Achteraf
Achteraf is het altijd makkelijk praten. Achteraf kun je zeggen dat de film Fitna mee viel. Ik zeg dat niet, want als iemand een compilatie van geweld maakt om daarmee alle moslims af te schilderen als moordenaars, vind ik dat niet meevallen.
Het valt mij tegen dat iemand van het niveau van een volksvertegenwoordiger zo denkt. Sommige mensen vinden hem slim, maar ik vraag me af: welk volk wil er nou door zo’n simpele ziel vertegenwoordigd worden? Ik heb evenmin een hoge pet op van die volksvertegenwoordigers die achteraf roepen dat Balkenende en zijn kabinet de boel opgefokt hebben. Achteraf is het altijd makkelijk praten.
Als er in het parlement een debat komt over de vraag of Balkenende c.s. de boel hebben opgefokt dan moet er ook een stevige discussie komen over de rol van de media, want zij zetten de tent op waarin het circus z’n voorstelling kan geven. Voor mij het hoeft het één noch het ander want ik ben er van overtuigd dat iedereen handelde naar de bevindingen van het moment.
Zo’n discussie dient volgens mij ook geen ander doel dan elkaar te beschadigen in de race om stemmen en kijk-, luister- en oplagecijfers. We moeten als land constateren dat het tot nu toe rustig is gebleven en dat moslims geen barbaren zijn (welbeschouwd heeft Wilders zijn eigen waarheid onderuit gehaald). Laten we dat nou eens als vertrekpunt nemen.
Ik weet het, het is minder opwindend, maar laten we die drang om vijandbeelden te creëren dan in iets nuttigers steken. Milieu? Gezondheidszorg? Onderwijs? Beschaving in het algemeen?
Voor het eerst ben ik in positieve zin geraakt door Ayaan Hirsi Ali die zaterdag in de Volkskrant schreef

Vocalies (6)
Koorrepetities kunnen nogal eens verschillen is mijn ervaring.
Bij het projectkoor, dat zondags repeteert, van tien tot twee in een ‘zaalgelegenheid’ met tap. Om 10.25 uur: in rookwolken en de lucht van verschraald bier: ‘Dames en heren kom nou! Het is al minstens kwart over tiehien! We moeten nog zoveel doehoen. En we zouden niet roken in de ruimte waar gezongen wordt en MAG DIE MUZIEK AF!!!!!
En waarom zijn er maar twee van de zeventien bassen? Oh, op de camping dit weekend….’
Bij het Brabantkoor, dat ook bij elkaar komt en hele zaterdagen en zondagen repeteert, van tien tot vijf. Om 10.02 uur: ‘Dames en heren, wat heerlijk dat u er weer allemaal bent. Welkom bij dit Mozart Requiem. Het wordt een prachtige serie concerten. Ik wilde om te beginnen er maar even gewoon doorheen slaan… twee, drie vier……
Bij het projectkoor halverwege de repetitie: ‘Nee, we pauzeren vandaag maar een kwartiertje in plaats van een half uur, jullie waren al zo laat bij het begin. Sopranen, jullie kijken niet, zodra jullie beginnen te lopen kijken jullie niet meer en je kunt mij toch echt vanaf overal op het toneel zien, als je maar wil. En het is toch echt ‘D`e`e`e is de prins, hoeoeoeoe komt hij hier’ in plaats van ‘De`e is de prins hoe komt hij hier’.
Bij het Brabantkoor, vlak voor de grote middagpauze: ‘ We maken dit deeltje nog even af, dan is dat maar klaar voor vandaag….. Tenoren, het zou de goede afloop van het stuk bevorderen als u allemaal in maat 44 een Es zong in plaats van sommigen een E…. Doen we het overigens niet voor over….”
Bij het projectkoor om twee uur: ‘Kunnen we niet nog even doorgaan, we begonnen al zo laat? O, u moet met de kinderen naar oma, het bos in, de hei op, of terug naar uw luie zondag. Tsja….. dank voor uw aandacht en tot volgende week EN DAN BEGIINNEN WE ECHT OP TIJD!!!’
Bij het Brabantkoor heeft de dirigent in zijn eentje vanaf tien uur de repetitie geleid en om vijf voor vijf zegt hij: ‘kijk dames en heren, het is in maat 14 erg ongelijk. Let op, ik doe es een dansje in plaats van zwaaien, dan zingt u wel gelijk….. ‘ En hij huppelt het koor met zijn houtigere, maar charmante motoriek in een ruk door naar het einde van de moeilijke fuga, inderdaad nu wel gelijk… Om tien over vijf spoedt ieder zich voldaan - ook de dirigent - huiswaarts.
Er waren tijden dat ik zaterdags in het ene koor, als koorlid en zondags in het andere koor, als solist zong. Kunt u zich voorstellen dat ik af en toe schakelmoeilijkheden had?
Brief van Ali (27)
Beste mensen,
Was grote onrust in ons straat. Kwam zo. Er was geen parkeerplaats voor buurman Arie. Hij moest lopen drie straten van auto naar huis. Toen hij kwam bij mij en hij zegt Ali heb jij djellaba. Ik wist niet hij kende dat woord. Maar ik heb geen djellaba wij hebben alleen gewone kleren.
Wat wil jij doen vraag ik. Alle mensen zijn nou bang van film van meneer Wilders, zegt Arie. Ik ga mensen nog bang maken zodat zijn met auto vluchten en voor mij parkeerplaats is voor huis, want auto is vol kratjes bier en ik ga niet hele eind sjouwen. Arie rende naar zijn huis.
Vijf minuten later wij horen onrust op straat. Iemand schreeuwt heel hard. Wij kijken uit raam en daar staat man met baard en soort djellaba en hij schreeuwt heel hard: jihad, jihad. Paar mensen werden wakker en deden raam open en zij riepen dat hij moest gaan slapen omdat ook nog kinderen wakker werden. Een mevrouw die heel oud is, gooide uit bovenraam emmer water over man. Toen viel baard en wij zagen het was Arie in wit laken.
Wij vonden zielig voor buurman en gingen op straat om hem binnen te brengen. Mensen klapten voor ons. Toen was alles weer rustig. Morgenvroeg buurman Arie moet weer eind lopen voor auto. Gelukkig hij werkt niet en hoeft niet vroeg op als je nog ijs moet krabbelen.
Hartelijke groeten,
Ali Yildiz.
Snel vergeten
Het is eigenlijk een week om snel te vergeten. Gisteravond kwam mijn oudste zoon op bezoek. Hij vertelde dat zijn buurmeisje met wie hij vorig jaar kortstondig een liefdesrelatie heeft gehad en dat na een tijdje vermist te zijn geweest teruggevonden werd in een psychiatrische inrichting, dinsdag een eind aan haar leven heeft gemaakt. Dinsdag? Was dat niet de dag dat ik over echtscheiding en zelfdoding schreef?
Gisteren kreeg ik de rekening voor het verwijderen van de graffiti. Die bleek tweemaal zo hoog als was afgesproken. Toen ik woedend naar het bedrijf belde was de man heel verbaasd. Ik had toch kunnen begrijpen dat het bedrag het uurbedrag was en niet het totaalbedrag. Ik heb nu besloten mezelf te laten omscholen tot graffitireiniger dan kan ik in 2010 gaan rentenieren.
Morgen is de uitvaart van onze goede vriend Jan. We zouden eigenlijk morgenvroeg aan een wandelweekend beginnen, dat pakt nu anders uit, maar dat is natuurlijk het ergste niet. Dat kan altijd nog. We hebben wel besloten dat we vrijdagavond samen met een vriendin met wie we altijd wandelen, datgene gaan doen wat we gewend zijn te doen na de eerste wandeldag: witbier drinken, lekker eten en bij het haardvuur afblussen met cognac. Ga ik de dames verrassen met een goed verhaal over het Kempisch Heideschaap.
Zwart schaap
Het nieuws werd ons vandaag op een presenteerblaadje aangereikt. Door een boswachter. Er was een uniek zwart lammetje geboren. Er ging een zucht van vertedering over de redactie. Wij keken ademloos naar de meegestuurde foto’s.
Totdat iemand zich af vroeg wat er eigenlijk uniek is aan een zwart lammetje. Wij ontwaakten uit onze roes van dierenliefde en begonnen ons dezelfde vraag te stellen. Alleen lammetjes waar bij de geboorte de honingtijmsaus al op zit zijn uniek.
De boswachter gebeld. Het was een Kempisch Heideschaap en die zijn per definitie wit. Er bestaan geen zwarte Kempische Heideschapen. Zei hij.
Een goede journalist doet altijd een tweede check. Bij de Kempische Heideschaapdeskundige, herder Kromhout (u komt hem bij de update van de namenlijst weer tegen).
Of er zwarte Kempische Heideschapen bestaan? Nee, zei hij beslist, die bestaan niet. Bingo, riepen wij. We hebben een bijzonder nieuwtje. De herder wilde weten waarom wij dat wilden weten. Ik legde het hem uit. Hij moest een beetje lachen.
Het gebeurt wel vaker, zei hij, dat een Kempisch Heideschaap van een zwart lammetje bevalt. Sterker nog in zijn kudde wordt daar op gefokt omdat het leuk is één zwart schaap in de familie te hebben. Dat snapte ik niet.
Maar een zwart Kempisch Heideschaap mag geen Kempisch Heideschaap heten omdat dat per definitie wit moet zijn. Die zwarten voldoen niet aan de raskenmerken. Dus er worden wel zwarte Kempische Heideschapen geboren, maar dat zijn geen Kempische Heideschapen. Zo werd het toch nog een leerzame dag.
Calvinistisch
Als ik terug kijk dan moet ik concluderen dat ik er 12 jaar over heb gedaan om de knoop door te hakken. Na twee maanden was ik er achter dat mijn eerste huwelijk gedoemd was te mislukken. Het was ook veel te snel gesloten.
Maar in de jaren zeventig was het op de Veluwe niet de gewoonte uit elkaar te gaan. Je ging aan je relatie werken. Ik heb wat gewerkt. Totdat ik uiteindelijk in Brabant tot de conclusie kwam dat je elkaar beter los kunt laten en kunt proberen apart wat van je leven te maken.
De beslissing om er mee te stoppen was één van de moeilijkste in mijn leven. Toen ik die had genomen kwamen de praktische problemen. Want hoe moet je scheiden? Gelukkig waren er in mijn omgeving mensen die met het bijltje hadden gehakt en die mij een advocaat adviseerden.
Het duurde nog weken voordat ik met trillende stem naar het advocatenkantoor durfde te bellen. Als je dat doet is het onomkeerbaar en wat moet zo’n advocaat wel niet denken? Dat klinkt gek maar de jaren daarvoor was elk telefoontje naar een “hulpverlener” er op gericht geweest om het huwelijk te redden. Ik had niet het benul dat er ook mensen waren die er hun beroep van hadden gemaakt huwelijken te beëindigen. Maar zo’n man draait er z’n hand natuurlijk niet voor om. Appeltje-eitje.
Al die gedachten kwamen weer bij me op toen ik deze week in een plaatselijke krant een artikel zag staan over de scheidingsplanner. Logisch, maar ik vind het nog steeds raar. Iemand die reclame maakt om te helpen bij het beëindigen van een huwelijk. Gek eigenlijk dat ik er nog steeds vreemd van opkijk, want ik kan me ook wel voorstellen dat als het je zo wordt aangereikt je sneller een stap zet om een einde te maken aan een constante crisis waar niemand beter van wordt.
Zo vind ik het ook zo vreemd dat er binnenkort een boek op de markt komt waarin staat hoe je jezelf verantwoord kunt doden. Ik snap best dat het handig is een handleiding te hebben als je toch hebt besloten er een einde aan te maken. En laten we eerlijk zijn: beter op een manier waarop niemand er last van heeft dan dat tientallen treinreizigers uren vertraging hebben.
Maar ik kan er niet aan wennen dat het allemaal zo wordt gepresenteerd. Het zal wel mijn licht calvinistische inslag zijn. Ik hoop in ieder geval dat al die mensen die van die voorzieningen gebruik maken in ieder geval hebben geprobeerd nog wat te redden. En dat hoeft voor mij echt geen twaalf jaar te duren.

Pasen 2008
Ach, u moet maar zo denken: voor volgend jaar is de sfeervolle paaskaart al klaar.

Shit
Ik had het shitstukje van gisteren nog niet af of de buurman belde. Of we al hadden gezien dat zijn huis, ons huis en het huis van de andere buren bespoten waren met grafitti?

hier helpt geen photoshop aan helaas
Shit, dacht ik. In het licht van de eeuwigheid is het maar een rimpeling, maar je moet nu weer zo veel gaan regelen. Dekt de verzekering de schade? Zo niet, wat gaat dat kosten? Schoonmaakbedrijf bellen? Vrij plannen want je wilt toch thuis zijn als de schoonmakers komen.
Marlies moet ondertussen van alles regelen omdat ze vrijdag zingt op de uitvaart.
Als we volgend jaar het leven nog hebben dan weet ik nu al wat we tegen elkaar zeggen als het weer Pasen is. Weet je nog vorig jaar?
Het wordt tijd voor een een beetje lente.

Zomaar weg
Stomme clichés schieten als losgeslagen vuurpijlen door mijn hoofd. Al bijna twintig uur. Sinds het moment, gisteren, toen onze goede vriendin zelf belde om te vertellen dat haar man was overleden. Een dag eerder. Wie gaat er nou dood op Goede Vrijdag?
Maar clichés passen niet bij het leven van Jan. Hij beantwoordde al niet aan het cliché van zijn uiterlijk. Een kop als een kampo. Een kop vol levenswijsheid, opgedaan door schade, schande en liefde. Hij was geen groot prater, maar elke zin was raak. Als ik ooit, net als vroeger, vast zou lopen in mijn leven zou ik hem gebeld hebben.
De gastvrijheid van Jan en zijn vrouw zijn onbeschrijfelijk, dat ga ik niet eens proberen. Er wringt slechts één dingetje. Ik heb nooit van hem kunnen winnen met rikken. Zelfs niet nadat hij een paar jaar geleden een tia kreeg en het denken trager ging. Hij dacht gewoon wat minder snel briljant.
Het is schokkend te merken dat ook een hart dat op de goede plek zit gewoon stil kan blijven staan. Pats. Boem. Zomaar weg. Pasen is shit. Het weer is shit. Alles is shit.
Vocalies (5)
Eindredacteur AVRO-klassiek bij bureau: ‘Heb jij tijd om naar Amsterdam te gaan en Rolando Villazon te interviewen voor een stukkie op onze website?’ Slik, mijn hart zakte naar de bodem van mijn maag. Rolando Villazon? Dat is toch….? Hij knikte: een aanstormende tenor, met de potentie tot de top vijf van de wereld te gaan horen. Er kan niemand anders en ik weet toch wat van vocaal? Nou dan?
Mijn vocale opleiding zorgde ervoor dat ik zonder trilling in mijn stem vroeg: ‘Wanneer? waar?’ Antwoord: ‘Vanmiddag in het gebouw van de Stopera in Amsterdam, je weet wel, bij het Waterlooplein. Wees hem genadig…’
En dus stond ik die middag bij de balie van de artiesteningang. Ik moet eerlijk toegeven: het gaf mij een satanisch genoegen ontkennend te kunnen antwoorden op de vraag of ik auditie kwam doen. Die frustrerende tijd ligt gelukkig achter mij. Maar ik kwam wel voor Rolando Villazon en of ze ergens een kamertje hadden? Liefst met stopcontact voor mijn bescheiden bandrecordertje . . .?
Ik mocht in de kamer van de chef-dirigent. Natuurlijk zat ik net onder het bureau mijn stekker in het stopcontact te doen toen hij binnenkwam: klein van stuk, wat ondeugenderig. Mijn ongelukkige pose brak meteen het ijs. Heel veel gekker kun je er niet bijstaan en niks menselijks is Villazon vreemd.
Het werd een prettig gesprek. Hij, Villazon, had de tijd van zijn leven: een prachtige rol in Don Carlo van Verdi in Amsterdam in de lente, wat wil je meer? Iedere avond na de voorstelling op pad met vrienden; als je jong bent kun je doorzakken en toch de volgende dag weer zingen… Ik vroeg en vroeg en vroeg en hij vertelde en vertelde en vertelde.
Toen ik zei dat ik een hekel had aan moderne opera-enscenering ging hij meteen proberen of hij de tenor-aria uit La Traviata zou kunnen zingen terwijl hij zogenaamd een tennisbal serveerde, precies op de manier waarop ik het op tv had gezien. We hadden lol.
Nadat de bandrecorder uit was speelde ik mijn laatste troef. Een collega had me geadviseerd: vraag hem eens of hij zijn mister Bean imitatie wil doen. Hij lijkt op Rowan Atkinson en hij is meesterlijk. Mijn woorden waren niet koud of de onderkaak schoot in de bekende overbite en de motoriek werd schokkerig en onhandig. Hij herschikte de papieren op het bureau van de chefdirigent en ik schater. Een top-tien moment in mijn klassieke leven.
Villazon is binnenkort in Nederland: op 28 maart en 2 april zingt hij in het Muziektheater (in hetzelfde theater waar hij dus ooit door die beroemde sopraan geïnterviewd werd).
Klik hieronder voor een link naar You Tube, waar Villazon de mooiste aria voor tenor ooit geschreven zingt: ‘E lucevan le stelle’ (vrij vertaald: ‘Wat zijn de sterren aan het schitteren’)uit de opera Tosca van Giacomo Puccini.
Kleur
Nee, ik ga morgen niet naar de demonstratie Nederland Bekent Kleur. Daar heb ik een paar hele goede redenen voor.
De belangrijkste is dat ik moet poetsen. Vorig weekend is dat er bij ingeschoten dus u begrijpt dat er geschrobd moet worden. Nee, dat kan niet zondag of maandag, dan krijgen we eters.
En bovendien: die demonstratie wordt een anti-Wildersoptocht. Ik hoef niet naar Amsterdam om voor het oog van de camera mijn aversie tegen de man aan de wereld te tonen. Dat heb ik al een paar keer op de radio gedaan en nog vaker op dit weblog.
Mocht u het gemist hebben: ik vind dat Wilders de vrijheid van meningsuiting misbruikt om zijn persoonlijke jihad tegen de islam te voeren (met dank aan veiligheidsdeskundige Rob van Wijk).
Ik word sowieso schijtziek van die discussies over Wilders. Ik haalde maandag opgelucht adem toen ik merkte dat de voorpagina van mijn ochtendblad voor het eerst sinds tijden Wildersvrij was, toen ik de advertentie van Harry de Winter zag. In de media begon meteen een nieuw hoofdstuk: Wilders en de Joden. Harry bedankt!
Dus zaterdag even niet. Hoeft ook niet, want met de ongetwijfeld prominente aanwezigheid van Youp van ’t Hek weten wij megalomane MAVO-klantjes met een meninkje (mooi dat ritme met die m’s) ons goed vertegenwoordigd.
P.S.
Ik kijk nog even hoe dat er in dichtvorm uit ziet:
Megalomane
MAVO-klantjes
Met een
Meninkje
Onzin
Op de website van RTL-nieuws las ik vanmorgen onderstaand bericht.
Kans op hartaanval kleiner door kat
Wie een kat als huisdier heeft, loopt minder risico een hartaanval te krijgen.
Het risico op een hartziekte wordt met eenderde verminderd. Dat hebben onderzoekers van de universiteit van Minnesota ontdekt, meldt Sky News.
Volgens de onderzoekers hebben mensen door de aanwezigheid van een kat minder zorgen en minder last van stress. Dat heeft een lagere hartslag en een lagere bloeddruk tot gevolg. De wetenschappers zeggen verrast te zijn door de resultaten van het onderzoek.
Dat is volstrekte onzin want elke dag open ik met bonkend hart de eetkamerdeur omdat daar een dooie vogel en een half pond veren kan liggen. En terwijl ik dat dan allemaal opruim wind ik mij zo op dat mijn bloeddruk tot ongekende hoogte stijgt.
Hugo Claus
Ik ben zo onhandig in het schrijven van een necrologie over iemand die ik niet persoonlijk heb gekend. Ik heb alle boeken van Hugo Claus, hij behoort tot de top vijf van mijn favoriete schrijvers.
Hij heeft zelf het moment gekozen waarop hij niet meer bij ons wilde zijn. Hij deed dat voordat zijn briljante geest hem in de steek zou laten.
Ik citeer Guy Verhofstadt:
‘Bijna niet meer in staat zijn woorden tot heldere frasen te kneden, de gepaste uitdrukkingen en metaforen te creëren, iets wat hem verdomme meer dan zestig jaar geen moeite had gekost, dat was — denk ik — een onontkoombare en ondraaglijke kwelling geworden. Als het waar is, zoals hij ooit schreef, dat ‘woorden de kleren van de gedachten zijn’, dan was hij nu naakt aan de wereld overgeleverd.’
Een mooi eerbetoon aan de overleden schrijver.
Maria
Hoe vaak hoort u iemand zeggen: dat is leuk voor je weblog. Als ervaren weblogger weet u dat niet alles wat u meemaakt geschikt is om op te schrijven. Soms omdat het te prive is, soms omdat je er bij geweest moet zijn om de humor van bepaalde situaties in te kunnen schatten. Achteraf verteld is daar niks meer aan.
Als u het toch wilt opschrijven en uzelf wil indekken, adviseer ik u het weblogje te beginnen met een lulverhaal waarin u schrijft dat lang niet alles wat u meemaakt geschikt is om op te schrijven. Soms omdat het te prive is, soms omdat je er bij geweest moet zijn om de humor van bepaalde situaties in te kunnen schatten. Achteraf verteld is daar niks meer aan. (deze laatste zinnen kunnen dan met copy paste).
En dan begint u uw verhaaltje en wacht u rustig af of anderen het ook grappig vinden. Zo niet, dan moet u de moed niet opgeven. Iedereen heeft wel eens een mindere dag.
We waren met een bevriend stel op stap. De vrouw bleef met een armband haken en er viel een bedeltje met een Maria-afbeelding op de grond. Haar vriend raapte het op, stak het in zijn broekzak en zei dat hij het voor haar zou bewaren. Zij vroeg zich af of dat wel een goede plek was voor Maria.
‘Natuurlijk,” zei mijn vrouw, “ze is lang niet meer zo dicht bij het kruis geweest.”
Wij lagen in ieder geval in een deuk.
Zaterdagavond
Toen mijn vrouw en ik de hoek om gingen zagen we twee schaars geklede meisjes in het smalle straatje staan. Pal voor het pand waar toeristen stepjes en solexen huren voor een lachwekkende tour door de stad. Dus toen ik daar laat op de avond die twee meisjes op de stoeprand zag staan dacht ik dat de verhuurder eindelijk de oubolligheid voorbij was.
Maar de meisjes bleken verdwaald. Normaal wijs ik ze netjes de weg, dit keer besloot ik ze op sleeptouw te nemen omdat ik toch die kant op moest. Mijn vrouw vond het goed. Eerlijk gezegd namen we er allebei één op sleeptouw.
Mijn meisje klaagde. Ze was geweigerd bij De Drie Gezusters omdat ze pas 17 en een half was. Ik keek opzij en kon het niet geloven. Ze vond het belachelijk. Ze lieten wel dronken jongens binnen van wie ze tevoren al wisten dat ze er gedonder mee zouden krijgen. En haar lieten ze staan. Ik keek nog eens opzij en begreep niet hoe een portier zo ongevoelig kon zijn.
Er is vaak gezeik in cafe’s, zei ze. Haar zus studeerde voor sukjoeretie en die had geleerd dat je nooit meer dan 20 procent allochtoon binnen moet laten. Ik kon me niet voorstellen dat dat officieel beleid was. Echt wel, zei het meisje.
Of ze het niet koud had, hoorde ik mezelf vragen. Dat was lang geleden. Nee, zei ze, de jassen lagen in de auto van haar vriendin. Die was 21 en mocht al rijden. We waren waar de meisjes moesten zijn. Bedankt voor het begeleiden, riepen ze.
Je maakt wat mee zei mijn vrouw even later in ons stamcafé tegen iemand die ze kende. Ze grapte dat ik haar bijna had ingeruild voor twee meisjes die samen bijna net zo oud waren als zij.
Ik zei niks, je moet mensen soms gelegenheid geven zelf de fout te ontdekken.. Ik zag haar denken. “Shit,” zei ze, “17 en 21 is 38. Dat is helemaal niet bijna net zo oud als ik.”
"Nou ja, toch bijna", zei ik. Het kan ook zijn dat ik het alleen maar dacht.
Geur
De barman kwam briesend binnen. Hij had zijn werk een paar uur uitbesteed en was naar een voorstelling in een klein theater om de hoek geweest. Nu kwam hij thuis met een heel vervelende ervaring.
De barman vertelde dat hij na afloop van de voorstelling in de kleine foyer nog wat had gedronken . Het was de gewoonte dat het publiek daar nog een tijdje nababbelde. Het barretje was altijd nog wel een uurtje open
Vroeger wilde de barman nog wel eens blijven plakken, maar nu was hij na een kwartier gevlucht. Want in het theatertje mag al maanden niet meer gerookt worden. Waar vroeger de allesoverheersende geur van rook alle andere geuren als het ware absorbeerde, was de lucht in de foyer nu zwanger van mensengeur en goedkope parfum.
Het had er vreselijk gestonken, zei de barman. Hij vreesde met grote vreze voor het moment dat hij in zijn eigen cafe het rookverbod zou moeten instellen.
“Stel je voor,” zei hij, “dat wij hier met z’n alleen elkaar staan te ruiken.”
Wij staken nog snel een paar sigaretten op zodat de lucht na juli nog lang blijft hangen.
Vocalies (4)
Toen ik eind vorig jaar ging solliciteren schreef ik in mijn brieven dat ik niet meer piepjong was. Bij de man die nu mijn baas is ontlokte dat tijdens het sollicitatiegesprek een hoofdschudden. Hij vond leeftijd minder relevant en nam me aan (hopelijk om nog een paar andere redenen dan alleen om het feit dat ik niet meer piep ben…).
Hij hoeft geen boodschap te hebben aan mijn klassieke opleiding, want bij hem doe ik een ander vak: dat van secretaresse. Maar hij legt wel een warme belangstelling aan de dag voor mijn klassieke opleiding en bezigheden. Dat stel ik zeer op prijs. Zo duwde hij me een paar weken geleden een artikeltje over operazangeres Tania Kross onder de neus, met als titel ‘Eigenlijk piek je rond je vijftigste jaar’. Zijn blik was veelbetekenend, tekst hoefde er niet bij.
Eergisteren scheurde hij weer rigoureus een paar pagina’s uit Elsevier. (Dat misschien iemand anders in het bedrijf prijs stelt op een heel exemplaar van Elsevier komt niet bij hem op.) Dit keer ging het over de Russische dirigent Valery Gergiev. ‘Ha!’ riep ik geamuseerd en half vertederd, ‘die ken ik!’ Nou steeg ik twee trappen in zijn achting: Gergiev kennen? Ik ga u eerlijk bekennen dat ik Gergiev wel ken, maar hij mij niet En ik ken hem vanwege zijn sonore spreekstem, niet vanwege zijn gebaar.
Bijna vier jaar geleden stierf mijn toenmalige baas bij de AVRO, Kees Hillen. Hij was, voordat hij bij de AVRO werkte, tien jaar directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Tropenjaren. Vooral omdat gedurende die tien jaren Valery Gergiev voornaamste gastdirigent was bij het Rotterdams Fiel. En als je met Gergiev mag werken, betekent dat een inzet van 200 procent en een hoop trammelant oplossen. Kees deed dat tien jaar lang met verve.
Tijdens de crematie was het Rotterdams Fiel op tournee, mèt Gergiev, in een of ander verweg land, ik geloof China of Japan. Maar ze wilden, en Gergiev vooral, hun eer betonen aan de onvergetelijke Kees. En dus hadden ze een cd gestuurd, uit Verweggistan, met een gesproken inleiding van Gergiev en een speciaal voor Kees gespeeld stuk. De tranen liepen niet alleen mij, maar het merendeel van de aanwezigen over de wangen tijdens het spelen van de muziek. Ik sloot voor eeuwig Gergiev in mijn hart. Hij weet dat niet, maar het zal hem geen kwaad brengen.
Op het stationnetje in Vught las ik het artikel over Gergiev. Hij verlaat het Rotterdams Fiel om in zijn geliefde Sint Petersburg in het Mariinsky Theater mooie dingen te gaan doen. Dag Valery, en dank voor de mooie klanken. Lezen, dat artikeltje!
PS: Wat speelde het Rotterdam Philharmonisch Orkest: La Valse van Maurice Ravel, live, voor Kees.
Reclame
Een van de leden van de fotoclub waar ik lid van ben heeft een foto-website gemaakt. Ik beveel hem aan:
www.martinvandeudekom.nl
A Day at the Office
“Nu heb ik toch iets meegemaakt,” zei de presentator van ons populaire radioprogramma.
“Wat dan, wat dan . . .?” riepen wij.
“Ik nodig een interviewkandidaat uit en het eerste dat hij vraagt is: zijn er ook verdiensten aan verbonden. Dat heeft nog nooit iemand gevraagd,” zei de presentator.
Wij lieten afkeurende geluiden horen. De brutaliteit. Wij weten hoe graag mensen door de presentator worden geïnterviewd.
En wij wilden natuurlijk weten wie het had bestaan geld te vragen.
Het bleek iemand te zijn die is gevraagd om te vertellen over zijn schizofrenie.
We sloegen dicht want daar spot je niet mee. Toen wij weer open waren verbaasden wij onszelf er over hoeveel kantoorgrappen je hierover toch kunt maken.
* * *
“Vinden jullie dat rookworst stinkt?”vroeg één van onze verslaggeefsters plompverloren.
Wij begonnen meteen kantoorgrappen te maken.
Ze zei dat het een serieuze vraag was. Er klonk lichte irritatie in haar stem.
Wij vonden rookworst niet stinken.
“Ik wel,” zei de verslaggeefster. “En ik vind margarine ook stinken. Dat wordt dus de insteek voor mijn verhaal.”
Het kwartje viel. Ze was zich aan het voorbereiden op een item over een tentoonstelling over Oss als fabrieksstad. Oss is niet alleen bekend van TOP Oss maar ook van Unilever (in Oss begonnen als margarinefabriek), Unox-rookworsten (wie was daar ooit de bekendste werknemer?) en Bergoss Tapijten.
“En weten jullie wel dat pillenfabriek Organon in Oss is voortgekomen uit vleesfabriek Zwanenburg,” zei de verslaggeefster.
Dat geloofden wij niet. Toen las ze op een plechtige verslaggeverstoon een stukje van Wikipedia voor en wij waren overtuigd.
Wij vroegen ons nog wel af hoe zij de stank van anti-conceptiepillen in het verhaal dacht te fietsen. Maar dat bleek niet de bedoeling.
Als u wil weten hoe het afloopt adviseer ik u af te stemmen op Omroep Brabant. Radio welteverstaan, want we hebben nog geen geurtelevisie.
Blasfemie
Ik heb de nieuwssites vandaag met extra veel belangstelling gelezen, maar tot nu zijn er geen tekenen dat de Bible-belt zich opmaakt voor demonstraties en de daar onvermijdelijk uit voortvloeiende plunderingen.
Evenmin lees ik dreigementen, uitgesproken door dominees wier ogen onder de rand van een zwarte hoed priemend naar ons gewone stervelingen kijken. Nee, het is vandaag rustig gebleven op de Zuid-Hollandse eilanden en op de Veluwe.
Dat mag een wonder heten. Want een meerderheid van de Tweede Kamer wil God definitief dood verklaren. Op voordracht van de rooien zal het blasfemieverbod vrijwel zeker uit de wet geschrapt worden. Het is namelijk een dode letter. Niemand wordt nog vervolgd voor godslastering, dus waarom zou je dan zo’n wet handhaven.
Die letters staan alleen maar in de weg. Zo’n wetboek is toch al zo’n brij. Ze zouden dat eigenlijk eens door een stagiair moeten laten opschonen, wie weet van welke dode letters we nog meer kunnen worden verlost.
De PvdA heeft de regering laten weten dat zij geen haast heeft met het schrappen van het blasfemieverbod. Het is al zo lang een dode letter dat Kamerlid Ton Heerts nu niet opeens haast heeft. Ik denk dat hij ex-gereformeerd is en nog steeds een beetje de Wrake Gods in zich draagt.
We kunnen dus over een tijdje, als het Heerts en zijn makkers schikt, officieel de God van de christenen (en ook van de joden natuurlijk) zonder problemen verrot schelden. En daarom dacht ik dat het onrustig zou zijn op de Bible-belt. Niets van dat alles. Ze trekken zich terug in hun huizen en kerken en bidden in plaats van brandstichtend door de straten te trekken.
Het is er ook geen weer voor in Nederland.
Blauw
Volgens mij ben ik de enige die nog niks heeft geschreven over de Smurfenactie van Albert Heijn. Ik doe mijn boodschappen bij de C1000 dus bij mijn inkoopbeleid speelt de Smurf geen rol van betekenis.
Ik heb ook geen kinderen die mij in de richting van Appie dwingen om daar te veel geld uit te geven zodat zij een collectie kunnen opbouwen die over een half jaar als een Smurfenkerkhof in de weg ligt.
Eerlijk gezegd voelde ik me wel een beetje melaats de laatste weken want het was smurfen voor en smurfen na en ik kon niet meepraten.
En net toen ik dacht dat ik dit therapeutisch van mij af moest schrijven las ik op de website van De Pers de volgende volzin:
Albert Heijn heeft te maken met een afzwakkende groei van het aantal extra bezoekers die de smurfenactie genereert. Dat blijkt woensdag uit cijfers van onderzoeksbureau GfK.
Ik concludeer uit dit taalkundig hoogstandje dat de hype voorbij is en dat ik te laat ben om op die golf mee te gaan.
Zeikhypje
Wat een zeldzaam zeikhypje raasde er gisteren en vanmorgen over ons land. Minister Rouvoet heeft een verschil van mening met zijn buren omdat hij zijn huis wil verbouwen. En die uitbouw neemt het licht bij de buren weg.
De Telegraaf en het AD vulden er de kolommen mee. De artikelen ronkten alsof er al bloed was gevloeid in de zo vredige Woerdense buurt met tweekappers. Tja, bij gebrek aan echte etnische rellen met machetes is zo’n niemendalletje al gauw een ruzie.
Ik stoor me daar aan. Ik weet niet of u wel eens rollen van de Raad van State leest, maar dit soort akkefietjes zijn schering en inslag. Nu de minister van Jeugd en Gezin betrokkene is, is het opeens voorpaginanieuws.
Natuurlijk is het vervelend als een uitbouw van een ander jouw licht weg neemt, maar daar heb je dus de Raad van State voor. Tien tegen één dat een bezwaarde zo’n zaak wint. Hoeveel voorbeelden wilt u hebben?
Rouvoet heeft inmiddels zijn bouwplan ingetrokken om de goede vrede met de buren te bewaren. Daar heb ik meer respect voor dan voor die twee publiciteitsgeile buurvrouwen die vanmorgen triomfantelijk op de foto in de krant stonden. Ze dronken champagne. Gewoon overdag.
Richtlijnen
Soms valt m’n bek open van verbazing. Dan ben ik sprakeloos. Gelukkig doen m’n handen het dan nog en kan ik via het toetsenbord communiceren.
Ik las dat er 25 leraren ontslagen zijn voor een digitale flirt met leerlingen. Mijn verbazing sloeg toe toen ik de volgende zin las: “Voor digitale communicatie tussen leraren en leerlingen bestaan op scholen nauwelijks richtlijnen.”
Is dit land werkelijk zo “verbureaucratiseerd” dat we de fatsoensnorm voor digitaal verkeer tussen leraar en leerling schriftelijk vast moeten leggen? Het is dat ik sprakeloos ben anders zou ik schreeuwen: COMMISSIE!!!!!!!!!!
Nee, doe mij dan het Saudische systeem maar:
RIYAD (ANP/DPA) - Een rechtbank in Saudi-Arabië heeft een onderwijzer op een lagere school tot zes oorvijgen veroordeeld. Hij krijgt daarmee met gelijke munt betaald voor zes fikse draaien om de oren die hij een leerling had gegeven, meldde de Saudische krant Okaz maandag. De leraar had de oorvijgen uitgedeeld omdat de jongen met zijn vingers op een koelwaterapparaat had geroffeld.
Adrenaline
U vraagt zich natuurlijk af wat een PSV-supporter doet op zo’n dag als vandaag nu de wedstrijd tegen aartsrivaal Ajax is verboden. Hoe hij de adrenaline een uitweg geeft die hij de hele week zo zorgvuldig heeft opgepompt? Gewoon, bij het Pelgrimskoor.
Kijk dat zit zo. Het Pelgrimskoor gaf vandaag een koffieconcert hier ter stede. Omdat de dirigent een goede vriend van ons is werd mijn vrouw ingefietst om ter variatie op de paternosters enkele Mozart-liederen te zingen. Toen gisteren duidelijk werd dat ik vandaag onverwacht vrij was kon ik het niet maken om niet naar het concert te gaan.
Het Pelgrimskoor bestaat uit bejaarde en hoogbejaarde zangers en zangeressen. Die zingen iets heel anders dan de zangers van de Oostzijde in het PSV-stadion. Die zingen bijvoorbeeld:
Jajaja eens per jaar wordt PSV kampioen,
Dat gaan we ieder jaar weer overdoen,
Rood en wit zijn onze voetbalkleuren ,
Niets kan onze jongens nog gebeuren
In plaats daarvan hoorde ik:
Erzeugt van heiszer Phantasie
In einer schwärmerischen Stunde
Zur Welt gebrachte geht zu Grunde
Ihr Kinder der Melancholie
Voor mij vanmiddag ook geen:
Sta op zing voor PSV..
Sta op voor de Kampioen..
Kampioenuhh,kampioenuhh . . .
Maar wel:
Im Schatten des Waldes, im Buchengezweig
Da regt’s sich und raschelt und flustert zu-gleich.
Voor de zigeunerlieder van Brahms hadden de koorleden zich wel woest uitgedost met hoofddoeken en sjaals. Veel rood. Dat had dan wel weer iets vertrouwdst.
Vocalies (3)
8 maart: wereldpremiere van ‘Die lustigen Weiber von Windsor’. Een van de leukste komische opera’s ooit, geschreven voor Otto Nicolai, een relatief onbekend opera-componist. Hij dirigeerde de premiere zelf, op 8 maart 1849 (hoewel sommige bronnen 9 maart vermelden, maar dan heb ik geen gastcolumn).
De opera is gebaseerd op een verhaal van William Shakespeare en gaat, hoe kan het anders, over huwelijkstrouw (of het ontbreken daaraan). Giuseppe Verdi, een van mijn lievelingscomponisten, gebruikte hetzelfde verhaal als basis voor zijn laatste opera ‘ Falstaff’ (de naam van een van de ontrouwe echtgenoten). Verdi was hoogbejaard toen hij de opera schreef, het was zijn laatste. Het slotkwartet ‘Tutto nel mondo `e burla’ (alles in de wereld is een grap) geldt als een van de moeilijkste kwartetten ooit geschreven; ik zou het graag eens zingen . . . Aan niets merk je dat Verdi een oude man was: het klinkt allemaal even fris en oorspronkelijk en hilarisch.
Wat ik wel gezongen heb is de aria ‘Nun eilt herbei’ uit ‘Die lustigen Weiber’. Heerlijk ding: je mag je ongebreideld kwaad maken en je kunt alle registers open trekken. Lekker schelden op de mannen en lekker slechte plannetjes beramen. Je moet wel begeleiding hebben die het kan spelen, want de tempo-wisselingen zijn enorm en je moet natuurlijk wel de vrijheid krijgen om echt uit te pakken.
Op You Tube vond ik twee filmpjes met deze aria. Sopraan Julie Bermel heeft beter door hoe het werkt dan Alexa Cortes (en let eens op de tempo-verschillen!). Er is natuurlijk veel geruis en gerommel, maar het geeft wel een indruk.
Wellicht heb ik u kunnen verleiden beide opera’s eens te beluisteren en liever nog: te bekijken; veel opera-repertoire komt uit op dvd tegenwoordig. Veel plezier.
Meiden
Ik heb het woord al zo vaak gehoord, maar ik heb er nooit over nagedacht. Meiden. Nou ja, ik denk wel eens aan meiden, maar niet aan het woord. Het is de laatste jaren een beetje onze taal binnen geslopen.
Vroeger mochten wij dat woord niet gebruiken. Wij moesten meisjes zeggen. Meid of meiden was een lelijk woord. Het werd alleen gebruikt voor breezersletjes, die toen natuurlijk niet bestonden want er waren toen geen breezers.
Maar opeens was het woord meiden gemeengoed. Als ik het hoor dan denk ik meteen aan allochtone meisjes, zo tussen de 15 en de 20, die heel goed voor zichzelf op kunnen komen. Ik weet niet waarom ik daar aan denk, laat staan dat ik weet of dat meiden zijn.
In de aanloop naar de Internationale Vrouwendag hoor ik het woord meiden de hele week al langs komen. Dus heb ik op de redactie gevraagd welke betekenis mijn collega’s er aan geven. Een vrouwelijke collega van mijn leeftijd en een meid van wereld schaarde alle vrouwen tussen de 15 en de 25 onder meiden. Het is geen negatief woord, zei ze.
Een jonge cameraman dacht bij het woord meiden maar aan één ding. Ik zag het aan zijn ogen. Maar dat wilde ik niet horen. Doe eens serieus, zei ik. Nou ja bijvoorbeeld, zei hij, een vrouw kan beter een lekker wijf zijn dan een mooie meid.
Opvoeden
Ik moest vanmorgen aan meneer en mevrouw Van Maanen denken. In mijn jeugd waren dat onze buren. Meneer Van Maanen was boekhouder. Hij droeg als enige in de straat altijd een keurig pak. Mevrouw Van Maanen was vanzelfsprekend huisvrouw. Ze had haar handen vol aan vier kinderen. Het was een voorbeeldig gezin.
(Ik was vanaf mijn kleutertijd al verliefd op hun oudste dochter, maar toen wij ouder werden ontdekte ik dat in de pubertijd het leeftijdsverschil tussen een jongetje van 12 en een ontluikende vrouw van 17 onoverbrugbaar was.)
Ik dacht aan die familie omdat ik in de Volkskrant las dat er twee rapporten zijn gepresenteerd over “Gezinnen van de toekomst”. Toen hij ze in ontvangst nam zei minister Rouvoet dat hij de opvoeding niet wil problematiseren. Persoonlijk vind ik opvoeden het zwaarste dat me ooit is overkomen.
Toen ik jong was, was opvoeden heel eenvoudig. Als mijn moeder ons iets verbood zei ze: dat doen ze bij Van Maanen ook niet. En als zij vond dat wij per se iets moesten doen dat wij niet wilden, zei ze: dat doen die van Van Maanen ook. En zo zijn wij kinderen allemaal goed terecht gekomen.
Kortom: we hebben rolmodellen nodig.
Dan voorkomen we ook onderstaande taferelen (hopelijk waren het geen vastkokers).
Een jongen van zeventien jaar heeft gistermiddag in Eindhoven zijn moeder geslagen met een zak aardappelen. Dat gebeurde in hun woning in het stadsdeel Woensel-Zuid. Nadat hij ook een salontafel had vernield, wist de 46-jarige vrouw hem naar buiten te werken. Daar koelde de jongen zijn woede, met een bromfietshelm, op moeders auto. Toen de vrouw poolshoogte wilde nemen, werd ze door haar zoon in het gezicht getrapt. De jongen werd later op de dag aangehouden.
Voorbeeld
Ik was gisteren bij een commissievergadering van de gemeente Den Bosch. Beroepshalve, want voor je lol ga je daar niet naar toe. Nou ja, laat ik het niet dramatiseren. Politiek en bestuur zijn best interessant. Maar die zich voortslepende vergaderingen over de vraag of iets een protocol of een stappenplan moet heten, zijn soms saai.
Sommige politici lezen hun verhaal van een papiertje. Dat betekent dat ze er thuis over hebben nagedacht maar als ze dan voor de vuist weg moeten praten gaan ze wel eens zweven.
Ik zal u een voorbeeld geven van zo’n zin, die ik gisteravond iemand hoorde uitspreken: “nou bijvoorbeeld als voorbeeld om een voorbeeld te geven . . .”
Helaas was ik daar zo over aan het nadenken dat ik het voorbeeld zelf hebt gemist. Da’s jammer want misschien hadden u, de luisteraars en ik er nog wel iets aan dat voorbeeld gehad.
Deprimerend
Het was weer mijn beurt om op onze radiozender commentaar te geven op een actualiteit. Ik had geen zin in Geert Wilders, daar is al zo veel over gezegd. Ik had ook geen zin in het conflict in de Gaza-strook. Ik weet echt niet meer wat ik daar van moet denken.
Ik was wel getroffen door die huilende mensen die de dode lichamen van hun vrienden en familie door de Palestijnse straten droegen. Al die doden hebben een moeder, een broer, een zus, een vader. Als je daar aan denkt dan voel je je heel onmachtig. Dat zei ik dus in mijn commentaar.
Mijn collega, de presentator, liet mij gaan. En ik zei dat conflicten als deze en die in Irak, Afghanistan, Kenia en Soedan voor ons meestal niet meer zijn dan items in een journaal. Dat wij geneigd zijn de menselijke maat te verliezen, nooit nadenken over het persoonlijke leed van mensen die een zoon of dochter, man of vrouw verliezen. Het is allemaal zo groot en zo ver weg.
Ik vertelde dat ik deze week de film Rendition heb gezien. Het is geen uitgesproken goeie film maar hij laat zien welk persoonlijk leed de nietsontziende strijd van Amerika tegen terrorisme bij alle partijen kan veroorzaken. Deprimerend, net als dat gevoel van onmacht.
En toen waren mijn drie minuten alweer om.
Imago
Ik heb een nieuwtje voor al mijn collega’s. Onze nieuwe hoofdredacteur die vandaag is begonnen blijft minstens twee jaar. Gelet op de snelheid waarmee de vorige twee vertrokken is dat goed nieuws.
Ik weet dat dankzij de redactiegoudvis. Niemand wil dat beestje verschonen dus doe ik dat elke vrijdag. Ik hou er niet van dieren aan hun lot over te laten. Afgelopen vrijdag heb ik overgeslagen omdat wij de Commissaris der Koningin over de vloer hadden en in haar kielzog alle Brabantse burgemeesters. En dan ga je als respectabel journalist niet met een vissenkom door de gang sjouwen. Ik heb ook m’n trots en gevoel voor decorum.
Dus kreeg Cristel maandagmorgen pas schoon water. Net toen ik met de kom de redactieruimte verliet kwam de directeur binnen om onze nieuwe hoofdredacteur voor te stellen. In één klap ben ik voor hem "die man met die goudvis". Ik vroeg hem hoe lang ik dat imago zal hebben. Hij dacht twee jaar. Dat ga ik dus nu verkorten door als eerste te melden dat hij minstens twee jaar blijft. Dattie weet wie er bovenop het nieuws zit . . .
Dames
Ik had vandaag bijna de hulp van Friesland moeten inroepen om voor eens en voor altijd een einde te maken aan een discussie. Maar op het toilet loste het probleem zich vanzelf op.
Eenmaal per jaar zijn wij te gast op een groot feest in een dorpshuis in een kleine Brabantse negorij. Daar speelt altijd een accordeonist. Het is een verstandelijk gehandicapte persoon die volstrekt geslachtsloos is. De accordeonist speelt de sterren van de hemel, dat wel. En steeds vragen wij ons af: is het een man of een vrouw?
Mijn eigen vrouw kent de accordeonist al minstens twintig jaar, maar zelfs zij weet het niet. Gisteren had ik opeens een inval. “Maar weet je dan hoe die persoon heet, misschien dat dat iets helpt,” zei ik.
“Dat is het probleem,” zei ze, “hij of zij heeft een Friese naam en ik weet niet of dat een jongens- of een meisjesnaam is.” Dus vandaag had ik Friesland willen vragen of Aene een jongens- of een meisjesnaam is.
Maar, de oplossing kwam toen wij naar huis gingen. Ik stond in de lange gang van het dorpshuis op mijn vrouw te wachten toen Aene door de klapdeuren kwam en recht op de toiletten af liep. Ik heb nog nooit zo verwachtingsvol gekeken naar iemand die naar de WC gaat. Hij stapte resoluut naar het herentoilet waar een groepje mannen voor de deur stond te praten. En ik hoorde haar zeggen: “Ik moet bij de dames zijn hoor, hoewel iedereen denkt dat ik een jongen ben.”
Vocalies (2)
Repetitie met een projectkoor. Allemaal geroutineerde zangers, dus ze zullen wel weten wat ze zangtechnisch doen, denk je dan. Allemaal een opleiding op niveau gehad in muziek (al is dat niet altijd zang geweest, maar vaak AMV, piano, schoolmuziek of noem nog maar een aantal conservatorium-studierichtingen op).
Toch loopt het niet altijd even geroutineerd: mijn makke is bijvoorbeeld dat ik, als ik de noten nog niet goed ken, mijn strottenhoofd (da’s dat ding in je keel waar je stembanden in hangen) te hoog instel en dus de stembanden te veel basisspanning geef en dus na een dag een hese spreekstem heb (in mijn directe omgeving ook wel eens omschreven als een ‘geil’ stemgeluid.) Het is meestal na een dag over en als de noten zitten kan ik ongestoord dagen achter elkaar zingen, dus het komt wel goed, dank u.
De mevrouw naast mij in de achterste rij van de sopranen had hoorbaar moeite met het loopje omhoog van hoge (echte sopraan-)tonen. Ik zei er wijselijk niks van totdat ze zich bij me meldde: "Ik heb toch zo’n moeite met dat loopje daar; ik haal het niet, terwijl ik de hoogste noot op zich makkelijk kan zingen."
Haar toon is dusdanig vragend dat ik besluit een van mijn pedagogentruucs in de strijd te gooien
"Misschien helpt het als u uw zitvlak tegen de stoel drukt terwijl u het loopje naar boven zingt," zeg ik
Verbijstering is mijn deel. Zitvlak tegen de stoel? Maar we waren toch aan het zingen?
Ik leg uit. Contact met je zitvlak tegen de stoel maakt dat er een soort contrabeweging komt: de toon gaat omhoog en de spanning in de buik neemt toe en dat haalt de spanning op de keel weg, hetgeen de stembanden meer vrijheid geeft om te ‘spelen’. (Bent u er nog?)
De verbijstering bij mijn buurvrouw neemt toe. "Hoe weet ik nou of mijn zitvlak contact heeft met de stoel?"
Ik word onrustig, want tegen een wildvreemde (bij projectkoren heb je steeds een andere buurvrouw) dien je decente woorden te gebruiken en kun je moeilijk zeggen ‘douw je kont tegen de stoel’. Dus: "Bij de houten stoel waar we op zitten kun je toch voelen dat je zitbeenderen de stoel raken?"
Ze schudt haar hoofd, zitbeenderen?
Ik leg het uit: Als je laag inademt, plat je middenrif af, drukt de organen in je onderbuik samen en doet derhalve je schaambeenderen wijken. "Hebt u ooit kinderen gehad? " vraag ik.
Ze knikt: drie.
En dan maak ik de kardinale fout: ik kom te dichtbij als ik zeg "nou, als er een kind langs moet, wijken je schaambeenderen ook, dat gevoel kunt u zich toch wel herinneren?"
Ze wendt zich gloeiend blozend af en ik kan mezelf wel slaan. Het laatste wat ik wil is haar in verlegenheid brengen.
Na de pauze zit de mevrouw in kwestie drie stoelen verder, met veilig tussen ons in twee nieuwe buurvrouwen.
Marlies
