Genau

Onze kroegbaas telde de rekening van een paar Duitse passanten nog eens na. Onder de streep verscheen hetzelfde bedrag als even tevoren. Hij fronste de wenkbrauwen en fluisterde iets tegen een vaste klant. De mannen glimlachten. Het geheim verspreidde zich als bier uit een omgevallen glas.

Voor de derde keer liet de barman zijn pen op en neer gaan over het bierviltje. Tevreden stelde hij vast dat er niks mis was met zijn door jarenlange training sterk ontwikkelde kwabbige rekenmachine.

Hij schoof het bierviltje vol onduidelijke afkortingen en streepjes over de bar in de richting van de Duitse klant die al met zijn portemonnee in de aanslag stond. De handeling werd met troebele pretoogjes gadegeslagen door de mannen die vergroeid waren met hun krukken.

“Es ist genau vierzig-funfundvierzig . . .,” zei de kroegbaas. Daarna liet hij een stilte vallen om die zelf te verbreken met een zeer nadrukkelijk “Bitte . . . .”.

De vaste clientčle had in weken niet zo gelachen.








Vocalies (58)

(Door Marlies)

Er is een nieuwe podcast. Klik hier!


Al eens naar Mamma Appelsap geluisterd? (er komt binnenkort ook een tv-versie van, maar ik ben meer een auditief ingesteld mens…).

Verbijstering wordt mijn deel als ik u niet even uitleg waar ik naar toe wil… Mamma Appelsap is een radioprogramma. Het heeft de geleiding van onze oren naar onze hersens als gimmick. U kent vast wel het fenomeen dat u in buitenlandse teksten ineens Nederlands hoort. Ze zingen een Engels poptekstje, maar u hoorde ineens ‘hebben we nog bloemkolen???’

Dat gebeurt vooral als je niet echt intens luistert, maar ondertussen dat de radio aanstaat iets anders aan het doen bent: de radio als muur van geluid op de achtergrond. Een fenomeen dat mij overigens jammer genoeg vreemd is. Door mijn zangopleiding verpest, kan ik alleen maar luisteren, echt luisteren en ik hoor dan ook altijd alle missers (in klassieke muziek hoor, dat gestamp van pop, daar kan ik ook geen chocola van maken). Echt werken kan ik dus helaas alleen in stilte.

Goed, Mamma Appelsap dus. Een fenomeen dat mensen de tranen over de wangen doet rollen. Ik keek vorige week naar De Wereld Draait Door waar de verzinners van het programma te gast waren vanwege het feit dat het radioprogramma ineens op tv mag en dat is in Hilversum natuurlijk het hoogste dat je als radiomaker kan overkomen (kom ik sarcastisch over? Mooi, dat was de bedoeling).

En een lol dat ze hadden en ik lachte mee, want je verstaat echt ‘hebben we nog bloemkolen???’ terwijl ze iets heel anders zingen en de echte tekst kun je ineens niet meer verstaan. Ik dacht ineens terug aan mijn cursusje Italiaans op het conservatorium, als je voor het eerst kennis maakt met zo’n taal lijkt het op een mitrailleur-vuur van klanken, allemaal staccato afgevuurd. Maar naarmate je erin thuis raakt went het, echt.

En wij maakten van lastig te onthouden zinnetjes ook ezelsbruggetjes: ‘tanti anni’, ook wel gezongen als ‘tant’anni’ (vele jaren) werd ‘tante Annie’ ik zal die regel nooit meer kunnen zingen zonder aan tante Annie te denken (en u maar denken dat zangers aan verheven zaken denken, ben je mal, wij zijn net zo aards als u). Zo zit er in de opera Martha een zin voor de tenor die vaak gezongen wordt als ‘Martha, Martha du bist schwanger…’ hilariteit in de coulissen, maar de zaal verstaat het gewoon (als ze het überhaupt verstaan) als de tekst die op papier staat… Wat zou het leuk zijn een klassieke variant te maken van Mamma Appelsap.

Hebt u suggesties? Niks is te gek, ik lach graag!

Nog even een kort lesje Italiaans:
- c gevolgd door i en e = meestal tschie (juist, die uit hatschie)
- c gevolgd door o, a en u = meestal k
- ch = k, cch = een extra dikke k, alsof je er effe op blijft hangen…
- alle klinkers uitspreken, voorin, schiet ze maar tegen de voortanden, gewoon zoals ze achter elkaar genoteerd staan (dus cioč (namelijk), een lekker moeilijke, wordt tschi-oo-čč.. niet zeuren gewoon oefenen. En uguale wordt oe ghghgh (zachte k) oe aa l č
- s gevolgd door klinker: wordt z
- s gevolgd door medeklinker: hou ‘m scherp!
- r moet ALTIJD rollen (al zijn er regionen in Italie waar-ie niet rolt, maar dat heeft een andere achtergrond). Er zijn maar weinig mensen die niet een rollende ‘r’ kunnen maken (en die wonen allemaal in de Randstad), alleen sommigen moeten langer oefenen dan anderen. Onze taal speelt zich in de breedte en achterin de mondholte af, de Italiaanse voorin. Tongpunt tegen de voortanden en oefenen maar. Ook het heel snel achter elkaar zeggen van de letter d wil wel eens helpen. En pas op, laat u niks wijsmaken door Gooise kakkers: het is meer durven en willen dan kunnen.

- g wordt zachte k als enkel en dubbel gebruikt en gevolgd door a, e, o, u
- g wordt dzj als er een i achter staat
- gl wordt… tsja hoe schrijf ik dat nou op: een dikke l, gevolgd door een j. Laat ik geen g horen, want ik trek u over de vleugel (tekent precies wat voor soort pedagoog ik ben, eentje van het harde soort…). ‘Tagg-li-aa-tel-le’ bestaat niet, ‘taa-lll-jie-aa-tel-le’ wel…
- de Italianen hebben geen w. Je lacht je dood als ze een internetadres willen opgeven, want dan zeggen ze ‘voe voe voe punto vocalies punto enne elle’ (nog grote kans dat ze vocalies ook niet met een s kunnen eindigen, maar er nog een schj-klankje achteraan maken. Ineens stoppen met een woord is hen vreemd. Ik heet daar ook op zijn gunstigst Marrrlieschj. Meestal stel ik me maar voor als Marlisa, dan bezorg ik hen geen uitspraak-problemen, tenslotte ben ik bij hen te gast.

Dit vreemde, fonetische ellende-lijstje beoogt geen volledigheid. Als u leuke, zinvolle aanvullingen hebt, of u betrapt me op fouten, laat het weten.

En hieronder een link naar Mamma Appelsap. Veel plezier.








Jack

Ik heb te doen met Jack de Vries. Jarenlang was hij de getapte gozer van het CDA en nu is hij de Kop van Jut omdat hij er niet in slaagt zonder slag of stoot de JSF door het parlement te jassen. De scheidslijn tussen roem en hoon is flinterdun.

Jack was de man die er in de verkiezingscampagne in slaagde van Jan-Peter Balkenende en zijn stijve christen-democratische vrienden swingende politici te maken. Jack is goed als het gaat om de buitenkant. Jack werd een bekende Nederlander.

“DzjčkdeVries” werd een begrip. Een handelsnaam voor politiek succes. Het bekt ook lekker. U moet het maar eens een paar keer achter elkaar zeggen. Dzjčk Dzjčk Dzjčk, “Hé Dzjčk, wollen Sie ein whiskey?” (dat is de Duitse nasynchronisatie).

Hij was een meester in het verkopen van mannetjes. Hij wist precies wat journalisten wilden horen en dat is belangrijk als die mannetjes politieke mannetjes zijn.

Ik hoorde gisteren die ene van het grotemensen Journaal, u weet wel die ene die zo weggelopen zou kunnen zijn uit het boek Prediker. Ja, precies: Bram Schilham. Die hoorde ik praten over Jack de Vries. Niet over staatssecretaris De Vries. Nee, het was Jack voor en Jack na, maar later wel staatssecretaris Dijksma, terwijl dat nog maar een kind is. En mijn ochtendblad heeft het over het uur van de waarheid voor Jack. Jack is één van de old boys.

Jack kreeg een mooie beloning voor bewezen diensten. Hij werd staatssecretaris van Defensie. Nou is een staatssecretaris natuurlijk niks meer dan een onderknuppel, maar op Defensie ligt dat anders. Daar gaat de staats over hele belangrijke dingen.

Bovendien kan een beetje slimme staats vrij gemakkelijk uit de schaduw van een minister als Eimert Middelkoop treden. Bovendien bekt Eimert niet. Dzjčk, dat is een naam die hoort bij een man van de wereld. Eimert stamt uit een Zuid-Hollandse polder. Hij ruikt naar stal. Dzjčk, niet. Bij Jack denk ik meteen aan D&G.

Jack zal ongetwijfeld verguld zijn geweest met zijn baan. Hij is nog jong en als je eenmaal zover bent gekomen dan is voor de rest van je leven je kostje gekocht.

Maar ja, het gaat allemaal net even anders. De verkiezingscampagne met z’n repeterende retoriek moet het vooral hebben van frivoliteiten en teksten die alleen Jack kan verzinnen: Bos is een draaikont. Journalisten zijn gek op niet alledaagse woorden. Heerlijk, draaikont, draaikont, draaikont.

In het parlement gaat het er heel anders aan toe. Daar komt Jack niet weg met een kwinkslag. Daar verandert niet alles wat hij aanraakt in goud, zoals Balkenende c.s. vermoedelijk hebben gedacht. Ik verdenk JP er namelijk van dat hij de blije gup Jack alleen maar heeft ingehuurd om de JSF door de Kamer te wringen. Als dat niet lukt is Jack van nul en generlei waarde meer. Let op mijn woorden. En daarom heb ik te doen met Jack de Vries.








Tijd noch grens

Ik heb mijn eerste verhaal voor de daklozenkrant ingeleverd. Overigens mag je geen daklozen meer zeggen. Het zijn thuislozen. Met al die opvang- en inloopcentra kan iedereen in principe een dak boven zijn hoofd hebben.

Ik ga hier natuurlijk niet dat verhaal prijsgeven. Stel je voor zeg, dan koopt niemand meer de Zelfkrant. Nee, nu heb ik eindelijk vrijwilligerswerk dat het nuttige met het aangename combineert dan moet ik dat natuurlijk niet gaan verkloten. Misschien plaats ik het wel een keer als de krant al oud is. Ik zal het er eens met de hoofdredacteur over hebben.

Het was fijn om weer gewoon met een kladblokje en een pen op pad te zijn. Om mensen te interviewen en sfeer te beschrijven. Ik heb een verhaal gemaakt over een kunstproject voor thuislozen. Het verhaal draait om een man die al z’n hele leven lang z’n best doet om op de kunstacademie te komen.

Hij vertrouwde me een paar wijsheden toe. Bijvoorbeeld: “Het leven van een kunstenaar kent grens noch tijd”. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of hij dat zelf heeft bedacht. Misschien heeft hij het gelezen in een krant of een tijdschrift waar hij onder schuilde toen het regende.

Het maakt me ook niet uit waar hij het vandaan heeft. Het was een uitspraak waar je een verhaal omheen kunt bouwen. En daar ging het om.








Nieuwe namen

Het wordt tijd voor een paar nieuwe namen. Ik heb werkelijk een paar prachtige exemplaren voor de verzameling toegestuurd gekregen, danwel zelf gelezen.

Werkelijk de allermooiste kreeg ik van een collega van de afdeling marketing. Ze heeft een verhaaltje over mijn verzameling geschreven voor ons personeelsblad. Ze was meteen aangestoken en mailde mij de dag na het interviewtje al deze: echtscheidingsadvocate Marjolijn Cupido. Nou u weer . . .

Zelf stuitte ik in de krant op de naam van de hoogste politiebaas in Ierland. De goede man heet Hugh Orde. Dat is hem maar geraden ook.

Laurent mailde mij een randgevalletje volgens hemzelf. Ik vond hem wel grappig. In het Volkskrant Magazine werd iemand geďnterviewd over de kredietcrisis. Ze heet Carlijn Offergelt.

Een persbericht van het Nederlands Leder en Schoenenmuseum was ondertekend door de pr-medewerkster met de fraaie naam Crisje van Leest. Nee, daar ga ik geen flauwe grappen over maken. Dat doe je niet over namen.

Wat te denken van Nico Droog van een gelijknamige stomerij, die heden tendage natuurlijk Cleaning Service heet. Tandarts Wortel in Leiden doet zijn naam ook eer aan. Of wat denkt u van Freek van de Weg, medewerker van de ANWB/Wegenwacht.

Een man die de laatste tijd veel in het nieuws kwam: Martien Kromwijk van de Rotterdamse woningcorporatie Woonbron. Die had inderdaad nogal wat recht te praten.

Een goede vriendin wees mij op een collega van haar: hoogleraar theologie professor Geest.

Dan hebben we ook nog archeoloog Zandboer. De tuinontwerpster Marianne Tuyn. De saxofoniste Susanne Alt. De heer Van Hengel, voorzitter van roeivereniging AROSS. En tenslotte vishandel Baarssen in Urk. Of op Urk. Wat u wilt.








Uruzgan

Vandaag hebben we drie collega’s uitgezwaaid. Twee programmamakers en een cameraman zijn in het kielzog van een groep militairen uit Oirschot naar Uruzgan vertrokken.

Mijn collega’s maken een documentairereeks over enkele Brabantse militairen. Ze begonnen daar al maanden geleden mee toen de soldaten hoorden dat ze uitgezonden zouden worden naar een oorlogsgebied. Nu gaan mijn collega’s “hun” jongens een paar weken in Afghanistan volgen. De reeks wordt in het najaar uitgezonden

Al maanden staan veel dingen in ons bedrijf in het teken van Uruzgan. De laatste weken is er een klein beetje gediscussieerd over de vraag of het wel verantwoord is om te gaan nu kort geleden een Brabantse militair om het leven kwam nadat Kamp Holland door de Taliban was beschoten.

Voor één van de collega’s was dat reden om zijn plek aan een ander af te staan. Maar de anderen gaan door, ze zijn al zo lang met het project bezig.

Ik heb me afgevraagd wat ik zou doen. 25 jaar geleden zou die vraag niet bij me opgekomen zijn Ik zou blind in elk avontuur zijn gestapt. Nu zou ik voor de eer bedanken. Ik heb tot mijn leedwezen moeten constateren dat de tijd dat ik dergelijk avontuur zocht definitief voorbij is.








Van de zaak

Ik las vanmorgen dat Nederlanders vorig jaar voor 400 miljoen euro privé gebeld hebben met hun mobieltje van de zaak. Dat blijkt uit onderzoek van het Ezwim, dat is een club die bedrijven helpt om de kosten in de hand te houden.

Het is Ezwim opgevallen dat er vooral tijdens vakanties in het buitenland op kosten van de baas wordt gebeld.

400 miljoen. Je kunt je afvragen hoeveel mensen je voor 400 miljoen euro in deze barre tijden aan het werk kunt houden?

Maar dat moet je je niet afvragen, want ik denk dat het verhaal spectaculairder klinkt dan het is. Ik kan mij namelijk niet voorstellen dat wij het enige bedrijf zijn dat z'n medewerkers terecht de rekening presenteert voor privételefoontjes tijdens de vakantie. Maar zover hebben de schrijvers van het nieuwsbericht blijkbaar niet doorgevraagd.

Vorig jaar leidde onze regeling nog tot hilariteit bij onze administratie. Mijn lief had namelijk met de telefoon van mijn baas vanuit Italië naar haar ex-man gebeld. Ze zouden die dag 25 jaar getrouwd zijn geweest. Wij hebben een goede band met de ex, dus ik sta de telefoon graag af voor dergelijke gesprekken.

Thuisgekomen, vroeg de administratie van de omroep gewoontegetrouw of dat buitenlandse gesprek prive of zakelijk was. Bij wijze van curiositeit vertelde ik zelfs wat voor privégesprek dat was. Ik geloof stellig dat ze tot op de dag van vandaag denken dat ik ze in de maling heb genomen.

He, nu ik dit opschrijf bedenk ik me opeens dat de kosten van het gesprek tussen mijn vrouw en haar ex op mijn salaris zijn ingehouden. Hoewel, mijn vrouw kennende heeft ze dat vast toen naar mijn rekening overgeboekt. Zo houden we de geldstromen in de wereld aan de gang.








Vocalies (57)

(Door Marlies)

Nou komt dat effe mooi uit! Deze week ging het in alle media over het You tube orkest, en ik zie net ergens op het internet dat het vandaag 52 jaar geleden is dat dirigent en componist Tan Dun geboren is. Die heeft ook het stuk geschreven en met engelengeduld alle filmpjes met zijn directie voor het stuk ‘ingezwaaid’ .

Ik heb er eentje van bekeken en het is erg grappig hoe hij je bemoedigend vanaf het scherm toelacht en met ware liefde voor het vak kei-exact ‘droogdirigeert’.

Dus maar even een stukkie over Tan Dun en dan een stukkie over het orkest en dan wat linkjes om het zaakje te kunnen bekijken. Afgelopen woensdag hebben derlieden hun maiden-uitvoering gehad in de kleine zaal van Carnegiehall Daar mochten ze dan toch maar mooi naar toe met zijn allen, van over de hele wereld. Ze hebben vast de week van hun leven gehad en rollen vandaag of morgen weer hun thuissituaties in, moe maar voldaan en met een beetje geluk voor eeuwig verslaafd aan de klassieke muziekpraktijk.

Zoekend naar informatie over Tan Dun merk ik dat hij niet op 18 april, maar op 18 augustus geboren is (de sufferds bij Classical Almanac…). Maar de gelegenheid blijft te mooi om te laten liggen, dus we doen gewoon alsof hij op 18 april geboren is goed?

Tan Dun is een Chinees; hij werd geboren in Simao, in de provincie Hunan. Onmetelijk land, dat China, dus een provincie moet er altijd bij… Hij schijnt als kind al gefascineerd door de shimao van zijn dorp (een soort sjamaan vermoed ik…) die allerlei rituelen verrichtte met voorwerpen uit de natuur. Waarschijnlijk is daar zijn liefde voor de combinatie van natuur en muziek begonnen. Het werd hem niet in dank afgenomen, de culturele revolutie van China keek neer op zulke ‘ouderwetse gewoontes’. Dun werd als rijstplanter naar een staatscommune gestuurd.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en als je bij bepaalde persoonlijkheden tegen de stroom in roeit ontwikkelt datgene wat je tegen wil houden zich alleen maar harder (ik spreek uit ervaring). Dus stelde hij zijn eigen muziekgroep samen (het woord orkest is waarschijnlijk een maatje te groot voor het instrumentarium van de groep: potten en pannen en een enkel snaarinstrument).

Een groep rondreizende opera-artiesten nam hem in dienst en van daaruit ging hij studeren aan het conservatorium, bij Toru Takemitsu, die hem sterk beďnvloedde.

In 1985 verhuisde Tan Dun naar New York City en studeerde er compositie Chou Wen-chung, die op zijn beurt weer gestudeerd had bij Edgard Varčse en deze ook had geassisteerd.
Tan Dun gebruikt vaak bijzondere en natuurlijke ‘instrumenten’ in zijn composities: waterschalen, papier en hij is ook zo slim om alle soorten media te gebruiken: video, interacties met zijn publiek. Geen wonder dat hij voor het You tube orkest wel te porren was, echt iets voor hem.

Ik vond het een inspirerend project en het stelde ook gerust: de klassieke muziek is niet dood, ze leeft, over de hele wereld en in alle media.

Ga gerust zelf eens surfen op You tube. Ik sluit een linkje in. U hoort mijn oud-collega Tim Moen van de AVRO op de hem zeer eigen wijze het interview afnemen... Hij mocht mee naar New York, de gelukspoeperd!


Impressie van de avond








Emmaus

De bulletinlezer aan de telefoon.

“Hoe spreek je het uit: eemaus of čmmaus?”

“čmmaus,” ze ik. “Ik zal je uitleggen waar dat vandaan komt . . .”

“Straks. Ik moet nu lezen,” riep ze. Tuut-tuut.

Een half uur later stond ze aan mijn bureau. Ik legde haar uit dat Jezus zich na Zijn opstanding in de buurt van Emmaus bekend heeft gemaakt aan een groepje mensen. Ze waren op weg naar Emmaus en Hij liep een stukje met het groepje op. Later werden ze bekend als de Emmausgangers.

“Ligt dat dan in Duitsland?” vroeg ze.

Collega’s reageerden in koor. Ze moest toch begrijpen dat Jezus nooit een visum voor Duitsland zou hebben gekregen.

Nou ken ik de bulletinlezer als een aardige, intelligente vrouw die bovendien een briljant weblog onderhoudt, dus ik denk dat ze ons in de maling heeft genomen. Bijvoorbeeld door te suggereren dat Jezus in Duitsland gekruisigd moet zijn. Maar daar gaf ze geen blijk van. Dus ik twijfel nu een beetje en dat knaagt . . . . . .








Aleid (2)

Aleid Wolfsen begrijpt het echt niet. Vanmiddag heeft hij zijn excuses aangeboden voor zijn onbezonnen actie om een artikel dat hem niet beviel uit het huis-aan-huisblad Ons Utrecht te weren. Dat siert hem, maar daarna heeft hij toch weer een paar rare gedachten geventileerd.

Bijvoorbeeld dat hij als Kamerlid gewend was zelf met journalisten te communiceren en dat hij nu ontdekt heeft dat hij dat als burgemeester beter aan een communicatietiepje kan overlaten. God bewaar me . . . Hij zou toch deze week geleerd moeten hebben dat je daar niks aan hebt op het moment dat je ze het hardst nodig hebt.

Maar het stomste wat hij zei was dat hij ook maar geen koffie meer drinkt met journalisten omdat dat al verdacht is. Dat is helemaal niet verdacht. Hij had veel beter de afgelopen week een bakkie kunnen doen met de schrijver van het gewraakte artikel. Borreltje er bij en samen zoeken naar een oplossing. In plaats daarvan probeerde hij heel journalistiek Utrecht op te schudden.

Koffie, meneer Wolfsen, is de smeerolie van de Nederlandse journalistiek. Probeer dat nou eens te begrijpen en het leven wordt een stuk makkelijker.








Wolfheze

Vroeger, toen ik nog op de Veluwe woonde, was Wolfheze een begrip. Als je niet helemaal spoorde werd je opgenomen in Wolfheze. En mensen die zich wat afwijkend gedroegen hoorden volgens de goegemeente in Wolfheze. Na jaren was ik er weer eens in de buurt. Vrijwillig. Helemaal geen dorp vol ontspoorden met een groot hek er omheen. Het was er vooral mooi.








Kader

Mijn broer en ik hadden vanmiddag een verhelderend gesprek met de psychologe van mijn vader. 83 is hij nu. Vroeger hadden ouders gesprekken met psychologen van kinderen. Ik blijf het vreemd vinden om in de rol te kruipen die eigenlijk aan ouders is voorbehouden. Je praat over je vader alsof het je kind is. Maar dat is mijn kronkel. De psychologe sprak helemaal niet in die toonaard. Integendeel, ze sprak met respect over mijn vader.

Voor hem is het glas de laatste tijd half leeg in plaats van half vol. De psychologe vroeg of wij wisten wat die uitdrukking betekende. Ik vond het stellen van die vraag een minpuntje. Zijn stemming heeft een naam. Een hele moeilijke naam, waarmee ik u verder niet ga vervelen. Maar dat ding met die naam is er de reden van dat het langzaam maar zeker bergafwaarts met hem zal gaan.

Mijn broer en ik reageerden nuchter. We hadden zelf al gemerkt dat mijn vader achteruit ging. Dat het nu een naam heeft doet daar niks aan af, maar het maakt het makkelijker te begrijpen en te accepteren. Oh, dus daarom doet vader zo. De psychologe zei het mooi: “Nu heeft het een kader”. We snapten meteen wat ze bedoelde.








Aleid

De grootste schrik van elke journalist is de rectificatie. Dan heb ik het niet over de dagelijkse lullige aanvullingen en verbeteringen waarin de Volkskrant grossiert. Nee, dan bedoel ik dat je iets hebt geschreven wat zo bezijden de waarheid is dat je je hele verhaal moet herroepen. Dan duurt het lang voordat je reputatie als journalist hersteld is.

Zulke missers komen niet zo vaak voor. Je moet van hele slechte huize komen als je een verhaal maakt waarvan de essentie helemaal niet klopt.

Burgemeester Aleid Wolfsen van Utrecht meent zo’n slecht verhaal ontdekt te hebben. In het huis-aan-huisblad Ons Utrecht beweert bestuursrechtdeskundige Twan Tak dat Wolfsen 17duizend euro te veel pensionkosten heeft gedeclareerd. De burgemeester en één van zijn voorlichters hebben afgelopen weekend hemel en aarde bewogen de krant waarin dat stuk stond uit de handel te nemen. De hoofdredacteur weigerde dat, maar de uitgever – die uiteindelijk de baas is – boog voor de druk. Er werd een nieuwe oplage gedrukt. Overigens, de gemeente Utrecht zegt dat zij alleen heeft gevraagd het gewraakte artikel uit te stellen.

Wat Wolfsen heeft gedaan is binnen de manier waarop media en overheid in Nederland met elkaar omgaan wel het domste wat hij had kunnen doen. Hij krijgt in het stuk nota bene volop het woord om de stelling van Tak onderuit te halen. Eerlijk gezegd vond ik het verhaal van Wolfsen in Ons Utrecht plausibeler dan dat van Tak. Die kwam niet verder dan dat de wet verkeerd wordt uitgelegd, maar hard bewijs daarvoor heb ik niet gelezen.

De SP in Utrecht wil een spoeddebat. Dat lijkt mij wel het minste. Zo’n debat moet er ook plaatsvinden bij de uitgeverij. Want het is natuurlijk uiterst curieus dat een uitgever Wouter de Heus, een journalist die goed bekend staat en een hoofdredacteur die hem verdedigt als een baksteen laat vallen.

Het is een curieus verhaal. De journalist heeft, voor zover ik het kan lezen, keurig hoor en wederhoor toegepast. Je kunt je afvragen of hij op basis van wat hij had verzameld een verhaal had. De bestuursrechtdeskundige zegt A, Wolfsen zegt B. Ik mis eigenlijk het doorslaggevende argument van het ministerie die de wet heeft gemaakt. Zo bekeken kan ik me voorstellen dat Wolfsen en zijn voorlichter om uitstel hebben gevraagd. Maar de huidige journalistieke tijdgeest duldt geen uitstel. Dat zou zo’n communicatiedeskundige moeten weten.

Alleen daarom is het goed de onderste steen boven te krijgen want het gaat hier om vrijheid van meningsuiting en dat is een belangrijke pijler van onze democratische samenleving. Als het zo is dat de betreffende journalist z’n werk slecht heeft gedaan en daarmee het risico heeft genomen dat hij een bestuurder ten onrechte zou beschadigen, dan moet hij aan de kant gezet worden. Als blijkt dat Wolfsen misbruik heeft maakt van zijn macht en censuur pleegt dan moet hij opstappen. Een burgemeester die dat doet is een gevaar voor de democratie.

Maar eigenlijk denk ik dat de uitgever de meest kwalijke rol heeft gespeeld. Maar ja, weet u wat het is? Uitgevers betalen, dus die bepalen. Die kunnen bij een misstap alleen gestraft worden door adverteerders die zich terugtrekken. En adverteerders hebben een middenstandsmentaliteit. Daar win je geen oorlog voor de persvrijheid mee.








Ooooohhhhh. . .








Dorpsplein

En dan nu het goede nieuws: de burgerjournalistiek is dood en er zijn geen tekenen van een wonderbaarlijke opstanding.

Hoe ik aan die wijsheid kom? Het staat in mijn vakblad “De Journalist”. Kan er een betrouwbaarder medium zijn?

Wat mij betreft heeft burgerjournalistiek nooit bestaan. Ook al wilden gerenommeerde kranten die wilden meeliften op het succes van GeenStijl, ons dat wel doen geloven.

Voor mij waren er altijd twee grootheden. De journalistiek en burgers die – voornamelijk op internet – ongebreideld maar vooral ongecontroleerd hun nieuws de wereld in slingerden. Sommige mensen dachten dat ik tegen die laatste vorm van communicatie was. Niets is minder waar, ik heb me wel altijd verzet tegen het predicaat journalistiek dat er aan gegeven werd.

Journalistiek is namelijk een vak waarbij de beoefenaar feiten checkt en hoor- en wederhoor toepast. En dat doen de meeste burgers niet, sommige journalisten trouwens ook niet.

Het artikel in “De Journalist” is geschreven door Hans Berkhout. Hij is 21 jaar werkzaam als journalist. Dat is nog lang niet zo lang als ik, maar genoeg om deze collega te respecteren. Hij was manager burgerjournalistiek bij de Twentsche Courant. Kijk, dat is dan weer jammer in de ogen van iemand die meent dat die vorm van mijn vak nooit bestaan heeft. Hans was dus in mijn ogen chef lege dozen.

Ze begonnen in Twente in elk gehucht met een website waarop inwoners hun nieuws kwijt konden. Dorpspleinen heette dat. Gemoedelijkheid kent geen tijd. Als ik Hans mag geloven dan stonden de hotemetoten in rotten van drie klaar om die Dorpspleinen te openen. Dat geloof ik meteen. Immers, het volk kreeg z’n forum en wie wil dan niet de poort open zetten?

Een tijdje geleden was het nieuwe er van af. De mensen wilden niet langer lezen dat buurman een scheet had gelaten. Nee, de mensen vonden de krant “het echte werk”. Ze wilden liever informatie die geschreven was door vakmensen. Het nieuwtje van de burgerjournalistiek was er af. De Dorpspleinen zijn nu weer aanvullingen op dat echte werk dat journalistiek heet. Goeie zaak, zou ik zeggen. Het dorpsplein als plek waar het volk elkaar rond de lindeboom de laatste roddels vertelt, wachtend op het moment dat de krantenjongen met de waarheid om de hoek de komt scheuren . . .








Vocalies (56)

(Door Marlies)

Aflevering 23 van de Vocalies-podcast is er. Klik hier!!

Vandaag in 1689 was er de premičre van Dido and Aeneas van Henry Purcell. Ik ben niet zo’n fan van oude opera’s, maar deze heeft mijn hart gestolen. Ik heb er kris-kras doorheen gezongen: ooit in het grote koor, ooit als heks (ja, ja, dat paste goed bij mij, dank u…), ooit de aria van Belinda en de grote aria van Dido ‘When I am laid in earth’ heb ik nogal eens gezongen bij uitvaarten en zelfs een keer tijdens een open dag van een uitvaartcentrum dat door een kennis geopend werd (druk dat het er was, druk... maar dankbaar publiek dat wel. Zou u er zin in hebben op een mooie lentedag een kist te gaan bekijken bij gelegenheid van een open dag in een uitvaartcentrum?, sorry zijspoor…)
In melige buien zong ik trouwens wel eens (hoopvol?) ‘When I get laid in earth’, maar dat ook al weer terzijde…

‘Dido’ is haar tijd vooruit, misschien wel de reden waarom ik zo gek was op de opera. Het is een niet te grote bezetting, niet te gek moeilijk om te spelen voor het orkest. Het duurt maar een goeie vijftig minuten, dus als u het niks vindt is het ook weer zo voorbij. De opera is makkelijk in een moderne zetting te doen, makkelijk in swing en jazz te zetten en ook weer heerlijk om met oude instrumenten in oude toonsoorten uit te voeren (zoals Purcell ‘m bedoeld heeft). Je kunt er dus alle kanten mee op. Trouwens alle muziek van Purcell heeft iets tijdloos, iets wat een eigen stijl en schoonheid heeft.

Dido and Aeneas is historisch te plaatsen.
Aeneas is Troje ontvlucht en komt in Carthago bij koningin Dido. Dido wordt verliefd op hem, eindelijk een man met een visie en een mening, in wie ze een gelijke meent te zien.

De heksen in de buurt hebben een hekel aan Dido en zweren tegen haar samen. Ze laten een storm ontstaan en één heks vermomt zich. Aeneas raakt door de storm van de groep gescheiden en de vermomde heks verzint een excuus om hem weer te laten vertrekken. Aeneas is namelijk een buitengemeen plichtsgetrouw man en als er wat te veroveren of te stichten valt (Rome in dit geval) moet-ie wel, in weerwil van zijn liefde voor Dido.

Hij neemt huilend (jawel een echte man huilt soms…) afscheid van Dido en breekt daarbij haar hart. In de opera drinkt ze vervolgens de gifbeker en sterft (en vlak vóór haar dood zingt ze die prachtige aria). Er zijn ook theorien die zeggen dat ze ‘gewoon’ doodgaat van verdriet

Nog gauw effe iets over Henry Purcell?
Hij werd geboren in Westminster, men denkt in 1659, datum onbekend. Wie zijn vader was? Óf Henry (senior) óf Thomas; die twee waren weer broers en beiden lid van de Chapel Royal (het koninklijk muziekensemble). Eigenlijk was Purcell een van de, zo niet de belangrijkste barokcomponist. Hij schreef kerkmuziek, toneelmuziek, instrumentale werken en liederen en (semi)opera's. Hij werd ook bekend om zijn talent voor het schrijven van Ode’s, waarvan de Ode for St. Cecilia’s Day in deze rubrieken al eens genoemd en beschreven werd.
Op zoek naar gegevens over hem kwam ik ook nog tegen dat hij een groot aantal tamelijk obscene drinkliederen de zogenaamde catches, heeft gecomponeerd. De ergste hiervan schijnt ‘Pox on you’ te zijn met de beroemde winden- en boerpartijen. Dat spreekt mij wel aan, tenminste het wat boertige gedeelte in mij…

Purcell sterft in Londen op 21 november 1695.

In het filmpje Dame Janet Baker die in een bijzonder drakerige enscenering de aria prachtig zingt, zij het wat langzaam. Hulde voor Belinda: het is heel, heel moeilijk als je ‘aan-ge-acteerd’ wordt en je niet terug mag zingen of doen. De regisseur had ook wel eens wat meer aan kunnen reiken: een sofa waar de twee naar toe hadden kunnen strompelen, dit gedoe met die armen werkte erg op mijn lachspieren en het feit dat Belinda máten nadat ze werd aangeroepen pas aan kwam lopen hielp ook al niet… Maar ze zingt wel prachtig die Janet Baker….dat peilloos diepe geluid zou ik graag hebben...



En naar Jessye Norman zit ik ook al met gemengde gevoelens te kijken. Wat een maniertjes, wat langzaam en wat lijkt de muziek ondergeschikt aan de diva in plaats van andersom. Maar een geluid als een klok. Ik merk dat ik het beter vind als ik niet kijk… (ook met die dirigente heb ik dat) probeer het maar eens.








Adept

Zaterdag, eind van de middag. Mijn hoofd was nog vol van de ontdekkingstocht met mijn neef toen ik een mail las van een redactielid van het programma Rondom Tien. Hij had mijn weblog gelezen en vroeg me onmiddellijk te bellen in verband met een uitzending over Geert Wilders, diezelfde avond.

U begrijpt dat als een redactielid van een landelijk Tv-programma mij vraagt onmiddellijk terug te bellen, ik geen moment aarzel.

Ze hadden een acuut probleem. Dat herkende ik. Ze waren een programma aan het produceren met voor- en tegenstanders van Geert Wilders. En nu was een Wilders-adept uitgevallen. De redacteur had mijn website gelezen en nodigde mij uit die opengevallen plaats in te nemen.

“Wacht even,” zei ik. “Je wilt mij op de stoel van een Wildersaanhanger. En dat allemaal op basis van een stuk op mijn weblog.”

“Ja, “ zei de jongeman.

(Dit is het stuk dat hij had gelezen)

De redacteur had duidelijk zijn huiswerk slecht gedaan en ik kon hem alles wijsmaken. Ik kon mij uitgeven voor een Wildersfan en dan in de uitzending een tegengesteld geluid laten horen. 2-1 voor de tegenstanders.

De verleiding was groot. maar dat kon ik niet over mijn hart verkrijgen. Vakbroeders, hoe slordig ook, lieg je niet voor.

“Ik denk dat je je vergist,” zei ik. “Ik ben een tegenstander van Wilders.”

“Dan ga ik gauw verder zoeken,” zei hij. En weg was de razende redacteur alweer. Samen met mijn kans een Bekende Nederlander te worden.








Gered

Mijn neef en ik reden zaterdagmorgen naar het dorp in de Peel waar zijn NSB-vader in september 1944 het leven had gelaten. Mijn neef had een afspraak met een man die naspeuringen doet naar mensen die aan Duitse zijde zijn gesneuveld. Hij zei dat hij nieuwe informatie had over mijn oom.

Aan de keukentafel van de onderzoeker zat ook een heemkundige. Nog voordat de koffie op tafel stond schoof de gastheer een krantenknipsel onder de neus van mijn neef. Hij kon niet wachten zijn buit te tonen. “Ken je dit?” vroeg hij. Het was de overlijdensadvertentie van mijn oom. Mijn neef kende het niet. Hij schoot vol.

“Waar komt die advertentie in hemelsnaam uit?” vroeg mijn neef. Zijn handen trilden. Het was uit Volk en Vaderland, de NSB-krant. De onderzoeker verontschuldigde zich dat hij geen fatsoenlijker bron had.

“Dan zal ik nu vertellen onder welke omstandigheden uw vader is omgekomen,” zei de heemkundeman. “Dat weet ik”, zei mijn neef. Die gebeurtenis is de openingsscčne van zijn monoloog.

Mijn neef vertelde, wat hij ook op het toneel vertelt. Zijn vader was met twee kameraden verweesd achtergebleven in het Peeldorp nadat de Duitsers de aftocht hadden geblazen. Daar dronken de drie Hollandse jongens te veel jenever en schoten ze uit woede over die laffe Duitsers op een verlaten Duitse tank in het veld. Maar in die tank zat nog een bange soldaat die terugschoot. Zo werden mijn oom en zijn twee kameraden gedood door iemand waar ze blind achteraan hadden gelopen.

“Mag ik weten,” vroeg de heemkundeman, “waar u dat verhaal vandaan heeft.” Ik realiseerde me opeens dat ik ook niet wist van wie mijn neef dat verhaal had gehoord.

“Ik heb dat van een medium waar ik terecht kwam na weer eens een dramatische periode in mijn leven,” zei mijn neef met enige schroom. Hij was normaal heel nuchter, zei hij, maar hij was zo onder de indruk van alles wat dat medium over hem wist dat hij dat verhaal voor waar had aangenomen.

De onderzoeker en de heemkundeman keken elkaar lang aan. “Dat is uiterst merkwaardig,” verbrak de heemkundige de stilte. “Wat u vertelt is wel gebeurd, maar op een andere plek en daar was uw vader niet bij betrokken. We weten namelijk heel zeker wie die drie dronken jongens waren.”

De heemkundeman vertelde wat er wel was gebeurd. Mijn oom was, samen met vijf andere mannen met een munitiewagentje van de SS op de vlucht voor een Engelse tankdivisie. In het peeldorp reden ze zich klem. Ze moeten toen beseft hebben wat hun lot zou zijn. Net voordat het munitiewagentje en de mannen aan flarden werden geschoten, waarschuwden ze een paar jonge vrouwen uit het dorp die net uit de kerk kwamen. De vrouwen konden voor de grote klap een schuilkelder in duiken.

“Die feiten liggen allemaal vast,” zei de heemkundeman tegen mijn neef. “Bovendien heb ik het uit de eerste hand. Eén van die vrouwen was mijn moeder. Misschien is het voor u een troost als ik u vertel, dat ondanks zijn oorlogsverleden, uw vader wel het leven van mijn moeder heeft gered.”








Banden

Nadat we de achter- achternichten hadden uitgezwaaid keerden mijn neef ik terug naar de bar van het dorpshuis. Daar raakte ik aan de praat met een dame die een stichting vertegenwoordigt van NSB-kinderen. Zelfhulporganisaties zijn het cement van onze samenleving.

Ik vertelde haar dat ik de dag erna, zaterdag, samen met mijn neef op bezoek zou gaan bij een man die nieuwe informatie over zijn gesneuvelde vader had.

“Ja, ja,” zei de mevrouw, “het leven van NSB-kinderen is soms één lange zoektocht.” Ze gaf me een blaadje en ik las op de voorpagina een verhaal over schrijven als therapie.

Ik vertrouwde haar toe dat mijn neef en ik het plan hebben samen een boek te schrijven over zijn leven. Ik wil al lang een boek schrijven maar ik kan geen romanfiguren uit mijn duim zuigen. Twee vriendinnen die allebei al enkele boeken hebben geschreven, hebben mij de suggestie gedaan het leven van mijn neef als uitgangspunt te nemen. Dat is boeiend en ze denken dat ik dat kan. Mijn neef voelt daar wel voor.

“Niet doen,” zei de mevrouw. “Er zit geen mens te wachten op een boek over NSB-kinderen. Uitgevers worden er mee doodgegooid.”

“Mijn boek wordt anders,” zei ik. Ze maakte een afkeurend gebaar om mijn aspiraties de grond in te boren. Ik vond die mevrouw opeens niet aardig meer.

Op de terugweg vroeg ik mijn zoon, die samen met mij naar de voorstelling was geweest, of hij het gevoel had gehad dat het over zijn familie ging.

Dat had hij niet. Het eerste deel, over mijn oom in de Tweede Wereldoorlog, zei hem weinig. Pas toen mijn neef aan zijn eigen verhaal begon had het hem gegrepen. Hij had op het puntje van zijn stoel gezeten.

“Ja sorry,” zei hij, “ik ben niet zo van familie. Ik lijk op jou.”

Hij heeft gelijk, dacht ik. Jaren geleden wilde ik later stamboomonderzoek doen. Waarom? Misschien omdat ik zo vaak schepen achter mij heb verbrand, maar in mijn hart ergens bij wil horen. Nu is het later en is die onderzoeksdrang weg. De kortstondige opwinding om mensen te ontmoeten met dezelfde stamvader is voldoende. Ik vind het niet meer nodig banden aan te knopen die er niet zijn. Ik ga m’n tijd steken in een boek. Laat dat stichtingsmens gauw de pip krijgen.








Eigenlijk . . . .

. . . . mag je geen grappen maken over drama's als de aardbeving in Italië. Maar toen ik vanmorgen deze kop boven een ANP-bericht zag staan, moest ik even grimlachen en aan Johan Cruyff denken die ooit iets heeft gezegd over voor- en nadelen.


Minder daklozen na aardbeving Italië








Hannes

Nadat ik alle herinneringen had opgehaald die ik met mijn oude buurjongen kon ophalen ging ik naar buiten. Tijd voor een sigaartje.

Daar stond een groep mensen onder wie enkele mooie vrouwen van een jaar of dertig. “Dat is allemaal familie van jou,” zei mijn neef met een knipoog. De meiden waren achter- achternichten. Het speet me dat ik ze nu pas ontmoette. Hij wilde mij voorstellen aan een oudere vrouw die als een mater familias midden in de groep van haar dochters en kleindochters stond. Het was zijn zus, mijn nicht.

“Dit is een volle neef van je,” zei mijn nieuwe neef. “Oh. . . ,” zei ze en ze draaide haar rug naar mij toe. Ze wilde nadrukkelijk geen kennis met mij maken. Later hoorde ik dat ze zich afsluit voor het verleden. Het was al een mirakel, zei mijn neef, dat ze naar zijn voorstelling was gekomen.

De man van mijn nicht en haar dochters kwamen wel naar mij toe. Ze wilden weten wat mijn familienaam was en van wie ik aan vaders kant afstamde.

Tielenaren kun je dan het beste vertellen dat je een kleinzoon bent van Hannes, de melkboer van het Ooi. Dat zette nu ook meteen alles in perspectief. Maar welke zoon van Hannes was dan mijn vader? Oh, die. Nee, die kenden ze niet. In tegenstelling tot zijn broers ging mijn vader niet in het voetspoor van opa met een melkkar langs de deuren.

Ik vroeg ze of ze allemaal nog in Tiel woonden. Dat deden ze. “We wonen allemaal binnen een straal van 500 meter van elkaar,” zei mijn achternicht. “We zijn een hele hechte familie.”

Ik vond het ontroerend dat er in mijn als maar groeiende stamboom een tak is die ik tot voor kort niet kende en die ook nog hecht is. Het zijn de momenten waarop ik mijn moeder mis.








Lonsome ranger

Waar begin je een verhaal over een weekend waarin je een paar hele mooie vrouwen ontmoet die dezelfde stamvader blijken te hebben als jij? Waarin je een oude bekende uit je jeugd ontmoet. Waarin een mevrouw je aspiraties als schrijver probeert te torpederen. Waarin je samen met je nieuwe neef aan het graf van zijn vader staat die in de oorlog aan de verkeerde kant is gesneuveld. Waarin je samen met je nieuwe neef een stuk familiegeschiedenis moet herschrijven en waarin je de verleiding om op de grotemensen-Tv te komen weerstaat omdat je vakbroeders niet wilt voorliegen.

Ik doe het in delen en begin maar gewoon bij het begin.

Mijn nieuwe neef* speelde vrijdag zijn monoloog over zijn leven als NSB-kind in de streek waar wij allebei opgroeiden, de Betuwe. De voorstelling was in een dorpshuis in een klein dorp. Zo’n dorphuis dat is gebouwd volgens een beproefde blauwdruk: een entree, een bar, een kleine zaal en een grote zaal. Een dorpshuis met een gemoedelijke sfeer waar de beheerder en zijn vrouw je door middel van een aardige brief in de hal van harte welkom heten.

De achternaam van de beheerder riep herinneringen op. Het is een naam die je veel hoort. Hij stamt uit Vlaanderen. In mijn kindertijd heb ik veertien jaar naast een familie gewoond met dezelfde naam. De voornaam van de man zei me eerst niet zo veel, maar hoe langer ik naar het papier keek, hoe meer ik mij meende te herinneren dat één van de kinderen van die familie dezelfde voornaam had.

Na afloop van de voorstelling spoedde ik mij richting bar, ik ben nou eenmaal een bartype. Daarachter stond een man die een jaar of tien ouder was dan ik. Hij had een keurig getrimde grijze baard. “Bent u meneer dieendie?” vroeg ik. Dat was hij. “Grappig,” zei ik, “ik heb van eind jaren vijftig tot begin jaren zeventig naast een familie gewoond die dezelfde achternaam had.”

“Heet jij dan De Vries?” vroeg hij. Het was mijn oude buurjongen. Dat ik me hem niet zo goed herinnerde was niet zo verwonderlijk. Hij was inderdaad tien jaar ouder dan ik, en dat is veel in kinderjaren gemeten. Ik was hartsvriend met zijn jongere broer, die een paar jaar ouder was dan ik. Samen met wat andere buurtgenootjes vormden we een hechte club. Die broer was een ruige gast. Hij was de aanvoerder van onze volstrekt onschuldige jeugdbende.

Mijn vriendje was ook degene die al sex had toen wij nog niet eens in vieze boekjes durfden te kijken. Het gevolg was wel dat hij op zijn zeventiende een meisje zwanger maakte, wat hem van held tot schlemiel van de buurt maakte. Wat mij nog haarscherp op het netvlies staat is dat hij, snotneus, vanaf de dag dat hij met toestemming van de Koningin getrouwd was, mijn vader en moeder opeens met de voornaam aansprak.

Het is met mijn jeugdvriend niet zo heel goed gegaan, vertelde zijn broer, de dorpshuisbeheerder. Waar wij, de andere jongens, op een gegeven moment onze cowboypakken en indianentooien voorgoed opborgen op zolder, leeft hij nog steeds als een dolende lonesome ranger.


* Nieuwe bezoekers die de context willen begrijpen adviseer ik eerst dit logje en dit logje te lezen.








Vocalies (55)

(Door Marlies)


Ken u dat nou ook, dat je naar een opera zit te kijken of te luisteren en de hoofdrolspeelster hoort (of ziet) en dat je denkt,,, hč mens, zit nou niet zo te jeremiëren, schop die vent onder z’n k… (als je ze kunt vinden, want sommige hoofdrolspelers zijn ook van die watjes…), neem z’n paard en z’n zwaard en rij weg van al die ellende, op zoek naar betere tijden.

Het zal de lente wel zijn dat ik zo dwarsig ben, maar het levert in ieder geval een stukkie op over de vrouwen met pit die in de klassieke muziek voorkomen. Want ze zijn er, al moet je ze soms met een lampje gaan zoeken. Ik heb een paar, overigens volstrekt willekeurige, voorbeelden voor u.

Verdi hield er wel van, van vrouwen met pit. In meerdere van zijn opera’s zitten ze. Bijvoorbeeld Amneris in Aďda, die stuurt haar geliefde Radames zonder blikken of blozen de dodengrot in als hij niet háár kiest, maar het slavinnetje Aďda. Niet haar? Dan maar niemand! Ze beseft te laat dat ze haar eigen leven ook vernietigt.

En Lady Macbeth, die haar wraakzuchtige gedrag met krankzinnigheid betaalt: op een gegeven moment ziet ze al het bloed van degenen die ze de dood instuurde aan haar handen en ze krijgt het er maar niet afgewassen, nou dan weet je het wel…. einde nabij…

En wat te zeggen van de verdorvenheid in persoon: Salomé. Ze kan Johannes niet zover krijgen dat hij haar op de lippen kust, nou dan hakken we toch gewoon zijn hoofd eraf, dan kan hij niet meer protesteren. Ik zou de rol niet graag zingen, u? Aan het einde van de opera ziet haar vader in hoe verdorven zijn dochter is en laat haar ter dood brengen…

De meest ge-emancipeerde is misschien wel Carmen (voor mij de rol der rollen): liever sterft ze dan zich te geven aan een man die ze verafschuwt.

En oh ja, in de Dreigroschenoper: de moeder die gedurende de opera steeds zatter wordt (heerlijk om te spelen) en de vrouw die de ellende voor de stad met hoorbaar genoegen voorspelt… allemaal veel interessanter dan zitten te simmen over je lot….

In Lied (hier bewust met hoofdletter geschreven) zitten ze ook: in de Liederkreis opus 39 van Robert Schumann zit het lied Die Lorelei: een ridder komt haar tegen in het bos en begeert haar. Ze laat hem lachend dichterbij komen en waarschuwt: als je mij te na komt betaal je het met je leven… Hij trekt zich er niks van aan en moet de prijs betalen: hij zal voor altijd in het bos dwalen waar hij haar tegen komt…

Om te voorkomen dat u allemaal bang van me wordt tot slot geen draak, maar een sterke vrouw:
In ‘Von ewiger Liebe’ van Johannes Brahms twijfelt en klaagt de jongen: zal het wel goed komen met zijn liefje? Tijdens het razend moeilijke tussenspel voor de pianist verandert de toonsoort en komt de vloed aan pianoklanken tot rust en heft het meisje het hoofd: zij weet het zeker:

Unsere Liebe sie trennet sich nicht!
Fest ist der Stahl und das Eisen gar sehr,
Unsere Liebe ist fester noch mehr.

Eisen und Stahl, man schmiedet sie um,
Unsere Liebe, wer wandelt sie um?
Eisen und Stahl, sie können zergehn,
Unsere Liebe muß ewig, ewig bestehn!«

Twee linkjes, in de eerste een felle en tijdloze Hildegard Knef die Weil’s muziek en Brecht’s teksten precies aanvoelt. Seeräuber Jenny



En, begeleid door prachtige schilderijen, ‘Von Ewiger Liebe’ van Johannes Brahms, door Vesselina Kasarova.








Zelfkrant

Eigenlijk moet ik me mijn journalistieke ogen uit mijn kop schamen dat ik zo weinig wist van het fenomeen Zelfkrant. U weet wel, die blaadjes die door daklozen worden verkocht onder aan de roltrap of bij de ingang van het winkelcentrum.

Ik dacht echt dat het prullerige knipseltjes waren en eerlijk gezegd heb ik er nooit eentje gekocht. Ik moet al zoveel lezen.

Tot een bekende van mij een paar weken geleden vertelde dat hij in z’n vrije tijd onbezoldigd hoofdredacteur is van de daklozenkrant in mijn stadsie. Nu heb ik van nature een mateloos respect voor hoofdredacteuren, dus als iemand zo’n hondenbaan voor nada noppes wil doen dan kan hij bij mij al niet meer stuk.

Hij vertelde me dat hij ambities heeft met de krant en op zoek was naar professionals die af en toe een verhaal willen schrijven. Vol enthousiasme vertelde de hoofdredacteur mij welke onderwerpen er de laatste tijd zoal behandeld waren. Ik raakte geďnteresseerd en een paar dagen later lag er een envelop met een stapel Zelfkranten uit verschillende steden op mijn deurmat.

Ik begon te lezen en bleef lezen. Daar stonden verrekte interessante artikelen in. Ook wel wat prullerige dingetjes maar door de bank genomen hoeft een professional zich niet te schamen om er aan mee te werken.

Ik leerde ook dat daklozen de krant eerst zelf moeten kopen en ze vervolgens moeten zien te slijten. De winst mogen ze houden. Eerlijke handel toch? Het is voor mensen die helemaal aan de zelfkant van de maatschappij zijn geraakt een manier om langzaam maar zeker op te krabbelen.

Dat alles bij elkaar vond ik zo boeiend dat ik heb aangeboden om af en toe eens een verhaal te schrijven. Back to basic zal ik maar zeggen. Gewoon op pad als verslaggever en lekker een paar uurtjes achter de computer schrijven. Eerlijk is eerlijk, ik doe het ook voor mezelf. Maar is dat niet de beste drijfveer om er iets moois van te maken?








Afro

Er stonden vandaag interessante artikelen in de krant die de blik op het wereldnieuws verruimden. Bijvoorbeeld over de Afghanistanconferentie en de G20-top. Voorwaar zaken waar het in de wereld om draait. Althans op dit moment. Het leven is vluchtig. Er stond ook een verhaal in over de nieuwe premier van Israël en de Midden-Oostenproblematiek. Het enige onderwerp waar niemand een houdbaarheidsdatum op durft te stansen.

Maar wie echt wil weten hoe de wereld in het algemeen en die paar vierkante kilometer die wij Holland noemen in elkaar steekt adviseer ik het kadertje te lezen op de mediapagina van de Volkskrant van vandaag.

Daar staat dat Omroep C, die meer cultuur wil bij de Publieke Omroep, het vereiste ledental niet gehaald heeft. De multiculturele omroep Zenit en Piep (voor de dieren) bleven ook steken in goede bedoelingen. Wakker Nederland en PowNed (Telegraaf/GeenStijl) daarentegen braken met gemak door het glazen plafond van Hilversum.

En de Afro-omroep SME? Ach, de Afro-omroep wist het nog niet. Die was dinsdag nog volop bezig de ledenadministratie op orde te brengen.








Meer Groningen











Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed