Random
Vroeger, jongelui, héééél vroeger hadden wij bij de krant één koffieautomaat. Een bakkie kostte een dubbeltje. Zo’n mooi, klein, nikkel dubbeltje. Ach gut . . .
Gelukkig is dat niet meer want dan zou ik mijn complete salaris opstoken aan pleur. Niet dat ik zo weinig verdien, ik drink gewoon zoveel koffie dat ik u het aantal niet eens durf te vertellen.
Maar ik dwaal af. En dan stond je een bekertje te tappen en dan kwam er een collega langs die eigenlijk ook wel wilde. Maar ja, zijn portemonnee lag op de tweede verdieping en om nou helemaal op en neer te lopen. En dan vroeg zo iemand of hij effe een duppie kon lenen. Kreeg je het later op de dag keurig terug.
Deze week stuurde een collega een mail met de onderstaande tekst. Ik zit niet bij die bank dus voor mij was het abracadabra. Maar ik vond het wel een mooi voorbeeld van de huidige tijdgeest
Heeft er iemand een random reader bij zich van de Rabobank? De mijne is kaduuk.
Vox Populi
Het komt er maar niet van filmrecensies te schrijven. Ik zie er waarschijnlijk te veel en de tijd ontbreekt om daar ook nog eens over te schrijven. Bovendien vind ik mezelf niet goed genoeg om een afgewogen oordeel te geven over een film en “amateur”-recensies zijn er al zoveel, daar voeg ik niks aan toe.
Maar ik wil wel iets schrijven over de nieuwe film Vox Populi van Eddy Terstall. Ik kwam met een tweeslachtig gevoel uit de filmzaal. Enerzijds had ik het gevoel dat ik naar een complete karikatuur van de Nederlandse samenleving had gekeken. Anderzijds had ik het vermoeden dat het in werkelijkheid nog wel eens erger zou kunnen zijn dan ik had gezien.
De film gaat over Jos Fransen, partijleider van Rood/Groen. Hij is links maar als hij via zijn dochter in aanraking komt met een rechttoe-rechtaan Jordanese familie met xenofobe inslag, draait Fransen zijn standpunten bij. Hij haalt zelfs zijn extreem-rechtse tegenstrever rechts in. Dat leidt tot grote spanningen in de fractie en uiteindelijk verdwijnt Fransen van het toneel.
Afgezien van het feit dat er wel erg veel vooroordelen over politici in één persoon waren gestopt (Fransen hoert en snoert, manipuleert en draait) vond ik het een herkenbare film. Het is een rolprent van een van oorsprong linkse politicus die bij toeval uit zijn ivoren toren komt en plotseling wordt geconfronteerd met de stem des volks. Dat brengt hem aan het wankelen. De film laat zien hoe makkelijk het eigenlijk is om iemand van politiek correct links te laten opschuiven naar rechts. Ik herkende daar veel dingen in uit mijn eigen leven.
Hoewel Terstall een gekend PvdA-aanhanger is kiest hij niet echt partij. Fransen wordt weliswaar afgeschilderd als een beïnvloedbare slapjanus, maar ook zijn opponenten worden in de film weggezet als weinig daadkrachtige figuren. De totale politiek wordt op de hak genomen. En dat gelardeerd met de nodige Terstall-humor van de straat.
Ik vond het vooral een confronterende film. Ga hem zien!
Licht verstotene
Ik ben een licht verstotene. Ja, ik schrok er ook van toen ik het hoorde. Maar goed, een mens moet soms de waarheid onder ogen zien. Eén geluk: degene die dat vond was niet medisch onderlegen, dus misschien valt het mee met mij.
Het kwam zo. Je hoort overal dat cafés sluiten vanwege het rookverbod. De klandizie loopt terug. Je hoort wel meer dus is het goed dat er journalisten zijn die dat allemaal voor u uitzoeken. Ik belde een rondje horecamakelaars in de provincie. Mijn hemel, wat zijn er veel horecamakelaars in Brabant.
Overal hoorde ik hetzelfde verhaal. Ze kenden geen enkele kroegbaas die z’n zaak moet verkopen als gevolg van het rookverbod. Allemaal onzin zeiden ze. De cafebazen die verkopen zouden dat toch al gedaan hebben.
Eén makelaar had een heel andere theorie. Kijk, zei hij, vroeger waren kroegen plekken waar je naar toe ging om andere mensen te ontmoeten. Om een beetje bij te kletsen en leuke of interessante verhalen te horen. Met de komst van MSN, hyves en meer van dat soort moderniteiten gaan de mensen niet meer naar de kroeg. Ze ouwehoeren thuis met hun vingers op het toetsenbord. Al dan niet met een pilsje er bij.
De mensen die nog wel naar het café gaan, zei de makelaar, hebben geen vrienden waarmee ze op internet kunnen kletsen. Ze hebben thuis ook niks dus gaan ze maar aan de bar hangen. Die bar, verzekerde hij mij, wordt bevolkt door licht verstotenen.
Ik ga regelmatig naar het café, zei ik. En mijn vrouw gaat altijd mee. En we ontmoeten daar vaak de meest interessante mensen die ook nog eens in gezelschap zijn van vrienden of partners. Vaak zijn het heel sociale mensen die blij zijn dat ze even aan de bar kunnen zeveren na een week moeilijk lullen op het werk.
De makelaar was niet overtuigd. Alleen kroegbazen die voor veel vertier zorgen zullen overleven, zei hij. Rookverbod of geen rookverbod.
Ik heb mijn kroegbaas laten beloven dat hij behalve de pelpinda’s en af en toe een zangert tijdens festivals in de stad geen bingo zal gaan spelen om ons bezig te houden.
Broodje Aap dus
Ik hoef geen gelijk. Maar het doet goed vandaag te lezen dat die geboortegolf in de Bommelerwaard als gevolg van een stroomstoring een Broodje Aap-verhaal blijkt te zijn. Het stuk komt uit het Brabants Dagblad.
Moe van onzin over Apachekindjes
Heeft stroomstoring in Bommelerwaard invloed op babyboom?
door Rik Goverde
MAASDRIEL – „We worden er een beetje moe van hier”, zegt een woordvoerster van verloskundepraktijk Oost- Bommelerwaard. „Dit kan geen toeval zijn? Het ís toeval. Elk jaar heeft wel een maand dat er meer kinderen worden geboren, en nu was dat toevallig september. Dit heeft niets met de stroomstoring te maken.”
De gemeente Maasdriel heeft in september van dit jaar 26 baby’s ingeschreven, meldde BNR Nieuwsradio gisteren ‘ na onderzoek’. Dat is 44 procent meer dan in dezelfde maand in 2007: toen werden er achttien baby’s geboren binnen de Maasdrielse grenzen. En in augustus van dit jaar werden zeventien baby’s ingeschreven, in oktober tot nu toe dertien. Met dat soort kale cijfers lijkt één en één al snel twee. Een uitschieter van het aantal geboorten in september, negen maanden na een tweedaagse stroomstoring?
Maasdrielenaren zullen de warmte wel gezocht hebben bij elkaar, nadat een Apache op 12 december bij Hurwenen tegen een paar stroomkabels vloog en 50. ooo huishoudens zonder stroom zette. En negen maanden later landden de Apachekindjes! „De mensen zijn blijkbaar inderdaad wat dichter bij elkaar gekropen tijdens de stroomstoring”, zegt een woordvoerster van de gemeente Maasdriel. Maar kraamzorgers en verloskundigen in de hele Bommelerwaard hebben hun twijfels. Sterke twijfels. Eigenlijk vinden ze het ‘onzin’.
Ja, het was druk in september met bevallingen. Maar het is al het hele jaar door druk. En in Zaltbommel, de andere gemeente in de Bomme-lerwaard, blijken níet meer kinderen geboren. Eerder minder. In september 2007 kwamen er 35 wolkjes ter wereld, dit jaar ‘slechts’ 24.
Rian Waverijn van Verloskundigenpraktijk West- Bommelerwaard. „ In september hadden we 22 uitgetelden, maar komende januari 36. Waar komt díe piek dan vandaag? Geen idee. Daarbij, de stroomstoring duurde 48 uur. Toen was heus niet iedereen ineens vruchtbaar. Dit merk je niet. Twee, drie weken zonder stroom, dat heeft wel invloed.” Nog even los van het feit dat zwangerschappen meestal zeer gepland zijn, tegenwoordig. Een stroomstorinkje is echt niet sterker dan de pil, verzuchten de kraamhulpen. Maar ze kunnen op hun kop gaan staan en roepen dat het niet zo is: een stroomstoring leidt altijd tot glunderende speculaties over een naderende geboortegolf. En een geboortegolfje wás er, in Maasdriel. „Pieken komen vaker voor”, zegt teammanager Tineke Borghart van Kraamzorg De Waarden. „ Als je een bepaalde maand dertig bevallingen inplant, kunnen het er in de praktijk veertig zijn. Een paar late bevallingen van de maand ervoor, en vroege bevallingen van de maand erna, en je hebt een piek.”
Sluitpost
“Ik heb nog een leuk onderwerp,” zei een vrouwelijke collega vanmorgen in het ochtendoverleg.
In de Bommelerwaard is het aantal zwangerschappen met 44 procent toegenomen ten opzichte van vorig jaar. Dat komt door de helicopter die tegen een electriciteitsmast vloog en waardoor de Bommelerwaard lange tijd zonder stroom zat.
“Ik vind dat van die broodjes aap-verhalen,” zei ik. Ik geloof namelijk niet dat wanneer het licht uitvalt mensen als eerste aan sex denken. Ik denk het eerst aan kaarsen. Nee, om mee te verlichten natuurlijk . . .
En aangezien het minstens een kwartier duurt voordat ik in het donker die rotdingen heb gevonden en het ook zeker 15 minuten duurt voordat ik lucifers heb gevonden, ik me in die tijd minstens twee keer heb bezeerd en ik mijn vrouw drie keer volstrekt ten onrechte heb uitgevloekt omdat zij die kaarsen op een onmogelijke plek heeft gelegd (wat niet waar is natuurlijk) kan ik mij niet voorstellen dat ik dan nog voor nageslacht zou willen zorgen.
Daar dacht de rest van de club anders over. Sommigen konden zich zelfs niet indenken wat je anders zou moeten doen als de stroom uitvalt en je geen televisie kunt kijken of kunt internetten.
“En boek lezen,” riep ik. “Bij een kaarsje zeker?” vroeg er eentje.
Ik gaf me niet zo snel gewonnen. “Nee . . . neuken als sluitpost,” zei ik. Je zag ze denken.
Uiteindelijk verdween het onderwerp van de agenda. De Bommelerwaard is niet onze regio.
Robot
Opeens hoor je het verhaal overal. Er komen mensachtige robotjes. Zelfs mijn omroep besteedt er aandacht aan want de Technische Universiteit Eindhoven blijkt aan het project mee te werken. Zijdelings, maar genoeg voor een regionale omroep.
De Volkskrant pakt er nogal mee uit. Een hele pagina vandaag. Ik wist eerlijk gezegd niet dat de ontwikkelingen al zover waren dat robotjes de krant van de mat kunnen halen. Voor mij hoeft dat niet want ik kom altijd langs de mat als ik van de slaapkamer naar de badkamer loop. Het is een kleine moeite even te bukken.
Er zijn natuurlijk tal van andere dingen waarvoor zo’n robot heel handig is. Poetsen bijvoorbeeld. Maar kan hij bijvoorbeeld op de pianokruk klimmen om de keukenkastjes tot bovenaan schoon te maken? En hoe pakt hij de emmer uit de trapkast waar je alleen maar bij kunt komen als je je in een bepaalde bocht wringt?
En wie vertelt mij dat het robotje niet de ontkalker uit het keukenkastje pakt in plaats van schoonmaakmiddel.
En hoe doet hij dat met die grote houten trappen in ons huis? Kan hij achterstevoren van boven naar beneden om tree voor tree schoon te maken?
Ik heb er niet zo heel veel vertrouwen in. Ik denk dat ik nog maar niet ga sparen voor een robotje. Eerst maar eens even de kat uit de boom kijken. Nou ik het daar toch over heb: hoe leer je een robotje de gebruiksaanwijzing van Poes en Broer te onthouden. Daar is mijn eigen poezenmind niet eens voor toegerust.
Fenomeen
Wat ik hier op mijn vrije zondagmorgen zit te doen is volstrekt uit de tijd. Zo snel gaat het. Tien jaar geleden was het nog een bijna onbekend fenomeen, vandaag is webloggen ingehaald door nog nieuwere dingen.
Althans als ik de twee pagina’s tekst in het Brabants Dagblad van zaterdag mag geloven. Ze zijn helemaal gewijd aan webloggen en vooral aan de teloorgang van deze schone bezigheid. Bloggers houden het niet lang vol, staat er op de ene pagina.
Het zijn eigenlijk bekende verhalen over mensen die vol enthousiasme aan een weblog beginnen en na korte tijd merken dat ze door hun verhaaltjes heen zijn en de stekker er weer uit trekken.
Het zijn verhalen over mislukkingen. Dat past bij de media die veronderstellen dat het publiek bloed wil ruiken. Succesverhalen doen het nou eenmaal minder goed. Tranen willen we zien. Ik ken mensen die met succes dingen hebben opgebouwd in Italie. Je ziet ze nooit op TV. Daar zie je alleen de tranentrekkers.
Merkt u ook opeens wat ik zit te doen. Verdomd, het is waar. Ik ben bezig de schrijvers van de artikelen aan te vallen, tegen beter weten in. Ik zit al doende mezelf een beetje weblog-moed in te praten.
Lees even een stukje mee:

Ik troost me met de regel "voor het bijhouden van een weblog is passie nodig en vasthoudendheid. En niet iedereen heeft die karaktereigenschappen".
Kortom: U die ook schrijft en ik zijn gepassioneerde en vasthoudende mensen. Wij komen er wel . . . Maar dat lees je niet in het artikel. Goed nieuws is geen niuews.
Vocalies (33)
U kunt podcast nummer 11 beluisteren:

(Door Marlies)
Zit ik van de week in de auto. Hoor ik de presentator van Radio 4 zeggen dat Bryn Terfel een nieuwe cd heeft uitgebracht. Scarborough Fair heet-ie. Er staan volksliedjes op, begeleid door het London’s Symfonie Orkest. Hij liet een stuk horen. Hoewel je in de auto niet heel genuanceerd kunt luisteren kon ik wel horen dat het een prachtige cd is geworden. Weet u wat de presentator na afloop zei? Ja, we moesten maar goed luisteren, want het zou wel eens de laatste cd kunnen zijn die Terfell uitbrengt. Hij is inmiddels de 40 gepasseerd en schijnt in een interview gezegd te hebben dat hij wil ophouden vóórdat ‘mensen alleen maar klappen om wie je bent en niet omdat je zo mooi zingt’. Ik heb es effe op zijn site gekeken. The snotnose is godbetert van 1965! Hij zingt als een god en heeft een uiterlijk waar hij alleen maar beter te casten is naarmate hij ouder wordt…. als schurk (hij heeft ooit een prachtige Scarpia neergezet bij de Nederlandse opera), als dronkelap, als goedzak, kortom je zegt het maar. Je zou ze toch, die zangers. Hebben ze alles mee, gaan ze zich druk maken over zulke dingen. Daar ken ik me nou so ofer opwinde, kenudat?
In Tilburg zijn ze goed bezig. Daar startte de Tilburgse Concertzaal op 22 oktober een nieuwe serie, Klassieke muziek voor Dummies, gericht op een breed publiek van muziekliefhebbers. Gregor Bak gaat er klassieke muziek op een lichtvoetige manier presenteren. De toon wordt net als in het boek zowel humoristisch als informatief, zo schrijft het persbericht en het publiek krijgt tips om verder te luisteren. Beetje net als deze website dus (tenminste dat beoog ik en ik hoop dat u het met me eens bent).
Het is niet het enige initiatief van de Concertzaal om een groter publiek aan te spreken met klassieke muziek. Onlangs startte er een Concertcafé. Daarin blikt Roeland Kooijmans op zondagochtend vooruit op het programma van die maand. Roeland Kooijmans ken ik van de AVRO. Zit wel goed met die jongen. Slim, charmant en liefhebber (en Brabander en dat vind ik een pluspunt…).
Hier in Den Bosch kunt u naar een Luistercursus Klassieke muziek middeleeuwen, barok, romantiek, 20e en 21e eeuw, classicisme, opera en jazz zijn de zeven muzikale stromingen die aan bod komen.
Er zijn nog een paar plaatsen beschikbaar. Ga vooral, als u vindt dat u nog niet genoeg ingevoerd bent in de klassieke muziek: het brengt u gegarandeerd nog meer levensvreugde. Als niet, dan krijgt u van mij uw geld terug. (De Toonzaal 073-6122123)
In Veghel zijn ze minder goed bezig. Daar heeft de Veghelse Opera opgehouden te bestaan.‘In alle theaters, ook in Veghel, vermindert de belangstelling voor opera’, zo schrijft de vereniging in een persbericht. ‘De tijdgeest heeft de (Veghelse) opera achterhaald’. Gek, ik heb andere berichten, maar je moet een en ander wel goed organiseren en zorgen dat je met je publiciteit en met je producties gelijke tred houdt met de ontwikkelingen in muziekland. Zou het daar niet meer aan schorten dan aan publiek? ‘Veghel’ deed mooie dingen, maar het was wel altijd een beetje ouwbollig. Start een projectkoor jongens, en schakel goeie solisten op en wees bereid je eigen ijdelheid aan de kant te zetten voor nieuwe invloeden. (mooie term he, ‘opschakelen’, pikte ik van de week op mijn werk op…). Het volgende en laatste berichtje in de rij van vandaag logenstraft trouwens ook de Veghels opvattingen.
‘Carmen, Tosca, Die Zauberflöte. Brabantse operaliefhebbers worden de komende periode op hun wenken bediend. De ene na de andere operatopper staat in deze contreien op de bühne. Vol verwachting uitkijken naar de kroonaria van de Koningin van de Nacht, en opnieuw benieuwd naar het hartverscheurende ‘Vissi d’arte’ uit ‘ Tosca’. Operakenner Ben Coelman, onder meer werkzaam bij de Nationale Reisopera, kan deze opera’s iedere dag horen. „ Geheide krakers”, benadrukt hij. „Een opera als ‘Carmen’ van Georges Bizet zit zowel dramaturgisch als muzikaal ontzettend goed in elkaar. Een verhaal met een goede kop en kont, en meeslepende muziek die iedereen altijd wil horen. ‘Carmen’ bevat de ene tophit na de andere, een echte top tien opera. Schouwburgbezoekers zijn ook altijd weer benieuwd hoe de rol van Carmen wordt ingevuld.”
Topdrama gecombineerd met geweldige muziek, dat is de sleutel tot succes, zegt Coelman’
In de link een werkelijk prachtige ‘Stars’ uit Les Miserables, gezongen door Bryn Terfel (in het concertgebouw in Amsterdam notabene!). Luister hoe prachtig en natuurlijk zijn Engels is en let op het gemak waarmee hij articuleert. Zo moet het en niet anders. En zijn voordracht: buitengemeen sober en toch zeer veelzeggend. Hij had mij tot tranen geroerd. Zo af en toe moet je naar dit soort mensen kijken en luisteren om te weten waarom je ook al weer jezelf suf ploetert in dit leven…
Veel plezier!!
Kruitdamp
De kruitdampen beginnen op te trekken. De financieel-economisch journalisten kunnen af en toe weer een middag vroeg naar huis om aandacht te besteden aan vrouw en kinderen. Want iedereen leest wel dat Bos en Balkenende dag en nacht in touw waren, maar wie denkt u hebben dat allemaal opgeschreven? Precies het financieel onderlegde journaille, de doorgeleerden onder ons pennenlikkers. Die hebben de afgelopen weken ook elke dag in eenzaamheid pizza gegeten op donkere, verlaten redacties terwijl moeder de vrouw er thuis alleen voor stond.
Niet langer staan de eerste drie pagina’s van mijn krant tot de laatste cicero vol met nieuws over de kredietcrisis. Er is weer ruimte voor ander nieuws. Zo las ik vandaag dat het een zooitje is bij de Jeugdzorg in Amsterdam en dat burgemeesters zelf Marokkaanse gezinnen willen aanpakken die criminele kinderen voortbrengen.
Heerlijk, eindelijk iets anders.
Kom, laat ik niet zo sarcastisch doen, maar bouwen op mijn belangrijkste eigenschap: het vermogen mij te verbazen. Ik lees overal dat alle burgemeesters klagen over Marokkaanse raddraaiers. Wat mij opvalt is dat ze bijna vergoelijkend en gehaast er aan toevoegen dat het maar om een kleine groep gaat die het verpest voor de grote groep die welwillend is.
Zo geredeneerd zou je kunnen concluderen dat in elke stad van enige betekenis een kleine groep jongeren is (soms zelfs heel jong) die zorgt voor een situatie die zorgt voor één van de grootste maatschappelijke problemen van deze tijd.
Het kan toch niet zo zijn dat mannen en vrouwen die er in slagen een internationale kredietcrisis te beheersen het niet voor elkaar krijgen om op eigen terrein kleine groepjes halfwaspubers onder controle te krijgen?
Daarom geloof ik die burgemeesters niet die zeggen dat het een overzichtelijk probleem is dat ze kunnen oplossen als ze maar meer geld en bevoegdheden krijgen. Het probleem is veel omvangrijker. Het heeft te maken met het slechte imago van de Marokkanen (waar die kleine groepjes overigens debet aan zijn) en het feit dat ze daardoor weinig kansen hebben, waardoor ze weer . . . Afijn, de vicieuze cirkel.
Ze hebben niks anders om status aan te ontlenen dan aan de dikke auto’s waarmee ze voortdurend rondjes rijden op – bijvoorbeeld – het stationsplein in mijn woonplaats. Dat moet je doorbreken. Dat vraagt om een landelijk deltaplan en niet om individuele plannetjes van burgemeesters die elkaar overtreffen in stoere taal. En die dan uiteindelijk hulpverleners willen afsturen op moeders die uit een ander tijdsgewricht komen, om te vragen of ze alstublieft hun ontspoorde jong in toom willen houden.
Als ministers hun agenda schoon kunnen vegen om binnen anderhalf uur in Parijs te zijn om onder leiding van Sarkozy een plan te bedenken de wereldomvattende kredietcrisis te beteugelen dan moet het toch niet zo moeilijk zijn om het probleem van die paar kleine groepjes Marokkaantjes aan te pakken. Als je over je eigen schaduw heen springt dan kun je overwinteren in Europa. Maar misschien praat ik nu te veel als een opportunistische PSV-supporter.
Gadget
Ik ben niet zo’n gadget-mens. Ik luisterde nog cassettebandjes toen de hele wereld al een CD-speler had. Ik keek videobanden toen een hele generatie niet eens meer wist wat dat waren.
Een mobiele telefoon moet kunnen bellen meer niet. Ik heb er een van mijn baas (om altijd bereikbaar te zijn) waarmee je ook foto’s kunt maken. Foto’s maken met een mobiele telefoon? Daar geloof ik niet in.
Mijn PDA is een agendaboekje met een stomp potloodje. Een Tom-Tom vind ik overbodig. Ik ga weinig naar plekken die ik niet ken en als toch dan draai ik een routbeschrijving uit.
Tot we een paar weken geleden tijdens een wandeling in een Duits woud totaal de weg kwijt waren ondanks dat we een goede kaart bij ons hadden. Eén van de mensen in het gezelschap pakte zijn autonavigatie en zo kwamen we weer op het goede pad.
Dat vond ik mooi en handig. Dus ik wilde eigenlijk ook wel zoiets. Geen autonavigatie, maar zo’n outdoor GPS. Ik ben me er eens in gaan verdiepen. Eerst veel lezen en daarna naar een dagcursus GPS-gebruik. Want ik geef niet zomaar geld uit.
En vandaag is mijn Garmin gearriveerd. En nou ben ik gelukkig. Over een paar weken, als ik door heb hoe het werkt, vertel ik u over het nut.
Charme
Het verhaal krijgt een staartje. Het verhaal van mijn fietstocht met die mooie vrouwelijke collega, dat zoveel tongen los maakte. U weet wel die zoveel aandacht trok ten koste van mij. Van wie vier TV-vrouwen beaamden dat ze in de top 5 hoort, op de vijfde plek welteverstaan. Die dus.
Ze heeft de afgelopen weken nog een keer getreind en gefietst. Op andere tijden dan ik, dus we hebben niet meer samen kunnen reizen.
Gisteren vertelde ze dat ze de NS in haar hart heeft gesloten. Die wel. Het kwam zo. Ze stond met haar vouwfietsje op een plek waar ze eigenlijk niet mocht staan. Toen de conducteur kwam verontschuldigde ze zich. Hij wuifde dat goedmoedig weg. Ze mocht blijven staan. Ze pakte haar plaatsbewijs maar dat wilde de NS-man niet eens zien.
Hij haalde een bonnenboekje uit zijn zak en begon te schrijven. Mijn collega begon weer koortsachtig naar haar plaatsbewijs te zoeken in de veronderstelling ze het niet helemaal had begrepen en de conducteur een boete aan het schrijven was. In plaats daarvan kreeg zij een bonnetje waarmee ze een keer eerste klas kan reizen, mits ze een geldig tweedeklas-kaartje koopt.
“De NS kan bij mij niet meer stuk . . .” zei mijn collega.
“Ja, ja,” zei ik, “iedereen kreeg natuurlijk zo’n bonnetje. Het zal wel een herfstactie zijn geweest.”
“Helemaal niet,” zei ze. “Alle andere passagiers moesten gewoon hun kaartje laten zien en kregen echt niks.”
“Ik geloof er niks van,” zei ik.
“Kijk,” zei ze zelfbewust, “dat is nou te danken aan vrouwelijke charme.”
Symbolen
Ik zag ze zomaar opeens naast elkaar in het bladenrek van de redactie staan. Alsof het zo moest zijn. Alsof het zo door iemand gecomponeerd was.
Links Uncle Sam, het symbool van Amerika. Het land waar kapitalisme een religie is. Het land waar de hypotheekbomen tot ver voorbij de hemel groeiden.
Rechts de man die het Marxisme aan zijn naam hielp. Het arbeiderszelfbestuur.
En in het midden, tussen twee enorme krachten onze eigen minister van financiën, die al weken zoekt naar een compromis tussen wat de mannen door wie hij wordt geflankeerd symboliseren. Het was zo’n mooi beeld dat ik onze fotograaf/stagiair Martijn de Bie gevraagd heb een foto te maken. Voor mijn weblog.
Als tegenprestatie vindt u hier de zijne.

Ik dacht . . . .
. . . . . . zo bij mezelf: ik doe een herfstdingetje.
Pintjesgelagh
De Bosschenaar heeft een grote bek. Ho ho . . . voordat u mij beticht van discriminatie moet ik u er op wijzen dat de Bosschenaar zijn grote bek koestert. U zou het niet zeggen als u als toerist door de fraaie binnenstad van mijn woonplaats zwerft, maar veel Bosschenaren zijn trots op die grote bek. Er zit ook niks kwaads achter want de meesten hebben een klein maar goed hart.
Er wordt veel historisch onderzoek gedaan naar de stad en zijn bewoners. Er zijn prachtige glossy bladen waarin dat allemaal wordt opgeschreven. Bossche Bladen is zo’n voorbeeld. Het is een beetje wetenschappelijk maar wie even doorbijt komt leuke feiten te weten.
Dit keer staat er een artikel in van de Vlaamse historicus Brecht Deseure. Hij onderzocht de achttiende eeuwse drankgewoonten van de Bosschenaren. Hoewel het in mijn woonplaats nu stikt van de kroegen was dat toen blijkbaar nog beter: één drankgelegenheid op 88 inwoners. Dat zegt wel wat over de stad. Deseure legt ook uit hoe de rangen en standen zich verpoosden:
De rijke bovenlaag vertoonde zich vrijwel uitsluitend in „beschaafde‟ koffiehuizen en verfijnde herbergen. Uit criminele procesdossiers blijkt dat kroegrellen vaak plaatshadden tussen minder beschaafde lieden in een „pintjes gelagh, alwaar men niet gewoon is d‟aller civielste en beleefste termen te gebruijken‟.
Ik heb een collega, een schat van een vrouw, die tot in het diepst van haar vezels een Bossche is. Haar gevleugelde uitspraak: “Ik heb een grote bek nou en?”. Af en toe begeeft ze zich in een pintjesgelagh om informatie te krijgen over bepaalde zaken waar wij mee bezig zijn. “Dat zijn van die kroegen,” zegt ze, ‘waar voor minstens tweehonderd jaar cel aan de bar hangt.”
Ik zet het maar even op het World Wide Web zodat wetenschappers die in 2208 onderzoek doen naar het kroegleven in de Brabantse provinciehoofdstad ook een leuke tekst hebben voor hun artikel.
Vocalies (32)
(Door Marlies)
Als u dit leest op zaterdag 18 oktober (u zit natuurlijk met zijn allen al klaar omdat u weet dat er vandaag een nieuw stukje op de website komt…) zit ik in Venetië. De hoofdredactie heeft zich bereid verklaard het stukje voor me te plaatsen. Ik doe in Venetië vast een heleboel inspiratie op voor volgende stukjes. Het leek me leuk een stukje over Galuppi te schrijven juist op het moment dat ik er ben. Ik zal es uitkijken of ik zijn naam hier of daar op een huis zie staan, pardon, op een Cà, want zo heten de huizen hier.
Baldassare Galuppi (overigens vind ik zijn achternaam klinken alsof er een slok drank verkeerd schiet, maar dat terzijde) werd dus geboren op Burano, een eiland bij Venetië, op 18 oktober 1706. Hij studeerde bij Lotti in Venetië. Tussen 1741 en 1743 was hij regelmatig in Londen, waar hij veel succes had met zijn komische opera’s: Scipione in Cartagine en Sirbace.
In 1748 werd hij benoemd tot assistent-kapelmeester en in 1762 tot kapelmeester van de San Marco in Venetië. In datzelfde jaar kreeg hij ook de leiding van het Conservatorio degli Incurabili.
Blijkbaar kon je in de tijd toch relatief makkelijk van het eiland afkomen (die brug die nu van Mestre naar Venetië loopt zal er wel niet altijd gelegen hebben), want hij was van 1765 tot 1768 gast van Catharina de Tweede in Rusland.
Hij wordt het meeste gewaardeerd om zijn opera buffa’s (de correcte vervoeging is waarschijnlijk: opere buffe, maar wie kan het dan nog volgen?). Vooral de opera’s met teksten van Goldoni hadden veel succes.
Hij schreef ook andere zaken: cantates; oratoria; klaviersonates en kamermuziek.
Over die Goldoni vertelde iemand mij nog een leuk verhaal: die schijnt een stuk geschreven te hebben over een rijke Turk die in Venetië zangers ronselde voor zijn opera, die hij in Turkije beroemd wilde maken. De zangers verdrongen zich om zijn aandacht en vochten elkaar het kot uit in hun streven Goldoni te overtuigen van hun kunnen. Aan het einde van het toneelstuk laat de Turk alle zangers zich verzamelen op de kade aan het San Marcoplein. Iedereen wil vooraan staan dus het is een gedrang van jewelste. De Turk laat ze echter allemaal staan met de woorden: ‘je denkt toch niet dat ik zo’n zootje zangers, die zo lastig en arrogant zijn meeneem naar Turkije…???’
Ik zie de gezichten al voor me van al die omhoogevallen types. Net goed, ik vond het een prachtig verhaal.
In de link een mooi ‘Concerto a quattro’ gecomponeerd door Galuppi. Beetje Vivaldi, beetje Mozart, beet je Bach, effe schudden: Galuppi!
Mooi strak gespeeld trouwens.
Fame
Een kettingbotsing vanmiddag op de A27. Op de rijbaan waar het gebeurde stond al snel 6 kilometer file. Aan de andere kant stond al rap 20 kilometer. Zegge: twintig kilometer. Twintig kilometer!! Dat waren de kijkers.
Ik heb dat fenomeen van kijkers nooit begrepen. Ik denk dat niet de hele file uit kijkers bestond. Ik denk dat 95 procent slachtoffer was van een paar nieuwsgierigen die bij de aanblik van het minste geringste deukje aan de overzijde op de rem gaan. Om te kijken naar andermans leed.
Waarom doen mensen dat? Ik begrijp daar werkelijk niks van. Misschien komt het omdat ik in mijn actieve verslaggeversleven te veel ongelukken, gewonden, doden en branden heb gezien. Ik stop alleen als ik de eerste ben en denk dat ik iets voor de slachtoffers kan betekenen.
Wat bezielt mensen om kilometers file te veroorzaken, louter en alleen hun nieuwsgierigheid of misschien wel hun hang naar leedvermaak te bevredigen? Of willen ze thuis of in de kroeg een spannend verhaal kunnen vertellen? Willen ze een moment van roem als ooggetuige?
We reden laatst met twee auto’s naar Duitsland. Onderweg zagen we aan de andere kant een zwaargedeukte auto dwars over de weg staan. Er stonden wat hulpverleningsvoertuigen bij. Zo te zien was het ergste leed al geleden.
Op de plek van onze betremming troffen we de mensen uit de andere auto. Of we dat ongeluk hadden gezien? We wisselden wat informatie uit over wat iedereen had gezien. Het zal niet langer een minuut hebben geduurd voordat we echt helemaal over dat ongeluk waren uitgepraat.
Een minuut. Langer duurt zo’n moment of fame toch niet? En daar gaan mensen dan uren voor in de file staan. Ik kan er met mijn verstand niet bij.
Toeval
Ik heb ongeveer een half uur nodig gehad om mijn gedachten te ordenen nadat Marlies mij haar bizarre ontdekking had verteld. Een ontdekking die een hiaat opvult in nota bene mijn familiegeschiedenis. Ik vond het eerst onwaarschijnlijk, maar beetje bij beetje bleken haar bevindingen aan te sluiten op het verhaal dat ik ken. Het was zo verwarrend dat mijn gedachten pijlsnel heen en weer schoten. Schrijven ordent mijn gedachten.
Mijn moeder had een broer die in de Tweede Wereldoorlog is gesneuveld. Er werd in de familiekring alleen maar in bedekte termen over hem gesproken. Naarmate ik ouder werd raakte ik steeds meer geïnteresseerd in die gesneuvelde oom, maar vragen bleven onbeantwoord.
Tot een tante mij op een dag het verhaal vertelde. Oom was verliefd geworden op een NSB-meisje. De liefde was zo heftig dat hij zich ook bij de zwarthemden aan sloot. Nog in de oorlog trouwde het stel en er werd een meisje geboren. Een nicht die ik niet ken. Later meldde hij zich zelfs om samen met de Duitsers aan het Oostfront te vechten. Daar is hij gesneuveld.
Na de oorlog heeft mijn opa via het Internationale Rode Kruis geprobeerd om de laatste rustplaats van hun broer en zoon te achterhalen maar elke poging strandde in een voor die tijd ondoordringbare papierwinkel. De vrouw van mijn oom verbrak alle contact met mijn familie en zo verdween mijn foute oom min of meer van de aardbodem.
Ik maak een sprong in de tijd. Marlies is bezig met een bijzonder Carmenproject. Dezer dagen had ze een bespreking met de regisseur met wie zij dat samen gaat doen. Ze zaten aan zijn werktafel. Op een gegeven moment werd hij weggeroepen door een klusjesman. Hij gaf haar een script voor een monoloog om de tijd te doden. Marlies zag daarin een naam staan die gelijk is aan de niet alledaagse achternaam van mijn moeder. Ze las iets over fout in de oorlog, maar veel tijd om alles te lezen was er niet want de regisseur kwam weer binnen.
Marlies vroeg hem wat dat voor een papier was. De regisseur vertelde dat hij in contact was gekomen met een man die een bijzonder verhaal had. De man was een kind van een NSB-moeder. Zij was in de oorlog getrouwd en haar man had zich ook bij de beweging aangesloten. Ze kregen een dochter waarna de man naar het Oostfront ging. Daar is hij gestorven. Dat deel van het verhaal speelde zich af in hetzelfde rivierstadje als waar mijn ouders woonden en waar ik ben opgegroeid.
Na de oorlog is de vrouw met haar dochtertje gaan zwerven. Ze kreeg een nieuwe man en de zoon met wie de regisseur nu contact heeft. De zoon heeft het verhaal over zijn jeugd met een zwaar getraumatiseerde moeder opgeschreven. Dat verhaal is de regisseur nu aan het bewerken tot een monoloog.
Ik was totaal van slag toen Marlies mij dit verhaal vertelde. Ze dacht al wel dat het over mijn oom zou gaan maar ze wist het niet zeker omdat ze niet alle details kent die ik ken. Toen ik de voornaam noemde van die oom vertelde ze dat dat dezelfde voornaam was als in het stuk dat ze gelezen had.
Ik vertelde haar dat niemand weet waar mijn oom begraven is en dat zoektochten tot niets hadden geleid.
“Dan heb ik nieuws voor je,” zei Marlies. Hij ligt hier in Brabant op een kerkhof in de Zeilberg. Er zijn zelfs foto’s van het graf.”
Dat was voor mij een emotioneel moment. Niet vanwege mijn oom. Die heb ik nooit gekend, maar omdat mijn familie van moeders kant is uitgestorven. Eindelijk is de laatste rustplaats van ome Thé bekend en er is niemand meer om het aan te vertellen.
Top 4
Het toeval wilde dat de bureau’s rondom mijn werkplek vandaag bezet waren door vier jonge TV-vrouwen. Ik kan er aantrekkelijke bij zetten maar dat is vanzelfsprekend.
We werden heel vertrouwelijk, wij vijven. Nu weet ik bijvoorbeeld dat ze erg veel van hun partners houden maar dat ze bereid zijn hun nekspieren te verrekken als er een grote neger langs komt. Alleen om naar te kijken hoor. Dat u niet denkt dat ik omgeven ben met . . . Tja, hoe noem je dat eigenlijk?
En ik heb ook geleerd dat een man nooit meer aandacht aan zijn uiterlijk mag besteden dan de vrouw in wiens gezelschap hij verkeert. Dat werd mij nadrukkelijk verzekerd.
Dat vrouwen, net als mannen omkijken als er een lekker ding langs komt, wist ik wel. Dat tweede puntje was voor mij nieuw.
Nu ze toch zo intiem waren wilden ze van mij wel eens weten wie die vrouwelijke collega was met wie ik deze week samen fietste en over wie ik op mijn weblog heb geschreven. Ze wilden dat vooral weten omdat ik had geschreven dat zij bij de meeste mannelijke collega’s in de top 5 staat. Toen ik de naam noemde waren ze alle vier van mening dat die collega zeker achter hun in de top 5 hoorde.
Kortom het was een fijne dag.
PR
Begin jaren tachtig heb ik een cursus PR en Communicatie gedaan. Ik wilde de strategieën van de vijand doorgronden. Ik was de enige journalist tussen allemaal PR-mensen.
Vooral de eerste bijeenkomst was hilarisch. De docent legde aan de klas uit hoe je een journalist dient te benaderen. Les 1 was: een journalist is gemakzuchtig, hij houdt niet van lange lappen tekst. Hij leest slecht. Kortom zorg dat je je boodschap kort en helder aanbiedt. Het belangrijkste diende in de eerste alinea te staan. Zeg maar hetzelfde wat een journalist leert.
Ik moest deze week opeens weer aan die lessen van 25 jaar geleden denken toen ik een persbericht onder ogen kreeg van het ziekenhuis in mijn stadsie.
Het begon zo (de naam is toeval)
dr. Esther de Vries, als kinderarts-immunoloog verbonden aan het Jeroen Bosch Ziekenhuis, organiseert en presideert dit jaar het meerdaags internationaal congres van de European Society for Immunodeficiencies ESID, dat tegelijkertijd met de International Patient Organisation for Immunodeficiencies IPOPI en International Nursing Group for Immunodeficiencies INGID in ‘s-Hertogenbosch wordt gehouden.
Drie keer raden wat deze luie journalist met dit persbericht heeft gedaan?
Crisis
Kredietcrisis: 3 miljoen euro winnen in de Postcodeloterij en geen bank kunnen vinden waar je je geld veilig weg kunt zetten.
Typisch
Afgelopen week maakte de adviseur van ons Hilversumse pensioenfonds zijn jaarlijkse tournee langs de regionale omroepen. Ik heb nooit enige aandrang gevoeld zijn spreekuur te bezoeken. Pensioen is iets voor ouderen.
Maar sinds één van de kwajongens van de TV-redactie mij opa noemde realiseer ik me dat de tijd met zevenmijlslaarzen voortschrijdt.
Het was een prettig gesprek met de pensioenmeneer. Temeer omdat de zaken er voor mij rooskleuriger voor staan dan ik dacht. Dat wil zeggen dat ik over een jaar of zeven, als ik zestig word, veel korter kan gaan werken voor hetzelfde geld. Ik denk niet aan stoppen met werken, maar korter werken en dan toch dezelfde levensstandaard houden is een aanlokkelijk vooruitzicht.
Ik deelde mijn vreugde met de kunstredacteur, een man van mooie woorden. Niemand anders dan hij had kunnen zeggen: “Het is een typisch leeftijdsdingetje als je opgewekt uit een gesprek met een pensioenadviseur komt . . .”
Ik denk dat ik ‘m inlijst.
Vocalies (31)
(Door Marlies)
Vandaag, zaterdag 11 oktober komt alweer aflevering 10 van Vocalies-podcast op mijn eigen website. Ik beschouw het als een soort jubileum-uitzending. Het is tenslotte de tiende en toen ik aan dit project begon, had ik niet het flauwste benul van waar ik aan begon, laat staan of en hoe lang ik het vol zou houden. Maar ik vind het leuk!!!!! En ik ga ermee door!!!!
Vocalies 10 is lang geworden, erg lang, ruim twee-en-een-half uur (ik wens u veel sterkte). Ik had er een hele discussie over met mijn echtgenoot, in deze kolommen wel eens plagerig ‘de hoofdredactie’ genoemd. Hij vond terecht dat ik mijn format aan het voorbijschieten was. De verleiding is namelijk steeds zo groot, weet u . . .er is zoveel prachtigs en als je vier delen in een mooi stuk hebt en je hoeft je niet, zoals op radio aan de onartistieke tijds-eenheid van 58 minuten en 23 seconden te houden (ik zweer u dat het me ooit gelukt is, met één oog op de klok en het andere op de technicus de tijd precies, maar dan ook precies vol te lullen . . .) dan draai je ze toch alle vier?!
Ja maar, bezwoer de hoofdredacteur, dan ben je toch gauw door je voorraad heen. Ha! en toen had ik hem te pakken! Er is namelijk zoveel dat u en ik in een heel leven niet aan de grenzen zouden raken van wat er is, al zouden we iedere dag om en nabij een uur klassieke muziek samenstellen.
Maar goed, hij had natuurlijk wel gelijk, de hoofdredacteur die ook mijn lief is. Dus vanaf aflevering 11 gaan we weer terug in tijdsduur. Die ligt al klaar en wordt iets langer dan een uur en ook leuk.
Ik zou graag weten wat u ervan vindt. Behalve wat technische feedback (dat ik af en toe eens een naam verkeerd uitspreek, of dat het geluid van mijn spreekstem wat doffig is (ik moet nou eenmaal met beperkte middelen mijn opnamen maken)) hoor ik verder . . . niets. Ja, van lieve partijdige vrienden en vriendinnen die het allemaal ‘hartstikke leuk, joh’ vinden, maar die het al ‘hartstikke leuk joh’ vinden als ik maar een toonladder zing.
Wees niet bang hoor, ik ga ermee door, want ik vind het leuk en ik maak de afleveringen in de eerste plaats voor mijzelf. En ik kan u verzekeren: het heeft een welhaast therapeutische werking: ik mag draaien van ik mooi vind en zeggen wat ik wil. Nou, wie kan dat nog ongestraft doen tegenwoordig op radio en tv? Natuurlijk houd je je aan de fatsoensnormen; dat is voor mij zo vanzelfsprekend, dat ik me er niet door beperkt voel. Iets waar dj’s op radio en in stadions wel eens last van hebben. En ik heb geleerd dat je veel, heel veel kunt zeggen als je het met humor en zelfspot doet en met respect voor eenieders gezonde mening.
Dat betekent dus: tot de volgende aflevering op internet-radio (zoals ik het maar even gemakshalve noem) en tot het volgende stukkie. En: u weet me hopelijk te vinden voor commentaar!
Uw Vocalies
Maserati
Mijn vrouw heeft een klein pittig autootje dat ik met haar deel. We rijden niet veel, samen hooguit 12duizend kilometer per jaar. Ik zit dus niet veel op de baan zal ik maar zeggen. Maar deze week toevallig wel want tot drie keer toe reed de trein niet wegens uitgelopen werkzaamheden.
Dus tufte ik over de A2 van Den Bosch naar Eindhoven en terug. Geloof het of niet, maar alle drie de keren werd ik ingehaald door een andere maar steeds gloednieuwe Maserati. Ik heb de ballen verstand van auto’s, maar volgens mij is een Maserati toch de Koga Myata onder de auto’s en zijn er slechts enkele bevoorrechten die er eentje kunnen kopen.
Omdat de voortrazende Maserati’s mij het gevoel gaven dat ik stil stond had ik tijd om na te denken, want ik vond het wel opvallend. Drie in één week is meer dan ik er in de 53 jaar daarvoor bij elkaar heb gezien.
En ik dacht aan de kredietcrisis. Hoe erg is die als je in één week zoveel weelde voorbij ziet snellen? Ik vond het zelf een stomme gedachte. Het is een beetje appels met peren vergelijken of een ander spreekwoord.
Maar wat is er dan aan de hand?
De A2 is een van de belangrijkste noord-zuidverbindingen in ons land. Zeg maar de route die Blaricummers gebruiken om van hun rietgedekte villa in het Gooi naar hun rietgedekte Franse boerderijtje te rijden. Ze kennen hem dus als hun geruite broekzak. Ik denk dat dezelfde mensen de A2 nu gebruiken om met hun Maserati’s pijlsnel hun zwarte geld naar veiliger oorden te brengen. Ik denk dat Brabant opnieuw een belangrijke ader is in een smokkelroute, net als honderd jaar geleden.
Het kan natuurlijk ook zo zijn dat financiële tussenpersonen bezig zijn hun Maserati’s in veiligheid te brengen.
Aandacht
Ik ben vandaag in de gelegenheid geweest mij te verplaatsen in het leven van een mooie vrouw. Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat ik de kans ten volle heb benut.
In de trein werd ik gebeld door een charmante collega. Een vrouw die bij de meeste mannelijke collega’s in de top 5 staat (ja dames, ook wij denken in dat soort termen).
Ze wist dat ik dagelijks trein en fiets. Nu wilde het geval dat zij geen auto had en met een vouwfiets in de trein uit de andere richting zat. Ze was van plan op hetzelfde station uit te stappen als waar ik altijd uit stap en vandaar naar de studio te fietsen. Ze wilde weten hoe de route was.
Ik rekende uit dat we ongeveer tegelijk op dat station zouden aankomen en bood haar aan te wachten zodat we samen konden fietsen. Dat vond ze een goed idee.
Een half uur later fietsen we samen langs ’s Heeren wegen. Onderweg werd er naar ons gezwaaid, getoeterd en één keer hield de bestuurder van een bestelbusje in zodat zijn maat vanaf de bijrijdersstoel iets kon roepen.
Omdat mij dit in zeven jaar nog nooit was overkomen is het logisch te denken dat alle aandacht mijn collega gold, hoewel ze niet het minste teken gaf dat ze iets had gehoord.
Het was wel een openbaring te merken dat de mannen waarover je wel eens leest ook echt bestaan. Ik bedoel die losers die tevergeefs zoveel kabaal maken.
Bah!!!
STOCKHOLM (ANP) - De Nobelprijs voor Literatuur gaat dit jaar naar de Franse schrijver Jean-Marie Gustave Le Clézio. Dat heeft het Nobelprijscomité donderdag bekendgemaakt in de Zweedse hoofdstad Stockholm.
Nou ja, Mulisch is op dit weblog in ieder geval genoemd . . . . . . .
Brief van Ali (31)
Beste mensen,
Ik heb klein beetje discussie met hoofdredacteur. Hij zegt ik snabbelkut, maar ik weet niet wat is snabbel kut. Komt omdat iemand mij vroeg ook nog voor andere website brieven te schrijven en ik dacht is leuk man. Dus voortaan ik schrijf ook voor iemand anders. Is wel toevallig over meneer Snabbel. Is geen probleem, ik ga ook nog hier schrijven. Als u mijn andere brieven wilt lezen u moet hier drukken.
Is toch leuk voor Turkse gemeenschap.
Groeten van
Ali Yildiz
Penne
Mijn boodschappen stonden op de band, het karretje was leeg. Bijna leeg.
“Heeft u die folders nog nodig?” vroeg de caissière.
“Nee,” zei ik. “Ze lagen er al in toen ik het karretje pakte.”
“Mag ik ze dan terug?”.
Ik gaf haar de folders.
“Mag ik ook dat stukje bloemkool dat er nog in ligt,” zei ze.
Ik gaf haar het stukje bloemkool.
“Nou heb ik vanavond tenminste wat te eten,” grapte ze.
“Als het zo erg is, mag u wel bij ons komen eten,” zei ik. Ik legde de nadruk op ons zodat ze zou begrijpen dat ik geen eenzame man was die probeerde een caissière mee te lokken. Bovendien was het een niet zo aantrekkelijke vrouw op leeftijd. Dat u niet denkt dat ik loop te sjansen met een doorsnee kassameisje. Dat mag ik trouwens niet van mijn vrouw.
“Dat is een goed idee,” zei ze gretig. Ik had meteen spijt.
De caissière begon mijn boodschappen te scannen.
“Gehakt,” zei ze. “Daar kunnen we veel lekkere dingen mee maken.”
“Ha, boontjes. Heerlijk met veel knoflook en een klont goeie boter.”
Ik kreeg het warm.
“Hier doe je mij geen plezier mee,” zei ze, terwijl ze een zak penne omhoog hield. “Die dingen zijn veel te grof.”
“We eten vanavond penne met zalm/wodkasaus,” riep ik snel.
“Ja, dan ga ik dus niet mee,” zei de mevrouw teleurgesteld.
“Jammer,” loog ik.
Rust
We klaagden wel eens over de coffeeshop om de hoek. Maar tot een buurtbreed protest is het nooit gekomen. Dat is ook zinloos, want de overheid koestert wat wordt gedoogd. Waar anders dan in coffeeshops mag nog worden gerookt? Ze hebben een streepje voor omdat ze symbool zijn van onze tolerantie. Ze schijnen er zelfs toe bij te dragen dat de drugsproblemen in ons land minder erg zijn dan in landen waar de shops verboden zijn.
Maar nu is “onze” coffeeshop alweer een paar weken dicht. Het is tijdelijk hoor, half december gaat hij weer open. De bedrijfsleider had een te grote handelsvoorraad en onze burgemeester greep de gelegenheid met beide handen aan om de tent een tijdje te sluiten. Onze burgemeester wil het liefst alle coffeeshops naar de periferie verbannen, maar ook hij moet gedogen.
Nu pas merken wij wat een impact zo’n shop heeft op de leefbaarheid. Wij wonen in een mooie gemêleerde volksbuurt. Jong, oud, studenten, arbeiders, allochtonen en autochtonen wonen in harmonie bij elkaar op een paar honderd vierkante meter. Je komt alleen naar de wijk als je er woont of op bezoek gaat. En om een joint te halen. Nu pas merk je dat minstens tachtig procent van alle verkeer door de coffeeshop wordt aangetrokken.
“We zijn van de hel in de hemel gekomen,” zei een buurvrouw vorige week. Ik vond dat wat overdreven, maar ik kon een eind met haar mee gaan.
Niet meer elke avond tientallen auto’s met draaiende motor voor je deur. Geen schreeuwende mensen meer tot laat in de avond. Geen bonkende bassen en dus ook geen rammelende ramen meer. Geen kilo’s zwerfvuil meer. Altijd een parkeerplaats in de straat. Geen louche types meer die van en naar de coffeeshop in onze auto’s gluren om te zien of er iemand iets van zijn gading in heeft laten liggen. Geen scheurende scootertjes meer. Geen dubbelparkeerders meer, dus ook geen bedreigingen meer als je vraagt of ze even aan de kant willen gaan. Geen opgeschoten jongens meer die in de portieken hun wiet doorverkopen aan veel te jonge gastjes. Geen hangjongeren meer voor de deur die daar hun joint oproken en vervolgens hun lege bierblikjes voor de buurt laten.
Als journalist schrijf je vaak over leefbaarheid. Ik weet nu nog beter wat het is. We genieten er tot half december met volle teugen van.
Lladró
Het werd plan B. Want zeg nou zelf: De Peel is één van de mooiste gebieden van Brabant, maar als het de hele zondag regent dan is zelfs aan dat gebied geen eer te behalen. Dus we skipten onze geplande dagwandeling die we samen met een aantal vrienden zouden maken.
Plan B betekende dat we gezamenlijk naar de pastorie in een klein dorp trokken waar de pastoor de deur had geopend zodat het publiek kon genieten van zijn Lladró -collectie. We dachten eerst dat de gastvrouw een grapje maakte, maar het was serieus. Het zou een bijzondere ervaring worden, zei onze vriendin. Dankzij de uitzichtloze regen lieten we ons meeslepen. Het werd een verbijsterende ervaring.
Onderweg werden we door de gastvrouw voorbereid. De verzameling is eigenlijk niet van de pastoor maar van Broeder Lucas. Broeder Lucas is de levensgezel van de pastoor. Hij is Spanjaard en door de peelherder geadopteerd. Samen wonen ze op de bovenverdieping van de pastorie. De benedenverdieping is voor Lladró.
Beide mannen hebben de collectie opgebouwd door ruilhandel en koopjes op rommelmarkten. Aldus voorbereid stapten wij de pastorie binnen. Al in de lange gang sloeg de verbijstering toe. Daar stonden Lladró -stukken die een vermogen waard zijn. Wij verbaasden ons over de welgesteldheid van de pastoor en zijn levensgezel.
Onze vriendin glimlachte. We begrepen die glimlach toen we de woonkamer binnen stapten. We waren overdonderd door hoeveelheid porselein die daar in vitrinekasten en op tafels stond uitgestald. Mijn mond viel open. Ook in de werkkamer, in de hal, in de keuken in de bibliotheek stond het vol beelden. Lladró, overal waar je keek. Ik heb in totale verbijstering rondgelopen.
Wij speculeerden over de waarde van de collectie. Die moet vele tonnen bedragen. Gewoon in een pastorie in een peeldorp. Onvoorstelbaar.
Nog steeds onder de indruk brachten we het tweede deel van de dag door in een Boerenbondsmuseum, maar dat was niets vergeleken bij wat we eerder hadden gezien.
Als iemand mij zaterdag verteld zou hebben wat ik zondag zou gaan doen dan zou ik gelachen hebben. Nu kijk ik terug op een onverwacht gekke dag.
’s Avonds aan het diner discussieerden we natuurlijk over de vraag of pastoors en broeders wel zoveel bezit kunnen hebben terwijl er nog zoveel nood is in de wereld. Hebben zij niet de gelofte van armoede afgelegd, vroeg iemand. Nee, zei onze gastvrouw. Het zijn Wereldheren en die leggen een belofte van kuisheid af maar geen belofte van armoede. Tja, en over kuisheid hadden wij geen mening . . .

de kamer

de religieuze kast

de werkkamer

boerenbondsmuseum

boerenbondsmuseum
Nieuwe namen
Er bereikten mij de laatste weken weer veel nieuwe, leuke, gekke en bizarre namen.
Marloes stuurde mij het volgende mailtje en de bijbehorende foto: Als je in de duurste wijk van Arnhem woont en je heet Gathier, dan dien je dat vast en zeker een met Frans accent uit te spreken.. Toch denk ik dat menig voorbijganger er een oerhollandse slag aan geeft. Komt het beroep in ieder geval beter ten goede.

Een collega stuurde mij het onderstaande bericht:
De Koran is een stuk vrouwvriendelijker dan gedacht. Dat concluderen de samenstellers van de website www.BijbelenKoran.nl van IKON en Radio Nederland Wereldomroep na een vergelijking van teksten uit de beide heilige boeken.
Eén van die samenstellers is Karima Bisschop.
De directeur van BPF Bouwinvest heet Dick van Hal.
Een politievrouw die tot mijn kennissenkring behoort vertelde me dat ze een Jan de Vries aan de telefoon had gehad uit de Jan de Vriesstraat. Niks voor mijn namenlijst (de naam De Vries wordt pas interessant als er een koelbedrijf bij hoort) maar u begrijpt dat hij in het kader van dit verhaaltje wel past.
Dat geldt eigenlijk ook voor Marco Proper maar ook die is te leuk om te laten liggen. Het bericht komt uit het Parool.
AMSTERDAM - Vermeend witwasser Marco Proper (43) is maandag in zijn woning in Amsterdam-Noord gearresteerd op verdenking van valsheid in geschrifte en witwassen bij de handel in vastgoed.
Dan hebben we nog de paleontoloog Dick Mol, de alt-saxofoniste Susanne Alt, dr. Schimmel die het boek “Paardenkennis” schreef en de Duitse journalist Frank Uberall.
Tenslotte kregen wij bij de omroep het bericht dat er in een klein kempisch dorp een vrachtwagen met varkens was gekanteld. De bestuurder heette meneer Vleeshouwers.
Blijf sturen!!

