Supriiiiiiiisssss!!!!
Ja, ja de TV-dames hebben diep in hun buideltjes getast maar nu heeft Cristel ook wat . . . .
Labiel
Ja, ik ben gefrustreerd. Bah, bah, bah. Over mijn eigen bedrijf, over die mensen in Heeze, over SBS. En al die frustratie brengt me niks.
Er stond vanmorgen een goed verhaal in De Telegraaf. Een jongen uit Heeze (nu wonend in Maarheeze) dreigt voor de trein te springen omdat ooit zijn paspoort is gestolen en een crimineel op zijn naam voor tonnen spullen heeft gekocht, Die jongen krijgt de rekeningen thuis en de deurwaarders over de vloer. Hij is wanhopig.
Pas twee uur nadat de krant hier binnen was kreeg ik het verhaal onder ogen. Daar begint dan de eerste frustratie al. Zoiets moet je meteen aanpakken want je kunt op je klompen aanvoelen dat het complete Nederlandse journaille op zo’n verhaal duikt.
De jongen zelf bleek onvindbaar, maar ik had vrij snel zijn ouders opgespoord, die waren in gesprek. Heel lang. Angstvallig lang. Uiteindelijk had ik contact. Of we de zoon konden interviewen? Geen sprake van, zei moeder. Daarvoor was hij te overspannen en te labiel. Of we haar dan mochten interviewen? Ze zou er over denken want alle media hadden dezelfde vraag gesteld. Ze was niet voor niks zo lang in gesprek.
We spraken een uur bedenktijd af. Ze belde keurig op tijd terug met een negatief antwoord. Haar zoon wilde na het Telegraafverhaal geen verdere publiciteit meer. Nou ja, behalve dan in Hart van Nederland. Meer kon hij echt niet aan. Hij heeft van de weeromstuit ook pleinvrees gekregen moest ik weten.
Ik ben aan de telefoon altijd erg beleefd omdat je mensen aan de andere kant nodig hebt, maar nu liet ik mijn irritatie blijken. Te overspannen, te labiel voor een eerbiedwaardige regionale omroep, maar wel sterk genoeg voor dat rampen- en rellenprogramma van SBS? Ik kon me opeens iets bij die labiliteit voorstellen.
Dat laatste zei ik niet hoor, zo ben ik dan ook wel weer. Dat soort frustratie deel ik in de beslotenheid van dit weblog met mensen die mij begrijpen.
Callcenter
Het zal mij niet verbazen als binnenkort het bericht verschijnt dat het gedaan is met het fenomeen callcenter. U weet wel, die belbatterijen waarin jongeren worden opgesloten om ons telefonisch iets te verkopen. Makkelijk werk, want je kunt dat al na een korte hersenspoeling waarbij je wordt getransformeerd in een strontvlieg die zich ’s avonds rond een uur zes op de warme prak van weldenkend Nederland stort.
Vroeger waren dat hardnekkige, vasthoudende vakmensen die met geen middel te bestrijden waren. De laatste tijd merk ik dat ze snel opgeven. Te snel.
Misschien komt het omdat wij op het werk, op verjaardagen en in de kroeg veelvuldig over deze plaag hebben gesproken en tactieken hebben bedacht om ons dat ongedierte van het lijf te houden. Misschien komt het omdat callcenter-medewerkers uiteindelijk zelf hebben ingezien wat ze aanrichten.
Gisteren om zeven uur belde een jongedame. Ze vroeg naar mijn vrouw want haar naam staat in de telefoongids. Ik zei dat die net aan tafel ging en niet gestoord wilde worden. Ik mag soms het woord voeren namens mijn vrouw. Het meisje zei dat ze dan later terug zou bellen. Ik adviseerde haar dat niet te doen. Ok, zei ze tot mijn verrassing, dan bel ik u niet meer terug. Zonder slag of stoot.
Behalve met de CDJA-jeugd is het ook met de callcenterjeugd van tegenwoordig niet meer wat het was.
Excuses
Eerlijk is eerlijk. Sinds de invoering van de nieuwe dienstregeling, een paar jaar geleden, heb ik weinig meer te klagen over de Nederlandse Spoorwegen. Weliswaar vertrekt de trein van Den Bosch naar Best waar ik dagelijks in zit bijna altijd een paar minuten te laat omdat we op een vertraagde intercity moeten wachten, maar daar doe ik niet moeilijk over. Dat compenseer ik door lang naar mijn treinkaart te zoeken als er al eens een conducteur voor mijn neus staat.
Sinds een paar weken is het helemaal geweldig, want behalve het boemeltje stopt nu ook de Schiphol-intercity in Best. Dat is een ideetje van Rijkswaterstaat en de NS om reizigers de trein in te lokken zolang de A2 op de schop gaat.
Maar voor machinisten blijkt het best ingewikkeld om te onthouden dat ze ook in Best moeten stoppen. In twee weken tijd is de meester al drie keer vergeten te stoppen. Daar sta je dan in die tochtige tunnel van Best terwijl de trein voorbij raast.
Vanmorgen zat ik er zelf in. Toen de machinist met volle vaart de tunnel in denderde wist ik al hoe laat het was: die stopt niet meer. Halverwege Eindhoven bood de conducteur zijn excuses aan. Het was de machinist ontschoten.
Alles bij elkaar kost dat een half uur. Wat moet ik dan met excuses? Time is money meester . .
P.S. Ik heb er een nieuwsberichtje voor de omroep van gemaakt. Vervolgens besloot de radiosamensteller dat hij een interview wilde met een NS-voorlichter en een half uur later verscheen op basis daarvan een bericht op het ANP. Ongetwijfeld zal dat worden overgenomen. Nou ja, vooruit, dat is ook genoegdoening. Of haal ik nou prive en zakelijk door elkaar? (lees meer)
Meneer Fens
Ik ben een bewonderaar van Kees Fens, die ik natuurlijk geen Kees noem maar meneer. Ik zou willen dat ik half zo goed kon schrijven als hij en een kwart van zijn eruditie had.
Eén keer in mijn leven heb ik het genoegen gehad twee zinnen met hem te wisselen. Dat was in de pauze van een boekpresentatie. Hij was daar als gastspreker, ik als journalist.
In die pauze stonden we naast elkaar bij de urinoirs. Hij maakte een opmerking over de drukte op de bijeenkomst en vroeg mij wat mijn rol was. Ik vertelde het hem. Daarna schudden we af en gingen elk ons weegs.
Gisteren las ik een verhaal met Kees Fens in de Volkskrant. Zijn lichaam laat hem meer en meer in de steek. Zijn geest is gelukkig nog onverminderd briljant.
In het verhaal las ik twee dingen waar uit bleek dat Fens en ik nog meer gemeen hebben dan dat we allebei moesten plassen in de pauze van een literaire bijeenkomst.
Ik neem ze maar gewoon over. Dat mag, want meneer Fens citeert ook wel eens.


Vocalies (10)
Er zijn pianisten en pianisten. Ik heb er niet zoveel verstand van. Over het algemeen kan piano me niet zo boeien. De Mondscheinsonate van Beethoven, ja, die is mooi . . . En veel van Chopin vind ik ook nog wel het aanhoren waard. Maar zodra een piano met een orkest gaat samenspelen is de klank voor mijn oren uit zijn voegen en word ik ibbel. En Bach’s muziek op piano maakt me nerveus omdat mijn geest steeds maar probeert een melodie te volgen en Bach kan meerdere melodieën door elkaar schrijven.
U vindt me arrogant? Ach dat bedoel ik niet te zijn. Ik word heel nederig in de buurt van pianisten. Ze hebben me mijn hele zingend leven terzijde gestaan en ik heb geleerd dat je van ze moet houden, anders kun je niet met ze zingen. Nou hebben de meeste pianisten een tamelijk hoge aaibaarheidsfactor. Tenminste, als ze het in zich verenigd hebben zowel solo als begeleidend te kunnen spelen.
Solo-pianisten zijn vaak sociaal gestoorde maniakken. Dat solistisch en begeleidend in één komt niet zo vaak voor. Sommige pianisten zeggen dat het wel zo is, maar dan ga je met ze aan het werk en dan blijken zìj het tempo te bepalen in plaats van jij en dan blijken ze snel te vergeten dat een zanger hier en daar ook nog moet ademen en dat-ie geholpen dient te worden aan het einde van een moeilijke frase. Wegwezen dus, als zanger.
Het enige dat op de pianisten waar ik mee heb mogen werken (let u op dat bescheiden ‘mogen’?) aan te merken was, is dat ze vaak niet streng genoeg voor me waren. Met uitzondering van eentje, deden ze altijd hun best deze eigengereide sopraan van dienst te zijn. Hetgeen soms tot gevolg had dat ik hardnekkig foute noten bleef zingen, omdat er niemand was die me erop wees… Maar ik ben stapelgek op mijn Piet, Lex, Kees, Hans, Carl, Guy, Eelco, David, Marie-Thérèse, Jan (de volgorde is willekeurig, heren en dame) en de namen van degenen die me ontschoten zijn.
Waarom schreef ik dit ook weer? Oh ja, het jonge Chinese pianowonder Lang Lang en de Nederlandse bariton Ernst Daniël Smid doen op 2 mei mee met het concert dat wordt georganiseerd voor het 90-jarig bestaan van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Ernst Daniël Smid is de gastheer op het verjaardagsfeestje.
Ik houd van het Rotterdams Fiel omdat ze werkgever waren van een van de aardigste bazen ooit die ik had. Helaas overleden, al weer bijna 4 jaar geleden. Lang Lang was ooit de gast op het beroemde Prinsengrachtconcert en bracht klassieke muziek weer wat dichterbij de ‘gewone mensch’ (zou hij ook kunnen begeleiden?) en Ernst Daniel Smid vind ik een groot zanger, leuke man en uitstekend presentator: hij doet net als Lang Lang wat ik zo schromelijk vind ontbreken aan Radio 4 en klassieke programma’s in het algemeen: de muziek dichterbij brengen.
Affijn, hier zijn twee linkjes van Lang Lang.
Eentje waar hij ook lekker gek de muziek dichter bij het gewone leven brengt (hoewel, zijn video-games het gewone leven?)
En eentje waar hij het eerste pianoconcert van Tsjaikovski speelt, ik ben er niet zo weg van, maar het is lekkere muziek en hij speelt het 2 mei ook.
Schema
Sorry, maar ik moet even iets van me afschrijven.
De TV-dames die onze redactie tijdelijk hebben bezet maken mij gek.
Jan, de vis hapt steeds naar lucht . . .
Jan, moet de kom niet schoongemaakt worden . . .
Jan, het plantje is te groot, de vis heeft geen ruimte . . .
Jan, krijgt de vis wel genoeg eten . . . . .
Jan, Jahaaaaaan, Jahaaaaaan, Jahaaaaaan,
In de afgelopen veertien dagen was er welgeteld één dag waarop er niet over de vis werd gezeverd. Dat was de dag waarop één van de meiden vertelde dat ze zwanger is.
De chef, een man, keek zijn vrouwen eens aan en grapte: “hopelijk worden jullie niet allemaal tegelijk zwanger. We moeten daar eigenlijk een schema voor maken.”
En toen werd ik boos en riep:
‘EEN SCHEMA!!!! EEN SCHEMA!!!! ZE HEBBEN #$@$&&%$# NA TWEE DAGEN HET VOEDERSCHEMA VAN DE VIS AL KWIJT GEMAAKT . . .”
Ik zag de paniek in de ogen van de chef.
LAATSTE NIEUWS: Hedenochtend is één van de TV-dames een inzameling begonnen voor een grotere viskom.
CDJA
Bij CDJA denk ik meteen aan keurige jongens en meisjes. Terlenka broeken, geruite hemden, geen piercings. Gepoetste schoenen.
Ze zijn van de leeftijd waarop ik mij aansloot bij de kerk. Waarschijnlijk hebben ze dezelfde idealen als ik toen had. U moet dan denken aan het verbeteren van de wereld, te beginnen bij mezelf, en het realiseren van een tolerante samenleving. Hemelbestormers dus.
Afijn, u weet hoe we er dertig jaar later voor staan. Nee, nou niet mij de schuld geven, dat is flauw. Die anderen deden het ook niet goed.
Het CDJA was vandaag de opening van pagina 3 van de Volkskrant. De jonge christen-democraten vinden dat hun grote broeders en zusters van het CDA veel te stil zijn in het integratiedebat.
Daar schrok ik van want, hoewel ik geen CDA’er ben, ik heb het af en toe ook gehad met het integratiedebat. En ik wil niet bij de mensen horen die onder vuur liggen van het CDJA. Het zijn wel onze toekomstige leiders, voor je het weet korten ze je op je AOW omdat jij in 2008 zo stil was toen het voor Nederland er op of er onder was.
De jongeren hebben er een discussienota over geschreven. Als ik het goed begrijp staat daarin dat het CDA moet uitdragen dat het christendom de wortel is van onze beschaving. Verzuiling van moslims is onwenselijk. En de joods-christelijke traditie moet leidend zijn bij het inpassen van de islam in het Westen.
Ik vond het een beetje conservatieve gedachten voor jongeren van deze tijd. Dus ga ik nu iets zeggen wat ik tot op heden angstvallig heb vermeden: ’t is niks met die jeugd van tegenwoordig . . .
Keuze
“Gomes of Reker?”
Mijn collega duwde een radiomicrofoon onder mijn neus. Hij oefende voor straatinterviewer, dus het was niet voor het echie. Hij had de opdracht gekregen voxpop te gaan halen over het belangrijkste onderwerp dezer dagen: de ruzie tussen PSV-keeper Gomes en PSV-voorzitter Reker. Mijn collega dacht dat ik daar wel een gepeperde mening over zou hebben.
Laat ik die nou hebben.
Voor wie het niet weet: Gomes heeft in Voetbal International gezegd: Reker er uit of ik er uit.
Gomes, moet u weten, is de held van elke PSV-supporter. En laten we eerlijk wezen, als hij er niet zoveel ballen uitgeranseld had dan waren nooit kampioen geworden. Hij schijnt bovendien als een vader te zijn voor de jongere spelers. Een echte teamplayer dus, een clubman zoals er nog maar weinig zijn.
Waarom hij dan nu ineens zo keihard om zich heen slaat is mij als eenvoudig supporter een raadsel. Toevallig ben ik ook een belezen journalist en uit alle informatie die ik tot mij genomen heb begrijp ik dat Gomes een beetje wordt gebruikt door zijn zaakwaarnemer die een machtsstrijd binnen PSV in zijn voordeel wil beslechten. Het lijken verdomme wel Amsterdamse toestanden.
Ik vind dat allemaal nogal dom van Gomes. Hij mag dan een geweldige doelman zijn, als je je zo gedraagt dan pas je niet bij de cultuur van PSV. Dan moet je zo’n man heel snel laten vertrekken, flink cashen en twee goeie verdedigers kopen die er voor zorgen dat de voorwaartsen van de tegenstander ver van het doel blijven. Voetbal is zo simpel . . .
Dus antwoordde ik: “Reker”. Het komt toch niet op de radio.
Tuig
Twee VWO-leerlingen van het Dr. Knippenbergcollege in Helmond zijn van school getrapt. Ze hadden bij wijze van 1 april-grap een wafel met laxeermiddel gevuld en die aan een docente gegeven.
Ik vind de verwijdering van school nogal een zware maatregel, maar in de redactievergadering stond ik daarin alleen. Iedereen vond het schandalig wat die kinderen gedaan hadden. Ik moest er wel om grinniken. De collega’s vonden me slecht. Eigenlijk hebben ze wel gelijk.
Het zal je maar gebeuren, je zit een halve dag op het toilet en bent dan waarschijnlijk nog een paar dagen brak. Nee achteraf zeg ik: tuig is het dat VWO-gespuis.
Gelukkig had de rector ten aanzien van de betreffende docente de enige juiste maatregel getroffen die op dat moment denkbaar was.

Eindhovens Dagblad 22/8/2008
De Chinees
Er was een tijd dat wij thuis angstvallig zaten te wachten tot De Rus aan onze keukendeur zou rammelen om daarna op wrede wijze gehakt van ons te maken. De Rus was eng. In tegenstelling tot De Chinees
De Chinees kwam als geroepen. Want net toen ons de macaroni met Smac-hamblokjes en goedkope tomatenketchup de neus uit kwam introduceerde De Chinees de nasi speciaal en de exotische babi-pangang.
Sommigen van ons zagen een geel gevaar zoals dat toen heette. In mijn jeugd deed het grapje de ronde dat De Chinees niet massaal over ons land rolde, maar zijn onderdanen één voor één stuurde door in elk gat een restaurant te openen.
Maar omdat wij nog steeds niet onder de Chinese knoet leven is de Chinees voor ons vooral sambalbij gebleven. Hij veroorzaakt nooit problemen. Sterker nog, als een straat voornamelijk wordt bevolkt door Turken en Marokkanen spreken wij van een probleem, voor de Chinees maken wij Chinatowns. Gezellig.
In moeilijke economische tijden was er de Chinees die ons precies op tijd een afzetmarkt bood en ons spullen verkocht die – ondanks de enorme afstand die ze moesten overbruggen – veel goedkoper waren dan wat ze om de hoek in Eindhoven maakten.
Dan nu een sprong.
Het zijn droevige tijden voor schrijvers (journalisten, columnisten, webloggers en anderen). De Film is uit en het kabinet geeft geen aanleiding om je op te winden. Eerst dacht ik dat het aan mijn inspiratie lag, maar ik zie vakbroeders ook worstelen of schrijven over de stem van een politica of – erger nog – over de jurken van Verdonk en Hamer.
Nu lees ik zelfs dat eerbiedwaardige, maar totaal overbodige Eerste Kamerleden klagen over het kabinet. Daar komt zo weinig wetgeving uit dat senatoren en señorita’s niks te doen hebben. Ze vervelen zich. En dat is dodelijk voor een land, politici die zich vervelen. Voor je het weet beginnen ze een oorlog.
Gelukkig is het in deze nieuwsarme tijd wederom De Chinees die mondjesmaat maar gestaag de nieuwsvoorziening op gang houdt. Eerst inspireerde De Chinees een cabaretier tot een wanhopige oproep aan onze sporters De Spelen te boycotten. Daarna ging het snel. Rellen in Tibet en een gedoofde Olympische vlam zorgden er voor dat de kolommen toch ruimschoots gevuld konden worden.
Kortom tot eind augustus hoeven schrijvers de noodklok niet te luiden. De vraag is wie in de gaten houdt dat het kabinet ondertussen in het geniep geen al te gekke dingen uitbroedt waarmee wij op de derde dinsdag van september worden overvallen. Dat lijkt mij een mooi taakje voor de dames en heren senatoren dat ze kunnen uitvoeren met het sherryglas in de hand.
Duisburg
Ik heb de laatste weken goede zaken gedaan op Marktplaats. Het was voor het eerst dat ik mij daarop begaf. Dankzij een donatie van mijn vader heb ik er een andere cameralens gekocht en uiteindelijk ook een andere camerabody.
En ik heb mezelf beloofd dat ik eenmaal per maand een hele zaterdag in m'n eentje (of met een andere fotograaf) op pad ga om foto's te maken. De eerste trip ging naar Landschaftspark Duisburg-Nord. U moet dus vandaag verplicht plaatje kijken.











Vocalies (9)
Een luistertip vandaag en een kort stukje, want de hoofdredactie piept (zachtjes) dat mijn stukkies te lang zijn, soms. Ik heb wel eens wat meer woorden nodig dan strikt noodzakelijk. Misschien zit daar wel het bruggetje naar het stukkie van vandaag, want ook in opera gebruiken componisten meer woorden dan nodig, nog veel meer dan ik soms.. Zo ook Giuseppe Verdi, al spant hij niet de kroon.
Don Carlo is misschien niet de bekendste opera van Verdi, wel eentje waar een bijzonder interessante rol inzit voor een bas. De lage stemmen worden in opera meestal niet zo goed bedeeld; in Don Carlo wordt dat in de rol van Filippo, oftewel Phillips de Tweede van Spanje (de opera is historisch geplaatst, zoals veel van Verdi’s drama’s) een beetje goedgemaakt. ‘ Ella giammai m’amo’ (ze heeft nooit van me gehouden) is echt een van de mooiste bas-aria’s ooit; als-ie op het laatst (wel effe volhouden, de hele aria duurt geloof ik iets van acht minuten) zingt ‘amor per me non ha’ (liefde heeft ze niet voor mij), hou ik het niet droog.
Niet iedere bas kan het zingen: je dient je emotie in te houden tot op het allerlaatst, anders haal je de laatste hoge noot niet. Een eenzame man, die Philips, met grote taken en idealen, maar oud en levensmoe. Zijn jonge vrouw Elisabetta is hem trouw, maar houdt niet van hem en wordt gekweld door heimwee en door haar geheim gehouden liefde voor notabene Filippo’s zoon, Carlo.
In een aantal versies wordt de solo van Fillipo gevolgd door een vinnig duet tussen hem en de grootinquisiteur waarin Verdi buitengewoon geraffineerd de conflicten tussen kerk en staat tevoorschijn laar komen door de kerkvertegenwoordiger (de grootinquisiteur) steeds veel hoger (uit de hoogte?) te laten zingen dan de lage baspartij, de staat. Als je effe doorluistert een prachtig stuk opera. Veel plezier.
Ik voeg wat linkjes bij; eentje zonder beeld van de bas Nicolai Ghiaurov (getrouwd met sopraan Mirella Freni en al een tijdje dood). Hij maakt er wel een erg drama van, maar de stem is werkelijk prachtig.
De opname met Yevgeni Nesterenko is erg wollig, maar wel in scène. Ik meen Abbado te herkennen als dirigent en dan zit je wel goed met Verdi. Let eens op het ‘opera-slotapplaus’, waarop Nesterenko niet echt reageert (dat mag ook niet), maar wel zichtbaar aangedaan is.
Knap verslavend dat You tube trouwens: ook de versie van Boris Christoff is interessant; zijn Italiaans is hemeltergend slecht, maar zijn pianissimo op het eind is weer zo ontroerend dat je hem veel vergeeft. En de cellist die de intro zo kraaienvals speelt moet klappen hebben.
En hierna hou ik echt op: een oude opname van het eerder genoemde duet tussen Fillipo en de Groot Inquisiteur. Ik kan hem niet insluiten, maar als u hier klikt kunt u hem horen
Blank
Het is in de journalistiek not-done om iemands nationaliteit of afkomst te vermelden als dat niet relevant is voor het verhaal. Al jaren discussiëren journalisten over de vraag wat relevant is.
Nu de laatste jaren de dingen wat vaker bij de naam worden genoemd (criminele Marokkaantjes, dronken Polen en rovende Roemenen) vallen ook in de journalistiek de belemmeringen weg om man en paard te noemen, wat dan soms ook wel weer niet leuk is voor het paard.
Vooral bij sommige zichzelf journalistiek noemende websites gaan de remmen helemaal los. En aangezien die steeds meer de maat der dingen worden zal het niet lang meer duren voordat ook de respectabele traditionele media alle voorbehouden laten varen. De minder respectabele doen dat al een tijdje. Of moet ik schrijven: zij die dat al een tijdje doen zijn minder respectabel. Nou ja, laat ook maar . . .
Sterker nog, ik kreeg deze week een persbericht van de gemeente Boxmeer en ik moest tot mijn verrassing constateren dat ze daar al bezig zijn met een soort van rassenscheiding. Nou is Boxmeer bijna Limburg, dus dat verklaart het misschien. Tja, ik zeg het maar zoals het is.
Uit het persbericht:
Blank Raadslid dhr. E. Ronnes (fractie CDA) heeft enige vragen gesteld inzake visvergunning viswater De Vilt. Deze vragen en daarbij de verkregen antwoorden treft u aan in de bijlage.
Zon
Er zijn mensen die de zon in het water zien schijnen. Op weg naar Hoenzadriel (Ja? Wat is daar mis mee?) zag ik de avondzon in een kas schijnen.

Koek
Mijn ouders lazen vroeger de AVRObode/Televizier. Ze waren neutraal. Elke week las ik de rubriek “Leven in beeld”. Een serie waarin het leven van een bekende Nederlander in foto’s werd getoond. Ik droomde er van ooit zelf onderwerp van de serie te zijn. Ach, ik was een kind.
Inmiddels heb ik veel geschreven in kranten, op de radio gesproken en ben ik getrouwd met een vrouw die enkele jaren bij de AVRO heeft gewerkt, maar dat is te weinig voor “Leven in Beeld”. Ik treur niet, het is al heel wat voor een MAVO-klantje.
Des te meer was ik verguld met het stukje dat iamzero een paar dagen helemaal aan mij wijdde. U bent een verstandig mens, dus u leest ook zijn weblog en kent het stukje.
Iamzero was aardig voor mij, bovendien had ik de indruk dat hij mij door heeft. Dat verraadt mensenkennis, en dat helpt om een goed weblogger te zijn. Zeker zo mooi was dat uit de reacties bleek dat ik word gelezen door Merel Roze. Do I need to say more?
Toen ik veronderstelde dat zij mij met iemand anders verwarde, schreef ze dat ze toch echt mij bedoelde. Ze noemde me koekie. Dat klonk helemaal niet beledigend, integendeel, het had iets vertederends. Alsof Youri Mulder de rechtshalf van Blauw-Wit Vooruit bekent dat hij ’s zaterdags wel eens om rijdt om hem te zien voetballen. Het klinkt in ieder geval beter dan het Bossche koekwous.
Vis
U weet toch dat wij een redactievis hebben? Jawel, dat weet u wel. Ik heb er wel eens over geschreven. Ze heet Christel. Ik zorg voor haar. Om de andere dag eten, vrijdags kom schoon maken.
Gisteren is er intern verhuisd in onze studio. Alleen mijn collega en ik blijven voorlopig op onze oorspronkelijke plek zetten. Wij worden de komende tijd omsloten door de collega’s die ik op straffe van slaag geen TV-babes mag noemen. Dat doe ik dan ook niet.
Maar u weet hoe die zijn. De hele dag met die poezelige handjes in de vissenkom. En dan van: poele, poele, poele, hoe is het nou met het visje? En ze willen er allemaal voor zorgen natuurlijk. Dus als je niet preventief ingrijpt is Christel binnen week goedbedoeld doodgevoerd.
Dus ik heb ze een mailtje gestuurd dat ze overal aan mogen zitten, maar niet aan de vis. U begrijpt natuurlijk wel dat dat pure uitlokking was. Laat nou de enige die mij kwam knuffelen in de veronderstelling dat ik iets te kort kom een mannelijke homoseksuele TV-verslaggever zijn. De meiden zelf deden het schriftelijk af. Wel lief hoor, maar ja . . .
O ja, er was er eentje die dacht leuk te zijn door mij, de vissenvader, een recept te sturen.
Gebakken forel met tomaten-basilicumsaus
Spoel de forellen af onder koud stromend water en dep ze droog. Bestrijk de forellen van binnen en buiten met pesto.
Wentel de forellen door de bloem, zodat ze er helemaal mee bedekt zijn.
Verhit de boter met de olijfolie in een grote Tefal koekenpan en bak de forellen in ca. 8 minuten (afhankelijk van de dikte van de forellen) rondom bruin en gaar.
Meng ondertussen de gezeefde tomaten met 1 eetlepel pesto in een pannetje en verwarm de saus. Roer de crème fraîche of Room Fris er op het laatst doorheen. Serveer de forellen en de saus apart. Lekker met tagliatelle.
Wijntip: Alsace Pinot Blanc, frisse soepele witte wijn
Doping
De man op de barkruk naast ons had in een half uur zo’n somber wereldbeeld geschetst dat ik van de weeromstuit vlug drie witte wijn wegdronk voordat de aarde in tweeen zou scheuren. Hij had dan ook al het nodige meegemaakt, zei hij.
Marlies vroeg langs haar neus weg hoe oud hij was. 27 zei hij, maar hij werd volgende week 28. Sommige mensen maken veel mee in hun korte leventje.
“Maar,” zei hij, “doping in de sport is noodzakelijk.” Wij waren blij dat hij een vrolijker onderwerp aansneed.
“Kijk,” zei de oude jongeman. “Als ik de marathon loop in een veld met veel Kenianen dan heb ik bij voorbaat verloren.” Wij bekeken hem van top tot teen en geloofden hem meteen.
“Dat heeft er mee te maken,” vervolgde hij, “dat Kenianen anders gebouwd zijn. Kenianen hebben een lichter bottenstelsel en een andere spieropbouw. Om fysiek in dezelfde toestand te geraken moeten wij dus doping gebruiken. Op het moment dat wij dat bereikt hebben is er sprake van een gelijke strijd. Dan komt het louter nog op karakter aan. En dan wil ik nog wel eens zien wie er wint.”
Wij vroegen of hij die wijsheid zelf had verzonnen. Hij knikte. Wij dachten eerlijk gezegd dat hij te veel boeken van Midas Dekkers had gelezen. Hij schudde ontkennend, stond op, rekende af en verliet het café.
Wij keken hem na dachten niet dat deze avond hij de marathon onder de 2.30.04. zou lopen.
Wedstrijdverslagje
We hadden zo’n leuk liedje ingestudeerd. Vrij naar Guus Meeuwis:
Hij loopt daar alleen op een stil Leidseplein
Hij had eigenlijk ook kampioen willen zijn
Maar het werd een deceptie.
In plaats daarvan neuriede ik zachtjes:
Hij staat daar alleen op een stil Stadhuisplein
Hij had eigenlijk al kampioen moeten zijn.
Ik durfde het niet hardop te zingen. De sfeer was niet naar cynisme. Maar ondanks 35.000 gezichten op zwaar onweer brak om half vijf boven Eindhoven de zon door. Een Godswonder, maar wel te laat. Veel te laat Lieve Heer.
Vocalies (8)
Jaren geleden hadden we een kwartetje. Nou ja, we hadden eigenlijk een triootje (een zangtriootje wel te verstaan) en we zochten nog een bas. We repeteerden altijd bij mij thuis, zittend of staand rond de eetkamertafel, met koffie erbij en de partituren op de tafel.
Herdershond Don lag in een hoek te genieten van zoveel saamhorigheid en het feit dat zijn kudde zo overzichtelijk dichtbij was en wij… misten een bas. Advertentie gezet en er reageerden zowaar een paar mannen. We zouden met ze praten en samen zingen op de vrijdagochtend dat we altijd repeteerden.
Wie er allemaal geweest zijn (dat moeten er aan paar zijn geweest) kan ik me niet herinneren, maar degene die het uiteindelijk werd herinner ik me nog wel omdat hij voor een van de leukste anekdotes uit mijn zingend leven zorgde.
Herdershond Don (want die speelt een belangrijke rol in dit verhaal) logenstrafte zijn wat vervaarlijke uiterlijk (hij was buitengemeen groot en donker): hij was keurig opgevoed en de meest zachtaardige kameraad die een mens maar kon wensen. De tenor zat met Don en zijn tennisbal te spelen toen de bel ging.
Zoals opgevoed ‘sloeg Don aan’ en stopte onmiddellijk met blaffen toen ik ‘stil!’ zei. Ik ging naar de voordeur en de tenor hervatte zijn spel met de tennisbal. Ik was erg verbaasd toen ik een meneer aan de voordeur aantrof die er wat slapjes uitzag; hij leunde witjes tegen de deurpost. Dus opende ik met de tekst ‘gaat het?’.
Hij herpakte zich en knikte, maar maakte geen aanstalten binnen te komen, ondanks het feit dat ik de deur uitnodigend verder open deed. Ik probeerde opnieuw: ‘wilt u niet binnenkomen?’
Hij schraapte zijn keel (en dat klonk al veelbelovend) en sprak bibberig en bassig: ‘Ik weet niet of ik dat durf…’
Ik keek verbaasd: ‘Zo eng zijn wij nou ook weer niet hoor, het gaat om een liefhebbersclubje zangers’.
‘Nou’, zei hij ‘het gaat niet om jullie, maar om de hond… het is nogal een grote zo te horen…’
Ik lachte: ‘Het is een hele lieve herdershond, maar hij is inderdaad groot, ik zal hem wel even in de keuken doen, tot u eraan toe bent hem te ontmoeten’.
Dat trok de bas over de streep hij zette een voet in de gang, ik verwijderde mij en bracht Don naar de keuken. De tenor bleef teleurgesteld met de tennisbal in de hand zitten; hij hield wel van grote herdershonden.
Terug in de gang bleek de bas zich geheel hersteld te hebben en hij volgde mij naar de kamer, waar hij kennis maakte met de alt en de tenor en met mij, de sopraan. Hij kreeg koffie en allengs keek hij minder verontrust richting keukendeur. Ik had op de heilige muze van de muziek gezworen hem Don niet op te dringen. De tenor butste met het tennisballetje op de vloer. Na enig heen en weer gepraat voelde de bas zich geroepen zijn wat vreemde gedrag uit te leggen: hij had een fobie voor honden; hij was ooit zeer ernstig verwond door (notabene!) een herdershond.
‘Nou,’ zei de tenor, ‘voor deze herdershond hoef je niet bang te zijn; het enige wat die wil is met balletjes spelen.’
De bas verschoot van kleur: ‘dat is het hem nou net’, zei hij, ‘de herdershond in kwestie heeft mijn linkertestikel er zover afgebeten dat die operatief weer aangezet moest worden. Gelukkig had ik op dat moment al kinderen, het is namelijk niet zo heel lang geleden dat het gebeurd is….’
Gedrieëen probeerden wij vruchteloos onze gezichten in de plooi te houden. De tenor brak het eerst: hij keek met vertrokken gezicht naar de tennisbal in zijn hand en snikte het uit van het lachen. Daarop konden de alt en ik ons ook niet meer inhouden. De tranen liepen me over de wangen. We hebben geprobeerd onze excuses aan te bieden; het lijkt me verschrikkelijk pijn doen als je testikel eraf gescheurd wordt en ik wilde me graag wellevend gedragen, maar ik kon niet meer.
De bas bleek over gevoel voor humor te beschikken: hij kon zijn lachen niet houden toen hij ons zo zag snikken en hij had er alle begrip voor. Hij had het verhaal al eens vaker verteld en toen was er ook gelachen, maar nooit meer na die keer had hij het verhaal verteld met een herdershond zo dicht in de buurt.
Hij werd aangenomen: we hebben een tijd lang aangenaam muziek met hem gemaakt, veel gelachen en ja: hij heeft uiteindelijk ook vriendschap gesloten met Don.
OS
Maxime: Dag JP, ik zie aan het nummer in de display van de mobiele telefoon die ik van de rijksoverheid in gebruik heb dat jij mij belt. Wat is de techniek toch grenzeloos mooi. Mag ik je vragen wat er . . .
JP. Ja, ja tisgoed. Wamoendoen met Olpische Spelen.
Maxime: Kijk, op dit moment is het zo dat steeds meer regeringsleiders afhaken. Ze zeggen dat hun agenda’s vol zitten maar jij begrijpt natuurlijk ook wel dat daar heel andere . . .
JP: Ja, ja, moewe gaan of niet . .?
Maxime; Kijk JP als je het mij zo op de man af vraagt dan zeg ik: laten we er nog eens goed over nadenken. Je moet in dit soort zaken nooit overhaaste beslissingen nemen. Ik heb al gezegd dat we ons oordeel laten afhangen van wat andere landen doen. Van een paar kennen we het standpunt, maar nog lang niet . . .
JP: Msiem, geef santwoord . . .
Maxime: Nou ja laten we er niet omheen draaien. Ik zou zeggen laten we het nog een beetje rekken. Zodat de mensen denken dat we er een zware worsteling aan gehad hebben en we niet lichtvoetig tot een besluit zijn gekomen. Want hoe we het ook wenden of keren wij zijn aan handen en voeten gebonden.
JP: Je bedoelt Wmaxander.
Maxime: Precies . . .
JP: Ben je er nog?
Maxime: Ja. Hoezo.
JP: Koorde maar één woord.
Maxima: Ik wil het best nog wat toelichten. Het is van belang . . .
JP: Ksnaput. Rekken en dan gaan. Dag Msiem.
Hypes
Volgens Neerlands Onderkoning Tjeenk Willink lopen onze parlementariërs te veel achter hypes aan een verliezen ze de grote lijn uit het oog. Een paar jaar geleden zou ik instemmend geknikt hebben. En ik zou gezegd hebben dat hetzelfde voor journalisten geldt, kritisch als ik ben op mijn eigen vak. Maar nu denk ik er anders over. Want wat is nou eigenlijk een hype?
Er was een tijd, jongens en meisjes, dat de overheid en de kerk bepaalden wat goed voor ons was. De wereld kwam tweemaal per dag binnen. ’s Ochtends via de krant, ’s avonds via het Journaal. Keurig gerangschikt en gescreend door onkreukbare journalisten wier mening je de volgende dag op kantoor met een gerust hart tot de jouwe kon maken.
En toen, opeens, gooide internet het venster op de wereld helemaal open. Het volk ontdekte meer en geprononceerder meningen Het ontdekte andere waarheden en de zuilen waarop ons land was gebouwd stortten in. De wereld werd opeens een dorp. We mailen nu net zo makkelijk met iemand in Amerika als we bij de buren binnen lopen.
Het volk kreeg meer kennis en daardoor meer macht. De politiek en het journaille ontdekten dat en hielden er steeds meer rekening mee. Zij bepaalden niet langer de agenda, nee, zij veranderden van voorlopers in volgers. Sommigen sloegen door en praten het volk alleen nog maar naar de mond.
Is dat erg? Heeft het volk ongelijk? Ik denk het niet. Ik denk dat er steeds meer wordt gesproken over wat gewone mensen in gewone straten bezig houdt. Het gaat over verloedering, Marokkaantjes die de buurt terroriseren, kinderen die op straat lopen omdat er weer een lesuur is uitgevallen, vader en moeder die in hun eigen vuil liggen in het verpleeghuis, de files.
Politici vangen die signalen op en springen er op in. Je kunt je afvragen of ze dat op een slimme manier doen, maar het gaat mij te ver om te zeggen dat ze te veel achter hypes aan rennen. Ik denk dat de bureaucratie (lees: verkokerde ambtenarij) , waar Willink deel van uitmaakt, een veel groter probleem is. Was het niet de Raad van State die deze week riep dat het niet aan hem was om te controleren of zijn besluiten goed worden uitgevoerd? En dat daardoor een filestrook jaren ten onrechte dicht bleef?
Sentimenteel
Ik heb gistermiddag mijn oude Koga ingeruild voor een nieuwe Gazelle. M’n ouwe fiets, waarmee ik zeven jaar door weer en wind dagelijks op en neer fietste van het station in een dorp bij Eindhoven naar de studio. Ik schat zo’n vijftienhonderd ritjes. Soms was het min twaalf, soms plus dertig. Altijd was er wind. We maalden er niet om.
Veel stukjes voor Stroomopwaarts ontstonden op het zadel van mijn oude Koga. Dit ook.
Maar de laatste tijd begon hij gebreken te vertonen. Terwijl ik fitter en fitter werd takelde de fiets af. Hij was al veel ouder dan zeven jaar want ik was de tweede eigenaar.
Toen ik vorige week bij mezelf dacht het tijd werd een nieuwe fiets te kopen brak de versnellingskabel. Net toen hij in het hoogste verzet stond. Hij deed het er om, denk ik want de afgelopen dagen heb ik me het leplazerus getrapt.
Gisteren was het over. Ik heb ‘m voor de fietsenwinkel laten staan en ben op mijn nieuwe fiets weggereden. Ja, ik heb nog een keer omgekeken. Ach, laat ik het maar toegeven: ik heb twee keer omgekeken.
Platteland
Oh nee, geen kwaad woord over homoseksuelen. Ik heb er in mijn kenniskring. (Alleen al zo’n opmerking is eigenlijk beschamend: ik heb ze in mijn kennissenkring. Alsof je jezelf wilt bevestigen als een tolerant mens, terwijl homoseksualiteit toch de normaalste zaak van de wereld is. Maar ja, zo zitten veel hetero’s nou eenmaal in elkaar.)
Omdat ik zelf het type ben van doe maar gewoon dan doe je gek genoeg, kijk ik al verwonderd op als iemand zich uitbundig gedraagt. Verklede mensen met carnaval . . . Ik moet er niet aan denken. Dus heb ik het ook niet zo op mannelijke homo’s die kirrend door het leven gaan of lesbo’s in tuinbroeken. Dat heeft niks met hun geaardheid te maken, dat ligt aan mij.
Ze hebben het niet makkelijk onze homoseksuele medemensen. Dat blijkt deze week maar weer eens in Brabant. De tuindersactie Kom in de Kas werd door homoseksuele tuinders aangegrepen om Kom uit de Kas te organiseren. Het moest een steuntje in de rug zijn voor al die tuinders die in het geniep homoseksueel zijn. Er zijn er al heel wat aangeschoven aan de keukentafel van de organisatoren.
En vandaag is in onze fraaie provincie een Damespad geopend. Dat is een wandelpad waar lesbische plattelandsvrouwen elkaar kunnen ontmoeten. Zij wonen in een dorp en dan wordt er natuurlijk flink geroddeld als je met een vrouw in de kroeg zit. Wilt u wel geloven dat ik op zo’n moment blij ben dat ik hetero in de grote stad ben. En dan moet het nog voorjaar worden . . . .
Meneer
Wilt u de stekkertjes er een keer in en uit doen meneer.
Zou u het apparaat nog een keer aan en uit willen zetten meneer.
Wilt u ook de kabel van de televisie er een keer in en uit doen meneer.
Is het lampje nu weer groen meneer?
De jongen van de @Home helpdesk was uitermate correct, maar het lampje bleef rood.
Dan ben ik bang dat uw digitale ontvanger kapot is meneer.
Maar ik heb hem nog maar kort.
Ik kan dat nakijken meneer.
U heeft hem drie jaar meneer.
Dat zeg ik: nog maar kort dus.
Nee meneer. Dat is de levensduur van deze ontvangers.
Drie jaar maar?
Ja meneer
Dus ik moet een nieuwe kopen.
Ik ben bang van wel meneer.
Advies van meneer: koop geen digitale ontvanger van Nokia.
Schmap
Ik had nog nooit van Schmap gehoord. Als import-Brabander ken ik natuurlijk wel schmoeder en schmam. Dat zijn mensen die smoeder en smam zeggen en daarbij een beetje slissen. Maar Schamp was voor mij nieuw. Nou denkt u dat hier sprake is van een slisser die het over onze map heeft, maar dat is onwaarschijnlijk. Hoeveel mappen hebben er nou helemaal meerdere eigenaren.
Nee Schmap is zoiets als de Capitoolgids maar dan op internet. U weet wel die gidsen die laten zien waar andere gidsen alleen maar over schrijven. Wij hebben er van elke grote stad waar we geweest zijn eentje. Ik vind ze wel handig.
Nog niet zo lang geleden kreeg ik een mailtje van Emma Williams. Zij is Managing Editor Schmap Guides. Hi Jan, schreef ze. Dan smelt ik al. Ze had op mijn Flickrsite een fotootje gezien dat ik heb gemaakt van de Umberto I Gallery in Rome. Dat is een soort koopgoot maar dan mooi.
En nou had zij bedacht dat dat fotootje wel in de Schmap Guide kon zodat mensen een goed beeld zouden krijgen van deze attractie. Het sprak vanzelf dat ik daar geen geld voor kreeg maar dat ik in ruil daarvoor wel reclame voor Schmap mocht maken.
Tegen zoveel Amerikaanse middenstandslogica kan ik niet op. Dus maak ik een beetje reclame. Ach met het klimmen der jaren word ik milder ook al moet je in de Schmap Guide wel heel veel klikken wil je mijn foto zien. Het is overigens niks bijzonders dus doe geen moeite.
Schmap dus. Nu ik er over nadenk is dat een map voor ons allemaal. Het kan dus best.
Vocalies (7)
5 april 1874: de premiere van Die Fledermaus in Wenen.
Johann Strauss was Jacques Offenbach te vlug af. Offenbach liep namelijk rond met plannen om op basis van het toneelstuk van Heilhac en Halévy een operette te schrijven. Het kwam er maar niet van en dus was Strauss ‘m voor
Het is een van de leukste operettes ooit, al is-ie wel eens het slachtoffer van platte lol en slechte orkesten. De muziek zit gepokt en gemazeld in elkaar. Ik heb zelden een rol gezongen (Rosalinde) die zo logisch voelde en makkelijk zong. De aria ‘Klaenge der Heimat’ lijkt wel voor mij geschreven.
Er zit niet zo heel veel koor in, reden waarom de Fledermaus niet heel vaak wordt uitgevoerd: amateurkoren worden vervelend als ze niet genoeg te doen hebben…. (ja hoor: bedoeld als prikje…!).
Het was ook de eerste keer dat een tenor aan mijn borsten mocht zitten zonder daarvoor een dreun te krijgen. Leo van der Plas (want die was het) kweet zich tijdens het ‘Uhrduett’ met verve van zijn taak en liet mijn en zijn integriteit daarbij in tact.

Vocalies zelf
Het werd een heerlijke productie, waarbij ik in nieuwe kostuums mocht optreden, speciaal voor mij gemaakt en voor het eerst een visagist/kapper tot mijn beschikking had (nou ja, mijn beschikking: hij schminkte alle solisten).
De plot? Och, niet heel interessant: huwelijksperikelen, drank, een weddenschap, verkleedpartijen… even schudden en je hebt een van mijn lievelingsoperettes.
Volgens mij zingt Kiri Te Kanawa een deel in het Hongaars… de vertolking is de beste van een rijtje slechte op Youtube. Het is allemaal niet erg gelijk, maar wie maalt daarom met zo’n prachtvrouw en zo’n prachtige enscenering… Let ook eens op de (kale) travestierol van Prins Orlofsky: een heerlijke rol voor een mezzo!
Rita
"We gaan het gewoon samen doen." *
* (met iedereen die een kaartje koopt voor 500 euro)
Afkalving
Het kalft af. Alles wat in mijn jeugd aanzien had kalft af. Politiemensen boezemden vroeger ontzag in, nu lees ik dat de integriteit van de Amsterdamse politie te wensen over laat.
Politici waren vroeger mannen (en een enkele vrouw) van statuur. Nu staat vast dat of een minister of een Kamerlid liegt. Kranten die kolommen vullen met verbeteringen omdat de journalisten slordig waren in hun eerste berichtgeving. Lucia de B. is tijdelijk vrijgelaten. Dat gebeurt echt niet als justitie haar werk honderd procent goed doet.
Allemaal gevestigde instituten waar we vroeger blind op konden vertrouwen en die nu afkalven. Toen ik vanmorgen het artikel over Lucia de B. las overviel mij opeens de gedachte dat die afkalving zorgwekkend is. En toen dacht ik: wat hebben de ouders van baby A. daar aan. Lucia is veroordeeld omdat ze dat kindje vermoord zou hebben en dat zou achteraf wel eens niet waar kunnen zijn. Ik moet alsmaar aan die mensen denken. Die moeten toch door een hel gaan.
En dan zien ze ook nog in alle kranten dat rot woord: baby A. Alsof het hier een dossier betreft uit een veel te fel verlicht archief van een obscuur voormalig Oostblokland. Baby A. Wat een kilheid in een afkalvend land.
P&B

P.: Wat had jij nou gisteren ook alweer voor een uitdrukking?
B.: “ Wie lacht niet die de mens beziet”
P.: O ja. Is dat een soena?
B.: Ga nou ’s slapen dikkop . . .
P.: Dat hoorde ik wel.
Brief van Ali (28)
Beste mensen,
Is hele goeie nieuws vandaag in krant. Kijk jijzelf maar hieronder.

Is nou gelijke kansen voor mijzelf en buurman Arie. Staat in krant toch? Dat is hele grote nieuws. Vandaag ik heb gevraagd aan chef van fabriek of hij ook kans wil geven aan Arie. Bij ons in fabriek is nou genoeg werk voor alle mensen.
Arie heeft geen werk. Toen wij pas in straat woonden ik dacht Arie werkte bij supermarkt, want hij ging elke morgen naar Nettorama (sorry voor reclaam op Stroomopwaarts). Maar buurman ging alleen maar voor boodschappen bier en chips.
Nou ik hoop hij krijgt kans voor werk in ons fabriek. Chef zei ik moest vragen aan Arie of hij wil opbellen naar fabriek.
Na eten ik ging meteen naar Arie, maar hij sliep en snurkte heel hard. Morgenvroeg als hij wakker is ik ga meteen goede nieuws vertellen van gelijke kans voor leuke baan.
Is ook leuk voor mensen in Den Haag (is bedoeld regering, maar ik denk u weet dat wel) dat meteen resultaat is van stuk in krant. Ik denk word leuke dag morgen.
Hartelijke groeten
Ali Yildiz

