Dank U!
Gefeliciteerd, zegt iedereen vandaag tegen mij. Een felicitatie wordt uitgesproken als er een feestelijke gelegenheid is. Maar, is 53 jaar worden feestelijk.? Statisch heb je de langste tijd gehad en lichamelijk ook je beste. Niet dat ik heb te klagen, integendeel het gaat goed.
Omdat ik me graag een beetje afzet ga ik mensen vragen waarmee ze me dan feliciteren. Dat vinden mensen gek. Ik zou het ook gek vinden als iemand het aan mij zou vragen. Het is ook een beetje gemeen want mensen menen hun felicitatie oprecht. “Ik feliciteer je met het feit dat al 53 jaar op deze wereld mag zijn,” zei iemand. Ja, het is echt een feest om op deze wereld rond te lopen.
Ik ben geloof ik niet zo gezellig op mijn verjaardag. Misschien komt het omdat ik niks met jaartallen en data heb. Het is een gewone werkdag die ook nog eens extra lang duurt en ik mag hopen dat ik vanavond op tijd thuis ben om nog samen met mijn lief in de stad te kunnen gaan eten. Ter gelegenheid van mijn verjaardag.
Is er dan geen reden voor een felicitatie? Tuurlijk wel, maar die hoeft niet per se vandaag. Je mag mij bijvoorbeeld elke dag feliciteren met het feit dat ik gezond ben; dat ik een geweldige vrouw heb, twee bijzondere zonen, een paar goede vrienden en natuurlijk P&B. En je mag me ook elke dag feliciteren met de meeste van mijn collega’s en met het leuke werk dat ik heb. En zo zijn er nog wel een paar dingen die elke dag een felicitatie waard zijn. Bijvoorbeeld dat ik nog twaalf jaar te gaan heb met mijn beleggingshypotheek. Maar vooruit, we doen het vandaag omdat ik jarig ben.
Tien Geboden
Vandaag kwam ik in het Reformatorisch Dagblad een opmerkelijk verhaal tegen. Volgens de kerkelijke leiders gaat het niet goed in de blogosphere. Ze maken zich zorgen over de lasterlijke en ontvlambare inhoud van blogs. Juist van blogs die zich christelijke noemen.
Vorige week was er daar in Engeland zelfs een conferentie over: the Godblogconference. Daar zijn Tien Geboden vastgesteld voor bloggers
Hoewel dit verhaal dus niet over de beschaafde blogs gaat die u en ik maken, vind ik het uit collegiaal oogpunt goed u er van op de hoogte te stellen.
Ik heb er overigens eens goed naar gekeken en ik scoor best hoog. Wat natuurlijk niet per definitie een compliment hoeft te zijn . . .
LONDEN - Kerkelijke leiders hebben naar aanleiding van misstanden in de ”blogosphere” de zogenaamde Tien Geboden voor bloggers opgesteld. Dat meldde de Engelse krant The Times zaterdag op zijn website.
De Tien Geboden voor bloggers zijn gebaseerd op de Tien Geboden uit de Bijbel en het resultaat van de Godblogconferentie, die vorige week werd gehouden in het hoofdkantoor van de Britse Evangelische Alliantie in Londen.
Volgens de initiatiefnemers is het tijd om regels op te stellen voor het bloggen op internet. Als je niet oppast, kunnen religieuze blogs -een soort dagboeken op internet- veranderen in „zoutzuur”, zo vinden zij, aldus The Times.
De kerkelijke leiders lieten weten zich in toenemende mate zorgen te maken over de „lasterlijke en ontvlambare inhoud” van sommige blogs.
De reden hiervoor is dat er op blogs, anders dan bij kranten en televisie het geval is, geen toezicht is. Frappant is dat juist blogs met een christelijke identiteit vaak de hatelijkste reacties opleveren.
Mark Meynell, voorganger van de All Souls Church te Langham Place, ziet desondanks kansen voor christelijke blogs. „Internet is de meeste recente stap in de ontwikkeling van de menselijke communicatie en is daarom ook zeker een uitdaging. Het is belangrijk dat christenen gebruikmaken van internet om het goede nieuws te verspreiden.”
1. Gij zult geen blog plaatsen dat strijdt met integriteit.
2. Gij zult geen beeld maken van uw blog.
3. Gij zult niet voor de anonimiteit kiezen om onder een andere
identiteit te kunnen zondigen
4. Gedenk de sabbatdag door uw blog een dag offline te zetten.
5. Eer uw medebloggers boven uzelf en geef geen aanleiding tot misbruik.
6. Gij zult de eer, reputatie of gevoelens van medebloggers niet aantasten.
7. Gij zult het internet niet gebruiken voor overspel.
8. Gij zult niet de inhoud van een andere blog stelen.
9. Gij zult geen vals getuigenis geven tegenover uw medebloggers.
10. Gij zult niet begerig zijn naar het succes van een medeblogger. Wees tevreden met uw eigen blog.
Doel
Wat moet ik u vertellen over Doel? Het dorp ten noorden van Antwerpen dat onder de voet wordt gelopen door de haven. De inwoners verzetten zich met man en macht tegen het verdwijnen van hun dorp. Ach, de geschiedenis is bekend.
De huizen die lang geleden al werden verlaten door de mensen die de handdoek in de ring gooiden zijn jarenlang bewoond geweest door krakers. Maar ook een deel van deze vrijbuiters heeft het strijdtoneel verlaten.
Ik was er gisteren met mijn zoon om foto’s te maken. Het dorp trekt als een magneet. Ik heb geprobeerd vast te leggen wat er gebeurt als je de elementen en de politici vrij spel geeft. Ik weet wel dat het verhaal al duizend keer is verteld en dat er al ontelbare en veel betere foto's zijn gemaakt dan ik ooit kan. Maar sommige verhalen kun je niet vaak genoeg vertellen.
Zelf was ik het meest getroffen door dat beeld met al die behanglagen. Wat zou ik graag de verhalen opschrijven van de mensen die telkens opnieuw een nieuw behangtje plakten. Wat zouden zij voor toekomtbeeld hebben gehad? Maar ik weet er te weinig van. Ik was slechts een ramptoerist net al die andere mannen die met hun camera’s op bezoek waren in Doel.
Sorry, Doelenaren. Ik voel met u mee.













Vocalies (29)
Er is een nieuwe podcast op vocalies.nl
(Door Marlies)
Het IVC heerst in Den Bosch. Da’s geen gevaarlijk virus hoor, maar toch wel een soort van virus. Het IVC staat voor het Internationaal VocalistenConcours. Morgen, zondag 28 september is het slotconcert en dat is allang dik uitverkocht, dus als u er naar toe wil moet ik u teleurstellen. Waarom er dan nog over schrijven, zo vroeg de hoofdredactie. Nou, zei ik, omdat ik op de eerste plaats eigenwijs ben, dus als ik ergens over wil schrijven dan doe ik dat ook, maar ook omdat je als rechtgeaard zangerd er niet níet over kunt schrijven (toch?).
Het IVC leek de afgelopen jaren een beetje ingekakt, maar de laatste paar jaar leeft het weer wat op. Vooral omdat voormalig mezzo-sopraan Annet Andriessen er voorzitster van is. Zij vindt dat het ‘internationaal’ inderdaad weer internationaal moet worden, met deelnemers uit alle hoeken en gaten van de wereld. Het leek een beetje een ‘provinciaals’ concours te worden en dan bedoel ik provinciaals in overdrachtelijke zin: het werd incrowderig, vooral Nederlandse zangers deden mee en winnen betekende niet dat je automatisch een internationale carrière te wachten stond. Dat is dus veranderd en dat is goed.
Ik ben niet zo’n fan van concoursen. Ik kan het niet, eraan meedoen bedoel ik, (inmiddels ben ik er trouwens (gelukkig) kilometers te oud voor, dus het hoeft niet meer ook, da’s wel weer een lekker uitgangspunt om moeilijk te doen over concoursen); ik ben er te faalangstig voor en ik kan niet in twee minuten heel mijn hebben en houwen op de vleugel leggen, ongehinderd door wat ik van de situatie vind. Ik was voor het eerst op het IVC met mijn toenmalige zanglerares in 1984 en keek er mijn ogen uit. Allemaal gestresste mensen die fladderig heen en weer renden, onduidelijke inzinggeluiden uit benauwde kamertjes en veel, heel veel bobo’s die gewichtig rondliepen.
Inmiddels zijn we 24 jaar verder en ben ik minder snel onder de indruk, maar ik blijf zéér gemengde gevoelen houden ten opzichte van concoursen. Ik snap de we de beste zangers en zangeressen moeten hebben om de prachtige muziek te vertolken die er in al die eeuwen vóór ons geschreven is. Maar of we ze op deze manier vinden is maar de vraag. Want veel van die mensen zijn erg goed, maar ook erg kwetsbaar en aan concoursen meedoen is niet de manier om je kwetsbaarheid om te zetten in goeie zangprestaties. Zorgvuldig opleiden en sterk en zachtaardig maken lijkt me een betere weg, maar hoe daartoe te komen, daarvoor heb ik niet één twee drie de beste oplossing. Want tegenwoordig moet je je bewijzen vóórdat je een podium op mag.
Er valt veel te genieten tijdens het IVC en tijden het Elisabethconcours in België en tijdens het Singer of the world-concours in Wales of daaromtrent, begrijp me goed, maar ik zie toch vooral zenuwen en angst en minder liefde voor het vak en sex-appeal en voordrachtskunst.
Maar het is goed dat het IVC weer meetelt in klassiek Nederland. Dat wel!
PS : Vanavond, zaterdag 27 september is er in de Broekhovense Kerk in Tilburg (aan de Broekhovenseweg!) een leuk concert waar u wel nog kaarten voor kunt krijgen: Vivaldi's Gloria en Benjamin Britten's The Company of Heaven, aanvang 20.00 uur, prijs: 14 euro!
Lek
Hoera, het lek is boven. Het zijn de Marokkaantjes die ons het leven zuur maken. In rotten van drie verdrongen leden van de Tweede Kamer zich gisteren voor de camera’s om dit nieuws aan ons te vertellen. Ze glommen van trots omdat ze het nu hardop durven zeggen. Net als Geert.
Die doorbrak jaren geleden het politiek correcte denken al, maar tot nu toe was er nog geen electorale aanleiding hem te volgen. Oh ja, die ene socialist deed het ook, hoe heet hij ook alweer, u weet wel die Amsterdamse huisarts/wethouder (ach ik kom er nog wel op, ik zie hem zo voor me), die liet met zijn krachtterm kutmarokkaantjes al niks te raden over. Maar daar kon je je beter niet mee afficheren want dat was een hoerenloper.
Dat het zo uit de hand is gelopen met die gastjes ligt volgens de parlementariërs aan plaatselijke bestuurders. Die hebben slappe knieen. Ik denk dat ze daar een punt hebben. Want wie tot z’n knieen in de modder staat terwijl het water hevig tegen het kruis klotst, staat veel minder stabiel dan mensen die tegen weersinvloeden beschermd worden door een veilige Haagse stolp.
Verder is het vooral electoraal gelul.
Zouden ze in de Tweede Kamer weten hoeveel projecten er alleen al in mijn provincie zijn om Marokkaantjes een toekomstperspectief te geven zodat ze op het rechte pad blijven? OK, voor sommige raddraaiers helpt het niet, maar laten die Tweede Kamerleden in godsnaam niet roepen dat burgemeesters en andere bestuurders niks doen, want die doen al jaren wat de landelijke politiek verzuimt.
Hoera, het lek is boven. Het zit in het waterbed waar de parlementariërs op liggen te slapen.
O ja, Rob Oudkerk.
Chloor
Zaterdagavond in een klein Kempisch dorp. Een man gooit een emmertje chloorwater waarmee hij de stoep heeft schoongemaakt naar een meisje dat bij hem belletje heeft getrokken. Haar kleren worden gebleekt.
Het meisje en haar moeder doen aangifte en via de politieberichten komen ze op de regionale radio en televisie. Moeder en dochter lopen leeg. Belachelijk zoals die meneer zich te buiten is gegaan. Een meisje dat een keer belletje trekt met chloor gooien? Ze had wel blind kunnen zijn.
De man is wiskundeleraar. Het meisje zit niet bij hem op school dus de twee hebben geen geschiedenis. De moeder roept dat zo’n man nooit meer voor de klas mag.
In de dagen er na krijgt het verhaal een andere wending. De man wil met ons praten en hij vertelt dat hij al vier dagen werd geterroriseerd door een groepje jongeren en dat hij ten einde raad naar het emmertje greep. Hij had het nummer van de politie klaar liggen, maar de stoppen sloegen door voor hij die kon bellen. Op de radio bood hij publiekelijk zijn excuses aan. Hij had ook geprobeerd met het meisje in contact te komen om haar persoonlijk zijn spijt te betuigen, maar ze hield de boot af.
Inmiddels is dit incident volstrekt uit de klauwen aan het lopen. Gistermorgen belde de man me op. Hij was in tranen. Dat kwam omdat wij hem in onze berichtgeving steeds de wiskundeleraar noemden. Maar, zei hij, hij had zijn daad als mens gepleegd, niet als wiskundeleraar. Hij was bang dat hij niet meer terug naar zijn school zou kunnen, terwijl hij in dertig jaar nog nooit één akkefietje met welk kind dan ook had gehad.
Ik had met hem te doen en begreep wat hij bedoelde. We voerden een stevige discussie op de redactie en dat leidde er toe dat we het beroep niet meer noemen. Ik was het daar mee eens, maar bleef zitten met de vraag of een wiskundeleraar een andere verantwoordelijkheid heeft dan iemand anders. Ik vind dat een leraar meer van jongeren moet kunnen verdragen dan iemand die daar niet dagelijks mee werkt. Maar goed, ik geef toe dat er in principe geen verband is tussen de daad en het beroep en wie weet hoe hij getreiterd is.
Een uur later belde de moeder. Ook helemaal overstuur,. De volkswoede had zich tegen haar dochter gekeerd en dat was onze schuld. Want wij hadden het TV-interview met haar op internet gezet en nu liep het forum vol met mensen die vonden dat het meisje er zelf om had gevraagd. Ook in haar omgeving kreeg ze dat verwijt. Iedereen ziet haar als dader, niet als slachtoffer.
Ik moet zeggen dat sommige reacties van onze lezers inderdaad op het randje waren van wat een fatsoenlijk medium betamelijk vindt. Naarmate de dag vorderde hadden de reaguurders onder onze reageerders elkaar zo opgekloot dat we het forum even hebben moeten sluiten.
En dan ontstaan er interessante gesprekken op een redactie omdat sommige mensen niet begrijpen dat zo’n meisje opeens zo massaal wordt veroordeeld. Anderen verbaasden zich daar helemaal niet over. Die zagen er de tijdgeest in: keihard aanpakken die jeugd van tegenwoordig. Dat zijn de GeenStijllezers onder de collega's.
Voetstapjes
Twee keer per dag sta ik op de roltrappen van het station in Den Bosch. Nou ja, twintig van de honderd keer want behalve de Vliegende Hollander van de Efteling ken ik geen attractie die zo vaak kapot is.
Lopen op een roltrap is vervelend, want de treden zijn net iets hoger dan waar het menselijk onderstel op is gebouwd. U kunt zeggen dat ik beter altijd de trap kan nemen maar die door gezondheidswaan ingegeven opmerking pareer ik door te zeggen dat ik veertien kilometer per dag fiets.
Roltrappen zijn fijn als ze het doen. Ze tillen de gewone man zonder enige inspanning tot grote hoogte. Dat is normaal alleen weggelegd voor bankiers.
Op de roltrap gelden regels, net als in het verkeer. De belangrijkste is dat rechts gaat staan zodat mensen die haast hebben je hardlopend links kunnen passeren. Als ik haast heb dan ren ik liever naar boven op de gewone, brede trap. Dat gaat sneller. Maar goed, er zijn mensen die denken dat je vlugger boven bent als je duwend en trekkend op de roltrap rent. Niet iedereen is even slim.
Omdat die mensen niet gezegend zijn met enig logistiek inzicht heeft Prorail iets bedacht. In Amersfoort komt een proef met voetstapjes op de roltrap. Die moeten mensen duidelijk maken dat zij rechts kunnen stilstaan, zodat de gehaaste medereiziger links kan passeren.
Voetstapjes op de roltrap. Ach gut . . .
Mag ik als rechtsstaande roltrapgebruiker nog een proef voorstellen? Want er zijn veel vooral grijze dames die bovenaan de roltrap stil blijven staan om met een ietwat domme blik rond te kijken hoe zij hun weg moeten vervolgen. Daardoor krijg je op de roltrap een soort dominoeffect dat uiteindelijk tot een opstropping leidt. Ik stel voor dat bij wijze van proef bovenaan de roltrap een bordje komt met: doorlopen doos . . .
Evenwicht
De koning van de soundbytes is here tot stay. Deze fraaie tweetalige kop stond vanmorgen in het Brabants Dagblad boven een analyse van de Algemene Beschouwingen. Daar waar één van mijn collega’s vandaag nog beweerde dat luisteraars afhaken als er in een drie uur durende uitzending drie politiek-getinte onderwerpen zitten, geloven ze bij de concurrent blijkbaar dat de lezers een vreemde taal machtig zijn. Ik hou van media die hun publiek serieus nemen.
De kop sloeg op Geert Wilders. Het verhaal kwam er op neer dat Geert Wilders geen eendagsvlieg is maar een blijvertje. Ik citeer een stukje: “Wilders lijkt op onovertroffen wijze in staat de gevoelens van onvrede en angst voor het onbekende te verwoorden. (...) Het zijn dezelfde mensen die niet willen dat “ze” – de islamieten - hier de boel over nemen.”
Omdat Wilders niet weg te branden is, schrijft de analyticus dat het wachten is op iemand die zich niet op de kast laat jagen door zijn (lees: Wilders’) stevige taal en die meer doet dan hem een etiket opplakken. Wilders verdient serieuze tegenstand. Jammer dat zo’n krant, die z’n lezers serieus neemt, dan met zo’n open deur komt. Dat heeft zo’n medium toch niet nodig.
Het is vooral zaak om er voor te zorgen dat de gevoelens van onvrede en angst worden weggenomen. Dat is natuurlijk in de eerste plaats een zaak voor de politiek, maar de media hebben ook een verantwoordelijkheid. Ik ga mij nu op glad ijs begeven. Hou me maar niet vast, want voor u het weet glijdt u mee in het wak.
Neem nou bijvoorbeeld de enorme aandacht die in de media wordt besteed aan de islam. Vooral in deze ramadantijd. Als ik niet beter zou weten dan zou ik denken dat er in Nederland nog maar één religie is.
Maar ik weet beter en volgens mij is het christelijk geloof voor de meeste gelovigen in ons land nog steeds richting gevend. Daar horen we weinig over, want de Islamieten hebben hun PR blijkbaar beter op orde en media vinden het politiek-correcter aandacht te besteden aan Iftar-maaltijden dan aan de gezamenlijke paasbrunch van protestanten en katholieken.
Ik ken een medium waar het voorstel om aandacht te besteden aan het tienjarig ambtsjubileum van bisschop Hurkmans van Den Bosch, werd weggehoond. Saaaaiiii!!! Maar ik kan u verzekeren dat zijn conservatieve beleid bij veel parochianen tot verdriet en onbegrip heeft geleid. Dat heeft veel meer invloed op het persoonlijke leven van het publiek van dat medium dan de islam. Niks saai!
Ik begin zo langzamerhand te geloven dat wij van de media bezig zijn een verkeerd beeld te creëren van de wereld waarin wij leven, al dan niet ingegeven door politieke correctheid enerzijds of anderzijds door haat tegen iedereen die anders is. Volgens mij is het evenwicht volstrekt zoek.
Dus ik denk echt dat we niet moeten wachten op iemand die serieuze tegenstand gaat bieden aan Wilders. Ik denk dat we moeten wachten op het moment dat in de politiek en de media het evenwicht hersteld wordt, zodat iedereen zich herkent en iedereen zich thuisvoelt.
Brief van Ali (30)
Beste mensen,
U dacht zeker, Ali is nog op vakantie in Turkij. Is niet waar, maar gaat nou wel beter met buitenlandse mensen in Nederland, dus is niet zo veel over te schrijven. Jij kan beter af en toe is schrijven dan alsmaar dingen zeggen van geen nut. Is misschien ook les voor Jan van Stroomopwaarts. Maar hij kan niet ophouden zegt hij. Ik kan best ophouden, is altijd nog belangrijker dingen.
Het gaat heel goed moet ons. Mevrouw Yildiz is gezond en kinderen passen netjes op. Op fabriek is alles in orde. Baas is nog steeds tevreden. Volgend jaar ik werk al twintig jaar bij zelfde baas. Hij zegt: Ali jij bent bankstel. Is grapje voor meubilair zoals goeiemoggel.
Buurman Arie is poosje weggeweest. Hij zegt tegen andere mensen steeds hij was op vakantie. Dat is niet waar, maar ik mag niks over zeggen.
Ik schrijf nu brief omdat ik lees in krant dat Turkse mensen hebben meeste moeite met Nederlandse taal. Meer moeite dan Marokkaanse mensen en Surinaamse mensen en Antilliaanse mensen.
Het was onderzoek van wetenschappelijke bureau dus ik denk het is wel waar.
Maar er zijn ook veel Turkse mensen die wel goed zijn in taal. Ik ben toch niet slecht? U begrijpt mij toch altijd? Ik kan soms die jongens zelf niet eens begrijpen. Zij zeggen bijvoorbeeld dingen als: 'Die bakra is weri hoor, ennuh, misschien ga ik 'm doodvermoorden.'. Dat is toch helemaal geen goed Nederlands taal.
En is heus ook nog probleem met Nederlandse mensen hier in ons wijk die ook eigen taal hebben. Vrouw van Arie vroeg pas nog aan mevrouw Yildiz: olliede gallie dun allieje ôk? Maar Turkse mensen praten niet over die dingen. Dat is privé. Tegen u ik kan wel zeggen dat wij daar geen klagen over hebben.
Nou beste mensen, houdoe! (is mooi Brabants toch?)
Ali Yildiz
Aandacht
Zo. Bijgelezen. Twee stapels kranten. Nou ja, gelezen? Gescand. Terwijl wij in Duitse oerbossen ons vergaapten aan exotische paddenstoelen
(weet iemand trouwens wat dit exemplaar hieronder is?)

stortte de financiële wereld verder in. (Net als de PSV-defensie trouwens, maar daar wil ik het hier niet over hebben.) Zelfs de presentatie van de jaarlijkse Rijksbegroting stond in de schaduw van de ontwikkelingen in het Amerikaanse bankwezen. Eens te meer werd duidelijk dat een scheet die in Amerika wordt gelaten hier stinkt.
(Ik moet opeens denken aan een collega die een paar weken geleden uitriep dat er wel overdreven aandacht is voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Wie van onze luisteraars was daar nou in geïnteresseerd?)
Wat moet je als eenvoudige inwoner van een landje achter de dijken nou van zoveel ellende zeggen. We hebben de laatste jaren veel aan de markt overgelaten. Overheden trokken zich steeds verder terug. De spoorwegen maakten er een puinhoop van. Pas nadat de staat zich keihard opstelde begonnen de treinen op tijd te rijden. Zijn we gelukkiger geworden van de vrije energiemarkt? Ik heb me nooit meer verwant gevoeld met politieke partijen die voor een sterke staatsbemoeienis zijn dan heden ten dage.
Ik las in die stapel artikelen ook dat de Amerikaanse bankdirecteuren vooral goed voor zichzelf hebben gezorgd met flinke bonussen. De toezichthouders zeggen nu dat ze dat wel moesten toestaan omdat de beste mensen anders naar de concurrent zouden lopen. De beste mensen? Dollartekens in de ogen kunnen verblinden.
En nog zo iets. Ik las dat bijna de helft van de burgers vindt dat het kabinet de samenleving slechter maakt. Nou ja, dat staat in de kop boven het artikel. In werkelijkheid is het 45 procent, dat scheelt toch een slok op een borrel, want dan kun je ook schrijven: Ruime meerderheid vindt dat kabinet samenleving niet slechter maakt. En zeg nou zelf: daar word je toch veel minder depressief van.
De grootste klagers, zo’n 32 procent, zo lees ik verder, steekt zelf geen poot uit om de maatschappij te verbeteren. Volgens het artikel scoren deze lieden laag op waarden als empathie, tolerantie, gemeenschapszin of aandacht voor het milieu. Ze zijn hedonistisch en materialistisch ingesteld en ze hebben moeite met de complexiteit van de moderne samenleving en verlangen naar law en order.
We hebben het hier over een derde deel van de bevolking! Tja, waarom zou je dan inderdaad zoveel aandacht besteden aan de Amerikaanse presidentsverkiezingen?
He, heerlijk. Weer thuis.
Happy hour
Vrijdag aan het eind van de middag pakten we de laatste zonnestralen van die dag op een terras in een klein idyllisch dorpje in de Duitse Spessart. We blikten weemoedig terug op een week vakantie waarin we veel gewandeld hebben. Het was zo’n vakantie zonder haast, zonder stress. We voelden dat de zomer voorbij was, het werd alweer wat kouder.
Het pleintje waar we zaten was nagenoeg verlaten, naast ons zat nog één man achter een pul bier. De uitbaatster zat even verderop in een tijdschrift te bladeren. Later toen we afrekenden vertelde ze dat we geluk hadden: het was happy hour, de drankjes waren voor de halve prijs.
Plotseling doken een paar tienermeiden op. Ze gooiden elkaar nat met het water uit de fontein. Het kon nog net zonder een kou op te lopen. Verder was er niets dat de rust verstoorde.
We spraken over de thuisreis, vandaag. En dat we maandag weer aan de bak moeten. Er wacht werk en voor Marlies wachten er concerten. Het zal even duren voordat we samen weer wat laatste zonnestralen kunnen pakken op een terras. Misschien komt het er dit jaar niet meer van.

Vocalies (28)
(Door Marlies)
Ooit naar de Proms gekeken? En dan bedoel ik de Promsconcerten op de BBC die altijd ergens in de zomer zijn en die afgesloten worden met een groot concert (met geintjes) in de Royal Albert Hall in Londen. Er is altijd een leuke, op dat moment bekende zangerd of zangeres en/of instrumentalist en het publiek mag meezingen, deinen, serpentines gooien en zich bijzonder uitdossen. Laat dat maar aan Engelsen over: zich bijzonder uitdossen. Ik kijk altijd mijn ogen uit.
Op het eind is er altijd een speech van de dirigent (waar-ie volgens mij erg tegen op ziet, wie hij ook is) en dan komt de mars waar heel Europa zich altijd op verheugt, want je kan er zo leuk op door de knieën: The Pomp and Circumstance Military March, opus 39, nummer 1 (da’s de volledige titel). Het standbeeld van dirigent Sir Henry Wood, dat tijdens The Proms centraal in de Hall staat, lijkt zich altijd op te richten als de aanzet gegeven wordt.
Vandaag in 1930 (20 september) was de premiere van de vijfde mars, gedirigeerd door Sir Henry Wood. De titel van de marsen zou afkomstig zijn uit de derde acte van Shakespeare’s Othello, waarin de oorlog verheerlijkt wordt én van een gedicht van Lord de Tabley. Ik vraag het mij af, want 4 van de 5 marsen zijn gecomponeerd vóór de eerste wereldoorlog en volgens mij was Elgar niet zo krijgslustig. Volgens mij was het meer om de draak te steken met oorlog en vooral om duidelijk te maken dat het pedante paraderen (mooi alliteratie hè?) in schrille tegenstelling is tot de ellende van het slagveld. Ik denk dat Elgar dat nou juist wel door had.
Of het door de knieën gaan van het publiek op de maat van de muziek nou juist ook de draak steekt met dat pedante paraderen weet ik niet. Ik moet er altijd om lachen. Die hele proms-happening is er trouwens toch een naar mijn hart: eindelijk doen we eens gewoon over klassieke muziek. Wekenlang zijn er door heel Engeland concerten met klassieke of aanverwante muziek. En op de laatste avond gaat de golf van muziek en verbroedering door heel het United Kingdom. Ooit dat jongenssopraantje ‘O Danny boy’ horen zingen in Ierland en het droog gehouden? Dan bent u een bikkel!
En als je in Nederland al eens ‘Land of Hope and Glory’ zingt, het einde van mars nummer 1, dan verbroedert dat ook.
Kortom: in de link de gelegenheid om even mee te deinen. U kunt ze ook allemaal eens achter elkaar draaien, maar dan wordt het wel wat veel van het goeie, misschien krijgt u dan toch de neiging om te gaan paraderen en dat moeten we niet hebben.
Vocalies (27)
(Door Marlies)
Weet u nog dat we het in deze kolommen hadden over ouwe Italianen? U weet wel die Italiaanse componisten in de jaren van ongeveer 1650 tot pak ‘m beet 1800, die zulke mooie ouwe ariaatjes schreven, die op hun beurt zo prachtig kunnen dienen als voorstudies voor het grote opera-werk.
Francesco Durante, Italiaans componist, theoreticus en muziekpedagoog is er een van. Vandaag, 13 september zoveel jaar geleden stierf hij in Napels, 68 jaar oud. Sommige bronnen vermelden trouwens 30 september als sterfdag, dat u dat maar weet, dan hoeft u niet in de gordijnen te klimmen.
Hij schreef een van de mooiste ouwe Italiaanse aria’s ooit: ‘Vergin tutt’Amor’. Er zit een prachtige piano-begeleiding onder, met dikke vette accoorden, die al vooruit wijzen naar de klassieke en romantische periode uit de muziekgeschiedenis. Daarom hulde voor die goeie ouwe Francesco in deze rubriek.
Om het beeld maar even compleet te maken:
Hij werd geboren in Frattamaggiore bij Napels op 31 maart 1684. Hij studeerde aan het Conservatorium in Napels en was vermoedelijk rond 1700 leerling van Giuseppe Ottavio Pitoni in Rome. Korte tijd gaf hij les aan hetzelfde conservatorium waar-ie aan studeerde en ging later lesgeven aan het conservatorium in Loreto (trouwens ooit in Loreto geweest? Er staat een werkelijk grotesk enorme kathedraal, die over het geboortehuis van Maria is gebouwd. Volgens een legende zou het geboortehuis van Maria door engelen van Nazareth naar Loreto zijn getransporteerd, ja ja . . .)
Zijspoor, terug naar het hoofdspoor: Durante was een van de belangrijkste componisten van zijn tijd. Hij componeerde kerkmuziek (missen, psalmen en motetten), oratoria en muziek voor klavecimbel. Het is merkwaardig dat hij geen opera geschreven heeft (kan natuurlijk verloren zijn gegaan: 1684 is lang geleden, wat je niet allemaal kunt kwijtraken in die tussentijd . . .), want al zijn liederen zijn een beetje opera-achtig, een van de redenen waarom ik ze zo graag zing. Ik las wel ergens dat hij drie keer getrouwd was; misschien gaf hem dat genoeg ‘opera’ . . .
Durante werd vooral bekend als leraar, minder bekend als componist. Hij schijnt erg streng en op de letter geweest te zijn voor zijn leerlingen. Zijn muziek ’klopt’ en studeert mede daarom makkelijk in. Het spreekwoord ‘those who can, do, and those who can’t, teach’ is dus absoluut niet op hem van toepassing.
In Wenen ligt in de keizerlijke muziekbibliotheek een deel van zijn originele manuscripten.
Op zoek naar een mooie opname op YouTube schrok ik van de middelmatigheid waarmee de aria gezongen werd. Dat had Durante niet verdiend, dus heb ik geen link opgenomen: u mag zelf zoeken.
Armani
Ik heb bijna net zoveel goede eigenschappen als slechte. Dat is inderdaad een zin die je even moet laten inwerken.
Een goede eigenschap is mijn vermogen me te verbazen. Zonder die voortdurende verbazing zou ik geen journalist kunnen zijn en al helemaal geen weblogger. Als journalist geef je veel feiten door, als weblogger moet ik het toch vooral hebben van de persoonlijke interpretatie daarvan en dan is het fijn als je je oprecht kunt verbazen. Die verbazing betreft vooral het menselijk ras.
Neem nou het artikel vanmorgen in mijn lijfblad. Het blijkt dat chronisch zieken opnieuw worden gekort door kabinetsbezuinigingen. Als ik het artikel goed begrijp komt dat omdat het potje voor de bijzondere ziektekosten in Nederland massaal wordt misbruikt.
Wat lees ik tot mijn stomme verbazing: de chronisch zieken kunnen hun huis niet aanpassen omdat wij met z’n allen Armanibrillen en steunzolen declaren. In de krant staat zelfs dat miljoenen Nederlanders zich te buiten gingen aan de declaratie van luxe-artikelen als designbrillen en de steunzolen. Dus besloot het kabinet daar eens flink het mes in te zetten en daar worden nu de chronisch zieken, voor wie de aftrekpost wel is bedoeld, de dupe van.
Het is toch verbazingwekkend dat wij massaal Armanibrillen kopen waardoor chronisch zieken zich met gevaar voor eigen leven de trap op moeten slepen omdat er geen geld meer is voor een stoelliftje. Laten we ons collectief schamen. Over die steunzolen hoor je me niet. Ik heb ze al 35 jaar en zonder zou ik allang rugpatient zijn geweest met bijbehorende kosten. Maar die Armanibrillen dat is godgeklaag. Dat zijn geen bijzondere ziektekosten, dat zijn koopziektekosten.
Vulkaneiffel
We hebben vorig weekend gewandeld in de Vulkaneiffel. Zestig kilometer in drie dagen. Ik vond het een verrassend mooi gebied. Nog een paar foto's.



Vraag
De belangrijkste vragen voor mij zijn: bestaat God en zo ja is er leven na de dood? Ik kan mij die vraag permitteren omdat ik in een welvarend land woon. Als ik in een uithoek van een Afrikaanse woestijn geboren zou zijn, dan zou mijn belangrijkste vraag waarschijnlijk zijn: heb ik vanavond te eten?
En als ik in Beverly Hills zou wonen zou de situatie waarschijnlijk nog schrijnender zijn: wat moet ik vanavond aantrekken? Zo zie je maar dat levensvragen vooral worden bepaald door de plaats waar je woont.
Nou moet u niet denken dat ik elke dag met die vragen bezig ben. Ik leef ook maar een beetje bij de dag tegenwoordig. Maar zo af en toe steken ze de kop op.
Dezer dagen bijvoorbeeld nu we overal lezen over dat enorme wetenschappelijke experiment met de LHC-deeltjesversneller. Het nabootsen van de oerknal, dat is iets waar wij in onze jeugd alleen maar van konden dromen. Maar niets is onmogelijk. Denk maar eens aan de strip van de familie Jetson, die met futuristische eenpersoonskarretjes over de weg raasden. Wij dachten toch dat dat nooit zou kunnen en nu zie je overal scootmobiels.
Normaal gesproken ben ik niet zo gefixeerd op wetenschappelijk nieuws. Ik heb de maanlanding gezien, maar tot op de dag van vandaag begrijp ik nog steeds niet wat de wereld daar wijzer van is geworden. Wat heeft het ons opgeleverd behalve Star Trek?
Maar het experiment met de deeltjesversneller veroorzaakt bij mij een zekere opwinding. Stel je voor dat de oerknal wordt nagebootst en dat we over twee jaar weten hoe de wereld is ontstaan. Dat zou toch sensatie zijn. Het zou toch fantastisch zijn als net toevallig in die korte tijdspanne (gemeten naar de eeuwigheid) dat ik op de wereld rond loop die vraag beantwoord wordt.
Dan maak je nog eens wat mee in je korte leventje, dat toch al rijk is aan historie. Ik noem de sixties, de maanlanding, de val van de Berlijnse muur en de vier achtereenvolgende kampioenschappen van PSV.
Ik kan niet wachten tot over twee jaar de resultaten van dat onderzoek klaar zijn, hoewel ik mij realiseer dat daarmee mijn levensvragen nog niet zijnbeantwoord: bestaat God en zo ja is er leven na de dood? Want als ze het ontstaan van de aarde kunnen verklaren blijft er voor mij nog een prangende vraag over.
Kijk, die protonen die op elkaar botsen zijn niet uit zichzelf op gang gekomen. Dat gebeurde door mensenhanden. Tenminste, dat staat in de krant: Om 9.34 uur geeft hij (lees: projectleider Evans), zichtbaar nerveus, de opdracht om de eerste protonen uit een voorversneller toe te laten in de eerste drie kilometer van de LHC.
De vraag blijft dus welke hand de protonen op gang bracht die de oorspronkelijke oerknal veroorzaakten?
Een vraag, waar je een leven lang mee voort kunt.
Kermis
Ik heb de laatste tijd best wat foto's gemaakt, die er deze week uit moeten omdat ik volgende week nog veel meer foto's ga maken.
We zijn met een groepje van de fotoclub naar de Bossche kermis geweest. Eerlijk gezegd ben ik daar niet zo goed in. Niet in kermis en niet in kermisfoto's. Als kind mocht ik kiezen: of naar de kermis of het geld dat mijn ouders daaraan dachten te besteden contant uitgekeerd. Ik koos altijd voor het geld en kocht er dan speelgoed voor.
Tijdens mij Veluwse periode hoefde ik niet te kiezen want meer dan lunaparkjes kwamen er niet in ons dorp.
In Brabant is de kermis een fenomeen. Mensen sparen een jaar lang om daar uit de band te kunnen springen.
Een poging:



Tommie
De gemeenteraadsvergadering gisteravond van ’s-Hertogenbosch was een droevig stemmende bijeenkomst. Ik zat er beroepshalve, namens alle luisteraars zal ik maar zeggen. Die mogen mij wel dankbaar zijn.
Verwarrende discussies, stapels moties en amendementen waardoor de vroede vaderen en moederen (of is het moeders?) voortdurend de weg kwijt waren. Een burgemeester die niet in vorm was en vertwijfeld riep of iemand er nog chocolade van kon maken.
Vakjargon vloog over tafel tijdens de behandeling van het voorstel om WMO-loketten te openen. Loketten openen is een moderne bezigheid. Vooral loketten waar je terecht kunt met tien verschillende hulpvragen zijn bijzonder populair.
Ik vraag me altijd af wat voor supermensen er aan de andere kant van de balie zitten, dat ze op al die vragen een antwoord hebben. Ik denk dat ze die niet hebben. Volgens mij zijn ze vooral gespecialiseerd in het doorverwijzen naar andere loketten. Een beetje zoals journalisten. Die weten van alles iets maar van niets alles. Ze weten wel waar ze de informatie moeten halen. Dat is ook een kwaliteit.
In die brij van woorden en papiergeritsel dwaalden mijn gedachten af naar een verhaal dat een goede vriendin eens vertelde.
Zij was directeur van een Praktijkschool. Dat is een school die kansarme kinderen een vak leert zodat ze zichzelf in de maatschappij kunnen handhaven. De populatie op haar school bestond voor een deel uit woonwagenkinderen, wier lot allang was bezegeld. De meiden trouwen jong en de jongens wacht een glanzende carriere in de handel.
Met een van hen ging het nog minder goed dan met de anderen. De situatie werd zo ernstig dat er een deskundoloog werd bijgehaald om eens met Tommie te praten.
Na het gesprek meldde de hulpverlener zich bij de directrice om terug te koppelen. Het was een uitzonderlijk moeilijk geval, zei hij. Eigenlijk hopeloos.
De vriendin heeft een praktische geest en wilde wel eens weten waarom zo’n doorgeleerde goog de moed al na een uurtje opgaf.
“Tja,” zei hij met droge ogen, “Tommie kan geen hulpvraag formuleren.”
Daar sta je dan met je éénloketfunctie.
Zomaar weg
Stel, u trekt een paar jaar intensief op met iemand. Die persoon deelt lief en leed met u. U kent zo iemand beter dan bijvoorbeeld een naast familielid dat aan de andere kant van het land woont.
En op een dag zegt die man of vrouw tegen u: Nou, bedankt voor het medeleven. Ik vertrek en wil je nooit meer zien en ik ben ook niet langer geïnteresseerd in jouw leven.
Wat zou u in zo’n geval doen?. Ik zou op z’n minst proberen die persoon op andere gedachten te brengen. Ik zou zeggen: laten we af en toe nog eens bellen of schrijven. Of laat over een jaar nog eens weten hoe het met je gaat.
Zo gaat dat in het echte leven, maar blijkbaar niet in het virtuele leven. Binnen een week tijd kondigden twee webloggers die ik volgde plompverloren aan dat ze er mee stoppen. Van de ene op de andere dag zijn ze verdwenen uit mijn leven. En dat kan allemaal zomaar.
Ach, we kunnen natuurlijk beschouwingen houden over de vluchtigheid van het internet in het algemeen en van de weblogwereld in het bijzonder. Of over het feit dat je iemands doen en laten niet hoeft te volgen als je niet wilt. Of over de stelling dat je blij mag zijn dat iemand je een tijdje een kijkje in de keuken heeft gegund.
Maar dat is me te makkelijk.
Nee, we moeten een regel instellen dat webloggers na hun virtuele verscheiden af en toe een rondzendbrief sturen. Laten we zeggen eenmaal per half jaar en zoveel jaar als hij of zij ons heeft laten meeleven. Nou vooruit, met een maximum van vijf jaar.
Boerka
Ik las dat minister Plasterk een boerkaverbod in het onderwijs wil. Opeens moest ik denken aan een voorvalletje een paar weken geleden. Ik heb er niet eerder over geschreven. Geen idee waarom niet.
Ik liep van het station naar huis en met mij liepen twee vrouwen in boerka in dezelfde richting. Althans aan hun stemmen te horen waren het vrouwen. Ze babbelden hoog-Hollands zonder een zweem van accent.
Tussen hen in liep een kleine jongen met blonde krullen. De vrouwen hielden het kind bij de hand. Hij noemde een van de vrouwen mamma een reden te meer te veronderstellen dat er onder die boerka’s vrouwen zaten.
Op de hoek stond een vrouw uit de buurt.
“Hedde gij da gezien”? vroeg ze, wijzend op de twee vrouwen. Ik had het gezien en ik begreep haar vraag. Ik had namelijk in onze provinciehoofdstad ook nooit eerder vrouwen in een boerka gezien.
“Boerka’s horen er tegenwoordig bij,” zei ik.
“Nee, ik bedoel da jong. Zunnen blonde ken toch nooit van hunnie zijn,” zei de vrouw. “Doalijk wor da keind ontvoerd.”
“Nou,” zei ik, “dat zal wel meevallen? Ik hoorde hem mamma zeggen tegen één van die vrouwen.”
“Ge wit ut tegenwoordig allemoal nie meer. Ge kunt nie zien wa ter onder zit hè,” zei de vrouw.
Nee, je kunt niet zien wat er onder zit. En dat communiceert verdomd lastig. Ik begrijp Plasterk wel.
Vocalies (26)
(Door Marlies)
Nou, sorry hoor, dat ik me vandaag pas meld . . . Drie heerlijke wandeldagen gehad en effe mijn mond gehouden, nou ja, zangtechnisch gesproken dan, gekletst heb ik genoeg in die drie dagen, maar dan met een hele speciale vriendin . . . en mijn echtgenoot (zijdelings... hij liet ons vrouwen lekker kwetteren) al lopend door de Vulkaaneiffel (en de regen . .). Het was heerlijk. Ik heb twee berichtjes voor u: een uit het heden en een uit het verleden.
In Bayreuth komt het weer goed: twee achterkleindochters van Wagner gaan er het door hem opgerichte theater leiden. Zij zijn halfzusjes (de precieze familie-achtergronden zijn mij ook niet bekend, die mag u zelf uitzoeken en schrik niet: de Wagnertjes zijn geen lieverdjes) en achterkleindochters van de grote Richard, u weet wel die van Der Ring des Nibelungen en zo . . .
Ze werden verkozen boven een achterkleinzoon, die weer geen broer van de zusjes is, maar een neef of zo (ja ja, zou mijn vader zeggen, en die moest oom zeggen tegen de Bummelse Meulen.. . .) en boven Gerard Mortier, de wereldberoemde intendant die overal voor hoge kwaliteit opera zorgt en voor polemiek. Nou zullen de zusjes Wagner heus Mortier niet nodig hebben voor polemiek, die komt er toch wel wat ik u brom. Oef, wat ben ik blij dat ik daar niet werk, in Bayreuth.
Wist u dat Mozart en Haydn vrienden waren? (boem, zonder bruggetje zo in het verleden) Ze hebben elkaar een paar keer ontmoet. Haydn was er vóór, tijdens en na Mozart. Toen hij in 1791 in Londen was hoorde hij dat Mozart gestorven was en toen moet hij gezegd hebben: ’s werelds grootste componist is gestorven (of woorden van die strekking, ik was er niet bij).
Ze boden nogal eens tegen elkaar op in die tijd: Mozart claimde dat hij een muziekstuk zo moeilijk kon maken dat Haydn het niet zou kunnen spelen. Het kwam tot een weddenschap: bij de eerstvolgende gelegenheid dat ze elkaar weer zagen was het stuk klaar. Haydn begon welgemoed te spelen en ja hoor, hij liep ergens in het midden vast bij een noot die zo lastig op de piano lag, dat hij hem niet kon raken, niet met alle tien vingers die hij tot zijn beschikking had. Hij erkende zijn nederlaag en schoof het stuk door naar ‘Woolfie’. Die begon te spelen en bij de lastige noot aangekomen, speelde hij die wel . . met zijn neus. Als u weet om welk stuk het gaat: laat het me weten!
Volgende week weer een echt stukkie én een nieuwe aflevering van Vocalies.
Hulde
Een tijdje geleden schreef ik over de onhandige manier waarop TNT pakjes bezorgt. Pakketjes liggen ’s morgens op het postkantoor op 5 minuten fietsen van mijn huis. Laten we zeggen op dinsdag.
Dan komt de bezorger in de loop van de ochtend aan de deur. Wij niet thuis. Pakje gaat mee terug. Dat ritueel herhaalt zich woensdag en dan vind ik een briefje dat ik pas donderdag na 13.00 uur mijn pakje kan ophalen. Dat lukt me op donderdag nooit dus dan wordt het vrijdag. Drie dagen later terwijl ik op dinsdag en woensdag tijd zat had even langs het postkantoor te gaan. Als je iets snel wilt hebben is dat irritant.
Dinsdag vond ik weer een kennisgeving. Daar had iemand opgeschreven: nabezorging en vervolgens een 06-nummer. Ik begreep niet goed wat ik daar mee moest dus deed ik er voor de zekerheid maar niks mee.
Woensdagmorgen deed mijn lief een boodschap voordat ze naar haar werk ging. Ze merkte dat ze iets was vergeten en reed nog even snel langs huis. Daar trof ze een dame van TNT die net een briefje stond te schrijven. Dat hoefde dus niet meer.
Mijn vrouw zei dat de manier van werken van TNT eigenlijk niet zo handig is. De dame keek haar indringend aan.
“Waorom,” zei ze, “denkte gij da ik dè nummer op dè irste briefke hai geschreve?”
Dat wist Marlies ook niet.
“Keik, ut zit zo,” zei de dame, “di is mijn wijk. Altij. Ik won hier ok. Een paor straote verder. As gij mijn belt dan nim ik dat pakse soavus mee naor huis en dan kunde gij dat gelijk bij mijn thuis ophoale. Ge moe altij gewoon mijn belle. Dan heddut gelijk dezelfde dag.”
Hulde, hulde aan TNT!!!
Pano
Ik heb een nieuwe tool ontdekt in Photoshop: pano. Zoiets als specta maar dan anders. En daar heb ik een beetje mee zitten pielen. Of is het peelen. Ach, who cares?
Nog een foto van Rotterdam. Die past heel goed op Stroomopwaarts want het water dat daar stroomt, stroomde eerst langs de dijk waar ik als kind altijd naar de boten zat te kijken. En waar dus eigenlijk de naam Stroomopwaarts werd geboren.
En een foto van graffiti, die ik in Den Bosch heb genomen. Ik haat grafittispuiters die links en rechts mijn leefomgeving verloederen. Maar dit vond ik wel mooi.


Correctie
Net als een echt medium doe ik aan correcties en aanvullingen als de dingen die ik schrijf daar om vragen. Grootmoedigheid duurt het langst. Naar aanleiding van het logje over alarm kreeg ik het volgende mailtje van een collega:
Hallo Jan,
Het klopt niet helemaal dat we van niets wisten wat dat alarm betreft. We stonden met z'n tweeën aan de deur en bedachten dat we niet onopgemerkt het donkere pand in zouden komen. Ja, dat hadden we eerder moeten bedenken, maar op dat moment was geen alternatief en we hadden en missie: oefenen met die updates! Dus botweg binnenstappen en het piepende alarmkastje negeren. Totdat... tja vanaf dat moment heb ik niets toe te voegen aan jouw betoog.
Synergie
Maandenlang heeft de Tv-redactie zich voorbereid. Uren en uren is er vergaderd. Er vloeide bloed, zweet en tranen. Nou, laat ik niet overdrijven: alleen zweet en tranen. Er werd gevochten over roosters. Tot op het hoogste niveau, de ondernemingsraad. Maar de kogel is door de kerk: vanaf oktober gaat de fijne omroep waar ik mag werken meerdere Tv-journaals per dag maken in plaats van die ene die nu in een carrousel 24 uur mee draait. Updates is het vakjargon voor deze ingreep.
Vanmorgen ging de Tv-ploeg voor de eerste keer proefdraaien. Om vijf uur (!), toen het nog donker was en de vogels nog niet eens floten, meldde de ochtendploeg zich. Zo vroeg was nog nooit een Tv-redacteur in de studio geweest. Behalve dan die enkeling die na een late dienst voor de gezelligheid bleef plakken.
Alles, maar dan ook alles was doorgenomen. Vol goede moed liepen ze de hal in door de klapdeuren naar de redactie. Toen brak de hel los. Alarm. Snoeihard gilde de sirene. Niemand wist hoe dat af moest. Niemand wist zelfs waar het kastje zat. Sterker nog, niemand had er aan gedacht dat een studio beveiligd wordt.
Ten einde raad werd een radiocollega gebeld die om zes uur zou komen. Hij heeft de TV-collega’s uit de brand geholpen. Synergie noemen ze dat met een mooi woord. En toen konden ze eindelijk aan de eerste droogzwemoefening beginnen. Half doof door het snerpende geluid van de sirene waardoor ze een kwartier geplaagd waren.
Maar geloof me: maandag 6 oktober staan ze er.
COC
Op de een of andere manier denk ik dat het een hele toffe avond wordt in het 40+ café . . .

