Gesloten
Stroomopwaarts is tot 2 juli gesloten wegens vakantie.
Kunt u ondertussen het affiche bestuderen en in uw agenda kijken of u tijd vrij kunt maken voor een bezoek aan de expositie van onze fotogroep.
Als u mailt dan kunnen we na afloop van zo'n bezoek een terrasje gaan pikken en een boom opzetten over het leven in het algemeen en dat van een weblogger in het bijzonder.

Draadjes
Er hangen al weken benen en snoeren uit de plafonds van onze studio. Er wordt verbouwd. Wij verbouwen voortdurend (sommige mensen denken dat de bouwvakker die al zeventien jaar bijna permanent hier werkt op onze loonlijst staat in plaats van op die van zijn eigen baas) dus dat is niks bijzonders. Maar nu krijgen we een nieuwe regieruimte en daarom moeten er nieuwe snoertjes worden getrokken.
Niet een paar, zoals thuis, nee kilometers snoer. De mannen van het gespecialiseerde bedrijf duiken met hun hoofden in het plafond en dan beginnen ze aan een bussel draden te trekken die dan ook uit het plafond komen. Hoe ze dat uit elkaar houden is mij een raadsel.
Ik heb het er eentje gevraagd. Vanuit het plafond echode het: “gewoon goed opletten . . .etten . . . etten . . . etten . . .”
Zo simpel kan het leven dus zijn.
Rekenen
Ik was al verbaasd toen ik vorig jaar las dat veel PABO-studenten niet goed kunnen rekenen, maar toen ik deze week hoorde dat één op de vier om die reden van de opleiding moet, viel ik bijna om. Kijk, dat ik zelf niet kan rekenen, maakt niks uit. Ik ben van de letters, niet van de cijfers. Als ik het woord rekenen hoor krijg ik al rillingen. Dat komt zo.
Op de lagere school zouden wij in klas vier breuken gaan leren. U weet wel, een half, een vierde, een kwart. Hoewel, dat is volgens mij hetzelfde. Maar na de zomervakantie werd ik ziek, geelzucht. Zes weken was ik aan bed gekluisterd terwijl mijn klasgenootjes breuken leerden.
Mijn moeder nam aan het ziekbed de taak van de meester over en leerde mij hoeveel een achtste en een kwart was. Echt goed heb ik het nooit onder de knie gekregen. Volgens mij was ik het eerste echte achterstandskind van Nederland, maar dan ongesubsidieerd. Op de MULO kreeg ik algebra en meetkunde. Ik begreep niets van die formules. De vader van een vriendje gaf me bijles maar dat was nauwelijks aan mijn alfa-geest besteed. Ik bleef zitten en de MULO werd MAVO. Ik liet dat gereken meteen vallen en stortte mij op talen een aardrijkskunde. Het fameuze pretpakket.
Na de MAVO ging ik naar de HAVO. Ik koos onder meer biologie en de school adviseerde mij daar wiskunde bij te doen. Ik liet me overtuigen. Er ging met mij heel veel mis op die HAVO, maar het ergste waren nog de wiskundelessen. De leraar gaf iedereen een beurt waarbij hij vooraan begon. Het ging over wiskundige bezweringen waar ik werkelijk niets van begreep.
Week na week kwam het moment dichterbij dat ik aan de beurt zou zijn. De paniek sloeg toe. Dat viel mijn ouders natuurlijk op. Op een dag zei mijn vader dat hij van een journalist, die elke dag bij hem de post kwam halen, had gehoord dat er bij de plaatselijke krant een baantje vrij kwam als zetter. Of dat iets voor mij was?
De volgende dag had ik mijn eerste sollicitatiegesprek. Ik ben nooit meer teruggegaan naar de rekenlessen.
Kantoorhumor
Met zo’n honderd mailtjes per dag komt er wat langs op een redactie.
Uitnodigingen voor persconferenties, aankondigingen voor wijkfeesten, nieuwstips, boze brieven. Noem het op en mijn collega’s en ik zien het langs komen.
“Het moet niet gekker worden,” riep een collega vanmorgen vanachter zijn computer. “Er komt een speciale kookcursus voor dialysepatienten.”
“Lekker,” riep een andere collega, “gebakken niertjes . . ."
Kostbaar
Mijn schoonvader heeft het gehoord.
Een dame vertelde over een project waarbij babyluiers en incontinentieluiers worden ingezameld om gerecycled te worden.
“Is dat een kostbaar project?” vroeg de interviewer.
“Nee hoor,” zei de dame. “Het project bedruipt zichzelf . . .” .
Gieren
Ik schrok me rot vanmorgen toen ik op een website van een plaatselijke krant las dat de vale gieren in Oss zijn gespot. U weet wel, die gieren die uit de Pyreneeën naar deze contreien zijn gevlogen. Daar aten ze kadavers van dode schapen die door herders in de natuur werden achtergelaten. Maar dat achterlaten mag niet meer, dus zijn de gieren deze kant op gevlogen.
Maar waarom dan in godsnaam naar Oss? Jan Marijnissen is al een tijdje niet meer gesignaleerd, maar het zal toch niet zo zijn dat hij door zijn partijgenoten in de Osse uiterwaarden is gedumpt?
Discriminatie
Geacht kabinet,
Ik was niet uitgesproken negatief over uw glossy dat u vorige week tijdens een wervelende show presenteerde. Maar bij nader inzien wil ik u nog iets in overweging geven, ook al heeft u het debat met het gewone volk gesloten. Het gaat om het volgende.
De dochter van een bekende van mij at laatst met haar vriendin een hapje op een terras in haar woonplaats Amsterdam. De dames hebben een liefdesrelatie, maar als je dat niet weet dan zou dat op dat moment niet bij je opgekomen zijn. Behalve als je er een neus voor hebt.
Opeens stopte er langs de stoeprand een auto waaruit een paar Marokkaantjes hun hoofd staken. Die hebben zo’n neus dus die ruiken de damesliefde op een kilometer afstand. Ze beschimpten de dochter en haar vriendin en ééntje spuwde met een boog op het tafeltje. Daarna gingen ze er vandoor, er wachtte vast nog meer zegenrijk werk in naam van hun gedroomde heilstaat.
De vrouwen liepen naar het dichtstbijzijnde politiebureau om aangifte te doen van discriminatie. Geheel in de lijn van uw wens om samen de maatschappij te verbeteren. De dienstdoende agent zuchtte diep, leunde achterover en zei dat hij echt geen aangifte zou opnemen. Dan kon hij wel aan de gang blijven. De dames hebben het hogerop gezocht en de zaak zal nog een staartje krijgen.
Nou had ik zo bedacht dat u het geld dat u wilt uittrekken voor 500 extra wijkagenten beter in opvoedingskampen kunt stoppen. Dan kunt u in die prep camps extra plekken maken om luie agenten op te voeden die discriminatie niet serieus nemen. Bovendien voorkomt u dan dat er nog eens 500 van die hufters bij komen.
Met vriendelijke groet
vanuit de provincie
Belgische Bult
Wist u dat een ekster 39 jaar oud kan worden? Ik wist het tot vrijdag ook niet. Toen ontmoette ik in het café een man die mij dat vertelde. Hij zat op z’n praatstoel of beter gezegd praatkruk. Zijn vrouw was met een vriendin op vakantie en hij zocht aanspraak. Het was niet zomaar iemand, het was een wereldkampioen kanaries fokken. Het kan ook zijn dat kanaries geteeld worden, daar wil ik niet om strijden.
Of ik er iets van wist, van kanaries? Een journalist weet van alles iets maar van niets alles dus ik zei dat ik er iets van wist. Je fokt kanaries, gaat daarmee naar een tentoonstelling en de vogel die het mooiste fluit zingt is wereldkampioen. Dat wordt beoordeeld door mannen in beige stofjassen. Welke leerling-verslaggever van mijn generatie is niet naar een vogelshow gestuurd?
Dat kan ook zei de man, maar hij fokte niet voor de zang. Hij fokte op uiterlijk. Zijn vogels deden dus niet mee aan een songcontest maar aan een soort miss kanarieverkiezing. En zo leerde ik van alles over postuurkanaries, zoals daar zijn de Münchener en de Belgische Bult. Er waren, vertelde hij, dierenliefhebbers die daar op tegen waren omdat de kanaries bijvoorbeeld onnatuurlijk lange nekjes zouden hebben. Maar er was niks mis met het fokken van kanaries op uiterlijk, bezwoer hij. Het was zo’n innemende man dat ik hem meteen geloofde.
Natuurlijk deed ik een duit in het zakje door te vertellen dat wij deze week een ekster hadden gered uit de klauwen van Broer. Het kan ook Poes geweest zijn want het ging razendsnel en P&B waren allebei in de buurt. Eksters kunnen wel 39 jaar worden, zei de man. Dat geloofde ik meteen want alleen heel oude en stramme eksters laten zich door die luie katers van ons vangen.
Nou, dan weet u het ook van de ekster. Heeft u zelf ook een leuk vogelverhaal ? Ach, doe ook maar niet, ’t was voldoende voor deze maand . . .
Content
Deze week heb ik cursus gehad. We krijgen namelijk een nieuw redactiesysteem. Het is een alles-in-één programma: agenda, adresboek, wires, archief, audio, video. Kortom: heel veel. Het is een mooi, klantvriendelijk systeem. De bazen hebben het bedacht, maar wij als gebruikers hebben nog wat aanpassingen gedaan, toegespitst op de dagelijkse praktijk. Want bazen weten heel veel, maar niet alles.
Het is toegerust voor de toekomst wanneer we multimediaal gaan werken. Multimediaal is het toverwoord om te overleven in de wereld van de media. Ons nieuws wordt ook niet meer alleen via onze eigen media verspreid, nee, u kunt mijn berichten ook lezen op de buurtpagina van de website van Trouw, op de TV-schermen in een winkelcentrum, op sigarettenautomaten en binnenkort op de internetpagina’s van De Dag en De Pers, als ik het allemaal goed onthouden heb.
Dat schijnt goeie bussiness te zijn, maar ons journalisten wordt niet gevraagd of wij principiële bezwaren hebben tegen verspreiding van onze berichten via sigarettenautomaten of pulpbladen. Wie nog nobele journalistieke principes heeft kan zich beter meteen bij het Persmuseum melden.
“Eigenlijk,” vroeg ik aan de baas, “worden wij een soort Algemeen Brabants Persbureau?’
Dat zag ik verkeerd, maar ik ben dan ook geen baas. “Wij worden een contentfabriek,” zei hij.
Ik word dus een contentfabrieksarbeider. De grote kunst lijkt mij vooral een contente journalist te blijven.
Gezeik
Wat willen we nou in dit land? De burgerij roept jaren lang om orde, socialer gedrag en aanpak van de hufterigheid. Na een rondje Nederland zet het kabinet dat bovenaan het lijstje en wat hoor ik: weinig verrassend. Natuurlijk is dat weinig verrassend. Dat wisten wij op straat al lang. De winst is dat dat nu echt is doorgedrongen tot die bestuurskoppen.
En dan zijn er toch nog mensen die zeiken. Vooral in oppositiekringen want dat is hun core-bussiness. Rutte vond het een slecht opstel dat met een paar plaatjes is opgeleukt in de hoop dat de meester er in trapt. Dezelfde Rutte die een paar keer bijna in Rita Verdonk kroop terwijl iedereen weet dat hij haar het liefst een mes in de rug zou steken.
En we zeiken over de mediashow die Balkenende c.s. er van maakten. En dat in een land dat geilt op Big Brother, de Gouden Kooi en dat z’n mening baseert op Hart van Nederland. Wat hadden die mensen dan verwacht dat het kabinet zou doen? Nou dan? We krijgen de show die we verdienen.
Maar goed, omdat ik ook maar gewoon een zeikende Hollander ben, moet ik toegeven dat het wel wat concreter had gekund. Desalniettemin vind ik de basis die is gelegd om van Nederland een leefbaarder land te maken nog niet zo slecht. Van mij krijgen ze de kans om het waar te maken. Hopelijk houden ze de lijn vol om het samen te doen met alle partners want we blijven een land van bemoeiers en polderaars. Daar zijn we groot mee geworden en dat moeten we koesteren.
Khalil
De eerste keer dat ik Tineke ontmoette was toen ze op sollicitatiegesprek kwam. Mijn collega en ik waren er al snel van overtuigd dat zij degene was die we op de nieuwsdienst nodig hadden. Ze had veel ervaring als journalist bij dagbladen, de landelijke omroep en ze had lang als correspondente in Palestina gewerkt. Een stevige tante, zoals wij zeiden en daar waren we dringend naar op zoek.
Twee jaar zaten we zij-aan-zij. We lachten, we knokten, we kibbelden totdat mensen zeiden: jullie lijken wel een getrouwd stel. Dat heb ik altijd als een compliment beschouwd. Tineke ontpopte zich als een voorvechtster van de Palestijnse zaak zonder dogmatisch te worden. Ze zag ook de tekortkomingen van het volk van haar man.
Na twee jaar was haar contract afgelopen en sneuvelde ze in een reorganisatieronde. Tot verdriet van haar en mij en van heel veel collega’s. Een paar weken voordat ze zou vertrekken kwam ze laaiend enthousiast binnen. Ik wist toch nog wel dat ze had verteld dat ze weer een boek over Palestina zou gaan schrijven. Nou, ze had te horen gekregen dat ze daarvoor een beurs had gekregen. Even later had ze ook een andere baan.
Nu is het boek klaar: “De last van Khalil” (het leven van een Palestijnse sjouwer in Jeruzalem). Ik heb het geluk gehad dat we elkaar ook na haar vertrek zijn blijven zien en dat ik het boek een heel klein beetje heb zien groeien. Het is het verhaal van Khalil, de grootvader van haar man. Bijna de hele vorige eeuw was hij lastdrager in Jeruzalem en hij maakte vier bezettingen mee. Eerst de Ottomanen, toen de Britten, de Jordaniers en tenslotte de Israeli’s. Tineke beschrijft in feite de geschiedenis van de stad en het land aan de hand van het leven Khalil.
Het is geen roman maar een boek met veel informatie, maar ook met beeldende beschrijvingen van de oude stad. Het geeft een goed beeld van het leven van een doorsnee Palestijn. Ook in dit boek is duidelijk aan welke kant ze staat maar ook nu weet ze te relativeren. Nu Palestijnen elkaar heviger van ooit naar het leven staan en het land letterlijk wordt verscheurd is “De last van Khalil” een goed boek om de context te begrijpen. Want, daar gaat het om, zei Tineke altijd, de context en de duiding.
Vrijdag 15 juni is te gast in het Radio 1-programma Kunststof, van 19.00 tot 20.00 uur. Luisteren!
(De last van Khalil. Tineke Bennema. Uitgeverij van Gennep. Isbn 9789055157808)
Lek
Er is gelekt, dat kan niet anders.
U herinnert zich vast mijn logje van vorige week waarin ik schreef dat ik had geklaagd over de vreselijke gaten en scheuren in een weggetje waar ik dagelijks over fiets. Die weg is aan flarden gereden door auto’s van een sloopbedrijf.
Die mail heb ik alleen aan de fractievoorzitters van de politieke partijen gestuurd van het dorp waarin die weg ligt. Gisteravond kreeg ik opeens een mailtje van een journalist van de plaatselijke krant. Of hij eens met mij mocht praten over mijn klacht. Iemand moet hem mijn gegevens toegestopt hebben.
Kijk, daar hou ik niet van, van mensen die naar journalisten lekken.
Nou ja, naar journalisten van concurrerende media bedoel ik . . .
P.S.: vandaag hoorde ik dat in de bouwvakvakantie de weg wordt opgeknapt en dat geregeld is dat de vrachtauto’s via een de andere kant het terrein verlaten. Dan is het gevaar dat mij dagelijks bedreigt geweken.
Oisterwijk Sculpture
We zijn afgelopen weekend naar de beeldententoonstelling Oisterwijk Sculpture geweest op de Lind in Oisterwijk. Veel glaskunst, zeer de moeite waard. En nog tot aanstaand weekend te zien. Omdat beelden soms meer zeggen dan een verhaaltje, vandaag beelden.
Gezien: Death Proof
Gezien: Death Proof (Quentin Tarantino) * * *
Quentin Tarantino. Dan is success verzekerd. Wat mij betreft deze keer niet. Death Proof is een film over Stuntman Mike (Kurt Russel) die het heeft voorzien op jonge vrouwen. Met zijn auto ramt hij de auto’s met die meisjes de dood in.
De film is gebaseerd op B-films uit de jaren zeventig, compleet met verspringend beeld zoals in die tijd nogal eens voor kwam. Dat kwam omdat er in die tijd weinig kopieen waren die grijs gedraaid werden. Operaters wilden er nog wel eens zelf een slecht stukje uit knippen.
Het is vooral een film van ellenlange dialogen die nauwelijks de moeite waard zijn en die elke scherpte missen. De twee zeer spectuculaire scenes waarin stuntman Mike met zijn auto op zijn prooi jaagt zijn wat mij te betreft onvoldoende om een film van twee uur boeiend te maken. Een B-film dus.
Terras
Een late middagzon die na een hevige worsteling eindelijk door het grijs breekt om ons te laten begrijpen waarom het zo drukkend warm is op het terras. Ondertussen lessen wij onze dorst met wit bier en kijken wij naar het volk dat aan ons voorbij trekt.
Wat ziet die man in die slonzige vrouw? Waarom kiest iemand zo’n wanstaltig hondje? Mooie meid. Waarom verft iemand z’n haar blauw? Wat fijn dat dat Marokkaantje in die zilvergrijze BMW cabrio profiteert van de economische opleving. Rood en oranje blijft een schetterende combinatie. Wat is er toch voor lol aan om op die solexjes door onze stad te crossen? Lelijk hoor, een heel lijf vol tatoos. Oh . . en met zo’n buik draag je toch geen naveltruitje . . .
Ober!
Anders
Zijn mensen thuis anders dan op het werk? Vast en zeker. Ik moest er aan denken toen ik afgelopen week tweemaal werd geconfronteerd met beelden die volgens mij niet helemaal kloppen of niet meer kloppen.
Iemand noemde mij chagrijnig. Niet één keer, maar vijf keer. Toen ik dat gisteren aan vrienden vertelde, moesten ze lachen. Die kennen mij niet als chagrijnig. Mijn vrouw ziet dat ook anders. Die noemt mij liever “bij vlagen lang zwijgzaam”.
Misschien ben ik op het werk anders, want ik geloof dat ik daar wel eens nors kan zijn. Dat is vooral op momenten dat ik word geconfronteerd met mensen die erg op anderen leunen en zelf nauwelijks iets ondernemen. En als er sprake is van dommigheid. Misschien vind ik dat dat net iets te vaak is.
Marlies had deze week op haar werk zo’n dag waarop het de omroep en de mensen onder de loep worden genomen. Met van die moderne techniekjes. Iedereen moest een paar eigenschappen van zichzelf opschrijven en anderen moesten daar een cijfer bij zetten. Hoog scoorde één van haar eigenschappen die ik niet bovenaan de lijst gezet zou hebben. Nee, natuurlijk ga ik niet vertellen wat dat was, stel je voor dat ik haar imago zou beschadigen.
Daarom vraag ik me af of mensen op het werk anders zijn dan thuis.
Toverballen
“Hier,” riep de politiek redacteur. Ik ving een zakje op. Het waren Toverballen van het CDA. U leest het goed: toverballen van het CDA.
“Hoe langer je er op zuigt, hoe vaker ze van kleur veranderen,” zei mijn collega.
Ik wachtte op een nog snediger opmerking, maar blijkbaar was alles gezegd. Ik kon zelf ook niks bedenken. Wat moet je nou zeggen over Toverballen van het CDA die vaker van kleur veranderen naarmate je er langer op zuigt.
Ik ga ze niet opeten. Sonja Bakker ziet me aankomen.
Netjes
Ik klaag niet zo veel. Nou ja, ik mopper wel eens op mensen en gebeurtenissen om me heen en op mezelf, maar ik schrijf zelden een boze brief naar officiële instanties. Alleen al de gedachte dat ik dan in een langzaam malende molen terecht kom weerhoudt mij van actie. Ik krop het op en soms knalt het er uit. Dat is fout, ik weet het.
Tot een week geleden, toen was ik het zat. Ik heb een keurig nette, maar duidelijke mail gestuurd aan ons buurtbeheer over de toenemende vervuiling die wordt veroorzaakt door bezoekers van een coffeeshop even verderop in onze wijk. Het gedrag van die ronkende autobestuurders met petjes was over mijn irritatiegrens gegaan.
Toen ik de volgende middag thuis kwam zag ik dat de hele straat spic en span was. En er waren maar liefst twee mails van mensen die onze wijk vertegenwoordigen. Het probleem zou in de eerstvolgende vergadering hoog op de agenda komen. Kijk, zo zie ik het graag.
Mijn tweede mail ging naar de fractievoorzitters van de politieke partijen van het dorp waar ik dagelijks door fiets op weg naar mijn werk. Het weggetje waar wij fietsers dagelijks over rijden is door vrachtwagens van een sloopbedrijf zo kapot gereden dat het bijna onbegaanbaar is geworden.
Binnen een paar dagen had ik al verschillende mails terug. Eén partij ging er meteen raadsvragen over stellen. Die wist blijkbaar nog niet wat de andere wisten want die schreven dat het sloopbedrijf niet weg te krijgen is van dat weggetje maar dat het in de bouwvakvakantie wel opgeknapt wordt. Kortom: het heeft de aandacht.
Het mooie is dat op een nette manier klagen helpt. Als u nog wat te klagen heeft, ik kan heel netjes schrijven . . .
Rentmeesterschap
Katholieken? Na 19 jaar Brabant begrijp ik ze nog niet. De eindredacteur van het Katholiek Nieuwsblad in mijn eigen stad wordt ontslagen omdat hij een buitenechtelijke relatie had.
En ik las ook dat twee bazen van Radio Vaticaanstad NIET worden ontslagen, hoewel ze er van worden beschuldigd het milieu vervuild te hebben met hun zendmasten die electromagnetische straling veroorzaken waardoor mensen ziek worden.
Wat moet ik hier nou van denken? Meten ze met twee maten? Bovendien, bij het Katholiek Nieuwsblad gelden strengere regels voor redacteuren (die het blad vertegenwoordigen) dan voor kantoormedewerkers. Sommige katholieken mogen blijkbaar meer naast de pot pissen dan anderen en ze mogen allemaal het milieu vervuilen.
Ik ben blij dat bij protestanten het accent meer ligt op goed rentmeesterschap.
Gezien: Zodiac
Zodiac (David Fincher) * * * * *
De film is gebaseerd op een serie moorden die in de jaren zestig in de buurt van San Fransico werd gepleegd. Maar het is geen verhaal over de moordenaar. De film focust op politiemensen en twee journalisten die de identiteit van de mysterieuze seriemoordenaar Zodiac proberen te achterhalen.
De man speelt een kat-en-muis-spelletje met zijn achtervolgers rechercheur Dave Toschi (Mark Ruffalo), journalist Paul Avery (Robert Downey jr.), en politiek cartoonist Robert Graysmith (Jake Gyllenhaal). Na jaren loopt het spoor dood omdat de moordenaar ongrijpbaar blijkt. Alleen Graysmith gaat door.
En dan ontspint zich een verhaal van een man die zo geobsedeerd raakt door zijn jacht op Zodiac dat hij er zelfs zijn gezin voor opoffert. Dankzij hem sluit het net rond de moordenaar zich steeds verder. Uiteindelijk staat hij na 22 jaar oog-in-oog met de man op wie hij jaagt.
Maar het is geen doorsnee film, het is een Fincher-film. De vraag of de man die door Graysmith is opgespoord ook werkelijk Zodiac is blijft onbeantwoord. Dankzij de sterke karakterrollen blijft de film ruim twee uur boeien.
Deformatie
Je kunt als rechtgeaarde VVD-politicus tegenwoordig geen kwinkslag meer maken of de pleuris breekt uit. Tweede Kamerlid Anouschka van Miltenburg riep dat de autogordel moet worden afgeschaft zodat er meer mensen dodelijk verongelukken en er meer donoren komen Het bleek scherts. Zwarte humor. Cynisme. Maar ze kreeg tegenwind en ze trok haar keutel snel in.
En Rita Verdonk die roept dat de VVD een fatsoenlijke rechtse leider nodig heeft als Sarkozy. Rutte is niet rechts genoeg. Ook al weer opgelost, althans cosmetisch. VVD’ers moeten wat om op te vallen nu ze niet te keer kunnen gaan tegen een kabinet dat zich schuil houdt in dorpshuizen en stadswijken.
De dames en heren politici van ’s-Hertogenbosch discussieerden gisteren over de vraag of in mijn stad één keer per jaar een autovrije zondag ingevoerd moet worden. Iedereen enthousiast want een autovrije zondag is een goed middel om aandacht te vragen voor duurzame mobiliteit.
Nou ja, iedereen? De VVD niet. Fractievoorzitter Hoskam droeg zijn manschappen op tegen te stemmen. “Want,” zei hij, “u weet allen dat VVD’ers een deformatie aan hun rechtervoet hebben waardoor ze daar altijd een gaspedaal onder moeten hebben.” Dat was volgens mij ook scherts want iedereen moest erg hard lachen.
Dezelfde liberaal was ook tegen een onbestemde praatgroep met de naam City Change. Die moet over de stad praten, maar wat nou precies de uitkomst moet worden is me een raadsel. De fractievoorzitter ook. “Niet doen,” zei hij, “er zijn al genoeg ouwehoerclubjes in Den Bosch.” Daar lachte niemand om.
Dom
Kunnen twee dingen die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben in een weblogje samen vallen? Ja dat kan als ’s schrijvers gedachten maar genoeg kronkelen.
Vorige week belde mijn hardhorende en lichamelijk gehandicapte buurman aan. Of ik hem met de auto naar zijn werk wilde brengen. De naaf van zijn driewielerfiets was kapot en het zou tijden duren voordat die gerepareerd is. Ik bracht hem naar zijn werk. Tot zover het eerste voorval, nauwelijks geschikt voor een weblogje.
Gisteren zei de conducteur dat Amsterdam het eindpunt was van de trein en dat wij onze eigen eigendommen mee moesten nemen. Dat vond mijn vrouw raar, want volgens haar geeft eigendommen al aan dat ze van jezelf zijn. Volgens haar gedachtegang zouden dommen dus dingen zijn. En die zouden dan ook nog in de trein moeten liggen.
Ik ken maar één zelfstandig naamwoord dom, namelijk een kerk. Bijvoorbeeld de Dom van Keulen. Of de Duomo van Firenze zo u wilt. Die liggen meestal niet in een trein.
Voordat ik hier over wilde schrijven heb ik er voor de zekerheid even de Dikke op nageslagen. Tot mijn verrassing zag ik dat een dom ook een wielnaaf is. Als ik dat gisteren had geweten dan had ik er stiekem eentje uit de trein meegenomen voor mijn buurman.
R.
R. belde. Op zaterdagavond thuis. Vreemd. Ze vertelde me onomwonden dat ze dood ging. Over een maand of zes. Longkanker. Of ik het telefoonnummer had van die en die want die wilde ze ook even bellen. Verbouwereerd is een mooi woord om mijn gemoedstoestand te schetsen.
“Jij kunt helemaal niet dood,” zei ik. “Je hebt nog zoveel te doen.”
“Ja jongen, maar zo gaat dat. Onkruid vergaat ook gewoon.”
Ik ken R. al heel lang en heb haar vaak geïnterviewd en minstens zo vaak niet. Ze wist als geen ander de media te vinden. Ze is mijn enige zakelijke contact dat me kust als we elkaar zien.
Ze was de vrouw die het voor elkaar kreeg dat kinderen, die opgegroeid zijn in tehuizen nu het recht hebben de identiteit van hun biologische ouders te weten. Haar hele leven stond staat in het teken van kinderrechten. Er is een boek over haar geschreven en een documentaire over haar gemaakt.
“En nu?” vroeg ik.
“Ik ga het rustiger aan doen de komende maanden,” zei ze.
“Dat geloof je toch zelf niet,” antwoordde ik.
“Het moet,” zei ze. “Binnenkort worden alle dossiers van de kinderen uit mijn huis gehaald en ondergebracht bij een stichting. Ik blijf nog wel adviezen geven en dingetjes doen hoor."
“Tuurlijk,” zei ik.
“Totdat het niet meer kan,” zei R. “Weet je,” vervolgde ze, “het is allemaal niet zo erg. Elk mens gaat dood.”
“Jij kunt in ieder geval terugkijken op een veelbewogen leven,” zei ik. “Je hebt echt dingen bereikt.”
“Nou niet alles. Er is nog één ding dat ik graag had willen bereiken, de herberg,” zei R.
Ik wist wat ze bedoelde, een veilige plek voor kinderen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen. Ver weg van jeugdzorg en kinderbescherming met wie R. een te kort leven in permanente staat van oorlog was. “Maar de stichting gaat wel verder met het plan hoor. Alleen ik maak het niet meer mee. Maar als je me er nog eens over wilt interviewen dan ben ik er. Dat weet je. . .”
Ik wist het.
Gezien: Hot Fuzz
Hot Fuzz (Edgar Wright) * * * *
Agent Nicholas Angel (Simon Pegg) studeert cum laude af en wordt gestationeerd in Londen. Zijn ster rijst en wekt jaloezie. Daarom wordt hij verbannen naar Sandford, een dorp dat al twee keer achter elkaar is uitgeroepen tot het veiligste dorp van Engeland.
Angel is nog maar net in Sandford aan het werk of er gebeuren vreemde ongelukken. Zijn collega’s doen er laconiek over, maar Angel vertrouwt het niet. Zijn speurwerk leidt tot een bizarre ontdekking.
Het is een echte actiekomedie vol meligheid en goeie grappen. Er is zo snel gemonteerd dat het af en toe duizelt. Een aanrader voor iedereen die van engelse humor houdt. In het genre parodie op politiefilms stijgt deze er met kop en schouders bovenuit.
Campagneleider
Eerlijk is eerlijk. BNN’s Donorshow heeft de wereld getoond dat er in ons land een groep creatievelingen is die met humor een maatschappelijk probleem onder de aandacht kan brengen. Ook mensen die niet hebben gekeken (ik bijvoorbeeld) weten nu dat het belangrijk is een donorcodicil in te vullen.
Jammer dat je zo’n stunt maar één keer kunt uithalen, want het zou een mooi exportartikel zijn.
Misschien kunnen ze BNN-directeur Laurens Drillich campagneleider maken van de PvdA.
Menshouderij
Jan Marijnissen heeft verpleeg- en verzorgingshuizen ooit ïntensieve menshouderij genoemd. Het is de taal waarmee gestaalde kaders het volk aan hun voeten krijgen. Hij heeft binnen zijn eigen gemeente dan ook een slecht voorbeeld. Het verpleeghuis Vita Nova in Jan’s eigen Oss is de afgelopen jaren twee keer hard in aanvaring gekomen met de Inspectie Gezondheidszorg.
In 2003 richtten bewoners een actiecomité op omdat ze in hun eigen vuil lagen. Er was te weinig personeel. Later lag een bewoner van dat verpleeghuis drie dagen dood op zijn kamer zonder dat iemand dat merkte. De Inspectie is al meer dan een half jaar bezig om een rapport over die zaak te schrijven. Dat is lang, ze hebben het zeker druk. Of misschien moet er iemand aan het werk gehouden worden. Als je dat bij jou om de hoek ziet gebeuren dan komen grote woorden als intensieve menshouderij vanzelf opborrelen.
De verpleeghuiszorg heeft het, mede door dit soort incidenten, de afgelopen jaren zwaar te verduren gehad. Door de problemen met mijn vader heb ik in diverse verzorgingshuizen vertoefd. Ik kreeg er een wisselende indruk. In één hebben ze mijn vader drie weken met een gebroken heup laten strompelen, over de andere huizen geen onvertogen woord.
Deze week is besloten dat mijn vader definitief in een verzorgingshuis in Renkum blijft. De mevrouw met wie wij, familieleden, het eindgesprek hebben gevoerd was bepaald geen boerin van een intensieve menshouderij. Sterker nog, ze maakte al snel duidelijk wat het motto in haar huis is: het gaat er niet om hoe lang je hier woont, maar dat je hier een kwalitatief hoogwaardig leven leidt.
Vol trots vertelde ze dat premier Balkenende pas nog in het huis was geweest en het meteen als voorbeeld had gesteld voor hoe het ook kan ook. Iedere politicus z’n eigen referentiekader zeg ik altijd maar. Ze zei nog een keer hoe trots ze was. “Als vader gewend is een borreltje te drinken dan kan dat gewoon. Hij moet hier zijn leven van thuis voort kunnen zetten,” zei de mevrouw, “Ik drink eigenlijk geen borreltjes,” zei mijn vader. Het maakte niks uit er waren nog genoeg andere geneugten.
Mijn broers en ik waren razend enthousiast. “Zijn er nog vragen?” vroeg de mevrouw in de richting van ons zonen. Wij waren meer dan voldoende ingelicht.
“Ik heb nog een vraag,” zei mijn vader. Hij had het voorgaande uur vooral geluisterd, dus wij keken hem verwachtingsvol aan. “Hoe moet dat allemaal betaald worden?” vroeg hij.
De mevrouw zei dat dat wel goed zou komen. Wij zeiden ook dat dat wel goed zou komen.
“Dan blijf ik,” zei mijn vader.