Voetbalwet
“Kijk,’ zei de grote blonde sportredacteur, “wij hebben gisteren met die voetbaldirecteur gebeld en toen ontkende hij in alle toonaarden dat hij zou verkassen naar die andere club.”
Vanmorgen werden de geruchten sterker. “Wij hebben dus vanmorgen weer gebeld,” zei de sportredacteur, “maar alle telefoons waar hij op te bereiken zou kunnen zijn staan uit. We kunnen nu dus officieel melden dat de voetbaldirecteur vertrekt.”
Wij eenvoudige journalisten, die pas weten hoe laat het is als zo'n communicatietiepje zegt een en ander te kunnen bevestigen noch ontkennen, keken verbaasd.
“Meld het nou maar want het is een voetbalwet dat als een sporter of een bobo eerst ontkent en de volgende dag alle telefoons uitzet nieuws als bevestigd kan worden beschouwd,” aldus de sportredacteur.
En zo waren wij al vroeg ingewijd in de wondere wereld van de transfermarkt.
P.S. Rond het middaguur kwam het gelijk:
Algemeen Directeur Mario Captein vertrekt aan het einde van het seizoen bij Helmond Sport. Captein gaat aan de slag bij VVV Venlo, waar hij technisch directeur wordt.Captein begon in 2001 als technisch manager bij Helmond Sport, waar hij in de jaren ’90 ook twee jaar als speler aktief was. Onder leiding van Captein behaalde Helmond Sport 5 keer de na-competitie.
Verdrietig . . .
Is het leuk als er reacties op je stukjes komen? Tuurlijk is dat leuk. Maar als er geen reacties komen lig ik er niet van wakker. Mijn grootste vreugde is het schrijven zelf. En dat ze gelezen worden natuurlijk. Wat mensen er van vinden hoor ik graag, maar het is niet mijn doel.
Soms schrijf ik best discutabele stukjes, maar dit is niet echt een discussieweblog dus dat er maar drie mensen iets vinden van wat ik over pedofielen vind verbaast me niet. En dat er ook maar drie mensen zijn die reageren op een stukje over zoiets actueels als bonussen, ach het is al heel wat.
Maar dat er nondeju wel zeven reacties komen op een lulverhaaltje over een schijthuis voor twee katten, daar kan ik met de pet niet bij.
Het is ook in de journalistiek een tendens dat het volk (lees: de reaguurders) jolijt wil en geen zware stukken. Liever een verhaal over zielige dieren, moord en doodslag en overspelige BN’ers dan een mening over maatschappelijke thema’s.
Dat geldt blijkbaar ook voor mijn weblog. U heeft mij weer eens op mijn plaats gewezen. Ik ben niet boos, alleen verdrietig . . . . . .
Groningen

Vocalies (55)
(Door Marlies)
Eén dag eerder dan anders, want ik ga lekker even uitwaaien in Groningen! En dus staat podcast 22 er ook vandaag al op! Klik hier.
Ach wat heb ik zitten smullen, kort maar hevig bij ‘De wereld draait door’ van de week. De ‘New Trombone Collective’ trad er op. De fine fleur aan trombonisten uit de Nederlandse Orkesten stond er op een rijtje en speelde de sterren van de hemel. Van mij had het langer mogen duren dan de dik anderhalve minuut. Ik wist niet eens dat er zoveel goeie vak-trombonisten woonden in Nederland. Als het over grote solisten gaat heeft iedereen het altijd over zangers (tuurlijk!), violisten, pianisten, dirigenten… Kunt u me drie namen geven van toptrombonisten, trompetters, saxofonisten (en dan niet in de jazz of de Duitse schlagermuziek hè, nee in de klassieke muziek)?
Ik ken één saxofonist, Brandon Marsalis en nu één trombonist, Jurgen van Rijen. Dan houdt het gauw op. Typisch eigenlijk want hier beneden de rivieren, langs de oostgrens met Duitsland en in België en de Duits-sprekende landen is blaasmuziek een hot item. Er is een hele cultuur in, iedereen heeft wel een neefje of een buurman, of een kind dat een trompetje, een Flügelhorn, een klarinet of dwarsfluit bespeelt. Overigens lijkt koper populairder dan hout, zal wel komen omdat het blinkt.
Op het conservatorium waren de blazers met afstand de gezelligste lui. Ze werden met de nek aangekeken door de meisjes uit gegoede families die ‘fjool’ speelden, door de meeste zangers (ik wist wel beter) en door de pianisten en schoolmusici. Ze trokken zich er overigens weinig tot niks van aan, gingen kalm hun gang en ontkrachtten vrolijk de stelling dat blazers door hun techniek langer leven door een flink aantal potten bier per dag te nuttigen.
De techniek van het blazen, beste lezer, komt namelijk een heel eind overeen met de techniek van de zang: je plat inademend je middenrif af en geeft daardoor de grote ader die erdoorheen loopt naar je hart de ruimte, zodat die lekker getraind blijft en zijn functie verderop van kransslagader lekker kan vervullen. Je middenrifspier is de grootste spier die je hebt in je lijf, dus als die goed getraind is, heb je daar ook weer voordelen van. Maar ja, zoals gezegd: zangers en blazers zijn in de regel zuipers, dus doen het voordeel weer teniet door het nuttigen van alcohol (Wein, Weib und Gesang za’k maar zeggen).
Dit stukje is dus bedoeld om een lans te breken voor de blazers onder ons. Op een op zich vocaal ingerichte website ook wel weer bijzonder vindt u niet?
Ik heb er veel onder verkeerd, onder blazers en er altijd veel plezier mee gehad. Het is nogal vierkantig volk als u begrijpt wat ik bedoel: rechttoe, rechtaan, niet lullen maar poetsen. Ze zeggen de vreselijkste dingen in je gezicht (‘witte gij al dagge nie knap bent?’ , om maar eens een voorbeeld te noemen…), maar ze verdragen goedmoedig dat je ze lik op stuk geeft (‘as wij es trouwe dan? We passen prima bij elkaar…’). Je moet ze in de regel uit de kroeg gaan plukken, maar ze weten je te raken met boterzacht, zuiver en fluweel koperspel, ze pakken mee aan en ze zijn gul (tenminste zolang je niet aan de verenigingskas komt). Ik heb heel wat concerten met blazers mogen presenteren en heb er altijd het grootst mogelijk plezier gehad en goeie vrienden gemaakt. En ik ben er met beide benen mee op de grond gebleven.
Daarom in het filmpje het nummer bloasmuziek van Gé Reinders, als ode. En u spant zich maar es in om het Limburgs te verstaan, lieve talrijke lezers van boven de grote rivieren, het is een mooi dialect, dat zich uitstekend laat zingen.
Buitenpoepers
Mijn vrouw zegt altijd: katten zijn het beste alternatief voor een hond. Ik hou meer van katten. Je hebt er bijna geen omkijken naar en ze laten mijn aangeboren neiging tot onderdanigheid tot volle wasdom komen.
Ik ben deze week vrij. Het dakterras moet opgeknapt worden en dat is een hele klus. De afgelopen drie dagen heb ik alle ouwe troep naar de stort gebracht. Vandaag ga ik samen met mijn zonen het nieuwe terras leggen.
Op ons terras staat een kattenbak. Onze katten zijn namelijk buitenpoepers. Lekker met de kattenkont in de wind. Da’s fijn want dan hebben we binnen geen luchtjes.
In zo’n kattenbak zit grit. Dat gaat nogal klonteren als het regent. En dat is heel irritant voor katten want dan kunnen ze hun drollen niet lekker onderploegen. Daarom heb ik voor P&B een geheel nieuw schijthuis gemaakt. Zo heet dat hoor . . .
Ze maken er dankbaar gebruik van. Toen ik vanmorgen de eerste drol uit de bak schepte kreeg ik het gevoel dat iemand moet hebben als hij z’n eerste kievitsei vindt. Ach, een mens moet in in zo’n week van louter dommekracht toch ergens z’n geluk uit halen.

Koffiejuffrouw
Wat mij betreft mag de scalpel in elke pedofiel. Het is hard, ik weet het, maar ik ken geen genade voor volwassenen die met hun worstvingertjes aan kinderen zitten. Natuurlijk zijn er verklaringen, nuances en verzachtende omstandigheden maar als het om pedofielen gaat blokkeert mijn denken.
Minstens zo erg vind ik Yvonne van Hertum die vanmorgen in mijn ochtendkrant pedojaagster wordt genoemd. Zij publiceerde een lijst met persoonlijke gegevens van pedofielen. Toen dat verboden werd verhuisde ze die site naar Amerika en linkte hem op haar eigen site. De rechter heeft dat nu verboden.
Ze vertelde de rechter dat ze die link niet weg kan halen omdat ze niet weet wie de server beheert. Uit het verhaal blijkt dat deze mevrouw uit haar nek lult. De schrijfster van het stuk legt dat haarfijn bloot. Mevrouw Van Hertum pleegde namelijk in het bijzijn van journalisten een telefoontje waaruit bleek dat ze wel degelijk weet bij wie ze moet zijn om de link te verwijderen.
Ondanks mijn aversie tegen pedofielen vind ik het minstens zo erg wat die pedojaagster doet. Ik heb in mijn journalistieke loopbaan diverse keren meegemaakt wat er gebeurt als adresgegevens van pedofielen openbaar worden. Dat leidt tot middeleeuwse volksgerichten aangevoerd door types die nauwelijks het verstand te boven zijn van de kinderen die ze willen beschermen. Wat er dan gebeurt gaat alle beschaving voorbij.
Mevrouw wil nu dat heel Nederland die link op weblogs zet zodat we allemaal schuldig zijn. Mag ik een oproep doen om dat verzoek te negeren.
Pedofielen mogen wat mij betreft zwaar gestraft of behandeld worden, maar dan wel op basis van wettelijke en juridische maatregelen die op democratische wijze tot stand zijn gekomen en niet door de Yvonnes van Hertum van deze maatschappij.
Die mevrouw, zo blijkt uit het artikel, is sowieso niet zo heel goed onderlegd. Ze maakte een cruciale denkfout toen ze fulmineerde “dat de kantinejuffrouw van Feyenoord toch ook niet verantwoordelijk is voor een slechte voetbalwedstrijd?”
Was het niet de grote Co Adriaanse (de nieuwste messias van mijn dolende voetbalclub) die bij Willem II de koffiejuffrouw ontsloeg omdat zij niet bijdroeg aan het topsportklimaat?
Meneer, de rechter: mevrouw is wel degelijk verantwoordelijk. Goed dat u die link van haar site laat verwijderen. En wilt u dan nu eens nadenken hoe onze maatschappij op een fatsoenlijker manier tegen pedofielen kan worden beschermd.
Phileine
Phileine begon er mee. Phileine zei als eerste zo nadrukkelijk sorry dat er een film over haar werd gemaakt. Velen volgden haar. Er ontstond zelfs een nieuw woord: sorry-cultuur. Sorry zeggen raakte daardoor onderhevig aan devaluatie.
Twee weken geleden was er opeens weer een sorry die klonk als een klok. Het sorry van Floris Deckers, topman van Van Lanschot-bankiers. Hij zei sorry omdat hij zijn vinger niet had opgestoken toen hij merkte dat banken bezig waren zichzelf en ons op te blazen. Het was een sorry met mitsen en maren. Deckers had niet zelf aan de ratrace meegedaan, nee hij had het alleen maar zien gebeuren en niks gedaan.
Typische Bosschenaar/Brabander: juicht met de handen in de zakken zodat hij altijd nog terug kan.
Vandaag las ik dat Martien Kromwijk van de Rotterdamse woningcorporatie Woonbron (is dat geen naam voor mijn lijst?) sorry heeft gezegd voor de fouten die zijn gemaakt bij de renovatie van het schip ss Rotterdam. Dat is typisch een sorry waar Ella Vogelaar van zal denken: dat had je eerder moeten doen lul (ze mag nu als ambteloos burger weer in dat soort termen denken).
Sorry, sorry, sorry. Je telt niet meer mee als je niet een keer flink sorry zegt. Ik zou wel willen maar weet niet waar te beginnen. Het is nogal een waslijst. Sorry ex-vrouw dat ik met je trouwde. Sorry kinderen dat ik zelf nog maar een kind was toen ik jullie verwekte. Sorry ouders dat ik veel te weinig aandacht aan jullie heb besteed. Sorry collega’s voor mijn ongeduld.
Ziet u wel, als je eenmaal begint . . . . Ik denk dat ik het maar gewoon op z’n Brabants in één keer afkoop: sorry dat ik besta.
Chaam


De bonus
Ik heb er eens over nagedacht, maar ik ben niet tegen bonussen. Ik besef dat ik mijzelf daarmee tot een outcast maak. Want behalve een paar bancaire graaiers is iedereen in Nederland tegen bonussen.
Omdat ik een mens ben van mitsen en maren plaats ik wel een paar kanttekeningen bij mijn eigen mening. Ik ben niet tegen bonussen die worden gegeven aan mensen die een uitzonderlijke prestatie hebben verricht waar anderen ook de vruchten van plukken. Als een ING-directeur er in slaagt om binnen een jaar een winstgevende bank te maken waar de maatschappij beter van wordt, dan mag hij van mij een miljoen op zijn eigen rekening gestort krijgen.
Ik vind het extra belonen van mensen die een meerwaarde hebben geen verwerpelijk mechanisme. Ik geloof namelijk niet in absolute gelijkheid.
Waar ik wel moeite mee heb is dat mensen een bonus krijgen nog voordat ze iets hebben gepresteerd. Sterker nog: zelfs mensen die al een bepaalde prestatie hebben geleverd moeten wat bij betreft in een nieuwe rol van voor af aan beginnen.
Voetbal is daar een mooi voorbeeld van. Hoeveel jongens worden niet voor exorbitante bedragen ingehuurd omdat ze bij die ene club zo lekker balden en die vervolgens bij de nieuwe club nog geen deuk in een pakje boter schoppen. Ik zeg altijd maar: eerst wil ik goalen zien en dan gaan we het eens over bonussen hebben. Denk even aan Nordin Amrabat
Helaas zit de wereld zo niet meer in elkaar. Mensen krijgen tegenwoordig al een vet contract nog voordat ze zelf een cent verdiend hebben voor de baas. En zelfs – in het geval van ING - worden de bonussen toch uitgekeerd ondanks dat het doel niet is gehaald. Het was nou eenmaal afgesproken.
Ik verbaas me wel over de mensen die nu roepen dat die ING’ers vrijwillig van hun bonussen moeten afzien. Dat vind ik nogal naïef gedacht. Elke psycholoog van de kouwe grond kan uitleggen dat mensen zichzelf geen brevet van onvermogen geven. Laat staan dat ze hun lease-BMW inleveren. De buurman mocht eens denken . . .
Maar moet je mensen die de zaak zo verkloten hun douceurtje geven? Dat lijkt mij niet. Daar had grootaandeelhouder de Nederlandse Staat een stokje voor moeten steken. Je kunt het de minister van financiën kwalijk nemen dat hij dat niet heeft gedaan. In plaats daarvan gaat hij bij nieuwe geldinjecties uit uw en mijn portemonnee strengere voorwaarden stellen.
Het komt mij voor dat het netwerk en dus de blik op de wereld van de heer Bos steeds kleiner wordt. Ik zou zeggen: hij mag alleen blijven als zijn partij bij de volgende verkiezingen met minstens tien zetels groeit. Fair toch?
Vocalies (54)
(Door Marlies)
Vandaag in 1839 zou Modest Moussorgsky geboren zijn. Ik zat laatst in de auto en hoorde collega (!) Ernst Daniel Smid enthousiaste verhalen over hem vertellen. Ik durf hier wel te zeggen dat Daan en ik qua presentatie erg op één lijn zitten. Hij houdt ook van no-nonsense presentatie en hij heeft altijd van die mooie verhalen… Hij had een verhaal over de autodidact Modest Moussorgsky. Ik ken niet zoveel van die Russische componisten, maar door Daan’s verhalen ben ik er wat dichterbij gekomen en besloot ik er ook eens een stukje over te schrijven. Vooral omdat Modest, als hij zich niet doodgezopen had (excusez le mot) vandaag 170 jaar zou zijn geworden. In werkelijkheid stierf hij, verlopen, verzopen en eenzaam al in 1881.
Modest werd geboren in Karevo, 400 kilometer van Petersburg (in Russische afstanden gemeten ‘vlakbij’ Sint Petersburg). Hij kreeg pianolessen van zijn moeder, die gekend pianiste was. Op zijn twaalfde al levert hij een zelf gecomponeerd werk af, een polka. Het lag in de lijn van de familietradities dat hij militair zou worden en daartoe vervoegde hij zich op zijn dertiende bij de militaire academie in Sint Petersburg. Een harde en ruwe leerschool; het is zeer waarschijnlijk dat zijn alcoholisme daar is begonnen . . . Door zijn pianospel was hij populair bij de kadetten: hij kon zo leuk dansen spelen, die hij dan aanvulde met eigen improvisaties.
In 1856 komt Moussorgsky van de Militaire academie en gaat bij het Preobrazhensky Regiment (vraag me niet het uit te spreken). In hetzelfde jaar komt Modest Alexander Borodin tegen, die in hetzelfde militaire hospitaal werkt. Ze worden vrienden. Diezelfde winter nog raakt Modest bevriend met Alexander Dargomyzhsky; hij gaat daar pianospelen op soirees en zijn ‘echte’ muzikale leven begint daar, zo zou hij zelf later zeggen.
In 1858 verlaat hij de dienst om zich geheel aan de muziek te kunnen wijden. Zijn verhouding met het leger blijft er een van haat-liefde, net als zijn verhouding met de andere Russische compnisten. Hij wordt er steeds bitterder van en distantieert zich tenslotte helemaal van de collega’s.
Zijn bekendste (en ik vind mooiste) werk is de opera Boris Godunov (hij schrijft deze opera al op zijn 29ste, vroeg, voor zo’n volwassen werk…). In deze annalen gaat het over die opera nogal eens, merk ik nu. Er zitten prachtige bas-aria’s in en bijgevolg een prachtige hoofdrol voor een bas. Dat komt in opera niet heel vaak voor, meestal zijn het die kleine schreeuwerds van tenoren die de boventoon voeren…
En ‘Nacht op de kale berg’ is ook van Moussorgsky en ‘Schilderijen van een tentoonstelling’, ooit zo treffend gebruikt door ‘popgroep’ Emerson, Lake and Palmer. Veel van zijn werk is overigens door andere ge-orkestreerd, of afgemaakt. Later werden ook weer ‘eigen’ partituren gevonden en die worden nu weer meer gebruikt.
Vanaf 1881 gaat het sterk bergafwaarts. Hij vindt tenslotte een kamer in een hospitaal en even lijkt hij op te knappen, maar dat was slechts de buitenkant.
De bekende schilder Ilja Repin schildert hem rond zijn 42ste verjaardag. Een onthutsend portret, als je het ziet weet je: het gaat niet goed met die man. Kort na zijn 42ste verjaardag sterft hij dan ook.
In het filmpje een Disney-impressie van ‘Night on bold mountain’, geweldig!
Street View
Street View heet het nieuwste speeltje van Google. Je kunt nu met de camera inzoomen in bepaalde Nederlandse straten. Nederland is er rijp voor vinden ze bij Google. Er is mij blijkbaar iets ontgaan.
Ik ken ons als een volk voor wie het voorjaar vooral het sein is om op de vrije zaterdag op de erfscheiding hoge schuttingen op te trekken die wij alleen maar even open zetten als wij met een emmer zeepsop rond onze auto lopen zodat de buren onze weelde kunnen zien.
Hoeveel straten kent ons land? Duizenden? Tienduizenden? Honderdduizenden? En waar is de camera geweest? Lees even mee wat het ANP er over schreef:
Van de steden waar Street View nu beschikbaar is, is ook niet
alles in kaart gebracht. Zo zijn de Wallen in Amsterdam niet 100
procent gedekt. ,,Simpelweg, omdat niet alles toegankelijk was voor
de auto'', aldus de woordvoerder. De rosse buurt in Groningen werd
wel gefotografeerd. ,,Maar het was 's ochtends vroeg, dus er staan
niet veel mensen op.'' Toch staan er her en der schaars geklede
dames op de foto. ,,Zij zijn ook onherkenbaar gemaakt.''
Ik vroeg me af of je op de Wallen sowieso wel eens honderd procent dekking hebt, maar dat terzijde. Wat ik me meer nog afvroeg was: wat is het nut van Street View? Ik denk dat het vooral de behoefte bevredigt van mannetjes die met de gordijnen dicht speuren naar schaars geklede dames en die het hardst gillen als er iemand te dicht bij de rode lijn staat als zij inchecken voor een vlucht naar een ver sexparadijs.
’t Spijt me dat ik het zeg, maar voor mij valt Street View in de categorie, hondenpoep, wildplassers, zwerfvuil en graffitikladders.
Niemand
Na een half uur zoeken gaf ik het op. Tenslotte word ik uit de publieke middelen betaald en dan kun je niet eindeloos met een schier hopeloze zaak bezig blijven. Elke cent dient nuttig besteed te worden.
Ik zocht het telefoonnummer van iemand van wie ik alleen de naam had. Het hele world wide web heb ik afgezocht. De man was niet te traceren. En God weet dat ik heel goed ben in traceren.
“Als je niet op internet te vinden bent, dan besta je niet. Deze man bestaat dus niet,” foeterde ik.
“Maar jongen toch,” zei de kunstredacteur, die naast mij was neergestreken. “Wat zijn dat nou voor rare gedachten. Foei.”
“Nou ja,” zei ik, “misschien besta je dan wel, maar je bent in ieder geval een nobody als jouw naam geen enkele hit oplevert.”
“Misschien ben je dan juist wel geen sukkel,” zei de kunstredacteur.
Voor de tweede keer vandaag legde ik het moede hoofd in de schoot. Ik had gewoon mijn dag niet.
Dom bezig
Ik remde met mijn fiets voor een dame die op haar fiets van links kwam maar op de voorrangsweg reed.
Ze zwaaide met haar linkerhand ten teken dat zij de weg tegenover mij wilde inslaan.
Plotseling sloeg ze rechts af, reed achter mij langs en stopte rechts naast mij. We stonden nu samen te wachten voor de haaientanden die haar aanvankelijk recht op vrije doorgang gaven.
Ik keek haar verbaasd aan een grinnikte een beetje.
“Ik ben dom bezig ,” zei ze.
Rechter
De rechter kwam vandaag naar Eindhoven om persoonlijk te luisteren naar het heien in het Stadionkwartier. Ik ga daar niet over schrijven, maar neem van mij aan dat het geen pretje is om nu daar te wonen. De bewoners hebben niet voor niks de rechter ingeschakeld.
Het herinnerde mij aan de allereerste keer dat ik meemaakte dat een rechter op locatie ging. Dat was in 1979. Ik was toen onder meer rechtbankverslaggever voor een regionale krant op de Veluwe.
Ik bezocht een zaak waar een man terecht stond voor het houden van bijzondere vogels zonder dat hij daar een vergunning voor had. Op het eerste oog een zaak van niks, maar de man bleef er op hameren dat de wetgeving onduidelijk was over welke vogels je wel en welke je niet mocht houden.
Bovendien, hield hij vol, hadden de controleurs een paar vogeltjes door elkaar gehaald. De rechter kwam er achter de tafel niet uit en besloot met een deskundoloog ter plekke te gaan kijken.
Sterker nog, de zaak werd geschorst en zou ten huize van de verdachte worden voortgezet. Het journaille was welkom mits de vogelaar dat goed vond. Die wilde maar wat graag.
En zo gebeurde het dat wij met twee verslaggevers achter de rechter aan langs een enorme voliere liepen.
Ondertussen richtte een medewerker van de rechtbank binnen een zittingszaaltje in met stoelen die uit het hele huis werden gesleept. De journalisten werden in een drie-zitsbank geduwd vanwaar zij het spel konden aanschouwen.
Ondanks de vreemde locatie was het bloedserieuze zaak. Na een minuut of tien ging de deur open en kwam de vrouw van de verdachte vanuit de keuken binnen geschuifeld. Het was een kleine Thaise vrouw. Misschien wel de eerste importbruid.
“Iemand iets dlinken,” klonk het bescheiden.
De rechter ontplofte. Of mevrouw niet door had dat er hier een officiële rechtszaak aan de ging was? Of ze niet in de gaten had dat ze de openbare orde verstoorde?
En of ze als de wiedeweerga maar terug naar de keuken wilde gaan?
De vrouw keek radeloos rond en wist niet hoe snel ze terug moest schuifelen naar haar aanrecht.
Ik weet bij god niet meer hoe de zaak is afgelopen. Ik weet wel dat wij hadden gekeken naar een uiterst bang exemplaar van een exotisch vogeltje.
Apelazarus
Ik was eerst van plan vandaag met grote letters alleen maar BOE!! te schrijven zodat iedereen zich het apelazarus zou schrikken. Daarna wilde ik testen hoe lang het zou duren voordat ik, na het veroorzaken van deze schrikreactie op het wereldwijde web, thuis door een anti-terreurcommando zou worden opgepakt.
Achteraf twijfel ik of de ontwikkelingen in het Amsterdamse Arenagebied en in Breda wel dingen zijn waar je grappen over kunt maken. (Donderdag riep ik meteen: ze zullen wel een gevaarlijke poederbrief hebben gevonden waar pannenkoekenmix in blijkt te zitten. Na de smadelijke nederlaag van mijn cluppie in de Kuip is mijn voetbalhumor verstomd.)
In Amsterdam werd een winkelboulevard afgezet nadat een onbekende persoon vanuit Brussel telefonisch had getipt dat er een aanslag zou worden gepleegd. In Rijsbergen werd een jongen opgepakt die had gedreigd een bloedbad aan te richten op een school in Breda.
Alles wat blauw draagt was er als de kippen bij. Dat is goed. Voor veel mensen verhoogt dat het gevoel van veiligheid. Voor mij niet. Professionele terreurcellen lekken niet. Die slaan toe voordat iemand een telefoontje kan plegen.
En altijd als er iets dramatisch op deze aardbol gebeurt zijn er idioten die stoer doen en dreigen dat te overtreffen. Er zullen de komende tijd vaker berichten circuleren van jongeren die dreigen bloedbaden aan te richten. Dat zijn dan overigens wel de allerdomsten die denken dat het een kick geeft om ’s morgens om half vier gewekt te worden door mannen met wapens in de aanslag. En die vervolgens denken dat dat verder geen consequenties heeft.
Achteraf is het altijd makkelijk praten. Achteraf kun je zeggen dat de overheid zich erg heeft laten opfokken. Ik denk dat je altijd het zekere voor het onzekere moet nemen. De vraag is wel hoe je dat vervolgens wereldkundig maakt. In Amsterdam en in Breda werden er persconferenties belegd waar de allerhoogste gezagsdragers aanschoven om allemaal het woord te doen. Burgemeesters rollen al een paar jaar over elkaar heen in de strijd wie het krachtdadigst optreedt. Het lijkt wel alsof ze menen een Haagse leemte te moeten vullen.
Maar door zo’n circus op te tuigen stuw je de adrenaline van het journaille en het volk tot sensationele hoogte. Daarmee blokkeer je elke weg tot nuanceren. Er zal spektakel zijn. Hoe dan ook.
Vocalies (53)
Er is een nieuwe Vocalies-podcast. Klik hier.
(Door Marlies)
Op zoek naar een onderwerp voor een stukkie van vandaag kon ik kiezen uit een heleboel onderwerpen: het is bijvoorbeeld vandaag de geboortedag van een van Bach’s zonen: Carl Philip Emmanuel. Een van de leukste zonen trouwens: zijn muziek gaat al richting Mozart en heeft niets van het strenge van zijn vader.
Over ‘leuk’ gesproken (een rottige term trouwens in verband met klassieke muziek, ‘leuk’ past meer bij de onbenulligheid van de programma’s van SBS 6 en RTL 5…): Johann Strauss zou ook jarig zijn geweest vandaag. Maar deze beide jongens hebben weliswaar vocale muziek geschreven, maar zijn niet zo vocaal bezig geweest als de Russische bas Feodor Chaliapin. Die zong vandaag in 1929 zijn laatste concert in The Met in New York. Daarom gaat dit stukkie over hem… ik ben toch al meer into bassen dan into tenoren, dus deze gelegenheid grijp ik graag aan. Tsjonge, wat zou ik die man graag eens hebben horen zingen met de opnametechniek van onze tijd….
Feodor Ivanovich Chaliapin (in het Russisch: Фёдор Ива́нович Шаля́пин, mooi hè?) werd geboren op 13 februari 1873 in een boerenfamilie in Kazan (de Russische jaartelling was toen nog anders, maar wie maalt daarom?). Hij was zo’n beetje de beste Russische bas van zijn tijd en behalve een enorme stem, bezat hij ook acteertalent.
Hij schijnt erg naturel te hebben geacteerd. Hij had in het begin van zijn carrière concurrentie van zijn tijdgenoten, maar hij moet een magnetische persoonlijkheid gehad hebben en een heel directe presentatie. Eigenlijk on-Russisch… Kenudat? Dat je een zanger hoort en moét luisteren of je wil of niet? En of je het mooi vindt of niet? Ik heb dat meer met mannen dan met vrouwen, maar dat komt misschien doordat ik een vrouw ben…
De carrière van Chaliapin begint in Tbilisi aan de Staatsopera in 1894. Van wie hij les heeft gehad heb ik niet kunnen vinden, men schrijft overal dat hij grotendeels auto-didact was. Later in zijn carrière komt hij componist Sergei Rachmaninov tegen en die schijnt hem veel geleerd te hebben over het ‘muzikantenschap’ vooral hoe je een partituur leest en ontrafelt (erg handig om te kunnen als je grote rollen zingt). Je leert dan ook min of meer spelenderwijs de andere rollen kennen en dat helpt je erg bij interpretatie en geeft je een soort van rust op het toneel. Ik herken dat wel een beetje (sprak zij bescheiden).
Met Rachmaninov samen studeerde hij de rol waar hij het meest bekend om werd: Boris Godoenov
Vanaf 1901 begon Chaliapin te koketteren met ‘Het Westen’. Zijn debuut in de rol van de duivel in Boito’s Mefistofeles aan de Scala in Milaan was sensationeel. In 1907 debuteerde hij in The Met (New York); iets minder succesvol: ze moesten daar schijnbaar erg wennen aan zijn directe manier van acteren. Maar hij hield vol en kwam terug: vanaf 1921 kon hij er niet meer stuk: 8 seizoenen lang stond hij er onafgebroken.
In 1913 introduceerde Diaghilev hem in Londen en Parijs. Ook al met veel succes. Wanneer zou die man geslapen hebben? In Europa zong hij veel liedrecitals en “The song of the Volga Boatmen” (door mijn vader altijd lachend, fonetisch uitgescholden als ‘hij joeg em’) werd dankzij Chaliapin wereldberoemd. Hij toerde met veel succes door Australie.
Privé ging het hem minder goed: de Russische revolutie zorgde ervoor dat men in Rusland heel anders ging aankijken tegen grote artiesten. Vanaf 1921 verbleef hij voortdurend buiten Rusland, eerst in Finland, later in Parijs. Hij was niet direct anti-Russisch maar het leven was voor hem erg lastig binnen zijn eigen landsgrenzen.
Hij maakte één film ‘De avonturen van Don Quichotte’ (met muziek van Jacques Ibert, prachtig!), in drie talen maar liefst: Frans, Engels en Duits. In 2006 moet er een dvd van verschenen zijn, toch es zoeken….
In 1932 kwamen Chaliapin’s memoires uit en zijn laatste optreden was in Monte Carlo in 1937, weer in de rol van Boris. Hij stierf een jaar later in Parijs aan leukemie, 65 jaar oud. In 1984 werden zijn stoffelijke resten vervoerd naar en herbegraven in Moskou, waar hij met veel egards werd binnengehaald (toen wel…).
In het filmpje een opname van Chaliapin, terwijl hij Don Quichotte zingt. Vergeef het knullige camerawerk en kijk effe verder dóór, want het begint ook allemaal een beetje knullig. Maar mooi is het wel en zijn Frans is opmerkelijk goed te verstaan!
Struisvogel
Er zijn van die dingen die je wel openbaar wilt maken, maar waarvan je zeker weet dat betrokkenen dat niet willen. Als journalist geeft dat een kick, als privépersoon ben ik terughoudender.
Daarom speelt de onderstaande gebeurtenis zich af in een fictieve provinciehoofdstad in het zuiden des lands en berust elke gelijkenis met bestaande personen op toeval.
Er was eens een wijk in een provinciehoofdstad waar de mensen veel last hadden van een coffeeshop. Het onderwerp stond standaard op de agenda van de wijkraad.
In die wijkraad zaten mensen van de gemeente, buurtbewoners, politiemensen en vertegenwoordigers van scholen in de wijk.
Op een dag zei een stadswacht in de vergadering dat hij vaak jongeren van een bepaalde school in de pauze in de coffeeshop zag. Ze kochten er een joint en sommigen rookten die in de buurt op. Ze lieten dan als dank voor het aangenaam verpozen, de schillen en de dozen voor de buurtbewoners. Vooral dat laatste stoorde de stadswacht.
Een meneer van de school erkende het probleem maar hij wrong zich in allerlei bochten om zijn straatje schoon te vegen. Er zitten duizenden leerlingen op die school en het is onmogelijk om die allemaal aan een touwtje te houden. Bovendien zijn bijna alle leerlingen achttien jaar of ouder, dus ze mogen in principe in een coffeeshop komen.
De stadswacht schudde zijn wijze hoofd en ontpopte zich als een pragmatisch mens. Hij stelde voor om op de talloze luxe monitoren in de school een eenvoudige mededeling te plaatsen dat leerlingen die in de pauze naar de coffeeshop gaan en daarna de buurt vervuilen streng aangepakt worden.
De meneer van de school verslikte zich in de koffie. Nooit, maar dan ook nooit zou er op de monitoren een verband gelegd kunnen worden tussen de school en een coffeeshop. Er komen ook ouders op school en wat moeten die wel niet denken.
De stadswacht fronste zijn wenkbrauwen. Hij begreep niet waarom de ouders niet mochten weten dat hun kinderen zich in de pauze misdroegen. De stadswacht geloofde in de heilzame werking van een goed gesprek tussen ouder en kind.
De meneer van de school wees op de privacy.
Bij de vergadering was ook een buurtbewoner die in het dagelijks leven een eigenwijze journalist is. Hij vroeg de meneer van de school of hij wist hoe zijn opstelling wordt genoemd.
De meneer van de school wist het niet, maar wilde dat wel weten.
Struisvogelpolitiek, zei deze wijkbewoner.
De meneer van de school vond dat de wijkbewoner dat mocht zeggen, maar hij was het er niet mee eens.
Daarna werd het volgende onderwerp behandeld.
Schilder
Er wordt al maanden getimmerd en geverfd in ons studiogebouw. De timmerman en de schilder zijn gehospitaliseerd. Het zijn mannen van ons. We kunnen ons al bijna niet meer voorstellen dat ze op enig moment weer weg gaan. Gelukkig is er een zekerheid: over enige tijd keren ze terug. Verbouwen is een constante bij onze firma.
De schilder is nu met de deuren bezig. Ze worden allemaal donkerbruin en rood. Dat is toch beter dan het donker bruin en oranje waarmee ik in de jaren zeventig en tachtig volwassen ben geworden.
De schilder schildert goed. Zonder strepen en zonder druppels. Ik ben er jaloers op en zou willen dat ik zo goed met een kwast en een rollertje overweg kon. Ik ben niet zo’n schilder. Ik ben sowieso niet zo’n klusser. Ik heb er het geduld niet voor en mis de precisie.
Ik zag dat de schilder een plankje gebruikt om strepen op de vloerbedekking te voorkomen. Na een paar maanden is dat op zichzelf al een heel behoorlijk schilderwerkje geworden. Ik vroeg hem of hij er wel eens aan gedacht had om zijn plankjes te exposeren. Als kunst. Hij keek mij verbaasd aan en schudde zijn hoofd. Het was geen kunst, het was zijn gereedschap.
Ik vertelde hem dat het gemiddelde galeriepubliek dat toch niet hoeft te weten. Volgens mij zou zijn plankje minstens 500 euro op kunnen leveren. Snobs genoeg.
Hij dacht van niet.
Ik heb een weblog, zei ik, zullen we eens kijken wat de mensen er van zeggen. Dat vond de schilder goed.
Als er een bod komt, zei de schilder, delen we de winst.

(foto Martijn de Bie)
Tja . . .
Mijn vrouw mailt sinds kort regelmatig met een reeds jaren gepensioneerde oud-collega van haar en mij. Een journalist die nog een generatie ouder is dan ik. Echt, er zijn er die het halen. Hij leest haar stukken over klassieke muziek en schrijft daar nuttige, geestige en inspirerende mails over.
En nu heeft hij ook mijn weblog ontdekt. Daarover schreef hij:
Ik heb inmiddels veel van jouw Jan gelezen. Daardoor heb ik een heel andere Jan ontmoet dan de droogkloot die ik voor ogen had. Jij had dat dus veel eerder in het snotje, zus.
Groet
Hoort u het ook eens van een ander . . . .
Arib
Geert Wilders mag in de Tweede Kamer blijven roepen dat iemand knettergek is. En de PvdA’er Spekman mag in een boezeroen blijven lopen. Een boezeroen? Ja een boezeroen. (Dat is een soort mini-djelabba waarmee boerenjongens vroeger een groepsgevoel creëerden.) De tijd van driedelig zwart en keurige woorden is voorbij. ’t Kan allemaal tegenwoordig.
De Tweede Kamer gaat deze week aan zelfreflectie doen. Een speciale stuurgroep presenteert daar morgen een rapport over. Het is dus een serieuze zaak. De dames en heren parlementariërs voelen zich geleefd door de waan van de dag en door de agenda van het kabinet, zo lees ik in mijn ochtendblad. Ze zouden eigenlijk veel liever zelf de agenda bepalen.
Dat dat kan blijkt uit een stukje dat op dezelfde pagina staat. Het Tweede Kamerlid Khadija Arib vecht al jaren tegen permanente rimpelvullers. Ze wil nu minister Ab Klink naar de Kamer roepen in de hoop dat hij een verbod op het gebruik van rimpelvullers afkondigt.
Mevrouw Arib is wat mij betreft met stip het allermooiste Tweede Kamerlid. Ik begrijp werkelijk niet dat iemand zo mooi kan zijn zonder rimpelvullers. Ze hoeft zelfs het verbod op dat spul niet uit concurrentieoverwegingen af te dwingen, want zelfs met vulling kan een vrouw niet zo knap worden als Khadija Arib. Vrouwennijd kan dus niet aan de orde zijn.
Ik vind het een fijn woord: rimpelvuller. Ik heb er geen ervaring mee. Mijn rimpels zitten mij niet in de weg. Ik vroeg me af of het zoiets is als Alabastine of dat je het onder de huid aanbrengt. ’t Zal dat laatste wel zijn want als je het plamuurt dan valt het er natuurlijk na enige tijd af.
’t Schijnt nogal gevaarlijk spul te zijn. Vrouwen kunnen er door verminkt raken, zegt mevrouw Arib in het ochtendblad. Ik ken niemand die verminkt is door rimpelvullers. Dat lijkt me trouwens logisch, want die mensen blijven natuurlijk met de gordijnen dicht en het licht uit binnen zitten. Blijkbaar is het wel een vrouwendingetje.
Nou ja, in ieder geval gaat Arib nu Ab Klink naar vak K slepen. Ik denk dat het een buitengewoon goede case is en als ik voorzitter was van de Stuurgroep Parlementaire Zelfreflectie dan zou ik hem morgen gebruiken bij de presentatie van het rapport. Maar het zal wel weer ginnegappen worden over knettergek en de oudmodische boezeroen. Dan kan de aanbieder van het rapport net zo goed meteen door de bodem gaan en zich openlijk afvragen of het gebruik van waterstofperoxide waarmee “sommige” parlementariërs hun haar blonderen ook niet op de lijst van verboden middelen moet omdat je er knettergek van kunt worden? Het wordt lachen morgen . . .
Glas

