Terugbladerend in alweer een jaar Stroomopwaarts kwam ik tot de conclusie dat ik weer veel vond van veel dingen. Dat ik veel beweerde. Ik ben blij dat ik het allemaal heb opgeschreven. Een bloemlezing.
Ik vind blanke lefgozertjes uit één van de Bossche achterstandswijken die stoned en onaantastbaar door de stad crossen een grotere bedreiging voor mijn leven dan islamieten.
Ik hou niet van bluffers met een grote bek. De enige mensen die wat mij betreft een grote bek mogen, nee moeten hebben, zijn vakbondsbestuurders.
Tijdens licht administratief werk dat iedereen wel eens moet doen om niet te struikelen over her en der slingerende rekeningen en opengescheurde enveloppen, dacht ik opeens: wat heeft een mens eigenlijk aan rentepunten van de Postbank?
Soms valt m’n bek open van verbazing. Dan ben ik sprakeloos. Gelukkig doen m’n handen het dan nog en kan ik via het toetsenbord communiceren.
Oh nee, geen kwaad woord over homoseksuelen. Ik heb er in mijn kenniskring. (Alleen al zo’n opmerking is eigenlijk beschamend: ik heb ze in mijn kennissenkring. Alsof je jezelf wilt bevestigen als een tolerant mens, terwijl homoseksualiteit toch de normaalste zaak van de wereld is. Maar ja, zo zitten veel hetero’s nou eenmaal in elkaar.)
Het zal mij niet verbazen als binnenkort het bericht verschijnt dat het gedaan is met het fenomeen callcenter. U weet wel, die belbatterijen waarin jongeren worden opgesloten om ons telefonisch iets te verkopen. Makkelijk werk, want je kunt dat al na een korte hersenspoeling waarbij je wordt getransformeerd in een strontvlieg die zich ’s avonds rond een uur zes op de warme prak van weldenkend Nederland stort.
Ik heb me afgevraagd wat privacy betekent in een land dat zich massaal vergaapt aan de Gouden Kooi, Big Brother en waar een Zeeuwse brandweercommandant zich beklaagd over losgeslagen hordes amateurfotografen en –filmers die in de weg lopen terwijl zijn mannen een lijk uit het water vissen. Amateurs die hun materiaal meteen op YouTube knallen!
Ik acht u hoog. Dat is niet zo'n gekke gedachte want de meeste journalisten praten over hun publiek alsof ze het over randdebielen hebben. Mijn credo is: onderschat je publiek nooit.
Ik dacht vanmorgen: nu kan ik mijn oranje poloshirt wel weer aantrekken zonder dat mensen denken dat ik bij een kudde hoor.
Ik heb een gat in de markt ontdekt: een cursus voor journalisten en webloggers die willen stoppen met schrijven over roken.
Mijn vrouw en ik hebben bijna nooit ruzie. Dat komt, zegt zij, omdat we allebei eerder getrouwd zijn geweest. Dan weet je hoe je het niet moet doen.
Ik hou niet van anonimiteit. En al helemaal niet van mensen die in het geniep oproepen tot geweld. Ook niet als dat grappig bedoeld is.
Ik geef niet zo veel om Olympische Spelen, maar ik heb wel veel sport gezien. Dat komt omdat ik in een sportgekke omgeving werk. Ik bedoel dat positief, want wat kun je voor negatiefs verzinnen over mensen met wie ik samen heb gejuicht voor een dansend paard en warterpoloënde dames.
Een goede eigenschap is mijn vermogen me te verbazen. Zonder die voortdurende verbazing zou ik geen journalist kunnen zijn en al helemaal geen weblogger. Als journalist geef je veel feiten door, als weblogger moet ik het toch vooral hebben van de persoonlijke interpretatie daarvan en dan is het fijn als je je oprecht kunt verbazen. Die verbazing betreft vooral het menselijk ras.
Roltrappen zijn fijn als ze het doen. Ze tillen de gewone man zonder enige inspanning tot grote hoogte. Dat is normaal alleen weggelegd voor bankiers.
Hoera, het lek is boven. Het zijn de Marokkaantjes die ons het leven zuur maken. Dat het zo uit de hand is gelopen met die gastjes ligt volgens de parlementariërs aan plaatselijke bestuurders. Die hebben slappe knieen. Ik denk dat ze daar een punt hebben. Want wie tot z’n knieen in de modder staat terwijl het water hevig tegen het kruis klotst, staat veel minder stabiel dan mensen die tegen weersinvloeden beschermd worden door een veilige Haagse stolp.
Bassie is de man die uitgedost als clown de jeugd zulke infantiele grappen opdringt dat ik hem er persoonlijk voor verantwoordelijk houd dat er een hele generatie jongeren voor galg en rad opgroeit.
Kredietcrisis: 3 miljoen euro winnen in de Postcodeloterij en geen bank kunnen vinden waar je je geld veilig weg kunt zetten.
Het kan toch niet zo zijn dat mannen en vrouwen die er in slagen een internationale kredietcrisis te beheersen het niet voor elkaar krijgen om op eigen terrein kleine groepjes halfwaspubers onder controle te krijgen?
We hebben zulke mooie jaren gehad in het Philipsstadion. Emotionele jaren ook met prachtig voetbal tegen grote Europese clubs. Ik heb wel eens tranen van geluk gehuild. Ik geef het gewoon toe.
Op de door mensen bedachte evolutieladder staan wijzelf hoger dan de aap. Zelfs dat hoeft niets te betekenen. Het kan ook zo zijn dat apen slimmer zijn omdat ze hun tijd niet verspillen met het maken van volstrekt zinloze lijstjes.
Toen ik hem vertelde dat zijn achternaam en die van mijn moeder hetzelfde zijn en dat mijn moeder vrijwel zeker de jongeste zus is van zijn vader, werd het even stil. “Maar ben jij dan een zoon van tante Riet en ome Jan uit Barneveld?” vroeg hij. “Ja,’ zei ik. Het was lang geleden ik iemand mijn ouders oom en tante had horen noemen. We besloten elkaar te tutoyeren, zoals neven dat doen.
Er zijn heel veel mensen voor wie ik respect heb of die ik bewonder. Dat wil ik ook best van de daken schreeuwen (ik geef zelfs toe dat Linda de Mol tot die groep behoort) maar ik ga er niet achteraan.
Kom mij niet aan met het verhaal dat de Nederlander harder gaat trappen bij tegenwind. Dat is geklets van een ouderwetse boerenjongen met een terugtraprem.
Ik wens u allen een buitengewoon inspirerend jaar!
Opruiming
Wij hebben een groot huis. Althans, gemeten in kubieke meters. Het is een oude buurtsupermarkt met twee woonetages. Dankzij die ruimte kun je de dagen gescheiden doorbrengen als je dat wilt. Soms willen we dat.
Het is ook een onpraktisch huis. Wij hebben geen schuur of garage en geen zolder. We kunnen dus niet eindeloos dingen bewaren zonder dat we daar steeds mee geconfronteerd worden. Maar elk mens bewaart dingen want ze kunnen op enig moment van nut zijn. Of je vindt het gewoon zonde iets weg te gooien ook al ligt het jaren nutteloos in de weg.
Ik vind het zonde om dingen die een nuttige functie kunnen hebben doelloos in een hoekje op een logeerkamer te zetten. Als wij er niks aan hebben zijn er altijd andere mensen die ze wel kunnen gebruiken. Daarom ga ik eens in de zoveel jaar van boven naar beneden door het huis om alles dat wijzelf een jaar niet hebben gebruikt in de hal bij elkaar te zetten.
De dingen die echt kapot zijn of voor niemand meer bruikbaar heb ik vandaag naar het milieustation gebracht. De rest probeer ik te slijten aan de weggeefwinkel.
Tot mijn verrassing vond ik nog aardige dingen waarvan ik niet eens meer wist dat ik ze had. Een peperdure autoradio/CD-speler. Die komt nog uit een auto die ik bijna acht jaar geleden van de hand heb gedaan. Na enig wikken en wegen heb ik besloten die toch nog maar even te bewaren. Ik zoek er wel iemand voor. Ik zet hem niet op Marktplaats want voor je het weet ben je verstrikt in een val van de politie.
De knuffels die ik met de grijpmachine op de kermis heb gewonnen blijven bij nader inzien gewoon hier. Sentiment. En mijn dwarsfluit die ik al tien jaar niet meer heb aangeraakt doe ik ook niet naar de weggeefwinkel. Daar ga ik ook iemand voor zoeken.
Als u niks tegen mijn baas zegt wil ik wel verklappen dat de chocoladefontein uit het kerstpakket met de tweede zending de deur uit gaat. Er moet toch een arme Bosschenaar zijn die zoiets wel leuk vindt.
Dinertje
Mijn vrouw heeft altijd goede ideeën. “Wij organiseren daags na kerstmis een diner voor zomaar wat vrienden”, zei ze een paar maanden geleden. Het motto was: na de familie even iemand anders. Dat gold dan vooral voor al die andere mensen want wijzelf beperkten het bezoeken van familieleden tijdens de kerst tot twee. Bovendien nodigden wij voor dat bewuste diner zelf twee familieleden uit. Maar alla . . .
Meestal als mijn vrouw dinertjes organiseert sta ik de hele dag in de keuken. Dit keer niet. Ze verzocht iedereen een deel van de maaltijd te maken. Ik deed alleen het voorgerecht. Voorwaar een makkie vergeleken met andere dinertjes.
Er kwam een grote schare mensen opdraven. Blijkbaar is men graag bij ons, zelfs als men z’n eigen eten mee moet brengen. Halverwege de maaltijd liet ik mijn blik over het gezelschap glijden en realiseerde me dat er een macht levenservaring aan tafel zat.
Van de dertien aanwezigen waren drie vrouwen die hun man veel te vroeg waren verloren. Van de dertien waren er zeven aan hun tweede relatie bezig. Eén was op jonge leeftijd vertrokken van een warm Caribisch eiland om zich in ons land te vestigen. Eén had zich na jaren strijd ontworsteld aan het stigma van autisme.
U denkt natuurlijk: wat een zwaarmoedig diner moet dat geweest zijn. Welnee, het was een vrolijke boel. Volgens mij was ik de enige met dergelijke gedachten. Maar ja, ik was dan ook de enige weblogger.
Vocalies (42)
Zo, als u dit leest is kerst voorbij. De etsende kinderkoortjes zijn weer in de cd-kast opgeborgen, waar ze hopelijk blijven liggen tot ze wegrotten. De wereld is even tot stilstand gekomen (min of meer) en de goeie wensen zijn weer gedaan. Over een kleine week kan ik met goed fatsoen mijn huis weer in zijn oorspronkelijke, niet-bling-bling-staat terugbrengen en mijn lief kussen vanwege Nieuwjaar en over tot de orde van de dag. U vindt mij cynisch…? ach u hebt wel een beetje gelijk, ik heb niet zo’n pet op van de mensheid, een aantal uitgezonderd. Kerst is nog niet voorbij of ze slaan elkaar alweer de hersens in.
Waar ik mij vroeger uitzinnig op verheugde in de kersttijd was het Promconcert van de Stofhappers in Eindhoven. Een dezer dagen zag ik het Promconcert op tv (het enige echte dan bedoel ik….) aangekondigd staan en mijmerde ik over de Stofhappers even weg.
U kent ze niet? Het was een soort van feest-orkest in Eindhoven. Ze onderscheidden zich van ‘gewone’ blaasorkesten doordat ze een blauwe stofjas droegen, waaruit een boerenzakdoek bungelde. De meesten konden geen noot lezen , zo groot als een koe. Dirigent Ad Maas arrangeerde vaardig de gekste stukken voor blaasorkest-zonder-muzikale-achtergrond en hield zijn club bij elkaar door zelf op een kleine trom het ritme krachtig mee te slaan (je moest wel van beton zijn om daar tegenin te durven spelen) en met een snerpend fluitje aan te geven waneer hij dacht dat nou maar es afgelopen moest zijn. Met als gevolg dat het gelijk speelde en gelijk eindigde. Alles wat daar tussen gebeurde was geheel voor de verantwoordelijkheid van de orkestleden… Dikke pret dus en bovendien flink tegen de bestaande klassieke ordes aanschoppen.
Toen het Muziekcentrum Frits Philips geopend werd met een concert met muziek van Mahler (dacht ik) en er alleen bobo’s binnen mochten in de tempel van meneer Frits, gaven De Stofhappers buiten op de Markt hun eigen alternatieve concert en ik meen dat ze er binnen last van gehad hebben, even, want ze waren niet haatdragend die jongens, dus toen men van binnenuit meldde dat de opname voor Radio 4 ervan te lijden zou hebben, hebben de heren het volume wat naar beneden geschroefd. Het waren donderstenen, maar geen barbaren…
Ze bestaan niet meer, de Stofhappers, na iets van 15 jaar met succes de bestaande muzikale ordes in Eindhoven en omgeving te hebben geteisterd besloot de vriendenclub dat de glans eraf was en hing men zijn instrument aan de wilgen. Ze hebben nog een paar geprobeerd het zaakje bij elkaar te houden door met elkaar leuke dingen te organiseren, maar ‘leuke dingen’ binden niet zoals muziek dat kan doen en bij mijn weten herinnert er weinig meer in Eindhoven aan de stofjassen van weleer. Jammer.
Ik mocht een van de promsconcerten (op nieuwjaarsdag) met De Stofhappers zingen. Tot vlak voor het concert was ongewis wat er allemaal zou gaan gebeuren. Toen ik derde kerstdag eens begon te piepen dat het nou toch wel es tijd werd voor spijkers met koppen vervoegden pianist en dirigent zich te mijnen huize. Koffie hoefden ze niet, had ik niet een flesje wijn uit het kerstpakket paraat? En ze kropen getweeën achter de piano die nooit vóór die tijd en nooit meer daarna zo van achter naar voren is doorgerammeld.
Allerlei klassieks en jazzigs kwam eruit te voorschijn en met het alcoholpercentage steeg de lol (gelukkig zaten er twee flesjes in het kerstpakket). Eind van het liedje speelde zich af in een groot wijkhuis in Eindhoven. Opera kwam er langs: ik zong Carmen terwijl er achter mij van alles werd uitgespookt dat de zaal deed brullen van het lachen. Ik heb niet om durven kijken. Tedere momenten waren er in de mooiste operette-duetten, waarbij de zaal muisstil meedeinde. Uitbundige lol, die een voorbode was van het Carnaval dat komen ging (zoals het echt behoort gevierd te worden trouwens, zonder billenknijperij en overmatige alcohol).
’s Avonds zat ik met mijn lief in de plaatselijke Chinees, lichtelijk teut, nog na te lachen over zo’n prachtige middag. En het zal wel de zangpedogogen doen hoofdschudden wat ik daar uitgespookt heb (ik heb het destijds maar niet verteld), maar het was de verbroedering en de lol ten top.
Dus voor de jongens daar in Eindhoven en voor u allen: heb een goed en muzikaal en gezond 2009. En moge u ooit meemaken in uw muzikale leven wat ik met De Stofhappers meemaakte.
Winter
IJspret
U dacht dat alleen Friezen in verhoogde staat van paraatheid geraken als er een vorstperiode wordt voorspeld? Mooi niet. De opwinding bij het Zuid-Nederlandse journaille is minstens zo groot.
Vandaag, normaal gesproken één van de meest komkommervolle dagen van het hele jaar, bespeurde ik een koortsachtige opwinding. Vanaf morgen gaat het een paar dagen licht vriezen. Dus de kans is groot dat we komend weekend op natuurijs kunnen schaatsen.
Nou ja, we. Ik niet. De scheve bootjes, bevroren veters en stijve vingers hebben mij genoeg getraumatiseerd om de schaatsen voor eeuwig in het vet te laten.
Maar “ze’ kunnen dus vrijwel zeker over een paar dagen het ijs op. Niet op de diepe gaten en vaarten van weleer maar op speciaal voor dit doel ondergelopen weilandjes met een paar centimeter water. Zonder diepe wakken dus risicoloos.
Sommige collega’s joegen de baas vandaag op hoge kosten met talloze telefoontjes naar alles en iedereen die ook maar iets te maken zou kunnen hebben met de aanstaande ouderwetse Hollandse schaatspret.
De ijsclubs werden gebeld. Alsmede de neringdoenden die nog ergens in een vergeten hoekje schaatsen zouden kunnen hebben liggen voor de verkoop. Ongetwijfeld wordt er op enig moment gemeld dat de verkoop van dat ene paar de omzet ten opzichte van vorig jaar heeft verdubbeld.
Schaatsenslijpers zijn in deze dagen ook gewaardeerde gesprekspartners die prachtig kunnen vertellen over vonken die er afvliegen. En niet te vergeten de verkopers van trendy ijsmutsen en wollen handschoenen. Creativiteit op de werkvloer kende vandaag geen grenzen
Kerstverhaal
Ik heb deze week de film Die Welle gezien. Een Duitse schoolklas beweert tijdens een projectweek dat een situatie als in het Derde Rijk nooit meer mogelijk is. De leraar bewijst binnen een week dat ze ongelijk hebben. Een mooi film, hoewel een beetje voorspelbaar. Het belangrijkste wat ik er uit gehaald heb is dat mensen door een groep kunnen worden buitengesloten met dramatische gevolgen.
Duitsers. Ik vind het aardige mensen. Ik hou van het ordelijke land. De ontwikkelingen als in Die Welle zijn volgens mij dan ook niet typisch Duits. Laat ik dat duidelijk zeggen.
Omdat een beetje weblogger een kerstverhaal met een dieperliggende gedachte moet schrijven (van wie eigenlijk?) dacht ik opeens aan de kerstbrief van de Nederlandse bisschoppen. Zij hebben iedereen die al jaren niet meer in de kerk is geweest opgeroepen tenminste naar de kersnachtdienst te komen. Volgens mij hebben ze de actie zelfs “kom naar huis” genoemd. Ze hopen natuurlijk dat de verdwaalde schapen ook in de stal blijven. Naief, maar toch . . .
Ik las op het ANP ook onderstaand bericht:
Mensen die niet frequent een kerk bezoeken, moeten wegblijven tijdens Kerstmis. Dat vindt een vooraanstaand lid van de christelijke CDU uit de deelstaat Baden-Würtemberg. “Wie de kerk niet financiert is tijdens kerstavond niet welkom in de kerk.” De bijzondere kerstdiensten zijn voor kerkleden die het geloof een warm hart toedragen en financieel de kerk ondersteunen, laat Thomas Volk aan Duitse media weten. Volk hoopt met zijn bijzondere oproep dat de kerken minder vol komen te zitten zodat trouwe kerkgangers genoeg plaats hebben.
Kijk, dan ga je toch nadenken over die Duitse schoolklas.
Gelukkig meldde ons nationale persbureau ook goed nieuws over onze oosterburen:
Kardinaal Simonis heeft een fiets cadeau gekregen van de Duitse bisschop Gebhard Fürst. Simonis vertelt dinsdag stomverbaasd te zijn over het cadeau van zijn Duitse collega. De fiets werd eind november bezorgd. ,,Een mooi cadeau met een prachtige brief erbij'', aldus Simonis. De oud-bisschop van Utrecht en Fürst spraken elkaar eind mei tijdens de Katholiekendagen in het Duitse Osnabrück. Aan het ontbijt werd door beide heren gesproken over het geloof, de problemen van deze tijd, maar ook de oorlog. Simonis vertelde Fürst dat de oorlog diepe wonden in de mensenziel heeft achtergelaten. ,,Ik vertelde dat ik als 12-jarige jongen de machteloze woede voelde toen de Duitsers de fiets van mijn zusje Do inpikten'', aldus Simonis. Volgens de kardinaal maakte het verhaal diepe indruk op de Duitse collega en een half jaar na het gesprek stond de fiets voor de deur. ,,Het is een symbolisch gebaar'', zegt Simonis.
Zo loopt dit kerstverhaal traditioneel toch nog goed af.
Harder
Premier Balkenende heeft een essay geschreven. Ik denk dat hem dat door Plasterk is ingefluisterd. Die is nogal kunstzinnig. En ik denk dat Bos heeft geadviseerd dat dan in het Financieele Dagblad te doen.
Mijmerend over de kredietcrisis schreef de minister-president dat de Nederlandse fietser harder gaat trappen bij tegenwind en dat wij daarom uiteindelijk vermoeid maar zonder epo de finish zullen bereiken.
Ik ben een fietser en heb mij bij het lezen van die woorden achter de oren gekrabd. Mijn ervaring is dat de Nederlander bij harde wind en regen helemaal niet op de fiets stapt maar zijn reet in het automobiel hijst. Niet voor niks is de herfstachtige novembermaand de maand met de langste files.
In Nederland worden weliswaar veel fietsen verkocht maar dan vooral aan vutters die op zonnige dagen op de pedalen gaan en op regenachtige dagen met een beetje tegenwind massaal en met korting in de trein naar de grote stad reizen.
De die-hard fietsers die over blijven, zoals ik, gaan bij tegenwind helemaal niet harder trappen. Die hebben namelijk allemaal een fiets met minimaal zeven versnellingen. Of 21 zoals ik, maar dat komt omdat het voor dezelfde prijs was. Zodra het hard waait schakelen wij een tandje terug zodat we ons niet overmatig hoeven inspannen.
Kom mij niet aan met het verhaal dat de Nederlander harder gaat trappen bij tegenwind. Dat is geklets van een ouderwetse boerenjongen met een terugtraprem.
David
Als ik een top tien van mooiste ervaringen zou moeten samenstellen dan zou mijn eerste ballonvaart met David Barker daar zeker bij staan. Dat was een sensatie.
Het was in augustus 1984 tijdens het ballonfiesta in Barneveld. Ik mocht mee om voor de krant een verhaal te schrijven en tot mijn vreugde werd ik ingedeeld bij Barkerk. Hij was toen kampioen langeafstandsvaren van Europa of Engeland, het doet er niet toe.
Ik schreef er indertijd een hele pagina over en maakte ook zelf de foto’s.
Wie schetst mijn verbazing toen ik dit weekend een mailtje kreeg van David Barker. Hij had pas recent een vertaling van dat artikel uit 1984 gekregen en was naar mij op zoek gegaan. Via internet is dat natuurlijk een fluitje van een cent.
En zo kreeg ik 24 jaar na dato alsnog een reactie op dat verhaal. Mooi hè? Misschien nodigt hij mij nog wel eens uit voor een vaart.
Hi Jan
I like your photos. But are you the Jan de Vries who was working with Barneveldse Krant 25 years ago? I think so. If you were born 1955 you would be the right age.
Just a few days ago I had your report (attached) translated so I could read it for the very first time. Thank you. It was a very nice item, and, rather amazingly for a newspaper report, most of it was correct!
--
Best regards
David Barker, Mirande, France
My web site: http://dbarker.club.fr
Het moet niet gekker worden. Ik kijk niet veel tv, wel vaak onder het strijken. En omdat mijn handen dan druk bezig zijn, kan het wel eens zijn dat ik niet wegzap terwijl de reclame toch toeslaat. Daarom krijg ik ongewild en onbedoeld reclame-boodschappen mee. En ondanks dat ik mij tracht af te sluiten voor zoveel onzin valt het me op dat er wel veel klassieke muziek sluipt in de boodschappen…
Wie die keuzes maakt bij die reclame-jongens weet ik niet, maar misschien moeten ze eens een basis-cursusje luisteren naar klassieke muziek (voor dummies) gaan doen. Sjonge jonge….
Zo zag ik de reclame voor een nieuw model Renault vergezeld gaan van het Dies Irea uit het Verdi-Requiem. Zou u zo’n auto kopen als u wist dat daarmee de dag des oordeels was aangebroken? Tien tegen een dat je je hartstikke dood rijdt…. Je kunt de Goden misschien beter niet verzoeken.
En volgens mij heeft het Koninklijk Concertgebouw Orkest leuk verdiend door een reclame in te spelen waarbij je allerlei verf-fonteinen uit de grond rond een flatgebouw ziet spuiten (ik meen tenminste de hand van Maestro Chailly te horen in deze muziek). Voor welk product de reclame is, is mij ontgaan. Dat ontgaat me trouwens meestal, tenzij ik mezelf dwing even extra goed op te letten en het goed op te schrijven.
Reden waarom ik ter voorbereiding van dit logje wekenlang papiertjes door de tent heb laten slingeren, waarbij ik dan opschreef wat het muziekstuk was en voor welk product. Briefje kwijt natuurlijk…. Volgens mij ging het om de Ouverture van La Gazza Ladra, de diefachtige ekster, ook al zo’n twijfelachtige keuze….
En die auto, die langs gebouwen rijdt waar steeds stukken afvallen, die dan net niet op die auto donderen…. Daar zit ook zo’n bekende deun onder, die ik niet thuis kan brengen… U?
Kijk: dat je een (slechte) tenor een reclame voor pizza’s in laat zingen met ‘La donna è mobile’ (uit Verdi’s Rigoletto) snap ik, dan heeft het een functie, maar toen ik als klap op deze klassieke vuurpijl een reclame voor Durex-condooms zag met daaronder de aria van de Königin der nacht uit Mozart’s Zauberflöte, toen was de reden voor dit stukkie geboren.
In mijn hoofd wordt de aria van de Königin der Nacht al decennia lang geassocieerd met Cristina Deutekom. Die begon er haar carrière mee. Toen ze nog nauwelijks kon zingen, maar wel kon stem-gymnastieken verdiende ze over de hele wereld haar kost met die aria. Simpel: je rijdt de Königin in haar nachtblauwe mantel twee keer in de opera het toneel op en die kwinkeleert dan haar woede uit en kan vervolgens afschminken en het vliegtuig in naar de volgende schnabbel. Op zich trouwens niks mis mee hoor, als je die f drie-gestreept kunt zingen, moet je ‘m te gelde maken, groot gelijk.
Maar de stappen: Cristina Deutekom, Königin der Nacht, sex, Durex, die waren te veel voor mijn klassieke brein. Met open mond en de strijkbout ergens halverwege de plank heb ik staan kijken naar die over elkaar heen schuivende voetjes en de camera zien inzoomen op het nachtkastje. Ik werd er niet opgewonden van…..
Hieronder de aria die ik bedoel ‘Der Hölle Rache kocht in meinem Herzen’
Dankbaar
“We zullen eens kijken wat de stand is,” zei mijn collega.
De stand was 73.
“Marktbederf,” zei ze.
Op Marktplaats stonden op het moment van de check 73 chocoladefonteinen te koop aangeboden. Dat was ruim dertig meer dan enkele uren daarvoor.
Het waren er te veel om te kunnen geloven dat al onze collega’s hun kerstpakket in de verkoop hadden gedaan. Het kan niet anders of meer bedrijven moeten hun werknemers op een chocoladefontein hebben getrakteerd.
Niet eerder heb ik zoveel teleurgestelde gezichten gezien bij het uitpakken van het kerstpakket. Een chocoladefontein was niet waar de meeste mensen op zaten te wachten. Ik hoorde zelfs iemand zeggen: dan nog liever een blikje zalm. Zo erg vond die het.
Ik ben opgevoed met de regels dat je dankbaar moet zijn met alles wat je krijgt. Een moeilijke regel als je een chocoladefontein krijgt.
Ik hou namelijk erg van klooien in de keuken, maar klooien aan tafel is aan mij niet besteed. Als u echt wilt dat ik maar één keer kom eten moet u mij uitnodigingen voor gourmetten, fonduen of barbecuen. Gegarandeerd dat ik u hartelijk bedank en nooit meer terug kom.
Laat staan dat ik zoiets ga doen als spekkies dopen in een chocoladefontein. Eén van de collega’s was al samen met zijn kinderen aan de slag gegaan met het apparaat. Daarna moesten ze de hele keuken opnieuw sauzen.
Desondanks ben ik dankbaar.
Brief van Ali (32)
Vanmiddag ik was bij buurman Arie. Hij zegt tegen mij: weet jij dat in dit @#&%*^&$# land hoeren kleren mogen aftrekken.
Ik was beetje geschrokken van slechte woorden van Arie.
“Jij moet zeggen prostituees,” zeg ik. “En zij trekken niet kleren af, maar kleren uit als zij krijgen klant.” Het was gek dat Arie niet goed Nederlands praatte.
Klanten, zei Arie. Zeg dan meteen clientèle.
Ik snapte niet goed dat woord.
Arie zei het was wel aftrekken. Ik vond beetje moeilijk gesprek met Arie omdat ook buurvrouw nog in kamer was.
Het is wel lekker weer voor tijd van jaar, zei ik.
“Ja, dan kan de dure lingerie wel uit,” zei buurvrouw. Zij moest hard lachen. Arie ook.
Ik had beetje schaamrood.
“Het is echt aftrekken,” hoor zei buurvrouw.
“Kijk,” zei Arie. “Hoeren mogen speciaal ondergoed, schoonheidsbehandelingen en make-up van de belasting aftrekken. En daar zijn de Christenunie het CDA niet blij mee. Jij mag je overall toch ook niet aftrekken,” zei Arie.
“Ik zou die trouwens best eens van z’n Turkse kont willen trekken,” zei de buurvrouw. Zij moest zo hard lachen dat zij van bank rolde en tegen flesje bier viel. Er ging allemaal bier op vloerkleed.
“Dit land is echt van God los,” zei Arie.
Het was erg ongemakkelijk gesprek en ik zei: ik ga naar huis nog boodschappen doen.
Was leuk bij Arie en buurvrouw, vroeg mevrouw Yildiz.
Gewoon, zei ik. Wij spraken over belasting en politiek.
Mijn vrouw zei, zij is altijd blij dat wij hebben goeie gesprekken met Hollandse buren.
Winnaars
Swaffelen. Een paar weken geleden zag ik een bericht langs komen waarin stond dat dit woord kandidaat was voor het woord van het jaar. Ik heb het stukje niet gelezen omdat het me niet echt boeide. Nominaties zeggen me niks. Het gaat in het leven om winnaars
Maar toen ik vanmorgen las dat swaffelen met vlag en wimpel had gewonnen ben ik gaan lezen wat swaffelen is. Gelukkig zijn op YouTube beelden van deze nieuwe volkssport te vinden. Ik zag een man met zijn tampeloeres (dank bert Visscher!) tegen het monument op de Dam slaan. Respect, dacht ik meteen.
Maar gezagsgetrouw als ik ben dacht ik ook meteen: o jee, als hij nou maar geen stuk uit dat graniet slaat. Een geintje is leuk, maar staatseigendommen vernielen zat niet in mijn opvoeding.
Swaffelen, ik kende het niet. Ik zal niet wel niet van deze wereld zijn. Ik ken wel de uitdrukking: "dat slaat als een lul op een drumstel", zeg maar de voorloper van swaffelen.
Ik ga de komende tijd wel goed opletten welke man in deze winterkou nog kan swaffelen. Het gaat uiteindelijk om echte winnaars.
Boek
U kent toch die gevleugelde uitdrukking: Veel journalisten dromen er van een goed boek te schrijven maar de meesten dromen er van dat ze tijd hebben een goed boek te lezen.
Tijd is prioriteit zei de docent op de fotovakschool tegen cursisten die zeiden dat ze de opdracht voor die week niet hadden kunnen uitvoeren omdat ze geen tijd hadden. Met andere woorden: als je iets per se wilt maak je tijd.
Ik zou tijd kunnen maken om een boek te schrijven, maar ik denk niet dat ik die gave heb. Om me heen zie ik steeds meer mensen het edele ambacht van literator uitoefenen. Vooral webloggers die ik volg. Eerst Vandenb., toen Merel, daarna Bijzinnen en nu Louter. Ongetwijfeld zal ik er vergeten.
In mijn vriendenkring zijn twee vrouwen die allebei al twee boeken hebben geschreven en die aan een derde werken. Nog niet zo lang geleden hebben we samen aan onze keukentafel gegeten en natuurlijk ging het over het schrijverschap. Eén van de twee vrouwen was wat vastgelopen met de vorm waarin ze het boek zou gieten. Wij dachten gretig mee, daar ben je vrienden voor.
Een paar dagen later stuurde ze me een mail. Onze opmerkingen hadden haar een opening geboden. Heb ik misschien toch nog een heel klein beetje aan een boek meegewerkt.
Ze zeiden natuurlijk tijdens die avond dat ik het ook eens moest proberen. Een boek schrijven. Ik zou niet weten waarover, zei ik. Ik ben een typische beschouwer en verslaggever. Elke fictie is mij vreemd.
Het kon toch gewoon gaan over dingen die ik in mijn leven heb meegemaakt, zeiden ze. Mijn leven? Ik moest er een beetje om lachen. Ik heb een goed, maar weinig avontuurlijk leven. Een loonslaaf. Met een leuk beroep, dat wel, maar ik vind het niks voor een boek.
Ik moest gewoon beginnen zeiden ze. Eén van de vrouwen zei dat zij ook wel eens aan een scene begon zonder dat ze wist waar die zou eindigen. Al schrijvend ontstaat er vanzelf iets, zei ze.
Dan nog, ik heb geen kop, geen staart, geen plot. Alleen de wens. Kost dat eigenlijk veel tijd, een boek schrijven?
Hecht
Het weblog als dagboek. Ik hou er niet van, maar de bijzondere gebeurtenissen stapelen zich zo snel op dat ik ze wel als een dagboek moet vermelden om later zeker te weten dat ze zijn gebeurd.
Vrijdag zijn we naar de monoloog van mijn neef geweest. Het was bijzonder. Hij was bloednerveus maar speelde en vertelde vol overgave zijn levensverhaal en dat van zijn ouders, mijn oom en tante die ik nooit heb gekend.
Af en toe werd de emotie mij te veel. Ik dacht dat het kwam omdat de tranen losser gaan zitten naarmate de jaren klimmen, maar ik zag in het halfduister van de zaal veel meer glinstering op de wangen van bezoekers.
Mijn broer en zijn vrouw, die voor het eerst sinds 19 jaar weer bij ons thuis waren geweest waren ook zeer onder de indruk. Op de een of andere manier ontstond er tussen ons ook een familieband die ik nooit eerder heb gevoeld.
Mijn neef had tijdens zijn bezoek vorige week aan ons het adres meegenomen van een gezamenlijke nicht die sinds een aantal jaren met haar tweede man ook in Brabant woont. Ik heb haar wel eens uitgenodigd om bij te praten maar verder dan de uitwisseling van kerstkaarten is het nooit gekomen. Ze is wel eens aan de deur geweest, maar de Jantje van vroeger is niet meer dat ventje dat altijd thuis zit. Ik ben nogal uithuizig, dus ze kwam op momenten dat ik er niet was.
Mijn neef mailde mij een paar dagen voor de voorstelling dat hij haar had uitgenodigd. Gekscherend noemde hij dat: voor een familiereünie.
En verdomd ze was er, met haar man. Tien jaar nadat ik haar had gezien stond ze opeens voor me en het voelde als vroeger. We praatten en praatten. Na de voorstelling was er wel degelijk een familiereünie. Complete gaten in mijn familiegeschiedenis werden in één avond gedicht door die twee, die allebei veel ouder zijn dan ik en veel meer weten. “Wat je ook van al die ooms en tantes kunt zeggen, het was een hele hechte club,” zei mijn nicht. Hecht, wat een mooi woord eigenlijk.
Ze nodige Marlies en mij uit. Niet later, nee meteen, ze woonde immers in de buurt. We hebben nog tot diep in de nacht gepraat.
Vandaag zag ik mijn broer en schoonzus weer bij mijn vader. “Jullie komen nu toch ook wel een keer bij ons op bezoek,” zei mijn schoonzus.
Ik heb zoveel verhalen geschreven over andermans leven. Ik ben blij dat ik eindelijk een verhaal over mezelf kan schrijven dat er toe doet.
Vocalies (40)
(Door Marlies)
Terwijl ik dit stukkie zit te typen speelt op de boxen het London Symphony Orchestra onder leiding van Tan Dun ‘A Symphony for You Tube’. Had u er al over gelezen of gehoord? Zo niet dan is hier uw kans. Ik voeg straks een linkje bij waardoor u in het woud van filmpjes en reclameboodschappen voor het nieuw te formeren orkest uitkomt. Als u talent had voor klassieke muziek (wat dat dan ook moge betekenen) en dat talent is nooit ontplooid , altijd miskend en nooit tot volle wasdom gekomen, dan is hier uw kans.
Maak een video-opname van uzelf terwijl u uw deel van de Symfonie speelt en stuur ‘m op. Wie weet zit u volgend jaar met een heel orkest lotgenoten in New York om de symfonie gecomponeerd en gedirigeerd door Tan Dun te spelen. Trek er tijd en geld voor uit, want ook in de klassieke muziek komt er niks voor niks. Op zijn minst kost het bloed zweet en tranen.
Mijn lief (die toch echt van me houdt) tipte mij (ook met die licht cynische ondertoon die wij beiden zo in elkaar waarderen): hier is je kans, eindelijk een doorbraak, naar New York in 2009!!!
Ik grinnikte eens gepast en schudde mijn hoofd: my auditions-days are over en da’s maar goed ook. Ik had er geen talent voor, voor het zingen van audities. Je moet van gewapend beton zijn om zo’n circuit te overleven en dat ben ik niet. Goed beschouwd bevalt de beschouwende kant van de klassieke muziek (hier op de website lekker mekkeren over wat mij er wel en niet aan bevalt) mij eigenlijk uitstekend.
Maar ga de filmpjes bekijken! Het is heel aandoenlijk Tan Dun te zien dirigeren in volstrekte stilte. Je kunt zien dat hij de muziek hoort in zijn hoofd, tot in de kleinste details. En ik schoot, onbedoeld, in een schater toen Valery Gergiev in zijn steenkolen-Engels en met zijn blik schuin omhoog naar de auto-cue een wervend tekstje insprak. Hij heeft het over ‘shit-music’, terwijl hij ‘sheet-music’ (bladmuziek) bedoelt. Ik had het even over gedaan, maar Maestro Gergiev staat niet bekend om zijn geduld en alla, het stond er verder best aardig op.
Het is een machtig mooi initiatief van You Tube, dat alle lof verdient. Sorry jongens het is niet mijn bedoeling jullie onderuit te halen. Hoe meer mensen we binnenhengelen in de wereld van de klassieke muziek hoe beter. Inderdaad: al spelen ze op stokjes: als ze maar spelen. Ooit zullen ze dan ook de schoonheid en de vervulling ervaren van de echte klassieke muziek.
Het YouTube Symphony Orchestra wordt samengesteld in samenwerking met het Koninklijk Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, conservatoria en sterren uit de wereld van de klassieke muziek., waaronder dus TanDun en de wereldberoemde pianist Lang Lang.
Iedere muzikant kan auditie doen. Wie een poging wil wagen, kan tot 28 januari twee filmpjes inzenden. Hoe het allemaal in zijn werk gaat, is achter de link te vinden.
Een jury van muziekexperts selecteert uit de inzendingen 300 'semi-finalisten'. Gebruikers van YouTube kunnen tussen 14 en 22 februari hun stem uitbrengen op de kandidaten. Op 2 maart wordt dan bekend welke musici tot het YouTube Symphony Orchestra mogen toetreden.
De winnaars vliegen in april naar New York voor een driedaagse muziekbijeenkomst met dirigent Michael Tilson Thomas. Een live optreden in Carnegie Hall op 15 april sluit de bijeenkomst af.
Da’s nou optimaal gebruik van internet! Alles voor het goede doel.
Veel plezier; ik ben erg benieuwd naar uw filmpje!
Zouden doden niet echt dood zijn maar over hun graf heen regeren? Ik geloof er niet in, maar voor de zekerheid zal ik het ook nooit ontkennen. Soms gebeuren er dingen in mijn leven die het toeval te boven gaan. Dingen waarvan ik denk: iemand moet hier of daar aan een paar touwtjes trekken.
Neem nou de ontmoeting met mijn neef. Het was nota bene Marlies die hem twee maanden geleden ontdekte terwijl het toch veel meer voor de hand had gelegen dat ik hem dezer dagen in een krant was tegengekomen.
Nee, het is gegaan zoals het is gegaan. Het risico dat ik over het verhaal heen zou hebben gelezen was hiermee uitgesloten.
En er is nog iets. Vanavond is de monoloog van mijn neef. Ik ga er naar toe en mijn broer gaat mee. Hij woont op de Veluwe en om files te voorkomen komt hij vanmiddag al naar ons toe. Hij eet bij ons en daarna rijden we naar Breda.
Dat klinkt logisch maar dan moet ik u iets vertellen. Mijn broer en ik hebben een goed contact als we elkaar treffen bij mijn vader, maar wij komen niet bij elkaar over de vloer. De laatste keer dat hij bij ons was, was in de zomer van 1989 (zegge: negentienhonderdnegenentachtig). Dat was vijf huizen en een vrouw geleden. Hij ziet vandaag voor het eerst hoe Marlies en ik wonen en leven.
Deze week is het tien jaar geleden dat mijn moeder overleed. Nee, ik geloof er niet in, maar het zou natuurlijk best kunnen zijn dat doden toch over hun graf heen regeren. En dat ze aan gene zijde zelfs aan kroonjaren doen waarin ze bijzondere wonderen verrichten. Dat kan toch?
Armoedig
De SP. Ik heb er altijd wat dubbele gevoelens bij. De SP’ers die ik beroepshalve ken zijn oprechte mensen die het hart op de goede plaats hebben. Ze lijden niet aan zelfverheerlijking zoals populistische politici.
De SP’ers die ik ken hebben het echt goed voor met de gewone man. Heel af en toe blazen ze wel eens iets op. Ze hebben wel eens geprobeerd een akkefietje in onze wijk tot een kwestie te verheffen, maar als je zelf blijft nadenken en dat niet helemaal aan de SP uitbesteedt dan is er met die gasten wel zaken te doen.
Wat ik dus niet begrijp, is dat de Amsterdamse SP opzichtig gaat protesteren bij de Miljonair Fair in Amsterdam. Ze hebben de Bijstandsbond opgetrommeld om mee te doen. Ze vinden het vreselijk dat er mensen naar die fair komen die van gekkigheid niet weten wat ze met hun geld moeten doen terwijl zoveel anderen creperen van de armoede.
Wie zegt dat die miljonairs niet veel harder hebben gewerkt dan de demonstranten en zo eerlijk hun geld hebben verdiend? Wie zegt dat er dankzij die miljonairs niet veel mensen aan het werk zijn in plaats van ook in de bijstand zitten? Wie zegt dat zij niet de grootste donateurs van goede doelen zijn?
Wat moeten die miljonairs dan met hun centen doen? Op de bank zetten? Nou dan. Op straat uitdelen aan daklozen? Dat gelooft u toch zelf niet?
Ik ben van nature een redelijk sociaal en maatschappelijk betrokken mens, maar ik zal het niet in mijn hoofd halen te protesteren tegen mensen die het beter hebben dan ik.
Het enige dat echt armoedig is is de actie van de SP en de Bijstandsbond.
KO
Als u mijn schoonvader (Vocalies sr.) zou kennen dan zou u niet geloven dat hij gezegd heeft: ik sta met de mond vol tanden. Toch zei hij dat gisteren. Nog wel ten overstaan van een zaal vol mensen. Het siert hem dat hij dat zo ruiterlijk toe gaf. Er ging een grinnik door de zaal. Ze kennen hem in het Brabantse dorp waar hij woont.
Mijn schoonvader is gisteren koninklijk onderscheiden voor al het vrijwilligerswerk dat hij al jaren doet. Ik weet niet of u in uw nabijheid wel eens een Koninklijke onderscheiding hebt meegemaakt, maar dat is een heel gedoe.
Wij, ZIJN kinderen en ik (de kouwe kant) wisten al voor de zomer dat er bewegingen in die richting waren. Daarna hoorden we er maanden niks meer van. Tot een paar weken geleden de telefoon ging en wij uitgenodigd werden voor de bijeenkomst waarop de decoratie plaats zou vinden.
Toen begon voor mijn vrouw, haar broer en haar zus het grote geheime regelen en het zwijgen. Geloof me, dat is in mijn overigens zeer gewaarde schoonfamilie, niet gemakkelijk. Ze staan niet gauw met een mond vol tanden.
Uiteindelijk was alles geregeld totdat Marlies dinsdagmorgen ineens een ingeving kreeg. Ze belde voor de zekerheid nog even naar de instelling die het lintje had aangevraagd. De man die daar verantwoordelijk voor was bleek ziek en niemand had er aan gedacht de decorandus ZELF uit te nodigen. In allerijl kwam het noodplan uit de kast.
Wij waren gisteravond om kwart over acht besteld en zouden als duveltjes uit een doosje de zaal binnen komen. Bleek die zaal bezet en zat het gezelschap waar mijn schoonvader bij was in de bar waar wij ons verdekt zouden opstellen. En hij mocht ons nog niet zien. Een tante zag ons en trok een sprintje om ons buiten te werken.
En zo kwam het dan toch nog goed. Voor de onderscheidenen is het een mooie traditie dat Ko’tjes altijd bij verrassing komen. Ik vraag me wel af of de Majesteit beseft wat ze de familieleden aan doet.
Veen
In het land van Heusden en Altena ligt een klein dorpje. Veen. Gewoon Veen. Het is een gat in de bible-belt, de protestantse uithoek van het roomse Brabant.
Veen geniet landelijke bekendheid door de jaarlijkse brandstichtingen in de oudejaarsnacht. Dat zijn niet zo maar vuurtjes, het loeit er dat het een oordeel heeft. Blijkbaar heeft de protestantse hoek van onze provincie aan het eind van het jaar veel uit te roken.
Deze week loofde ophitser Giel Beelen een auto uit aan de brandstichters. Hij heeft zijn keutel moeten intrekken. Het is ook niet snugger om zoiets te doen. Journalisten en programmamakers rekenen wel op de Veense brandstichters om de komende komkommertijd door te komen, maar aanwakkeren gaat het best als je zachtjes blaast.
Achtereenvolgende burgemeesters hebben geprobeerd dit volksgebruik uit te roeien. Het werkte averechts. Al jaren lang staat Veen ver voor Nieuwjaar in brand. Hoe harder de burgemeesters schreeuwen hoe verhitter de koppen van de Veense jeugd. Ze staken een paar jaar geleden zelfs de auto van een burgemeester in brand.
De nieuwe burgemeester deed vorige week op kenningsmakingsronde door de gemeente ook het dorp Veen aan. Hij sprak met de jongeren en prompt stonden er een paar dagen later auto’s in brand. Dat is de manier waarop de jeugd van Veen communiceert met de overheid.
Zo langzamerhand is het een spel geworden. Een kat-en-muis-spel tussen jeugd en gemeente. Als de media zouden besluiten geen aandacht meer te besteden aan de brandjes . . .
Sommige collega’s dachten net als ik dat het dan snel afgelopen zou zijn. Maar ja, je kunt er niet omheen. Niemand weet waarom je er niet omheen kunt. “Je kunt er niet omheen” is in de journalistiek de manier om te zeggen dat je geen eigen verantwoordelijkheid durft te nemen.
Het is een vicieuze cirkel. Er is maar één oplossing. Laat Veen branden.
Engeltjes
Als ik ergens een hekel aan heb dan zijn het mailtjes die je aan minstens vijf mensen moet doorsturen om geluk af te dwingen.
Ik krijg zakelijk tientallen mailtjes per dag en dan kunnen die rondzenddingetjes me gestolen worden (sorry aan de mensen die ze trouw sturen en die ik tot nu toe niet durfde zeggen dat ik ze meestal ongelezen wegklik).
Vanmorgen was er eentje van mijn lief. Dat was verbazingwekkend want die heeft nog nooit eerder zo’n mailtje gestuurd. Het was er eentje waarin stond dat je hem moest doorsturen en dat er dan de volgende dag om 11.05 iets moois zou gebeuren. Er zat een afbeelding met engeltjes bij.
Marlies stuurde hem met een knipoog. Ze is met wat belangrijke dingen bezig en kan deze week wel wat extra geluk gebruiken (met extra bedoel bovenop het geluk dat ze al heeft met mij getrouwd te zijn.).
Geloof het of niet (ik geloof het zelf niet) maar vanmorgen even na elf uur kreeg ze een uitnodiging voor een belangrijk gesprek.
Ik heb haar mail nog eens goed bekeken. Ze heeft hem zelf donderdag al ontvangen. Voor het extra beetje geluk had ze hem dezelfde dag door moeten sturen. En pas morgen had ze dat telefoontje moeten krijgen.
Engeltjes? Volstrekt onbetrouwbaar!
Neef
Mijn neef is geweest (zie hier en hier). Ik was meer gespannen dan ik had gedacht. Het is gek als je een bloedverwant ontmoet van wie je tot kort geleden het bestaan niet kende. Ik heb me de hele week afgevraagd wat we elkaar te vertellen zouden hebben. Eerlijk gezegd heb ik zelfs gestudeerd op een openingszin, want die kan cruciaal zijn voor het verloop van de rest van het gesprek. Uiteindelijk vond ik dat onzin en ben ik er mee opgehouden.
Maar het heeft me wel voortdurend bezig gehouden. Wat is het voor iemand? Wat hebben we elkaar te bieden? Moeten we elkaar sowieso iets te bieden hebben? Zijn mijn verwachtingen niet veel te hoog gespannen? Ik ben iemand die de familie van vaderskant bijna veertig jaar niet heeft gezien. De familie van moeders kant is bijna uitgestorven. Ik beschouw mezelf als iemand zonder familie en ik vind dat soms een gemis. Op feesten waar mensen omringd worden door familie bekruipt mij wel eens een gevoel van jaloezie.
En vanmorgen ging de bel. Voor de deur stond een man van wie Marlies later zei: ik zag de trekken van je moeder. Ik was het met haar eens, maar ik vraag me af of dat echt zo was of dat we ze wilden zien.
“Wat een vreemde ontmoeting,” waren zijn eerste woorden. Hij gaf me een hand en kuste Marlies zoals familie elkaar kust na een lange tijd van afwezigheid. De rest ging vanzelf.
De kop koffie die hij kwam drinken liepen gelukkig uit in zes uur praten, eten, drinken. We bewandelden ontelbaar veel zijsporen, maar kwamen steeds weer terug op het hoofdspoor: opa en oma, de tantes, de ooms, de neven de nichten die wij allebei alleen kennen van toen ze klein waren en van wie we ons niet konden voorstellen hoe ze er nu uit zouden zien.
Hij vertelde het verhaal van zijn vader, mijn oom dat maar ten dele bleek te kloppen met het verhaal dat mij altijd is verteld. We kwamen er steeds meer en meer achter dat de familie gezwegen heeft. Uit gemakzucht? Uit schaamte voor een telg die in de oorlog uit liefde voor een vrouw de verkeerde kant koos? We kwamen er niet uit.
Het meest verbazingwekkende was dat hij met sommige ooms en tantes lang contact heeft gehad maar dat zij daar nooit over spraken. Hij wist net zo veel van sommige ooms en tantes als ik. We bleken ook karakterologisch nogal wat overeenkomsten te hebben. We wisten zeker dat we neven waren. En we hebben tijdens de omhelzing bij het afscheid afgesproken dat we neven blijven. De rest van ons leven.
Afgelopen weekend stond er in de Brabantse dagbladen een interview met hem: (lees meer)
Afgelopen week zat ik met mijn lief naar de nieuwe James Bond te kijken. Er was weliswaar aan het verhaal geen touw vast te knopen, maar wij hebben er toch van genoten. Een deel speelt zich af in ons geliefde Italië (waar 007 en een van zijn achtervolgers de restauratie van het gemeentehuis van Sienna in een paar minuten decennia achterop helpen, maar dat terzijde; gelukkig is het allemaal niet echt) en de spectaculaire achtervolgingen en gort- en gortdroge cynische humor van een dit keer niet zo gelikt knappe Bond maken veel goed.
De film eindigt met de aftitelrol en die bekijken wij altijd goed, want beiden kunnen we niet alle gezichten plaatsen. Zo was de kop van de bad guy volgens mij van dezelfde acteur die in The diving bell and the butterfly meespeelde en dan moet de aftitelrol uitkomst brengen. Tijdens de aftiteling kwam ook de oude leader van de serie weer in beeld, vergezeld van de tune zoals die zo bekend is, die vijf halve toonafstanden die elkaar opvolgen. ‘Bijna klassieke muziek’ merkte ik op, ‘ik wed dat die vier tonen net zo bekend zijn als de vier van de Vijfde van Beethoven.’ Mijn echtgenoot had effe moeite die waterval van getallen te decoderen, maar toen knikte hij. ‘Misschien wat voor je stukkie van volgende week’, merkte hij op.
En omdat u nou zo gek bent op lijstjes en meedenken (het loopt echt storm qua reacties hier…) legde ik in gedachten een lijstje aan.
Op één dan maar (de volgorde moet maar volstrekt willekeurig blijven) de begintune van Ian Fleming’s James Bond films (hoort u ‘m al in uw hoofd?). Op twee Beethoven’s vijfde (in de tweede wereldoorlog gebruikt als (morse)teken van de overwinning geloof ik).
Op drie? Wat herken je aan de eerste vier of vijf tonen? De ‘boing’ van het Journaal heeft maar één gongslag nodig. Vroeger Loeki’s tune van de reclame? De drietonige hoorn van de ambulance en de hoge tweetonige van de cops en de wat lagere van de brandweer? De eerste sprong van het Wilhelmus zal voor sommige ouderen onder ons meteen het vervolg wakker maken. Voor veel jongeren is die (kwart)sprong het begin van vele, vele kinderliedjes (ook van de liedjes van ‘kindeje voor kindeje’ van de VARA). Iedere eerste maandag van de maand om 12.00 uur de sirene? Zo’n naar boven slepende toon, zo moeilijk te imiteren voor zangers (terwijl zij toch een traploos instrument bezitten).
Voor het gemak geef ik u mijn nummers drie, vier en vijf (al zijn drie en vier wat vak-idioterig, tenslotte heb ik ervoor doorgeleerd).
Op drie: van de ouverture uit la Forza del Destino van Giuseppe Verdi hoef ik alleen maar de eerste vier tonen te horen om vervolgens de aria ‘Pace, pace, mio Dio’ te kunnen beginnen. Dat voorspel is hetzelfde. Ik zet dan ook nog tamelijk feilloos een f-II klaar op de stembanden.
Op vier: hoewel ik moeite heb met intoneren van niet gangbare samenklanken kan ik zonder problemen de inzet van de aria (uit Puccini’s Tosca) ‘Vissi d’Arte’ vinden: als ik een des-I hoor op de piano, of gestreken door een aantal strijkers, ‘springen’ mijn oren bijna automatisch naar een es een octaaf hoger, gek he? Voor insiders: da’s een none en die komt in de klassieke muziek niet heel vaak voor; in de jazz wel…
Op vijf nog een inkoppertje dat ik op een collega uitprobeerde: ik zong tetterig de eerste drie tonen van de Triomfmars uit Aida en ze riep stralend uit: ‘voetbal!’.
En hou nou maar es vol dat u geen lijstje van vijf ‘tunes’ zou kunnen maken!
Goed beschouwd zit ons hele leven vol met muziek en da’s maar goed ook. Ik zou niet zonder kunnen.
Hebt u een lijstje? Met de leukste en origineelste? Dan hou ik mij aanbevolen, sterker nog, ik zit nu al te kwispelen van plezier! Leef u uit!
Twee linkjes als beloning voor uw meedenken: die van de muziek van de leader van James Bond en die van de Vijfde van Beethoven
Kantoorhumor
In de categorie kantoorhumor citeer ik vandaag een collega-journalist die nog maar kort bij ons werkt:
"Ik begrijp heel goed waarom dit bedrijf is weggestopt op een industrieterrein. In woonwijken is te veel verzet tegen dit soort voorzieningen . . .”
Adoratie
Er zijn eigenlijk geen mensen die ik zo adoreer dat ik louter alleen om die reden een handtekening van ze zou willen hebben.
Ik begrijp mensen niet die met een pen en een papiertje achter een BN’er aan jagen om een krabbeltje te bemachtigen. Evenmin begrijp ik mensen die zich naast een bekende kop dringen om daarmee op de foto te gaan.
Er zijn heel veel mensen voor wie ik respect heb of die ik bewonder. Dat wil ik ook best van de daken schreeuwen (ik geef zelfs toe dat Linda de Mol tot die groep behoort) maar ik ga er niet achteraan.
De rillingen liepen me dan ook over de rug toen een door mij zeer gerespecteerde collega achter zijn bureau vandaan stoof om een handtekening te halen bij George (paloma blanca) Baker die te gast was in één van onze radioprogramma’s.
Ik probeerde hem te helpen zijn schaamte te overwinnen door te vragen of het voor één van zijn kinderen was. Dat hoefde niet want hij gaf grif toe dat het voor hemzelf was. Tja, dan moet iemand het zelf maar weten.
Het ligt niet in mijn aard om niet overal mijn verbazing te laten blijken over dit groupiegedrag. Had ik niet moeten doen want een half uur later duwde een andere collega mij onderstaand briefje onder de neus. Een handtekening van George Baker voor mij. En de man heet niet eens echt George Baker.
Het origineel is voor de hoogste bieder.
Quantum
Ik begreep vroeger nooit wat mensen aan James Bondfilm vonden. Na de tweede had ik het al door. De schrijvers bedachten vier of vijf spectaculaire achtervolgingen op exotische plaatsen. Ze voorzagen de good guy en de bad guy van een lekker wijf en dan kreeg een andere schrijver de onmogelijke opdracht daar een logisch verhaal van te maken. Volgens mij lukte dat nooit.
Toch keek ik er naar omdat er toen niks beters was. Zeker in de tijd van Roger Moore waren het best aardige films. Je zag spektakel dat je nog nergens anders zag. Bovendien vond ik Roger Moore leuk. De manier waarop hij James Bond neerzette is daarna niet meer overtroffen. Bond is voor mij een engelse gentleman met guitige ogen en onderkoelde humor.
Inmiddels is het genre niet zo bijzonder meer. Spektakel op het witte doek kent geen grenzen meer. Toch heb ik me er toe laten verleiden de nieuwste Bondfilm Quantum of Solace te bekijken. Alle filmliefhebbers ontraadden me dat, maar ik hou van tradities.
Het viel niet mee. In alle andere Bondfilms kon ik nog wel iets van een verhaal ontdekken ook al was het flinterdun. Aan deze laatste kon ik werkelijk geen touw vastknopen. Bad guys hadden vroeger een duidelijk doel. Ze wilden de wereld vernietigen zodat James de kans kreeg zich te bewijzen. Daartoe beschikten die slechteriken over geavanceerde wapens waarmee ze hele volksstammen in gijzeling hielden.
Maar het is mij tot op dit moment volstrekt onduidelijk wat de bad guy in Quantum nou precies wilde. Er was iets met een staatsgreep in Bolivia, water en een generaal die in het zadel moest worden geholpen.
Ik heb het twee collega’s gevraagd die behoorlijk into the film zijn. De eerste verbaasde zich over mijn vraag. “Het is een langgerekte achtervolgsscene. Daar moet je niks achter zoeken,”zei hij.
De tweede een jong ding van deze tijd verzuchtte tot mijn verrassing: “Was het nog maar Koude Oorlog, dan begrepen we de Bondfilms beter.”
Er zaten inderdaad een paar aardige traditionele achtervolgingsscènes in. Maar ook die zijn aan devaluatie onderhevig want die scene met die achtervolging over de daken van het door mij zo geliefde Sienna heb ik al eens eerder gezien. Zoals de hele film eigenlijk erg op de Bourne-trilogie leek.
Kortom, het bijzondere van de James Bondfilms is versleten. Dit was echt de laatste die ik heb gekeken. Althans voorlopig.
Aanpassen
Vandaag kondigde het Historisch Openlucht Museum Eindhoven (het voormalig Prehistorische dorp) aan dat ze de laatste centen binnen hebben om het museum aan te passen aan . . . de hedendaagse eisen.
Wie is wie?
Nog niet zo lang geleden kreeg ik bezoek van twee studenten. Ze onderzochten in opdracht van ProRail hoe journalisten tegen deze organisatie aankijken.
Na drie kwartier zei één van de jongemannen tegen mij: “Dus eigenlijk is het allemaal zo ondoorzichtig dat u af en toe niet meer weet of u voor informatie bij Prorail of bij de NS moet zijn?”
“Dat is goed geconcludeerd,” zei ik.
Ze moesten lachen. Ik keek vragend. “Niemand van de mensen die wij hebben geïnterviewd snapt het verschil. Zelfs wij weten het soms niet meer,” zeiden de studenten.
Vandaag las ik dat NS en Prorail hun verkeersleidingen nauwer willen laten samenwerken, net als voor de splitsing.
Het argument “Het is toch beter dit net als voor de splitsing weer in een hand te hebben. Dan kun je bij storingen of calamiteiten op het spoor veel sneller schakelen. Nu moeten we elkaar opbellen, dat werkt niet altijd even praktisch. Op het volle Nederlandse spoornet kan iedere minuut tijdwinst veel ellende besparen''.
Zie je wel: ik ben niet gek.
Stiepelzat
Op de website van de NOS las ik een eigenaardig verhaal. Een Nederlandse filmstudente is in New York ontslagen omdat ze op haar weblog had beschreven hoe een Belgische minister zich in de kroeg had misdragen. De vrouw, Nathalie Lubbe Bakker werkt(e) als barmeisje en zag dat de Belgische minister Pieter de Crem stiepelzat de kroeg binnen kwam wankelen. Daar lalde hij, hij tapte schuine bakken en probeerde op de bar te staan.
Het ergste was dat hij vertelde dat hij en zijn ploeg naar New York waren gekomen voor vergaderingen waarvan ze tevoren al wisten dat die niet door gingen. Ze waren toch gegaan omdat het in Brussel rustig was.
Nathalie schreef daar over en onder druk van hogere krachten werd ze door haar (kroeg)baas ontslagen.
Dat is een interessante zaak met veel kanten. Kun je zomaar alles schrijven wat je ziet en hoort? Feitelijk kan niemand anders dan jijzelf dat bepalen. Jij bent verantwoordelijk voor wat je schrijft. Ik vraag me af wat ik zou hebben gedaan.
Ik kom ook wel eens politici tegen in de kroeg die niet zo helder meer zijn als in de politieke arena. Ik zal het niet in mijn kop halen daar met naam en toenaam over te schrijven. Wat een politicus in zijn privéleven doet moet hij zelf weten, zolang hij andere mensen niet beschadigt. Lallen, het vertellen van schuine moppen en op de bar staan, het zal mij een zorg zijn. Hij doet maar. Dat was voor Nathalie ook niet de reden over deze kwestie te schrijven.
Het werd voor haar een ander verhaal toen bleek dat die minister eigenlijk op kosten van de belastingbetaler een beetje aan het brassen was in New York. Ze vond het haar burgerplicht dat te melden. Maar ook dat blijft een verhaal van een blijkbaar stiepelzatte man. Kun je dat zomaar op een weblog zetten? Ik zou het niet doen.
Het minste dat je kunt doen is uitzoeken met welk doel die minister naar Amerika is gegaan. En vervolgens uitzoeken of het waar is dat de vergaderingen waar hij voor gegaan is inderdaad niet door zijn gegaan. Als dat klopt heb je een verhaal.
De weblogster heeft het blijkbaar niet gecheckt want ze schrijft zelf: Misschien hebben ze idd wel zeer vruchtbare meetings gehad, en is dit uiteindelijk een zeer nuttige reis geweest. Ik heb gewoon een ander verhaal meegekregen.
Meegekregen dus, maar niet gecheckt. Ze moest eens weten hoeveel verhalen journalisten meekrijgen en hoe vaak dingen anders zijn dan ze lijken. Er is nog een wereld van verschil tussen plichtsgetrouwe webloggers en journalisten.
Los daarvan, als het verhaal klopt dan moet die minister bij kop en kont gepakt worden en als de eerste de beste zatladder door de saloondeuren naar buiten worden gegooid.