Deltaplan


We moeten van Balkenende waardig discussiëren over de dubbele nationaliteit in het algemeen en die van Albayrak en Aboutaleb in het bijzonder. Eerlijk gezegd kost me dat moeite want ik walg langzamerhand van Geert Wilders.

Tot nu toe zag ik hem vooral als een typetje Koefnoen: gekke pruik, accentje. Maar zijn gedachtegoed heeft inmiddels een fundament in onze democratie. Het begon bij mij te wringen toen in de discussie over de dubbele nationaliteit duidelijk werd dat hij alleen maar moslims wil weren.
Gisteren hoorde ik hem zeggen dat hij voor goede betrekkingen met Turkije is, maar dat dat land niet bij de EU mag omdat het islamitisch is. Islamieten moeten in de visie van Wilders buiten de deur worden gehouden.

Voer ik de discussie nog waardig, meneer Balkenende, als ik zeg dat gisteren voortdurend de woorden “Juden Raus” door mijn hoofd speelden? Dezelfde angst die Wilders heeft voor moslims heb ik zo langzamerhand voor hem en voor al mijn landgenoten die op hem stemmen.

Als ik nu lees dat in peilingen de PVV steeds sterker wordt dan bekruipt mij de angst voor een tsunami van haat. Ik wens de heer Balkenende een goed deltaplan toe tegen die verwoestende golf.








Vogelenmoord


Het was weer een slagveld vanmorgen. De eetkamer had een tapijt van vogelveertjes en hier in daar zag ik een bloedspoor. De dode merel lag achter de prullenbak. Opnieuw een vogelenmoord. Poes&Broer keken mij aan met een blik van: het was die zwart-witte van verderop. “Dan hadden jullie moeten voorkomen dat hij op jullie dakterras kon komen, lafaards,” riep ik. Maar roodbonten zijn stoïcijns.

Dus in mijn pyjamapak was ik vanmorgen om acht uur al de kamer aan het schoonmaken. En onderwijl dacht ik aan die merel die inmiddels tussen het afval in de vuilnisbak lag. Die zong vanmorgen waarschijnlijk nog het hoogste lied (iets zegt mij dat iemand daar al eens een liedje over heeft geschreven), opgewekt als elke morgen. Die prachtige vogelliederen die iets van lente in zich hebben en waar ik zo van geniet op de dagen dat ik heel vroeg naar mijn werk fiets.

En nadat hij was uitgefloten ging hij welgemutst op zoek naar eten. En dan komt hij uitgerekend op ons piepkleine dakterrasje waar net toevallig de twee sloomste en meest luie katten van heel Den Bosch en de omliggende Meijerij even actief zijn. En pats, weg mereltje. Dood.

“K*tkatten,” mopperde ik.

Zuchtend vertrokken Poes&Broer naar de buurvrouw.








Koortsdromen


Dat ik op bezoek ben bij mijn vader en dat ik vanuit mijn ooghoeken steeds meer ongedierte zie. En dat Marlies dan opeens roept: kijk daar, een rat!! En dat ik dat dan ontken.

En dat de pijn in de rechterkant van mijn rug als een autoband langzaam wordt opgeblazen en uiteindelijk uiteenspat. En dat ik dan door de luchtdruk omhoog wordt geslingerd en keihard op mijn linkerzij in een te ondiep kinderzwembadje terecht kom. Waardoor het aan die kant ook pijn doet.

En dat ik een tonpraoter ben in de huid van een autoverkoper. En dat ik dan tegen de zaal zeg dat mijn baas heeft gezegd dat het met auto’s net zo is als met vrouwen: dat je er verliefd op moet worden. En dat ik dan zeg: dat valt wel mee, ik ben niet verliefd en ik rij er al jaren mee. En dat zo’n orkestje dan drie keer tataaaaa, tataaaaa, tataaaaa speelt. En dat de zaal dan om mij lacht.

Dat PSV pas in de 85ste minuut langs Groningen komt.

Of dat ik er opeens midden in de nacht gillend wakker wordt en mezelf afvraag hoe Jort Kelder aan Georgina Verbaan uitlegt wat een tripartiete kongsi is zonder dat het ordinair wordt.

Ik kan mij niet herinneren wanneer ik voor het laatst zo kort en heftig ziek ben geweest. Nu gaat het weer. Ik sta alleen nog wat wankel op de benen. Maar ik schrijf weer. En dat is belangrijk, want ik heb gemerkt dat er met mij iets goed mis is als ik de fut om te schrijven niet meer heb.








Griep


Ik lees soms webloggers die welhaast literair schrijven over hun griep. Ik begrijp niet waar ze de kracht vandaag halen.

Ik voel me een wrak. Bid voor mij!








Zwijgen


Het meest fascinerend in Gambia vond ik de veerboot tussen Banjul en Barra. We hebben verbijsterd gekeken naar de rijen vrachtwagens en bussen, die zo aftands waren dat wij niet begrepen dat mensen daar mee durfden te rijden.

Dieptepunt was een vrachtwagen met drie achterassen waarvan de middelste was afgebroken. De eigenaar had aan één kant het wiel er afgehaald en de as met een touw opgebonden. Of een vrachtwagen waarvan de bladveren waren vervangen door een stuk hout; en de walmende, gehavende bussen propvol mensen en dieren.

Het is bovendien een broeinest van diefjes, kleine oplichters en onbetrouwbare schoenpoetsertjes.
Wat zijn wij dan toch geciviliseerd, zeiden wij, Europese toeristen op het bovendek.

En toen waren we weer thuis en bleken er in mijn eigen stad krakkemikkige Arrivabussen van de weg gehaald te zijn vanwege gebreken. En vandaag was ons belangrijkste nieuws dat de oprichters van de Voedselbank in Helmond zijn opgepakt. Het echtpaar wordt er van verdacht dat het eten voor de armen voor eigen gewin heeft doorverkocht. Ooit werden ze door onze eigen omroep nog uitgeroepen tot Brabanders van het Jaar.

Voorlopig zwijg ik over andere landen.








Dienstmededeling


Uitsluitend voor de liefhebbers: ik heb op mijn Flickr-site de twaalf aardigste foto's van de laatste Gambia-reis gezet. Die site zit achter dat bruine fotootje met dat Berenburgbruggetje.








Cristel


Ik vertel u het verhaal van Cristel. Het moet toch een keer, dan maar op de dag dat Brabant haring hapt.

Cristel is de goudvis op onze redactie. Ze is ons geschonken door een gelijknamige collega die ons een jaar of twee geleden verliet. De goudvis moet er voor zorgen dat wij nog elke dag aan haar denken.
Eigenlijk is onze vis Cristel II, want de eerste legde al snel het loodje. Dat kwam zo: zodra iemand zag dat er geen voer meer in de kom dreef greep hij of zij het voederpotje. En zo heeft Cristel I zich dood gegeten.

Toen er een nieuwe vis kwam greep de coördinatrice van de redactie in. Er werd een kalender gemaakt met voedertijden en dagen waarop de kom van Cristel II schoongemaakt moet worden. Wie de vis gevoerd heeft tekent dat af op de lijst.

Toen ik op die redactie ging werken klaagde de coördinatrice dat zij altijd de kom schoon moest maken en dat verder niemand naar Cristel om keek. Ik hou niet van vissen, maar dieren mag je niet aan hun lot over laten. Dus ik bood aan af en toe ook die corvee te doen. Nu ben ik nog de enige die de kom schoon maakt. Alle collega’s denken inmiddels dat dat mijn taak is.

Gemiddeld één keer per week voeren we een discussie met collega’s van andere redacties die zeggen dat het visonwaardig is dat Cristel in een ronde kom zwemt. Ze hebben dan ergens gelezen dat vissen zich beter voelen in een vierkante kom. Ze lezen veel, mijn collega’s.
Sommigen herhalen dat voortdurend. Eén zegt zelfs dat hij vindt dat Cristel in een vierkante kom moet, zoals hij ook vindt dat Carthago had moeten worden aangevallen. Dat is onze meest belezen collega.

Net zo vaak voeren we discussies over de vraag of Cristel niet elke dag gevoerd moet worden in plaats van om de andere dag. Omdat Cristel het heel goed doet houden wij vast aan ons schema.
Als de plantjes aan vervanging toe zijn of als het voer op is vraag ik verslaggevers om onderweg even bij een dierenspeciaalzaak langs te gaan. Dat doen ze dan. Ze betalen dat uit eigen zak. Als een soort aflaat zodat ze de kom niet schoon hoeven maken.

We hebben ook een collega die regelmatig een goed gesprek komt houden met Cristel. Dat doet hij omdat een andere collega, die dat waanzin vindt, dan steeds hapt. Net als Cristel.
Zo keutelen we eigenlijk de hele week door met onze vis.

Eigenlijk was dit geen verhaal over Cristel, maar een verhaal over ons.








Trieste tijgers


Ooit las ik het boek “Drie trieste tijgers” van Guillermo Cabrera Infante. Vijf mensen vertellen hun verhaal over de lange nacht die vooraf ging aan de Cubaanse revolutie. Een prachtig boek. Het is niet de inhoud maar de titel zelf waar ik dezer dagen aan moet denken.

Gisteren bijvoorbeeld, toen ik Bram Moszkowicz zijn toespraak zag houden. Vilein was het woord dat commentatoren na afloop gebruikten. Een mooi woord, vilein. Het suggereert een vlijmscherpe subtiliteit. Ik vond dat Moszkowicz vooral wild om zich heen sloeg. Iedereen heeft het gedaan, behalve hijzelf. Hij, de grote, onaantastbare Moszkowicz, is het slachtoffer geworden van een complot.

Ik heb in mijn journalistieke loopbaan veel mensen gezien die zich vastgebeten hadden in de gedachte dat ze slachtoffer waren van een complot. Trieste tijgers waren dat. Brullend naar tandeloos.
Ik hoop dat er een onafhankelijk onderzoek naar deze kwestie komt, zoals Huub Willems, vice-president van het hof in Amsterdam wil.

Triest vind ik ook Pieter van Geel, toekomstig voorzitter van de CDA-fractie in de Tweede Kamer. Hij was een paar jaar geleden nog de onderkoning van onze provincie. Even dreigde er een roemloos einde voor de milieusecretaris, maar nu krijgt hij opeens een belangrijke politieke functie.

Ik ken Van Geel als een goed bestuurder, maar niet als een geslepen politicus. Tuurlijk, hij heeft in Brabant veel verbonden gesmeed maar dat was in een wereld waarin hij op een voetstuk stond. Nu moet hij datzelfde doen in een wereld vol aasgieren.
Ik denk dat de eens zo geprezen Van Geel eindigt als het karkas van een trieste tijger nog slechts begeerd door die gieren.








Zomercollectie


Heb ik ooit zwart op wit gezet dat ik iets begrijp van het vrouwelijk brein? Vast niet. Dat zijn van die dingen die je alleen vis-à-vis uitspreekt zodat je later altijd kan zeggen dat je het niet hebt gezegd. Bron: Handboek Politiek.

Mijn lief kwam zaterdagmiddag thuis uit de stad. Stadten is haar liefhebberij. Niet dat ze veel geld uitgeeft, meestal komt ze zelfs met niks thuis. Het gaat om het raomen lekken. Zaterdag was ze opgewekter dan anders. Dat kwam door het zachte weer – een belangrijke voorwaarde voor optimaal stadten – maar vooral door de zomercollectie die al in de winkels hing. “Leuk,’ voegde ze er gelukzalig aan toe.

“Maar,” vroeg ik, “wat is er leuk aan dat die collectie er in februari al hangt terwijl je weet dat je pas in september, tijdens de uitverkoop, je slag gaat slaan?” Ik zag wat ze dacht en ik dacht: ze heeft gelijk.








Muziekkorps


Het is laat geworden gisteravond. Althans, laat voor mijn doen. Ik ben een mens van vroeg onder de wol en vroeg weer op. Nee, we hebben geen carnaval gevierd maar gekaart bij vrienden. Tachtig cent verloren. Marlies won negentig cent dus per saldo zijn we er mooi uitgesprongen.

Geheel tegen mijn gewoonte in heb ik vanmorgen ruim uitgeslapen. Om half elf werd ik gewekt door een dweilorkest op weg naar het station alwaar om 11.11 uur stipt Prins Amadeiro werd ingehaald. Aan het ontbijt hoorde ik de snerpende fluit van de trein die Zijne Hoogheid kwam afleveren.

Toen ik in de verte de tonen van het orkestje hoorde had ik even de neiging meteen uit bed te springen, maar ik lag nog zo lekker te doezelen. En zo hoorde ik de muziek aanzwellen en ook weer langzaam wegsterven zonder dat ik de muzikanten had gezien.

Ik moest aan vroeger denken, aan mijn kindertijd. Zo af en toe kwam het muziekkorps bij ons door de straat. Altijd op een zwoele zomeravond. Als we de trommels hoorden vlogen we er op af. Opgewonden wachtten we tot het korps de hoek om kwam en we keken bewonderend naar die mannen en een enkele vrouw in die mooie pakken.

Soms liepen we een paar straten mee samen met de mongooltjes uit het dorp van wie ik lang heb gedacht dat ze bij het korps hoorden. Die jongens en meisjes liepen de hele route mee.

Ik vond de vaandeldrager altijd een indrukwekkende figuur. Hij torste dat grote vaandel in een leren koker die rond zijn middel hing. Totdat iemand mij vertelde dat ze voor dat werkje altijd iemand zochten die te stom was om een instrument te spelen.

Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst zomaar een muziekkorps door de straat heb zien lopen. Ik bedoel, zonder dat er een officiële feestdag was. Opeens miste ik dat. Die opwinding en saamhorigheid in de wijk. Achteraf had ik er een beetje spijt van dat ik vanmorgen niet ben opgestaan om even naar de muziek te kijken.








Grote Gezeur


Het kabinet staat nog niet op het bordes of het Grote Gezeur is al weer begonnen. Sommige journalisten, politici en columnisten gedijen blijkbaar alleen in een sfeer van rellerigheid. De lichte euforie waarmee het nieuwe kabinetsbeleid is ontvangen is voor hen geen inspiratiebron. Het volk verdient brood èn spelen. En dan het liefst Spelen zoals ze werden gespeeld in de tijd dat deze uitdrukking ontstond. De tijd waarin mensen voor de leeuwen werden geworpen en er veel bloed vloeide.

Het grootste gezeur vond ik de manier waarop de vermeende tegenstelling tussen de gekende atheïst Ronald Plasterk enerzijds en de mannenbroeders van CDA en ChristenUnie anderzijds in de media werd uitvergroot. Dat kan, zo schreven sommigen hoopvol, nog wel eens tot een clash gaan leiden. En clashes leiden weer tot rellen, tot sappige verhalen tot veel publiek. En zo niet, dan kunnen ze altijd over een jaar nog schrijven dat de immer kritische Plasterk geheel is opgegaan in de stoom die van de pan met kokende spruitjes slaat.

Sylvain Ephimenco veegde deze week in het dagblad Trouw de vloer aan met zijn collega-columnist Ronald Plasterk. Hij vond hem eigenlijk een verrader, een overloper . . . Ik begrijp dat niet. Nou is er eindelijk een stuurman die van de wal op het schip stapt in een poging om wat hij theoretisch heeft beleden om te zetten in praktisch handelen, is het weer niet goed. Zo’n verhaal vind ik zeuren om het zeuren.

En dan hebben we nog Geert Wilders c.s. (nu ik die woorden nog eens aan kijk zie ik opeens dat G.W. ook de afkorting van Grijze Wolven zou kunnen zijn) die de benoeming van Ahmed Aboutaleb en Nebahat Albayrak willen tegen houden omdat die twee een dubbele nationaliteit hebben. Ze zouden wel eens in conflict kunnen komen als belangen van Nederland en Turkije of Marokko botsen. Bijvoorbeeld als Albayrak naar Turkije moet om te praten over mensenrechten of immigratie.

Maar zou datzelfde niet kunnen gebeuren als Guusje ter Horst als minister van binnenlandse zaken moet ingrijpen in een bestuurscrisis die haar opvolger in Nijmegen veroorzaakt, om er ook maar eens een voorbeeld met de haren bij te slepen. Ik denk dat de PVV spijkers op laag water zoekt. Ze willen geen moslims in het kabinet en ze zullen elke gelegenheid aangrijpen die te bestrijden.

Eigenlijk jammer dat sommige mensen een positief gevoel maar zo kort kunnen vasthouden.








Fijnfisjenie!


Mijn collega en ik hebben vanaf onze werkplek uitzicht op de hoofdingang van de studio. Dus als Frans Bauer, Corry Konings of Vader Abraham binnen komen dan kunnen wij ze als eerste zien.  Wij zijn gelukkige mensen, mijn collega en ik, zo in ons schellinkje. Sommige mensen noemen ons Statler en Waldorf, maar dat heeft een andere oorzaak.  Geloof me, als Corry komt dan vechten we wie het eerst bij het raam is. Wij willen ook wel eens iets anders dan serieuze journalistiek. Zucht . . .

Deze week is ons het zicht ontnomen omdat de camper waarmee onze TV-ploeg de komende dagen door carnavalesk Brabant trekt pal voor dat ene raam is geparkeerd. Zoals u ziet is ons thema dit jaar Fijnfisjenie. Voor wie het carnavals niet machtig is: fijn feestje nietwaar? Dat woord kunnen wij nu wel dromen.

Vandaag gaat de camper en route en hebben wij weer zicht op de hoofdingang. En het kan maar zo zijn dat Theo Maassen (“ze maken mij de pis nie lauw”) langs komt om live zijn carnavalskraker te zingen. Je weet het niet. Zucht . . .








Eitje


De drie in de treincoupe leken me studenten. Drie jongens van wie er één bij nader inzien een lichtelijk aangeschoten meisje was. Ze spraken over koken. Nou ja, over het koken van een ei. Dat kan op zes verschillende manieren, hoorde ik. Drie, vier, vijf, zes, zeven of acht minuten.

De jongen die een meisje bleek vertelde dat zij het liefst maïseieren at. Waarom, vroegen de jongens. Vanwege de smaak zei het meisje. De jongens knikten begrijpend.

Blijkbaar om het gesprek wat op te krikken vroeg één van de jongens aan het meisje wat haar standpunt was ten aanzien van legbatterijen. Daar was ze faliekant tegen zei ze.

Maar waarom, vroeg de andere jongen, heb jij dan twee katten in een kooitje?

Hallo, die leggen geen eieren, zei het meisje. Het werd akelig stil aan de overkant. De jongens probeerden de logica te doorgronden.

Na tien seconden had eentje zich herpakt. Dus, zei hij, jij houdt die katten altijd in een kooi. Daarmee blokkeer je hun terugkeer in de maatschappij..

Op dat moment was mijn log-ei voldoende uitgebroed.








Euforie


Yahya Abdul-Aziz Jemus Junkung Jammeh is president van Gambia. Ik weet niet of hij een goede president is. Het hangt er van af wie je over hem hoort. De ene Gambiaan roemt zijn onderwijshervormingen, de andere verwijt hem persoonlijk de hoge werkloosheid. En allemaal lachen ze om zijn bewering dat hij met handoplegging aids-patienten kan genezen.

Hoewel Jammeh een zwaar stempel op het land drukt lijkt de gemiddelde Gambiaan z’n eigen plan te trekken. Zo’n beetje als in Nederland. Eén ding hebben ze gemeen, de Gambianen: ze zijn trots op hun land. Ze geven hoog op over het beste waterleidingsysteem van Afrika. Nee, je moet geen water uit de kraan drinken, maar het transportsysteem is goed, snap je? Dat is anders dan in Nederland. Wij zijn niet zo trots. Zeker in Brabant niet. Zong Guus Meeuwis niet: was een Brabander maar zo trots als een Fries.

Maar toen ik mij dinsdagmorgen door de stapel kranten van de week ervoor worstelde kwam er opeens een ander beeld naar boven. Ik was bij vertrek gebleven bij de hoofdlijnen van het nieuwe regeerakkoord. In de dagen dat ik in de zon lag ontrolde zich buiten mijn gezichtsveld een stuk waar bijna heel Nederland euforisch over bleek. Zelfs Jan Marijnissen, las ik, kon er weinig tegenin brengen. Femke sputterde nog wat tegen, maar ja dat is Femke hè . . .

Als je al die verhalen achter elkaar hebt gelezen, zoals ik, dan heb je de indruk dat je bloedeigen land tijdens jouw afwezigheid in een nieuwe heilstaat is veranderd. Even was ik geneigd lichtelijk de wenkbrauwen te fronsen, maar onmiddellijk trok ik mijn vrolijkste gezicht. Kom, dacht ik, laat ik dat positieve gevoel van Gambia vasthouden. It is nice to be nice. No stress, no problems is daar de lijfspreuk. Zoiets als Samen werken, Samen leven.

Gelukkig zijn er ook nog een paar dingen bij het oude gebleven. Stel je voor, wat een schok een reiziger anders zou hebben ondergaan bij terugkeer op eigen bodem. De peepshow is tot cultuur verheven. Waar ter wereld kan dat anders dan bij ons. Dat is Rouvoet toch maar mooi door de vingers geglipt.
En onze grootste zeeheld Michiel de Ruyter blijkt eigenlijk Michiel Trouwhand te heten. Dat werd voor Verdonk net te laat bekend om hem van zijn sokkel te kunnen halen.
Besturen van Texel en Vlieland gaan naar Bonaire om te kijken of de status aparte van dat eiland geimporteerd kan worden. Ik hoor de pen waarmee Geert Wilders zijn kamervragen opschrijft al krassen

Ik heb weer wat te vertellen als ik volgend jaar terugkeer in Gambia.








Lamin


De eerste keer dat ik Lamin ontmoette wist ik nog niet dat hij Lamin heette. Had ik het moeten raden, dan had ik met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de goede naam gezegd. Lamin en Gambia zijn bijna synoniem.

Ik had net een kort maar hevig gevecht geleverd met het slot van de glazen schuifdeur van ons appartement. Op het slagveld zag ik een losse sleutel, een losse ring en een losse, houten sleutelhanger waarin ons kamernummer D28 met zorg was uitgesneden.

Op dat moment verscheen Lamin, uit het niets. Hij bood aan om de drie-eenheid te herstellen. Hij reeg de sleutel en de hanger aan de ring en beet die met zijn tanden dicht. Ik vroeg hem waarom hij dat niet met de grote knijptang deed die hij in zijn hand had en die daar volgens mij veel meer geschikt voor was. Die is voor elektriciteit, zei hij. In Gambia is niet alles wat het lijkt. (lees meer)








Naar de zon


Zoek de zon op die is zo fijn
Want een beetje zonneschijn dat moet er zijn


Als zo’n liedregel voortdurend in je hoofd schalt als je door weer in wind naar je werk fietst dan ga je vanzelf geloven dat het waar is. En dan komt natuurlijk het moment dat je toegeeft en een reisje boekt naar een warm land. Zo ongeveer is het gegaan.

Als alles goed gaat, bij leven en welzijn en deo volente ben ik de dertiende terug.

En dan gaan er heel andere deuntjes in mijn hoofd bonken, maar denk maar niet dat ik daar aan toe zal geven. Ik zie mezelf echt niet in een boerenkiel lopen.








Bijdehandte sijs










Update namen


Het is tijd voor een update van de namenlijst. Dank weer aan iedereen die mij leuke namen heeft gestuurd. Ze passen niet allemaal binnen mijn criterium naam-beroep maar ze zijn niet minder leuk. Daarom meld ik ze.

Zo schreef Irene mij dat haar oogarts is gevestigd in de rue Jean l'Aveugle. Mijn frans is slecht maar mijn vrouw zag meteen de humor: Jan de Blinde.

Ik kreeg ook een mailtje van iemand die schreef dat een blinde mevrouw Wens-Glasoog heet. Zoiets verzin je niet.

En er was een mevrouw die de Poolse achternaam Zak heeft. Ze schreef dat ze in haar jonge jaren een vriendje had die Broek heette. Toen een leraar haar vertelde dat ze dan later door het leven zou gaan als mevrouw Broek-Zak heeft ze het meteen uitgemaakt.

De nieuwe namen:

Spiekman - medewerker postkamer ziekenhuis
Avontuur, Hans- hoofdredacteur Smart Travveler
Kleingeld- wethouder economie Middelharnis
Peren, Marjolijn - PR-medewerkster Cehave Landbouwbelang
Wortelboer - tandarts in Breda
Veen - veenbessenkweker in Helenaveen
Koopal Diederick- Reclamebureau TBWA/Neboko
Broek-Riem mevrouw - Slimming Int. Afslankclub
Innocent (meneer of mevrouw) – verdachte rechtbank Den Bosch








Zakje

Omdat ik al een paar keer mijn ongenoegen heb geuit over die doorgedraaide milieuwachter in Geldrop, vandaag het waarschijnlijk laatste bericht in de grootste dorpssoap van 2006. 

GELDROP (ANP) - Het weggooien van een plastic zakje komt een bejaarde vrouw uit Geldrop toch niet te staan op een boete wegens het dumpen van huishoudelijk afval.
De vrouw werd in februari vorig jaar op heterdaad 'betrapt' door een milieuwachter van de gemeente, toen ze het zakje in een afvalbak bij een supermarkt deponeerde. Even daarvoor had ze uit de zak dieren gevoerd bij de kinderboerderij.
Omdat er volgens de plaatselijke autoriteiten in de zak nog wat andere rommel zat, kreeg ze een bekeuring van 75 euro voor dumpen van afval. De vrouw liet het er niet bij zitten en schakelde een advocaat in. Die liet vrijdag weten dat het Openbaar Ministerie de zaak na bijna een jaar heeft geseponeerd.








Brief van Ali


Beste familie in Turkije,

Is weer tijd voor bijpraten uit Holland. Is lekker weer hier alleen beetje regen. Alles goed met ons familie. Hoe is met jullie familie en met geiten? Heeft opa nog zeer been? In deze land hier is nu wel beter. Mevrouw edelachtbare Verdonk is gauw niet meer baas en allochtoonse mensen mogen nu misschien hier blijven.

Is nog geen nieuwe regering. Drie mannen praten over nieuwe regering op geheime plaats. Niemand weet wat gebeurt op die plaats. Ook eigen mensen van politiek niet. Lijkt beetje op politiek in jullie dorpje als imam en dorpsoudsten op dag zeggen jij mag niet meer geiten hoeden op grasveld achter moskee. En niemand weet waarom. Dan jullie begrijp situatie in Nederland beetje.

Is nog meer gebeurd. Sommige kinderen op Nederlandse school hebben al examen gemaakt in plaats van mei. Zij hebben nu half jaar niks te doen. Misschien zij gaan hangen in winkelcentrum. Is school in jullie dorpje nog open? Of is weer dicht omdat onderwijzers alleen in stad willen werken?

Is ook nog heel leuk nieuws van Holland. Bij bejaardenhuis iemand had paar tuinkabouters neergezet. Zijn soort kleine beeldjes van mannetjes met baarden. Geen zwarte maar witte. Net als hele oude mannen in jullie dorpje, maar dan lange baarden. Oude mensen hebben nu voor kleine mannetjes van steen warme dassen gebreid voor kou. Is wel beetje gek, want is heel lekker weer in Nederland.

Verder alles goed met ons in Holland. Groeten aan alle mensen in dorp.

Groeten van hele familie,

Ali Yildiz

P.S. Bejaardenhuis is waar oude mensen samen wonen. In Nederland oude mensen wonen niet bij familie.








Geiten


We klagen wel eens over ambtenaren, maar ze moeten zich soms ook bezig houden met zaken waarvan ik denk: zou er niets belangrijkers zijn? Ik las een brief die een ambtenaar heeft moeten schrijven aan een mevrouw die geklaagd heeft over het Bossche hondenbeleid. Er zouden te weinig uitlaatveldjes zijn.

In ruim twee pagina’s legt die ambtenaar minutieus uit dat zij ongelijk heeft. Blijkbaar heeft ze over meer geklaagd, want ik lees de puntige reactie van de ambtenaar op de andere door haar geconstateerde leefbaarheidsproblemen.

- Er is niets gebleken van het slachten van geiten in het park, noch zijn er resten van geiten in het park aangetroffen.

- Er zijn geen horden mensen in het park aangetroffen die met stokken de walnotenbomen te lijf gaan

- De hokjes waarin hangjongeren zich ophouden zijn speciaal voor hangjongeren geplaatst.

- En wat betreft de paardenpoep: die mag daar liggen want daar is niks voor geregeld omdat die niet als overlast wordt ervaren, “al zou het de bezitters van deze edele dieren sieren als ze deze ontlasting zouden opruimen”.

Kortom: wij in Den Bosch gaan met een gerust hart slapen.





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed