Gemak


Vanuit onze slaapkamer liep ik door de woonkamer naar de hal. Ik raapte de Volkskrant van de mat en ging de trap op naar de badkamer annex toilet (ja, wij hebben een heel bijzonder huis).

Gewoontegetrouw scande ik tijdens de eerste stoelgang de voorpagina van de krant. Dat kan vrij snel want die bestaat tegenwoordig vooral uit advertenties en ankeilers van artikelen elders in de krant.

Bleven over vier stukjes. Ik keek er na en dacht: zelden een voorpagina gezien die in één oogopslag de toestand van Nederland zo treffend weer gaf. “Loonexplosie ING-top valt hoger uit”. De “berooide” Endstra bleek toch nog 47 miljoen euro op zijn spaarbankboekje te hebben staan. Bij PCM maken ze zich zorgen over het zakkenvullen en het graaien van de bazen. En de blikvangende foto toonde een beeld van de finale van de European Poker Tour met een prijzengeld van 6,6 miljoen euro.

En terwijl ik daar zo op ’t gemak zat dacht ik: ik doe zakelijk iets verkeerd.








Lulkoek


We aten met vrienden die in het bestuurlijke en politieke circuit werken. Ik mag ze graag stangen met hun woordgebruik. Privé zijn ze goed te verstaan hoor, maar wat zij en hun collega’s af en toe zakelijk afscheiden kost ons journalisten nog wel eens hoofdbrekens.

Mijn lief vertelde dat ze er in het Hilversumse ook wat van kunnen. Omroepjargon. Ik ken het, hoewel wij hier in de regio redelijk gewoon doen tegen elkaar. Tijdens een vergadering bij de omroep waar Marlies werkt hebben ze, juist vanwege dat jargon, een keer lulkoekbingo gespeeld.

Dat ging zo. Op een vel papier werden woorden geschreven die not-done (hoor mij!) waren. Elke keer als je één van die woorden langs hoorde komen zette je een kruisje. Bij drie kruisjes riep je dan: LULKOEKBINGO!!!!!!!!!

Ze hadden zo gelachen dat ze niet eens meer verder konden vergaderen en een nieuwe datum moesten prikken. Zeg maar: lulkoekbingo als vliegwiel voor het vergadercircus.








Chinees


Humor ligt op straat. Dat werd mij vandaag nog eens duidelijk. Wat ik u vertel is echt gebeurd.

“Nou,” zei mijn collega, “ik ben benieuwd of het gelukt is om vanavond een squashbaan te reserveren.”

Hoezo, vroegen wij in koor.

“Ik heb een Chinese vriend,” zei hij, “en die heet Nie. Vorige week belde hij om voor drie man te reserveren. Toen de dame vroeg op welke naam zei hij: doe maar Nie. En toen we ’s avonds aankwamen bleek die reservering niet gemaakt.”








Waardigheid


Wat fijn dat de moord op Louis Sévèke is opgelost. Niet dat ik hem kende, welnee. Maar de moord op hem raakte mij wel. Ik heb een zwak voor mensen die engagement hebben en tegen de stroom in roeien. Ik heb het nieuws over die kwestie, voor zover dat naar buiten kwam, op de voet gevolgd. Gewoon als nieuwsconsument, met misschien net iets meer belangstelling.

Ik ben vooral blij dat er voor de familie en vrienden een einde komt aan al die onzekerheid, maar dat bent u natuurlijk ook. Het is een beetje een open deur, maar welgemeend.

Er is nog iets anders dat mij het afgelopen jaar is opgevallen en waar ik vandaag weer aan moest denken. De waardigheid waarmee die familieleden en vrienden zich hebben gedragen. Hoe schril is dat in contrast met de reacties op de website van de Telegraaf die ik vandaag las. Daar durfden mensen het oplossen van de moord af te doen als een bagatelle. Waar hadden we het over, vroegen ze zich af. Er was alleen maar zo’n linkse activist vermoord. En opgeruimd staat netjes.

Daar word ik verdrietig van. Dat overspoelt mij met de sombere gedachte dat het slecht gesteld is met wakker Nederland. Gelukkig zijn er dan de verwanten van Sévèke. Ik hoop dat zij ter zijner gedachtenis de waardigheid zullen blijven uitdragen. Wat ook de reden voor de moord geweest mag zijn.








Spannend


Alles moet tegenwoordig spannend zijn. De eerste keer dat ik spannend een raar woord vond was toen ik naar de fotovakschool ging en wij elkaars foto’s gingen beoordelen. Ik vind foto’s mooi of niet mooi en ik kan ook nog wel uitleggen waarom. Maar daar leerde ik dat foto’s al dan niet spannend zijn.

Spannende foto’s waren die foto’s die ik mooi vond, ik wist alleen nog niet dat dat nu spannend heette. Ook op de fotoclub waar ik vorige week was voor een kennismakingsgesprek hadden ze het allemaal over spannende foto’s.

Spannend. Toen ik vanmorgen de koffiedrab op een oude krant gooide viel mijn oog op een artikel over een kunstenaar die in een bijzonder gebouw ging exposeren. Hij had het over een interessant spanningsveld.

Ik dacht gistermorgen op de fiets na over een stukje over spannend, dat niet per se een spannend stukje hoeft te zijn. Ik was nog maar koud binnen of een vrouwelijke collega vroeg of ik een spannend weekend had gehad.

“Neeee!!!!,” riep ik. “Wel een leuk weekend.” De arme collega begreep mijn overspannen reactie niet.

Spannend. Wat is nou spannend? Arsenal-PSV was spannend. Ik vind sommige vrouwen spannend (de verantwoording die ik vanavond aan de keukentafel moet uitleggen over wie die andere vrouwen dan zijn kan spannend worden).

Verder vind ik het vooral een misbruikt modewoord.








De Route


De lokale media in Den Bosch speculeren druk over de route die de koninklijke familie op 30 april door de stad gaat lopen. Door één en één bij elkaar op te tellen zijn ze al heel warm. Maar de gemeente Den Bosch, verantwoordelijk voor die route, zwijgt in alle talen.

Woensdag zullen de hotemetoten voor het oog van de camera’s de route bekend maken tijdens een persconferentie. Ik denk dat burgemeester Rombouts van Den Bosch nog wel een extra kam door z’n lokken zal halen voordat hij woensdag de zaal binnen schrijdt.

Wij, van de omroep, kennen de route al. Dat komt omdat wij vanmorgen met diezelfde Rombouts die route mochten lopen en filmen want als je dat woensdagmiddag nog moet doen dan wordt het krap. U begrijpt dat mijn collega en de burgemeester dat vanmorgen in het geniep deden geketend aan een dik embargo.

Mijn collega vertelde dat Rombouts het proefdraaien heel serieus nam. Hij glom vol trots en hij sprak haar zelfs een aantal keren met Majesteit aan. Om te oefenen. Mijn collega voelde zich een Koningin en Rombouts schijnt heel dicht bij een Oscar voor de rol van Godheid geweest te zijn.

Totdat er een busje met bouwvakkers stopte. Eén van de mannen stapte met een briefje in de hand op de Bossche burgemeester af. “He,” zei de man, “bindegijhiereenbietjebekend?”

En nou wilt u natuurlijk graag het antwoord weten. Ik zeg niks. Burgemeester? Route Koninginnedag?
Geen idee waar u het over heeft . . .








Zomertijd


Omdat het zomertijd is en de zon schijnt . . .








Vuur en Rook


We hadden gisteren een leuke primeur. Een oud-wethouder van het immer bruisende Valkenswaard werd verdacht van het aannemen van steekpenningen. Maar gisteren besloot justitie dat de zaak geseponeerd wordt. Er is geen bewijs.

Toen ik de brave man aan de telefoon had was hij erg uitbundig. Je hoorde dat twee jaar spanning van zijn schouders was gevallen. Hij bevestigde het verhaal en hij vertelde en passant dat hij die avond een fles champagne open zou gaan trekken in een restaurant in zijn dorp. Ik vroeg welk restaurant, want het toeval wilde dat ik gisteravond ook in Valkenswaard uit eten ging. Hij noemde de naam, maar wij gingen goedkoper.

Later belde ik hem nog een keer om het radio-interview goed door te spreken. Hij was nog steeds door het dolle heen. En opnieuw vertelde hij dat hij ’s avonds feest ging vieren. “Als ik dat restaurant nou maar vaak genoeg noem dan krijg ik misschien wel uhhh . .,” zei hij. ‘Nee, nee, nee,” riep hij er meteen achteraan. “Heb ik niet gezegd.”

Gelukkig voor hem was het maar een voorgesprek. Want tja, als justitie het vuur gedoofd heeft moet je natuurlijk zelf geen rook meer gaan verspreiden.








Onderscheiding


Het waren weer humorvolle momenten aan de newsdesk. Wij kregen een persbericht dat Peter Swinkels de hoogste provinciale onderscheiding krijgt. Peter Swinkels? Dat is de topman van Bavaria Bier. Zeg maar, de Freddy Heineken van het zuiden, maar dan één die wel van zijn eigen brouwsels houdt. Ja en ook schatrijk.

Weet u hoe die onderscheiding heet? Hertog Jan.

Het komt mij voor als de ultieme wraak voor die keer dat Bavaria twee van de Amsteljongens strikte om ze te laten vertellen dat het na hun reclamewerk voor Amstel tijd was voor een Bavaria.

Bavje zeggen ze hier. Maar ze gebruiken hier wel meer woorden waar mensen boven de grote sloot beter niet over kunnen nadenken.








Bruggetje


Toen de zomertijd werd ingevoerd was ik net van de MAVO. Dus ik begreep nauwelijks waarom dat moest, die zomertijd. Ik hoorde een oudere man zeggen dat hij het niet zag zitten om elke dag de klok een uur terug te zetten. Ik leerde toen dat levenservaring niet per se beter hoeft te zijn dan een opleiding. Inmiddels is er een generatie opgegroeid die niet eens weet dat er ooit geen zomer- en wintertijd was.

De leukste tijd zijn de dagen voordat de klok verzet moet worden. Nu ongeveer. Het is de tijd waarin mensen zich afvragen: moet de klok nu vooruit of achteruit? Meestal is het niet meer dan een balletje dat wordt opgeworpen om te kunnen praten over de zomertijd.

“Ik heb een makkelijk ezelsbruggetje, zei mijn collega. Het is VOORjaar dus de klok moet VOORuit.”

“Maar hoe onthoud je dan dat de klok in september/oktober een uur achteruit moet,” vroeg ik.

Hij keek me glazig aan. “Dat is toch logisch als je dat eerste ezelsbruggetje kent,” zei hij.

“Nou ja,” zei ik, “je zou kunnen onthouden: in het NAjaar moet de klok NA achteren.”

Mijn collega zuchtte.

“Ik heb een heel ander ezelsbruggetje zei de verslaggeefster. Kijk, de zomer is de mooiste tijd van het jaar. Maar er is één nadeel: als de zomertijd begint dan kun je een uur korter slapen. Zo onthoud ik dat de klok dus in de lente vooruit moet.”

Wij vonden dat ook een mooi bruggetje.








79%*


En als ik dan op de ijzeren bank in de tochtige tunnelbak van het station zit te wachten en ik zie zo’n bord, dan ga ik prakkiseren. 79 procent van wat? Van wie? 79% van mensen met roos? Of van de mensen die op dit station moeten wachten en tegen dat bord moeten aankijken? 79% van alle mensen in Nederland?

En dan duurt dat tot de trein tussen mij en bord knarsend tot stilstand komt en ik in de trein een vrouw zie zitten die ik al een maand niet meer had gezien. Dan ga ik nadenken over waar zij al die tijd geweest kan zijn.

En dan kom ik thuis en dan zet ik de foto op de computer en ga ik zoomen en pas dan zie ik dat er 79%* staat. En dat er onder op het bord staat: *van het testpanel.

Gluiperds zijn het, die reclamejongens. Allemaal!








Amsterdammer


We zaten een paar minuten voor de deadline toen de man met het zwaar Amsterdamse accent belde. Hij kwam uit Geertruidenberg en hij had een vraag. Geertruidenberg is West-Brabant dus ik probeerde hem af te schuiven aan onze redactie in Breda. Geen sprake van, zei hij. Zijn vraag had namelijk helemaal niks met West Brabant te maken. Het was een algemene vraag waarover hij een weddenschap had afgesloten.

Ik grapte dat ik de dag na het debacle van zondag liever niet met Amsterdammers wilde praten, maar hij hoorde het niet. Mijn opmerking dat ik nu eigenlijk geen tijd had voor algemene vragen ten behoeve van weddenschappen wimpelde hij af. Er stond voor hem een kratje bier op het spel en dat was echt veel belangrijker dan wat ik ook kon bedenken.

En zo walste binnen twee dagen Amsterdam wederom over Eindhoven. Ik capituleerde en luisterde. Van wie, vroeg hij, waren de woorden: alles zal reg kom.

Ik wist het niet.

Maar je bent toch journalist, zei hij. Die weten toch alles.

Ik weet het echt niet, zei ik.

Hij liet niet los. Natuurlijk wist ik dat wel, zei hij. Ik moest alleen wat dieper denken. Hij dacht zelf dat het een zeevaarder was. Ondertussen was ik al gaan googelen, want ik hou er van mijn tijd efficiënt te besteden. Maar onder druk en met een ratelende Amsterdammer aan de telefoon, zoekt het niet lekker.

Eerst dacht ik de woorden aan Jan van Riebeeck toe te kunnen schrijven. Maar dat was niet goed. Toen dacht ik Paul Kruger, maar die bleek het ook niet te zijn. Uiteindelijk kwam ik een brief tegen van iemand die meende het antwoord te hebben:

Die woorde: "Alles zal recht komen indien elke man zijn plicht doen" is deur pres. J.H. Brand (1823-1888) gesê. Hy was president van die Vrystaat vanaf 1864 tot met sy dood in 1888. Die woorde het hy gesê nadat die Boere van die Vrystaat in 1865 'n veldslag teen die Basoetoes onder koning Mosjesj verloor het. Die inligting kom voor in T.B. Barlow se boek The life and times of president Brand (Cape Town: Juta, 1972) op p. 65.

Het was president J.H. Brand, zei ik tegen de Amsterdammer.

Nooit van gehoord, zei hij. Maar dan heb ik wel een krat bier verloren.

Ik wilde nog vragen: Brandbier, maar ik besefte op tijd dat je niet bijdehand moet doen met een Amsterdammer aan de lijn.








Stil


Weet u wat ook heel erg was? Dat die Ajax supporters vileine liedjes in onze richting zongen.

Zoals bijvoorbeeld: “Ze krijgen voetballes” en “Wat zijn die boeruh stil”.

Jammer dat de Ajaxsupporters zo weinig mededogen konden opbrengen voor onze zwaar gekrenkte voetbaltrots.

Verder houd ik mij vandaag gedeisd.








Macht


Ik was nog maar een paar jaar journalist toen ik zelf werd geïnterviewd voor een schoolkrant. Ik had een geanimeerd gesprek met een meisje uit de buurt. Ze zal een jaar of zestien zijn geweest. Het ging op een gegeven moment over de macht van media. Nou wist ik daar niet zo veel van, want ik was nog maar net een paar jaar bezig bij een kleine regionale krant, maar ik had al wel gemerkt dat mensen spraken over dingen die jij schreef en dat plaatselijke politici het zich aantrokken als de krant kritisch was. Tijdens dat gesprek liep ik naar de keuken en het meisje vroeg: bent u een machtswellusteling? (lees meer)








Mist


Ik ben donderdag heel vroeg opgestaan en naar het Bosch Broek gegaan. Het was er prachtig. De mist over de velden en de zon die langzaam opkomt. Daar kan toch bijna niks tegenop.








Platoon


Wat mij door het hoofd schoot toen ik gisteren het stukje over de Amerikaanse nertsen las? Beelden van Amerikaanse militairen die door hun leiders de wereld over worden gejaagd om te strijden tegen het communisme en het terrorisme. Bodybags. Platoon. Huilende moeders in Vietnam, Irak, Amerika.

Ik dacht aan Engelse en Nederlandse leiders die blind volgden en die ons wijs proberen te maken dat elke moslim het op ons leven gemunt heeft. Ik dacht aan Afrika, waar nog steeds ontelbaar veel kinderen niet genoeg te eten hebben, terwijl er miljarden worden uitgegeven aan wapens.

Zelfs artikeltjes over dieren in de Volkskrant kunnen wat losmaken. Terwijl de Telegraaf daar toch patent op heeft . . .

Tja, en wie moet ik dan de narcissen geven? Neem, er allemaal één, u zult ze volgende week, als het slecht weer is, goed kunnen gebruiken als herinnering aan deze mooie lenteweek.








Nerts


Toen ik van morgen in de Volkskrant het onderstaande stukje las schoten mij zoveel associaties door het hoofd dat er geen orde meer in te scheppen was.

Ik doe het zo: wie de meest steekhoudende reactie geeft krijgt morgen een virtuele bos narcissen.








Gemengde berichten


“Wat ben ik toch een muts,” zei het meisje in de trein terwijl ze ongeduldig in haar tas wroette. “Nou mag ik vandaag van Sonja Bakker een kiwi, heb ik niks bij me om 'm open te maken.”

Of mijn collega, in een item over een oorlogsdagboek. “De Duitsers hebben veel weggemoffeld . . .”

Maar het meest heb ik gelachen om de meneer die opmerkte dat de activiteit die hij had georganiseerd wat traag op gang kwam. “We hadden een druppelmatig begin . . .”

COMMERCIELE OMROEP:

AMSTERDAM (ANP) - In een bos je trouwjurk verbranden om je scheiding te verwerken. Het is slechts een van de acties in het nieuwe RTL5-programma Ex Wives Club, dat vanaf komende maandag (21.30 uur) op de buis komt.

PUBLIEKE OMROEP:

HILVERSUM (ANP) - Nu grote showprogramma's weer helemaal in zwang zijn in tv-land komt ook de NCRV met een nieuw programma dat moet zorgen voor een ,,ultiem zaterdagavondgevoel''. Dat meldde de website van de omroep dinsdag.Deze zomer presenteren Jochem van Gelder en Jetske van den Elsen het programma Bijna Beroemd, waarin gewone mensen ongewone dingen doen.








Discussie


En onmiddellijk laait de discussie weer op. Moet je aandacht besteden aan familiedrama’s? Want mogelijk brengen die verhalen mensen op een idee. Het is een eeuwigdurende discussie en naarmate het aantal media en dus de concurrentie toeneemt en op internet steeds meer amateur-journalisten actief zijn die zich aan geen enkele norm houden, wordt hij steeds meer een achterhoedegevecht.

Je kunt er niet omheen, is in ons vak een gevleugelde uitdrukking om elke publicatie goed te praten. Natuurlijk kun je er omheen als je wilt, maar dan word je door je concurrenten links en rechts ingehaald. Want stel je voor dat jij als medium geen aandacht meer aan dat soort zaken besteedt en je concurrenten wel. Dan rent je publiek naar die concurrent, want mensen willen er alles over horen, denken de meeste journalisten.  En als het publiek bij jou wegloopt dan komt jouw bestaansrecht in gevaar. Dat is het dilemma van de journalist.

In alle oprechtheid: legt u mij eens uit hoe we dat kunnen keren, want soms heb ik het gevoel dat wij aan tunnelvisie lijden. En daarom vind ik een discussie over al dan niet aandacht besteden aan familiedrama’s eigenlijk een non-discussie.

Ik kan me wel een discussie voorstellen over de manier waarop je er aandacht aan besteedt. Ik hoorde in het NOS-journaal een deskundige zeggen dat je het accent moet leggen op behandelmethoden voor mensen die aan de grond zitten (dat is onze taak niet, hoor ik sommige collega’s denken). Dat kan ik meer waarderen dan de manier waarop de Telegraaf vanmorgen over het drama berichtte. Daar las ik details waarvan ik mij afvroeg: waarom moet dat zo? Als we ons daar nou eens met z’n allen boos over maken, dan hebben we in ieder geval een begin.








Vreemd koor


“Staat u toch zomaar in een vreemd koor,” zei de oude dame voor mij in de lange rij voor het buffet.

“Ik ben geen zanger,” zei ik. “Dus waar ik ook sta, ik zal altijd in een vreemd koor staan.”

“Maar hoe komt u hier dan verzeild?” vroeg ze nieuwsgierig.

Ik dacht even diep na over het antwoord.

Ondertussen kan ik u vertellen waar ik verzeild was geraakt. Op het Korenfeest in het zalencentrum van een heel klein dorp in de Meijerij. Dat komt zo: De Dirigent van diverse plaatselijke koren viert elk jaar zijn verjaardag met een Korenfeest. Met auto’s en bussen komen de koorleden als een grijze golf van heinde en verre naar het kleine dorp om gezellig samen te zijn en De Dirigent in het zonnetje te zetten. Ze dragen hem op handen. Nee, ze adoreren hem.

Het feest begint altijd ’s middags en duurt tot het begin van de avond. De koren zingen om beurten feestliederen en individuele koorleden doen Brabantse sketsjes waarin tot grote hilariteit de draak wordt gestoken met meneer pastoor. Tussendoor wordt er muziek gedraaid. En zo kon het gebeuren dat ik gistermiddag om half zes de quickstep deed op muziek van Frans Bauer. Ter afsluiting is er een buffet. Het leven is soms heel overzichtelijk . . .

“Maar hoe komt u hier dan verzeild?” vroeg ze nieuwsgierig.

“Nou,” zei ik, “mijn vrouw heeft in haar jonge jaren samengewoond met De Dirigent. Nadat ze uit elkaar zijn gegaan, zijn ze vrienden gebleven.”

De oude dame keek mij verrast aan. Waren er toch nog dingen van Haar Dirigent die ze niet wist. We schuifelden verder richting buffet.

Toen we daar waren aangekomen zei ze tegen mij: “Eigenlijk is het mooi dat dat zo kan. Dat mensen bevriend blijven.”

“Ja,” zei ik, “dat is heel mooi . . . “

Even later zag ik alle dames aan het tafeltje van het vreemde koor over hun bord boerenkool naar ons gluren.








Schellen


Deze week was minister Plasterk al meteen veel in het nieuws. Dat is goed, want dat betekent dat je bestaat. Minister Plasterk, zo las en hoorde ik, wil het schellinkje terug in het theater. Dat is een mooi woord, schellinkje. Het is een ouderwets woord, van voor mijn tijd zelfs.

En u weet dat journalisten van nature behoudend zijn, dus als zij zonder gene het woord schellinkje kunnen gebruiken dan gebruiken ze dat. Net zoals jaren geleden een advocaat een keer de term “geen jota of tittel” gebruikte en de mediae die dagen lang napapegaaiden. Dat was leuk.

Het schellinkje dus. Een schelling was vroeger, heb ik mij laten vertellen, een muntje van vijf cent. Voor dat bedrag konden arme mensen een staanplaats krijgen op het zijbalkon van een schouwburg. Van daaruit zag je de helft niet, maar je sloeberde wel een beetje cultuur. De arbeider werd aldus verheven. (In een voetbalstadion heten die goedkope staanplaatsen “het sfeervak”).

Plasterk vindt dat de gebruiker van schouwburg, opera en concertzaal meer moet betalen zodat de musea gratis kunnen worden. Hij pleit voor differentiatie: dure plaatsen voor de mensen die het makkelijk kunnen betalen en een schellinkje voor de armlastigen. Het profijtbeginsel, zeg maar.

Toen ik het las had ik niet meteen de aandrang om er iets over te schrijven. Ik ben een onregelmatige theaterbezoeker. Ik kan u wel in vertrouwen meedelen dat wij, dankzij het werk van mijn vrouw, regelmatig gratis in Het Concertgebouw in Amsterdam zitten (niet tegen Youp of Hanneke zeggen dat wij provinciaaltjes in hun territorium komen).

Ik ben wel een fanatieke filmhuisbezoeker, maar daar betaal ik nooit meer dan 7 euro en dat vind ik te overzien. Zelfs als je zes keer per maand gaat is dat geloof ik niet meer dan een kaartje voor één voorstelling van een theaterartiest.

Maar zaterdagmorgen vielen mij opeens de schellen (ook een mooi ouderwets woord) van de ogen toen ik bij mijn sigarenboer een kaartje kocht voor de wedstrijd PSV-Liverpool. Ik moest 45 euro betalen (met korting nota bene). Dat is om en nabij de honderd ouderwetse pietermannen. Voor een voetbalwedstrijd waarvan je maar mag hopen dat die 22 miljonairs op de mat waar voor mijn geld bieden.

Ik dacht: ik lijk wel gek . . .








Verschil




Kijk, als zo’n meisje, dat via een ingewikkelde omweg met een Prins trouwt, zoiets zegt, dan staat het op de voorpagina van de Volkskrant.

Als ik, die al 33 jaar in de journalistiek zit, datzelfde zeg, ben ik een ouwe zeur.

Waarmee semi-wetenschappelijk bewezen is dat er een grote kloof is tussen arm en rijk . . .








Vergoeding


Ik weet dat elk mens recht heeft op een correcte behandeling. Zelfs de grootste misdadiger, want alleen zo is er sprake van beschaving. Maar dat wil niet zeggen dat ik alles begrijp.

In de top drie van gruwelijke moorden die ik beroepshalve langs heb zien komen staat die in Moergestel stevig genesteld. Daar werd in 1998 een Frans stel overvallen op een parkeerplaats langs de snelweg. De man werd onder de ogen van zijn vrouw doodgeschoten. De vrouw werd meegenomen en door de groep overvallers vele malen verkracht. Na een paar dagen vermoordden ze haar in België.

De daders werden allemaal opgepakt en zitten lange straffen uit. Eén van hen zit in de extra beveiligde inrichting in Vught. Daar werd hij een jaar of vijf geleden wekelijks inwendig gefouilleerd. Hij diende een klacht in bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en dat kende hem deze week een schadevergoeding van 2500 euro toe.

Als ie slim is zet hij het geld weg tegen de hoogste rente, zodat hij een leuk beginnetje heeft als hij over een jaar of acht vrij komt en met een schone lei wil beginnen . . .








Wat een wedstrijd!


Wat een wedstrijd! En wat een spanning! En wat een ontknoping! Onze omroep blikte de hele week al vooruit. We hadden gesprekken met alle hoofdrolspelers en natuurlijk schetsten we de achtergronden en waren er historische terugblikken.

In aandacht moest de wedstrijd soms zelfs wedijveren met de provinciale verkiezingen, maar ja, dat is ook logisch want laten we eerlijk wezen: er waren toch veel meer Brabanders geinteresseerd in de wedstrijd dan in het gedoe in het Bossche provinciehuis. (lees meer)








Angels





De rechtbank in Leeuwarden heeft bepaald dat de Hells Angels in Harlingen geen criminele organisatie is. Ik heb een gezond wantrouwen tegen politiemensen en crimefighters met een befje voor, dus ik zet mijn kaarten op de onafhankelijke zittende magistratuur.
En als die dan zegt dat de Hells Angels geen criminele organisatie zijn, dan geloof ik dat.

En zeg nou eerlijk, als je deze foto ziet van de twee belangrijkste verdachte Harlingse Angels dan geloof je toch ook niet dat dat criminelen zijn,

Neem nou die linkse met die droevige snor. Ziet u die met een pistool zwaaien. Welnee, dat is de plaatselijke bouwvakker die met een hamer zwaait.
Ok, hij mag dan eens naar Harlingse meisjes fluiten, maar daar vragen ze om als ze met die wapperende rokken langs de bouwplaats fietsen.

En die oudere heer rechts is toch geen killer? Dat is de plaatselijke SRV-man die, moe van het gekakel van de Harlingse huisvrouwen, in het weekend een mal petje op zet en op zijn Harley stapt om uit te waaien langs de Northcoast. Ik heb nog nooit twee zulke goedmoedige lobbesen gezien.

Criminelen? Ga nou gauw fietsen . . .








Flipje


Er is één manneke dat een speciaal plekje heeft in mijn hart. Dat is Flipje, het fruitbaasje uit Tiel. Ik ben opgegroeid naast de Betuwefabriek. Flipje, Bertje Big, Jasper de Aap en Flapoor waren onze buren.
Groot was dan ook het verdriet in onze buurt toen wij hoorden dat de jamfabriek ging verhuizen naar Hero in Breda. Het voelde als het uitzetten van een illegaal gezin, hoewel dat toen nog niet gebeurde. Kunt u nagaan . . .

De Hero hechtte minder aan mijn jeugdidool en Flipje verdween uit beeld. Vandaag sprong mij hart op toen ik op het ANP las dat Flipje terug komt. Hij wordt weer het beeldmerk van Hero. Tegelijkertijd had ik het gevoel dat ik dit al eens vaker heb gehoord. De archieven brachten uitkomst.

Op 11 september 2003 verscheen al het bericht dat Flipje weer prominent op het etiket Betuwejam zou komen.

En in juni 2005 schreef het Algemeen Dagblad dat Flipje zou worden gereanimeerd en weer het beeldmerk zou worden van de Herojam.

Ik begrijp er werkelijk niks meer van. Zo langzamerhand begint Flipje op Harry Mulisch te lijken. Die wordt ook elk jaar getipt voor de Nobelprijs, maar krijgt hem nooit.








Henriėtte

Henriëtte van Riemsdijk is overleden, ze is 100 geworden. Ze was de dochter van Anton Philips en de zus van Meneer Frits. Een Grande Dame.

De eerste keer dat ik haar ontmoette was jaren geleden toen ik een radioreportage maakte over het jubileum van een regionale Rode Kruis-afdeling. Mevrouw Van Riemsdijk was die afdeling. Ik was nog niet binnen of ze trok me naast zich op de bank. Ze spreidde een enorm fotoboek uit over haar schoot en de mijne. Al bladerend vertelde ze me de geschiedenis van de Rode Kruis-afdeling.

Het meest bekend is Jet van Riemsdijk van de legendarische Gagelhof-dagen. Eén keer per jaar stelde ze haar landgoed open voor zieken en behoeftigen. Al haar sjieke vrinden en vriendinnen werden dan opgetrommeld om rond te gaan met spijs en drank.

Al dertig jaar heeft de omroep een afspraak met mevrouw Van Riemsdijk. Wij melden in onze vroege actualiteitenuitzending of de Gagelhofdag door gaat of niet. Dat hangt namelijk van het weer af. Iedereen die is uitgenodigd zit die dag aan de radio gekluisterd.

Ook later, toen Omroep Brabant vond dat ze te groot was gegroeid voor kleinschalig nieuws bleef de aankondiging van de Gagelhofdag intact. Als een nostalgisch monumentje tussen de politieberichten.








Blauwe uur


Het blauwe uur. Ik kende die term niet voordat ik naar de fotovakschool ging. Ik wist wel dat je tussen licht en donker mooie, sfeervolle foto’s kon maken, maar ik wist niet dat fotografen dat het blauwe uur noemden en dat dat een begrip is. Het moment waarop blauw intenser blauw wordt en rood vuriger.

Deze week reed ik door de Kempen op weg naar een collega. Het was het blauwe uur, dus ik ging binnendoor in de hoop nog een plaatje te kunnen schieten. Onderweg kwam ik een mooi beeld tegen. Ik parkeerde mijn auto op het erf van een boerderij en stak de landweg over om positie te kiezen.
Een boer kwam naar mij toe, hij had zijn zoontje op zijn arm.

“Kunde gij nog wa zien in diejen donker ja?” vroeg hij.

Ik vertelde hem over het blauwe uur alsof ik al jaren wist wat dat was.

“Mak ‘s kijke?” vroeg hij.

Ik liet hem het schermpje van mijn camera zien.

“Das inderdaad mooi die kleure,” zei hij. “Jammer da net die mas dur veur stoat . . .”




[!-- error: could not popup ../images/mastgroot.jpg. File does not exist --]








Warm


Woensdag zijn de provinciale verkiezingen. Het wordt voor mij een historische dag want het is voor het eerst in 33 jaar journalistiek dat ik vrijwillig niet werk op een verkiezingsavond. Ik loop namelijk niet warm voor die provinciale verkiezingen, maar wel voor de wedstrijd Arsenal-Psv.
Mijn chef begreep het en een collega met een Ajax-hart bood spontaan aan mijn plek in te nemen.

Mijn omroeppie besteedt veel aandacht aan de provinciale verkiezingen, dus ze moeten wel belangrijk zijn. Avond aan avond trekken de provinciale coryfeeën over het beeldscherm, meestal in Lijst O-achtige settings want dat is de mode. Als je naar Omroep Brabant kijkt zou je bijna denken dat het provinciebestuur swingend is.

Het Eindhovens Dagblad heeft ons de bijnaam Hanja’s Hofzender gegeven. Waarschijnlijk omdat ze zelf nauwelijks aan provinciale verslaggeving doen en omdat ze het onterecht vinden dat wij uit publieke middelen worden gefinancierd en zij de eigen broek moeten ophouden.

Hanja? Hanja is Hanja Maij-Weggen onze Commissisaris der Koningin. Over één ding zijn vriend en vijand het eens. Waar Hanja binnen komt bevriest alles. Zij is de IJskoningin van Brabant. Er zijn mensen die vinden dat ik een donkere blik over me heb en daardoor de indruk wek altijd somber of chagrijnig te zijn. Er zijn ook mensen die vinden dat ik dat sowieso ben. Maar Hanja is nog erger.

Zo erg dat ik even heb overwogen vandaag naar de open dag van de provincie te gaan. Eén van de attracties is namelijk dat je met de commissaris op de foto mag. De leek me een fantastische gedachte. Ik op één foto met Hanja. Dat de mensen dan zeggen: jeetje wie is die warme persoonlijkheid naast de commissaris?

Maar ja, ’t regent en dan vergaat de lust je wel om helemaal naar de andere kant van de stad te fietsen.








Achterhoedegevecht


Er was een tijd dat ik diep in de protestantse kerk zat. Het was de tijd waarin Nederland heftig discussieerde over abortus. Baas in eigen Buik.

Elke zaterdag trok een groepje mensen in ons dorp langs de deur om een tegengeluid te laten horen. Het waren mensen van de VBOK, de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind. Ze waren fanatiek, net zo fanatiek als de vrouwen die hun buiken beschilderden voor het oog van de TV-camera’s. Toen was een beschilderde blote buik nog een bezienswaardigheid.

Ik was toen geen voorstander van abortus, maar ook niet zo tegen dat ik de barricaden op ging ondanks mijn kerkelijk lidmaatschap. Binnen onze gemeenschap namen we elkaar daarover de maat niet. Maar ik moet zeggen dat ik het gedachtegoed van de VBOK sympathiek vond. Zij stonden op het standpunt dat vrouwen die ongewenst zwanger waren begeleid moesten worden tot ver na de bevalling. Dat was, zeiden ze, beter dan een ongeboren vrucht afdrijven.

En nu is het alsof de tijd zich herhaald. Opnieuw wordt er gediscussieerd over abortus, bedenktijd voor vrouwen, adoptie, begeleiding. Ik snap heel goed wat de Christenunie wil.
In Brabant komen geen activisten van de VBOK op zaterdagmorgen langs de deur. Tenminste, nog niet.

Ik ben nog steeds geen voorstander of fanatiek tegenstander van abortus, maar ik heb er ook nog steeds niks op tegen dat vrouwen alternatieven worden geboden, want ik vind wel dat het afbreken van leven het laatste is waartoe je moet besluiten. In die zin kan ik mij in het kabinetsbeleid vinden.

Het lijkt mij dat er maar één is die een beslissing kan en mag nemen: de vrouw in kwestie. Ik heb tot nu toe nog niet gelezen of gehoord dat dat in de nieuwe situatie anders is. Het enige dat ik lees is dat vrouwen meer alternatieven wordt geboden en meer hulp als zij besluiten om het kindje te houden of te laten adopteren. Zolang het de vrouw zelf is die de finale beslissing kan nemen, is daar toch niks mee?

Ik heb het gevoel dat het nu vooral een politiek achterhoedegevecht is omdat de discussie twintig jaar geleden allang gewonnen is door de voorstanders van abortus.








Overkomen


Mijn collega de Tv-verslaggever is homoseksueel. Nadrukkelijk homoseksueel. Godallemachtig, wat is die jongen nadrukkelijk . . . . Nee hoor, geen kwaad woord. Ik vertel het alleen om het verhaal dat ik uit zijn mond hoorde en dat ik vandaag doorvertel, wat te onderstrepen.

“Wat me nu toch is overkomen,” zei hij. Hij had verslag gedaan van de fakkeltocht ter nagedachtenis aan de vermoorde eigenaar van Gaycafé Schwoell in Tilburg.

“Wat me daar toch overkomen is,” zei hij. We moesten weten dat het die avond heel slecht weer was.

Vertel, vertel, riepen wij.

“Ik schiet daar een man aan,” zei mijn collega, “voor een quotje. En terwijl we ons opstellen vraagt hij opeens aan mij: is mijn mascara niet doorgelopen. Dat was voor het eerst in mijn carrière dat een man dat vroeg.”

En, en???? riepen wij.

Nee, de mascara was niet uitgelopen.





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed