Vocalies (47)
(Door Marlies)
Er is een nieuwe podcast. Zie hier.
Genoeg stof in de actualiteit deze afgelopen week (en een beetje de week ervóór) voor een stukkie.
Ernst Daniel Smid gezien in De Wereld Draait Door? Leuke man, goed presentator, goed zanger. Ik was het niet met hem eens. Hij vond Paul Pots maar niks…. Helemaal niks… Beetje jaloersheid hoorde ik erin door. Dat herken ik. Maar er neerbuigend over doen is wat al te gemakkelijk. ‘Mensen’ zouden door Paul Pots niet dichter bij de klassieke muziek komen, omdat hij alleen een bekende aria zingt uit een bekende opera, zonder de context daarbij te kennen en aan het publiek uit te leggen. Ik kan niet in het koppie kijken van Pots, maar hij deed mee aan een talentenjacht. Hij veroverde de harten van het publiek met vooral het timbre van zijn stem en het niveau van het publiek bij die talentenjachten is nou niet van dien aard dat je die nou ook nog es de hele context van Turandot (want daaruit kwam de aria) gaat uitleggen. Dan raak je ze kwijt en de bedoeling was ze juist binnen te hengelen. Toch Daan?
En de opmerking dat Pots zo’n succes had vanwege zijn scheve tandjes en schele oogstand is ronduit beneden de gordel, Daan. Overigens heeft hij zijn gebit en de stand van zijn ogen laten reguleren. En ik vrees zijn strot aan gort gezongen, want ik hoorde een half jaar later, toen hij bij Robert Jenssen zong, al een kraak in de stem waar ik als zangpedagoog koud van werd.
Alles wat helpt om mensen deelgenoot te maken van de klassieke muziek. Het maakt mij niet uit: sponsoring, aria’s door een fanfare laten spelen. BN-ers af en toe eens klassiek laten uitproberen (of andersom); het kan mij niet schelen, als er maar nieuwe mensen binnengehengeld worden.
Voor de rest geen kwaad woord over Daan hoor: hij doet tenminste niet elitair (in tegenstelling tot sommige andere hotemetoten uit de klassieke muziek) en met zijn Una Voce Particolare hengelt hij ook hele bevolkingsgroepen (op zijn minst tijdelijk) binnen. Ik ben eens na een toch tamelijk geslaagd concert aangesproken door een mevrouw die me opdringerig luid toesnerpte dat ik toch nodig es mee moest doen aan die klassieke talentenjacht. Voor zo’n gelegenheid heb ik een glimlach ingestudeerd dus ik kon haar liefjes toevoegen dat ik daar eens over zou nadenken…. Daan zal mij niet in zijn programma aantreffen, hoe prima ik het verder ook vind….
Eva Maria Westbroek gaf anderhalve week geleden een mooi interview in het Volkskrant Magazine. Daaruit bleek maar eens te meer hoe je van gewapend beton moet zijn om te overleven in een carrière. De tranen schoten me in de ogen toen ik las dat ze pas haar goed zangvriend en collega had verloren. En jij moet dóór… het is een hard vak, dat is in deze analen al eens vaker opgemerkt. Ze zei ook: ik moet zingen, anders plof ik. Dat herken ik dan ook, alleen ik doe dat thuis en zij op het toneel. Ik voelde me (toch) even zeer verwant…
Huub van der Lubbe maakte ook een mooie: Hij kreeg, samen met zijn vrienden van Nederpopgroep De Dijk na 29 jaar eindelijk de popprijs. Of hij 29 jaar nou niet lang vond om op zoiets te wachten. Hij gaf subtiel antwoord: gelukkig gaat het om de muziek en niet om de prijs en zelfs niet om het publiek. Alle jongens van De Dijk zijn boven de 50. Alle jongens van de Rolling Stones zijn boven de 60 en ook daar swingt het nog steeds als een huis. Ik weet het, ik weet het: De Dijk noch The Rolling Stones zijn klassieke formaties, maar ze draaien al zolang mee en hun muziek is van een zodanig kaliber dat ik het wel aandurf om ze hier te citeren/noemen.
Alle bovenstaande onderwerpen inspireerden mij tot het instellen van een nieuwe rubriek op mijn bescheiden website: de Klassieke Kwoot. Als iemand in enig medium een leuke uitspraak doet zal ik ‘m hier vermelden; de Kwoots gaan dan mijn stukkies afwisselen…. Ik begin er maar met eentje die wat algemeen is. De leuke uitspraken van Ernst Daniel Smid, Eva Maria Westbroek en Huub van der Lubbe zijn hier al behandeld, dus die hoeven niet meer. Daarom open ik de analen maar es met een wat algemene Klassieke Kwoot: Gustav Mahler heeft ooit gezegd: "Het belangrijkste van de muziek staat niet in de noten" Zo, daar mag u zich op stuk bijten de komende week. En op aflevering 18 van Vocalies-podcast!
En hieronder het filmpje van Paul Pots, dat van het moment waarover Daan het had (hebt u gemerkt dat ik Daan mag zeggen?). Jammer genoeg vind ik van die show van Jenssen geen filmpje terug, anders had u zelf kunnen luisteren. Ik maak mij zorgen za’k maar zeggen… Maar wie weet heeft-ie het zelf gemerkt en laat hij zich door goeie mensen bijstaan.
Commotie
Als ik me inspan kan ik nog de namen noemen van de gezinnen met wie wij een achtkapper deelden in de straat waarin ik mijn jeugd door bracht. We speelden bij elkaar en kenden alle vaders en moeders die wij toen ook nog met U aanspraken, maar dat terzijde.
Gisteravond was er commotie in de straat waar ik nu woon. Het is een volkswijk dus er is wel vaker commotie, maar deze keer duurde het lang. Ik hoorde een vrouw hard schreeuwen en ging kijken. Voorzichtig, want sinds er voor gesneuvelde helden stille tochten worden gelopen heb ik het strak tricot met vliegcape afgelegd.
Drie vrouwen waren verantwoordelijk voor het opstootje. Eén schreeuwde een vrouwennaam, de tweede rende radeloos heen en weer en de derde telefoneerde. Dat laatste is - denk ik - statistisch logisch. Dat één op de drie vrouwen een mobieltje aan het oor heeft.
Opeens hoorde ik de vrouw die schreeuwde roepen dat ze de deur ging intrappen. Drie stevige trappen waren voldoende om binnen te komen. Ik was verbaasd dat dat zo makkelijk ging en voelde nog eens aan onze eigen voordeur. Maar die is eigendom, dus steviger dan een woningwetvoordeur.
De drie vrouwen gingen naar binnen. Enkele ogenblikken later arriveerden twee politiemannen die ook naar binnen gingen. Ik zag dat ze eerst netjes op de opengetrapte deur klopten. Ze zijn er nog, beleefde agenten.
Overal in het huis floepten lichten aan. Vijf minuten later kwam een ziekenauto en werd iemand afgevoerd. De agenten en de drie vrouwen vertrokken. Het werd weer stil in de straat, alsof er niks was gebeurd. Omdat er geen rechercheurs in witte pakken verschenen en er geen enkele andere nieuwsgierige te bekennen was in de straat concludeerde ik dat er geen journalistieke aanleiding was om nog langer te gluren.
Privé kon ik ook niks toevoegen. Ik moet tot mijn schande bekennen dat ik geen idee heb wie er in het huis tegenover mij wonen. De tijd dat ik de namen van de gezinnen in de straat ken is voorbij.
P.S.: Omdat journalisten toegang hebben tot informatie die voor anderen niet te krijgen is, weet ik inmiddels wat er is gebeurd. Een overbuurvrouw heeft geprobeerd uit het leven te stappen.
Te ingewikkeld
Mijn antwoord aan Thieu en Jeanny (zie vorige blog) bleek toch te ingewikkeld. Ik kreeg deze mail terug:
Hoi Jan,
We waren afgelopen zomer 40 jaar getrouwd en voor veertig jaar noemde mijn vrouw me THIEU als synoniem van Jeu.
Derhalve heet ik dus "Thieu".
Hierbij vind je de adressenlijst van de familie Scheijen.
Jeanny en Thieu Scheijen-Lijnen.
Thieu en Jeanny
Ik kreeg vandaag onderstaande mail. Geen idee wie Thieu en Jeanny zijn.
Hallo Jan
even proberen welk adres nu goed is ????
ik heb eerst jandevries@home nl
of jandevrie2@home.nl
laat even weten welk goed is groetjes Thieu en Jeanny
Ik heb het volgende teruggemaild. Dat zullen Thieu en Jeanny toch wel snappen?
Tja, dat is een interessante vraag. Als ontvanger van deze mail zeg ik dat het eerste adres juist is. Maar omdat ik u niet ken noch iemand met de naam Thieu lijkt het me dat ik niet degene ben die u wilde bereiken. In dat geval zou ik zeggen dat het tweede adres juist is. Kortom, het is maar net met welk idee de mail is gestuurd. Per saldo bent u zelf de enige die het antwoord weet. Ik hoop dat ik een beetje heb geholpen.
Glamour
Kijk, mensen zeggen wel eens dat voetballers verwende ventjes zijn. Miljonairs die een paar uurtjes in de week lopen te ballen.
Maar dan zeg ik op mijn beurt verkijk u er niet op dat Ruud van Nistelrooij vorig jaar 8,2 miljoen euro verdiende en Kaka negen miljoen. Of dat Frank Ribéry 325.000 euro per maand opstrijkt bij Bayern Munchen.
Het is niet allemaal glamour in de voetballerij.. Wat denkt u van Royston Drenthe? Die jongen trok met een koffer vol knuffels, een gameboy en z’n moeder van Rotterdam helemaal naar Madrid en daar wordt hij nu uitgefloten. Zo erg dat zijn trainer Juan de Ramos in het openbaar aan de supporters heeft gevraagd op te houden met dat gepest.
Nee, als u aan de borreltafel roept dat het allemaal zakkenvullers zijn denkt u dan eens aan de voetballer Platje die in Volendam onder aan de winderige dijk elke week tegen degradatie moet vechten en op zijn shirt reclame moet maken voor Puul Garnalen.
P.S. (V.) Ik begin toch echt te geloven dat Huub Stevens een andere baan moet zoeken om te voorkomen dat ik zo depressief word dat ik zo iets ordinairs als voetbalfrustraties op dit weblog ga uitkuren met als risico dat mijn vrouwelijke lezers (dat zijn volgens mij de meeste) afhaken.
Mevrouw
Peter R. de Vries is aangevallen door Steve Brown. Steve Brown is volgens de media een crimineel, danwel een ex-crimineel.
Hij heeft de deur van de auto van Peter R. de Vries open getrokken toen die voor een verkeerslicht stond te wachten en daarna heeft Steve Peter op zijn smoel getimmerd.
Steve heeft een heel andere versie van het verhaal. Logisch voor iemand die wel eens bij een advocaat over de vloer komt.
Volgens het Algemeen Dagblad was ook mevrouw Brown bij het akkefietje betrokken. Ze bedreigde mensen die wilden getuigen en maakte foto’s van hen.
Ik heb Steve en mevrouw Brown wel eens ontmoet. Tenminste als dat nog steeds dezelfde mevrouw Brown is, want echtscheidingen komen in de beste families voor.
Dat was naar aanleiding van een boek dat Steve Brown had geschreven over zijn bewogen leven. Volgens kenners had hij daarin zijn aandeel in de Nederlandse criminaliteit sterk overdreven. Ik vond het vooral literair geen hoogvlieger.
Ik had een afspraak met Steve en hij bracht zijn vrouw mee. Het was een dame – hoe zeg ik dat nou? – die volgens mij heel goed bij Steve Brown paste. Ik heb wel een beeld van die vrouw die het na het relletje met Peter R. de Vries verbaal opneemt voor haar man.
Het was een boeiend gesprek met meneer en mevrouw Brown. Hij vertelde honderd uit over zijn cowboyachtige leven. Alles echt waar, meneer. Maar ja, zoals in elk gesprek ben je op een gegeven moment uitgepraat en kom je in het afrondende informele deel.
Hoe het kwam weet ik niet meer, maar we kwamen te praten over muziek. Misschien kwam het omdat ik bij de radio werk waar natuurlijk niet alleen maar interessante interviews met de Brownies van deze wereld worden uitgezonden maar ook muziek. Meneer en mevrouw Brown vertelden dat ze grote liefhebbers waren van Ierse folkmuziek. Nou, dat raakte wel een gevoelige snaar bij mij, want daar mocht ik indertijd ook graag naar luisteren. We hadden voor nog een kwartier gespreksstof.
Vanaf dat moment konden meneer en mevrouw Brown bij mij niet meer stuk. Ik schrok dan ook hevig toen ik een paar jaar later hoorde dat Steve was neergeschoten in Amsterdam. En ik haalde opgelucht adem toen ik vanmorgen las dat er met het echtpaar fysiek en verbaal blijkbaar niks aan de hand is.
Gevallen?
Vandaag werden de kinderen van de Weekendschool in groepjes ingedeeld. Ze zouden, volgens het door ons aangeleerde principe “wie, wat, waar, waarom, wanneer en hoe” interviews afnemen. Mijn groepje zou een medewerker van TNO ondervragen die alles wist van toekomstige technieken in huis.
We bereidden het interview natuurlijk zorgvuldig voor. De kinderen hadden vragen genoeg.
Gaan in de toekomst de deuren in huis automatisch open?
Gebruik je in de toekomst nog een sleutel of een pasje?
Hebben alle huizen later een lift?
Zijn huizen in de toekomst nog van steen of van staal?
Is er later nog stroom of zonne-energie?
Gewapend met die lijst liepen we naar het restaurant waar de meneer van TNO op ons wachtte. De kinderen stelden zich netjes voor en zochten een plekje aan de tafel.
“Wie stelt de eerste vraag?” vroeg ik.
Zes vingers gingen de lucht in. Ik gaf er eentje de beurt.
“Bent u soms gevallen of zo?” vroeg de jongen aan de TNO-medewerker die in een rolstoel zat.
Vocalies (46)
(Door Marlies)
Vandaag op 24 januari 1705 werd een collega geboren. Zijn naam: Carlo Broschi, beter bekend onder zijn ‘artiestennaam’; Carlo Farinelli. Hij was sopraan …. en castraat. Valt het kwartje?
Hij werd geboren in Napels, dat heeft-ie ooit zelf gezegd tenminste, er zijn geen registers bekend.
Basisbeginselen van de zang werden hem door zijn vader bijgebracht. Hij ging al snel studeren bij Porporan. Al op zijn vijftiende debuteerde hij in Napels in Metastasio's ‘Angelica e Medoro’. Dat vertelde hij ook zelf, maar dat kan ook een fabeltje zijn, want Metastasio schijnt pas in 1721 Rome verlaten te hebben en ‘Angelica e Medoro’ was pas in 1722 klaar.
In 1722 ging Farinelli met Porpora mee naar Rome. Hij was toen in Zuid-Italië al bekend onder de naam ‘il ragazzo’ (de jongen). Porpora organiseerde daar een ‘wedstrijdje’ tussen een trompettist en zijn protégé. Dat wedstrijdje won Farinelli glansrijk. Publiek uit zijn dak, kostje gekocht.
Jammer dat er geen opnames van zijn, het moet een meesterlijk staaltje van techniek en klank geweest zijn, als je zo leest over hem. Het moet ook een tegennatuurlijk leven zijn geweest; de analen vermelden niet wanneer en hoe hij gecastreerd is, maar in die tijd moet dat een marteling zijn geweest, nog los van wat zoiets geestelijk met je doet.
Mijn hoofdvakdocent sprak wel eens (met tongue in cheek) ‘mevrouw, wij willen al uw tederheid, al uw sex en al uw liefde horen in uw stem…’ Na zo’n behandeling moet je wel heel erg je best doen om je daar iets bij voor te stellen…..
Hoe dan ook, Farinelli’s roem verspreidde zich snel over alle belangrijke steden in Italië en korte tijd later over Europa: Wenen (toen nog geen Oostenrijk), Spanje, Frankrijk, Engeland…. Die roem nam bijna goddelijke vormen aan: in Engeland riepen die critici ‘one God and one Farinelli!’ Zijn salaris groeide mee met zijn roem, niet alleen in geld, maar ook in juwelen en in status.
Toch schijnt-ie niet over het paard getild te zijn geweest… Hij had nogal eens wat diplomatieke oplossingen voor mini-conflictjes aan het hof en zijn stem schijnt op sommige mensen een helende werking gehad te hebben. Philips de Vijfde hoorde hem zingen, kwam uit zijn depressie, liet zich voor het eerst in weken weer eens scheren (!) en keerde herboren terug naar het hof en zijn plichten. Kijk, kom daar maar eens om als huis-, tuin- en keukensopraantje in deze tijden.
Tot de dood van Philips de Vijfde verbleef Farinelli aan zijn hof en zong iedere avond dezelfde vier aria’s. Iemand heeft uitgerekend dat dat ongeveer 3600 keer hetzelfde kunstje moet zijn geweest. Dat Farinelli er eerste minister door geworden zou zijn, is echter een fabeltje. Jan Peter Balkenende kan gerust zijn….
Na de dood van Philips keerde Farinelli terug naar Italië. Zijn oude vrienden waren er niet meer: dood of vertrokken. De laatste twintig jaren van zijn leven verbleef hij in een juweeltje van een paleisje, niet ver buiten Bologna. Hij zong steeds minder, bijna niet meer, maar speelde nog wel viool en harp en piano en componeerde ook muziek voor die instrumenten. De portretten van zijn geliefde koning en koningin van Spanje hingen in zijn huis en hijzelf was ook vereeuwigd en hing ernaast. Dan heb je geen grootheidswaanzin….
Farinelli sterft op 15 juli 1782.
Rest mij nog te zeggen dat de geschiedschrijving over Farinelli zich hier en daar tegenspreekt, dus als u mij op omissies kunt betrappen, ga dan gerust uw gang; ik heb de informatie ook maar bij elkaar gesprokkeld, gedeeltelijk uit eigen hoofd (duim) en gedeeltelijk van internet.
Geschiedschrijvers geven hoog op over de stem van deze sopraan-castraat, hij zou ongelooflijk wendbaar zijn geweest, prachtig van timbre en een toon of zeven, acht méér gehad hebben dan de gemiddelde sopraan, zowel naar boven als aan de onderkant (ik zou graag eens met hem gewedijverd hebben, ik ben ook niet van enige ijdelheid gespeend). Grote verdienste is dat hij bleef studeren op zijn techniek, zelfs toen hij al beroemd en gesetteld was. Dus kinderen: altijd blijven oefenen!
Er is een film gemaakt over zijn leven, met een behoorlijke rol voor onze eigen ‘mooie man’ Jeroen Krabbé. Hieronder een klein stukje daaruit. Het wonderschone ‘Lascia ch’io pianga’ (laat mij huilen) van Georg Friedrich Händel. De aria wordt hier gezongen door een een (goeie!) sopraan…
Fleur
Fleur Besters is politieredacteur van het Eindhovens Dagblad. Ik ken haar niet persoonlijk, alleen van haar artikelen en van de weblog die ze tegenwoordig bijhoudt.
Haar krant zet al een aantal dagen in op het thema veiligheid. Fleur schrijft op haar weblog wat ze in de krant niet kwijt kan. Dat is soms interessant.
Vandaag stuitte ik op een passage op haar weblog die naadloos aansluit bij de kritiek die ik gisteren uitte op politiewoordvoerders die door middel van hun selectieve berichtgeving proberen de publieke opinie te beïnvloeden.
Het is altijd goed als je eigen indruk bevestigd wordt door iemand die dicht bij het vuur zit.
Fleur Besters schrijft:
We kunnen wel stellen dat het onderwerp veiligheid leeft in de stad en regio. Terecht lijkt me. Ik ben blij dat we als ED nu ook een platform zijn waar mensen hun ervaringen delen, waar wij vervolgens mee aan de slag gaan. Zo mailde een verontruste Toby van Gastel me ook. Zij werd gisteren slachtoffer van een insluiper, die in de Achtse Barrier veelvuldig blijkt toe te slaan. Waarom zegt de politie daar niets over? Tja, dat heeft slechts één reden: er is niemand aangehouden. En dat is het criterium voor de politie om iets middels een persbericht bekend te maken. Van Gastel vindt mensen gewaarschuwd moeten worden, dus ik heb een verhaal gemaakt. En de politie gebeld. Laat ik nu vlak daarna ineens een waarschuwende sms-alert over woninginbrekers binnenkrijgen! Soms heb je als journalist het idee dat je werk er echt toe doet. Deze week is dat gevoel nog iets sterker dan anders.
Mooi weer
Het zal de meeste mensen worst zijn, maar mij als journalist interesseerde het bericht in de Volkskrant bovenmatig. Uit onderzoek van de Radboud Universiteit in Nijmegen blijkt dat een derde deel van het binnenlandse nieuws in de Nederlandse kranten is “voorverpakt”. Dat wil zeggen dat het geen eigen verhalen van de krant zijn maar berichten van persbureaus, andere media of PR-afdelingen van overheden, bedrijven en instellingen.
Uiteraard scoorde de Volkskrant zelf beter dan gemiddeld en dat werd breed uitgemeten. Zou ik ook gedaan hebben.
Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat het regionale dagblad De Gelderlander zelfs 77 procent voorverpakt nieuws brengt. Volgens de onderzoekers is dat waarschijnlijk symbolisch voor de regionale kranten in Nederland.
Ik ben de laatste om te ontkennen dat het Nederlandse journaille een papegaaiencircus is. Als de één iets roept dan volgt de ander in gezwinde spoed, bang als media zijn om achter te blijven. In de strijd om lezers, kijkers en luisteraars telt elke seconde.
Ik wil er een paar kanttekeningen bij plaatsen. Regionale media kunnen niet allemaal zelf een Haagse redactie hebben. Ze hebben dus gezamenlijk een persdienst opgericht of ze maken gebruik van het ANP. Dat zijn hun vooruitgeschoven posten waar ze veel geld voor betalen. Die journalisten staan niet op de loonlijsten van de regionale media maar ze hakken wel in de begroting. Ik vind dat je de berichten van de persbureaus niet tot het “voorverpakte” nieuws moet rekenen. Het gaat hier wel om professionele informatie van journalisten die de berichten mede op jouw kosten maken. En dan wil ik nog wel eens zien welke percentages er uit rollen.
Ik lees in het verhaal evenmin dat veel niet-Haags binnenlands nieuws in de landelijke kranten al lang en breed is uitgemeten in de regionale media. Het komt zelden voor dat ik in – vooral de Volkskrant – verhalen uit mijn provincie tegen kom die ik nog niet ken. De verslaggever schrijft dan weliswaar zijn eigen verhaal, maar het is wel een oud verhaal. Als we die nou wel eens tot het “voorverpakte” nieuws rekenen dan krijgen we vast weer een ander percentage.
Kortom, ik ben niet zo onder de indruk van dit onderzoek. Het is me te simpel.
Er is wel een ander probleem. Het is waar dat PR- en communicatieafdelingen steeds meer en meer proberen invloed uit te oefenen op de media. Ze leveren hapklare brokken hopend dat luie journalisten en journalisten die voortdurend de tijdsdruk voelen ze letterlijk over nemen.
Het gaat nog veel verder. U weet waarschijnlijk dat politiekorpsen de laatste jaren afdelingen communicatie hebben opgetuigd die zo groot zijn dat je je afvraagt of er nog geld over is om de misdaad te bestrijden.
Neem nou de politie in Eindhoven. Al lange tijd viel het ons op dat hun dagelijkse berichten altijd dezelfde inhoud hebben. Zonder overdrijving durf ik te zeggen dat tachtig procent gaat over het feit dat er iemand is aangehouden.
Toen wij niet zo lang geleden getipt werden over een redelijk spectaculaire inbraak en daarover geen bericht hadden gezien trokken we aan de bel. Er werd ons verteld dat dergelijke zaken niet meer gemeld worden. Al pratend over de aard van de berichten zei de betreffende voorlichtster dat dat bewust beleid was. Door alleen nog maar succes te melden wilde men het gevoel van veiligheid vergroten.
Dat mag ook wel want Eindhoven was in 2007 de meest onveilige stad van Nederland. Alle inspanningen van de communicatiemedewerkers ten spijt zei de korpschef een paar dagen geleden dat 2008 opnieuw die twijfelachtige nominatie zal krijgen.
Misschien kan er op de Radboud Universiteit iemand eens onderzoek doen naar de mate waarin journalisten er in slagen mooiweerverhalen van communicatiemedewerkers buiten hun media te houden. Ik verwacht een score van minimaal 77 procent.
Toch Obama
Iemand zei: het was zo’n moment waarvan mensen over een tijdje vragen: waar was jij op 20 januari tussen zes uur en half zeven ’s avonds.
Wij zaten in de keuken en keken naar de inauguratie van Obama op een klein TV’tje. We rookten een sigaartje en dronken een espresso.
Toen ging de telefoon. We keken elkaar aan. Who the fuck . . . ? (U merkt het, we hadden ons de taal snel eigen maakt).
Mijn vrouw nam de hoorn van de haak (wij hebben ook een gewone telefoon). Ik hoorde haar niet praten, dat is meestal een teken dat er een onbekende aan de telefoon is.
Plotseling zei ze: “Wie haalt het nou in zijn hoofd om over zoiets te bellen op het moment dat onze president wordt geïnstalleerd.”
Terwijl ik zat te bedenken: “onze president?” hoorde ik haar zeggen: “Hij is toevallig wel de president van de hele wereld. En dan belt u om te vragen of ik mee wil doen aan de lotto??? Voelt u zich wel lekker. Goedenavond.”
“Wat zei die beller toen je zei dat het “onze” president was,” vroeg ik.
“Dat hij helemaal niet onze president is,” zei ze.
De rest van het gesprek kende ik.
Die Obama moet toch wel een heel bijzondere man zijn, dacht ik, dat mijn vrouw, die niks moet hebben van politieke hotemetoten, hem nu al onze president noemt.
Simpel
De tijd dat in krantenkolommen feiten en commentaar gescheiden waren ligt ver achter ons. De serieuze kranten willen zich nog wel aan die oerjournalistieke regel houden, maar de rest lapt hem aan zijn laars. Vooral in de gratis treinkrantjes lopen feiten en commentaar zo door elkaar dat je soms niet weet waar het een begint en het ander ophoudt.
De Pers had een artikel over het feit dat wetenschappers en politici elkaar tegen spreken als het gaat om de economische toekomst van ons land. Het verhaal was een felle aanklacht tegen al die betweters die het eigenlijk ook niet weten.
Maar De Pers biedt ook hoop getuige de laatste zin van dit verhaal:

Kijk, zo simpel kan het leven zijn.
Brief van Ali (33)
Beste mensen,
Is heel belangrijke dag vandaag voor meneer Obama. En ook voor Amerika en hele menselijkheid eigenlijk. Is dag van hoop op betere wereld nou is zwarte man in witte huis. Ik zeg tegen Jan van Stroomopwaarts: wat ga jij schrijven man.
Maar hij schrijft helemaal niks daarover. Hij zegt tegen mij; alle kranten staan vol met artikels, foto’s en ook nog tekeningen. Op televisie jij ziet overal meneer Obama. Wat moet jij schrijven als jij webloggertje bent in Nederlandse provinciestad. Wat kan jij toevoegen?
Jij moet schrijven zeg ik maar hij weet niks. Jij moet zelf maar brief schrijven zegt hij tegen mij.
Ik ga nadenken over brief, maar eigenlijk ik zag hij heeft beetje gelijk. Wat moet jij schrijven als alles al geschreven is?
Misschien is leuk wij sturen e-card naar meneer Obama, zeg ik. Maar wij konden niet vinden emailadres.
Toen ik dacht wij doen gewoon felicitatie in brief. Dus ik zeg hier namens hele familie Yildiz: meneer Obama van harte gefeliciteerd met uw benoeming.
Jij moet hem ook sterkte wensen zei Jan van Stroomopwaarts. Maar er is niemand dood zei ik. Sterkte zeggen wij als iemand bijvoorbeeld dood is of zieke familie heeft.
Maar hij is wereldleider zei Jan en de wereld is ernstig ziek. Ik vond niet goed om zoiets bij feestje te zeggen. Dus ik zeg alleen maar gefeliciteerd meneer Obama. En hele fijne dag met mevrouw Obama en kinderen.
Hartelijke groeten,
Ali Yildiz
Feestje
De weekendschool is weer begonnen. De komende weken geef ik samen met collega’s van NOS en RTL op zondag lessen journalistiek aan kinderen uit Tilburg-Noord. Je mag dat geen achterstandsgebied noemen dus dat doen we ook niet.
Les geven aan die kids is een feestje. Wij hebben het eerste jaar dus ze zijn een jaar 12. Vier jaar lang gaan ze maanden lang vrijwillig op zondag naar school om zich bij te laten spijkeren op allerlei maatschappelijke terreinen. Nu hebben ze een module journalistiek.
Die kinderen zijn stuk voor stuk super gemotiveerd om iets van hun leven te maken. De wachtlijst om mee te mogen doen is groot. Alleen daarom verdienen ze al ieders respect.
We hebben een gemêleerde klas met kinderen uit alle windstreken. Opvallend veel meiden. Ze lijken me iets ambitieuzer dan de jongens
Hoe jong ze ook zijn, nu al zie je de volksaard. De Turkse meiden zijn verreweg het meest gemotiveerd. De Aziatische kinderen idem dito. Die hangen aan je lippen. Ze zijn ook het slimst. De Somalische jongens zijn het brutaalst. Stoer, grote mond, ongehoorzaam en soms een beetje agressief.
Nederlandse jongens zitten daar tussenin. Ook flink doen, maar ze laten zich makkelijker corrigeren. Nederlandse meiden zijn wat introvert en veel met zichzelf bezig.
Ik wil er eigenlijk niks mee zeggen, het viel me gewoon op. Ze zijn me allemaal even lief en mijn respect voor de brutalen en de introverten is niet minder. Ze offeren vier jaar lang hun vrije zondag op om hogerop te komen. Daar kun je toch alleen maar je petje voor afnemen.
Ze weten overigens allemaal verdomd goed wat er in de wereld gebeurt. Ze kregen de opdracht om aan de hand van kranten een top 5 van de onderwerpen te maken die zij op dit moment het belangrijkst vonden. Op één na alle groepen hadden de Gaza-oorlog bovenaan staan. Het zal u niet verbazen dat de kinderen die deze keuze hadden gemaakt allemaal vonden dat Israël onmiddellijk moet stoppen met het beschieten van de Palestijnen.
Ook ik
Hij duikt overal op: de C-factor. Meerdere webloggers hebben op de site van dagblad Trouw getest hoe calvinistisch ze zijn. Tja, dan kan ik er niet omheen. Dat kan ik natuurlijk wel, maar u weet dat dat het argument is van journalisten die zelf niks origineels kunnen bedenken. En omdat de lezer nu eenmaal . . . Ach, onzin allemaal. Ik was natuurlijk gewoon nieuwsgierig naar mijn calvinistische inslag.
Ik heb het wel een beetje op de lange baan geschoven, want wie wil er nu een calvinist zijn? Meedoen aan zo’n test voelt toch een beetje als bloed laten prikken maar de uitslag niet willen horen omdat je bang bent dat je een ernstige ziekte onder de leden hebt terwijl je je gezond voelt.
Aan de andere kant, hoe erg is het om een calvinist te zijn? Wat is dat eigenlijk een calvinist? Is dat meer dan een scheldwoord?
Het is oorspronkelijk het gereformeerde geloof volgens de leer van Calvijn en dat was een vrij rechtlijnige man. Zeg maar een beetje zoals een SP’er of iemand van de Partij van de Dieren, maar dan anders.
Wij hadden vroeger thuis geen geloof. Nou ja, het hondengeloof dan zoals mijn vader wel eens gekscherend opmerkte. Dat betekende dat wij liever het vlees hadden dan de botjes hoewel de eerlijk gebiedt te zeggen dat er ook wel eens dagen waren dat we een eitje aten in plaats van vlees. Want elke dag vlees kon bruin niet trekken.
Via mijn eerste vrouw kwam ik in contact met het geloof en de kerk. Ik heb mij op mijn 25ste laten dopen en toen heb ik ook belijdenis gedaan. Dat was in Barneveld, zeg maar het hol van de leeuw. Daarna heb ik tien jaar een bescheiden carrière doorlopen in de Hervormde Kerk. Dat moest van de vooruitstrevende, vrouwelijke dominee omdat ik zo fris tegen de dingen aan keek en binnen de kringen van mannenbroeders en zusters recht voor z’n raap zei wat ik vond. Er was als het ware niks calvinistisch aan mijn persoontje.
Later, toen ik eenmaal verbrabants was ben ik weer uit de kerk gestapt. Het wonderlijke is dat ik mezelf hier beneden de rivieren wel calvinistisch voelde. Hier doen de mensen dingen waarvan een rechtgeaarde hervormde gruwt. Nu we zoveel jaren verder zijn ben ik behoorlijk vrij geworden, maar van binnen voel ik me altijd nog een beetje calvinistisch.
Dus heb ik de test gemaakt. Onzin eigenlijk, want wat heb je er aan te weten hoeveel procent van jouw ziel calvinistisch is. Je verandert er niet door. Zeg nou zelf, je kunt (als man) net zo goed een test maken om te ontdekken hoeveel procent vrouwelijke trekken je hebt. Stel je voor dat daar uit komt dat ik – pak ‘m beet – 58 procent vrouwelijke trekken heb. Dan ga ik echt niet naar een homosauna. Met die wetenschap blijf ik echt verlekkerd . . .
Ach, laat ik niet afdwalen. Mijn C-factor is 47.
Vocalies (45)
(Door Marlies)
Er is een nieuwe podcast. Klik hier
Op zoek naar een onderwerp voor een stukkie voor vandaag stuitte ik op Tomaso Albinoni. Vandaag in 1751 stierf hij in Venetië. Hij is wereldberoemd geworden om zijn Adagio in g kleine terts, of in g mineur zo u wilt. Bijna iedereen kent het. En die mensen die het niet kennen kijken meteen op als de eerste tonen klinken, oh ja, toch, dat hadden ze al eens ergens ooit gehoord, maar waar…?
Alleen die begeleiding al… die drie eerste akkoorden. Als je het hebt over herkenbare muziek… En dan te bedenken dat het geschreven is ergens vóór 1751. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de bewerking die de meeste mensen zo direct herkennen geschreven is in 1945 (sommige bronnen zeggen in 1958) door Remo Giazotto. Die heeft het zo vet georkestreerd dat het waarschijnlijk veel romantischer klinkt als zou hebben geklonken, toen het gecomponeerd werd. En… Giazotti zei dat hij zijn compositie gebaseerd had op thema’s van Albinoni; of dat ook zo is wordt hier en daar ook in twijfel getrokken.
Hier onder nog kort zijn leven.
Tomaso Giovanni Albinoni werd geboren in Venetië op 8 juni 1671 Hij was behalve componist ook violist. Bach schijnt een enorme fan van hem geweest te zijn; die componeerde tenminste twee fuga’s op thema’s van hem.
Er is niet heel veel bekend over zijn leven: zijn vader was een rijke papierverkoper. Tomaso studeerde viool en zang. Zijn eerste compositie in 1694, opus 1 dus, droeg hij op aan Kardinaal Ottoboni (als je dat letterlijk vertaalt heette die man Achtgoedheden, grappig toch?).
Die Ottoboni was beschermheer van meer componisten in Venetië, onder andere van Corelli. In 1700 schijnt Albinoni in dienst te zijn geweest van Karel de Vierde, graaf van Mantua en hij heeft ook een werk opgedragen aan Cosimo de Derde (Medici), groothertog van Toscane. Niet onverstandig, want die Medici’s waren rijk en invloedrijk. Zijspoortje: ze waren bankiers, die Medici’s en toendertijd vond de kerk dat geen goed beroep: je verdiende immers je rente met nietsdoen en dat was (en is) des duivels oorkussen volgens de kerk dan hé, niet dat u denkt dat ik dat vind… Om toch hun plaats in de hemel te verdienen spendeerden de Medici’s enorme sommen van hun verworven rente aan (religieuze) kunst. De kerk was toen ook al berekenend en liet zich lekker feteren door die jongens van de Medici. Reden waarom bijvoorbeeld Florence werkelijk uitpuilt van de prachtige kunst.
In 1705 trouwde Tomaso; de toenmalige kapelmeester van de San Marco was getuige bij zijn huwelijk. Merkwaardig is dat Albinoni verder geen enkele band had met de San Marco, iets wat al zijn tijdgenoten van enige importantie allemaal wel hadden. Apart. Voor het overige was hij vooral bekend als operacomponist en zo’n beetje alle grote steden van Italië: Genua, Bologna, Mantua, Udine, Piacenza en Napels.
Het lijkt erop dat Albinoni nooit een baan heeft gezocht als muzikant/componist, niet bij een kerk en niet aan enig hof. Hij schijnt rijk genoeg geweest te zijn (vanwege die rijke papierverkoper als vader waarschijnlijk) om onafhankelijk componist te blijven. Ook dat was tamelijk uniek in die tijd.
Albinoni componeerde 81 opera's, 99 sonates, 59 concerto's en negen symfonieën. Niet niks, maar van al dat werk hebben alleen zijn hierboven genoemde adagio(bewerking) voor orgel en strijkers en zijn hobo- en vioolconcerti grossi opus 9 en opus 6 Sonatas da Chiesa repertoire gehouden.
Albinoni stierf dus op 17 januari 1751 in zijn geboortestad aan diabetes, zo schrijft men in de analen van de parochie van San Barnaba op Venetie.
Twee filmpjes vond ik die leuk zijn: een gezongen versie (nou ja gezongen: ‘geskatte’)van The Swingle Singers. Kijk uit als u met uw groepje ook zoiets wil gaan doen: het is razend moeilijk.
En een ‘origineel’, waarvan we ons dus moeten afvragen hoe origineel het is, maar dondert het: het is prachtige muziek. Op dit filmpje komen de musici mooi close in beeld.
Dames
Dames en Jan, stond er boven de mail die de (vrouwelijke) beheerder van ons redactiesysteem aan de samenstellers van ons TV-Journaal had gestuurd om een paar veranderingen aan te kondigen.
Opeens realiseerde ik me dat ik de enige mannelijke samensteller ben. “TV is toch vooral een meisjesding,” zei ik tegen mijn rechterhand van vandaag, een vrouwelijke bureauredacteur.
“Dat klopt,” zei ze, “bij TV werken voornamelijk vrouwen. En homo’s. Daarom waren we ook zo blij met jou.”
Anderhalve maand geleden heb ik mij door twee vrouwelijke chefs over laten halen om dat werk één dag per week te gaan doen. Blijkt het nondeju vrouwenarbeid. Ben ik potverdrie vooral uitgekozen vanwege mijn mannelijkheid. 1)
Bij het eerstvolgende redactieweekend in de Ardennen wil ik wel een eigen kamer . . .
1) De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik er zelf om gevraagd heb, maar voor het verhaal is de versie hierboven beter. Dat doe ik anders nooit hoor, dingen spannender maken dan ze zijn.
Winter (3)






Behangen
Ik las op de website van NRC Handelsblad het volgende wetenswaardige bericht:
In de hersenen van mensen die al twintig jaar of langer samen zijn en zeggen nog steeds verliefd te zijn, blijken inderdaad dezelfde gebieden nog actief als bij pasverliefden.
Dat hebben de Amerikaanse psycholoog Arthur Aron en zijn collega’s van Stony Brook University in New York aangetoond.
Volgens Aron was al bekend wat de basisvoorwaarden zijn voor een langdurig goede relatie: goede communicatie en geen grote problemen zoals armoede, oorlog, de dood van een kind of depressie. Voor een blijvend gelukkige relatie is echter meer nodig, bijvoorbeeld dat partners blij zijn met elkaars successen en die ook vieren. Ook helpt het om ,,samen nieuwe dingen te ondernemen”, aldus Aron. „Bijvoorbeeld samen kanoën of naar de opera gaan, als je dat nog nooit gedaan hebt.”
Nou heb ik helemaal niks met wetenschappelijke onderzoeken waarvan ik vind dat de uitkomsten zo vanzelfsprekend zijn dat je je afvraagt welke gek daar geld in gestoken heeft. Maar goed, het nut van dit onderzoek is dat de uitkomst herkenbaar is. Het bevestigt wat we allemaal weten dan wel met enige inspanning van het niet door verliefdheid in beslag genomen gedeelte van de hersenen hadden kunnen bedenken.
Dat is belangrijk, herkenbaarheid in onderzoeken. Dat geldt ook voor radio- en TV-programma’s. Het is belangrijk dat u zich daar in herkent. Wij journalisten denken daar over na.
Terug naar het onderwerp. Het onderzoek klopt. Ik ben verliefd op een operazangeres en voordat ik haar kende was ik nooit naar een opera geweest. De eerste keer dat we samen gingen mistte het zo erg dat we ternauwernood de schouwburg in Sittard konden vinden. Het was een helletocht over de A2.
We waren zo verliefd dat we het niet in het hoofd haalden om de vraag te stellen wie wie in dit ongewisse avontuur had gestort. Ondanks het feit dat we een zicht hadden van nog geen twintig meter kwamen we fysiek maar vooral mentaal ongeschonden aan. Er was geen onvertogen woord gevallen. Nou, dat was in mijn vorige relatie wel anders. Kortom, samen naar de opera gaan is heel goed voor de liefde.
Ik was indertijd een fervent kanoer maar ik kreeg mijn lief met geen stok mee. Tot ze op een dag besloot met mij en mijn zonen mee te varen. Goed voor de contacten. Bij het instappen in het haventje van Drimmelen ging het al mis. De boot gleed onder haar weg en ze had al meteen een nat pak. Daarna volgde een traumatische tocht over de Amer waar ik het niet meer over wil hebben. En ook daarna waren we nog steeds verliefd. Kortom samen kanoen is heel goed voor de liefde.
En zo heb ik nog wel een lijstje dingen die heel goed zijn voor de relatie. Samen behangen is er ook zo eentje.
Over een paar dagen vertel ik u uit eigen ondervinding of je verliefd kunt zijn op een vrouw van vijftig. Zelf denk ik van wel. We gaan dat succes van die mijlpaal in ieder geval vieren.
Slagveld
Ik woon op een slagveld. In mijn straat is bloedige strijd geleverd. Zo heftig dat ik wel eens met wat meer respect door die straat mag lopen. Ik ken in Amsterdam straten waar minder is gebeurd maar die wel opgenomen zijn in toeristische wandelingen al dan niet geleid door zwervers of gewezen hoerenmadammen. De toeristische rondleidingen in mijn stad beperken zich tot het historische gedeelte binnen de muren. Middeleeuwse geschiedenis verkoopt zeker beter.
Dat slagveld was in de vorige eeuw. Ik weet dat nu omdat er een prachtig boek is verschenen over de wijk waarin ik woon. Dat boek is over onze wijk geschreven omdat het eind negentiende eeuw de eerste wijk was die de ’s-Hertogenbosch buiten de stadsmuren mocht bouwen.
Den Bosch moest buiten de wallen gaan bouwen omdat daarbinnen, zo lees ik, een onhoudbare situatie was ontstaan. De beter gesitueerden trokken weg uit de uitpuilende ommuurde stad en alleen de paupers bleven over. Als je dat leest begrijp je opeens een paar hedendaagse dingen veel beter.
De wijk waarin ik woon is van meet af aan een gemêleerde wijk geweest waar directeuren, kantoorklerken, middenstanders en arbeiders bij elkaar woonden. Onze straat werd vooral bevolkt door de kantoorpikken.
U begrijpt natuurlijk dat die heren (want dames werkten toen niet op kantoor) niet het slagveld veroorzaakten. Nee, dat waren de arbeiders. In onze wijk stonden namelijk een paar sigarenfabrieken. Elke dag trokken er honderden sigarenmakers door onze straat op weg naar hun werk. Dat was nog eens wat anders dan de rokertjes van de coffeeshop.
Begin vorige eeuw wilden die sigarenmakers betere arbeidsvoorwaarden, uiteraard opgejut door arbeiders in de Randstad, die toen nog niet zo heette natuurlijk. Want onze arbeiders waren brave katholieke huisvaders en die gingen echt niet uit zichzelf op de vuist. Nee, dat deden die rooie infiltranten.
De veldwachters, die het vooral opnamen voor de patroons, probeerden de stakers terug te jagen in de fabrieken. En dat was allemaal bij ons in de straat. Het was hier echt gevaarlijk getuige het onderstaande stukje uit het boek

Aan het eind van de oorlog was onze straat weer het strijdtoneel van bloedige gevechten. Dat kwam omdat de Duitsers de naast onze wijk gelegen spoorlijn bombardeerden.
Tja, wat is het dan nu rustig. De enige strijd die wij nog voeren is die tegen de coffeeshop. We hebben al een paar veldslagen gewonnen want er wordt na een handtekeningenactie streng op toegezien dat de klanten alleen nog maar daar parkeren waar dat mag. Dat scheelt bij ons voor de deur een slok op een borrel. Maar goed, je kunt pas de vlag uitsteken als je de oorlog hebt gewonnen.
Winter (2)



