Happen
Nee, ik was er niet bij toen de koninklijke familie mijn stad bezocht. Ik zat te werken in Eindhoven. Ik heb wel met een half oog TV kunnen kijken.
Hoewel iedereen elk jaar belooft geen oubollig programma te maken zag ik toch weer veel hoogheden happen. Vis in Woudrichem en Bossche Bollen in Den Bosch.
Ach, dacht ik bij mijzelf, het is beter dan in Alkmaar en Het Dorp aan het IJ waar ze vandaag alleen nog maar naar lucht kunnen happen.
In onze TV-uitzending feliciteerde Willem Alexander Brabant met het kampioenschap van PSV. En passant vertelde hij dat hij voor Ajax is. Brabant moet zich maar snel afscheiden als hij koning wordt . . . .
Ik hoorde en zag ook iets vreemds tijdens de NOS-uitzending. Aanvankelijk was ik de enige, maar nadat we de opgenomen beelden terug hadden gedraaid hoorde iedereen het: een man die heel hard schreeuwde: “Beatrix, wanneer mag ik mijn zoon zien . . .” Even later zag je dat iemand werd afgevoerd door een paar kleerkasten.
Het was vast die dwaze vader die regelmatig in Batmanpak demonstreert. Hij heeft mij een tijdje achtervolgd omdat hij mij voor zijn karretje wilde spannen, maar uiteindelijk bleken zijn verhalen niet waterdicht.
De laatste maanden heb ik hem niet meer gehoord. Tot vandaag dan waarschijnlijk. Maar in het feestgedruis ging zijn geschreeuw verloren. Jammer voor zijn zoon.
Nabeschouwing
Toen ik met duizenden andere supporters in opperste staat van verwondering maar dolgelukkig het Philipsstadion verliet liepen voor mij een moeder en haar twee kinderen.
“Mamma hèt koppijn van het kwèkkuh”, hoorde ik haar zeggen.
Er lag een bijdehante opmerking op het puntje van mijn tong, maar ik hoorde mezelf alleen maar een schor geluid voortbrengen.
Holland
Hemd
Mijn vrouw komt vaak terug uit de stad met de mededeling dat ze zulke leuke kleren heeft gezien die mij zo goed zouden staan en die bovendien niks kosten. Ik ben niet het type dat dan onmiddellijk op de fiets springt om kleren te kopen. Had ze meegebracht, zeg ik meestal. Maar dan begint het gesputter. Ze weet nooit zeker of ik het ook leuke kleren zou hebben gevonden.
Vorige week heeft mijn vrouw spontaan een zomerhemd voor mij gekocht. Ze liet het zien en ik vond het mooi. Van de Zeeman, zei ze. Ik geloof dat ze ook een belachelijk lage prijs noemde, maar dat hoorde ik al niet meer want ik riep dat ik geen kleren van de Zeeman wil. Al die Bossche k*tten lopen met Zeeman-zomershirts.
Na een paar dagen besloot ik toch dat hemd aan te trekken. Mijn vrouw had zo haar best gedaan. Bij het dichtmaken raakten mijn vingers in de knoop. Eerst snapte ik dat niet maar toen ontdekte is dat de knopen en de knoopsgaten averechts zaten. Een vrouwenhemd!!! Van de Zeeman!!!
Mijn vrouw keek mij verbaasd aan. Wat maakt dat nou uit, zei ze. Dat ziet niemand en als jij het mooi vind dan doe je dat toch gewoon aan. En ik deed het gewoon aan.
Schennispleger
Volgende week viert de Majesteit haar verjaardag in Brabant. U begrijpt dat hier in ons studiogebouw de spanning tot het kookpunt oploopt want wij gaan op radio en televisie live uitzenden.
Niet alleen de journalisten en technici maken overuren ook onze eigen PR-afdeling heeft zichzelf overtroffen. Ze hebben 40.000 oranje zwaaihandjes laten maken om naar de koningin te wuiven. Het motto is: héél Brabant wuift. Behalve ik, maar dat bedenk ik zelf, dat u niet denkt dat dat bij het motto hoort.
Uiteraard staat ons logo op de handjes. En daar kunnen ze wel eens spijt van krijgen, want één van onze bulletinlezers heeft in een verloren moment uitgevonden dat je met die handjes iets heel anders kunt doen.
U dacht dat bulletinlezers eerbiedwaardige dames en heren waren die gedragen het nieuws voorlazen? Frits Thors, Hennie Stoel? Welnee, tegenwoordig zijn dat infotainende jongelingen die hun kleinkinderen hadden kunnen zijn. Met petjes op en snelle auto’s. En tijd over om majesteitsschennis te plegen.
Mocht u toevallig in Brabant wonen en naar onze omroep luisteren dan kan het zijn dat u de komende dagen de bulletins mist want er moeten nog 40.000 x 4 vingertjes worden omgevouwen.
Voorgeborchte
De Paus heeft het voorgeborchte afgeschaft. Godzijdank. Het voorgeborchte was voor baby’s die gestorven waren voordat ze gedoopt konden worden. Belast met de erfzonde, mochten ze natuurlijk niet naar het paradijs, maar ze hoefden ook niet naar de hel. Voor die ongedoopten was een kouwe, kille druipsteengrot bedacht.
Dat Benedictus zomaar kon verbouwen in Gods driekamerappartement (voorgeborchte, hemel en hel) bewijst dat het voorgeborchte geen goddelijk, maar een pauselijk bedenksel is.
Dat er een eind komt aan de waanzin van ’t voorgeborchte komt omdat heden ten dage niemand er meer in gelooft. Maar vooral ook omdat nog veel katholieke ouderen littekens meedragen omdat hun dode, ongedoopte kindje niet naar de hemel kon.
Ik ken zo’n ouder. Toen haar overleden kindje ter wereld kwam was de eerste vraag van het nonnetje in het ziekenhuis: had u de intentie het te laten dopen? Alleen dan zou het in gewijde grond begraven kunnen worden. Dat speelde zich niet eeuwen geleden af, maar ergens in de zestiger jaren. Toen leefden die streng ingekapselde nonnen nog in de middeleeuwen.
Dan is er in veertig jaar toch veel veranderd. Het voorgeborchte is afgeschaft en wie weet tot welk voortschrijdend inzicht de Paus nog meer komt zodra hij er achter komt dat er nog een paar dingen zijn waarin alleen hijzelf gelooft. Ik vind het hoopgevend dat binnen één generatie een geloofsgemeenschap zich kan ontdoen van middeleeuws fundamentalisme.
Kom, nog even de tanden op elkaar en we leven in een paradijs op aarde.
Dromen
Een rolstoel, een tafeltje, een rollator en een personenliftje. Aan de muur hangt een schilderijtje van een bloem. Rood. Ik denk een klaproos. Dat is het decor waarin mijn vader sinds een paar dagen de hoofdrol speelt. Verpleegkundigen komen op en gaan af als figuranten en souffleurs.
Na zijn heupoperatie wordt mijn vader tijdelijk opgevangen in een verpleeghuis in een bosrijke omgeving aan de Nederrrijn. Dertig kilometer van zijn thuis. Dichterbij was geen plaats. Hij ligt er best, zegt hij en het eten is goed. Dat zijn op dit moment basisvoorwaarden voor zijn liggend leven.
Het viel me op dat zijn handen, die zoveel prachtig speelgoed hebben gemaakt, oud zijn geworden. Ze bewegen ook steeds moeilijker. Veel erger is het dat zijn verstand hapert. Het blijft bij tijd en wijle hangen in lang vervlogen tijden om dan opeens door te schieten naar vandaag. Als een film die hapert en die na een paar keer drukken op de playknop toch weer verder gaat. Dat komt, zegt hij zelf, omdat hij veel en vervelend droomt. Maar soms lopen droom en werkelijkheid door elkaar.
Het is wel vreemd om iemand die al jaren alleen maar in eenregelige zinnetjes spreekt opeens drie zinnen achter elkaar te horen spreken over van alles en nog wat. Dat komt natuurlijk omdat mijn vader na al die tijd achter de geraniums weer van alles mee maakt. Helaas vooral in zijn hoofd.
Homeless
Stel je nou eens voor dat PSV geen landskampioen wordt. Dat lijkt me zelfs voor iemand met helemaal geen fantasie een makkie. En stel je dan eens voor dat het in die play-offs mis gaat en mijn kluppie veroordeeld wordt tot UEFA-cup voetbal. En dat een paar goede spelers vertrekken omdat ze dat niet interessant vinden. En dat goede vervangers om diezelfde reden geeneens niet naar Eindhoven willen komen. En dat dan PSV steeds zwakker wordt en wij in een neerwaartse spiraal terecht komen. En dat wij dan door die Alkmaarders en Amsterdammers voortdurend worden uitgelachen.
Juist toen mijn humeur door de bodem was gezakt, kreeg ik het onderstaande opbeurende bericht.
Het daklozenvoetbalteam uit Den Bosch heeft zondag het NK Straatvoetbal in Den Haag gewonnen. Eerst versloeg het de grote favoriet en thuisploeg Den Haag in een voorronde, later won het de finale van Utrecht.
Het Bossche team vertegenwoordigt als winnaar van het NK alle Nederlandse daklozen tijdens de Homeless World Cup in Kopenhagen.
Vanavond even bellen of ze nog seizoenskaarten hebben.
Notenmix
We aten gisteren bij kennissen. Als dit een receptenlog zou zijn dan zou u vandaag buitengewoon verwend zijn, zoals wij gisteravond verwend zijn. Maar dit is geen receptenlog.
Tijdens het aperitief vertelden onze gastheer en –vrouw dat ze zouden gaan zondigen want ze waren aan het Sonja Bakkeren. En ik vond het zulke aardige mensen.
Nee, nee, nee, zeiden ze, daar was niks geks gaan. Je kon gewoon eten en ze waren al flink afgevallen. Ik herinnerde mij dat wij een paar jaar geleden aan het montignaccen waren geslagen, maar dat ik daar na vier dagen mee was opgehouden omdat ik het meeste niet te vreten vond. Ik zeg het maar recht voor z’n raap.
Het boek van Sonja Bakkeren (of heet die nou alleen maar Bakker?) werd er bij gehaald en toegegeven, het zag er allemaal redelijk normaal uit.
“Wij zouden dat eigenlijk ook eens moeten doen,” zei mijn vrouw.
“Dus niet meer elke avond bon-bon bloc?” vroeg ik tactisch.
“Ik meen het,” zei mijn vrouw.
“En dan door de week geen toastjes met krabsalade meer?” hield ik vol.
Mijn vrouw klapte het boek resoluut dicht. “Ik ga dit boek volgende week kopen en dan gaan wij Sonja Bakkeren,” zei mijn vrouw. “Ben je het er mee eens?’
“We krijgen volgend weekend wel mensen te eten,” zei ik.
“Dan beginnen we die maandag erna,” zei ze
Ik bladerde nog eens door het boek en zag dat ik van Sonja op zaterdagavond een klein bakje Japanse notenmix mag.
“Deal”, zei ik.
Wij beginnen dus die maandag erna.
Plafond
Het ene meisje zat al in de trein toen het andere meisje instapte.
Het andere meisje smeet haar tas op de bank tegenover het ene meisje. Ze liet zich naast de tas vallen en slaakte een diepe zucht.
“Ik heb verdomme weer ruzie gehad met mijn moeder,” zei het andere meisje. “En weet je wat ik toen heb gezegd. Weet je wat jij mist? Sex!!!”
De meisjes gierden het uit met hele hoge halen.
“En weet je wat ze zei? Dat ik gelijk had.”
Toen de meisjes weer op adem waren gekomen ging het andere meisje verder met haar verhaal.
“Nee, dan bij mijn vader. Die woont in een boerderij. En hij heeft een soort van plafond waar zijn bed staat. En daar ligt hij altijd met zijn vriendinnen. En dat gaat zo hard dat ik af en toe naar boven roep of het wat zachter kan.”
De meisjes rolden bijna van de bank.
Stom eigenlijk dat die vader nooit verteld heeft dat “zo’n soort plafond” een vide heet. Zoiets hoort toch bij de opvoeding.
Grensoverschrijdend
Het zijn duivelse dilemma’s voor journalisten. In het Westbrabantse dorp Heerle is de pleuris uitgebroken. Een kind van zes heeft grensoverschrijdend seksueel gedrag vertoond ten opzichte van andere kinderen op school. De directie van de school heeft de ouders een brief gestuurd en een informatieavond belegd.
Het stond vanmorgen in de krant dus het is waar. En dan komt hier ook de hele redactie op stoom. Er wordt heftig gediscussieerd, want er zijn er ook die zich afvragen of we daar de impact van televisie op los moeten laten. Want wat kan een kind van zes nou bedenken dat zo erg is dat we daar ons Tv-journaal mee moeten openen? Hebben we niet allemaal doktertje gespeeld? Toen kwamen we echt niet in de krant, laat staan op TV.
Ik behoor tot de genuanceerden. Maar dat wil niet zeggen dat ik het bagatelliseer. Een kind van zes dat grensoverschrijdend seksueel gedrag vertoont moet dat ergens geleerd hebben. Ongetwijfeld van een volwassene en dat baart mij zorgen. Want de kans dat zo’n kind zelf slachtoffer is van seksueel misbruik lijkt mij niet denkbeeldig. Zo’n kind moet als de sodemieter geholpen worden.
Ik snap best dat de school contact zoekt met betrokken ouders, maar iedereen met een beetje gezond verstand weet dat het dan binnen de kortste keren op straat ligt. En dan is de geest uit de fles. Media duiken er op en het kind wordt gestigmatiseerd in plaats van geholpen.
Soms zou ik willen dat media een kartel zouden kunnen vormen waarbinnen ze afspreken bepaalde zaken op een andere manier te laten oplossen dan met stukken in de krant en openingsitems in TV-Journaals. Maar ja, kartels mogen niet.
Write Now!
Eindelijk, eindelijk, eindelijk. Eindelijk ben ik niet alleen genoemd, maar gevraagd. Gevraagd om in de provinciale jury van de schrijfwedstrijd Write Now! te gaan zitten. Ik heb natuurlijk meteen ja gezegd, want ik vind dat een sympathiek initiatief. Lees even mee wat de organisatie er zelf over schrijft:
Write Now! is een schrijfwedstrijd voor jongeren tussen de 15 en 24 jaar oud. Jongeren kunnen hun proza of poëzie, of dat nu verhalen, gedichten, filmscènes, toneel- of rapteksten zijn, insturen bij een van de regionale voorronden. De tekst die als eerste, tweede en derde eindigt, wordt beloond met een prijs; de eerste prijswinnaar wordt gevraagd om een nieuwe tekst te schrijven voor de finale, waar de regionale winnaars het tegen elkaar opnemen. De uiteindelijke winnaar wordt beloond met een laptop en een coachingstraject.”
Kijk, dat vind ik nou mooi, jongeren aanmoedigen te gaan schrijven. Want dat ambacht mag niet verloren gaan in het geweld van MSN en SMS. Want waar moet het heen met de wereld als wij, ervaren webloggers, er niet meer zijn? Dan is het toch mooi dat er kinderen zijn die het stokje over nemen.
Dus ik doe het ook voor U . . .
Schuursponsje
Ik was op zoek naar een schuursponsje. Al rommelend in een kastje kwam ik deze beker tegen. Ik had ‘m niet gemist, maar nu ik hem weer had gevonden kwam er opeens veel boven.
Ik heb die beker op 30 september 1991 van een lieve collega gekregen. Op de dag dat ik 36 werd. Ik zat in de zoveelste huwelijkscrisis met mijn eerste vrouw en speelde met de gedachte te gaan scheiden. Daar sprak ik veel over met mijn collega.
In aanloop naar die 36ste verjaardag had ik voor mijzelf een theorie ontwikkeld. Op dat moment was de gemiddelde levensverwachting voor mannen 72 jaar. 36 is de helft en ik had besloten dat de tweede helft van mijn leven anders moest en dat ik dus op die verjaardag de knoop definitief door zou hakken. En op die dag kwam mijn collega met de beker waarop stond: het maakt niet uit hoe lang je leeft, maar hoe je leeft. Het lijkt banaal maar op dat moment was dat het kadootje waar ik het meest aan had.
Heel veel later heeft diezelfde collega op slinkse wijze Marlies en mij gekoppeld. Daarna ging ze zelf ook snel trouwen en een gezin stichten. We werken nog steeds bij hetzelfde bedrijf op totaal verschillende afdelingen en we spreken elkaar bijna niet meer. Af en toe een blik of een knipoog. Meer hoeft ook niet.
En nu heb ik dus die beker weer gevonden. Zulke dingen, daar word ik nou emotioneel van. Overigens bleken de schuursponsjes op.
V-woord
Het V-woord is gevallen. Zeven jaar was het taboe. Ik geloof dat het mijn schuld is. Ik kwam het eerst thuis met de mededeling dat ik een alleraardigst huis te koop had zien staan in het oudste gedeelte van Den Bosch. Bij nadere bestudering bleek het toch niet zo aantrekkelijk.
En toen zagen we tekeningen van een prachtig appartementencomplex in het Paleiskwartier in onze stad. Op dat moment viel het V-woord. “Zullen we gaan Verhuizen?” vroeg Marlies. Ik kon moeilijk zeggen dat ik dat niet wilde. Ik had zelf de aanzet gegeven. Maar het idee moet wel even indalen. Het zou mijn zestiende huis worden. Ik voel mezelf af en toe een nomade. Daar zit ik verder niet mee, want that’s the story of my life.
Toen Marlies donderdag naar Rome vertrok had ze nog snel even alle informatiemateriaal over het complex gehaald. Kon ik tijdens haar afwezigheid alvast studeren. Ja, ze laat me altijd goed verzorgd achter, mijn vrouw. Gistermiddag, toen ze terug was, hebben we gebladerd in de dikke boeken.
Er is nog heel veel om over na te denken, maar uit ervaring weet ik dat een rijdende trein met ons op de bok moeilijk is te stoppen.
Pandje kopen aan de rand van het centrum van ’s-Hertogenbosch?
Licht
Ik heb wel eens gehoord dat ze bij bepaalde Bossche horecabedrijven licht ontvlambare uitsmijters hebben. Maar wat nou toch de competenties zijn om licht erotisch barpersoneel te kunnen worden (behalve dan enthousiast en gemotiveerd), is me een raadsel. Ben ik niet stads genoeg voor, denk ik . . .

Pijngrens
Ik heb veel moeite moeten doen om mij te beheersen na het telefoontje van mijn broer gisteren. Mijn vader is geopereerd. Zijn heup bleek toch gebroken te zijn. Vorige week vrijdag werd hij opgenomen in het ziekenhuis nadat hij was gevallen. De eerste onderzoeken leverden niets op terwijl mijn vader af en toe kermde van de pijn.
En ze bleven het maar volhouden in het ziekenhuis: niks aan de hand. Meneer kan wel weer naar huis, zei de orthopeet. Maar meneer ging niet naar huis omdat hij te verward was. Meneer heeft een lage pijngrens had een verpleegster gezegd.
Dinsdag werden er nog maar weer eens foto’s gemaakt. Niks te zien. Mijn vader bleef kermen. Meneer was bij tijd en wijle wel erg onaardig tegen de zusters, klaagden ze. En toen werd er een botscan gemaakt en bleek de heup gebroken. Vrijdagmiddag zou mijn vader onder het mes gaan, het werd zaterdag. En het ziekenhuis? Dat treft geen blaam, want op de foto’s was niks te zien. Zeggen ze. En ja, een botscan moeten ze aanvragen, daar gaat twee dagen overheen.
Vorig jaar heeft mijn vader bijna drie weken met een gebroken heup in een verzorgingshuis rondgestrompeld omdat een ander ziekenhuis “niks op de foto’s konden vinden”. Het zal allemaal best te verklaren zijn, maar als leek moet ik even stoom afblazen.
Gouden Kalf
Ik weet niet of ik er om moeten lachen of huilen? Toen het kabinet werd geformeerd stonden de kranten vol verhalen over mogelijke clashes tussen atheïst minister Plasterk en christenminister Rouvoet. Dat beloofde wat jongens . . . Er werden ons nieuwe geloofstwisten voorspeld waarbij het bloed tergend langzaam langs de binnenkant van de Haagse stolp zou druipen. Het geloof zou ons kabinet binnen de kortste keren splijten zoals de Rode Zee ooit gespleten werd
En ja hoor, nog geen half jaar later is er een geloofscrisis uitgebroken. Niet binnen het kabinet, maar binnen de zo sympathiek ogende Partij voor de Dieren. Marianne Thieme is zevendedagsadventist. Ik weet wel wat van geloof en christendom, maar ik ben slecht in de randverschijnselen, dus de details van Marianne’s geloof ken ik niet.
Als ik mijn ochtendblad mag geloven is het een beetje een fundamentalistische religieuze stroming. Sinds wij kennis hebben gemaakt met de islam heet dat zo. Vroeger noemden wij die mensen gewoon "de fijnen", maar dat is niet specta genoeg meer.
En nu zijn er lijstduwers, u weet wel die BN’ers die de partij zo’n warm hart toedragen maar die geen verantwoordelijkheid willen dragen, die iets tegen Thieme hebben. Ze denken dat ze alleen voor haar eigen zaligheid in de Kamer zit en niet voor de dieren.
Is er geen gezeik over moslims in het kabinet, dan is er wel gezeik over zevendedagsadventisten in de Kamer. Tel daar bij op dat uitgerangeerde PvdA-coryfeeën Wouter Bos het hellevuur na aan de schenen leggen en u begrijpt wie er dansen rond het gouden kalf dat kiezer heet.
Hangen
Nieuwe woorden en uitdrukkingen komen meestal tot mij vanuit Hilversum. In de mailtjes die mijn vrouw af en toe stuurt, bijvoorbeeld om te vragen wat ze ’s avonds moet koken. Lang geleden ondertekende ze met Laterrrrrrrr . . . Dat bleek op dat moment de nederlandse versie van latejjjjjj . . . ., in Hilversum dé afscheidsgroet.
Enige tijd daarna hoorde ik hier beneden de sloot ook iedereen Laterrrrrrr zeggen. Daarna werd het in Hilversum supejjdoeiiiii . . . Die moet hier nog arriveren.
En zo komen er wel vaker uitdrukkingen via de mail deze kant op waaien. Nu schrijft ze “topstens” als ik terugmail dat ik alles voor de maaltijd al klaar heb gelegd. Het schijnt nu ook zo te zijn dat ze in Hilversum iets mega-weinig vinden. Terwijl ik bij mega aan veel denk.
Maar deze week ontdekte ik dat taalverrassingen niet per se uit de randstad hoeven komen. Ik werd gebeld door iemand van het Katholiek Pedagogisch Centrum in Den Bosch. Hij had een nieuwtje en vroeg of hij “dat even tegen mij aan mocht hangen”.
Ik weet het niet. Het is goed dat een taal leeft, maar als mensen daardoor dingen tegen mij aan gaan hangen dan krijgt het iets plakkerigs.
Drie zonen
“Het gaat zeker goed met jouw vader, want ik lees niks meer over hem,” zei mijn collega, die tot de vaste lezers van dit weblog hoort. Hij kon niet weten dat mijn vader in het paasweekend weer in het ziekenhuis was opgenomen. Gevallen, zomaar opeens.
Hoewel mijn vader kermt al een mager speenvarken is er volgens de artsen niks aan de hand. Dat wil zeggen, er is niks gebroken. Voor minder doen ze het niet.
Maar mijn vader is er wel een beetje af. Hij praat moeilijk en ziet dingen die er niet zijn. Toen ik vanmiddag in het ziekenhuis was was de spraak nog slechter, maar opeens begon hij te vertellen. Opvallend voor een man van eenregelige zinnen. Hij had gedroomd zei hij. Dat hij dorst had gekregen en bij de buurvrouw had ingebroken, op zoek naar cola.
“Dat droomde je?” vroeg ik.
“Ja, wat denk jij dan,” zei hij. En opeens was mijn moeder verschenen, zei hij, die nam hem mee naar huis. En toen ze buiten kwamen stond er een politiemacht. Hij maakte met zijn armen een beweging van een geweer in aanslag.
“Dat droomde je dus?” vroeg ik nog een keer.
“Ja, natuurlijk,” zei hij verontwaardigd.
“En toen?” vroeg ik.
“Ma zei tegen die agenten dat ik dementeerde,” zei hij. “Dat is wel echt. Ik voel het hier.” Mijn vader wees naar zijn hoofd.
“En toen?” vroeg ik weer.
“Toen werd ik wakker,” zei hij. Voor het eerst sinds het overlijden van mijn moeder negen jaar geleden had hij meer dan één zin over haar gesproken.
“Is er eigenlijk al wat geboren in Den Haag,” vroeg mijn vader.
“Jazeker,” zei ik. “Gisteravond om tien uur.”
“En?” vroeg hij.
“Weer een meisje,” zei ik.
“Alweer. Dan hebben ze vier meiden.”
“Drie,” zei ik.
“En ik heb het hem nog zo goed voorgedaan,” zei de vader van drie zonen.
