My cup of tea











Vernissage


We zijn zaterdag op een heuse vernissage geweest. Het was mijn eerste keer, want ik ben niet zo into beeldende kunst. Dus waarom zouden mensen mij dan uitnodigen op een vernissage. Nee toch? Daar nodig je alleen kenners en veinzende kenners uit die kwistig strooien met loftuitingen over het tentoongestelde werk en die zich daarna te goed doen aan spijs en drank.

Eigenlijk was het geen echte vernissage, want dat is een feestelijke bijeenkomst die gehouden wordt een dag voordat de tentoonstelling voor anderen dan de intimi wordt geopend. Het feestje waarop ik was, was twee dagen nadat de expositie was geopend.

U snapt wel dat het over de expositie van onze fotogroep AFC’68 gaat met de beeldende titel: “De verbeelding van de stad”. Er hangen ook drie foto’s van mij. Behalve een keer een verdwaalde foto op een expo in Rome is dit de eerste keer dat ik mee doe aan een echte tentoonsteling. We hebben met z’n allen geprobeerd op een andere manier naar ’s-Hertogenbosch te kijken.

Het Noordbrabants Museum, dat het Koetshuis beschikbaar stelde aan onze fotogroep, had de deuren gewoon donderdagmorgen open gedaan, dat is natuurlijk geen tijd voor iets dat op een vernissage lijkt. Daarom hebben we afgelopen weekend zelf een klein feestje gebouwd met een toespraakje en drank natuurlijk. We hebben elkaar overladen met loftuitingen en op de schouders geslagen. En zo hoort het ook.

U kunt nog tot 3 september komen kijken. In het museum zelf is een tentoonstelling van Ans Markus en in het portiershuis heeft kunstenares Nelleke de Laat haar intrek genomen. Haar leven is kunst op zich. Genoeg reden lijkt me voor een dagje
’s-Hertogenbosch.








Tijd


Heeroom slijt zijn dagen in een Limburgs klooster. Niet dat hij zijn tijd in ledigheid doorbrengt hoor. Heeroom staat nog midden in het leven. En heeft hij als missionaris in Malawi niet veel meer van de wereld gezien, dan de meesten van ons?

Zijn leven staat in Gods handpalm geschreven, maar de Here heeft de houdbaarheidsdatum open gelaten. Heeroom heeft met twee pakjes sigaretten per dag zijn lichaam zo gerookt dat zelfs de Almachtige geen datum in Zijn agenda durft te schrijven waarop Hij Heeroom tot Zich zal kunnen roepen. De teller van Heerooms leven staat op 87 godvruchtige jaren.

Soms laat zijn geest hem even in de steek. Niks bijzonders, het hoort bij oude mannen. Tijd speelt ook niet meer zo’n rol. Wat maalt een pater op weg naar het einde om tijd. Elke minuut is een zegen. En wat is tijd als alle uren eender zijn en voortkruipen met de traagheid waarmee de Here Jezus voort kroop door de Via Dolorosa, terwijl Hij het zware kruis op zijn gebroken rug mee sleepte.

Tussen twee sigaretten door volgt Heerom het nieuws op de televisie. Vooral de Tour de France natuurlijk. Wat was het spannend toen Michael Boogerd mee naar voren was. Heerooms oude Brabantse wielerhart klopte zo snel als het kon.

Ach, daar ging de telefoon. Het was zijn nicht, die mij de verhalen over haar oom vertelt.

Gelukkig, die houdt ook van sport. Boogerd gaat misschien wel winnen, zei Heerom opgetogen.

Ik dacht het niet, zei de nicht.

Maar het kan nog, zei Heeroom, hopend op vaderlandse roem.

Hij gaat niet winnen, zei de eigenwijze nicht.

Hoe kun je dat nou weten, zei Heerom, die de voorspellende gave van de mens niet vertrouwde.

Omdat het kwart over acht is en U naar een herhaling zit te kijken, zei de nicht. Tja, daar is geen voorzienigheid tegen opgewassen.








Multimediaal


Multimediaal is het toverwoord om in de snel veranderende mediawereld te overleven. Dat is een enorme verandering voor journalisten die nog stammen uit de tijd van kladblok, vulpen en Remmington. Dus dat houdt mij bezig.

(De mooiste uiting die ik ooit heb gezien was een cartoon van een mannetje met op zijn schouder een camera, in z’n hand een microfoonhengel, onder z’n andere arm een geluidsopnameapparaat en in zijn hand een schrijfblok en een pen. In het onderschrift stond: “Hallo, ik ben van de krant”.)

Wij hebben drie verschillende media: radio, TV/teletekst en internet met allemaal een eigen redactie. Het is de bedoeling dat onze verslaggevers multimediaal voor al die media gaan werken: kwootje halen voor TV, interview voor de radio, foto (met telefoontoestel) voor internet en een berichtje voor het radiobulletin en teletekst. Maar sinds vandaag brengen we het nieuws ook gewoon via de telefoon.

Want een bakker in Best loopt een enorme taartenorder mis (voor 640 man) omdat Rasmussen uit de tour is. De Rabobank met een grote vestiging in Best zou die namelijk bij hem besteld hebben als Rasmussen de tour gewonnen zou hebben. Toen wij de bakker belden om zijn teleurstelling te peilen, reageerde hij verbaasd. De order had hem namelijk nog niet bereikt. Hij hoorde het nieuws van ons, multimediaal via de telefoon.

En vanmiddag was er een bijna-botsing tussen een goederentrein en een passagierstrein op het station Tilburg-West. Die goederentrein was geladen met gevaarlijke stoffen. Wij belden natuurlijk de verantwoordelijke bestuurders van de gemeente Tilburg, ten slotte was hun stad aan een ramp ontsnapt. Ze wisten van niks, ze hoorden het nieuws van ons, multimediaal via de telefoon.

Onze bazen zullen trots op ons zijn.








Gezien:


Mon fils a moi (Martial Fougeron) * * * *


Julien!! klinkt het voordurend in de film Mon fils a moi. De moeder van deze ontluikende puberjongen roept hem voortdurend bij zich. Ze claimt hem. Ze chanteert hem en gijzelt hem. Uiteindelijk ontaardt dat in psychologische marteling.

De vader van Julien, een docent aan de universiteit, laat het allemaal toe. Hij is workaholic en tennist. De zus van Julien ziet haar broertje lijden en probeert haar ouders daarvan te overtuigen. Ze praat tegen dovemansoren. De oma van Julien begrijpt hem, maar kan hem niet helpen.

De film speelt zich vrijwel helemaal af in het huis van de familie met minimale camerabewegingen. Maar wel met korte scènes waardoor de vaart er in blijft. Het mooiste van deze film is de spanning die heel knap wordt opgebouwd. Ik heb met ingehouden adem zitten wachten op de klap die er onvermijdelijk aan komt.

Pas in de allerlaatste minuut blijkt waarom de eerste scène begint met een ziekenauto die weg rijdt bij het huis van het gezin.








Uitnodiging


Woonwagenbewoners. Ik heb soms een stille bewondering voor hun bandeloze levensstijl. Ze creëren hun eigen vrijstaat. En als er dan iets mis gaat is er altijd de familie voor de morele steun en het porselein om te verkopen in tijden van financiële nood.

In de jaren tachtig heb ik twee jaar woonwagenzaken in mijn journalistieke portefeuille gehad. Dat waren woelige tijden, want het was de periode waarin de grote kampen werden ontmanteld. Veel gedoe dus, maar ik was altijd welkom ook al pasten mijn verhalen niet in het vaak modderige straatje van de kampbewoners.

In Brabant wonen - althans in mijn beleving - veel mensen in bungalows die zij woonwagens noemen. Maar misschien komt dat door gekende rolmodellen als het Rosenberg Trio, Frans Bauer en Grad Damen. Ik heb er regelmatig mee te maken. Met het kleurrijke kaf dan, want het koren valt onder shownieuwsredactie.

In hun strijd tegen de gevestigde orde zoeken woonwagenmensen vaak steun bij de media. Ze denken dat overheden sidderend overstag gaan zodra een journalist zijn neus in hun zaken steekt. Onzin natuurlijk, maar om dat te kunnen begrijpen heb je enig abstract denkvermogen nodig.

Vorige week werd onze omroep uitgenodigd door een woonwagenbewoner die eindelijk een langlopend meningsverschil met een woningbouwcorporatie zou gaan uitpraten. Hij wilde ons bij dat gesprek hebben. Wij wilden ons niet als breekijzer laten gebruiken. Bovendien zou onze aanwezigheid dat gesprek kunnen frustreren en dat was het helemaal niet waard.

Gisteren, na dat gesprek, belde ik de man op om te vragen hoe het was gegaan. Hij was woedend en voelde zich vernederd omdat wij het hadden gewaagd zijn uitnodiging in de wind te slaan. Mijn tegenargumenten werden overschreeuwd. Ik kon kapot vallen, zei de man. Beter was het gesprek door onze aanwezigheid niet doorgegaan dan zijn uitnodiging negeren, zei hij. Dat ging mijn abstractieniveau nou weer te boven.








Houvast


Gisteren ben ik is dus door de grens van het streefgewicht gezakt. U begrijpt welk een intense vreugde mij overviel toen ik langs mijn geslonken buik naar beneden keek en daar de cijfers zag staan waar ik al die maanden met Sonja naar toe had geleefd.

Ik had een vreugdedansje willen maken, maar ik bedacht me dat dat er in de situatie waarin ik mij in de badkamer bevond wellicht wat vreemd uit zou zien in de spiegel.

Ik ging over straat met een blik van: zien jullie mij. Het was half zes in de ochtend, niemand zag mij.

Op het werk vertelde ik trots dat het me was gelukt. Alleen aan de vrouwen natuurlijk, want met mannen praat ik niet over lijnen. En ik vertelde meteen dat ik nog drie kilo wilde gaan om een beetje te kunnen jojoen.

De dames waar ik van hou keken mij bedenkelijk aan. Ze vonden dat ik eigenlijk wel genoeg was afgevallen. Ze hielden eigenlijk meer van gezette mannen, van die mannen met houvast.

Heb ik weer . . .








LPF


Ik zou wel eens een blik willen werpen in de geschiedenisboekjes van het jaar 2107. Vooropgesteld natuurlijk dat er dan nog boeken bestaan. Hoe zouden we terugkijken op de eerste jaren van deze eeuw. De jaren waarin de LPF op kwam en even zo hard weer neer kwam, waarbij de idealen van Pim in duizend scherven uiteen vielen. De jaren waarin de islam van een gewone godsdienst voor veel mensen veranderde in een alles overheersende dreiging.

Zou er in staan dat in die jaren De Sjonnies en Anita’s een stem kregen en het gedaan was met het politiek correcte knuffelen van Ali, Mohammed en Fatima, die opeens niet meer die prachtige exotische mensen waren die ons een alibi verschaften voor tolerantie die op drijfzand gebouwd bleek.

Zou er in staan dat de macht van het volk groeide, mede dankzij de media die massaal het volk op zochten in de wijken om zodoende te overleven in een informatiewereld die in duizelingwekkende vaart veranderde. In hun slipstream gevolgd door ministers en staatssecretarissen.

Zou er in staan dat ondertussen de LPF broeder- en zustermoord pleegde en het volk in verwarring achter liet in de klauwen van nog driestere volksmenners. Er zal zeker iets in staan over Pim’s volksbeweging die nu bijna ter ziele is en tegen die tijd misschien wel helemaal vergeten.

Daarom zou ik wel eens in de boekjes van 2107 willen kijken. Misschien zijn die wel in het Arabisch geschreven met een fraaie hologram van Geert de Wilde die, gezeten op zijn grauwe ros Dionysus, met een houten zwaard aan de grens tevergeefs probeert woeste horden muzelmannen tegen te houden.

Maar ik wil ze vooral in zien om te weten of alle opschudding een echte kentering teweeg heeft gebracht of dat het slechts een zuchtje wind was dat op een zinderend hete zomerdag de bladeren onhoorbaar deed ritselen.








Knooiert


Hoe die kettingsmeer aan mijn broodtrommel kwam? Dat kan ik vertellen, maar daar zit een heel verhaal aan vast. En dat is niet zo’n fijn verhaal voor mijzelf. Maar ja, u kunt het beter van mij horen dan wanneer de jongens van de fietsenstalling gaan roddelen. Vooruit, het moet er een keer van komen.

U moet weten dat ik, zoals ze dat vroeger in de Betuwe noemden, een knooiert ben. Een knoeipot zo u wilt, maar dat woord bagatelliseert eigenlijk wat ik echt ben. Ik was vroeger die jongen die meer inkt aan zijn handen had dan in schriftje stond. Ik ben de man die altijd meer verf in zijn haar heeft dan op de muur zit. Ik ben ook degene die altijd stukken uit de muur stoot als hij met de stofzuiger de trap op en neer gaat. Mijn plankjes hangen nooit recht. En als u echt een keer wil lachen, moet u mij een aardbeiengebakje laten eten met het bord op schoot. Vooral als ik dan een lichte broek aan heb.

Het is dus maar goed dat ik niet tweeduizend jaar geleden in het Midden-Oosten leefde. Met mij in de buurt had er nooit sprake kunnen zijn van een onbevlekte ontvangenis.

Ik heb de laatste tijd wat vaker last van mijn rug (geloof me, aan het eind van dit stukje weet u hoe die kettingsmeer aan mijn broodtrommeltje kwam) en daarom besloot ik om de zware rugzak waarmee ik dagelijks fiets met een spin vast te maken op de bagagedrager. Ik kocht dus een spin en het duurde een paar dagen voordat ik het voor elkaar had dat het allemaal zo zat dat die tas niet bij elke bocht op de grond viel.

Vorige week was ik wat laat en kwam ik met een flinke vaart bij de fietsenstalling aan rijden, daar kwamen net twee dames uit. Ik sprong van mijn fiets maar vergat dat daar die grote tas achterop zat. Ik zwaaide mijn been niet hoog genoeg en ik bleef hangen. Nou ja, mijn been bleef hangen, de rest van mij viel op de grond. Niet erg hoor, maar de spin schoot los en kwam op de ketting terecht. En die ketting wordt vaak gesmeerd.

Ik merkte pas hoe vies die spin was toen ik hem beetpakte. Handen vol met kettingsmeer. Ik heb de spin in mijn tas gedaan, waar ook mijn broodtrommeltje in zat. Broodtrommeltje vies. Nou, nu weet u door zo’n onbenullig voorvalletje toch weer heel veel over mij.

Ik ga mij ondertussen maar eens voorzichtig door het leven bewegen.








Loonslaaf

Ik las vandaag een aardig verhaal in de Volkskrant over het geringe ambitieniveau van de huidige generatie, wie dat dan ook mogen zijn. Carrière staat niet meer bovenaan. Mensen vinden tegenwoordig een leuk leven belangrijker.

Als voorbeeld wordt de jongen genoemd die onlangs met allemaal negens slaagde aan een gymnasium, maar die het liefst buschauffeur wil worden. Er zijn mensen die dat niet begrijpen, ik ook niet hoor. Niks ten nadele van buschauffeurs, maar als je zo intelligent bent dan kun je eerst toch wel iets uitdagender gaan doen.

In het artikel wordt in dat verband gerept over onderspannen in plaats van overspannen. Dat schijnt net zo erg te zijn. (lees meer)








Smeer


Tijdens de afwas vroeg mijn vrouw wat die zwarte vlekken op mijn broodtrommeltje waren. Ze poetste dat het een oordeel was, maar ze kreeg ze niet weg.

“Dat is smeer van de ketting van mijn fiets,” zei ik.

“Smeer van de ketting van je fiets,” vroeg ze. Ik hoorde vijftien vraagtekens.

“Hoe krijg je dat nou weer voor mekaar . . .????”


Tsja, dat is te ingewikkeld om uit te leggen.








Humanisering


Handige jongens hoor, die jongens van Proteq. Dat is in Nederland de marktleider op het gebied van dierenverzekering. Die hebben de komkommertijd aangegrepen om twee onderzoekjes te publiceren.

Uit het eerste blijkt dat onze huisdieren veel te vet worden en dat het tijd wordt voor een soort Soja Bakker voor katten en honden. En het tweede onderzoek wijst uit dat de humanisering van huisdieren door gaat. Lees even mee:

“De humanisering van het huisdier zet door. Bij eigenaren van gezelschapsdieren groeit de behoefte een verzekering voor het huisdier af te sluiten. Het aantal polissen bij marktleider Proteq is sinds 2005 ieder jaar verdubbeld.
Volgens de verzekeraar, onderdeel van SNS Reaal, komt dat door de risicobeleving van mensen en de prijsstijgingen bij dierenartsen. In twee tot drie jaar tijd zijn deze prijzen met gemiddeld 10 tot 15 procent gestegen.
,,De dierenarts gaat nu reële prijzen rekenen'', zegt Walter Boer, die bij Proteq verantwoordelijk is voor de marketing van de Dier & Zorg Verzekering.”


En omdat het komkommertijd is besteedde het ANP er vandaag twee berichten aan. En morgen natuurlijk prominent in de Telegraaf met een foto van een vette, luie kater. Nou, dat kan ik beter:








Motivatie


Het meisje kwam met veel aplomp het café binnen. Ze bestelde een rondje voor haar en haar vrienden op het terras. Daarna vroeg ze waar het toilet was. De barman wees haar de deur.

Het meisje zette aan en duwde met haar schouder krachtig tegen de toiletdeur. Ze veerde een halve meter terug.

“Trekken,” riepen wij aan de bar.

“Maar op de deur staat duwen,” zei het meisje.

“Dat is als je van binnen weer naar buiten wilt,” zei de barman. Wij knikten. Het meisje schudde haar hoofd.

Toen ze uit het toilet kwam nam ze een pilsje van de bar. “Die neem ik vast mee,” zei ze. “Breng je de rest even.”

Het meisje draaide zich om en met veel gekletter viel het glas op de grond. Hulpvaardige handen schoten toe. Hij meisje giebelde.

Een half uur later kwam ze weer, de bar keek naar haar met een mengeling van hoop en vrees. Het meisje bestelde nog een rondje. Ze hoefde nu niet te plassen.

“Doe je voorzichtig,” zei ik.

Ze toonde mij haar hand. “Ik ben gewond,” zei ze. Haar duim zat in het gips. Paars gips.

“Dat is lastig,” zei mijn vrouw.

“Valt wel mee hoor,” zei het meisje. “Ik ben alweer zo ver dat ik sjekkies kan draaien.”

“Gelukkig maar,” zei ik.

“Dat is een kwestie van motivatie,” zei het meisje.








Wacht maar


Als adolescent maakte ik wel eens ruzie met mijn tante Cor. Ze had een portiekflat in Overschie verruild voor een flat in Ommoord. Ze was verhuisd omdat Overschie verloederde. Na een paar jaar bleek Ommoord ook niet te zijn wat ze zocht. Het kwam volgens haar niet meer goed met de wereld. Als eigenwijze tiener uit een Veluws dorp ging ik daar tegenin. Tante moest niet zo overdrijven, zei ik. “Wacht maar,” zei tante, “tot je zelf eens in een grote stad woont.”

Nu ik in een middelgrote stad woon moet ik nog vaak aan haar denken. Ik geloof dat ik begrijp wat ze toen bedoelde. Daarom kan ik me wel vinden in het nieuwe normen- en waardeoffensief van het kabinet. Ik troost me met de gedachte dat dat beleid nu wordt omarmd door socialisten en daardoor is het al een stuk minder verdacht. Is het niet Wouter Bos zelf die deze week in Vrij Nederland zei: “Ik vind dat we moeten durven moraliseren, juist omdat we met wet- en regelgeving niet verder komen met een heleboel wezenlijke problemen in Nederland, de integratie in de eerste plaats.” (lees meer)








Zomer!










Goud


“Als ik ga stadten,” zei mijn vrouw, die graag over haar liefhebberijen praat, “dan ga ik een zilverkleurige ring kopen die er precies zo uit ziet als onze touwringen.”

Ik weet dat stilzwijgen voldoende is om haar de rest van het verhaal te laten vertellen.

“Want als ik goud draag,” vervolgde ze, “dan kan ik onze gouden trouwring wel dragen, maar als ik zilver draag dan staat dat niet. En als ik zilver draag wil ik ook laten zien dat ik getrouwd ben.”

Ik begreep de logica en vroeg me af of dit een signaal was om een zilveren trouwring voor haar te kopen. Maar zo is mijn vrouw niet.

’s Avonds toonde ze me een zilveren ring van het model “klinkt als onze gouden trouwring”. Hij kostte 6,95 euro, want mijn vrouw is net zo blij met een sieraad uit een bijouterie als met een ring van Schaap en Citroen. Ik ben en gelukkig man.

Het was nog een hele toer geweest, vertelde ze, om iets passend te vinden, temeer omdat ze tijdens het stadten zilver droeg en dus haar gouden trouwring thuis had gelaten. Het meisje in de winkel had driftig meegezocht. Op een gegeven moment had het meisje zelfs gevraagd of mevrouw haar echte trouwring kwijt was en dat niet aan meneer durfde te vertellen. Nee, had mijn vrouw gezegd, mijn echte trouwring is van goud.

Moraal van het verhaal: wat is het toch mooi dat zo’n gouwe vrouw ook wil tonen dat ze met mij getrouwd is als ze zilver draagt.








Brief van Ali (17)


Beste mensen,

Was tijdje rustig dus geen brief van Ali. Was rustig omdat minister mevrouw Verdonk niet meer baas was van allochtoonse mensen dus was rustig zonder ruzie. Toen was kabinet paar maanden op vakantie in eigen land en toen was alweer zomerrecessie voor politieke volksvertegenwoordigers van Tweede Kamer. Was fijne tijd voor allochtoonse mensen. Niemand gaf ons de schuld van iets.

Maar nou was gisteren weer meneer Geert Wilders op televisie omdat hij gevangenisstraf wil voor boerka. Ik moet eerlijk zeggen, Ali vindt boerka ook gek pak. Mevrouw Yildiz ook. Maar iedereen moet zelf weten welke kleren hij aan doet. Maakt ons niks uit.

Is wel je gek dat meneer Geert zegt dat boerka is teken van achterlijkheid. Da’s beetje gekke reden, want is nog wel meer kleren beetje achterlijk. Bijvoorbeeld dikke vrouwen met leggings en kniebroeken. Of dikke vrouwen met naveltruitje dat zo vetrollen onder truitje uit rollen. Vind ik altijd erg achterlijk. Of Nederlandse mannen met bloemetjeskortebroek en witte sokken met sandalen. Is ook achterlijk toch?

Ook buurman Arie heeft altijd spijkerbroek met kruis op knieën maar hij vindt leggings en vette rollen achterlijk. Hij heeft vies grapje over. Hij zegt: “Daar ga ik aan denken als ik orgasme wil uitstellen . . .” Buurman Arie is soms gekke man.

Nou, was fijn om weer keertje te kunnen schrijven op Stroomopwaarts. Is wel beetje jammer dat weer over meneer Wilders moet gaan.

Groeten van

Ali Yildiz








Boxmeer


Het komt in de provincie ook voor hoor: vandalisme, overlast en wijkterreur. Zelfs in Boxmeer. Dat is de gemeente aan de uiterste oostgrens van onze provincie. Zo’n plek waar verslaggevers graag naar toe gaan, want dat is goed voor de kilometers. We roepen wel eens dat het eigenlijk Limburg is, maar dat doen we alleen om onze collega die in Boxmeer is geboren op de kast te krijgen. Daar krijgen we hem overigens nooit op.

Onlangs kregen we het bericht dat de burgemeester van Boxmeer een samenscholingsverbod had ingesteld voor een bepaalde wijk met aanpalend park. Er werd gezopen en gerookt. Gedeald zelf. Kijk, ze zijn in Boxmeer wel goed maar niet gek natuurlijk. Dan wordt er keihard ingegrepen. Meer dan twee personen samen worden onmiddellijk en zonder pardon uiteen geknuppeld.

Deze week kwamen er steeds meer details naar buiten over wat er nou echt aan de hand is in Boxmeer. Ze hebben er lege wietzakjes en volle condooms gevonden. Tja, als ze in die uithoek het vloeipapier niet kennen, dan lijkt het me logisch dat er niet samengeschoold mag worden. Maar misschien haal ik nou wel van alles door elkaar . . . .








Heundje


De drie vrouwen en het meisje in de treincoupe kwamen uit Helmond. Dat kon je horen. Ze waren naar Amsterdam geweest om een heundje op te halen dat afgespoten dreigde te worden.

Het beestje, een sjiewawa dachten de vrouwen, had altijd op een flat gezeten. Dat kon je zien aan de lange nagels. In Helmond zou het van de dood geredde schepsel het beter krijgen.

Het meisje belde naar huis, want meisjes bellen voortdurend al dan niet naar huis.

“Ons pap is aon ut koke,” deelde ze de coupe mee.

“Aon ut koke?” vroeg de moeder. “Veur ons ok?”

“Neeje, allen veur zun eige,” zei het meisje.

“Jullie pap kan helemaol nie koke,” zei één van de andere vrouwen, die hullie pap blijkbaar goed kende. “Wa is ie dan aon ut maoke.”

“Worstebroodjes . . .”, zei het meisje.

“Dattie ut gauw bekijkt,” viel moeder uit. “Dan haole wij mooi sjienees . . “.

Het meisje lachte gelukzalig en ze krabde het heundje nog eens extra achter de oortjes. Dat zou het goed krijgen in Helmond.








Liegbenkske


Als je net als ik, veel ambtelijke stukken leest, dan weet je dat er in de hoofden van de gemeentelijke- en provinciale pennenlikkers gedachten kronkelen die een normaal mens alleen dankzij veel studie kan volgen.
Daarom is er zelfs een landelijke prijs voor het best leesbare ambtelijke stuk. Ik ben deze week op een stuk gestuit dat wat mij betreft in aanmerking komt voor de hoofdprijs, cum laude. Dat mag ook wel eens gezegd.

Even de voorgeschiedenis. In Cuijk wordt de Maasboulevard opgeknapt en daarom is het liegbenkske weggehaald. De VVD heeft het college van B&W gevraagd of die ontmoetingsplek voor ouderen terug kan komen. Het college antwoordde als volgt:

Picknicktafel, hangplek, liegbenkske, verblijfsplek, het zij zo als het wordt beleefd. Wij zijn ons zeer bewust van de sociologie van de politieke en andere meningsvorming in het Kuukse. Het leidt geen twijfel dat het liegbenkske daarin een hoogst voorwaardelijk voorwerp is en daarom van levensbelang. Wij werpen de vraag van de VVD dan ook alles behalve ver van ons af.

Sterker nog, bij een van onze eigen onderonsjes hebben we laatst tegen elkaar gezegd: “Dè benkske doar an de Maas, motte we nie vergète”! Het is dan ook voor ons vanzelfsprekend dat, in dit toekomstig hoogwaardige verblijfsgebied, meerdere zitbanken terug zullen komen. Daarbij hebben wij overigens niet de pretentie te weten waar het “liege” zich straks zal manifesteren.

Zoals de hangplekken van jongeren steeds zwervende zijn, is het ook bij ouderen niet vanaf de tekentafel zeker, waar zij zich senang gaan voelen. Als straks bij de huidige plek de tocht anders trekt en het zonlicht anders valt, zal Matje van Harrie van Grad zeggen: “Kom jongens, dè andere benske doar zitte we misschien toch bèter, we goan doar zitte!”.

Wij zeggen u toe, zover het in ons vermogen ligt, te zullen zorgen voor de terugkeer van het liegbenkske en onze portefeuillehouder zal, ter vinding van voldoende draagvlak, daartoe zelf aanschuiven bij het intussen ongetwijfeld opkomende tijdelijke trefpunt van deze zeer markante doelgroep, ook al zitten ze op een haffel stenen achter het gaas .








Thriller


Mijn collega Tim heeft mij een slapeloze nacht bezorgd. Dat weet hij niet, maar dat leest hij nu. Hij had op zijn weblog geschreven over een collega die is opgepakt voor verkrachting, die vervolgens is opgenomen in het Pieter Baan Centrum en wiens stoel dus leeg zou blijven.

Ik werd op dat stukje gewezen door een andere collega met wie is gisteravond een copieuze Italiaanse maaltijd heb genuttigd. Aan de restauranttafel hebben we al zitten speculeren wie die collega zou kunnen zijn, maar we kwamen er niet uit, temeer omdat ik het stukje nog niet had gelezen en te weinig info had om fatsoenlijk te kunnen speculeren.

Hoewel laat thuis heb ik toch nog even de computer aangezet om het stukje te lezen. Daarna heb ik met Marlies gespeculeerd maar wij kwamen er niet uit. Halverwege de nacht werd ik wakker en begon het weer te malen. Als een vlieg vloog ik alle afdelingen over, maar ik was na anderhalf uur woelen nog niet verder dan een vaag vermoeden. Meer omdat ik mijn slapeloosheid wilde rechtvaardigen dan dat er ook maar een grond zou zijn om wie dan ook van zo iets gruwelijks te durven verdenken.

Vanmorgen hoorde ik dat het stukje van Tim helemaal niet over een collega van ons ging, maar over een collega van iemand die hij kent. Hij had meer mensen op een verkeerd been gezet.

Als het niet zo’n ernstige kwestie zou zijn, zou ik zeggen dat Tim een thriller met een onverwachte plot heeft geschreven.








Bizar


Mijn collega kwam enthousiast binnen en vouwde een Eindhovens Dagblad open op mijn bureau. “Ik heb een leuke naam voor je gezien,” zei hij al bladerend. “Hij past wel niet helemaal in jouw verzameling, maar ik wil hem toch laten zien.”

Hij kon hem niet meer vinden en begon terug te bladeren tot de pagina met rouwadvertenties. “Kijk hier,” zei hij. Hij wees op een overledene met de naam Loog. “Die liegt niet meer,” zei mijn collega grinnikend.

Ik schrok, want ik kende die vrouw. Ze is van mijn leeftijd en het was één van de eerste mensen aan wie Marlies mij voorstelde toen ik voor het eerst op een feestje bij haar thuis kwam. Het was een zangcollega. We trokken regelmatig met elkaar op totdat beide vrouwen een verschillende weg in sloegen en het contact verwaterde.

Eén keer per jaar komen we de ex-man van de overledene tegen op een jaarlijks terugkerend festijn en de afgelopen jaren vertelde hij steeds dat het met Marlies’ voormalige zangcollega slechter ging. De laatste keer, in februari, was alle hoop op herstel eigenlijk verloren.

En nu opeens duwde mijn collega die "grappige" naam onder mijn neus. Hij kon de voorgeschiedenis niet weten dus ik neem hem niks kwalijk. Maar het blijft bizar.








Bijpraten


“Je ziet er echt goed uit tegenwoordig. We moeten eens bijpraten,” zei de knappe blonde TV-producente tegen mij, terwijl ze driftig door de gang liep. Vanuit de verte hoorde ik haar nog roepen: “maar ik heb nu geen tijd.”

Nou ja, dacht ik, het is een beginnetje. Hier doe je het allemaal voor. Samen met Sonja natuurlijk.








Wolkers


Jan Wolkers gaat volgend jaar het Groot Dictee schrijven. Houdt u er rekening mee dat sex seks moet zijn. En daar waar u steeds beesjes verstaat moet u beestjes schrijven. Met een t.








Tante Marianne


Tante Marianne was geen echte tante van mijn vrouw. Ze was een buurvrouw, maar in onze jeugd noemden wij alle vrienden en bekenden van onze ouders tante. Of oom, als het een man betrof.
Tante Marianne werd geboren in 1900 en stierf in 1983. Me dunkt dat ze wat meemaakte. Grote dingen, kleine dingen. En daar schreef ze korte verhaaltjes over. In haar tijd bestond het World Wide Web nog niet, dus typte ze die verhaaltjes met een schrijfmachine en ze stuurde ze per ouderwetse post naar vrienden en bekenden.

Deze week vond mijn vrouw in zo’n bewaarkistje waar een mens één keer in de vijf jaar in kijkt een verhaaltje uit 1966 van tante Marianne. Ze schreef het kort nadat ze uit een huis aan een drukke weg was verhuisd naar een paradijselijke woning in een bosgebiedje aan de rand van Eindhoven.

Naar de huidige weblogmaatstaven is het een heel verhaal. Toen hadden mensen nog tijd om echt te lezen. Ik plaats een gedeelte omdat tante Marianne eigenlijk één van de oermoeders van de webloggers is . . .

 "Cursiefje"

Ze hebben beige pakjes aan met bruin rokje, resp. broekje. Hun bloesje is heel vaag roze en ze dragen een bruin halskettinkje, wat van voren blijkbaar onder ’t bloesje is verstopt want het houdt ineens op. Hun laarsjes zijn rond en ze dragen daar dwars gestreepte grijze kousjes bij. Schattig zijn ze en ze wéten dat ook, als ze zo koket over het grasveld komen aanstappen. O, ja, U vraagt, wie of wat zijn dat; wij bekijken dit zo dagelijks, dat we ’t vanzelfsprekend vinden, dat iedereen dit begrijpt en nèt zo ziet. Het zijn geen kinderen, maar duiven, Turkse tortels, niet in een kooi levend, maar zo maar heerlijk in de vrije natuur en ze hebben hun domicilie in onze tuin. Ze waren er waarschijnlijk al vóór ons en hebben stiekum in een boom zitten gluren toen onze verhuiswagen vóór stond en ze dachten: “wat voor mensen zouden het zijn, zouden ze ons dulden, ’n lekker hapje kunnen missen?”

(…)

Er is zoveel te beleven op z’n bescheiden stukje grond. Een mezenpaar zocht een woning. Je kon het aan alles merken. Er werd gezocht naar materiaal voor de inrichting. Manlief had een riante bungalow ontdekt, die hing aan een boom, was groen geschilderd en had zowaar een rood dakje. “Ma” kwam kijken en ze namen het. Alles wat pluk spriet of pol was kwam in aanmerking en werd naar binnen gesleept. De grote stukken gingen wel met moeite door de deur, maar ze hielden vol. Als je op het terras onder de boom zat hoorde je aanhoudend kloppen en hameren. Ze wilden het zeker verbouwen naar hun eigen smaak . . . . .misschien een aparte kinderkamer? Zouden ze zo denken als ik het hier neerschrijf? Natuurlijk niet, maar het is zo heerlijk te fantaseren hoe ze misschien denken.

(...)

Er is toch zoveel meer te genieten van een tuin met planten en bomen, stilte, de vogels, dan voorbij vliegende auto’s. Kijk om je heen en belééf de natuur!

Febr. ’66                                                       M.v.d.B.D.

P.S. Misschien vraag je je af, waarom heet dit stukje “cursiefje". Dat betekent dat hetgeen je schrijft, zomaar wat fantasie is en je geen bepaalde titel kunt geven. Je leest in een krant ook wel eens een stukje waar “Cursiefje” boven staat.









De kiekjes


U dacht toch niet echt dat u onder de vakantiekiekjes uit zou komen hè . . . ?


                                        Schatzberg



                                        Hall in Tirol



                                        Hall in Tirol




                                        Wiedersbergerhorn




                                        Mariastein








Bassie


En waar heeft de senior-journalist zich vandaag mee bezig gehouden? Met Bassie. U weet wel, die clown waardoor Adriaan zo intelligent lijkt.


Bassie, dus. Bassie was gisteren en vandaag wereldnieuws in Brabant. Het verhaal wil dat hij op de kermis in Berkel Enschot een kind heel lang aan de oren heeft getrokken. En wel zo erg dat de ouders aangifte hebben gedaan van mishandeling waarna de vrolijke kindervriend Bassie een schadeclaim van 5000 euro heeft ingediend wegens smaad.

Wij Brabantse media hadden het nieuws nog maar net gemeld of de telefoon stond roodgloeiend. Iedereen wilde de ouders van het kindje met de uitgerekte oren een hart onder de riem steken, want zij allen hadden slechte ervaringen met de clown.

Eén man meldde dat Bassie twintig jaar geleden al zijn zoon op een kermis een oorvijg had verkocht. In 2001 dreigde de grote kindervriend een jongetje “z’n klauwe te breken” als die nog eenmaal aan zijn pruik zou zitten.

Een mevrouw belde om te vertellen dat ze zelf had gezien dat Bassie op een andere kermis een kind draai om de oren had gegeven. Een andere mevrouw vertelde dat ze met haar kleinkinderen uit Zuid-Afrika op de kermis in Valkenswaard was. Die kinderen hadden nog nooit van Bassie gehoord. Toen de mevrouw de kinderen netjes wilde voorstellen en vertelde dat ze helemaal uit Zuid-Afrika kwamen zei de clown: “Uit Timboektoe? Sodemieter toch op . . .” En vervolgens draaide hij de verbouwereerde kinderen zijn rug toe.

U begrijpt het, aan zo’n vrolijk clowntje heeft een senior-journalist de handen vol.








Genoeg


“Maar ik ken wel iemand die altijd zonder stress achter de computer kruipt,” hoorde ik mijn collega tegen een andere collega zeggen. Ik viel midden in een gesprek.

“En die schrijft dan ook altijd nog met het grootste gemak leuke logjes,” vervolgde hij terwijl hij nadrukkelijk mijn richting uit keek.

“Ik schrijf wel met plezier,” zei ik, “maar dat gaat niet altijd met het grootste gemak. Er zijn dagen bij dat ik halverwege de dag nog niet weet waar ik het over moet hebben. Dus als je nog een briljante opmerking hebt ter inspiratie dan houd ik me aanbevolen.”

“Jij moet niet je eigen stress op mijn schouders leggen,” zei mijn collega.

Ik vond dat vandaag inspirerend genoeg.








Toeristen in het dorp. . .


waar oude mannen met gevederde vilten hoeden oeroude verhalen doorgeven aan jonge boeren met gouden ringen in hun oren

waar een halve grill hendl maar 4,80 euro kost

waar tractoren tot ’s avonds laat af een aan rijden

waar Heisse Liebe gewoon op de menukaart staat

waar achter elke berg Gewitter als een sluipmoordenaar verscholen kan liggen

waar de Alpenbummler volle zalen trekken

waar de wind vanuit het dal accordeonmuziek meevoert

waar chemiereus Sandoz een kwart van de ruimte in beslag heeft genomen in ruil voor welvaart

waar het kleine kerkje dag en nacht een baken is voor gelovige en ongelovige reizigers.

Daar waren wij toeristen.

 







Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed