De Herder

Hij heette Domenico, maar dat hoorden we pas later toen we op een terras in het dorp in een gesprek verwikkeld raakten tussen twee rivaliserende Italiaanse voetbalsupporters. Ze onderstreepten hun verhaal met weidse armgebaren, zoals alleen Italiaanse tifosi hun club kunnen verdedigen. Omdat wij begrepen waar het over ging betrokken ze ons in het gesprek. Uiteindelijk stelde één van hen de allesomvattende vraag van dat moment: Juve of Inter?

Ik trok snel mijn plan en zei Pee Esse Voe Eindhoven. Mijn neutraliteit redde ons uit een netelige situatie. Van Pee Esse Voe hadden ze niks te vrezen.

En omdat ik dus ook geen goede tifoso was om mee in discussie te gaan vroegen de mannen ons wat wij daar in dat afgelegen Abruzzendorp kwamen doen. We vertelden hun dat we in de kloof gewandeld hadden en dat we daar een herder hadden ontmoet.

Dat moest Domenico zijn, zeiden de mannen. Was hij mager? Hij was mager. Dan was het zeker Domenico met zijn geiten. Schapen, zeiden wij. Geiten, zeiden de mannen. Domenico heeft alleen geiten. Wij erkenden dat wij de dieren zelf alleen gehoord hadden, maar niet gezien dus dat wij de mannen het voordeel van de twijfel gaven. Wie zijn wij om beter dan de lokalen te weten met welke diersoort Domenico zijn dagen doorbrengt in de kloof.

We waren eerder op de dag halverwege die kloof toen zich over de berg plotseling een partij donkere wolken tussen de rotswanden wrong. Het zag er onheilspellend uit. We besloten om te keren omdat elke bergwandelaar weet dat je de elementen niet moet trotseren. Zeker niet als er geen enkele mogelijkheid is je in veiligheid te brengen als de hel los barst.

En toen opeens, uit het niets, stond de herder op het pad. Een magere man, met een baard van een paar dagen. Hij rook naar schapen. Of geiten, daar wil ik van af zijn. Domenico, zoals later dus bleek. Hij sprak ons aan. We vertelden dat we op onze schreden aan het terugkeren waren omdat het weer dreigde om te slaan. Domenico schudde zijn verweerde kop. Daar hoefden we niet bang voor te zijn, zei hij. Het zou vandaag niet gaan regenen.

Omdat wij geneigd zijn de ervaring van natuurmensen zwaar te laten wegen twijfelden we even aan onze beslissing onze tocht af te breken. We hoefden niet te twijfelen, zei de herder, hij had zelf op de televisie gezien dat het vandaag in Abruzzo niet zou gaan regenen. De dreigende wolken ten spijt.

De televisie? Wij wisten genoeg, lieten ons door hem nog uitgebreid voorlichten over de problemen die de wolven veroorzaken en de uiterst bedenkelijke rol die il governemento en natuurfreaks daarbij spelen en vervolgden onze weg terug naar de auto.

Een half uur later barstte het onweer los. Herders zijn niet meer wat ze geweest zijn.








Ciao

Nou gaan we echt weg. De komende week zijn we in het parco majella op wolven- en berenjacht. Met de camera natuurlijk want ik ben een dierenvriend.








Papieren

In mijn pubertijd zei ik altijd dat ik pas zou trouwen (dat was toen heel gewoon) als ik alles zou begrijpen van verzekeringen en aanverwante zaken. Die papierwinkel waarmee ik mijn ouders wel eens bezig zag was voor mij een schrikbeeld, een onontwarbare kluwen. Inmiddels ben ik vijf koophuizen en twee huwelijken verder en begrijp ik nog geen jota van “papieren”.

Soms bel ik wel eens een instantie als ik denk dat er iets niet goed is. Meestal heb ik het dan zelf niet goed begrepen.

Neem nou de verzekering van mijn nieuwe fiets. Dat is allemaal keurig geregeld, maar het verzekeringsbedrag werd alsmaar niet afgeschreven. Niet dat ik sta te springen op het afschrijven van geld, maar als die fiets gejat wordt krijg ik natuurlijk geen cent.

Ik ontdekte dat de fietsverkoper mijn gironummer verkeerd had overgeschreven. Ik belde de verzekering om deze omissie recht te zetten. Het zou worden opgelost.

Dat werd het natuurlijk niet. De tweede keer vertelde de juffrouw dat ik mij geen zorgen hoefde te maken omdat volgens haar administratie de rekening betaald was. Tja, het was van een verkeerde rekening afgeschreven, maar dat gingen ze wel even oplossen. Niet dus en nu bel ik niet meer. Blijkbaar is het afgeschreven van iemand die niet merkt dat er 207 euro van zijn rekening is verdwenen. Bedankt meneer of mevrouw. U mag mijn fiets een keer lenen.

Neem nou mijn vrienden van @Home (of Ziggo zoals ze tegenwoordig heten). Die besloten vorige maand de incassodatum voor het abonnementsgeld te vervroegen, zodat wij voortaan aan het eind van de maand het geld voor de volgende maand betalen. ’t Zal mij een worst wezen, betalen moet ik toch. Hoewel ik het angstige gevoel heb dat ze dan een keer extra beuren, maar ik ben slecht in rekenen dus dat kan meevallen.

In de praktijk betekent het dat er in mei twee keer een bedrag wordt afgeschreven. Het gaat om een paar tientjes. Daar zijn heel veel mensen heel boos over geworden.

@Home heeft nu al haar klanten een brief geschreven (wij kregen er twee omdat wij een dubbel huisnummer hebben en ik er in zeven jaar niet in ben geslaagd derluiden duidelijk te maken dat het maar één huis is) waarin staat dat mensen die hierdoor in moeilijkheden komen een betalingsregeling kunnen treffen. We hebben het over een paar tientjes hè

Wat dat kost om al die brieven te versturen en om zo’n regeling administratief op poten te zetten.

Daar heeft Essent het volgende op gevonden: als je zo’n regeling wil dan moet je bellen en dat kost tien cent per minuut.

Zal ik gewoon eens zo’n betalingsregeling vragen. Gewoon om een beetje te zieken. Ik kan het lijen nu iemand anders mijn fietsverzekering heeft betaald.








Hetty

Het was eigenlijk een vrolijke avond gisteren. De geboorte van de eerste podcast van Marlies. Avonden hadden wij en mijn zoon er aan gesleuteld. Totdat de telefoon ging. De zoon van Hetty belde, zijn moeder was overleden. Opeens stortte alles met luid geraas in elkaar. Mijn journalistieke moeder is dood.

Er zijn niet veel mensen die weten dat ik een journalistieke moeder had. We ontmoetten elkaar op 6 september 1974. Ik was naar mijn eerste klusje als verslaggever gestuurd en deelde het provisorische perstafeltje met Hetty. Een doorgewinterde correspondente van de concurrerende krant.

Ze had de leeftijd van mijn moeder en ze ontfermde zich meteen over mij. Naar afloop nam ze me mee naar huis waar ik kennismaakte met haar gezin. Ze hielp me bij het schrijven van mijn eerste stukje.

Daarna deelden we vijftien jaar lang geïmproviseerde perstafeltjes, perstribunes, lief en leed. We waren concurrenten die elkaar bijstonden waar we konden.
Na mijn verhuizing naar Brabant bleven we bellen, jaren lang. We zagen elkaar niet vaak meer, af en toe aten we samen. En paar maanden geleden bezocht ik haar voor het laatst in een verpleeghuis waar ze bij kwam van een enerverend leven.

Het ging de laatste tijd beter met haar. Totdat gisteravond haar zoon belde. Moeder was gestorven. Niet clichématig geheel onverwacht maar echt geheel onverwacht.

Hetty was een diepgelovig mens met een groot relativeringsvermogen ook als het om de kerk ging. Daarom ga ik in Italie in elke kerk een kaarsje voor haar opsteken ook al zijn dat geen gereformeerde kerken.

De wereld heeft een ouderwetse regionale journaliste verloren








Luisteren!

Vocalies heeft zaterdag al afscheid genomen omdat ze dan op vakantie is. En weet u wat leuk is, ik ga mee. Maar ik neem nog geen afscheid. Ik moet morgen nog schrijven. Dwangneurose. Niks tegen te doen.

Vocalies ontwikkelt zich inmiddels tot een handelsmerk, want Marlies gaat podcasten. De proefuitzending is klaar. Als wij weg zijn kunt u daar naar luisteren. Kunt u ook haar stem eens horen.

www.vocalies.nl








Onzen Dries

Dries van Agt is weer even in het nieuws nu zijn biografie is verschenen. In alle media wordt hij geroemd om zijn prachtige taalgebruik. Ik weet niet of dat goed is. Als journalist wil ik wel herinnerd worden vanwege taalgebruik, maar als minister-president zou ik toch om een paar andere redenen de geschiedenisboeken in willen gaan.

Ooit nodigde een collega hem per fax uit voor een interview over zijn rol tijdens de gijzelingen in de jaren zeventig. Per omgaande kreeg de collega een fax uit de Heilige Landstichting waarin Van Agt het verzoek afwees omdat hij zichzelf daarover een zwijgverbod had opgelegd.

De collega liet mij teleurgesteld de fax zien. Ik las hem twee keer en zag toen wat er stond. Ik zag een opening.

Ik stuurde hem een fax met de aanhef “amice” hoewel ik helemaal niet tot de vriendenkring van Van Agt behoor (af en toe ontmoet ik zijn zus op feestjes bij een tante van Marlies). Ik wees hem er fijntjes op dat een zwijgverbod zoveel betekent als: daar mag ik niet over zwijgen. En dat hij dus het verzoek niet kon weigeren. En ik herinnerde hem er aan dat zijn lijfspreuk “een man een man een woord een woord” is.

Nog diezelfde dag kwam er weer een fax. Hij erkende zijn vergissing en stemde toe in het interview.

Een week later verscheen hij in de studio met een plastic tasje met daarin een paar velletjes met aantekeningen.

Van Agt kan bij mij niet meer stuk.








De werkster

De werkster over mannen:
ge haalt toch nie vur zun klein worstje un hil verreken in bed?'


De werkster over haar huwelijken:
d'n urste trouwde uit liefde, dun twidde uit ermoei


De werkster over het leven in het algemeen:
Het gaat om de duit en de fluit . . .








Update namen

Ik heb weer een paar aardige namen gelezen, gehoord maar vooral van u toegezonden gekregen. Mijn dank is onverminderd groot.

De meest betreurenswaardige vrouw is mevrouw Fonken. Zij is de nieuwe woordvoerster van de brandweer in Noordoost Brabant. Als ze Vonken zou hebben geheten zou ze wel in mijn lijst gekomen zijn. Temeer omdat ze een geweldige combinatie gevormd zou hebben met de woordvoerster van de brandweer in Zuidoost Brabant, mevrouw Van Asveldt. Nu krijgt Fonken slechts een eervolle vermelding.

Het heeft niets te maken met naam-beroep, maar ik vond de naam Mona Toet toch vermeldenswaard. Wie weet was zij de muze van een reclamemaker.

Bakker - bakkerij in Schoorl
Dikken den – Buik - echtpaar
Dorst - directeur distributiecentrum Heineken
Dunnen den – Dikken den.- echtbaar
Haan, Hans de - promotor Volwaardkip
Hees - leverancier geluidsinstallaties
Klappe dhr - bestuuslid Boksbond
Kok, Lex - kok Le Garage
Kuif - kapper in Heteren
Pijpers, Sef - hoornist Brabants orkest
Pool Cathelijne - schreef proefschrift over Poolse migratie in Europa
Ruiter Ben de - paardensportcommentator
Suikerbuik - manager suikerfabriek Dinteloord
Vos Erwin - man achter www.dierenhulp.nl
Vulpen, Johan van - oprichter Greetz, organisatie om wenskaarten te versturen








Gregorius

JP: MeJanpetrier

EH: Dag Jan Peter met Ernst Hirsch. Zeg ik ben bang dat die hele witz met die meneer Gregorius Nekschot danig uit de hand begint te lopen.

JP: Kben drook bang vo.

EH: Waar ging het nou mis? We hadden het toch zo goed doorgeexeceerd in het kabinet.

JP: Kweenie. Kwasopdantillen.

EH: Maar het is toch uitermate grappig. Je valt met een rechtercommissaris en acht agenten het huis binnen van een tweederangs cartoonist die nota bene de naam van een Paus heeft aangenomen. En dan zichzelf ook nog Nekschot noemt. Als wij dit in de middeleeuwen tijdens een jaarfeest op een wagen zouden hebben gespeeld dan zouden de boeren, burgers en buitenlui krom hebben gelegen van het lachen.

JP: Tsijn andretijden Ernst. Humor heeft tewoordig veel concrentie. Tbarst in neeland van de potsenmakers. Je moet ondscheidend zijn.

EH: Me dunkt. Dit is nog niet eerder vertoond. Zeker niet vanuit de boezem van het kabinet. Maar hebben wij dat dan zo verkeerd ingeschat. We hebben toch met het hele kabinet dubbel gelegen toen dit plannetje uitdachten? Wij dachten dat we die cartoonist een wederpoets konden bakken en dat hij daar door geïnspireerd zou raken. Maar nu als alles bedorven.

JP: Kwenie wat jullie bspoke hebben. Kvond dat grapje van WouBos ook nie grappig. Frans Bauer het blangrijkste nieuws vanedag, terwijl er drie brawermannen dood waren.

EH: Nou ja, we waren in een jolige stemming. We hadden drie vrije Pinksterdagen voor de boeg en het zou reuze mooi weer worden. En dat van die brandweermannen wisten we toen nog niet. Dat viel ons ook al een beetje rauw op ons dak.

JP: Weetje watistenrst. Dit land heeft geen humor meer.

EH: Wat je zegt Jan Peter. Het volk is een beetje overspannen en weet een goede witz niet meer te waarderen. Zeg ken jij die grap van die jood, die dominee en die pastoor?

JP: nuevniet. Dag.

Tuut . . . tuut . . . tuut . . .








Vocalies (12)

Ik ben er effe niet de komende twee zaterdagen maar ik heb een belangrijke klassieke boodschap voor u: ga zingen! En dan bedoel ik niet zomaar, nee: zondag 1 juni is er op de Parade in Den Bosch samenzingen.

Onder de titel ‘Zing de zomer in’ wordt er onder kundige leiding (dat wil hopelijk zeggen een dirigent die zijn koor tot grote hoogte kan stuwen) en met begeleiding van een koor op het podium dat mee aanvuurt, zo’n veertig (jawel veertig!) bekende liedjes gezongen. Het zal wel veel pop zijn, maar ik kan me voorstellen dat een paar ijzeren klassieke stukken niet zullen ontbreken.

Haal diep adem (laag hè, zodat u uw strot niet naar de hier en daar schreeuwt… denk aan uw bekkenbodem), besproei uw zang met het nodige vocht (liefst niet allemaal bier of wijn, anders haalt u de veertig liedjes niet) en wees erbij.

Zingen gaat de verzuring tegen, zo zegt de Vlaamse dirigent die het geheel leidt, Marc Dhollander (!). Ik kan daar nog aan toevoegen dat goed zingen topsport is, zodat u op die zondag uzelf verder niet hoeft te vermoeien met fitnessen of met een coach lopen in het park, iets wat allemaal veel duurder is dan samen zingen in Den Bosch.

Het zou mooi zijn als u zuiver zingt, maar het hoeft niet, zo schrijft de organisatie. Wie zingt is koningen verwant, dus wat kan het u bommen of het zuiver is?!
Ik ben er twee zaterdagen niet, maar als ik op tijd terug ben uit Italië kom ik ook naar de Parade in Den Bosch en wat zal ik mij weren.

Ik zit me er nu al stiekem op te verheugen: ik ga net doen alsof al die mensen om mij heen lezers zijn van mijn ‘Vocalies’ en dat ik ze aangezet heb tot hun komst!

Cantare, oho, volare ohohoho!!

Tot zaterdag 7 juni!


Meer info op www.samenzingenindenbosch.nl








Privacy

Er is weer veel te doen over privacy. Eerst was er het plannetje van de politie in Zwolle om alle verkeer op de snelwegen te registreren. Deze week laaide de discussie op omdat er plannen zijn om onder meer iemands surfgedrag jarenlang vast te leggen.

Ik heb me afgevraagd wat privacy betekent in een land dat zich massaal vergaapt aan de Gouden Kooi, Big Brother en waar een Zeeuwse brandweercommandant zich beklaagd over losgeslagen hordes amateurfotografen en –filmers die in de weg lopen terwijl zijn mannen een lijk uit het water vissen. Amateurs die hun materiaal meteen op YouTube knallen!

Ik sta een beetje dubbel in de discussie over privacy. Ik heb er geen enkele moeite mee dat in de openbare ruimte mijn bewegingen worden vastgelegd. Dat gebeurt al jaren en daar heb ik nog nooit aantoonbaar hinder van ondervonden. Het gebeurt, zeggen ze en waarom zou ik dat niet geloven, om de criminaliteit beter te kunnen bestrijden. Van criminaliteit heb ik meer hinder (inbraak, tweemaal bedreigd, fietsen gestolen, wieldoppen gestolen huis beklad) dus om die te bestrijden lever ik graag wat privacy in.

Maar wat als de controle zelfs achter je eigen voordeur plaatsvindt? Wat ik daar achter doe heeft niemand iets mee te maken, mits ik natuurlijk geen criminele activiteiten ontplooi. Daar wringt nou juist de schoen, want er zijn talloze mensen die achter hun voordeur dingen doen die het daglicht niet kunnen verdragen.

En tegenwoordig wordt daarbij steeds vaker de computer gebruikt. Denk alleen maar eens al die mannen die mensen via de computer proberen op te lichten (helaas zijn er dombo’s die in verhalen van Nigerianen trappen die gouden bergen beloven, maar dat terzijde). Hoe denk je die vorm van criminaliteit te bestrijden zonder het bewaren van surfgegevens?

En waar gaat het nou helemaal over. Er wordt zoveel informatie bewaard die moet worden gecontroleerd dat ik mij niet kan voorstellen dat de controleurs opgewonden zullen raken van het surfgedrag van een eenvoudige, goedwillende Bosschenaar. Laat staan dat hij ’s avonds thuis tegen zijn vrouw zal zeggen: weet je dat die Jan de Vries vandaag op de site van Marktplaats heeft gekeken. Wat zou hij zoeken? (By the way: ik zoek een bepaalde zoomlens, dat u het weet).

Ik ben niet zo bang voor de aantasting van privacy. Ik geloof ook niet dat je daar bang voor hoeft te zijn zolang je in een democratisch land woont als Nederland. Schending van privacy is gevaarlijk in landen waar totalitaire regimes heersen.

Kortom: ik vind de discussie typisch Hollands.








Cijfer (2)

Eerder deze week vroeg ik u om een conclusie te trekken uit twee staatjes over criminaliteit in Eindhoven. Aanleiding was een artikel in de plaatselijke krant.

Die is heftig geschrokken van een onderzoek waaruit blijkt dat Eindhoven de meest criminele stad van Nederland is en de krant zoekt naar oorzaken. Dat gaat niet altijd even genuanceerd. Onomwonden krijgen groepen – vooral Marokkaanse – jongeren de zwarte piet toegeschoven.

Boven het artikel stonden onderstaande kop en inleiding.






U weet hoe mensen kranten lezen en welk beeld er nu geschapen is. Tuurlijk, verderop in het artikel worden wel wat nuances aangebracht, maar volgens mij is het kwaad dan al geschied.

Het beeld dat het vooral allochtonen zijn die crimineel zijn is gezet en niet dat de andere helft van de criminaliteit wordt veroorzaakt door autochtone Eindhovenaren. En dat houdt mij vakmatig bezig.

Ik hoorde deze week dat voor het eerst in de geschiedenis op Vlieland een overval is gepleegd. Wedden dat volgend jaar uit een onderzoek blijkt dat Vlieland de meest criminele gemeente is omdat daar het aantal overvallen met honderd procent is toegenomen.








Erehaag

Het is zo gewoon, dat ik bijna was vergeten hoe mooi het is om
‘s morgens om half zeven door het bos naar je werk te fietsen door een wereld die op dat moment nog alleen aan de dieren toebehoort. Gelukkig gingen net op tijd oren en ogen open.

De erehaag werd vanmorgen gevormd door: merels, duiven, een groen-rood parkietachtig beest dat wat zielig langs de kant van de weg zat, eksters, kraaien, een mannetjesfazant, een bonte specht, veel levende en één dood konijn, eenden, waterkippen en een reiger.

Een enkele keer scharrelt er ook een vos in de bosrand, maar die heb ik al een week niet meer gezien.

Op zulke ochtenden ben ik blij dat ik niet met een auto in de file sta. Hoewel, dan kun je ook mooie lijstjes maken: Volkswagens, Opels, Suzuki’s, Honda’s, Fiats.








Eenheid

Het was gisteren echt terrasjesweer. Dus wandelden wij gedrieën door de Peel van het ene dorpsterras naar het andere. Door lommerrijke laantjes en dorpen waar je net zo snel doorheen bent als je de naam uitspreekt.

Zo raakten we verzeild op het terras van een snackbar. Ik weet niet hoe het in uw omgeving is, maar de oer-Hollandse snackbar wordt hier steeds zeldzamer. Dikke Piet met z’n eeuwig naar frituurvet stinkende piekhaar en z’n vette schort bestaat niet meer. De snackbars zijn in handen van Aziaten. Zo ook hier. Vermoedelijk waren ze ook de enige buitenlanders in het dorp.

We bestelden drie vlaaien, twee koffie en een pilsje. We moesten goed begrijpen, zei het meisje, dat de aanbieding van koffie met vlaai voor 3,95 euro niet gold voor bier en vlaai. We accepteerden het. Koffie en vlaai is een begrip, bier en vlaai niet. Logisch dat voor iets was onlosmakelijk met elkaar is verbonden een eenheidsprijs geldt. Bier en vlaai is geen combinatie uit het boekje: Hollandse gebruiken en gewoonten. Daar moet dus gewoon het volle pond voor betaald worden. Nederlanders en Aziaten zijn handelaren, die begrijpen dat.

We kregen de rekening. Het was 11,85 euro.









Cijfer

Ik acht u hoog. Dat is niet zo'n gekke gedachte want de meeste journalisten praten over hun publiek alsof ze het over randdebielen hebben. Mijn credo is: onderschat je publiek nooit.

Omdat ik u hoog inschat wil ik u iets vragen. Wilt u eens naar onderstaand staatje kijken en dan in een paar zinnen vertellen wat uw belangrijkste conclusie is. U mag er best een paar dagen over doen, tenslotte bent u waarschijnlijk geen journalist die het onder z'n neus geduwd krijgt en er vervolgens een half uur later intelligente vragen over moet stellen.

Ik leg u later deze week uit waarom ik deze vraag stel.










Vocalies (12)

Het begon allemaal met het Gregoriaans. Nou eigenlijk begon het veel eerder, toen de holbewoners bij het vuur hun verhalen en liederen aan elkaar doorgaven, maar voor mijn gevoel is het Gregoriaans eigenlijk de eerste muziek.

De noten werden fatsoenlijk opgeschreven, zodat de broeders in het zuiden van de culturele wereld hetzelfde konden zingen als in het noorden, oosten en westen (en ja er waren natuurlijk meningsverschillen tussen de ordes, maar ‘im grossen Ganzen’, lag de notatie eindelijk eens vast).

Ik zie me nog staan op het koor van de St. Gertudiskerk in Maarheeze, met z’n allen de derde mis (of de achtste, daar mag ik vanaf wezen) zingen, uit het grote boek met de vierkante noten op de vier lijnen. Eigenlijk kon ik noten lezen vóórdat ik letters kon lezen.

Vooral dankzij mijn vader die de noten opschreef zodat ik hetzelfde deuntje iedere keer weer kon spelen , op mijn valse Adler blokfluit (ik heb hem nog). Daar begon het en mijn respect voor de Gregoriaanse koorzang is gebleven. Het heeft een bijna therapeutische werking.

Mijn vader zingt nog steeds in een van de weinige Gregoriaanse koren die er zijn in de lage landen. Ik schrijf expres lage landen, want het koor repeteert in de Achelse Kluis in België. ‘Ons pap’ overschrijdt iedere woensdagavond de grens van Nederland naar België om er te gaan repeteren.

Het koor bestaat 40 jaar en viert dat in het komende pinksterweekeinde met een festivalletje in de Kluis. Mijn vader schreef onderstaand stukkie in het programmaboekje dat tijdens het festival wordt uitgereikt. Mocht u in de buurt van de Achelse Kluis zijn, ga er eens even binnen, u zult er gelouterd weer uit komen en… ze tappen er een goeie, eigen gebrouwen pint bier.

“De Mariazaal in de Achelse Kluis is de plek waar meestal onze repetities plaatsvinden. Om precies zeven uur zit iedereen op vier rijen stoelen, ieder op zijn eigen plek. De voorzangers op de eerste rij, zoals dat hoort. Altijd wordt eerst de Heilige Geest aangeroepen met het Veni Creator Spiritus. Alle zeven coupletten in beurtzang.

Als iemand (en dat komt niet vaak voor) wat later is, blijft hij in de gang wachten tot het einde om daarna ook zijn plaats in te nemen. Dat wachten hoeft niet maar hij doet het wel. Uit piëteit? Of discipline? Nee, helemaal niet. Ik geloof dat de sfeer het met zich mee brengt.
We beginnen met een stemoefening waarbij het toontreffen de verjaardagen van de zangers ook nog aandacht krijgen.

De Latijnse uitspraak ondervindt geen probleem aangezien we op dat gebied een paar deskundigen hebben. Door onze dirigent wordt uitvoerig de tekst uitgelegd, zo ook de toonsoorten. Wat voor ons een vlaggetje en een wybertje is, is voor hem een porrectus en een punctum inclinatum.
Voor opvatting van de zang wordt geput uit de nalatenschap van Pater Michael die onze eerste dirigent was.

Een moeilijk stuk dat de meesten nog nooit gezien hebben wordt, nadat we een en ander eerst op noten zingen na een kwartier in zijn geheel al heel aardig ten gehore gebracht. Volledige concentratie is wel vereist. Onderlinge nieuwtjes worden dus bewaard voor de koffiepauze.

Ook als er dan niet gezongen wordt, heerst er een goede harmonie onder de meer dan dertig zangers van twee nationaliteiten die er ook vele kilometers voor over hebben om te komen repeteren.

Na de pauze wordt er weer serieus verder gezongen waarbij een enkele ludieke opmerking nog net geoorloofd is. Het is dan ook gewijde muziek waar we mee bezig zijn.
Kenners van het Gregoriaans weten in welgekozen woorden duidelijk te maken dat deze zang de devotie bevordert, innerlijke rust veroorzaakt en het contact met de hemel bewerkstelligt.

Een gezang of lied met Nederlandse tekst kan daar niet aan tippen. Ook niet die brief met die vlieger van André Hazes.

Tegen negen uur sluiten we altijd met ‘In Manus Tuas….’ (in Uw handen, Heer beveel ik mijn geest). Dat gebed wordt altijd verhoord want om kwart over negen is de Achelse Kluis weer in diepe rust.


Hier is een linkje naar een filmpje op you tube van gezang van de monniken van Santo Domingo de Silos (dat u niet denkt dat u mijn vader hoort).



Santo Domingo de Silos








Het Huwelijk

Zo zal vandaag de dag van een Brabantse journalist er uit zien:


Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauik Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer








Misleiding

Ja hoor, het is weer in het nieuws. Vliegmaatschappijen misleiden ons. Het bedrag waarvoor ze ons van A naar B brengen valt veel hoger uit dan het bedrag waarmee ze adverteren. Tell me something new.

Ik vlieg regelmatig met Ryanair. Wacht even, voordat u mij opknoopt aan een steeds schaarser wordende boom als gevolg van milieu-onvriendelijke gedrag. Wij rijden ter compensatie 1 (lees: één) goedkoop en uiterst milieuvriendelijk autootje. We treinen en fietsen naar ons werk en het vliegveld, lopen naar de kroeg en kruipen dan naar huis. Dat u niet denk dat ik een vervuiler ben.

Terug naar het onderwerp. Als je regelmatig vliegt en via internet boekt dan weet je dat de aanbiedingsprijs slechts een lokkertje is. Drie pagina's verder doemt de werkelijke prijs op en die is altijd beduidend hoger. Vooral bij Ryanair, want die maatschappij laat ook nog eens fors betalen voor bagage. Desalniettemin is het een stuk goedkoper dan bijvoorbeeld KLM of, in ons geval, Alitalia (als die al vliegt, maar dat is een ander verhaal).

En ervaren vliegers weten ook dat je je koffer niet te vol moet laden, want gegarandeerd dat Ryanair je aan de balie je onderbroeken laat uitpakken of een poot uit trekt.

Mijn vraag is dan ook: wie zijn toch die sufkloten die zich laten misleiden?








Heur haar

Gisteravond in bed dacht ik opeens aan een vrouwelijke collega. Nee, niks bijzonders.

Het flitste door mijn hoofd dat ik maandagmiddag had gezien dat ze heur lange haar had afgeknipt en dat ik helemaal niks van de metamorfose gezegd had. Dat is niks voor mij, want gewoonlijk ben ik heel complimenteus . . . tegen vrouwen met prachtig haar.

Toen ik haar vanmorgen zag, zei ik sorry en dat heur haar leuk zat. Ze dankte me voor het compliment en sloeg me op mijn schouder.

“Het is mooi dat jij in bed aan mij denkt, maar dat kan niet over mijn nieuwe look geweest zijn. Mijn haar is er namelijk pas gisteravond af gegaan. Dat kun jij nog niet eerder gezien hebben.”

Hoera, ik heb een gave.








Ravage

Ik heb een mooi vak. De hele dag kan ik op kosten van de baas kennis vergaren. De enige tegenprestatie die ik moet leveren is dat ik die kennis handzaam samenvat en doorgeef aan lezers, luisteraars en kijkers. Het fijne is ook dat negentig procent van de hotemetoten die ik vragen stel gewoon antwoord geeft. Daar moet je als gewone sterveling eens om komen.

Het allerbelangrijkste van mijn vak vind ik dat je de waarheid spreekt. En daar wringt de schoen, want dat is niet meer zo vanzelfsprekend. Je krijgt vaak geen tijd meer om feiten te controleren. Snelheid is belangrijk want als jij het nieuws niet meteen brengt dan doet een ander het. Elke seconde telt.

Gisteren kwam de melding dat er een groot ongeluk was op de A67 bij Asten. Op zo’n moment begint iedereen door elkaar te schreeuwen en per seconde wordt de ramp groter. P2000 wordt geraadpleegd, dat is een website met losse flodders over de activiteiten van hulpverleningsdiensten.

De ervaring heeft geleerd dat dat niet zo’n betrouwbare informatiebron is, maar sommige van mijn collega’s zweren er bij. Die weten dan al zeker dat er een ongeluk is gebeurd waar heel veel gewonden bij zijn, dat er een traumahelicopter onderweg is en dat de ravage op de snelweg enorm is omdat er heel veel auto’s op elkaar geklapt zijn. Er worden meteen halve berichten de ether in geslingerd.

En ik mag ondertussen op zoek naar de waarheid.

Die was simpel. Vrachtwagen kreeg klapband, andere vrachtwagen reed er tegenaan, daar viel een pallet af waardoor een personenauto blikschade op liep. Geen gewonden, geen ravage, geen trauma.

Inmiddels is er onder tijdsdruk al wel verkeerde informatie gemeld. Maar ach, wie maalt er om. Was het niet de grote Cruyff zelf die zei: als je niet schiet kun je niet scoren. Zelfs niet in eigen doel.








Vleugels

Weet u wat landshrimps zijn? O ja? Goed hoor. Ik wist het niet. Dus toen ik gisteren mijn voorgerecht kreeg keek ik wel een beetje vreemd op. Want net als de meesten van u dacht ik dat het een soort garnalen waren. Dat waren het dus niet. Ik zag het meteen, ze hadden namelijk vleugeltjes. En ik heb nog nooit garnalen met vleugeltjes gezien. Inderdaad landscrimps zijn sprinkhanen.

Omdat een man zich niet laat kennen knaagde ik door. Ik moet zeggen dat het niet tegen viel. De landshrimps waren goed gefrituurd en met een beetje fantasie smaken ze naar die kleine frietachtige chips die wij vroeger aten en die ik al jaren niet meer heb gezien.

Alleen die vleugeltjes dat blijft een beetje vreemd. Ik heb de grootste aan de rand van mij bord gelegd, want die voelden toch een beetje raar.

Afijn, zo leert een mens elke dag bij. Al was het alleen maar dat er in zo’n provinciestad als ’s-Hertogenbosch een restaurant is waar ze sprinkhanen op het menu hebben staan. Of is dit het ultieme bewijs dat wij het donkere zuiden zijn?








Westhoek

Ik was gisteren in de Westhoek in Vlaanderen. Het gebied dat in de Eerste Wereldoorlog (en in andere oorlogen) een slagveld was en waar zoveel soldaten zijn gesneuveld dat het aantal de verbeelding te boven gaat. Ik was er om foto’s te maken voor een project waar onze fotoclub mee bezig is. Ik vertel u daar nog wel een keer over.

De Westhoek is één groot oorlogskerkhof. Ieper is de centrale plaats. Daar wordt de gedachte aan de Grote Oorlog nu nog steeds dagelijks levend gehouden. Bijvoorbeeld door vrijwilligers van de plaatselijke brandweer die nog elke dag bij het vallen van de avond de Last Post blazen. Opdat wij niet vergeten.

En zo trok ik gisteren, samen met mijn zoon die ook de fotografie heeft ontdekt, een paar uur langs vele duizenden graven. Samen met vooral veel oudere Britten die er hun grootouders kwamen eren.

Op één van de kleinere velden, waar behalve wij niemand was, werd ik getroffen door doedelzakmuziek. Ik zag een man al spelend heen en weer lopen. Ik ging naar hem toe en toen hij even pauze nam knoopte ik een praatje aan.

Ik vroeg hem of hij dat vaak deed. Af en toe, zei hij. En ik wilde weten of hij dit ter ere van de doden onder onze voeten deed. Hij lachte. “Welnee,” zei hij, “ik speel pas en nog niet zo goed. Af en toe wordt mijn dochter gek en stuurt ze me het huis uit. Dan oefen ik hier. De jongens die hier liggen hebben er geen last van."



Passchendaele New Mill Cemetery



Tyne Cot Cemetery



Tyne Cot Cemetery



Tyne Cot Cemetery



Langemarck Deutsche Krieggraber








Vocalies (11)

Joost Zwagerman heeft het voor elkaar. Een dezer dagen komt zijn boek uit met daarin de keuzes van een aantal BN-ers: welke popmuziek nemen zij mee naar een onbewoond eiland. De Volkskrant wijdde er een leuk artikel aan en de week zat tout-muziekminnend-Nederland-dat-er-wat-toe-doet bij Matthijs aan tafel in DWDD om een uurtje ‘lekker over muziek te praten’ (ik citeer Matthijs).

Ik zou Zwagerman’s klassieke evenknie wel willen schrijven. Bij de gedachte alleen al dat ik popmuziek mee zou moeten nemen naar een onbewoond eiland gaan mij de nekharen overeind staan. Jakkie bah, dan maar geen muziek. De deuntjes die in mijn hoofd hangen zijn meer dan voldoende om mijn pop-verlangen te bedienen.

Nee, we nemen klassiek mee, toch? En wat, of nog leuker: wie gaan we vragen daar iets over te zeggen? Maak es een lijstje. Niks leuker dan lijstjes maken om je af te leiden van dagelijks leed.

Nou ik eraan denk: dat is ook wat de heilige muze op zijn minst gebracht heeft (behalve frustratie, gevoel van onvermogen en angst). Met muziek bezig zijn betekende in ieder geval dat alle andere zaken onbeduidend werden en ver naar de achtergrond schoven. Daardoor kwam er soms een heel ander licht op dagelijkse problemen te schijnen. Er even niet aan denken kan immers heel andere invalshoeken brengen.

Ik daag u uit en geef mijn lijstje, tenminste één van mijn lijstjes, ik zou er talloze kunnen maken.

Eerst, met wie zou ik willen praten? Niet met de omhooggevallen types die onze recensie-pagina’s in de kranten over het algemeen bevolken en ook niet met zelfgenoegzame orkestleden, of dirigenten, of zangers. Es kijken: met Daniel Lohues, die zomaar in een interviewtje in VARA’s tv-magazine zegt dat hij Bach en Beethoven bij zijn goden heeft staan.

Met oud AVRO-collega Hans van den Boom die nog steeds lekker ongegeneerd kijkt naar alles wat klassieke muziek heet, met Anna Russell (ze is helaas dood, maar alles kan in de fantasie), die ongegeneerd aantrapte tegen het primadonnaschap en zo wel degelijk een prima donna werd, maar dan van het goeie soort.

Met dirigent Louis Buskens die van een loslopend groepje zangers een koor kan maken in ongeveer een uur en die nergens voor terugdeinst om muziek duidelijk en uitvoerbaar te maken. En tenslotte met Thomas Hampson, die ik een stuk van een vent vind en die zo mooi kan zingen en je toch het gevoel geeft dat de klassieke muziek van het hier en nu is, niet iets uit een grijs verleden.

En wat neem ik mee: pfoe, volstrekt willekeurig:

Concierto di Aranjuez, van Joaquin Rodrigo (alle vier de delen, telt als één)

De Rückertlieder van Mahler, zongen door Hampson (ja, ja ik ben aan het smokkelen)

Alle Mozartsymfonieën

Het Requiem van Verdi

Alle walsen van Johann Strauss.


Zo, nou mag u. Ik ben benieuwd en u zult zien: peins er eens over tijdens het afwassen en nadien zult u weten wat u ook alweer tegen die moeilijke collega of baas wilde zeggen, die al weken voor problemen zorgt.








God-weet-wat

Als u dit leest zult u onderstaand stukje nauwelijks geloven. Het betekent namelijk dat u een computer heeft en misschien zelf ook wel zo gek bent dat u elke dag een stukje schrijft voor god-weet-wie. Ach, als we er zelf maar lol in hebben.

Het ongelofelijke is dat ik ooit lid ben geweest van de werkgroep “Stop de computer”. Ik heb er wel eens over geschreven. Voor wie het vergeten is fris ik het op.

Halverwege de jaren zeventig dachten wij Remington-journalisten dat de computer zou leiden tot massa-ontslagen. Als geëngageerde voorhoede vonden wij dat wij dat tot elke prijs moesten voorkomen. Vooral het vertrek van de dames van de zetterij (door ons liefkozend ponspoezen genoemd) was een nachtmerrie. De rest is geschiedenis.

De computer bleek een zegen. Vooral toen internet door brak en – in tegenstelling tot wat een nog oudere collega beweerde – dat geen hype bleek te zijn. Ik zou niet weten wat ik zonder moet.

Desondanks bekruipt mij nu hetzelfde gevoel als toen. Dat komt door de onderstaande kop die ik vanmorgen in de Volkskrant las. Opeens dacht ik: daar gaat 34 jaar geheugen. Ik leg me er bij neer, de vooruitgang is niet tegen te houden. En in tegenstelling tot de jaren zeventig komen er steeds meer jonge meiden in de journalistiek. Die zullen toch wel een keer vaderlijk advies nodig hebben over god-weet-wat.









Fooi

Het was deze week weer mijn beurt op zender commentaar te geven op een actualiteit. Eerlijk gezegd was ik het vergeten en toen De Presentator anderhalf uur voor uitzending vroeg waar ik het over wilde hebben ontviel mij een woord dat ik hier niet kan herhalen. Het zou ook niet eerlijk zijn als ik dat woord gewoon neer zou schrijven terwijl u door het spamfilter wordt tegengehouden als u het zou gebruiken. Samen uit, samen thuis.

Na even denken koos ik voor het onderwerp dat Nederlanders steeds minder fooi geven in de horeca. Ik herken dat namelijk wel. Ik geef ook steeds minder fooi omdat buiten de deur eten en drinken steeds duurder wordt.

Betaalden we zeven jaar geleden nog zestig gulden als we even in de stad aten, nu is dat zestig euro. Laat staan als we er echt een avond voor gaan zitten. Ik ben er van overtuigd dat de horeca – in ieder geval die in mijn stad – behoorlijk geprofiteerd heeft van de invoering van de euro.

En zo vulden De Presentator en ik drie minuten zendtijd over één van mijn stokpaardjes.

Maar nu moet ik toch inbinden. Ik geef het maar gewoon eerlijk toe. We hebben woensdagavond met vrienden gegeten bij Tante Pietje en ik heb nog nooit zo’n voortreffelijke bediening meegemaakt. (Nog los van het feit dat ik het vermoeden heb dat de eigenaar zijn serveersters uit een supermodellenboek haalt.)

Wij waren allemaal perplex over de souplesse, de accuratesse en de charme waarmee we werden geholpen ondanks dat het ramvol zat. Het eten was voortreffelijk en de prijs was redelijk. En ja, we hebben flink fooi gegeven. En nee, ik krijg geen korting na dit stukje

Dus noteren dat adres voor het geval u een dagje Den Bosch doet.








Hemelvaart

We hebben de vrije dag gebruikt om een wandeltocht te maken in de buurt van Erichem, Kerk-Avezaath en Buren. 't Is waar ik mijn jeugd heb doorgebracht. 45 jaar geleden kwam ik er vaak, bij vader achterop de fiets. Later met de Renault Dauphine. We haalden er appels, kisten vol. Daar mochten we van moeder ongevraagd zoveel van eten als we wilden.






Dit lijkt een lieflijk tafereeltje. Maar die eend is dood.









Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed