Roken
Toen ik het parkeerterrein van het verpleeghuis op reed werd de regen natte sneeuw. Ik zag het aan de kristalvormige spetters op de voorruit. Er waren nog geen vlokken te zien. Ik rende door de waterkou van de auto naar de deur.
Binnen zat mijn vader met zijn rug naar een elektrische kachel in een witte schouw. Die was nieuw. Hij gaf geen warmte maar was ter decoratie. Op de schoorsteenmantel lagen pakjes in vrolijk sinterklaaspapier. Naast de schouw stonden twee klompen met hooi en wortels. Het was gezellig binnen.
Ik pakje een kopje koffie uit de automaat en zette mij aan de grote eettafel waar alle bewoners een vaste plek hebben. Mijn vader zit bij het raam. Op de kop van de tafel zit altijd dezelfde mevrouw die haar tijd verdrijft met het lezen van roddelbladen. Soms dommelt ze weg boven die stapel pulp.
Opeens zag ik buiten onder de overkapte veranda en tegen een muur van regen een dame in een rolstoel. Ze was dik ingepakt en er was een deken over haar benen gelegd. Op haar hoofd had ze een muts in de vorm van een eikeldoppie.
Op het tafeltje van de rolstoel stond een asbak.
Daar zitten de rokers zei mijn vader. Ze zitten er altijd, weer of geen weer. Ik huiverde. De verpleegsters, zo leerde ik, lopen af en toe de kou in om een sigaret aan te steken want dat kunnen de rokers niet zelf.
En inderdaad even later kwam er iemand de brand in een nieuwe sigaret steken. De dame trok gelukzalig aan haar peuk. Ik zag dat ze honderd uit praatte tegen niemand in het bijzonder. Na een halve minuut was haar hele hoofd verdwenen in een rookwolk.
Ik vond het een raar gezicht, zo’n vrouw in een rolstoel onder de veranda terwijl de regen als een gordijn over het terrein hing. Aan de andere kant gaf het ook een goed gevoel, want eigenlijk is het mooi dat iemand in deze omstandigheden gewoon kan doen wat ze wil. Lekker buiten een sigaretje roken zonder dat er allerlei verzorgers bezwaren opwerpen. Bij het intakegesprek met mijn vader had de directrice al gezegd dat het in dit verpleeghuis niet gaat over hoe lang de mensen leven maar hoe ze willen leven.
Na een halfuurtje werd de rolstoel naar binnen gereden. Uit de asbak kringelde nog even wat rook . . .
Vocalies (38)
(Door Marlies)
Hebt u dat nou ook? Dat november zijn einde nadert, dat je ’s morgens bij donker je huis verlaat en ’s avonds bij donker weer binnenrolt. Dat dagen grijs verlopen en dat de lente nog errug, errug ver weg is? Dat Sinterklaas eraan komt, dat de kerstman al achter hem staat te trappelen (vreselijke mannen die twee) , dat je binnenkort vijftig wordt en dat de feestdagen naderen, waar je ieder jaar meer tegenop gaat zien, omdat je weet dat ze je melancholisch zullen maken, ondanks alles wat je gaat doen om dat te voorkomen (dineetjes met vrienden organiseren, alle flessen die je krijgt als kerstcadeautjes achter elkaar leegdrinken; gordijnen dicht, kachel aan, tv aan, oh nee laat maar uit want het enige dat erop is is The Sound of Music en daar ga ik tegenwoordig bij voorbaat al bij janken…)
Kortom is mijn gemoedstoestand duidelijk? Als niet kan ik nog wel een tijdje doorgaan hoor, ik zwelg af en toe graag in eigen leed.
Dus had ik voor het stukje van vandaag eens behoefte aan iets krankjorums. Nou kan ik genoeg krankjorums bedenken (a krankjorum mind is a joy forever) maar ik besloot maar eens dátgene te exploreren dat me het eerste binnenschoot en dat was: Florence Foster Jenkins.
Heel lang geleden zakten wij met een stel zangers na een concert af bij de bariton (waar zou-d-ie toch gebleven zijn trouwens, die bariton…???). Ik verbaasde mij over zijn bepaald erudiete huis en gedrag. Hij was tolk vertaler Duits en Engels, en een goeie ook. Hij had zijn huis stoffig, ouwerwets en oergenoeglijk ingericht met tegen alle wanden boeken en lp’s en tijdschriften. Hij schonk ons een stoffige, belegen en peperdure rode wijn, deelde toastjes met ganzenleverpaté rond (ja ja, niet zeuren toen wisten wij nog niet dat je dat eigenlijk niet eet als weldenkend mens) en sprak met een twinkel in zijn ogen (hij had en heeft hopelijk nog steeds een buitengemeen gortdroog gevoel voor humor): ‘Nou zal ik jullie es een èchte zangeres laten horen’…’ En hij zette een lp op en in no time schalde Florence Foster Jenkins door de kamer.
Ik verslikte me bijna in mijn toastje en liet het glas kostelijk rood vocht bijna vallen. Heremijntijd, wat was dat nou?
Florence Foster werd geboren in 1868 in Pennsylvania. Ze kreeg als kind muziekles en wilde eigenlijk in het buitenland verder studeren. Haar steenrijke vader weigerde echter bij te dragen aan de kosten voor z’n opleiding (misschien snapte hij wel dat zijn dochter geen spaan talent had…)
Florence trouwde stiekem met Frank Thornton Jenkins. Een kort huwelijk, want ze scheidden weer in 1902. Ze verdiende de kost als lerares en pianiste tot haar vaders dood in 1909. Toen erfde ze een fortuin en kwam terecht in het muzikale wereldje van Philadelphia, waar ze onder meer de Verdi Club stichtte en financierde.
De bronnen vermelden met een ongebruikelijk gevoel voor understatement dat je aan haar opnamen kon horen dat ze weinig gevoel voor ritme en toonhoogte had en nauwelijks in staat was een noot vast te houden. Ze kon er geen hout van, laten we maar eerlijk wezen. Haar begeleiders pasten zich hoorbaar aan haar gekrijs aan (waarschijnlijk betaalde mrs. Foster-Jenkins goed).
Toch werd ze onmetelijk populair. Voor een deel omdat ze waardering ‘kocht’ en voor een deel omdat het publiek andere dingen aan haar waardeerde dan haar stem. Als u haar gehoord hebt zult u het begrijpen: men lachte zich een kriek.
Ze schijnt ooit gezegd te hebben: 'Mensen mogen zeggen dat ik niet kan zingen, maar niemand kan zeggen dat ik niet heb gezongen'. Enig gevoel voor logica bezat ze dus wel.
Op haar 76ste gaf ze eindelijk toe aan de publieke wens een optreden te geven in Carnegie Hall (in 1944). De kaartjes waren al weken van te voren uitverkocht. Jenkins overleed een maand na dit optreden. Sommige bronnen wijten haar overlijden aan de gekruide kritieken die ze kreeg toen ze haar ‘talenten’ (of het gebrek daaraan) voor objectieve luisteraars tentoonspreidde: de kritieken na het Carnegiehall concert waren niet mals…
Het voert te ver alle anekdotes hier te vertellen. U moet haar maar es googelen. En als u het leven even niet ziet zitten en niet snapt waarom u zo moet ploeteren om die hoge c er fatsoenlijk uit te krijgen, of als u opziet tegen de feestdagen of het vertrouwen in het leven in het algemeen en de mensen in het bijzonder aan het verliezen bent: draai Foster Jenkins. U kunt er weer een tijdje tegen.
Sterkte met de Sint, mijn volgende stukje komt op 6 december en dan is er ook weer een Vocalies, die helpt u wel bij de voorbereiding op de kerstdagen; half januari gaan de dagen weer lengen en in februari steekt er vast wel weer een crocus de kop op.
In de link een opname van Jenkins’s versie van de aria van de Königin der Nacht, ondersteund door plaatjes die een beetje weergeven wat ik dacht toen ik haar voor het eerst hoorde.
Meedenken
Wij, van nature luie journalisten hebben graag dat de mensen meedenken. We hebben het liefst persberichtjes die we alleen maar hoeven te knippen en te plakken. Als het aan ons ligt dan denken we zo min mogelijk zelf na. Dus u begrijpt hoe fijn het is dat de zender van een persbericht zelf al de importantie van zijn schrijfsel aangeeft.
In de bijlage is een artikel opgenomen, wij zouden het een verrijking vinden van uw medium om dit als redactioneel artikel op te nemen.
Dé honderdduizend
Iedereen droomde er vroeger van. Mijn ouders, de buren, de bakker, de gasopnemer. Iedereen droomde van dé honderdduizend. Als je dé honderdduizend won dan waren al je geldzorgen voorbij. Je kon een ruime doorzonwoning kopen en een autootje. En dan was er nog geld over om voor het hele gezin nieuwe winterjassen aan te schaffen. Bij Blijdesteijn natuurlijk. Want met zoveel geld in de knip kon je daar eindelijk naar binnen.
Er waren mensen die hadden uitgerekend dat je met dé honderdduizend zelfs nooit meer hoefde te werken. Honderdduizend gulden was een duizelingwekkend bedrag.
Wij kenden het getal miljoen wel, maar konden dat niet in verband brengen met geld. Dat ging ons voorstellingsvermogen ver te boven. Dé honderdduizend, die je kon winnen met de Duitse lotto of de voetbalpoule, was al nauwelijks te bevatten.
Nu vliegen de miljarden je om de oren. 700 miljard hier, 200 miljard daar. Wat kun je eigenlijk doen met een miljard? Welke kleur hebben briefjes van één miljard?
Het zijn dezelfde duizelingwekkende bedragen als dé honderdduizend uit mijn jeugd. Dat is nu nog geen 50.000 euro. Hele volksstammen verdienen dat bedrag, waarvan mijn ouders droomden om voorgoed in weelde te kunnen leven, nu met een jaar werken. Gerrit Zalm verdient per jaar 7,5 keer dé honderdduizend om er voor te zorgen dat Nederlanders en Belgen samen kunnen werken in één bankorganisatie.
Ik zou willen dat ik over vijftig jaar nog op aarde was om te lezen hoe webloggers dan over een miljard schrijven.
Geograaf
Er stond vanmorgen in de krant dat de kredietcrisis de kloof tussen arm en rijk verkleint. Dat komt omdat rijken meer belasting moeten betalen dan armen. In Engeland noemen ze dat de Robin-Hoodbelasting. Ik ben een enorme fan van Robin Hood. Goede boeven kunnen altijd op mijn warme sympathie rekenen.
Zo’n verhaal over het verkleinen van de kloof is wel een beetje een open deur. Wie het nieuws goed volgt ziet wel vaker open deuren. Die zijn voor de mensen die het nieuws niet goed volgen. Het fijne van open deuren is dat je hele stukken kunt over slaan en de krant sneller uit hebt zodat je tijd over hebt om iets leuks te doen.
Dat geldt niet voor mij. Ik vind kranten lezen dat leuks. Ik lees altijd alles want in het kleinste hoekje kan nieuws zitten voor mijn baas. Of inspiratie voor mijn weblog. Zo las ik over het bestaan van een financieel geograaf. Ik ken best veel beroepen (onder meer dankzij mijn kinderachtige namenlijst) maar ik had nog nooit van een financieel geograaf gehoord.
Bij zo’n functie denk ik aan iemand die weet waar de rijken der aarde wonen. Bijvoorbeeld iemand die weet waar Bill Gates woont of – en dat is nog leuker – waar het stulpje van Linda de Mol staat. Iemand met zo’n beduimeld adresboekje dat hij aan niemand laat zien, maar waarmee hij wel koketteert (om de een of andere onverklaarbare reden denk ik dat het een mannenbaantje is.)
Een financieel geograaf plaats ik op de redactie van Privé of Story of – nog beter – van Quote. Ik stel me voor dat zo iemand een kaart heeft met vlaggetjes, die hij voordurend verschuift als er weer een rijkaard verhuist naar een nog grotere villa. Iemand die gek wordt van David Beckham die dan weer in Los Angeles woont en dan weer in Milaan. En die dan zoveel met dat vlaggetje moet schuiven dat er een scheurtje in de kaart komt en dat dan de financieel geoloog moet komen met plakband.
Maar nee, deze financieel geograaf met de naam Ewald Engelen, werkt op de Universiteit van Amsterdam. En hij wist te vertellen dat de zwaarste klappen gaan vallen bij de rijkste landen en dat armere landen zich beter staande houden Dat is toch wel iets anders dan weten waar de BN ‘ers wonen. Ik ben blij dat ik toch die open deur binnen ben gegaan. Ik heb er toch mooi iets van opgestoken.
Alarm!
Toen ik klein was sneeuwde het vaker. Het vroor ook vaker. We schaatsten vaker. Tenminste, in mijn beleving. Als er iemand met keiharde cijfers komt dat dat niet waar is dan geloof ik dat. Ik vind het geen halszaak, behalve in een discussie over de opwarming van de aarde, maar daar gaat het nu even niet over.
Het gaat nu over de discussie of de ANWB een filealarm had mogen afgeven. Dat kenden wij vroeger niet. Sneeuw betekende dat je voorzichtig moest rijden, dat wist iedereen. Daar was echt geen nationale paniek voor nodig. Sneeuw was een steeds weerkerend natuurverschijnsel waar je rekening mee hield. Het was geen nationale ramp zoals nu.
Er was dan ook niemand die het in zijn hoofd haalde een waarschuwing af te kondigen. We zouden er ook om gelachen hebben. Alsof wij kleine kinderen waren die zelf niet wisten dat sneeuw behalve leuk ook gevaarlijk kon zijn.
Maar die tijden zijn veranderd nu er een hele generatie is opgegroeid die nauwelijks weet wat sneeuw is, laat staan dat die er zelfstandig over kan nadenken hoe te handelen als er vijf centimeter valt. Vijf centimeter. Daar kon je vroeger nauwelijks een fatsoenlijke sneeuwpop van maken.
Nu komen er waarschuwingen. Maar waar komt nou die ruzie tussen al die organisaties vandaan. Dat is simpel. De ANWB was vroeger, toen er dus veel sneeuw viel, de baas van autorijdend Nederland. Ze plaatsten de paddenstoelen, ze waren er bij pech onderweg, daar regelde je eigenlijk alles op mobiel gebied.
De ANWB werd allengs belangrijker, bijvoorbeeld toen zij op de radiostations de verkeersinformatie gingen verzorgen. Totdat er opeens concurrentie kwam. Ze hebben niet langer meer het alleenrecht op het repareren van gestrande auto’s. Ze zijn niet meer de enige die verkeersinformatie geeft, En waarom zou ik een uur in een ANWB-winkel gaan staan als ik datzelfde via internet kan regelen.
Kijk en in zo’n wereld moet je jezelf bewijzen en onderscheiden. Dan ga je roepen dat er file-alarm is en dan ben je de volgende dag de held omdat je hebt gewaarschuwd. Behalve als er de volgende dag niks aan de hand is. Dan ben je prooi van je concurrenten. Zo simpel is het. En ik kan het weten, want die ongebreidelde dadendrang om zonder nadenken als eerste iets te roepen om zodoende de aandacht op je te vestigen is er in de journalistiek al jaren.
Niet af
Dit verhaal, dat ik een paar weken geleden schreef, is nog niet af. Ik heb er met mijn vader over gesproken, maar hij hield de boot af. Hij wist niets van de geschiedenis van zijn zwager, mijn oom.
Hij vertelde dat mijn broer hem er ook al naar gevraagd had. Dat kwam omdat ik er met mijn broer over had gesproken. Hij wist ook niet waar de oom begraven lag. Ja, ergens in Brabant. Maar ik kreeg niet helder of hij dat altijd had geweten of dat hij dat wist omdat mijn broer dat had verteld. Hij wist ook niet of mijn oom een zoon had. Mijn vader schakelde over op een ander onderwerp.
Wat ik ook alsmaar niet helder kreeg was of de man die de monologen houdt een zoon van mijn oom is of een kind uit het tweede huwelijk van mijn tante. Vandaag kreeg ik van de regisseur de naam en het telefoonnummer van de man die ik voor de helderheid de toneelspeler noem. Hij draagt dezelfde achternaam als mijn moeder. Het kon niet anders of hij moest een volle neef van mij zijn.
Ik heb hem gebeld en hem verteld hoe ik aan zijn nummer kwam en dat ik kaartjes wilde bestellen voor zijn voorstelling. Ik legde hem uit waarom. We zeiden u tegen elkaar. Het leek hem onwaarschijnlijk, zei hij, dat er raakvlakken waren tussen zijn verhaal en mijn verhaal. Hij was daar zelfs stellig in. Ik was teleurgesteld. Na een minuut bleek dat hij op het verkeerde been was gezet door mijn achternaam die niet dezelfde is als de zijne.
Toen ik hem vertelde dat zijn achternaam en die van mijn moeder hetzelfde zijn en dat mijn moeder vrijwel zeker de jongeste zus is van zijn vader, werd het even stil. “Maar ben jij dan een zoon van tante Riet en ome Jan uit Barneveld?” vroeg hij. “Ja,’ zei ik. Het was lang geleden ik iemand mijn ouders oom en tante had horen noemen. We besloten elkaar te tutoyeren, zoals neven dat doen.
Hij vroeg me waar in woonde. We bleken niet eens zo ver van elkaar te wonen. Hij vroeg me ook of we iets konden afspreken. Hij wilde graag naar Den Bosch komen. We hebben een afspraak. Hij heeft overigens dezelfde naam als mijn broer.
Dit is verhaal is nog niet af.
Nieuwe namen
Ik heb een boze mail gekregen:
Gedag,
Met toeval op uw site beland en met verbazing gelezen dat u de kinderachtige lol ziet in de achternaam van vaderlands baan sprinters Yvonne Hijgenaar, als u ook de moeite had genomen om u ietwat te verdiepen in de persoon Hijgenaar dan had u er ook achter kunnen komen dat het een groot sportster is die enkele jaren in haar uppie het baan sprinten voor vrouwen staande heeft gehouden waar nu een nieuwe generatie de vruchten van gaat plukken. U praat dan wel over het vak journalistiek maar in deze dan toch zonder enige diepgang.
Met vriendelijke groet van jan Magnee
p.s. laat u vooral niet weerhouden om ook over mijn achternaam "journalistieke" lol te beleven.
Desondanks wilde ik toch maar doorgaan met de rubriek. Ik moet er niet aan denken dat ik het kind in mij vermoord.
En om dan maar meteen ontzettend kinderachtig te beginnen: een lid van onze fotoclub meldde mij het bestaan van een arts die K. Bouter heet. Ze zouden eigenlijk moeten verbieden daar grappen over te maken.
Het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren heeft een woordvoerster: Ingeborg de Wolf.
Arnoud van de Boel werkt bij kringloopwinkel La Poubelle in Tilburg.
Ik krijg ook wel eens leuke mail hoor:
Hallo Jan,Wist je dat de locatiescout van Wolfseinde de toepasselijke naam Hannelore Wegenwijs draagt?
Wolfseinde is de dramaserie die Omroep Brabant vanaf volgende maand gaat uitzenden. Ik ga u daar nog wel een keer mee lastig vallen.
Ook leuk was het mailtje van ene Jan uit Zaanstad:
Hallo Jan,
Onlangs zag ik op je website je namenlijst. Het begint met Benno Baksteen, die link met zijn naam had ik indertijd ook al gelegd, evenals Diana Woei.
Leuk dat je hier een verzameling van hebt aangelegd, met veel plezier heb ik het door gelezen. Fred Emmer als nieuwslezer vond ik ook niet verkeerd.
Wij hadden indertijd hier in Zaanstad Ir. Beltman Directeur van de Gemeentelijke Reiniging, onder zijn verantwoording viel ook de vuilnisbelt die toen nog bestond.
Tevens wil ik je nog wijzen op de slagerij van de Fam.Slagt in Koog aan de Zaan.
Mocht mij nog iets te binnen schieten dan zal ik aan je denken.
Met vriendelijke groet,
Jan (Ja daar zijn er meer van)
De Algemene Inspectiedienst die op houders van beschermde vogeltjes jaagt heeft iemand in dienst met de naam Roel Vinken.
Saillant is ook prof. dr. Ad Kerkhof, hoogleraar klinische psychologie, psycho-pathologie en suïcidepreventie aan de VU Amsterdam.
Harry Perton stuurde mij onderstaande foto.

Theo van de Maas is van het bedrijf Mens en Water. Suzanne Maas is communicatiemedewerker bij Rijkswater¬staat in Den Bosch.
Freek Langeraap werkt bij Hutten Catering. Die is trouwens ook boos op mij, maar dat is weer een heel ander verhaal. Ik heb in mijn onschuld een nieuwtje wereldkundig gemaakt dat hij aan de concurrent had beloofd.
Bart van Ham is leraar aan de hotelschool in Breda.
Dan hebben we tot slot de heer Hoppe die bij Bierbrouwerij Hertog Jan werkt.
Klaar!
Vocalies (37)
Aflevering 13 van Vocalies-podcast is er!

(Door Marlies)
Het is vandaag zaterdag 22 november. Als je ’s zaterdags stukkies schrijft en je doet dat op een website voor vocale klassieke muziek dan ontkom je er niet aan: het is vandaag de naamdag van Sint Cecilia. Nou en, zult u zeggen.
Nou, die Cecilia is de patrones van de koorzangers. En wel van de katholieke koorzangers en vooral van de zuidelijke katholieke koorzangers. Ik kan er ook niks aan doen. Ik zal u vertellen hoe ik tot dit wellicht wat ouwerwetse stukje kom.
Ik ben begonnen met zingen, echt zingen, via mijn vader. Hij was lid van het kerkkoor en van het ‘openbare’ plaatselijke zangkoor en als hij de kans had zong hij de rouw- en trouwmissen ook nog mee (doe-t-ie nog steeds trouwens). Kortom: ik heb het van geen vreemde. Liever dan bij onze strenge moeder met argusogen in de kerk te moeten zitten ging ik met hem mee naar boven, naar het koor. Al vroeg gedroeg ik mij alsof ik nooit anders kende als het koor en de klokkentoren van de kerk.
Ik zong met kerst en Pasen alle missen mee en zat tussendoor te lezen, te kaarten, of Franse woordjes te leren (altijd achten!) al naar gelang mijn leeftijd vorderde. Ik holde tussen de missen door dwars door de kerk en speelde verstoppertje op de preekstoel en was hogelijk verontwaardigd als ik gecorrigeerd werd omdat ik niet eerbiedig genoeg was. Het was toch mijn terrein?
Ik kon Gregoriaanse muziek (uit het grote boek) lezen bij wijze van spreken vóórdat ik ons eigen letterschrift kon lezen (nu niet meer trouwens, helaas). Later, veel later, ben ik uit de katholieke kerk gestapt omdat ik het een liefdeloze instelling vind, maar de muziek ben ik blijven waarderen. Zowel de Gregoriaanse als bijna alle andere kerkmuziek en mede daardoor ben ik waarschijnlijk wel zijn instituut kwijtgeraakt, maar Onze Lieve Heer zelf niet, if joe get mai drift…..
Dus voor al die koorzangers die vandaag potverteren (voor zover die gierige kerkbesturen het niet op Petrus laten aankomen vóórdat ze hun zangers eens lekker verwennen als beloning voor al die uren repetities en uitvoeringen in tochtige, koude kerken) volgt hieronder een korte beschrijving van het leven en de dood (het wordt bloederig, want het kind is vreselijk aan haar eind gekomen) van de heilige Cecilia en in de link Henry Purcell’s ‘Ode for Saint Cecilia’s Day’.
Cecilia was een jonge, adellijke dame in Rome. Ze leefde in de derde of vierde eeuw na Christus en werd uitgehuwelijkt aan een zekere Valerianus. Ze had zelf bedacht dat ze maagd wilde blijven en alleen aan God wilde toebehoren, dus ze wilde niet trouwen met Valerianus, een niet-gelovige. Maar ja, in de derde, vierde eeuw na Christus in Rome had je als jong meisje niks te beslissen en haar ouders zetten het huwelijk door.
In de huwelijksnacht vertelt Cecilia haar nieuwe echtgenoot dat een engel haar lichaam beschermt. Valerianus wil die engel dan wel eens zien en Cecilia stuurt haar man daarom naar de paus. Even buiten Rome ontmoet Valerianus de engel (!) en hij bekeert zich tot het christendom. Ook zijn broer bekeert zich. Hoe het nou met die maagdelijkheid van Cecilia is afgelopen vermelden de analen trouwens niet.
Na de nodige verwikkelingen worden de beide broers ter dood gebracht. Cecilia begraaft ze en blijft het christendom prediken. Zij wordt ook ter dood veroordeeld. Het verhaal gaat dat ze in kokend water gedompeld werd en dat drie keer overleefde (sommigen bronnen hebben het over verstikking of vergassing). Toen is haar de keel afgesneden, zo diep dat het hoofd bijna van de romp gescheiden werd (ik zei toch dat het bloederig zou worden…).
Er is een prachtig beeld van haar dat op haar graftombe ligt in de kerk Santa Cecilia in de wijk Trastevere in Rome. Ik heb het gezien. Ze ligt er onnatuurlijk verdraaid bij, maar beeldhouwer Stefano Maderno heeft inderdaad een ontroerend beeld gemaakt.
Waar nou die associatie met de muziek vandaan komt is niet helemaal duidelijk. Ze schijnt op haar huwelijk een lied gezongen te hebben voor haar enige heer, hem smekend haar kuisheid te bewaren. Ze is trouwens ook patrones van de brandweerlieden en op Sicilië geloven ze dat ze de lavastromen van de Etna kunnen keren als ze haar sluier in zee gooien (Sicilië kennende circuleren er meer sluiers… is ook wel handig met die wispelturige Etna).
In de link een mooi stukje uit de 'Ode for St. Cecilia's Day van Händel. U moet de sopraan de verkeerde jurk maar even vergeven, ze zingt best mooi. En volgende week gaat ze in haar nakie in de zon liggen, zodat je bij het volgende concert niet meer ziet waar haar t-shirt gezeten heeft... zucht...
Vals
De man die belde was vrij stellig. Hij zou drie dagen geleden een brief van de woningcorporatie hebben gekregen en die was er nog niet. Dus was het de taak van de media om dat wereldkundig te maken.
Gewoontegetrouw vraag ik dan of het “slachtoffer” al met de woningcorporatie heeft gebeld. Ik vind namelijk dat mensen eerst moeten proberen zelf hun probleem op te lossen. Hij ging niet bellen, zei hij, dat was de taak van de journalist.
Ik probeerde hem uit te leggen dat het zo niet werkt. Jawel, zei hij, het was zelfs onze plicht de woningcorporatie in een kwaad daglicht te stellen. Op zo’n moment ben ik meestal uitgepraat.
Het zijn van die voorvallen die elke journalist herkent. Mensen denken vaak dat de media elk probleem kunnen oplossen. Ze hebben niet in de gaten dat de problemen die vlot getrokken worden door tussenkomst van de media het topje van de ijsberg zijn.
Het blijven steeds moeilijke afwegingen want geen enkele journalist wil een goed verhaal missen.
Eén van de meest lastige kwesties vind ik vaders die aankloppen omdat ze hun kinderen niet meer mogen zien omdat ze die kinderen sexueel misbruikt zouden hebben. Vandaag las ik dat er een rapport is verschenen waaruit blijkt dat veel van die beschuldigingen niet waar zijn. Ze worden de wereld in geslingerd door exen die uit zijn op wraak.
Ik heb beroepsmatig een paar keer met dat bijltje gehakt. Dan zat er een radeloze vader tegenover mij, die mij als laatste strohalm gebruikte. Omdat ik zelf een gescheiden vader ben (zonder dit soort problemen overigens) voelde ik altijd met die mannen mee, maar probeer als journalist die geen toegang heeft tot medische rapporten maar eens te bewijzen wie er gelijk heeft.
Ik heb – geheel tegen mijn journalistieke natuur in - wel eens zo’n verhaal aan een gerenommeerd weekblad gesleten waarvan ik weet dat ze een flinke onderzoeksredactie hebben. Maar die besloten er uiteindelijk ook hun vingers niet aan te branden.
De machteloosheid om iets voor zo’n vader te kunnen betekenen blijft aan mij knagen. Je voelt gewoon dat hij geen dader is maar slachtoffer, maar je kunt geen moer doen. Daarom was ik vanmorgen blij toen ik dat verhaal las. Het is een hart onder de riem voor al die vaders die vals worden beschuldigd.
Hoewel ik me afvraag of ze er iets mee opschieten. Ik denk dat onderzoeker Van den Eshof van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken helaas gelijk had toen hij zei: “Je kunt beter worden veroordeeld voor inbraak dan worden vrijgesproken voor een zedenmisdrijf. Je kunt je nauwelijks verdedigen tegen mensen die zeggen: waar rook is, is vuur”.
Kuiphof
Jaren geleden was ik op een beurs voor audio-visuele media in Parijs. We keken onze ogen uit naar al die nieuwerwetse dingen. Ons hoofd techniek vertelde dat er camera’s op komst waren die zo scherp waren dat je in een voetbalstadion kon inzoomen op de overkant en dan kon zien welk merk shag iemand rookte. Wij konden het niet geloven.
We waren net het tijdperk van de wazige zwart-witbeelden ontgroeid. De tijd van Herman Kuiphof. De tijd dat nog alle namen werden genoemd van spelers die de bal aanraakten. Dat moest wel want je kon de ene speler nauwelijks van de andere onderscheiden op dat kleine contrastloze schermpje.
Herman Kuiphof is overleden. Hij was de man die ons in die eerste jaren vertelde wie de schimmen waren die elkaar de bal toespeelden. Zonder hem waren wij dolende geweest. Hij leerde ook een hele generatie op een beschaafde manier uit de bol gaan. Dat kan hoor, weet ik uit ervaring.
Er wordt gezegd dat hij van de sportjournalistiek een volwassen beroep heeft gemaakt en een voorbeeld was voor de generaties na hem. Daar moest ik om grimlachen. Kuiphof was een goed geklede, keurig gekapte, fris geschoren journalist die de sport belangrijker vond dan zichzelf. Kom daar nog eens om bij het legertje voetbalcommentatoren dat de buis teistert . . . Nou ja, vooruit behalve Humberto Tan dan.
Evolutie
Mijn vrouw zegt soms: “Mensen zijn handige dingen, je kunt er apen mee vangen”. Normaal praten we dit soort diepfilosofische uitspraken tot twee cijfers achter de komma uit, maar deze is tussen de wal en het schip geraakt. Ik weet na vijftien jaar eerlijk gezegd nog steeds niet wat de diepere betekenis van deze wijsheid is.
Dat wil niet zeggen dat ik er niet over nadenk. Mijn vrouw gebruikt die opmerking altijd als de mensheid zich van zijn slechte kant heeft laten zien, Ze wil er volgens mij mee zeggen dat de mens nergens voor deugt behalve om apen mee te vangen. Het feit dat ze mensen dingen noemt suggereert ook een zekere minachting voor de eigen soort. Of dat ze eigenlijk zelf een engeltje is, maar dat terzijde.
Daar staat tegenover dat ze de mens altijd nog hoger aanslaat dan de aap. Want wie vangt is superieur aan wie zich laat vangen. Althans fysiek, want wie vangt is niet per definitie moreel superieur aan de gevangene. De geschiedenis en Hollywood kennen daar vele voorbeelden van.
Op de door mensen bedachte evolutieladder staan wijzelf hoger dan de aap. Zelfs dat hoeft niets te betekenen. Het kan ook zo zijn dat apen slimmer zijn omdat ze hun tijd niet verspillen met het maken van volstrekt zinloze lijstjes.
Ik hecht helemaal niet aan een competentiestrijd met apen. Het is appels met peren vergelijken. Apen zijn geen mensen en mensen zijn geen apen, hoewel mijn vader mij vroeger wel eens kwaoien aop noemde.
Ik geloof bijvoorbeeld ook niet dat mensen van apen afstammen. Volgens mij zijn het twee verschillende lijnen in de evolutie. Ik geloof namelijk wel in evolutie en daarmee verschil ik van mensen die in het Scheppingsverhaal (dat ik voor de zekerheid toch maar met een hoofdletter schrijf) geloven.
Toen ik mij als 25-jarige bij de Nederlands Hervormde Kerk aansloot dacht ik dat alle christenen dat Scheppingsverhaal letterlijk namen, dus ik verheugde mij al op een zekere controverse. Dat viel tegen want slechts weinigen in de kring waarin ik verkeerde geloofden dat God de aarde in zes dagen had geschapen. Het Scheppingsverhaal is slechts een geloofsbelijdenis opgeschreven door een volk in de woestijn, zeiden die mensen tegen mij. Ik voelde mij sterk omdat ik al volgelingen had nog voordat ik als nieuwlichter in deze wondere wereld mijn woord goed en wel had verkondigd.
Je zou denken dat door zo’n ontdekking het geloof van een jonge aanstormende christen wankelde maar dat was niet zo. Integendeel, het geloof kreeg iets menselijks en begrijpelijks.
Een paar weken geleden las ik in een christelijk dagblad dat een deel van kerkelijk Nederland een massale huis-aan-huis-actie tegen de evolutieleer begint.Vanmorgen stond het in de Volkskrant, in de loop van de ochtend op het ANP dus morgen in uw krant. Protestantse journalisten zijn op sommige terreinen niet te kloppen.
Terug naar de zaak: ter gelegenheid van de 200ste geboortedag van Darwin bij zes miljoen huishoudens wordt een brochure bezorgd, waarin staat dat de evolutie net zo goed een geloof is als de schepping. Volgens de folderaars is het technisch niet aan te tonen of de mens op de aarde is gekomen door de schepping of door de evolutie. Opdat de Darwinisten niet denken dat zij de wijsheid in pacht hebben.
Maar dan denk ik: nou en? Wat moet ik met de wetenschap dat sommige christenen vinden dat de evolutieleer een geloof is? Mij interesseren die zes miljoen folders. Wat kost een foldertje? Een dubbeltje? Een eurocent? Zelfs dan zeg ik: had dat geld aan een goed doel besteed. De stichting AAP?
De politiek redacteur schudde zijn wijze hoofd en zei: Hoe de evolutie kan leiden tot mensen die er niet in geloven.
Kat
Mijn moeder heeft mij geleerd dat ik ook wel eens dankbaar mag zijn. Dat ik blij moet zijn met dingen die ik gratis krijg. Tevredenheid was zo’n woord dat ik in mijn jeugd vaak hoorde.
Ik moest er aan denken toen ik vanmorgen las dat er in Tilburg nog maar weinig belangstelling is voor de uitgifte van gratis heroine. De verslaafden lopen er nog niet warm voor. Als het niet bevalt dan zijn we zo weer weg, zei er eentje.
Ik ken die uitgiftepunten. Nee niet als gebruiker natuurlijk, maar als journalist. Kom zeg, ik durf niet eens een joint te roken. Het zijn ook geen echt gezellige plekken. Hoewel dat weer betrekkelijk is want als ik zie hoe sommige verslaafde junks leven is alles gezellig.
Dan denk ik: jongens wees een beetje dankbaar met zo’n schone plek, gratis heroine en een behandeling.
Nee, ze kijken de kat uit de boom, zeggen ze. Dat ontlokte een collega de opmerking: als ze maar genoeg gebruiken lukt ze dat ook wel . . .
Parallele wereld
Dit gaat over voetbal. Ik neem het u niet kwalijk als u zapt. Voetbal is namelijk alleen voor de echte liefhebbers. Daar heb ik als weblogger ook rekening mee te houden.
Het gaat niet goed met mijn kluppie PSV. Nu zijn we zelfs vernederd door onze aartsrivaal van wie ik de naam gewoon uit mijn strot kan krijgen: Ajax. Ik ben namelijk het soort supporter dat voor een club is en niet tegen een club.
We hebben zulke mooie jaren gehad in het Philipsstadion. Emotionele jaren ook met prachtig voetbal tegen grote Europese clubs. Ik heb wel eens tranen van geluk gehuild. Ik geef het gewoon toe.
De laatste maanden is de gang van de Fredriklaan een helletocht, maar ik ben dan wel weer zo’n supporter die z’n club niet in de steek laat. Ik blijf ook tot het laatste fluitsignaal zitten, want ik ben geen Ajax-publiek.
Waarom gaat het nu opeens mis? Ach, dat is voetbal kun je zeggen, maar zo simpel is het natuurlijk niet. Mijn collega die Ajax-bloed door de aderen heeft stromen en bij het horen van de naam PSV gal spuwt weet het wel: PSV heeft jarenlang boven de stand geleefd.
Hij heeft een punt. Het waren de jaren van de wereldwijze Harry van Raay, de wereldburger Guus Hiddink en de wereldvoetballer Cocu. De bomen groeiden dwars door de hemel. Braziliaanse spelers zorgden voor de nodige samba in het stadion. Eigenlijk konden we dat allemaal niet betalen maar dat donderde niet. Iedereen was blij.
In die zin heeft mijn collega gelijk dat PSV boven de stand leefde. Maar zo is voetbal. De grote Spaanse en Italiaanse clubs leven al een voetballeven lang boven een hun stand. De voetbalwereld is een parallelle wereld met andere wetten.
En nu heeft de nieuwe voorzitter de tering naar de nering gezet met als gevolg dat een paar mensen aan de kant werden gezet en daarmee verdween ook de samba. In plaats daarvan werd een trainer aangetrokken die Deutsche grundlichkeit invoerde. Huub Stevens ontpopt zich steeds meer als een tweede Louis van Gaal in zijn slechte jaren.
Na de wedstrijd van gisteren hoorde ik hem zeggen dat er weliswaar verloren was maar hij toch zag dat de groep stapjes vooruit zette. In de communicatie en in de kleedkamer. Mijn Ajax-collega moest daar erg om lachen. “Ze kunnen beter een paar stapjes vooruit doen op het veld,” zei hij. En weer moest ik hem gelijk geven.
De club heeft dit jaar dertig miljoen euro winst gemaakt dankzij degelijk beleid en de verkoop van een parkeerterrein. Ik voel er al supporter geen enkele emotie bij.
Toscana
We hadden het al zo vaak tegen elkaar gezegd: we zouden op de lange kale muur van de eetkamer eens een Italiaans landschap moeten laten schilderen. Die kamer ademt namelijk al een Italiaanse sfeer.
Maar u weet hoe dat gaat, het plan bleef steken op te duur en wie moet dat dan doen? Tot ik een maand of twee geleden toevallig iemand ontmoette die gespecialiseerd is in muurschilderingen. We gingen om tafel zitten. Hij maakte uit de losse pols een paar schetsen en we waren verkocht.
Nadat we het eens waren geworden over de prijs (bleek helemaal niet té duur) maakte hij een voorbeeld op papier. Daarna kwam de zaak in een stroomversnelling en gisteren en vandaag ging hij aan de slag.
Op details na is de schildering klaar. Niet op de muur maar op een MDF-ondergrond die je mee kunt nemen want je moet er niet aan denken dat je ooit verhuist en de nieuwe bewoner er met een witkwast over gaat.
Volgend weekend staat hij er helemaal op en eten wij voortaan met uitzicht op de Toscane. Als u dat ook wilt kunt u twee dingen doen: contact zoeken met de kunstenaar of een keer bij ons komen eten.
Volgende week laat ik u het eindresultaat zien. Vandaag alvast the making of . . .
En zeg nou zelf: zo kom je toch leuk de recessie door . . .



Vocalies (36)
(Door Marlies)
15 november: geboortedag van Annunzio Paolo Mantovani in Venetië, kortweg Mantovani. Een van de mensen waar ik bewondering voor heb. Niet zo zeer voor zijn muziek (die ik nogal zemelkloterig vind, als u mij de Brabantse term wil vergeven), als wel voor het feit dat hij ertoe bijgedragen heeft de klassieke muziek dichterbij te brengen. Een ieder die dat probeert, erin slagend of niet, heeft mijn onverdeelde bewondering en medestand.
Mantovani's vader was eerste violist van het La Scala orkest in Milaan onder Arturo Toscanini en later concertmeester van het orkest Covent Garden in Londen waarheen hij met zijn gezin in 1912 verhuisde. Mantovani junior studeerde er aan het Trinity College. Na zijn afstuderen formeerde hij zijn eigen orkest, dat in en rondom Birmingham speelde. Tegen het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was zijn orkest een van de populairste orkesten in Engeland, met optredens op de BBC-radio en in de concertzaal.
Mantovani was een goed arrangeur en muzikaal leider: hij leidde musicals van onder anderen Noel Coward en hij ging steeds meer grammofoonplaten opnemen (‘grammofoonplaten, kinderen’, sprak oma, ‘dat zijn van die grote platte, zwarte vinylschijven die ze vroeger op een apparaat legden en er dan een naald overheen lieten gaan, waardoor je muziek hoorde, de voorloper dus van de cd, heel goed opgemerkt Jantje….’).
Uiteindelijk trad hij helemaal niet meer ‘live’ op maar zat het grootste gedeelte van zijn tijd in de studio. Samen met ene Ronnie Bing bedacht hij een speciale sound voor de strijkers, de 'cascading string sound', da’s nou net de sound die ik zo zemelkloterig vind, maar die verkocht als een tierelier.
Cascade betekent trouwens waterval, dus de term dekte wel de lading. Eigenlijk vond Mantovani een geheel nieuw genre uit: het ‘easy listening genre’. Zo werden veel bekende all-time-favourites bewerkt en dus kom je het techniekje heden ten dage nog steeds tegen. Je herkent het eigenlijk onmiddellijk. Ga je het origineel beluisteren, dan blijkt dat vaak veel minder glad te zijn en wat meer rafels te hebben, wat ik dan weer mooier vind.
Maar nogmaals, volgens mij zijn er heel wat mensen via Mantovani naar ‘echte’ klassieke muziek gaan luisteren en dat is winst!
Lang leve Mantovani dus, al is hij in 1980 in Tunbridge Wells (Kent, Engeland) overleden.
In de link speelt hij met zijn orkest ‘Misty’, met mooie plaatjes!
Verwend

En daar geven ze dan zeker hun ouders de schuld van . . .
Glow Festival





OZB-plichtig
Ik zat gisteravond q.q. bij de begrotingsraad van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Ik hou van politiek, van het spelletje dat er gespeeld wordt en van de doorzichtigheid van sommige politici.
Desondanks was het weinig boeiend. De koers is al uitgestippeld en zo hier en daar probeert iemand – meestal tevergeefs – er nog een plannetje in te fietsen.
Opeens hoorde ik iets waarbij ik onmiddellijk aan u moest denken. U zit vast wel eens op een feestje waar een stilte valt. En dan zijn er altijd van die sukkels die zeggen dat de dominee voorbij komt. Om die mensen voor te zijn zegt u: “wisten jullie dat kunstgrasvelden OZB-plichtig zijn.” Het kan niet anders of u krijgt alle aandacht.
“Hoezo????” zullen de gasten met een mengeling van ongeloof en bewondering vragen. En dan bent u weer: “Omdat het hier bebouwd oppervlak betreft.”
Nou, succes . . .
Hollands
Hun eerste dochter heet Fien Cato. Fien is de roepnaam. De tweede dochter, zo meldde het geboortekaartje, is Doris Kaatje genoemd. Doris is de roepnaam. Ik vind het mooie namen. Je hoort ze niet vaak.
Iemand zei: waar is de tijd gebleven dat Hollandse kinderen nog gewoon Priscilla. Kimberly of Nathalie werden genoemd?
Miriam Makeba
Niet dat de tijd dringt. Helemaal niet, zeker niet voor mij. Maar de dood van Miriam Makeba heeft mij wel weer geleerd dat ik de dingen moet doen als het kan en niet moet denken: ach dat komt wel een keer.
Ik had best een keer een concert van Makeba willen meemaken, dat kan niet meer. Ik ben altijd een bewonderaar van haar geweest, Vroeger had ik een cassettebandje met al haar muziek. Het is verdwenen. Maar net zo goed als ik laatst een CD kocht van de verloren gewaande Zjef Vanuytsel kan ik natuurlijk ook een CD van Makeba kopen.
Het was natuurlijk beter geweest als ik gewoon naar een concert was gegaan. Maar dan draal ik weer, ik ken eigenlijk niemand die mee wil en zo stel ik maar uit. Ik moet gewoon alleen gaan. Alleen is soms fijn, dan is er niemand die aan je trekt.
Ik geloof dat Leonard Cohen binnenkort weer in Nederland is. Toch eens kijken, die is ook niet meer zo jong.
Ik heb een oude opname genomen van Makeba, want ik ben een beetje huiverig geworden voor zingende bejaarde dames. Ik heb meerdere concerten gezien van Mercedes Sosa, zeg maar de Zuid-Amerikaanse Makeba en de laatste keer was het een deceptie. Ze was broos en slecht bij stem. De swung was er uit. Jammer dat dat is blijven hangen van het laatste concert.
Limburg





