Vurige tong

Het is vandaag op de kop af vijf jaar geleden dat ik de impulsieve gedachten die ik via mijn te vurige tong de wereld in slingerde ging kanaliseren in het weblog stroomopwaarts.

Het eerste lustrum grijp ik aan voor een moment van bezinning. Wat heeft het me gebracht? Twee dingen. U, die een nieuwe kring van virtuele bekenden vormt. En rust.

Veel weblogs sterven een te vroege dood omdat de makers geen rust hebben om dagelijks te schrijven. Ik heb het niet over inspiratie. Die heb ik ook niet altijd. Dan sla ik over. U heeft ook zonder mij een leven. Het heilig vuur van moeten is mij als weblogger vreemd. Ik mag en dat is goed.

Rust? Omdat het kanaliseren van mijn gedachten op virtueel papier mij bedachtzamer en genuanceerder heeft gemaakt. Ik ben minder een flapuit. Geloof ik me, ik kon lomp zijn.

Dat is minder geworden zich ik dagelijks nadenk over hoe ik mijn gedachten netjes kan opschrijven en die niet al tevoren prijs geef. Een journalist bazuint z’n nieuws niet rond voordat hij er zelf mee kan scoren. Dat leidt tot minder aanvaringen, ruzies en crises. Dat geeft rust. Mensen vinden mij tegenwoordig zelfs aardiger.

Kortom, ik adviseer u ook te schrijven. Je wordt beter pruimbaar voor je omgeving. O ja: en doet dan dan met een beetje humor en veel zelfspot. Dat helpt ook.








Vocalies (63)

(Door Marlies)

Venetie, oktober 2008. Ik ga het verhaal nu toch maar es vertellen. Kort geleden nog eens in enige samenhang aan twee vriendinnen verteld, dus nu kan het wel…

Venetië, oktober 2008 dus…. We komen (mijn 2 hartsvriendinnen en ik) per shuttlebus aan op de Piazzale Roma, de enige plek in Venetië waar bussen en auto’s nog mogen komen. Het is een uur of tien ’s avonds. De Vaporetti staken, dus per boot naar ons hotel vlakbij de Rialto-brug is uitgesloten. Het zal weer es niet… We besluiten te lopen en de vriendin die het beste is in kaartlezen wenkt al ongeduldig, ‘hierlangs….’; ik sta nog te hyperen omdat ik zo blij ben er weer te zijn; ik bewaar goeie herinneringen aan Venetië.

Een half uurtje later rollen we ons hotel binnen, meteen gevonden, hetgeen in Venetië een prestatie op zich is: erg verdwalen kun je er niet, maar meteen je doel bereiken is bijna nooit aan de orde. We gooien onze bagage in het ons toegewezen bezemhok en rammelen de trap weer af: het is een mooie, zwoele oktober-avond en veel te vroeg om naar bed te gaan.

We zitten een meter of vijftig van de Rialtobrug af en daar aan het Canal Grande lonken de terrasjes. Langs de zijkant van een restaurant dalen we in de richting van het water. In het restaurant hoor ik gezang en als vanzelf spits ik mijn oren: is dat niet…? Ja het is: ‘Nessun Dorma’ uit Tosca van grote vriend Giacomo Puccini (en Giacomo met het accent op de eerste lettergreep, vrienden van Radio 4, niet ‘sjakòwmow’ zoals ik deze week hoorde).

Ik vertraag mijn pas en luister effe echt: de stem is wat ouder, maar heeft ooit heel mooi kunnen zingen en fors ook. De laatste uithaal krijg ik ook nog in het zicht mee: de man staat, met fototoestel op de buik aan de kop van een lange tafel te zingen. Hij haalt de laatste hoge toon met gratie en er volgt luid applaus. Ik hoor felicitaties in het Duits van de tafelheren en trek daar mijn verkeerde conclusie. De vriendinnen hebben hun pas ook ingehouden, op mij wachtend: als die van Geurts klassieke muziek hoort vertraagt ze nou eenmaal haar pas, dat hoort bij haar, ze zijn geduldig…

Ik land naast hen op het terras, spreek mijn eerste drie Italiaanse woorden van die vakantie (‘tre Spritz prego’) en leg uit dat dat zo-even de grote aria uit Tosca was. De vriendinnen knikken: zal wel…

Als we getoast hebben op de vier mooie dagen die voor ons liggen gaat er naast ons een grote man met fototoestel op de buik zitten. Ik kijk: hé, da’s die man van daarnet. Ik maak mijn volgende fout en spreek hem aan: ‘Sie haben wunderschön gesungen, haben Sie studiert?’.

Hij kijkt terug en zijn ogen schieten vuur: ‘Sono Veneziano, e ho mai studiato, mai!’

Mijn hart slaat over, ik en mijn grote mond ook (en mijn eeuwige behoefte om te koketteren met mijn talenknobbel). De vriendinnen kijken me vragend aan: zij verstaan Duits, maar geen Italiaans, maar merken wel dat hij boos is en niet zo’n beetje ook. Tijdens mijn vertaling aan hen heb ik tijd om te schakelen van Duits, via Nederlands, naar Italiaans: ‘Hij is Veneziaan en geen Duitser en het ergste wat je een Italiaan aan kunt doen is hem uitmaken voor Duitser en hij heeft nooit zang gestudeerd… o, ik en mijn grote mond!’ (zij kennen en accepteren mijn zwakheden).

k wend mij tot en hem en zeg in mijn beste Italiaans: ‘Ik wilde niet onbeleefd zijn, neemt u mij niet kwalijk, ik hoorde Duits spreken en dacht dat u bij het gezelschap hoorde..’ en dan om hem af te leiden van zijn boosheid, ‘dat was toch de grote aria uit Tosca van maestro Puccini, is het niet?’

Hij trapt in de val (mannen!) en bromt ‘si, si, si…’

Ik: ‘ik ken de andere aria, Vissi d’Arte, die heb ik wel eens gezongen…’ en ik hummel de eerste paar maten van het recitatief.

Hij haakt aan, nu helemaal ‘om’ en souffleert de rest van het recitatief. Ik denk, nou vooruit dan maar, ga rechtop zitten en zet wat meer geluid. Met hulp van zijn voorzeggen zing ik de hele aria uit, inclusief snik aan het eind. Hij heeft me ongeveer in de goeie toonsoort voorgezongen en dat betekent dat de hoogste noot een bes is en deze bes komt daar dichtbij, Hij knalt over het water aan de andere kant van het Canal Grande tegen de gevel en schrijft daar voor mij persoonlijk historie: een hoge bes, voluit en gelukt, aan het water in Venetie, in zulk gezelschap, wauw!

Pas als de laatste noot is weggestorven zie ik wat het gevolg van de aria is: op de Rialtobrug staan toeristen stil, de ober staat halverwege het terras met een dienblad vol glazen, aan de overkant van het water applaudisseren er mensen en de vriendinnen zitten perplex en ontroerd in hun stoel. De eerst boze ‘collega’ stromen de tranen over de wangen, hij gooit zijn rieten stoeltje aan de kant en komt met gespreide armen op mij af en terwijl ik nog sta na te sidderen (of u het gelooft of niet: ik doe zoiets hoogst, hoogst zelden) word ik geknuffeld en voel ik zijn tranen tegen mijn wang.

Eeuwige roem is mijn deel, in ieder geval voor zolang de avond duurt: mensen komen me een hand geven en ‘mijn’ Veneziaan is niet meer van mijn zijde weg te slaan. De vriendinnen weten weer eens met wie ze ook al weer op stap waren (een loslippige, lyrsiche, eerste sopraan) -grapje meiden, grapje- en de toon voor de vakantie is gezet: het worden vier perfecte dagen. Bij de herinnering terwijl ik dit typ zit ik nog te glimlachen… dat ik dat durfde….

In het filmpje een opname van Kiri te Kanawa. Vissi d'Arte was al eens eerder onderwerp in deze rubrieken, maar ik wilde u de aria niet onthouden.








Pavlov

Soms vraag ik mij wel eens af wie nou wie in de maling neemt. Zodra ik ’s morgens vroeg of ’s avonds na mijn werk in de eetkamer/keuken komen geven Poes&Broer aan dat ze onmiddellijk willen eten. Zelfs als hun etensbakken nog voldoende gevuld zijn.

Trouw geef ik gehoor aan hun opdracht. Om nog iets van mijn eigen waardigheid te bewaren rammel ik soms alleen met de etensbakjes. Het geluid is voldoende om ze gretig te doen aanvallen.

Het lijkt er op dat zij per se willen dat ik op hun eerste gemiauw onmiddellijk actie onderneem. Het maakt niet uit welke actie, ze willen macht over mij.

Ik daarentegen koester me met de gedachte dat ze zo onderdanig zijn dat ze alleen maar wensen te eten als ik een handeling heb verricht en daarmee impliciet toestemming heb gegeven voor de aanval op de bakken.

Ik weet het niet meer . . . . Ik denk dat ik ze maar eens ga vertellen dat Ivan Pavlov zijn proeven met een hond deed.








Mark

Mark Rutte. Ik heb weinig over hem geschreven in mijn loggend bestaan. Dat betekent dat hij voor mij nauwelijks van betekenis is. Ik zie Mark Rutte vooral als een tussenpaus die een partij leidt die nooit de mijne zal worden zolang ze alles aan de vrije markt willen overlaten. Of beter gezegd: aan de goden willen overleveren.

Ik heb Mark Rutte wel af en toe zien stuntelen. Het maakte mij niet uit. Het kenmerk van een tussenpaus is dat zijn aanwezigheid een pauzeact is. Je kunt er naar kijken, je kunt ondertussen ook een biertje gaan halen. Ik ga altijd een biertje halen.

Vanmorgen schrok ik op toen ik hier en daar las dat Mark Rutte vindt dat de vrijheid van meningsuiting zo ver moet gaan dat mensen de Holocaust mogen ontkennen.

Logisch dat Mark dat zegt. Hij is een liberaal. Rutte vindt mensen die de moord op 6 miljoen joden ontkennen verachtelijk volk. Het gaat hem er alleen maar om dat je het moet kunnen zeggen. Want volgens Mark Rutte moet een mens alles kunnen zeggen. Ik heb hem er niet over gehoord, maar als ik hier de majesteit in verband breng met een zeker beroep dan denk ik dat Mark anders piept.

Toch heeft Rutte gelijk. Een mens moet alles kunnen zeggen. Allerlei joodse organisaties klommen meteen in de hoogste boom. Dat doen ze altijd als hun recht op eeuwig lijden in het gedrang komt. Bovendien, zo las ik, zouden de opmerkingen van Mark Rutte tot Jodenhaat kunnen leiden. Tuurlijk, als zo’n onbeduidende politicus zoiets zegt ga ik onmiddellijk de joden haten. Logisch toch?

Sorry dat ik een beetje cynisch ben, maar ik heb onlangs weer een staaltje meegemaakt. Mijn neef die via een theaterstuk probeert zijn gruwelijke leven als NSB-kind een plek te geven kwam na afloop van een voorstelling in gesprek met een joodse mevrouw. Ze was naar de voorstelling gekomen omdat ze wilde leren. Ze stelde voor dat mijn neef mee zou gaan naar de joodse vrouwenvereniging waar ze lid van is. Hij wilde wel. Zij kreeg bij haar vriendinnen geen poot aan de grond. Integendeel. Ze werd nog net niet met pek overgoten omdat ze naar de voorstelling was geweest.

Terug naar de verdachte zelf, de jonge liberaal. Hij heeft een punt als hij zegt dat je alles moet kunnen zeggen. Maar het voorbeeld dat hij gebruikte was ronduit dom. De spellingscorrector maakt niet voor niks automatisch een hoofdletter H als ik Holocaust tik. Er zijn dingen waar je geen discussiepunt van maakt. De Holocaust staat daarbij met stip bovenaan sinds kort op de hielen gezeten door Mohammed.

Soms kun je beter nadenken over wat je niet hoeft te zeggen dan over wat je moet kunnen zeggen. Als je dat niet begrijpt dan ben je zelfs als tussenpaus geen knip voor de neus waard. Het wordt tijd dat dat jong een verstandige vrouw krijgt.








Schep

De melding repte van een brand op het station in Oss na een treinincident. Vier telefoontjes later (van brandweer naar NS-Zuid naar hoofdkantoor NS naar Prorail) vertelde de mevrouw van Prorail dat het niks bijzonders was.

“We hadden een smeulende dwarsligger,” zei ze.

“Oh,” zei ik, “die hebben wij hier zo veel. Hoe lossen jullie dat op?”

“Een flinke schep zand er over,” lachte de dame.

Ik dankte haar hartelijk voor de tip.








Vrienden

De kruitdampen zijn opgetrokken. Mijn provinciestadje heeft een demonstratie van de Nederlandse Volksunie overleefd. Alle gearresteerden op één na zijn huiswaarts gezonden zoals dat in politiejargon heet.

Ik heb niets van de demonstratie gezien omdat ik zaterdag niet in de stad was. Jammer, want ik had er ongetwijfeld interessante foto’s kunnen maken.

De NVU had de bijeenkomst georganiseerd als protest tegen wat ze het casinokapitalisme noemen. Wij noemen dat de graaicultuur. Ik vind het een bedenkelijk club die NVU. Ze sympathiseren mij wat al te uitbundig met de nazi’s. Omdat ik de indruk heb dat het een marginaal groepje is roept het bij mij vooral een reactie op van: och gut . . . . U zult me wel naïef vinden.

De arrestanten waren geen NVU’ers. Nee, dat waren de tegenstrevers uit links radicale hoek. Die begonnen onmiddellijk te matten bij het zien van de eerste rechts-extremist. Ik begrijp niet dat mensen die zichzelf profileren als tegenstanders van neo-nazi’s zich zo laten gaan met als gevolg dat de aandacht voor de demonstratie nog dagen nasuddert.

Op hun websites doen beide kampen vandaag verslag van hun treffen. Als je dat leest dan begrijp je wie er vrienden maakt bij de politie en wie niet.

Links schrijft:


Rond 13.00 uur die dag verzamelden zich een vijftigtal leden van de fascistische NVU achter het station van 's-Hertogenbosch. Omringd door een cordon van politieagenten - lopend, op de fiets, te paard, in ME-wagens en in intimiderende gevechtskleding. Er waren eveneens vele tientallen agenten in burger actief (zogeheten "stillen") die middels "oortjes" in verbinding stonden met de ME-commandowagen.
Terwijl de fascisten - en als je dit een te zware term vind dan raad ik je aan eens op de NVU-website te gaan kijken en te lezen hoe zij SS-oorlogsmisdadigers verheerlijken, terwijl die fascisten dus volop de gelegenheid kregen onder bescherming van een dikke haag Debiele Eenheid hun spreekkoren te roepen werden de tegendemonstranten ernstig gehinderd in het uiten van hun grondwettelijke vrijheid van mening. Er werden lukraak mensen aangehouden, vaak met zeer grof geweld.


Rechts schrijft:

Onze politiecontact persoon Dhr. Turnhout was een oude bekende te noemen, want al twee keer eerder heeft de NVU met deze contactpersoon samengewerkt in Oss. Nu is de politie een lerende organisatie en tijdens deze demonstratie was goed te zien dat wij de ervaringen en adviezen doorgegeven in het overleg, het politieapparaat verfijnd heeft en dat zij deze omgezet heeft in concrete daden. Het ophalen en begeleiden van en naar de perrons bij aankomst en vertrek van de demonstranten was verruit beter geregeld dan bijvoorbeeld bij de laatste demonstratie in Amersfoort op 21 februari jl.

Ach, oordeelt u zelf.








Brabander

Hoe lang is het geleden dat ik een kerkdienst bijwoonde? Mijn laatste protestantse kerkdienst moet begin negentiger jaren zijn geweest. Daarna was ik incidenteel bij een rooms-katholieke mis als mijn vrouw er een rol vervulde als zangeres.

Gisteravond zong ze met een projectkoor in een kerk in een driestratendorp. Ik begaf mij onder de kerkgangers omdat mij na afloop bij één van de bassen thuis een afterparty was beloofd. En u weet uit de stukken van Vocalies dat bassen rondborstige mensen zijn die niet op spijs en drank beknibbelen.

Ik schoof in de kerk aan in één van de zijbanken. Onopvallend, want ik hoorde er niet bij. Mijn journalistieke leven heeft mij gehard in het lot van buitenstaander dus ik voelde mij niet ongemakkelijk.

De forse kerk was goed gevuld. Om mij heen hoorde ik trouwe kerkgangers mompelen dat dat vooral te danken was aan het projectkoor. Ik had mij voorgenomen mij op mijn gemak te blijven voelen.

Het is waar wat ze zeggen: de meeste kerkgangers zijn grijs. Voor het begin van de eucharistieviering dwaalden mijn gedachten af naar de tijd dat ik zelf nog een rol speelde in kerk. Ik verbaasde me er over dat er nog zoveel mensen wekelijks de gang maken om een uur lang een god te aanbidden.

Op zo’n moment slaat de twijfel in mijn hart toe. Zijn zij gek of ben ik gek omdat ik dat leven de rug heb toegekeerd? De mensen om mij heen leken mij redelijk denkende en aardige mensen. Met veel levenservaring bovendien.

Toen begon het koor en kwamen de pastoor en zijn gevolg van achter de kerk in lopen. In de verte hoorde ik tromgeroffel dat ik even niet kon plaatsen. Tot ik in het kielzog van de voorgangers de het plaatselijke gilde letterlijk binnen zag schuiven. De vaandels hoog.

Ik kon er niks aan doen maar mijn gemoed schoot vol. Dit was het land waarin ik leef. Ik voelde mij zowaar voor het eerst in twintig jaar Brabander.








Vocalies (62)

(Door Marlies)

Er is een nieuwe Vocalies-podcast. Klik hier.



Soms neemt het leven je zodanig mee op de koppen van haar golven dat het ineens donderdagochtend is en je je realiseert: verrek, ik heb nog niks voor zaterdag. Zaterdag is mijn Vocalies-dag moet u weten… dan komt één keer in de 14 dagen de volgende aflevering van Vocalies erop en dan schrijf ik mijn stukkie, dat ook te gast is op Stroomopwaarts.com.

Deze week was zo’n week. Als ik dit schrijf is het donderdagochtend, Hemelvaart, de buurt slaapt nog, mijn onbijtje is op en ik zit te surfen op internet en te dwalen door mijn eigen annalen, want IK HEB NOG NIKS VOOR ZATERDAG!!!!!

Dwalend door de Classical Almanac kom ik de naam van bariton Horst Gunter tegen, geboren in 1913. Verrek denk ik (alweer, sorry…), zou die nog leven? Ik heb hem één keer kort ontmoet, bij zangpedagoog Grietje Oudenampsen (ook stokoud, en dat zeg ik met eerbied…) en toen was-ie al niet meer piep, hoewel nog in uitstekende conditie. Ja, hij leeft nog, voor zover ik dat kan vaststellen, er is niet heel veel over hem te vinden, behalve dan dat hij op 23 mei (en dat is het op het moment dat ik mijn stukkie publiceer) jarig is, hij wordt dan 96, potverdrie.

Er zijn tegenwoordig van die leuke nonsens-theoriën dat je maar ‘drie handen schudden’ van president Obama verwijderd bent. Nou Horst Gunter heb ik ooit de hand geschud in de zangpraktijk van Grietje Oudenampsen en zelfs een kort ademhalingslesje van gehad en die man staat toch maar mooi in de Classical Almanac.

Misschien een mooi gelegenheid om een tipje van de sluier van mijn zang-cv op te lichten. Ik begon al op de lagere school, in het koortje van meester Van der Thiel, had al meteen ambities, maar zijn eigen kinderen zongen ook niet onverdienstelijk en die mochten natuurlijk solo, de man was ook maar een mens. Ik was niet altijd tactisch in mijn verongelijkt zijn over zoveel onrechtvaardigheid. Ik kon het immers beter? Op de middelbare school kwam ik beter uit de verf en mocht ik hier en daar al wat zingen. Een coupletje solo staat nog op een lp (je weet wel kinderen, zo’n grote zwarte vinyl-schijf waar muziek uitkomt als je er een naald op zet en er een box op aansluit…).

Na de middelbare school was het kuiken een eigengereid hennetje geworden en ging ik op kamers wonen. Een objectieve vriend hoorde me zingen en stuurde me naar mijn eerste zangpedagoog, die altijd met één hand in de lucht (omdat-ie dacht mijn volume daarmee tegen te houden) en de andere aan de piano lesgaf. De man zat hopeloos vast in zijn eigen gefrustreerde persoonlijkheid en ik was er na 8 maanden weg en had mijn eerste pedagogen-les geleerd: niet remmen, maar stimuleren.

Ik kwam bij een echte diva (tenminste dat wilde ze zijn). Die remde bepaalt niet, maar zag ook niet toe op een correcte ademhaling. Na een jaar was de stem zo fors behandeld dat ik niet meer zonder meeklinkende lucht kon zingen en in bepaalde regionen kraaien-vals zong. Mijn keuze voor een andere pedagoog viel niet in goeie aarde en da’s zacht uitgedrukt: de hele regio werd opgeroepen mij te boycotten. Ha ha, met als enig gevolg dat ik leerde hoe hard het vak kon zijn, maar er een paar zeer vervullende vriendschappen aan overhield. Als mensen bij je blijven in tijden van crisis weet je wat ze waard zijn en da’s ook een mooie les.

En toen kwam Grietje Oudenampsen, toen al in de zestig. Ze keerde me in een uur binnenstebuiten en kwam hoofdschuddend tot de conclusie dat ze de zoveelste leerling voor zich had die wel materiaal had, maar niet wist hoe de motor om dat geheel te ondersteunen en te sturen bediend moest worden. Ik begon vooraan… een harde les. Onverstoorbaar, de tranen in mijn ogen negerend liet ze me stoppen als ze zag dat ik verkeerd inademde, nog vóórdat ik maar één noot gezongen had. Ik hield vol en jankte naar huis terug, de eerste tien lessen lang.

En toen kwam de ommekeer: de controle kwam terug en ik leerde mijn instrument beheersen. Ik ben nu vijftig en dat is niet te horen. De hoogte is er nog en als ik stem eenmaal in het gareel geschopt heb doe-t-ie nog steeds wat ik wil en weet-ie snaren te beroeren bij toehoorders, waarvan ze zelf dachten dat die niet (meer) beroerbaar waren. De adem-discipline heeft me door veel crises heen gesleept en zal me bij de laatste projecten solo ook nog gaan helpen.

En Horst Gunter, die vandaag 96 wordt heeft daaraan bijgedragen. Hier zijn oefeningetje.
- ga rechtop staan (of zitten)

- leg één hand op uw onderbuik en zet de andere stevig (met gespreide vingers) in uw zij

- haal diep adem en wel zodanig dat u voelt dat uw buikwand en zijwand tegen de binnenkant van uw hand drukt EN HOU ZE DAAR

- zing korte, stotende nootjes (staccato-nootjes noemen wij die een heel ander soort nootjes dan borrelnootjes…) in een loopje van do-re-mi-fa-sol op ha ha ha ha ha en denk daarbij de h weg. Ga niet te hoog of te laag zitten, verder maakt de toonhoogte niet uit.

- na enige training houdt u dat heel lang vol, want als je goed staccato zingt komt er steeds net genoeg lucht binnen (tussen de noten door) om het volgende nootje te kunnen zingen. En die reserve voorraad lucht om het geheel te ondersteunen die hebt u net ingeademd en die HOUD U LAAG!!!


Het traint onder andere het middenrif en dat is een belangrijke spier: als die goed blijft word je heel oud, vraag maar Horst Gunter en Grietje Oudenampsen.








Filteren

We hadden een interessant gesprek, mijn zoon en ik. We spreken elkaar niet vaak maar als we aan de keukentafel zitten en een borrel drinken zijn het goeie momenten.

Hij is half zo oud als ik. Een andere generatie dus maar ik merk dat we toch vaak op dezelfde lijn zitten. Soms vind hij zelfs dezelfde muziek mooi als ik. Ik herken veel dingen van mezelf in hem.

Hij is serieus en denkt veel over de dingen na. Als hij iets onder handen heeft probeert hij zich er zoveel mogelijk in te verdiepen. Niet door middel van zware studies maar door zelf links en rechts informatie te vergaren.

Zo heb ik het eigenlijk ook altijd gedaan. Nou ja, er is wel een verschil. Toen ik zo oud was als hij en kennis wilde verzamelen bestond er nog geen internet. Ik gooide er dus nog wel eens een cursusje tegenaan. Altijd kort want ik hou niet van lange studies. Hij verzamelt veel kennis van internet.

We spraken over de enorme hoeveelheid informatie die er de laatste decennia over ons uitgestort wordt. Voor hem is dat van meet af aan een deel van zijn leven geweest. Voor mij was de personal computer een totaal nieuw blikveld op de wereld.

Mijn zoon zei dat hij had gemerkt dat er veel onvolledige en verkeerde informatie verspreid wordt en dat mensen daardoor volledig op het verkeerde been kunnen worden gezet. Vooral als die verkeerde informatie een eigen leven gaat leiden. Ik kon dat als journalist alleen maar beamen. We kennen allemaal de knipselmappia.

Het grootste probleem, zei hij, was toch vooral om uit die brij datgene te pakken wat van belang is en de rest als ballast overboord te gooien.

We kwamen tot de conclusie dat een mens nog maar één ding hoeft te kunnen om zich staande te kunnen houden: filteren. Maar toen was het al heel laat.








Poes








Piraten

Cowboytje. Wij speelden vroeger altijd cowboytje. De strijd begon al bij de rolverdeling. Je moest er namelijk voor zorgen dat jij niet bij de Indianen werd ingedeeld. Dan was je de klos.

Die verloren namelijk altijd en als je bij de eerste slachoffers zat, dan kon het maar zo gebeuren dat je de hele dag met een touw om je enkels in de schuur van de familie Van Maanen opgesloten zat in plaats van schietend door de brandgangen van onze wijk te trekken.

Wij speelden nooit piraatje. Er waren namelijk geen piraten op televisie dus die waren niet echt. Dat waren sprookjesfiguren. Die speelde je niet. Dat was kinderachtig.

Eén keer was ik piraat. Het was op een Koninginnedag, ergens begin jaren zestig. We liepen met de hele klas mee in de optocht, verkleed als zeerovers.



We lazen wel boeken over piraten, dus daar lag het niet aan. Piraten waren leuk. Ze hadden hoofddoeken op en een lap voor hun oog. En een oorbel. Dat hoorde. Ze roofden goud en diamanten en die verstopten ze dan in grotten bij de zee. Daarna gingen ze rum drinken.

Mooie mannen die piraten. En omdat ze toch niet echt bestonden hoefde je er niet bang voor te zijn.

Totdat een paar jaar geleden opeens schepen werden gekaapt bij Somalië. Er bestonden nondedju wel piraten. Arme zwarte mannen die met gevaar voor eigen leven pakten wat ze pakken konden om voor zichzelf en hun dorp een beter leven te krijgen.

Ze deden dat heel voortvarend want ik heb wel eens gelezen dat er complete dorpen langs de Somalische kust zijn waar iedereen in een Mercedes rijdt. Persoonlijk lijkt mij dan dat die piraten een beetje zijn doorgeslagen in hun hebzucht. Ja, zeg nou zelf. Als je met z’n allen in zo’n klein rotbootje kruipt kun je ook carpoolen.

En nu worden er een paar piraten berecht in Nederland. Het zijn blije guppen. Ze hebben gezegd dat ze het hier fantastisch hebben. Een beter onderkomen dan ze thuis hadden en een toilet op de kamer. Ik geloof zelfs dat er bij zijn die nog nooit een water closet hadden gezien.

Ze willen hier blijven en ze willen zelfs hun familie over laten komen. Piraten met een gezin? Daarmee vallen ze voor mij toch een beetje door de mand.








Droompaar

Het nieuws werd zojuist bekend. De Wegener-kranten maakten er dit van:

Jan Smit en Yolanthe Cabau van Kasbergen zijn uit elkaar. De twee vormden tweeënhalf jaar lang een droompaar, maar nu is het sprookje voorbij. Dat heeft het management van de zanger en de tv-presentatrice/actrice dinsdag bekendgemaakt.

Ik vroeg me af wie er van droomt om een leuke meid of een leuke vent aan de haak te slaan om vervolgens jaren achtervolgd te worden door paparazzi. Wie droomt er van om na ongetwijfeld veel verdrietige gesprekken tot de conclusie te komen dat je die leuke spetter moet laten gaan omdat je toch niet bij elkaar past. Om dat dan vervolgens door het management bekend te laten maken.

Ik niet.








Mama

André is een geluksvogel. Ik weet niet wie hij is, maar er is een vrouw in zijn leven die hem met raad ter zijde staat. Ze zat gisteren in dezelfde treincoupé als ik.

Via de telefoon probeerde ze André te helpen. Ik heb geen idee wat de relatie tussen de twee was. Vermoedelijk broer en zus, want zij had het steeds nadrukkelijk over mama. Ze sprak mama uit zoals deftige Haagse lieden dat doen. Met de nadruk op de laatste lettergreep

André moest begrijpen dat mama bijna nooit negatief is. Integendeel zelfs. Mama is een positief ingesteld mens. Dus als mama zich negatief uitlaat dan is er iets aan de hand.

Desondanks moest André zich er niet te veel door uit het veld laten slaan. Mama zou wel bijdraaien naar verloop van tijd. Waar het toch vooral om ging was dat André zijn gevoel volgde. Dat hij deed wat goed was in zijn ogen.

Ik denk dat André met een niet welgevallige huwelijkskandidaat bij Mama was aangekomen.

Op de terugreis belandde ik achter twee Gooise Meiden.

Ze spraken over een gezamenlijke kennis die ze geen van beide erg hoog hadden zitten. De bekritiseerde dame in kwestie gedroeg zich vreemd en verontschuldigde zich dan door te zeggen dat ze een moeilijke jeugd had gehad.

Belachlijk, zei het ene Gooise Meisje. Wie heeft er nou in Nederland een moeilijke jeugd .

Het andere Gooise Meisje was het daar mee. Een moeilijke jeugd was meer iets voor mensen in arme landen.

Nou ja behalve dan, zei de eerste, als je wordt geslagen door je oudejjjjs.

Ik hoopte stilletjes dat Mama André de roede zou besparen . . .








New York








Vocalies (61)

(Door Marlies)

Vandaag in 1792 werd operahuis La Fenice in Venetië geopend. Dus deze week maar een stukkie over een gebouw, in plaats van over een mens of een opera-premiere. Een van de beroemdste operagebouwen ter wereld trouwens, en mooi! Ik ben erin geweest, dus ik kan het weten . . .

Het was natuurlijk een beetje self-fulfilling prophecy: als je een theater La Fenice noemt, loop je het gevaar dat de feniks zichzelf een keer in de as legt, om er vervolgens uit te herrijzen… Dat gebeurde dus niet één keer, maar meerdere keren.
Maar laten we bij het begin beginnen.

In 1774 brandde het San Benedetto theater, dat meer dan veertig jaar het belangrijkste operatheater van Venetië was, tot de grond toe af. Meteen na de opening van het nieuwe theater kwam er ruzie tussen de eigenaar, de Venier familie, en het bedrijf dat het theater runde. De familie won, en het bedrijf bouwde een eigen operatheater op de Campo San Fantin. In1792 was het theater klaar. Het kreeg de naam La Fenice als herinnering aan het feit dat het bedrijf de slag met de familie Venier had overleefd en het werd ingewijd met een opera van Giovanni Paisiello (I Giochi di Agrigento).

Vanaf het begin van de negentiende eeuw werd La Fenice steeds geliefder in Europa. Rossini liet er twee producties opvoeren, Bellini liet er twee opera’s in première gaan, Donizetti kwam ervoor terug naar Venetië, na een afwezigheid van meer dan zestien jaar.

In december 1836 werd het theater vernield door brand. Het werd spoedig herbouwd naar ontwerp van de broers Meduna. De feniks herrees (strikt genomen voor de eerste keer) uit haar as en La Fenice heropende haar deuren op 26 december 1837.

Giuseppe Verdi's band met La Fenice begon in 1844, met de uitvoering van Ernani. Hij raakte ook in de ban van het theater want in de daarop volgende dertien jaar vonden er de premières plaats van Attila, Rigoletto, La Traviata en Simon Boccanegra.

Tijdens de eerste wereldoorlog was La Fenice gesloten, maar daarna opende het weer om beroemde zangers, zangeressen en dirigenten aan te trekken. In 1930 organiseerde de Biënnale van Venetië er het Eerste Internationale Festival van Hedendaagse Muziek, met componisten als Stravinsky en Britten en meer recentelijk Berio, Nono en Bussotti die speciaal voor La Fenice composities schreven.

Op 29 januari 1996 werd het theater weer vernield door brand. Het had allemaal zo’n vaart niet hoeven lopen, maar voordat je in Venetië met je blusapparaten bij een brand bent, slaan de vlammen bij wijze van spreken al tot aan de hemel. Er zijn een paar steegjes rond La Fenice zo smal dat je in spreidstand de muren links en rechts bijna raakt. Rij daar maar eens iets van een blusapparaat naar toe. Voordat de jongens ter plaatse waren sloegen de vlammen inderdaad tot aan de hemel. Ik heb er foto’s van gezien en je artistieke hart breekt. Dat ze het zo prachtig hebben herbouwd is bijna ongelooflijk.

Opzet, trouwens? Hoe dan ook, in 2001 veroordeelde de rechtbank in Venetië twee electriciens. Enrico Carella en zijn neef Massimiliano Marchetti zouden de brand gesticht hebben, omdat hun bedrijf zware boetes voor achterstanden in het werk te wachten stond. Carella, eigenaar van het bedrijf, kreeg zeven jaar gevangenisstraf en Marchetti zes jaar. De herbouw duurde lang, heel lang, veel te lang.

Toen ik in 2002 in Venetië was stond het gebouw nog in de steigers, bijna klaar, maar we konden er niet in. Op 14 december 2003 gingen de deuren weer open en afgelopen herfst, toen ik met mijn twee vriendinnen in Venetië was konden we er eindelijk in. Een voorstelling bijwonen was ondenkbaar, niet te betalen en allemaal volgeboekt. De vriendinnen namen me, heel lief, mee naar een voorstelling van La Traviata in een van de kerken die Venetië rijk is, ook leuk. En ik probeer altijd, heel kinderachtig even een toon te zingen in de grote zaal van zo’n theater. Er was een repetitie aan de gang, dus dat lukte ook al niet.

Dus ik kon mijn lijstje niet uitbreiden met La Fenice. Inmiddels staan er La Scala, Her Majesty’s Theatre (London), Teatro Pergolesi, het Concertgebouw Amsterdam, Teatro San Carlo in Napels op het lijstje. Let wel: daar heb ik in gewoon even een toon geblerd. Als u dus op mijn cv ziet staan ’zong in het huppekee theater’ dan weet u wat een onzin dat is (dan weet u ook meteen hoe zwaar sommige cv’s van sommige amateurzangers wegen, u hebt het niet van mij…).

Op mijn cv moet trouwens de Rialtobrug in Venetië nog bij het rijtje waar ik gezongen heb, maar daarover bericht ik u ooit in een ander stukkie…(als ik het durf).








Ogen

Ik heb nog een paar jaar in Putten gewerkt als journalist voor een regionaal dagblad. Putten was toen vooral bekend als een diamant aan de biblebelt. En natuurlijk vanwege de honderden mannen die in de oorlog zijn weggevoerd als vergelding voor een aanslag op een Duitse officier.

Nu is Putten vooral bekend als het decor van de Puttense moordzaak. Een opmerkelijke zaak. Twee mannen hebben daar jaren voor in de cel gezeten totdat een rechtbank vaststelde dat ze de daders niet waren. Nu staat een nieuwe verdachte voor de rechter.

De zaak op zich houdt mij niet meer bezig dan gemiddeld elke andere zaak. Maar deze week las ik iets dat mij aan het denken zette. Iets waar ik nog nooit over heb nagedacht.

Die verdachte vertelde dat hij een geheime verhouding had gehad met het slachtoffer. Dat verklaarde waarom er DNA van hem op het lichaam was gevonden. In de krant stond dat iedereen twijfelde aan die verhouding. De man wist namelijk weinig tot niets van de vrouw. Hij wist zelfs de kleur van haar ogen niet.

En dat laatste intrigeerde mij. Ik weet namelijk ook nooit de kleur van iemands ogen. Ik let er niet op. Het is dat ik een paspoort heb waar de kleur van mijn eigen ogen in staat anders zou ik die niet eens weten.

Ik zou makkelijk jarenlang een verhouding kunnen hebben – na ja, makkelijk bij wijze van spreken dan – zonder dat ik zou kunnen zeggen welke kleur ogen de dame in kwestie heeft. Van geen enkele vrouw met wie ik langer of korter heb verkeerd weet ik de kleur van de ogen.

Ben ik onachtzaam? Volgens mij niet, want ik herinner me talloze andere details, situaties en gesprekken. Maar dus niet de kleur van de ogen. Nu ik daar over nadenk is dat natuurlijk belachelijk want de ogen zijn toch de belangrijkste kenmerken. Waarom worden ze anders afgeplakt als iemand anoniem moet blijven.

Het wordt tijd dat ik de mensen eens recht in de ogen ga kijken.








Bayern

Louis van Gaal gaat naar Bayern Munchen. De twee perswoordvoerders van die Beierse club gaan hem beschermen tegen de Duitse boulevardpers.

Jammer. Ik had Van Gaal graag een keer in een volle zaal met Duitse journalisten horen zeggen: sind sie so dumm oder bin ich so schlim . . .?








Ondenkbaar

Opwinding alom. PvdA-voorman Wouter Bos heeft verklaard dat het ondenkbaar is dat zijn partij ooit zal gaan regeren met de PVV van Geert Wilders. Ook Andre Rouvoet van de Christenunie wil nooit met Geert samen in de Treveszaal gezien worden. Per saldo houden nu alleen het CDA en de VVD de deur nog op een kier voor Neerlands grootste populist.

Aanvankelijk was ik ook redelijk euforisch over de uitspraak van Bos. Sterker nog: ik was niet meer teleurgesteld dat de stemwijzer voor het Europese Parlement mij zonder voorbehoud naar het kamp van de PvdA leidde.

Later vroeg ik me oprecht af waarom ik die uitspraak zo bijzonder vond. Het zou toch niet meer dan logisch moeten zijn dat de PvdA zich distantieert van Wilders c.s. en hun gedachtegoed.

Wouter Bos denkt er blijkbaar zelf ook zo over. Hij schreef op zijn weblog een cynisch stukje met veel uitroeptekens over de journalistieke aandacht voor zijn standpunt: Nieuws! Stop de persen! Nieuws! En is het niet ronduit verbijsterend dat de PvdA dit niet wil? Hadden we niet van juist de PvdA mogen verwachten dat ze graag met Geert zouden willen regeren? En nu willen ze niet? Hoe bestaat het! Nieuws! Stop de persen! Nieuws!

Eerst vond ik dat een begrijpelijke reactie. Het is ook belachelijk dat er zoveel aandacht wordt besteed aan iets dat volstrekt logisch is. Maar hoe langer ik er over nadenk hoe meer ik begrijp dat niet iedereen die logica deelt.

Sterker nog: volgens mij moet Wouter Bos vooral niet cynisch doen maar zich afvragen waarom zijn standpunt zoveel nieuwswaarde heeft. Zou het kunnen zijn omdat de indruk is ontstaan dat de PvdA aan het veranderen is? We kijken er met z’n allen helemaal niet vreemd van op dat ook de socialisten standpunten innemen die licht populistische zijn gekruid?

Ik vind de reactie van Wouter Bos te gemakkelijk. Populistisch bijna. Los daarvan vind ik zijn standpunt en dat van Rouvoet moedig. Je moet maar durven om het populairste jongetje van de klas af te wijzen. En ondertussen ook nog eens stelling te nemen tegen de opportunisten van CDA en VVD. Het kan je zomaar een berg zetels kosten.

Als Bos deze principiële opstelling volhoudt ga ik misschien toch de stemwijzer volgen. Tenminste als het politieke “ondenkbaar” toch weer niet voor tweeërlei uitleg vatbaar blijkt te zijn. Helaas is het voor de gemiddelde kiezer te laat als hij daar achter komt.








Apekooien

Nog een kleine anderhalf jaar en dan ben ik 55plusser. Mijn vrouw houdt er niet van als ik al zo vroeg over dergelijke mijlpalen begin. Ze vindt dat ouwelullengezeik. Gelijk heeft ze.

Over anderhalf jaar ben ik dus 55plus. Dan hoor ik opeens bij een gemarkeerde doelgroep. Voor die groep zijn er allerlei extra voorzieningen. Bijvoorbeeld de zomerschool waar je samen met leeftijdgenoten je creativiteit kunt ontwikkelen.

In mijn eigen stad, zo bleek gisteren tijdens de gemeenteraadsvergadering, ontberen we elementaire voorzieningen voor de 55plussers.

In onze stad, zei de mevrouw van de PvdA, ontbreekt het aan recreatiemogelijkheden voor 55plussers. Overal in de openbare ruimte schieten kinderspeelplaatsen als paddenstoelen uit de grond. Maar voor de vitaal grijze medemens is er niks.

Terwijl het toch, aldus de socialiste van ik schat half veertig, voor de 55plussers van levensbelang is om volop te bewegen. Ze had er iets op gevonden. Er moeten jeu de boulesbaantjes komen voor deze doelgroep. Daar zal de ouder wordende medemens topfit blijven.

Jeu de boulen? Dat is voor 70plussers. Apenkooien wil ik. Slingeren van het ene rek naar het andere. Klauteren in bomen, kruipen door ondergrondse buizen. Samen met mijn veel jongere vrouw natuurlijk die niet wil dat ik ouwelullengedrag vertoon.








Gesloten

De nasleep van wat ik de aanslag op Koninginnedag noem, heeft ook voor ons journalistieke bedrijf gevolgen. Veel slachtoffers komen uit Brabant omdat Karst T. dwars door een muziekgezelschap uit Tilburg en omgeving reed. Dus als regionaal medium probeer je hun wel en wee zo goed mogelijk te volgen.

Maar waar anderen in bijzondere situaties de media vaak gebruiken als uitlaatklep of een manier van verwerken, blijven in dit geval alle deuren gesloten. Hermetisch mag ik wel zeggen.

Ik begrijp dat nabestaanden op dit moment wel iets anders aan hun hoofd hebben dan een gesprek met een journalist. Maar opvallend genoeg blijven nu ook in wijdere kring de rijen gesloten. Sterker nog, mensen die aanvankelijk toezegden mee te werken aan een item trokken zich later terug. Alsof er achter de schermen krachten aan het werk waren om publiciteit te blokkeren.

Toevallig kent mijn vrouw de buurman van de mevrouw uit Moergestel die vorige week het achtste dodelijke slachtoffer van de aanslag was. Hij vertelde haar dat hij zich rot was geschrokken van de media. Die lagen voortdurend op de loer en bleven vasthouden ook nadat ze stevig de deur waren gewezen. Er was zelfs grof geld geboden voor verhalen, vertelde hij.

Tja, vasthoudendheid is een eigenschap die in de journalistiek onontbeerlijk is. Ik vind dat je na het eerste nee niet meteen moet opgeven. Mensen kunnen altijd hun mening bijstellen zeker in emotionele omstandigheden. Maar als het echt nee blijft moet je ophouden. Belangrijk is dat je altijd respect blijft tonen voor elkaars standpunt. De meeste journalisten vinden het ook niet leuk om nabestaanden lastig te vallen.

Waarom ze het dan doen? Omdat de meeste mensen zijn geïnteresseerd in die verhalen. En echt niet alleen maar uit sensatiezucht. Zeker niet na wat er op Koninginnedag gebeurde. dat raakte ons land in z'n ziel.

We discussiëren er op de werkvloer veel over. En altijd is er zo’n dubbel gevoel: enerzijds snappen we die mensen wel die ons afhouden, anderzijds zouden zij toch moeten begrijpen dat ze op dit moment het belangrijkste nieuws zijn. Een van de collega’s had een criticaster gevraagd of hij ook niet alles zou willen horen als de slachtoffers uit Drente afkomstig zouden zijn geweest. Dat zou hij inderdaad wel willen. Die snapte daarna ook wel hoe het werkt maar het bleef nee. Het hemd is nader dan de rok. Het blijft een verdomd moeilijke kwestie.








Prikken

Ben ik naief? Onverstandig? Of gewoon dom? Ik begrijp de opwinding over de Mexicaanse griep niet. Vorige week in New York verbaasde ik me al over de hysterie over wat daar nog swine flu heette: varkensgriep.

Op mijn dagelijkse zaprondje langs de grote nieuwszenders zag ik niks anders dan hijgerige presentatoren en moeilijk kijkende deskundologen die mij wilden doen geloven dat het menselijk ras binnen afzienbare tijd uitgestorven zou zijn. Er was geen kruid tegen gewassen.

Na de sars, de meningokokken, de veteranenziekte en weet ik veel wat voor plagen nog meer ben ik vrij sceptisch. Natuurlijk, die ziektes hebben te veel slachtoffers geëist maar een pandemie is uitgebleven. Ons ras bestaat nog en het komt mij voor dat het verkeer meer slachtoffers eist. Sterker nog ik denk zelfs dat de door ons zelf veroorzaakte luchtverontreiniging meer hysterie verdient dan swine flu.

Ik lees nu dat de Gezondheidsraad het ministerie heeft geadviseerd iedereen twee griepprikken te geven. Het gaat hier om een spoedadvies dat op vrijdagmiddag is verstuurd, waarmee nog eens de ernst van de zaak wordt onderstreept. Want waarom zouden ambtenaren anders op vrijdagmiddag overwerken?

Twee griepprikken? Ik moet er niet aan denken. Ik laat fluitend – nou ja, bij wijze van spreken dan want fluiten gaat in dit geval niet – twee kiezen trekken. Als het moet zonder verdoving. Maar spuiten in mijn lijf, daar loop ik hard voor weg. Sterker nog als ik bijvoorbeeld in een film zie dat iemand een naald in z’n donder krijgt draai ik het hoofd om.

Volgens de Gezondheidsraad is het Mexicovirus helemaal niet zo erg, maar het kan muteren en gevaarlijk worden. Er moeten daarom 34 miljoen vaccins aangeschaft worden. Dat kost 150 tot 300 miljoen (ik begrijp niet waarom ze dat niet wat preciezer kunnen schatten) maar het geeft volgens de raad rust en het geeft ons het gevoel dat alles is gedaan om ernstige gezondheidsrisico’s binnen de perken te houden.

Ik vind het veel geld om een volk gerust te stellen dat wereldwijd bekend staat als nuchter.








Vocalies (60)

(Door Marlies)

Klik hier voor een nieuwe Voclies-podcast.

Nou, omdat ik het beloofd had dan, een stukkie over Anne Sofie von Otter. Eerst maar even zakelijk: Anne Sofie von Otter werd geboren in Stockholm; ze is dochter van de diplomaat Göran von Otter. Ze groeide op in Bonn, Londen en Stockholm, waar ze haar zangstudies begon. Aansluitend studeerde ze aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen bij Vera Rosza, in het liedklasje van Geoffrey Parsons en in Wenen ook in het liedklasje van Erik Werba. Parsons en Werba behoren tot ’s werelds beste begeleidende pianisten, geloof maar dat je veel leert als je in zo’n liedklasje mag. Absoluut niet badinerend bedoeld dus, de term liedklasje…

In 1980 begon ze samen te werken met pianist Bengt Forsberg, die sindsdien haar vaste begeleider is. Van 1983 tot 1985 werkte Von Otter aan de opera in Bazel; ze debuteerde als Alcina in de opera Orlando Paladino van Joseph Haydn.
Haar rol van Oktavian (een travestierol) in Der Rosenkavalier van Richard Strauss is op cd (en later op dvd) gezet met ‘onze’ Bernard Haitink als dirigent. Haar wat jongensachtige gestalte en uitstraling maakt haar uitermate geschikt voor travestie-rollen.
De debuten volgen elkaar op: Royal Opera House in Londen, The Met in New York, Berlijn, München, Rome, Milaan….

Op een goeie avond zat ik naar het Glyndebourne Festival te kijken (de BBC verslaat dat uitstekend en ruimt daar gewoon een van de zenders voor in als dat nodig is, kom daar in Nederland maar eens om…) en wie zag ik tot mijn stomme verbazing als sigaarrokende (!) Carmen: juist: Von Otter. Ik viel bijna van mijn stoel. En ze deed het nog geweldig ook.

In Carnegiehal in New York, op 1 mei jl. zong Von Otter, in gezelschap van Daniel Hope, viool, haar ‘maatje’ Bengt Forsberg en cellist Daniel Muller Schott het programma van de cd-opname Theresienstadt (Terezin in het Tsjechisch). Theresienstadt was/is een garnizoensstadje op zo’n 100 kilometer van Praag, in de tweede wereldorrlog door de Duitsers gebruikt om er Joden in de stouwen (een eerbiediger woord kan ik er niet voor vinden). Waar er in het begin 7.000 soldaten in gelegerd waren, vonden de Duitsers het normaal er 50.000 Joden in op te bergen. Het fort fungeerde als doorgangskamp voor Auschwitz en Birkenau.

Mijn echtgenoot, die soms door afwezigheid van voorkennis buitengewoon ‘zuiver’ kan reageren merkte op, toen Anne Sofie opkwam ‘ wat een mooi meisje!’. Ik grinnekte. Von Otter is van 1955 en allang geen ‘meisje’ meer. Toch blijft ze die blonde, jonge uitstraling houden. Dat blonde blijft echter ook tussen haar en het publiek hangen. Ik kan het moeilijk duiden, maar waar ik bij Aznavour, de avond tevoren buitengewoon ge-emtioneerd was, bleef de emotie hier volledig uit. Terwijl de avond een buitengewoon emotioneel thema had: alle componisten waar werk van gezongen of gespeeld werd hadden kortere of langere tijd in Theresienstadt gezeten, waren daar gestorven, of vergast in Auschwitz of Birkenau. Slechts een enkeling overleefde het.

Bij het laatste liedje ‘Wiegala’ van Ilse Weber vertelde Von Otter dat Ilse Weber dat liedje ook nog gezongen had, slechts minuten vóór zijzelf en de haar toevertrouwde kinderen de gaskamers in gingen. Daar zouden bij ieder mens de tranen in de ogen schieten en dat gebeurde niet. Er haakt iets tussen Von Otter en haar publiek. Bij Carmen was dat niet het geval, daar heeft de regisseur waarschijnlijk de juiste snaar weten te raken. Wat is dat toch? Kunt u het mij vertellen? Voor zo’n avond in Carnegiehal had ik iets anders aangetrokken dan de flatjes en de skinny-jeans en het duidelijk-van-vorig-jaar-colbertje dat ze aanhad. En dat schuifspeldje in het haar hielp ook al niet. Ik werd even beticht van sopranennijd, maar ik kan u naar eer en geweten vertellen dat dat geen rol speelde die avond in Carnegiehal. En zelfs als ze zich wat plechtiger had uitgedost (de haar begeleidende heren waren keurig in drie-delig zwart), ik weet niet of het geholpen had. Jammer hoor, want nogmaals: ze zingt prachtig: zuiver, verstaanbaar, er mankeert niks aan, ik heb er groot respect voor. Het is alleen niet organisch, niet echt… en ik denk dat ‘m daar de kneep zit.

In Vocalies 26, die binnenkort op deze website verschijnt, zitten drie liederen van Weber en eentje van Alfred Kraus. Ze komen van de eerder genoemde cd.

En in het filmpje een opname van Carmen








Verrast

Voor mijn bijbaantje bij de Zelfkrant heb ik gisteren twee Tilburgse meiden geïnterviewd. Ze hebben vijf jaar min of meer jacht gemaakt op daklozen en hoeren. Hun munitie bestond uit een voedselpakket en een opschrijfboekje. Ze vroegen de daklozen en de hoeren of ze in dat boekje hun levensverhaal wilden schrijven. Die verhalen zijn nu gebundeld.

Vijf jaar lang struinen door de binnensteden van Nederland leverde niet alleen verhalen van daklozen op (hoeren wilden niet), maar ook avontuurlijke verhalen van de meiden zelf over hun zoektochten.

Uiteindelijk vroeg ik ze of ze nog ergens door verrast waren. Ze moesten er over nadenken. De ene zei dat het haar had verbaasd dat er nauwelijks daklozen zijn te vinden. Ze vroeg zich serieus af hoe groot het daklozenprobleem eigenlijk is als je dagen door een stad moet sleuren om er eentje te vinden. Dat vond ik zelf wel een eye-opener.

De andere was ook iets opgevallen. Namelijk dat er op de Wallen geen hoer te vinden was die Nederlands sprak. Kijk, zo leer je nog eens wat op een doordeweekse donderdagavond.

Zie ook hier.








Vijf

We hebben gisteren uitgebreid buitenshuis gedineerd. Nee, niet om onze vakantie af te sluiten, maar omdat we maandag 5 jaar getrouwd waren. Op 4 mei? Ja, op 4 mei en dat leg ik niet uit.

Het was een perfecte avond en ik keek naar de vrouw van wie ik zoveel hou. Dat zei ik ook tegen haar. Ze heeft me geleerd dat je dat af en toe tegen elkaar moet zeggen, want voor je het weet kan het niet meer.

Ik zei ook tegen haar dat ik niet begreep dat die twee eerdere mannen in haar leven haar zomaar hadden laten gaan.

Ze keek me aan met haar bekende grimlach en zei: “misschien ben jij wel knots . . . “.

Afijn, zo’n huwelijk dus . . .








Ziekte

Het nieuws over de aanslag in Apeldoorn kwam tot ons via één van de vele Amerikaanse nieuwszenders die wij op onze hotelkamer konden ontvangen. In vijftien seconden werd ons duidelijk dat iemand met een auto op de Koninklijke familie was ingereden. Er waren vijf doden gevallen onder het publiek, de Familie zelf was ongedeerd. Het was geen terroristische aanslag en onze koningin had ’s avonds nationwide een toespraak op televisie gehouden. Ondanks de ernst van de zaak moest ik om die laatste, zo nadrukkelijk uitgesproken toevoeging, een beetje grinniken. Nationwide in Holland.

Vijftien seconden. Het viel me nog mee dat er in de eindeloze en bijna hysterische berichtgeving over de swine flu even tijd kon worden ingeruimd voor iets anders. Als ik één ding heb gezien vorige week, dan is het wel dat de Mexicaanse griep leidt tot een diarree aan non-nieuws bij mijn Amerikaanse collega’s.

Later hebben we in één van de New Yorkse kranten meer kunnen lezen over wat er “thuis” was gebeurd. Er stond een grote foto op de voorpagina en er waren twee hele binnenpagina’s aan de aanslag gewijd. Royaltywatcher Peter van der Vorst van RTL Television werd uitgebreid geciteerd. Nou, dan ben je als landgenoot in den vreemde wel bijgepraat.

Onmiddellijk vormde zich in mijn hoofd de discussie die er zou losbarsten in de media: kunnen we Koninginnedag wel zo frivool blijven vieren? En dat het antwoord zal zijn: natuurlijk kan dat, we moeten ons niet laten ringeloren.
Ik moest denken aan de New Yorkers die, zo heb ik her en der gelezen, veel minder getraumatiseerd zijn door de klap van 9/11 dan de rest van de wereld. En zijn wij niet de founding fathers van die veerkrachtige stad? Nou dan . . . .

Mijn gewoonte om bij thuiskomst de kranten op chronologische volgorde te lezen kreeg dit keer wel iets bizars. Met de wetenschap achteraf is het raar te lezen hoe Nederland zich opmaakt voor een vrolijke Koninginnedag. Het is raar om te lezen dat Michiel Zonnevylle, voorzitter van de Bond van Oranjeverenigingen zich een paar dagen voor het nationale feest afvraagt of de beveiliging wel toereikend is voor de grote hoeveelheid prinsen en prinsessen die in de stoet mee gaat.

En het is helemaal bizar om te zien dat verzekeringsmaatschappij Centraal Beheer op Koninginnedag zelf nog een vrolijke paginagrote advertentie plaatst met de slogan Even Apeldoorn bellen.

Aldus de ontwikkelingen tot mij genomen hebben voelde ik een soort news-lag zoals andere mensen misschien een jetlag voelen. Het zal wel een journalistenziekte zijn. Net zoiets als swine flu.








Celebs

We waren de afgelopen week in New York. Een kadootje van mij voor mijn vrouw, die in januari vijftig werd. Ik ben best lief.

Wat kan ik u nog vertellen over een stad waar zoveel over geschreven is? Moet ik u de foto’s laten zien van misschien wel de meest gefotografeerde en gefilmde stad ter wereld? Wat kan ik u meer bieden dan een slap aftreksel van wat gelouterde schrijvers, fotografen en regisseurs maakten?

Mijn persoonlijke indruk? Ik heb de hele week nagedacht over wat mij het meest trof. Nee, niet de wolkenkrabbers, die had ik al zo vaak op plaatjes en op televisie gezien. De drukke avenues kende ik van de film. Wat mij het meeste trof was de enorme verscheidenheid aan mensen. Nog nooit zag ik zoveel soorten en variaties daarop van het menselijk ras op zo’n relatief kleine oppervlakte.

Eén soort heb gemist hoewel ik er echt naar gezocht heb. De celebs. Het barst in New York van de celebs uit de film- en showbizwereld. De gemiddelde New Yorker kan u feilloos vertellen wie waar woont, danwel wie waar gewoond heeft.

Soms dacht ik dat ik een celeb zag. Dan zei ik tegen mijn vrouw: “is dat niet dingetje uit die serie van, ach je weet wel . . .” Maar dan was dat dingetje niet.

Eén keer zag ik een man die beweerde de wederopgestane Jezus te zijn, maar ik vind Jezus geen celeb. Okay, die zat in een musical, maar dat vind ik niet genoeg. Bovendien geloofde ik die man niet. Als Jezus op aarde was teruggekeerd dan had ik dat toch al veel eerder gehoord.

De celebs hebben zich redelijk diep in het woud van glas en stenen teruggetrokken.

Maar ach, wie weet heb ik wel mensen op de foto staan die ooit nog eens een celeb worden. Ik grijp terug op wat New York-kenner Jan Tromp schreef na een bezoek aan een openbare school in Harlem waar alles kansloos was. Miss White het hoofd van de school zei: “Een kind van hier kan president worden. Dat kan. Het kan!”

(Zie ook Vocalies 59).








Vocalies (59)

Misschien heeft u me gemist afgelopen zaterdag, het zou zo maar kunnen (sprak zij hoopvol). Nou dat komt, wij waren in New York. Mijn lief heeft twee jaar lang gespaard om mij mee te kunnen nemen, ter gelegenheid van mijn vijftigste verjaardag (laat ik er maar eens eerlijk over gaan zijn, een van de verworven wijsheden als je vijftig wordt). Wees niet bang, ik ga u niet lastig vallen met vakantie-verhalen. Het gentlemen’s agreement met de hoofdredactie is nog intact: wij vallen onze lezers niet lastig met vakantieverhalen of ze moeten wel heel bijzonder zijn. Dus ik ga u niets vertellen over het weer in New York, over de melting pot die de stad zo sympathiek maakt, over de dure drank, over de heerlijke wandelingen, niets van dat al….

We hadden in het kielzog van deze prachtige week ook drie concerten. Toen ik ze meemaakte, drie heerlijke avonden achter elkaar, dacht ik, ik ga hier een verslagje van schrijven, en ze een beetje met elkaar vergelijken… heb ik toch maar mooi weer een stukkie als ik terug kom. Gaande de weg terug bedacht ik dat ze eigenlijk niet met elkaar te vergelijken zijn en dat ik de drie genres daarmee te kort zou doen. Dus komt het concert dat Anne Sofie von Otter gaf in een ander stukkie misschien aan de beurt en ga ik een van de volgende Vocaliesen openen met muziek uit The Phantom of the opera.

We kwamen terug van een wandeling door de betonnen jungle van New York, bekaf van het lawaai en van alle indrukken die zo’n metropool nou eenmaal afgeeft. We zouden even plat en dan gaan eten… Ik loop op 7th Avenue een poster voorbij en er raakt iets in mijn hart... ik hou mijn pas in, wat me te staan komt op een bijna botsing met een New Yorker (‘sorry ma’am’ mompelt hij en loopt door: de New Yorkers zijn buitengewoon beleefd en leven met de miljoenen toeristen die hun jaarlijks voor de voeten lopen: de toerist heeft altijd gelijk, ook als hij of zij ineens zonder voor jou zichtbare reden de pas inhoudt).

Ik zet een paar passen terug en kom uit bij de poster van concerten van Charles Aznavour. Vier geeft hij er (‘only four concerts’ meldt de poster, ‘maar’ vier, godbetert) in het New York City Center, aan 55th street… Mijn lief heeft inmiddels ook de poster gezien en mijn reactie erop en hij verwoordt mijn vraag: ‘zouden daar nog kaarten van zijn?’ ‘Vast niet...’ meent hij onmiddellijk daarop te moeten constateren (hij is een beetje een sombermans, wat dat soort dingen aangaat). Ik reageer met een oer-brabantse wijsheid: ‘as gut nie vroagt wittut zeker nie…’). Koers naar 55th street dus en aan het loket in mijn keurigste Engels: ‘Might there be tickets for the concert on May 1st?’. Yes there might, yes there are, yes we can!

En dus zitten we 1 mei om acht uur in de bijna volle, enorme zaal van het City Center en gaat het publiek uit zijn dak en ik in tranen als de kleine, altijd al frêle Aznavour het toneel betreedt. ‘We will do the whole routine in French’ deelt hij zijn idolate publiek kort mee, na het eerste nummer dat sizzelt van energie. Ik had mij lief gewaarschuwd: het kan zijn dat de magie weg is, de man wordt in mei vijfentachtig en niet iedereen is nakend objectief ten opzichte van zichzelf en zijn/haar muze.

Angst ongegrond: de magie is er nog, van het eerste tot en met het laatste moment als hij met een bos lelies (getver…) ten afscheid zwaait aan de rand van de coulissen: alles heeft hij in de hand: de uitstekende band, zijn kleindochter in de backing-vocals, een top-begeleidend pianist en accordeonist, het publiek dat joelt en uit zijn hand eet, èn mij, met mijn emotie, die fel oplaait: wat mauw ik nou met mijn ‘kan ik dit nog wel op mijn leeftijd?’ en ‘o, wat maakt de muze van de muziek het mij toch soms moeilijk’. Als je vijfentachtig wordt en nog zo op het toneel staat: twee uur lang alles uit het hoofd in een moordend tempo, wat zal ik dan zeuren. De tranen lopen me over de wangen en ik probeer de afstand tussen mij en het toneel te overbruggen door mij te concentreren en te proberen alles te verstaan. Ik kom er gelouterd uit.
Merci , chère maestro Aznavour!

In het filmpje een live-opname van ‘Emmenez moi’ (neem mij mee). Het komt vrij dicht bij de avond van de eerste mei: hopelijk springt wat zijn energie naar u toe: die armen, die perfecte dictie, dat tempo, dat beheersen van de materie, zonder er rigide in te worden. Waar vakmanschap!





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed