Echtscheiding



Nee?? Dacht u dat echt??  Mijn vrouw kan heus wel tegen een plagerig weblogje hoor . . .

Wij werken bij de regionale omroep van dag tot dag. Persberichten voor evenementen op termijn gaan in een map. Ze komen weer boven water als het moment daar is.

In juli kregen wij een enthousiaste mail van twee dames uit Vught, Joyce en Cecilia. De dames kondigden aan dat ze op 1 november aan een wereldduurrecordpoging darten zouden beginnen. In Brabant doen veel mensen recordpogingen. Deze dames wilden in het Guinness Book of Records komen ten bate van de stichting Kika. Is er een mooier doel denkbaar? 72 uur achtereen dachten ze het vol te houden.

Vandaag kwam dat persbericht uit de map, want morgen is het 1 november. Een collega bedacht dat hij daar een sfeerrepootje zou gaan maken. We zijn regionale omroep nietwaar?

Hij belde één van de dames op. Dat werd een pijnlijk gesprek. De wereldrecordpoging gaat namelijk niet door. “We hebben op dit moment wel iets anders aan ons hoofd,” zei de dame. Joyce en Cecilia liggen namelijk allebei in scheiding.

Wij werken nu aan een doorwrochte reportage over het effect van darten op de relatie.








Ondenkbaar



We hadden met onze gasten een driftig gesprek over films en filmsterren. Over films kan ik meepraten over sterren niet. Ik krijg die namen niet in mijn hoofd gestampt.

Ik hoorde mijn vrouw zeggen dat Al Pacino haar favoriet is. Het kan ook George Cloony geweest zijn. Ik wil er even van af wezen.

Maar in ieder geval: als die ene bij ons door de straat zou komen dan zou ze naar beneden rennen, schoenen aantrekken en mee gaan. Hij was de enige man ter wereld voor wie ze mij zou laten zitten

Daar moest ik hartelijk om lachen. Het is volstrekt ondenkbaar dat dat zal gebeuren. Kijk, dat Al Pacino (of George Cloony) door onze straat loopt, wil ik nog wel aannemen. En dat hij (of die andere) er met mijn vrouw vandoor zou gaan, geloof ik ook nog wel.

Maar dat zij een keuze kan maken uit haar veertig paar schoenen voordat die filmster lang en breed de hoek om is gaat er bij mij niet in . . .









Broer schrijft . . .


Ik zei vorige week nog tegen Fidel (hij heeft liever niet dat ik hem Poes noem, zoals de baas doet, want dat herinnert hem te veel aan een kleine maar ingrijpende operatie die ons totaal ongeschikt heeft gemaakt voor een normaal leven als kater): het is maar goed, zei ik, dat de Partij voor de Dieren er is.

Fidel zei dat ik gelijk had, maar ik meende te zien dat hij niet wist waar ik het over had. Fidel is namelijk niet zo slim en veel te dik. Ik heb hem dus verteld dat onze vakbond Kamervragen had gesteld waarin stond dat dieren er niet zijn voor vermaak.

Fidel deed een oog open en daar keek hij mij lodderig mee aan. Dat is ook zo, hoorde ik hem zeggen. Er kwam zowaar geluid uit die dikke haarbal! Van plezier sprong ik boven op hem. Het werd een dolle boel, wij zijn er namelijk wel voor elkaars vermaak..

En nu hoorde ik vandaag dat de PvdD zoveel vragen stelt dat er twee extra ambtenaren aangetrokken zijn om die allemaal te beantwoorden. Ik was helemaal opgewonden over zoveel belangenbehartiging en vertelde dat nieuws enthousiast aan Fidel.

“Dat is excellent,” zei hij. “Dat een democratisch gekozen parlementariër, die haar bestaansrecht voornamelijk te danken heeft aan onze achterstand ten opzichte van het menselijk ras, haar taak zo serieus neemt en een heel departement dusdanig bestookt met vragen, dat zij werkt schept voor twee leden van datzelfde menselijke ras.”

Er zit toch meer die dikke broer van mij dan ik dacht.








Herrie


Ik kook graag, dus het was gisteren my finest hour omdat ik een viergangenmaaltijd mocht maken voor de buren. Mijn vrouw blijft dan uit de buurt, want als ik vier pannen tegelijk in de gaten moet houden ben ik liever alleen. Maar er komt altijd een moment dat je een paar extra handjes nodig hebt.

Of ze uit de bakken met kruiden een paar basilicumblaadjes wilde knippen. Blijmoedig toog mijn vrouw naar buiten.

“Is dit basilicum?” vroeg ze terwijl ze me een handje oregano toonde.

“Nee”, zei ik, “ de basilicum staat rechts vooraan.”

“Ooohhh,” zei ze en ze ging opgewekt terug naar het dakterras. Ze kwam terug met salieblaadjes. Ik had het kunnen weten, want voor een vrouw is rechts links.

Toen heb ik uitgelegd dat de rechtse bak, de bak is die aan de rand van het terras staat, aan de kant van buren en dat de basilicumplant de plant is die aan de voorkant staat, de kant van de achtergevel, dus niet de kant van de rand van het dakterras. Dat was helder.

En zo kreeg ik alsnog de basilicumblaadjes en was het tijd iets moeilijkers te delegeren. Het maken van de salade. Dat ging buitengewoon.|

Tot slot zou ze er de dressing in doen. Daarvoor had ik al de hele middag knoflook en pepertjes in olijfolie laten weken.

“Geen probleem, duidelijk,” zei mijn vrouw. “De olie moet door een zeef en daarna in de salade. De knoflook en pepertjes mogen weg.”

“Klaar,” zei ze. De knoflook en de pepertjes lagen in de zeef, de olie zag ik door het afvoerputje van de gootsteen lopen.

En toen was er heel even herrie in de keuken. Gelukkig begreep ze meteen dat ze de olie had moeten opvangen. Dat was een mooi leermoment.








Zomertijd


Nu snap ik waarom niemand behalve ikzelf iets heeft geschreven over Harry Mulisch en de Nobelprijs voor Literatuur. Alle media hebben hun beschikbare krachten ingezet op een verhaal over het nut en onnut van de zomertijd.

Tja, je moet het jaarlijks terugkerende oktoberonderwerp afwisselen wil je blijven boeien. Wat dat betreft heb ik het dit jaar helemaal verkeerd gedaan. Ik geef het gewoon toe.

Ik ben niet zo bezig met zomertijd. De enige gedachte die ik er bij heb is: getverderrie, volgende week weer in het donker naar huis fietsen . . .








Toeval


Soms, als ik door mijn namenlijst blader, denk ik wel eens: de mensen doen het er om. Ze kiezen een beroep dat bij hun naam past. Uitsluitend om op mijn lijst te komen.

Nee, vast niet. Het is natuurlijk allemaal toeval. Er zal best hier of daar een wetenschappelijke verklaring zijn. Een boer die Boer heet is waarschijnlijk de achter- achter- achterkleinzoon van een boer, die in de napoleontische tijd geen betere achternaam wist te verzinnen.

Net zo goed als het toeval dat mij als namenfreak afgelopen zondag overkwam. We zaten met een min of meer toevallig bij elkaar gekomen gezelschap aan de lunch. Opeens vroeg iemand aan één van de mannen hoe hij met zijn achternaam heette. Wijn, zei hij. En weet je wat grappig is, zei zijn vrouw: ik heet Biermans.

Hahaha, overtrof een echtpaar aan dezelfde tafel. Wij heten De Proost.

Een andere man moest onbedaarlijk lachen en wees naar een vrouw, die ook in ons gezelschap was. Als zij nog getrouwd zou zijn, dan zou ze Brouwers, geheten hebben.

Ik voel een weblogje aankomen, zei mijn vrouw.








Vriendelijk


De bel op zondagmorgen. Dat is bijzonder. Ik liep de trap af en zag door het glas van de deur een korte gezette man. Hij bleek in gezelschap van een lange donkergekleurde jongeling, die ik pas zag toen de voordeur helemaal open was.

“Goedemorgen heer,” zei de blanke man. “Dit is Justus en mijn naam is Toon.”

“Goedemorgen,” zei ik.

Justus was gekleed in een strak pak, geheel volgens de laatste mode. Toon had een ouderwets pak aan met een stropdas die daar buitengewoon fel bij afstak.

“Wat staat u lekker in het zonnetje,” zei Toon tegen mij. Hij had gelijk de zon scheen recht over het dak van de tegenoverliggende huizen in mijn gezicht. Ik moest zelfs mijn ogen een beetje toeknijpen om Justus en Toon goed te kunnen zien.

“En u heeft de zon in de rug,” zei ik.

Toon grinnikte.

“U weet,” zei hij, “dat iedereen wel eens problemen heeft in zijn leven en op zoek is naar oplossingen.”

Vertel mij wat wilde ik zeggen, maar ik besefte dat dat een vrijbrief zou zijn voor Toon en Justus om een voet tussen de deur te krijgen. Dus ik vroeg of zij van het Wachttorengenootschap waren. Zeg maar, v/h Jehovah’s Getuigen.

“Jazeker,” zei Toon terwijl Justus vriendelijk glimlachend naar mij keek.

Ik lachte terug.

“Dan heb ik geen belangstelling,” zei ik beleefd doch dringend.

“Dan vallen wij u niet langer lastig, want u lijkt ons een vriendelijke mens,” zei Toon. Hij en Justus gingen weer eens verder.

Dat was lang geleden, dat iemand mij een vriendelijke mens noemde. Had ik ze toch niet . . . .








Seventies


Bij ons omroeppie staat alles in het teken van de jaren zeventig. Het liefst zouden ze geloof ik zien dat ik de hele week in een strakke broek met wijde pijpen liep, maar zeg nou zelf . . .

Die retro-actie heeft alles te maken met de tentoonstelling Wauw! die momenteel in het Noordbrabants Museum in Den Bosch wordt gehouden. Die gaat over de jaren zeventig en wij hebben als omroep nu een themaweek over de seventies. Kijkers en luisteraars die een herinnering aan die jaren hebben kunnen ze op onze zenders kwijt. Verhalen, foto’s, filmpjes, muziek enzovoort . . .

De jaren zeventig waren voor mijn leven nogal bepalend. Ik ging ze in als schuchter MAVO-klantje en verliet ze tien jaar later als aanstaand vader. Ik ben nog eens in mijn eigen fotoboek gedoken en kwam daar een representatief plaatje tegen voor de seventies.

U ziet daarop dat wij toen nog een gaskachel hadden in plaats van centrale verwarming. En let eens op dat bonte vloerkleed en die rookstoel naast de kachel. Zo jaren zeventig. Let maar even niet op dat ventje dat daar voor ligt. Dat was nog aan het herstellen van het oud- en nieuwfeest 1975/1976 . . .








Te braaf?


Jaren geleden belde mijn ex op zaterdagmorgen. Er stonden twee politiemensen bij haar op de stoep. Ze kwamen voor mijn jongste zoon. Hij had maanden daarvoor, na een met bier overgoten carnavalsnacht ergens vernielingen aangericht. Als ouders voel je je dan door de grond zakken. We hebben onze zoon meteen hard aangepakt.

Hij moest zich een paar dagen later op het politiebureau melden. Wij gingen mee. De schade was getaxeerd op 1800 gulden. Mijn ex en ik betaalden allebei de helft, mijn zoon kreeg van ons de opdracht dat hele bedrag in termijnen terug te betalen. Dat deed hij trouw.

De man van justitie die ons te woord stond zei een paar aardige dingen. Dat hij dacht dat het een incident was geweest en dat mijn zoon geen kwaaie jongen was. Hij was ook zeer te spreken over de manier waarop wij ouders meewerkten. Hij zag af van een strafblad. Eerlijk gezegd hebben wij nog wel een paar jaar ons hart vastgehouden. Maar – voor zover wij weten – heeft onze zoon nooit meer een politiebureau van binnen gezien.

Nu lees ik dat er plannen zijn om ouders van kinderen die stelselmatig in de fout gaan hun kinderbijslag af te pakken. Maar dat is nog niet alles, er wordt overwogen de schadevergoeding en boetes te laten betalen door de ouders en de kinderen. Ik dacht dat het normaal was dat je de schade betaalde.

Betekent dat nu dat ik jaren geleden er voor had kunnen kiezen niet te betalen? Wat ik toen allemaal niet had kunnen doen met 900 gulden. Bijvoorbeeld een nieuwe stereo kopen, of een weekje Mallorca boeken.  We waren te braaf.








Positief


Bekijk het nou eens positief. Zonder de islam en zonder k*tmarokkaantjes zouden een kwart van de Nederlandse journalisten en de helft van onze opinieleiders zonder werk thuis zitten.








Oktober












Brief van Ali (20)


Beste mensen,


Is grappige situatie op ons fabriek waar steeds meer poolse mensen werken. Is nou net als vroeger als Mo en ik in Nederland kwamen vanaf ons dorp en geiten en schapen van opa Tariq. Was in fabriek moeilijk want wij konden niet verstaan Nederlandse collega’s. Wij deden allemaal handen en voeten. Nou is weer zo, wij kunnen niet praten met poolse mensen.

Vroeger was Mevrouw van directeur van fabriek die was schoolmeesterjuffrouw die ons Nederlandse taal ging leren in kantine. Altijd op avond na werk, was fijn wij hadden toch maar verveling in pension.

Mevrouw had soort plank met plaatjes van aap, noot, mies. U kent vast wel. Mies was poes, maar eerst wij dachten poes was mies. Nou snappen wij wel waarom poes van pension nooit kwam als wij riepen mies, mies, mies lekker melkie. Mies is naam en niet woord voor poes en poes was snuitje met witte vlek op neus.

Toch wij leerden nederlands en later kwam echte cursus van buurthuis voor alle turkse en Marokkaanse mensen. Maar nu is dus probleem met poolse mensen. Zij spreken geen Nederlandse taal en wij moeten weer praten met handen en voeten. Is moeilijk hoor poolse taal met handen en voeten (is grapje). Mo en ik zeggen tegen poolse collega’s zij moeten ook snel taal leren, maar zij doen niet want zij gaan weer terug als zij geld verdiend hebben.

Wij hebben beetje moeten lachen en gezegd wij kwamen ook alleen maar geld verdienen voor eigen bedrijf in ons dorp. Maar nu wij wonen al dertig jaar in Nederland. Maar poolse mensen snappen niet wat wij bedoelen. Wij moeten nog goed oefenen in praten met handen en voeten.

serdeczne pozdrowienia

Ali Yildiz








Drop


Drop, vroeger kon ik er zakken vol van op. Op een gegeven moment had ik het gehad met drop. De afgelopen weken heb ik weer twee keer drop gegeten tijdens culinaire uitspattingen.

De eerste keer was na een rondleiding op een biologische boerderij. We waren daar als leden van Slow Food en we maakten kennis met de dropplant. (Nee, daar groeit geen drop aan randstedelingetjes. En melk komt uit een koe.) Bij die gelegenheid was ook chef-kok Evert Thielen van de Gertrudahoeve. Hij had van al die biologische groenten en kruiden gerechtjes gemaakt. Waaronder een crème brulée van de dropplant. En dat was toch lekker. Ik vond het wel een vondst.

Afgelopen vrijdag aten we bij De Nieuwe Mulderij en Leeuwarden van chef-kok Henk Markus. Hij had in het nagerecht een bolletje ijs gestopt in dropgelei. Ik vroeg hem of wij hier te maken hebben met een nieuwe trend in culinair Nederland. Maar daar wist hij niet van.

Hij vertelde dat hij had geëxperimenteerd met zoethout als amuse (zoethoudertje) maar dat bleek niet zo eenvoudig. Daarvoor was hij in contact gekomen met een nabijgelegen snoepfabriek. En daar had hij ontdekt dat in drop arabische gom zit. En van het één kwam het ander.

Gelukkig vond Marlies het niet zo lekker, had ik mooi twee bolletjes.








TON


Rita Verdonk gaat een eigen politieke beweging oprichten.
Trots Op Nederland. Waarom klinkt mij dat nou toch nationalistisch in de oren? En waarom krijg ik bij het woord nationalistisch toch altijd een rare smaak in de mond?

Trots Op Nederland. Afgekort: TON. Hee, daar ken ik een liedje over:

Jan Huigen in de ton
Met een hoepeltje erom
Jan Huigen, Jan Huigen
en de ton die viel in de duigen


Bij het lied hoort een soort van dansje. De kinderen nemen elkaar bij de hand en vormen een kring. Deze kring draait rond tijdens het zingen. Wanneer "Jan Huigen, Jan Huigen" wordt gezongen komt de kring tot stilstand en laten de kinderen elkaar los. Bij de laatste regel, over de in elkaar vallende ton, laten de kinderen zich vallen op de grond. (Aldus Wikipedia.)








Friesland dus


                                                  hindeloopen


                                                  hindeloopen


                                                  hindeloopen


                                                  lauwersoog








Rose


De eerste keer zag ik er nog geen verhaal in, want ik wist niet zeker of ik wel zag wat ik zag. Maar vandaag zag ik het weer. Op een weggetje in het bos waar ik dagelijks fiets zag ik voor de tweede keer een man die bezig was de belettering van een stationwagon te bedekken met vierkante magneetstrips.

Dit keer was hij nog niet zo ver als vorige keer en ik zag dat overal op de auto de naam Hulsker stond en een rose beeldmerk. De meeste waren al bedekt en de rest zou snel volgen want de man had nog een paar van die magneetplaten in zijn hand. Het was een komisch gezicht, de auto leek op een manchester broek die ontelbaar keer versteld was.

Ik ga zo’n man op die plek natuurlijk niet aanspreken. Je weet nooit tegenwoordig, voor je het weet ben ik zelf een bulletinbericht in de rubriek politienieuws. Maar ik was wel nieuwsgierig en ben gaan googelen.

Op de naam Hulsker kom je niet zo veel tegen dat een bedrijfswagen rechtvaardigt. Een caravanbedrijf, maar ook een dame die mediation doet. En die heeft een rose beeldmerk . . . Maar ja, heeft zo’n dame een bedrijfsauto waarvoor iemand zich schaamt.?

Bah, ik hou niet van stukjes die meer vragen oproepen dan beantwoorden. Weinig journalistiek ook.








Moddergat


Ik had Paesens en Moddergat niet gepland. Het hotel in Heerenveen wel. De tocht langs Stavoren, Hindeloopen en Workum ook. En ook de toprestaurants in Leeuwarden en Drachten, maar Paesens en Moddergat niet. Totdat ik op de kaart zag dat we er heel dicht bij waren.

Dat kwam zo: we waren veel eerder van onze wandeling rondom Eastermar terug dan we dachten. Want het was zaterdag de hele dag mistig zodat we geen weiland zagen waarin we een uurtje konden liggen. En in De Rotteval waren alle etablissementen gesloten waardoor een uitgebreide lunch er ook al niet in zat. Tijd zat om nog even naar het wad te rijden.

En toen zag ik op de kaart Paesens en Moddergat. Dat ken ik van het gelijknamige radioprogramma. De hele weg richting Waddenzee twijfelde ik of ik er echt naar toe zou rijden. Wat kon er nou in Paesens en Moddergat zijn?

Het was Marlies die mij linksaf stuurde. Ze weet dat ze me af en toe een duwtje moet geven. We keken onze ogen uit en toen wisten we nog niet eens dat Moddergat in de NCRV-verkiezing “Mooiste plekje van Nederland” als tweede was geëindigd. Op het moment dat wij het dorp binnen reden brak de zon door de mist. Toen wisten wij genoeg. God was vanuit Jorwerd slechts een sturkje verderop gaan wonen.

We stopten bij het plaatselijke cafe. Er was niemand behalve een oudere man met lange vlasblonde haren. Om zijn hoofd had hij bij wijze van haarband een rode zakdoek geknoopt. Ik wist meteen dat hij de eigenaar was van de A-team-achtige auto op het parkeerterreintje waarop stond Husqvarna Grasstrack Team. Geen idee wat Grasstrack is, meer het hoorde bij die man. Hij zat aan de stamtafel, dat kon je zien aan de manier waarop hij daar zat.

Nadat de eigenaresse de bestelling had gebracht ging ze naast de man zitten. Ze vroeg of we op vakantie waren want ze zag natuurlijk ook wel dat wij niet uit Paesens en Moddergat kwamen. Daar ken je elkaar. We vertelden haar dat we een weekendje Friesland deden. Marlies was er dertig jaar geleden voor het laatst geweest en ik twintig jaar geleden. Brabanders trekken meer naar Limburg en België.

We zeiden dat het zo mooi was in Paesens en Moddergat. Ze knikte. Maar het was me ook opgevallen, zei ik, dat er zoveel huisjes te koop stonden. Ik vroeg me af of de bewoners wegtrokken. “Allemaal vakantiewoningen,” zei de man. Hij vertelde dat ze vroeger waren gekocht door Duitsers, die nu allemaal met pensioen gingen en niet meer kwamen. Hun kinderen hadden er geen trek in dus ze verkochten het spul.

De mevrouw zei dat er steeds meer Randstedelingen een huisje kochten met de bedoeling zich later permanent in Paesens en Moddergat te vestigen. Ik haalde opgelucht adem. Er bleef dus levendigheid, want je moet er niet aan denken dat over twintig jaar, als we weer naar Friesland gaan, daar aan het wad alleen nog maar ruines liggen. Ik neem dan in zeker Paesens en Moddergat op in de route.










Filmzoon


Ik heb het verhaal van een betrouwbare getuige. Iemand die er bij was, die het met eigen ogen heeft gezien en met eigen oren heeft gehoord.

Het verhaal gaat over Jan de Decleir. Voor mij is Al Pacino de Jan de Decleir van de Verenigde Staten, opdat u mijn adoratie begrijpt. Jan Decleir was vorige week gast op het Nederlands Filmfestival. En hij ging naar huis met een Kalf voor de beste mannelijke bijrol in Wolfsbergen.

Mijn bron was ook op de festival en stond naast de Vlaming aan de bar. (Als ik dat hoor dan sterf ik al van jaloezie.) Mijn idool bestelde vier consumpties, voor hemzelf en drie mensen die hem naar de prijsuitreiking hadden vergezeld, zo vertelde mijn tipgever. De barkeeper vertelde Decleir wat dat kostte. Dat leidde tot enige onrust want mijn filmheld had geen geld in zijn feestpak gestoken. Hij dacht dat hij als gast onthaald zou worden, zoals men dat in Belgie gewend is.

Dat bleek niet zo. De barkeeper voelde zich ook lullig, maar hij mocht zelfs Jan Decleir geen gratis consumptie offreren. De artiest vertoonde geen spoor van rancune, liet zijn consumpties op de bar achter en ging naar zijn gezelschap om een paar euro te lenen, waarna hij zijn bestelling ophaalde.

Ach, zo’n barkeeper heeft natuurlijk ook z’n instructies. Maar misschien is het een idee om het festival wat meer subsidie te geven zodat het de Grote Filmzonen van de lage landen een extra pintje kan geven.

Ali en ik hebben deze week al een paar kenmerken van de Hollandse identiteit genoemd: oliebollenetende woningzoekenden, zeurpieten over niemendalletjes, baasjespesters en daar kan nu zuinige knijpers bij. Me dunkt dat wij onze bijdrage voor een rectificerende toespraak van Maxima hebben geleverd. Het is voor niks Hoogheid.








Brief van Ali (19)



Hoogkoninklijke Prinses Mevrouw Maxima,


Wat is veel problemen in krant en in politieke parlement over uwedeles toespraak. U zegt Nederlandse mensen hebben geen identiteit. Eerst ik dacht u had gezegd zij hebben geen tijd. En ik dacht, klopt want toen wij in Nederland kwamen niemand had tijd. Nederlanders altijd druk, druk, druk. Nooit eens lekker lang lunchen, maar altijd vlug broodje kaas en bekertje melk.

Voor afspraak ik moest altijd agenda trekken. Eerst ik dacht is soort spelletje voor familie, maar dat was boekje om gaatje te vinden voor koffie drinken. Wij wonen nu al heel lang in Nederland en zijn wel beetje gewend aan vlug leven.

Maar mevrouw Yildiz en ik zijn wel beetje eens met u, dat Nederlandse identiteit niet bestaat. Als je buurman Arie ziet, die is ook echte Nederlandse man. Hij is nooit druk, druk druk, maar altijd laat op en gaat niet werken, want hij heeft pijn in rug. Met hem ik hoef nooit afspraak te maken. Hij is altijd thuis en is bij Arie altijd veel bier in huis voor gastvrijheid. Is nooit koekjes, maar is altijd chips. Hier is altijd feest zegt Arie.

Wat ik niet snap is opwinding in tweede kamerparlement. Mevrouw Maxima, u is hele knappe vrouw van onze Zijne koninklijke prins Hoogheid, maar is nou echt belangrijk wat u zegt?U bent niet baas van Nederland toch? En prins toch ook niet? Is toch parlement en meneer Balkenende? Ik denk meeste mensen van politiek zeuren over wie baas is over wat u zegt. Maar dat is eigenlijk toch beetje baasje-pesten.

In fabriek zijn ook jongens die baasje pesten, maar wij hebben best aardige baas. Hij zegt altijd: Ali, is belangrijk jij komt fluitend naar werk.

Ik vind mensen van politiek beetje zeuren. Ik misschien ook wel stukje identiteit: altijd zeuren over onbelangrijke dingen. Ik hoop u leeft nog lang en gelukkig net als in echte prinsessensprookjes.

Hooghartelijke groeten,

Ali Yildiz








Ontslagrecht


De versoepeling van het ontslagrecht. Er is veel over geschreven en er zal nog veel over geschreven worden. Het is een ingewikkeld verhaal. Als ik het goed begrijp moet het ontslagrecht soepeler worden zodat 200.000 banen kunnen worden geschapen voor mensen die nu niet aan het werk kunnen komen.

Wie wil dat niet? Waar zien wij een grotere vorm van solidariteit dan in de versoepeling van het ontslagrecht? Althans dat wordt door het CDA uitgevent om de sentimenten bij de PvdA te raken. Tot nu toe zonder succes. (lees meer)








1955


Ik heb altijd gedacht dat mijn geboorte de belangrijkste gebeurtenis was in 1955. Maar deze week kreeg ik een DVD met een jaaroverzicht van 1955 en daarop heb ik tevergeefs naar mezelf gezocht. Desondanks was 1955 toch een buitengewoon welvarend jaar, zo vertelde mij de Polygoonmeneer.

Dat werd onderstreept met beelden, vanzelfsprekend zwart/wit, die toonden dat de eenvoudige oliebollen werden vervangen door luxe moorkoppen. Het zal wel illustratief zijn geweest, want ik kan me niet herinneren dat de moorkop de oliebol heeft verdrongen. Alleen in xenofobe grapjes.

Ook was er in mijn geboortejaar woningnood, ook zo’n fenomeen dat de tand des tijds glansrijk heeft doorstaan om maar eens een cliché te gebruiken. (Hè Maxima, we hebben wel een identiteit. We zijn oliebollenetende woningzoekenden!) Maar verder was wel duidelijk dat we tien jaar na de oorlog de goede kant op gingen. Het was een DVD met louter opbeurend nieuws. Ons nationale voetbalteam won bijvoorbeeld met 1-0 van de Rode Duivels.

Het was het jaar waarin West-Duitsland toetrad tot de NAVO, waarin een vaccin tegen kinderverlamming werd ontdekt en voor het eerst molens werden gebruikt om (wind)energie op te wekken. En in dat jaar overleed Einstein. Het had dus maar weinig gescheeld of ik had Einstein nog gekend.

Maar het mooiste Nederlandse nieuws in mijn geboortejaar vond ik dat de vrouwelijke politieagent haar intrede deed. In het Dorp aan het IJ vanzelfsprekend. Het is prachtig om naar dat Polygoon-item te kijken. De meneer vertelt ons dat de dames op hun eerste werkdag voor het Centraal Station licht brachten in de verkeerstoestand (shot van verspringend verkeerslicht!). Waar nodig, zo gaat het verhaal verder, werd streng opgetreden. Zelfs op de Dam kon de verkeersregeling aan hen worden overgelaten. En bij overtredingen roerden ze hun mondje.

Het was een mooi jaar, 1955.








Primeur


Als ik het goed heb is Stroomopwaarts het eerste medium dat dit jaar meldt dat Harry Mulisch ook in 2007 klaar is voor de Nobelprijs. Dat geeft een goed gevoel, zo’n landelijke primeur.








Stamcafe


Weekspreuk: Ja, ja zonder Phytagoras zou Mozart ook niets geweest zijn.

Dispuut: kan een vrouw die nu rond de veertig is de dochter zijn van die dame op de foto, terwijl die foto duidelijk in de 19de eeuw is genomen.

Ervaring: wat zijn wasabinoten vies

Logisch: een goed bierviltje is aan één kant blanco zodat je daar een telefoonnummer op kunt schrijven of een keuken op kunt tekenen.








Anno 2007


Eén van onze TV-verslaggeefsters is – in het kader van de multimediale gedachte – een week radioverslaggeefster. Ze vindt het leuk vertelde ze.

"Leuker dan TV????" vroegen de radioverslaggevers hoopvol (er is een zekere animositeit in ons bedrijf).

"Nee", zei de TV-verslaggeefster resoluut.

"Boehhhhh", riepen de radioverslaggevers.

"Ik kan het uitleggen, ik kan het uitleggen," riep ze vlug. "Kijk", zei ze, "gisteren interviewde E. voor de televisie een man en die ging spontaan huilen. Toen ik hem voor de radio interviewde huilde hij niet."

Tja, toen snapten wij dat werken voor TV veel leuker is.








Bergeijk


Kent u Bergeijk? Nee, ik bedoel niet het Bergeijk van Radio Bergeijk, ik bedoel het echte dorp in de Brabantse Kempen. Het is een mooi dorp, een uitgaanscentrum ook voor de boerenjongens en meisjes uit wijde omgeving.

Ik ken het goed, we hebben er vrienden wonen en Marlies presenteert er wel eens concerten. Er woont een beetje vierkant volk. Wat een Bergeijkenaar in z’n kop heeft heeft hij niet in zijn kont.

Het dorp werd wereldberoemd door de het VPRO-programma Radio Bergeijk. Lokale radio op z’n best. Ik ben een fan van dat programma. Sinds ik een iPod heb mis ik geen uitzending meer.

Mijn hart bloedt nu bekend is geworden dat Radio Bergeijk komende zaterdag gaat stoppen. Om met Peer van Eersel en Toon Spoorenberg te spreken: Definitief. Voorgoed. Voor altijd. In de laatste uitzendingen wordt al driftig naar het einde toegewerkt. Als mijn gevoel mij niet bedriegt dan gaat zich een groot drama voltrekken.

Volgens de VPRO was de kelk leeg, maar iedereen weet dat één van de programmamakers (in het echt) in diskrediet is geraakt omdat bij hem kinderporno is gevonden. Het verband wordt ontkend.

Ik zal ze missen, die mannen van Nederlands bekendste lokale radiostation. Het zal nog lang duren voordat ik op concerten in Bergeijk niet meer even rond kijk of Peer van Eersel er een Radio Bergeijk-radioreportage aan het maken is.








Buurman


Onze spastische buurtgenoot is een aardige vent. Hij beweegt raar en schreeuwt heel hard omdat hij doof is. Daardoor lijkt hij anders dan hij is. Hij is altijd druk in de weer met z’n driewieler met daar achterop een grote kist. In die kist doet hij kranten, want hij heeft vier wijken.

’s Morgens voor dag en dauw is hij op pad. Dan gaat hij weer slapen en ’s middags brengt hij weer kranten rond. Dan slaapt hij weer een uurtje en dan gaat in de avonddienst bij TNT Post. Een werkpaard, zal ik maar zeggen.

Af en toe spreek ik hem, zo goed en zo kwaad als dat gaat want hij is moeilijk te verstaan, maar zijn verhaal is altijd samenhangend. Laatst was zijn fiets kapot en heb ik hem naar zijn werk gebracht. Hij wees me onderweg waar zijn ouders wonen. En hij vertelde dat hij een vriendin had die binnenkort bij hem zou komen wonen.

Eerlijk gezegd verraste hij ons buurtgenoten toen hij in het weekend daarna met een prachtige negerin door de straat paradeerde. Ik weet niet of je dat zo mag zeggen, maar ik kan er niks beters van maken.

De laatste weken zag ik hem niet, tot afgelopen weekend. Ik vroeg hem of alles goed was. Met hem wel, zei hij, hij was met zijn vrouw naar Spanje geweest. Maar het ging slecht met zijn broer, die lag in het ziekenhuis, daarom was hij veel van huis.

Vanmiddag schoot hij me aan, hij wilde het zadel van zijn fiets verstellen. Of ik een sleutel nummer 13 had. Ik ben onhandig, maar ik heb wel spullen, dus ik kon hem helpen. Een uur later kwam hij een NRC Handelsblad brengen. Over uit de bezorging. Als dank.

En toen schaamde ik me dat ik helemaal niet weet hoe hij heet. Wij noemen elkaar buurman.








Mes


Moet u ook wel eens flink met uw hoofd schudden om uw hersens terug op hun plek te krijgen nadat ze uit het lood zijn geslagen. Ik had het vanmorgen toen het nieuws van gisteren in volle omvang tot me doordrong.

Onze Nederlandse jongens en meisjes in Afghanistan krijgen hulp van Gurkha’s. Gurkha’s schijnen keiharde vechterbazen te zijn. Raar, want als je met een opbouwmissie bezig bent, heb je volgens mij meer aan lieve zachte bouwvakkers. Maar misschien heb ik het doel van onze aanwezigheid in Uruzgan niet helemaal goed begrepen.

De Gurkha’s, zo las ik in de krant, zijn specialisten in jungleoorlogvoering. Ze zijn bekend om de kukri, een gekromd mes, dat – eenmaal getrokken – bloed moet proeven. Eén van mijn collega’s vertelde dat zij een kukri heeft. Ze zei dat in de schede van dat mes een extra zakje zit met een klein mes. Daarmee werd het bloed uit de kerven van de kukri geschraapt, zodat de Gurkha altijd met schoon gereedschap kan werken. Het lijkt er dus op dat wij een buitengewoon hygiënisch hulpje krijgen.

En toch. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat we teruggeworpen worden in een koloniaal tijdperk met die Gurkha’s en hun kromme messen.








Brief van Ali (18)



Beste mensen,

Ik was erg geschrokken vanmiddag toen Jan van Stroomopwaarts belde. Hij was helemaal opgewonden van spanning. Hirsi Ali komt terug naar Nederland riep hij. Ik kon niet goed horen, was beetje veel lawaai voor mobieltje in fabriek. Ik verstond niet goed. Wat zeg jij, riep ik. Hirsi Ali komt terug naar Nederland, riep Jan van Stroomopwaarts.

Eerst snapte ik niet goed. Ik dacht, zij komt op vakantie. Maar Jan zei is niet zo. Ik schreeuwde hoe weet jij dat. Staat op ANP, riep hij. Wat staat op ANP, zei ik. Eén regeltje, zei Jan. Alleen Hirsi Ali komt terug. Ik zei dat kan altijd nog voor vakantie zijn. Maar Jan zei, als één regeltje met hoofdletters op ANP staat is heel belangrijk nieuws mensen. Dan is echt iets aan de hand en vakantie is niet belangrijk van Hirsi Ali.

Toen belde hij weer, ik was naar WC gegaan voor meer rustig te kunnen bellen. En toen vertelde Jan van Stroomopwaarts Hirsi Ali komt echt helemaal terug, want is probleem met beveiliging in Amerika. En toen was ik dus heel erg geschrokken. Was net beetje rustig in Nederland voor allochtoonse mensen. Alleen nog beetje meneer Wilders, maar die is meer een clowntje om te lachen. En was ook nog die jongen van Jami, maar die is nog beetje puber. Maar Hirsi Ali is serieus en die gaat weer islamgeloof afkraken en overal mee bemoeien en onrust stoken.

Of zij gaat misschien politieke partij maken met mevrouw Rita Verdonk. Zij waren toch eerst vriendinnen? Of nee, dat was uit gegaan, ik weet nog van ruzie in Tweede Kamer. Maar misschien in politiek is ruzie ook wel zo over. Ik weet niet zoveel van.

Ik ga nou vlug weer werken want pauze is om. Ik heb nog over gepraat met collega’s van fabriek maar die hadden geen tijd vanweges klaverjasses. Maak je niet druk Ali, zeiden collega’s. Ik maak mij wel druk, leven is geen kaartspelletje.

Groet,

Ali Yildiz








Praten


We zaten met z’n tweeen op de redactie. Het was vrijdagmiddag, bijna weekend. Twee mannen, niet meer zo jong. Wij tiepten driftig en zwijgzaam op toetsenborden. Toen kwam onze blonde collega binnen die wij graag bevestigen in haar mening dat ze een lekker ding is.

Ze kwam terug van een reportage, was boos want ze was genaaid door een PR-medewerkster. Dus ze moest zich afreageren. Wij putten ons uit in aandacht. Zonder bijbedoeling hoor, want wij maken geen schijn van kans. Ze valt op vrouwen, maar dat van die PR-medewerkster moet u wel figuurlijk nemen.

Ze knapte op van ons en er ontstond een jolige, zeg maar gerust uitbundige stemming. Zo jolig dat ze voor ons drietjes iets te drinken ging halen. Dat was het moment voor ons, niet meer zo jonge mannen, weer gestaag door te gaan met ons werk. Er wachten altijd bulletins en uitzendingen. Er daalde weer een serene rust over de burelen.

Na vijf minuten kwam ze terug. “Nou, nou,” zei ze, “de stemming is wel omgeslagen sinds ik even weg ben."

En toen zei een collega, die even daarvoor was binnengelopen: “Mannen hoeven niet altijd te praten om het leuk te hebben . . .”

Kijk, dat vind ik nou mooi.





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed