-standjes achterwege, ook bij het zingen van operettes….
6.
Als u ooit met orkest zingt (you lucky bastard!). Geef de dirigent bij opkomst een hand en daarna de eerste violist (da’s de man die op het hoekie zit, bijna recht onder de linkerhand van de dirigent). Niet vergeten, want als je die man (of vrouw) voorbijloopt hebbie het hele orkest tegen je in het harnas gejaagd en ooit nemen ze wraak. Doe die hand ook na afloop van het concert en zwaai dankbaar naar het orkest, zelfs als ze beroerd gespeeld hebben. En bedenk: de dirigent is de baas en uw schakel naar het orkest, uw steun en toeverlaat en hij is vóór u, maar vooral vóór het orkest. Met hen moet hij voort nà u en als het niet klikt bent u na vandaag weer pleiten en als het wel klikt komt alles goed en wordt u terug gevraagd. Wacht bij het verlaten van de bühne tot de dirigent een seintje geeft en bedenk: vrouwen gaan voor.
7.
Laat u niet gek maken door koorleden of orkestleden die het beter denken te weten dan u. Correcties komen van de dirigent en bij twijfel: rechtdoor. Liever flink erlangs kleunen dan subtiel schmieren want dan komen we er nooit achter wat u goed of slecht kunt…. En: eigenwijs is ook wijs; u hebt een gezonde dosis eigenwijzigheid nodig om te overleven.
8.
Laat u al helemaal niet gek maken door publiek. Als ik een duppie moest geven aan iedereen die me, meestal goed bedoeld, soms ook ronduit gemeen bedoeld, adviezen ging geven of het soort repertoire wat ik nou es moet gaan zingen, of de soort plekken waar ik nou es moet gaan optreden was mijn gage op vóórdat het geld mijn bankrekening bereikte (als het dat al ooit deed).
9.
Spreek van te voren goed af wat ze van u willen, voor hoeveel geld. Spreek een aantal repetities af. Ik heb ooit een regisseur gehad die iedere week de solisten liet opdraven, ze vervolgens in een kring om hem heen zette en dan zei: ‘zo, wat zullen we vanavond eens repeteren…?’ Als u van te voren afspreekt wat de bedoeling is, komen ze niet met eindeloze repetities aanzetten, of met een nieuw stuk, een week voor de première, maar komt u voor minder verrassingen te staan. Zonder verrassingen werkt dit leven in de schijnwerpers niet dus hier mijn slot-advies:
‘if you can’t stand the heat, don’t go into the kitchen!’
Binnenkort maak ik nog een keer een literatuurlijstje, dat publiceer ik een keer tussendoor op Vocalies.nl Mocht u daarvoor suggesties hebben (een mens kan tenslotte niet alles lezen en ik ben al een tijdje niet meer heel actief in het stemvak bezig) dan hoor ik die graag.
In het filmpje een versie van de aria ‘Senza mamma’ uit Suor Angelica, waar ik het hierboven over had. U kunt zien wat ik bedoel. En als u nou toch aan het joetjoeben bent: zoek ook even de slotscene van diezelfde Barbara Frittoli op. Prachtig!
En dan nog eentje waar inlevingsvermogen heel hoog scoort! Magisch! Cristina Gallardo Domas.
Tekstschrijver
Ik kreeg beroepshalve thuis een mail van een politieke partij in Den Bosch. De partij had die mail aan meer journalisten gestuurd. Eén daarvan had blijkbaar zijn automatische afwezigheidsassistent aan staan. Bovendien was die zo ingesteld dat alle geadresseerden op de hoogte werden gesteld van deze afwezigheid.
Ik vraag me wel af hoe lang die persoon al afwezig is. Lees even mee. Het is iemand van een journalistiek tekstbureau. Zeg maar iemand die zijn geld verdient (ik denk eerlijk gezegd verdiend heeft) met het schrijven van teksten.
Geachte mijnheer/mijnvrouw,
Dank voor uw/ jouw bericht. Vanaf deze plaats wens ik uw/ jouw ook de beste wensen voor 2009.
xxxxxxxxx is niet op zijn/haar kantoor. Mocht u/jij vragen hebben over zijn/haar voortgang in uw/jouw proces, dan kan u/jij snel contact met mij/ons opnemen teneinde jou/uw wensen op mijn/onze wijze doch op jou/u afgestemde manier in te vullen.
Daarnaast heeft een undeliverable mail uwerzijds onzerzijds niet de bereikte status van deliverable mail. Aldus gaandeweg niet gereredigeerde undeliverable mail wordt dus als niet verzonden en dus als undelivered beschouwd.
Mocht u een dringende vraag hebben die u dringend wil laten oplossen dan verzoek ik u dringend uw dringende zaken enigszins minder prioriteit te geven zodat de dringendheid wat verminderd en minder dringend wordt.
Deze nieuwjaarswens is automatisch opgemaakt en derhalve niet ondertekend.
Mvg
Sommelier
(gastcolumn van Ab Klaassens)
Een maarschalk is een belangrijk persoon die een beetje scheef loopt door al die onderscheidingen op de linker helft van zijn torso. Maarschalk Petain was een hoge militair die in de Tweede Wereldoorlog Frankrijk verdedigde en verraadde, De Britse veldmaarschalk Montgomery versloeg de Duitse veldmaarschalk Romme in Noord-Afrika en de Russische maarschalk Zjoekow verloor geen enkele veldslag in de strijd met nazi-Duitsland.
Een militair van hoge rang, doorgaans een generaal, wordt gewoonlijk alleen in oorlogstijd tot maarschalk benoemd. Het vreemde is dat een maarschalk oorspronkelijk een staljongen, een paardenknecht was, en niet zo’n brave want ‘schalk’ betekent ‘grappenmaker’ en zelfs ‘deugniet’.
Zo’n bevordering van een woord zie je ook bij ‘sommelier’. Dat is de man ( soms vrouw) die in het betere restaurant bij uw tafel langs komt om iets meer te maken van uw verlangen naar uw ‘glaasje wit’of ‘glaasje rood’ en dat dan ook met veel deskundigheid kan onderbouwen. Als u niet voor zijn adviezen zwicht en om de huiswijn vraagt zal hij u complimenteren met uw keuze, maar dat doet hij ook als u uiteindelijk de voorkeur geeft aan een oude bourgogne ‘on the rocks’.
Wie dreigt te zwichten voor de verleidingen van de sommelier doet er goed aan na te denken over de oorspronkelijke taak van deze functionaris. Dat was, volgens een Frans woordenboek, ooit de man die het vee naar de slachtbank leidde.
Brief van Ali (37)
Beste mensen,
Vandaag ik kreeg email van hoofdredacteur Jan. Is beste u leest eerst.
Hoi Ali,
Voor de tweede keer deze week was ik in een shock. Eerst door die racist in de trein en vandaag door Geert Wilders. Hij stelt %$#@*&^^%$@ een kopvoddentaks voor . Het moet niet gekker worden met die man!! Wat een belachelijk idee om mensen 1000 euro te laten betalen voor een vergunning om een hoofddoekje te mogen dragen!! Alsof al die prachtige hoofddoekjes vodden zijn!! Het is discriminatie!! Ik stel voor dat jij daar vandaag een vroeg over schrijft. Hou je niet in. Give ‘m hell!!!
Groet,
Jan
Jij kan goed zien Jan was boos. Boosheid is nooit goed voor stukjes. Jij moet altijd eerst nadenken. Jan heeft niet goed nagedacht over kwestie. Voorstel van meneer Wilders is namelijk briljant idee. Hij is eerste oppositiepoliticus die concreet idee doet. Geen wolligheid van taalgebruik. Maar gewoon concreet voorstel voor extra inkomsten. Alleen jij moet dan niet boos zijn maar kansen zien.
Als kopvoddentaks wordt ingevoerd, jij moet alle monniken over gelijke kappen scheren. Jij moet nadenken over argument van meneer Wilders. Hij zegt hoofddoeken vervuilen straatbeeld. En dan jij moet denken wat nog meer straatbeeld vervuild en waarmee jij geld verdienen kan.
Bijvoorbeeld bermuda met bloemetjes is vervuiling. Iedereen die draagt bermuda in openbaar betaalt 1000 euro bermudataks. Iedereen met bermuda komt in boks 1 van belasting. Boks, bermuda, uit snapt wel.
Bijvoorbeeld ook leggings zijn zere pijn aan ogen. Jij kan invoeren leggingheffing. Is ook mooi woord. Heb ik zelf verzonnen.
Dan jij kan ook zeggen sandalen met witte sokken is niet normaal. Ook die moeten betalen. Is leuk om te noemen jezusnikesmetsokkenforfait. Het gaat goed met mijn Nederlandse taal toch?
Ik kan nog veel meer opnoemen, maar ik heb nou genoeg meegedacht met oplossingen voor commissie van regering. Andere mensen moeten ook nog kans krijgen.
Dus jij ziet, jij moet altijd kansen zien.
Groet
Ali Yildiz.
Herstel
Nou, de grootste problemen met de podcasts van mijn lief zijn opgelost. Haar inspanningen van de afgelopen anderhalf jaar zijn weer te beluisteren op vocalies.nl. Downloaden gaat nog niet, maar dat komt. Het is een beetje als met de kabinetsplannen die vandaag zijn gepresenteerd. Het was even crisis maar uiteindelijk komen we er sterker uit en we proberen ons te ontworstelen aan de grillen van de markt.
Want zeg nou zelf, het is toch wel droevig dat Podplaza, waar zoveel mensen van afhankelijk waren, er zomaar mee ophield. Want niet alleen Vocalies was geamputeerd, hetzelfde geldt natuurlijk voor de gewaardeerde site Podje-Opera en Bakel Operette. Zo wordt het natuurlijk niks met de verspreiding van klassieke muziek via de niet platgetreden paden. Zo blijft die verspreiding van de moeder aller cultuuruitingen in handen van presentatoren die klassieke muziek associeren met zwaarmoedigheid en uitvaarten. En die dan bij de presentatie een dito grafstem opzetten.
Terwijl ik dit zit te typen zijn Marlies en mijn zoon de laatste hand aan het leggen aan de oplossing. Ik hoor haar zeggen: “dat gedonder heeft een week lang m’n leven beheerst.”
Nou, niet alleen dat van haar . . . .
Eye-opener
Laten we na het schokkende verhaal van gisteren, vandaag iets leuks schrijven. We zijn zaterdag op Monumentenroute in eigen stad geweest. Samen met goede vrienden die sinds kort ook in Den Bosch wonen. Hoewel ik in dit verband beter van ’s-Hertogenbosch kan spreken want onderweg kwamen we een standje met streng uitziende heren tegen van het genootschap dat de officiële stadsnaam in ere wil houden. En daar valt niet mee te spotten.
Die tocht was een eye-opener. We kwamen in gebouwen die we tot nu toe alleen maar van de buitenkant kenden. Het meest indrukwekkend was het Zwanenbroedershuis. Ik wist wel iets van de Zwanenbroeders, maar niet het fijne. Een nu was er de gelegenheid om alle vragen te stellen. Aan een vrouw weliswaar, maar goed. Dat bedoel ik niet denigrerend, feit is dat het edele stel uit louter mannen bestaat.
Het zijn vermogende, goed christelijke mannen. Aanvankelijk alleen rooms-katholieken maar sinds een jaar of 300 ook protestanten. Geen nouveau riche, maar oud geld. Veel oud geld. Die mannen betalen uit eigen zak elk jaar een flink bedrag waarmee armen worden geholpen, onder meer een inloophuis voor daklozen hier ter stede. De mevrouw vertelde op samenzweerderige toon dat dat het enige gekende doel is. Waar het geld verder naar toe gaat is geheim voor de buitenwereld.
Het zijn onbaatzuchtige mannen. We liepen langs de grote laat-middeleeuwse tafel waaraan de Zwanenbroeders vergaderen. Op de stoelleuningen waren plaatjes gemaakt waarin in zwierige letters de namen van de deelnemers waren gegraveerd. Het waren indrukwekkende soms dubbele namen. De meeste herkende ik omdat er in de stad straten naar hun voorvaderen zijn genoemd.
Het gaf me een goed gevoel te weten dat er een groep mensen is die van gekkigheid wel weet wat te doen met geld.
Helaas mocht ik binnen om privacyredenen geen foto’s maken. Omdat het Zwanenbroedershuis ook een museum is (ook de adel moet gewoon gas, water en licht betalen en het moet uit de lengte of uit de breedte komen) kunt u er ook zelf eens gaan kijken.
Daarom doe ik er wat andere foto’s bij. Van de Minderbroederskerk bijvoorbeeld, een gebouw dat al jaren op het verlanglijstje van mijn vrouw staat. Die viel een beetje tegen. Nee, niet mijn vrouw natuurlijk, die kerk. Het was een allegaartje.
En nog een plaatje dat ik bij de Citadel maakte. Dat vond ik een mooi symbolisch beeld van een zeer geslaagd dagje uit in eigen stad. Bovendien bewijst dat dat onze stad goed beschermd is tegen . . . . Ja, tegen wat eigenlijk?
Angstig
Ik wist dat het soort bestond maar het had nog niet eerder mijn pad gekruist. De Racist. Ik schrijf het met een hoofdletter. Niet uit eerbied. Natuurlijk heb ik wel eens mensen gesproken die zeiden “dat ze ze allemaal het land uit moeten zetten.” Meestal gebeurde dat na een incident. Ach dan roepen mensen wel eens dingen.
Maar gisteravond in de trein werd ik voor het eerst geconfronteerd met De Racist. Het was een heel gewone jongen om te zien. Keurige spijkerbroek, keurige witte sweater en leuke kop met blond haar dat alle kanten op sprong.
Maar wat er uit zijn mond kwam was shocking. Hij vertelde aan een maat hoe hij al jaren “zwarten” en “bruinen” pakt. Hoogtepunt was het moment waarop ze met twintig man een gekleurde zwerver helemaal in elkaar hadden geslagen. Vooral het moment waarop ze hem met zijn kop tegen de muur sloegen.
Daarbij was die keer dat hij een Turkse vrouw met een kinderwagen zogenaamd “per ongeluk” omver had gelopen letterlijk kinderspel. Het maakte hem niet uit, kinderen, vrouwen, ouwe mensen. Hij haatte ze allemaal.
Een meisje tegenover mij hield het niet meer uit en vertrok naar een andere coupe. Ik had het gevoel dat ik moest blijven zitten om het verhaal op te kunnen tekenen.
De jongen vertelde dat de rassenhaat hem met de paplepel was ingegoten. Lachend vertelde hij zijn zwijgende en knikkende maat hoe zijn vader ooit een Turkse buurman te grazen had genomen. Het was ramadan. De buurman kwam ’s avonds laat eten brengen. De vader van de jongen nam het vriendelijk aan en gooide het toen over straat en riep tegen de Turkse buurman dat hij het nooit meer moest wagen aan te bellen. Het gezin had in een deuk gelegen.
Nog niet zo lang geleden had een zwarte in de rij bij de pinautomaat tegen hem aan gestaan. Het was duidelijk dat die probeerde hem te rollen. De maat begreep natuurlijk wel dat hij hem helemaal in elkaar had geslagen. Als ze thuis waren zou De Racist hem de schoenen laten zien waarmee hij die zwarte had getrapt. Die waren nog rood van het bloed. Toen hij het voorval aan zijn vader had verteld had die gevraagd of hij hem wel goed had geraakt. Verder niks, vader was nooit zo spraakzaam.
Ik was bijna in shock toen ik ontdekte dat de soort echt bestaat. Dit was menens. Dit was angstig.
Vocalies (78)
(Door Marlies)
Vóórdat ik met mijn echte stukkie voor vandaag begin: het is me wat met die Podcast-ellende! Heb je ruim 33 uur podcast-programma’s erop staan, je er suf op gewerkt, trekt de host er de stekker uit zonder enige aankondiging vooraf. Alles weg. Ik vind dat van een hufterigheid waar ik verder geen woorden aan ga vuil maken.
Dank voor alle bijstand: ik was heel boos en even heel moedeloos, maar dat ging snel over. Er worden namelijk aan alle kanten tips gegeven en er wordt ook al concreet actie ondernomen. Dus ga ik gauw rond de tafel om de schade te herstellen,de podcasts te reloaden en mij minder afhankelijk te maken van jan jokers die de fatsoensnormen niet eens in acht nemen.
Vocalies will be back!
Vandaag in 1938 werd de Amerikaanse-Griekse mezzo-sopraan Tatiana Troyanos geboren. Sommige bronnen vermelden trouwens 9 december, dus dat kan ook haar geboortedatum zijn. Ze werd geboren in New York en groeide op in Forest Hills, Queens.
Grappig detail uit haar jeugd is dat ze vóórdat ze muziek ging studeren als koorlid optrad in de eerste versie van The Sound of Music.
In 1963 maakte Tatiana haar debuut aan de New York City opera als Hippolyta in Britten’s ‘A midsummer nights dream’. Het volgende jaar zong ze al in de opera Boris Goedonov, de rol van Marina Mnichek.
Vanaf 1976 zong ze vooral aan The MET in New York, waar ze erg geliefd werd om haar sensueel (mooi woord!) geluid, haar veelzijdigheid en schoonheid en vooral om te intensiteit waarmee ze haar rollen zong. Ze zong ze niet alleen, ze leek ze ook te beleven en dat is wat mij zo in haar aanspreekt. Terwijl ik het mooi zit te vinden gaat er achter in mijn hoofd ook een belletje rinkelen: als je zo intens met je rollen omgaat loop je ook het gevaar dat je eigen ziel niet onaangetast blijft door al dat leed. Dat lijkt bij Troyanos toch een rol gespeeld te hebben…. Ze kreeg borstkanker, leek dat te hebben overwonnen, het zaaide uit naar haar lever en toen was het snel gebeurd. Op 54-jarige leeftijd overlijdt ze. Ze heeft haar ziekte tot op het laatst verborgen weten te houden voor de meeste van de collega’s, hetgeen een bijna onmenselijke opgave is.
Maar nog even over haar carrière: ze zong verschillende MET-premières: onder andere Adalgisa in Bellini's Norma (met Renata Scotto in de hoofdrol), Octavian in Richard Strauss's Der Rosenkavalier en Didon in Les Troyens van Berlioz.
In 1984 zong ze de wereldpremière van de eerste acte van Rachmaninoff's opera Monna Vanna, (nagelaten door de componist als piano-uittreksel en ge-orkestreerd door Igor Buketoff).
Troyanos nam ook veel cd’s op, gelukkig maar, dan hebben we dat tenminste: Carmen (ga ik es gauw naar luisteren, zou wel eens heel mooi kunnen zijn) in de versie, gedirigeerd door Sir Georg Solti, Cherubino in Le Nozze di Figaro en Anita in West Side Story, de her-opname onder leiding van meester Bernstein zelf.
In 1994 gaf The MET een concert ter nagedachtenis aan haar en James Levine zei toen (ik vertaal…) ‘Dat we hier bij elkaar zijn om Tatiana te gedenken is niet te bevatten: het betekent dat onze ‘familie The MET’ een van de belangrijkste, meest geliefde artiesten en vrienden in haar hele historie heeft verloren…’
Overigens, en het is maar te hopen dat het geen omen is: Troyanos was een van de drie sopranen die haar strijd tegen de kanker verloor, op of rond haar 54ste (veel te vroeg dus): de andere twee waren Lucia Popp en Arleen Auger.
In het filmpje haar versie van de dood van Didon, uit Les Troyens. Toen ik het zag snapte ik wat de beschrijving van haar biografie bedoelde: een fenomenale actrice, die lijkt te beleven wat ze zingt. Doe dat maar eens veertig keer in één seizoen en dan zullen we nog eens praten….
Branden
Mijn buurvrouw is beroofd. Buurvrouw is de meest godvruchtige vrouw die ik ken. Een christen zoals Christus dat heeft bedoeld. Ze is 83 jaar. Kwiek en altijd vrolijk.
Buurvrouw heeft wel eens een kaarsje voor me gebrand in het Mariakappeltje achter in haar tuin. Alleen maar omdat ik haar even had geholpen wat onkruid tussen de tegels weg te halen. Dat doet ze altijd zelf maar toen lukte dat even niet omdat ze net aan haar heup was geopereerd.
Deze week belde er een vreemde man aan. Hij riep iets over een gaslek en dat ze onmiddellijk haar huis uit moest. Ze mocht alleen haar portemonee meenemen. Een beurs met 150 euro. Buurvrouw gelooft niet alleen vurig in haar Schepper maar ook in de mens. ’t Komt niet bij haar op dat God bij de creatie van zijn laatste schepping een weeffoutje heeft gemaakt.
De vreemde man ging er met haar portemonnee vandoor. Buurvrouw was ontdaan maar niet van slag. Maandag heeft ze tijd dan gaat ze aangifte doen op het politieburo.
Dat de dader van zo’n laffe daad moge branden in de hel. U begrijpt dat dat mijn wens is en niet die van buurvrouw.
Poort
Jawel, twitteren heeft nut. Ook al wees iamzero er mij deze week fijntjes op dat ik daar ooit heb geschreven dat ik never nooit niet zou gaan twitteren. Voortschrijdend inzicht zullen we maar zeggen.
Het leidt soms tot grappige dingen. Vanmiddag bijvoorbeeld twitterde een Eindhovense wethouder dat ze prachtige schetsen had gezien van de Woenselse Poort. Zo’n beetje dé archeologische vondst van het eeuw.
En die schetsen wilde ik beroepsmatig ook wel zien. Altijd leuk voor een itempie. Ik belde de stadsarcheoloog. Die was er niet, dus ik sprak zijn telefoon in.
Na een uurtje of wat belde hij terug. Ik vroeg hem naar de schetsen. Hij was hoogst verbaasd. Hoe ik dat wist. Ik vertelde hem wat de bron was. Dat kon omdat die openbaar is. De archeoloog barste in lachen uit.
“Op het moment dat jij belde," zei hij, "was ik haar aan het rondleiden.” Hij snapte ineens waarom de wethouder steeds met haar telefoontje bezig was.
Helaas bleek er beroepsmatig nog niks mee te doen. Weblogmatig wel.
Beatles
Op dagen als vandaag word ik altijd overvallen door spijt. Spijt dat ik in 1955 geboren ben. Vandaag verschijnt The Beatles Remastered en ik heb niet zo veel met de Beatles. Dat kom door mijn geboortemoment.
Ik was net te jong voor popmuziek toen de Beatles in de hele wereld keurige jongens en meisjes in extase brachten. Dat kon omdat deze al even keurige jongens een nieuw geluid lieten horen. Ze hadden ook weinig concurrentie. Ja, de Rolling Stones, maar die waren voor een ander slag jongens en meisjes.
Tegen de tijd dat ik mij bewust werd van popmuziek was er al zoveel meer dan die eeuwige Beatles en Stones dat mijn aandacht voor deze fenomenen moest concurreren met nog nieuwere muzieksoorten. Vele varkens maken de spoeling dun.
Ach, was ik maar een echte babyboomer dan was ik doordrenkt geweest met Beatles. Ik denk dat ik wel voor dat popbandje zou hebben gekozen boven de veel ruigere Stones. Maar ik ben van 1955 en dan ben je gewoon te jong. Wat rest is slechts een man van middelbare leeftijd zonder de verhalen over sex, drugs en rock&roll uit de sixties. 1955 is zo’n jaar waardoor je er eigenlijk maar een beetje bij hangt.
Nu is er dan The Beatles Remastered. En nou schijnt er een dillemma te zijn aldus mijn ochtendblad. Moet je de nieuwe box stereomasters kopen of de box met nieuwe masters in mono. Als ik die keuze al zou maken, zou ik de box kopen die mij het dichtst bij het oorspronkelijk geluid brengt. Maar goed, waar bemoei ik me mee? Ik ben veel te jong voor de Beatles.
.
Ramp
Heeft u een partner? En heeft u zich dan wel eens afgevraagd wat voor uw partner het allerbelangrijkste in zijn of haar leven is? Ik heb het me nooit afgevraagd. Er is nooit een reden voor geweest.
Nog steeds niet trouwens en toch dringt die vraag zich op nu haar één van de allerbelangrijkste dingen is ontvallen. Nee, geen sterfgeval, zo erg is het.
Voor mijn vrouw zijn – denk ik – drie dingen van wezenlijk belang. In willekeurige volgorde: haar stem (haar leven), haar podcasts (haar lust) en ikke (haar lust en haar leven).
Met die stem en met mij zit het nog wel goed, maar die podcasts zijn weg. De site die ze beheerde, podplaza.nl, is verdwenen en derhalve zijn ze ook van vocalies.nl verdwenen. En natuurlijk net op het moment dat een aantal lokale omroepen ze wilden beluisteren omdat die interesse hebben. Dat kun je dus gerust een ramp noemen.
We zijn inmiddels op enkele fronten bezig de boel te redden. Er zijn al wat optimistische geluiden, maar u begrijpt dat het verschil tussen de buitentemperatuur en onze binnentemperatuur op dit moment zo’n 50 graden is. Celcius hè . . . . .?
Ik probeer de moed er in te houden met teksten als: schat, we hebben elkaar nog, maar daar kom ik niet helemaal mee weg. Dus als u iets hartverwarmends kwijt wil kan dat. Constructieve bijdragen die naar een oplossing leiden zijn nog meer welkom.
Eén ding: maak hier geen condoleanceregister van want vocalies zal herrijzen.
Neppertjes
Het is zo kinderachtig om tegen een politieagent te zeggen dat hij boeven moet gaan vangen als hij net een prent heeft uitgeschreven omdat jij midden in de nacht in een godverlaten Vinexwijk je hand niet uit stak toen je met je fiets rechtsaf sloeg.
Dus daar gaan we. Een klein deel van de middag ben ik zoet geweest met een verhaal over politieagenten die tijdens een feestje voor zieke kinderen in Erp nepgeweren in beslag hadden genomen.
Het feestje werd opgeluisterd door een groep mensen die verkleed was als figuren uit Star Wars. Dat is een hobby waarmee ze overal in den lande succes hebben. Ze hadden aanvankelijk speelgoedpistolen met een hoog plasticgehalte. Daar maak je op het gemiddelde 21ste eeuwse kind geen indruk mee. Sterker nog, je staat voor lul met je professionele pak en je kindergeweertje.
Dus derluiden bestelden via internet een paar dingetjes om dat stukje plastic te pimpen. Maar ja, al draagt een aap een gouden ring . . . De warriors besloten toen het geheel een likje zwarte verf te geven. Dat bleek een goed plan want nu leek het ergens op.
Dat vond de politie ook, want die kwam tot de conclusie dat de neppertjes van de Star Wars groep niet meer van echt waren te onderscheiden. En dat mag niet, want met zo’n op echt gelijkend wapen kun je de vreselijkste dingen doen. Dus het hele spul werd in beslag genomen.
Dat leverde natuurlijk veel commotie op. Acteurs boos, zieke kindertjes over de rooie en de Star Wars fanclub is in alle staten. Hopelijk gaat Darth Vader niet door het lint. Ze snappen niet waarom de Bossche politie nou opeens zo moeilijk doet. Nooit eerder zei een agent iets van hun outfit waarmee elk kinderfeestje een event wordt.
Nou, ik snap de houding van de politie wel. Sinds de smadelijke aftocht uit Hoek van Holland wordt er geen enkel risico meer genomen. Zelfs niet op een feestje voor zieke kinderen in Erp.
Hype
Gistermorgen met vakgenoten wat getwitterd over het begrip hype. Dat is een duivels moeilijk begrip. In de journalistiek wordt het doorgaans negatief uitgelegd. Een hype is in de beleving van veel mensen (ook journalisten) non-nieuws dat buitenproportioneel veel aandacht krijgt.
De solozeilster Laura zou een hype zijn. Ik vind de kwestie Laura geen hype. Het gaat over essentiële vragen als: wie is er de baas over een kind?. De ouders? De overheid? Jeugdzorg? Het is ook een verhaal over macht en verantwoordelijkheid.
Dat bedenkend kwam ik tot de conclusie dat een hype betekent dat de media een verhaal buitenproportioneel opblazen zonder dat het enige maatschappelijke relevantie heeft. Ik vind de zaak Jan en Yolanthe een hype.
Ik verwierp de gedachte na een tijdje. Ik mag de scheiding van de Volendamse zanger en zijn liefje totaal irrelevant vinden, er zijn hele grote groepen mensen voor wie dat nieuws enige tijd het meest belangrijke was. Dus om te zeggen dat dat een hype is in de negatieve zin van het woord is aanmatigend. En als ik nou iets niet wil zijn . . . .
Ook bedacht ik een andere definitie van hype: het uitmelken van nieuws met als belangrijkste doel dat de hypende media zelf in beeld blijven. Ook journalistiek moet verkocht worden. Ondanks alle verheven gedachten die wij journalisten hebben is het gewoon een commercieel produkt. Iemand opperde dat eigenlijk alles een hype is, zelfs 9/11. Dat vind ik niet. Alles wat daar over gezegd en geschreven is voorzag in een enorme nieuwshonger. Het bevredigen daarvan is ook een taak van de media.
Wat is dan wel een hype? Hoe langer ik er over nadenk, hoe meer ik tot de conclusie kom dat het begrip persoongebonden is. Voor mij is een hype: het kortstondig veelvuldig opdissen van nieuws dat mij persoonlijk geen reet interesseert maar dat ik stiekem wel volg om aan de koffietafel geen paria te worden.
In dit voorlaatste stukkie over zangtechniek en aanhangende ellende wilde ik het met u over de plaatsing van tekst en meer bepaald van klinkers en medeklinkers hebben. Dit keer weer met behulp van Theo Willemze’s ‘Algemene muziekleer’ want op zoek naar de stemtiepjes van de vorige keer kwam ik alweer een handzaam overzichtje tegen van de plaatsing van vocalen.
Vooraleer we aan de lettertjes toekomen allereerst een algehele regel over tekst van een strenge pedagoog (ik dus…):
U DIENT PER WOORD TE WETEN WAT U ZINGT!!!
In welke taal ook: zoek een vertaling (lang leve internet!), vraag het een vriend of uw pedagoog , pak een woordenboek, ga naar het asielzoekerscentrum in de buurt als het nodig is, mail desnoods naar Vocalies, maar vind uit wat u zingt. U hoeft een taal niet te spreken om er een lied of aria in te kunnen zingen, maar wilt u een en ander geloofwaardig over het voetlicht krijgen dan dient u te weten waar het over gaat tot in détail.
Pfoe, dat is eruit. Ik heb een strenge pedagoog gehad die slechts één les nodig had om mij deze wijsheid bij te brengen. Ik wist ergens niet wat ik zong (mijn Italiaans is lange tijd rudimentair geweest…). Hij hoorde het, onderbrak zijn begeleidend pianospel en vroeg: ‘weet je wat je daar zingt?’ Ik schudde bedremmeld nee. Hij deed bedaard het boek dicht, legde het terzijde en sprak de twee zinnen die mijn mijn verdere zingend leven doorgeholpen hebben: ‘Dan zoek dat maar eerst even op, dan komen we er volgende week op terug. Had je nog meer voorbereid?’ Zijn blik bleef vriendelijk en ik geneerde me zo, dat me dat nooit meer daarna ooit gebeurd is. Ik kon hem alles vragen, maar ik moest vooral niet net doen alsof ik het wist en er vervolgens maar een gooi naar doen: hij had een oor voor dat soort streken, een van de redenen waarom hij een uitstekend pedagoog was.
Als u opera zingt: vind uit in welke acte het stuk gezongen word en wat de achtergrond ervan is. Dat is trouwens leuk werk hoor, je steekt er een hoop van op. Als je een aria buiten zijn verband zingt (wat in de praktijk meer gebeurt dan in zijn verband) kan een interpretatie licht veranderen en concertant hoeft u zich niet zo aan te stellen als in de opera zelf, maar u dient wel de bedoeling van de aria over te brengen. En wiekende armen zijn daartoe niet genoeg, wat zelfs geschoolde zangers u met hun ‘gedoe’ willen laten geloven.
Lied en aanverwante artikelen is eigenlijk een verhaal apart. Waar je in opera met de witkwast schildert, doe je dat in Lied met een fijnpenseel en met heel veel nuances. Bewaar Liedzang voor later in uw opleiding. Begin met simpele opera-aria’s en oude Italiaanse liederen en aria’s. Hou uzelf niet tegen, maar leer ‘uitzingen’ en van daaruit terug naar zacht.
Ik zou er nog vellen over vol kunnen pennen, maar dan wordt het stukkie te lang. Als u goeie raad nodig hebt, mail me maar, maar hou er rekening mee: ik ben vaak liever eerlijk dan tactisch, daar komt u het verste mee. Daar gaan we, hou u vast, want het wordt heel technisch!
Ik ga even uit van het Nederlands. En van de klinkerdriehoek van Hellwag, die ik ergens van internet gevist hebt. U mag eens zelf surfen. En vooral zelf experimenteren.
Zelf uitproberen!
Ik hoop dat Willemze het goed vind wat ik nu doe:
De klinkers:
1. van open naar gesloten met verplaatsing naar voor in de mond
aa in raam, waar, raak
ae (de aa op zijn Haags, fout dus…)
e in lek, leg, les
i in blik, lig, lis
ee in leek, lees, leeg
2. van open naar gesloten zonder verplaatsing
aa in raam, waar, raak
e in de stomme e, de ehhh van de aarzelende spreker
u in geluk, lucht, lus
eu in leuk, leus, leugen
uu in Guus, Truus, Luuk
3. van open naar gesloten met verplaatsing naar achteren:
aa in raam, waar, raak
a in ram, wak, war
o in rommel, wrok
o in pot, koffer, pol
oo in poot, kloof, pool
oe in poet, loef, poel
4. glijvocalen (jasses…)
ei en ij = è + ie of è + éé
ui = eu + uu (of ö + uu)
au en ou = ò + oe of à + oe
aai, ooi, oei
eeuw = éé + oe
ieuw = ie +oe
uw = uu +oe
De medeklinkers:
bilabialen (articulatie met beide lippen): p, b, m, v, f
labiodentalen (articulatie tussen lip en tanden): v, f, w
postdentalen (articulatie met tongpunt tegen de tanden tegen de tandkas): t, d, n, l
alveolaren (tong tegen de tandkas) s, z, r (ja kindertjes in het Gooi: de tong tegen de tandkas!!!)
prepalatalen (tongpunt of tongrug tegen het harde verhemelte): r, d, n, r, l , als er een j op volgt
mediopalatalen (tongrug tegen het achterdeel van het harde verhemelte): j
postpalatalen (tongrug tegen het zachte gehemelte): k, g en de g van het Franse garçon
velaren (tegen de huig): de r van hen die ernstig brouwen… VERGETEN DAT DING!!!
laryngalen (ontstaan in het strottenhoofd): h.
Huiswerk: allemaal een keer uitproberen, goed snappen en vervolgens in de kachel gooien en vergeten.
Over twee weken de laatste les: wat mag op toneel en wat echt niet, niet volgens Bartjes, maar volgens Vocalies.
Als troost voor zoveel techniek in het filmpje Barbara Streisand die wel heel veel lettertjes in één minuut zingt. Wat mij opviel: het klinkt nergens gehaast, ze durft door te zingen tot de laatste ademteug en: je kunt het uitstekend verstaan!
Nep
Ik las deze week dat Els het maar niks vond dat meteorologen de herfst al op 1 september hebben laten beginnen. Gelijk heeft ze. De enige echte herfst begint op 21 september. Punt uit. Alle andere herfsten zijn nepherfsten. Er is ook maar één Sinterklaas.
Vanmorgen heb ik voor het eerst sinds maanden weer het licht van mijn fiets moeten ontsteken. Dat is elk jaar een markant moment. Een kantelpunt als het ware. Het betekent dat de bicyclische herfst is begonnen. Maar ja, wie gebruikt dat woord nou? Het is dus ook nep. Ik geef het toe.
Toeristische thrill
Nee, ik ga niet weer discussiëren over koopzondagen. Alsjeblieft zeg, daar heb ik al zoveel over gezegd. Zelfs niet nu een Amsterdams dorpsprobleem een nationale kwestie dreigt te worden. Er is in die hele discussie wel iets anders dat mij aanzet tot het typen van deze letters. Namelijk de vraag wat nou wel en wat nou geen toeristisch gebied is.
Ik lees in mijn ochtendkrant dat de stadsdeelraad van Amsterdam-Noord de koopzondagen wil doordrijven door het hele stadsdeel tot toeristisch gebied te verklaren. In Eindhoven heeft een burgemeester ooit de hele binnenstad tot festivalterrein uitgeroepen zodat de politie iedereen kon fouilleren. Dat vonden wij een geweldig creatieve vondst.
In hetzelfde artikel staat dat de rechter vindt dat je Amsterdam-Noord niet in z’n geheel tot toeristisch gebied kunt verklaren omdat er hele gebieden zijn, zoals de naoorlogse wijken, die niet aantrekkelijk zijn voor toeristen.
Dat vind ik een fout standpunt. Wie bepaalt wat toeristen aantrekkelijk vinden. Ik mag tijdens mijn bezoeken aan buitenlandse steden graag die plekken opzoeken die “niet aantrekkelijk zijn voor toeristen.” Ik heb geweldige momenten beleefd in de havenwijk van Palermo. Dat werd uiteindelijk zo dreigend dat ik er ben weggevlucht. Maar ik heb op feestjes wel een beter verhaal dan die snoevers die "een geweldig restaurantje in de Toscane hebben ontdekt". Het was een toeristische thrill van jewelste.
Zo’n ervaring had ik ook in de Via Sanità in Napels. Berucht maar reuze spannend. Daarom moet je nooit een stadsdeel brandmerken als “niet aantrekkelijk voor toeristen”. Ik denk zelfs dat je in de naoorlogse wijken van Amsterdam-Noord meer over Nederland leert dan in een gemiddelde winkelstraat. Die zijn namelijk overal eender.
Zeikijzer
(Gastcolumn door Ab Klaassens)
In de weken voorafgaand aan een reis door Frankrijk sparen mijn vrouw en ik muntgeld van de hogere waarden want dat is zo handig als je moet afrekenen bij de loketten van de tolwegen, les routes peage.
Als wij een ver doel in Duitsland willen bereiken, en daarvoor de Autobahnen kiezen, sparen wij munten van vijftig eurocent. Die heb je namelijk nodig als je een plasje wilt doen in de – meestal – wunderbar schone toiletten van de pleisterplaatsen, de Raststätten, langs de snelwegen.
Wij verzamelen de munten van vijftig in een oude portemonnee en noemen dat ‘ons zeikijzer’.
De meeste toiletten in die Raststätten worden aangelegd en beheerd door de organisatie Sanifair. Als je in de toiletruimte een muntje van vijftig cent in een automaat werpt kun je door een tourniquet en krijg je een bonnetje. Dat bonnetje kun je ter plaatse of een Raststätte verderop inleveren en dan krijg je een korting van vijftig cent op de prijs voor een kop koffie, een broodje, een biertje of wat je maar wilt. Het werkt – meestal - uitstekend.
In de toiletruimten zie je altijd mensen de boel schoon houden, merendeels immigranten. Soms staan zij hulpeloos toe te kijken als toiletbezoekers de tourniquetten passeren – ‘effe duiken’ - zonder een muntje te offeren. Ik heb er een paar keer bij gestaan.