Jaaroverzicht


De afgelopen dagen heb ik wat gebladerd in mijn archief. Wat een lange stukken schreef ik een jaar geleden nog zeg. Dat u het hebt volgehouden . . . Ik ben blij dat ik mezelf heb opgelegd dat een stukje nu niet langer mag zijn dan 200 woorden.
Desondanks vond het leuk om terug te lezen wat mij dit jaar heeft beziggehouden. Opeens bedacht ik me een jaaroverzichtje te maken. Tenslotte doet elk zichzelf respecterend medium dat. ’t Is wel weer lang geworden. Ik sta het mezelf voor één keer toe.

Prettige jaarwisseling en een inspirerend 2007 gewenst aan u allen!!

Januari (3):

Tegenover mij in de trein nam een jonge moslima plaats. Alleen haar snoet was zichtbaar. Ze droeg een strakke zwarte hoofddoek, een zwart jasje, een zwarte broek en zwarte laarsjes. En ze was mooi, kan ik u verzekeren. Knap en een lijntje om van te watertanden. Sorry, ik ben ook maar een eenvoudige blanke man. Ze begon meteen te bellen. Tja, aan elke mooie vrouw kleeft wel een bezwaar. Met een vriendin, zo bleek. Ze vertelde dat ze zo’n leuk kerstfeest had gevierd. Kerstfeest?, dacht ik. Moslims vieren toch geen kerstfeest. Kijk, dat was al de eerste foute gedachte van mij.

Februari (26):

Het is het verhaal van mijn oudste zoon, die gisteren ons huis heeft verlaten om zelfstandig verder te gaan. Begin deze maand heeft hij de sleutel van een eigen appartementje gekregen, dicht in de buurt. We hebben de afgelopen weken samen geklust en gisteren is hij verhuisd. Het greep me meer aan dan ik had verwacht toen hij gisteravond, nadat we samen hadden gegeten, op zijn fiets stapte en de wijde wereld in ging. Weg onder onze paraplu.

Maart (21):

We dachten dat we over de berg waren met mijn vader, maar aan de andere kant van de top ging het steil naar beneden. Vorige week maakte hij nog toekomstplannen met als hoogtepunt de aanschaf van een satijnen kamerjas. Hij wilde nog een keer sjiek op z’n ouwe dag. Vanaf zondag ging het bergafwaarts. Het lijkt wel op hij een longontsteking heeft, maar volgens de artsen is het dat niet. Wat het wel is weten ze niet. Ze zijn niet zo knap als wij dachten.

April (4):

Vorige week verscheen er op ons intranet een stukje over een onderzoek naar seks op de werkvloer. Het bleek dat vooral 45plussers actief zijn. Wij oudere mannen en vrouwen keken elkaar nieuwsgierig aan maar zagen slechts verwonderde blikken. Wel meenden wij dat de jongere collega’s met een zekere bewondering naar ons keken. We hebben de leeftijd dat we dergelijke mythes niet ontkrachten.

Mei (17):

Heb ik nog één laatste vraag. Als wij straks in Duitsland onverwacht toch die finale winnen omdat Jan Vennegoor of Hesselink in de laatste minuut met hulp van Gods Hand het winnende doelpunt maakt, hoe groot is dan de kans dat die wedstrijd ongeldig wordt verklaard omdat de man zelf twijfelt over zijn achternaam? Lopen wij dan niet het risico dat de Duitsers, aangespoord door onze weifelachtigheid inzake Ayaan, zullen proberen VoH door onszelf onwettig te laten verklaren? U kent ze, ze zullen ons tot de laatste minuut tegen elkaar uitspelen.

Juni (11):

Deze week hoorde ik op de radio een interview over de zorg. A- en B-verpleegkundigen schijnen niet meer zo te heten. Tegenwoordig spreken wij over mensen met een zorgcompetentie, zei een meneer. De man zelf hield niet van traditionele zorg. Dat vond hij betutteling. Hij legde het allemaal uit: “Dan vul ik een bepaald stukje communicatie in wat ik kan beheersen. En dat laten ze je constant zien.”

Juli (6):

Wij maken nu veel grapjes in nederlandse taal ook over nederlandse politiek. Mevrouw Yildiz maakte ook leuk grapje: “Kabinet van meneer Balkenende is gevallen maar gaat gewoon door. Was dus eigenlijk niet echt val maar fopduikje. Meneer Balkenende moet gele kaart.” "Was schwalbe," zei Mohammed. Hij heeft veel geleerd van familie in Duitsland. Wij moesten zo hard lachen dat mevrouw Yildiz thee knoeide op tapijt.

Augustus (7):

Sommige mensen grappen dat de dienaren Gods tijdens de hittegolven de controle over hun hormonen zijn kwijtgeraakt bij de aanblik van het vrouwenvlees. Dat zijn flauwe grappen. Sterker nog, ik kan mij even gemakkelijk voorstellen dat de heren dingen gezien hebben die een mens doen vluchten in het celibaat.

September (1):

Ik vind mijzelf niet haatdragend. Af en toe maak ik knallende ruzie – en af en toe bied ik mijn excuses aan voor een wat al te lompe opmerking – maar dat waait altijd over. Toch blijven sommige dingen knagen. Ik ben nog steeds tot op het bot geraakt door een opmerking van Femke Halsema dat blanke vijftigplussers weg moeten ten gunste van kansloze allochtone jongeren.

Oktober (10):

 Geen idee waarom ik in bed aan Wilders dacht, laat staan waarom ik z’n voornaam wilde weten. Henk, Kees, Willem? Ik wist dat het iets puur Hollands was, dat kan ook niet anders. Jan? Nee, godzijdank niet. Om mijn gedachten te structuren begon ik bij A. Arie? Nee, niet iets met een A. Ook niet met een B, een C of een D. Bij de G wist ik het weer. Geert. Geert Wilders.

November (15):

Gisteren, decennia later, had ik een kleine terugval toen ik Rita Verdonk hoorde zeggen dat ze vice-premier wil worden. Ik wilde in de auto springen, haar ophalen en haar een tijdje bij ons in huis nemen. Gewoon, om voor haar te zorgen en om met haar te praten totdat ze weer bij zinnen was. Maar net op tijd bedacht ik me dat zij reddeloos verloren is en dat ik Jezus niet ben.

December (12):

De herfst heeft nooit zo’n greep op mij gehad. Ik heb geen vallende bladeren, striemende regen of gure wind nodig voor een melancholische bui. Eigenlijk vind ik de herfst wel een aangenaam jaargetijde. Ik hou van de kleuren en van zonnestralen die door een dik wolkenpak piepen. Ik hou van een drukke winkelstraat in de schemer waar mensen onder paraplu's gereflecteerd worden op de natte klinkerstraat.








Witte merel


Hij had leuk nieuws voor ons, zei de man die deze week belde. Hij had met zijn taxibusje iemand naar het revalidatiecentrum gebracht en toen hij het terrein opdraaide had hij in de struiken een witte merel gezien. Hij was er speciaal voor teruggereden omdat hij zijn ogen niet geloofde. Zijn passagier had het ook gezien. Die mankeerde van alles maar niet aan zijn ogen. En toen hij net van het terrein af reed zat die merel er nog steeds dus wij moesten maar snel een cameraman sturen. Het was vlakbij.

’t Is komkommertijd, dus ligt de lat laag en gooide ik het in de groep. Geen kans. Volgens een collega komt het in de dierenwereld wel vaker voor dat er een albino wordt geboren. Een andere collega bevestigde dat. Een kennis van ons pap, zei ze, heeft pas nog een witte eekhoorn gezien.

Even later verscheen de onderwerpenlijst van de gezamenlijke regionale omroepen in Nederland. De Limburgse collega’s van L1 hadden een item over een witte ree . . .








Risico


Soms kom je berichten tegen waarvan je denkt: is dit een grap of wetenschap?


LONDEN (ANP) - Keelpijn is een beroepsrisico voor degenslikkers. Het circuskunstje kan ook ernstiger verwondingen veroorzaken, zoals geperforeerde ingewandwen, interne bloedingen en slagaderlijke bloedingen. Ze lopen de verwondingen echter alleen op als ze even worden afgeleid, constateerde een Britse arts die de keelklachten van degenslikkers onderzocht.
De radioloog Brian Witcombe bestudeerde de medische gegevens van zestig degenslikkers. ,,Ze proberen elkaar te overtreffen door heel veel zwaarden tegelijk te slikken; het record staat op zestien. Of door degens te slikken terwijl ze een eenwieler berijden of buikdansen.''
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in de kersteditie van het British Medical Journal.








Ideologie


Wat is er met mij gebeurd? Als ik, pakweg 25 jaar geleden, gelezen zou hebben dat honderden Nigerianen gedood waren door een explosie bij een oliepijpleiding, zou ik de vinger hebben geheven tegen de multinationals. Ik zou de oliemaatschappij verketterd hebben die zo’n leiding open en bloot laat liggen. Ik zou de westerse wereld vervloekt hebben omdat zij de Nigerianen zo arm houden dat zij benzine moeten stelen.

De eerste gedachte die ik nu had toen ik het nieuws uit Nigeria hoorde was: hoe kunnen die mensen zo stom zijn om massaal op die lekkende benzineleiding af te rennen? Daarna kwamen pas die oude gedachten boven. En toen vroeg ik mij dus af wat er met mij is gebeurd? Ik realiseerde me dat, toen ik ’s werelds schuldenlast van mijn schouders schudde, er misschien ook wel wat ideologische veren zijn losgeraakt. Om maar eens een groot staatsman te parodiëren.

Maar ik heb me toch zoveel jaar ingezet en het vuur uit de sloffen gelopen? Ja maar, de laatste jaren niet meer. Maar wij hebben in die tijd bijvoorbeeld wel geprobeerd mijn zoon een veilig huis te bieden. Wat heeft dat met Nigeria te maken? Het zijn grauwe, sombere dagen.








Alleen voor mij


Hoe vaak heb ik niet gefoeterd op de NS? Veel vaker dan u denkt. De keren dat ik daarvoor mijn weblog gebruikte is maar een topje van de ijsberg. In het echt ben ik veel feller op de spoorwegmaatschappij dan u denkt. Maar vanmorgen had ik een fijn gevoel van overwinning. Ik had wraak zullen schrijven als ik dat gevoel zou kennen.

Ik werk deze week heel vroeg, dus ik was al voor dag en dauw op het station. Daar stond de eerste stoptrein. Mijn trein. Een hele lange trein. Tjezus wat een lange trein. Toen ik een minuut of anderhalf voor vertrek aan kwam zaten alle deuren nog dicht, er zat niemand in de trein, de machinist en de conducteur stonden bij de kiosk.

Een halve minuut voor vertrek deden ze de deuren open. Ik stapte als enige in die hele lange trein. En alleen met mij aan boord reed hij onmiddellijk weg. Die NS’ers hadden uitsluitend voor mij zo vroeg moeten opstaan. Het voelde goed . . .








Volle Maan


In onze wijk is een nieuwe verloskundepraktijk geopend. Onder aan de gevel van een verlopen, vroeg twintigste eeuws kantoorpand prijkt een bordje. Op dat bordje is een trappetje getekend dat aangeeft dat de nieuwe verloskundepraktijk in het souterrain van het gebouw huist. Een vreemde plek voor een verloskundepraktijk. Die stel ik me voor in een lichte, kleurrijke omgeving, niet in de krochten van een leegstaand kantoorpand. Maar, ik ben al zo lang uit de kleine kinderen dat zich trends kunnen hebben voltrekken die aan mijn aandacht zijn ontsnapt.

Het meest getroffen werd ik echter door de naam die de vroedvrouwen hebben gekozen: Bij Volle Maan. Volle maan schijnt een uitgelezen moment te zijn om de liefde te bedrijven, maar dat hoeft niet noodzakelijkerwijs te leiden tot werk voor verloskundigen. Bij volle maan denk ik toch vooral aan weerwolven en witte wieven. Of aan springvloed.

Al die associaties in relatie tot de plek van de nieuwe verloskundepraktijk brengen mijn hoofd een beetje op hol. Opeens zie ik een nieuwe regering die abortus verbiedt en dat vrouwen dan in achterafkamertjes terecht moeten waar witte wieven met enge tangen . . .
Bah, ik ben bang dat de grauwheid van de kerstdagen in mijn hoofd is gekropen. We gaan de kaarsen maar eens aansteken.








Schaatsen


Ik hou niet van schaatsen. Niet om het zelf te doen en niet om er naar te kijken. Opgegroeid aan het water heb ik natuurlijk als kind wel geschaatst. Ik vond er nooit iets aan. Ik voel nog rillingen als ik aan die botjes denk die je na veel gepruts had ondergebonden maar die toch vijf minuten later naast je schoenen zaten in plaats van er onder. En dan moest je proberen met ijskoude handen die bevroren veters los te peuteren.

Bovendien is mijn rug niet zo sterk. Na een kwartier schaatsen verging ik meestal van de pijn. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst geschaatst heb. Het moet geweest zijn toen onderstaande foto werd gemaakt.

Vroeger keek ik wel eens naar schaatswedstrijden. In de tijd van Ard en Keessie. Maar op een gegeven moment ben ik mijn interesse voor die sport verloren. Beroepshalve ken ik namen van sporters, maar vraag me niet naar details van hun prestaties. Ik kan me ook niet herinneren wanneer ik voor het laatst naar een schaatswedstrijd heb gekeken. Maar gisteravond kwam ik er al zappend achter dat dat heel lang geleden moet zijn. Ik zag dat Sven Kramer de 5000 meter had gereden in 6.22.16. Ik wist niet eens dat die afstand al sneller dan 7 minuten werd gereden.

[!-- error: could not popup ../images/schaatsengroot.jpg. File does not exist --]








Kracht


Ik heb u wel eens verteld over mijn hoogbejaarde overbuurvrouw. Godvruchtig tot op het bot. Tot voor kort collecteerde ze voor elk denkbare hulporganisatie. Sinds ze haar heup heeft gebroken doet ze het wat kalmer aan. Soms pakt ze een rollator, maar deze krasse, ruim tachtigjarige dame gaat toch het liefst op eigen benen.

Ik heb bewondering voor haar. Als er een God bestaat die mensen kracht geeft dan is het aan onze overbuurvrouw.

Deze week “betrapte” ik haar tijdens een schoonmaakbeurt van het heiligenbeeld even verderop in de wijk, zodat het er met de kerst weer knap bij staat. Gadegeslagen door de junks in de tegenoverliggende coffeeshop, was onze overbuurvrouw met de bezem in de weer voor haar Heer.

Dat beeld wil ik de komende dagen hier vastpinnen.

[!-- error: could not popup ../images/milliegroot.jpg. File does not exist --]








Traditie


Een doos.

Een mes.

Houtkrullen.

Een kaart. Nee, een dun boekje. “High Tea. meer dan thee alleen.”
Recepten voor scones en sandwiches.

Houtkrullen.

Een vierkant wit bord. Voor de scones en sandwiches.

Houtkrullen.

Nog meer houtkrullen.

Een witte design theepot.

Houtkrullen.

Een wit design suikerpotje.

Houtkrullen.

De deksel van de theepot.

Houtkrullen.

Een wit design melkkannetje.

Houtkrullen.

Baas, bedankt.








Bizar

Mijn collega H. ziet alles. Hij heeft het oog van een havik. Vanmorgen schoof hij een kerstgedicht onder mijn neus dat iemand hem had toegezonden. Het is een goedbedoelde wens, op het oog niks bijzonders. Maar de havik had iets exeptioneels gezien en onderwierp mij aan een test. Na een minuut capituleerde ik.

Kijk nou eens goed naar het woord dat de eerste letters van elke zin vormen, zei hij.

Tjezus, zei ik met een gevoel van bewondering en afschuw.



Mijn collega verzekerde me dat dat stom toeval is omdat degene die hem die wens had gestuurd zoiets nooit met opzet zou doen.








FC Vaticaan


Ik hoorde gisteren dat het Vaticaan serieus overweegt een voetbalteam op de been te brengen dat zich kan meten met AC Milan. Daar heb ik uren wakker van gelegen. Niet dat ik als PSV-supporter bang ben voor paapse tackles maar omdat ik er iets over wil schrijven en ik de woorden niet kan vinden.

Alle goedkope grappen schoten als bliksemschichten door mijn hoofd. Over geniepige, slapende Duitse genootschappen die door Ratzinger tot leven zijn gewekt om dat team te helpen. En over roomse liturgiecommissies die zich nu al de vingers blauw kalligraferen om met engelachtige spreekkoren het hooliganisme te bestrijden. Kortom, te flauw voor woorden.

Het goed katholieke Brabants Dagblad bracht het nieuws vanmorgen prominent op de voorpagina: “Vaticaan wil op topniveau gaan voetballen” kopte de krant. Vertwijfeld riep ik dat ik geen woorden kon vinden om daar iets over te schrijven. “Als het maar niet op het Top Oss-niveau is”, hielp een collega in een bui van masochisme, want hij is een gekend lid van de harde kern van de Ossenaren. Een minuut of tien voelde ik mij geïnspireerd, maar bij nader inzien was dat ook een inkoppertje. Ik weet het niet. Misschien zijn er gewoon geen woorden voor.








Prijs


Een mevrouw in Heusden, die in de straat woont waar vorig jaar de Postcode-hoofdprijs viel, heeft de Postcodeloterij aangeklaagd. Ze heeft psychische schade opgelopen. Want zij heeft geen cent gekregen omdat ze geen loten had. Wanneer zou ze die schade hebben opgelopen?

Ik heb ook geen loten en ik zal er geen nacht van wakker liggen als de buurtgenoten de Postcodeloterij winnen. Nou ja, op die ene nacht na dat ze luidruchtig feest vieren. Het zij ze gegund. Nu ik er eens goed over na denk realiseer ik me dat er in ons hele wijkje maar twee kooppanden zijn, dat van ons en dat van de buren. Mogen die anderen dan ook eens wat.

Nee, toen ik vanmorgen de Volkskrant las had ik al genoeg prijs. Het weekblad Time lauwert de actieve internetter. We zijn als collectief tot persoon van het jaar gekozen. Hulde voor iedereen die het internet dagelijks verrijkt met dagboeken, films, foto’s, gedichten en scheldkanonnades (ik scoor 3 op 5). Wij werken mee aan “een vorm van gemeenschapszin en samenwerking op een schaal die nooit eerder is vertoond,” aldus Time. Wat maalt een weblogger nog om de Postcodeloterij?








Namen, toegift (4)


Het is weer tijd voor een update van de namenlijst. Dank aan iedereen die de afgelopen tijd namen heeft gestuurd. Er waren erg leuke bij, ook namen die niet in mijn verzameling passen omdat ze geen directe combinatie vormen met het beroep dat die mensen uitoefenen. Daar wil ik er toch twee van vermelden, die ik allebei van collega’s kreeg die regelmatig rechtbankverslaggeving doen.

Eén wees mij op een mevrouw die moet voorkomen voor vernieling en rijden in invloed. Haar naam? Mevrouw Hommeles. En dan weet u dat wij bij rechtzaken altijd de opkomst van de rechters mogen filmen zodat je wat beeld hebt om onder je verhaal te zetten. Een vrouwelijke rechter weigert haar opkomst te laten filmen. Pas als ze zit en in haar papieren rommelt mogen de camera’s aan. Dat komt omdat ze mank loopt en ze is bang dat dat haar gezag aantast. Ze heet mevrouw Crombeen. Tja, ik bedenk het niet zelf.

Verder werd ik verblijd met de volgende serie:

Croon – tandarts in Oisterwijk met de slagzin Geen brug te ver
Tang dr. –arts
Tang – tandarts in Singapore
Papa dr. – werkt op het Echocentrum in Amsterdam
Geenjaar – tweede hands autohandel in Leiden
Roest – fietsenhandel in Oegstgeest
Pech – garage in Zuid Frankrijk
Meesters – leraar in Delft
Speel – mevrouw die zich inzet om carillon in Heesch terug te krijgen








Oordeel


Wanneer is iemand een held? Het hangt er van af wie het oordeel moet vellen. Verzetshelden waren in de ogen van de bezetter terroristen. Patrick Kluivert was ooit een held, die van zijn voetstuk viel. Viel? Hij donderde met een oorverdovende knal van zijn voetstuk. De scheidslijn tussen heldendom en verguizing is dun.

Nu speelt hij bij mijn kluppie waar hij door de supporters liefdevol is ontvangen, zijn Ajax-verleden ten spijt. Toen hij zich gisteravond warm ging lopen om in te vallen klonk er luid applaus. Hij zwaaide dankbaar naar de harde kern. Toen hij zijn goal maakte ontplofte het stadion. De held had het waargemaakt. Patrick zwaaide weer dankbaar naar de harde kern. Ik voelde een lichte huivering.

Er stond iemand die probeert nog iets van zijn leven te maken. Zou hij beseffen dat hij levens kapot heeft gemaakt? Ik weet het niet. Misschien is hij een held tegen wil en dank. Ik was waarschijnlijk de enige van die dertigduizend mensen die zo’n dubbele gedachte had. Wie ben ik om over heldendom te oordelen?








PVDM


Weet u waar ik mij kwaad over maak. Over die onverlaten die mensen beroven of aanrijden en die dan hun slachtoffers hulpeloos achter laten op straat. Vorige week las ik dat in Eindhoven drie jongens een meisje bewusteloos hadden geslagen waarna ze haar beroofd hebben van tien euro. Ze hebben haar gewoon laten liggen. Ik probeer me te verplaatsen in die jongens, maar dat lukt me gelukkig niet. Zouden ze er om gelachen hebben? Zouden ze zichzelf stoer hebben gevonden?

Deze week las ik dat een chauffeur in Boxtel een jonge fietser ondersteboven reed. Hij stapte nog wel uit om naar de fiets te kijken maar liet het jongetje gewond achter zonder hem ook maar aan te kijken. Volgens mij zou die chauffeur die fiets hebben ingeladen in zijn busje als die niet zo beschadigd zou zijn geweest.

Natuurlijk verhardt de maatschappij al jaren, ik weet het. Maar ik blijf me er over verbazen hoe onverschillig sommige mensen over het lot van hun medemensen zijn. Het wordt tijd voor een Partij Voor De Dieren Mensen.








Tranen


Nee, daar waag ik geen commentaar aan. Staatsrechtelijk veel te ingewikkeld. Bovendien ben ik meer geïnteresseerd in de mens achter de vrouw. Ik stel me voor hoe ze na dat slopende beraad op de achterbank van de dienstauto raast tegen haar chauffeur over die opportunistische ettertjes van het CDA die haar hebben laten vallen. De chauffeur denkt aan zijn Boliviaanse poetsvrouw, die illegaal in Nederland verblijft. Hij zwijgt.

Thuisgekomen ziet ze dat er nog licht brandt. Hij is opgebleven! Ze steekt haar hoofd om de hoek van de deur en zegt: “Schenk jij een borrel in, dan spring ik effe snel onder de douche.” Hij aanvaardt de opdracht gelaten. Tien minuten later al staat ze in de kamer. Blauwe satijnen pyjama, dito kamerjas. Ze ploft naast hem op de bank. En dan komen de tranen.

Ze ziet hoe hij schokschouderend jenever morst en ze hoort hem snikken. “Stop er toch mee,” zegt hij. “Doe ons dit niet aan. De vrouwen in de supermarkt kijken mij er ook op aan.” Zijn ogen zijn rood. Ze slaat haar borrel in één teug achterover. “Lamstraal,” bijt ze hem toe en ze beent met stevige passen naar de logeerkamer.








Paling


Italië kent z’n maffia, maar mijn provinciestadje heeft ook z’n ongrijpbare instituten. Bekend is natuurlijk de Oeteldonkse club, de staat binnen de staat. Maar we hebben ook het vissyndicaat.

Op de Markt staan drie viskramen. Die Markt moet nodig gerenoveerd en voor de esthetiek zou het goed zijn als die kramen verdwenen. Maar in achttienzoveel hebben de voorvaderen van de huidige visboeren concessies voor de eeuwigheid gekregen. Je kunt van Bosschenaren zeggen wat je wilt, maar beloofd is beloofd. In de kramen lachen ze zich rot. Die boeren, niet de vis natuurlijk.

Maar vandaag is er een kleine bres geslagen in het bastion der Bossche viselite. Eén hunner heeft namelijk zijn clientele 26 pakjes palingfilets verkocht die uit een aanpalende supermarkt waren gestolen. Eén onzer heeft de drie visboeren kritisch ondervraagd. Zij waren het niet natuurlijk.

Eentje wilde - in z'n algemeenheid - wel vertellen dat er junks zijn (altijd maar die beschuldigende vinger, foei!) die een visje kopen. Dat schept een band. Soms hebben die junks zelf een handeltje. Louter uit mededogen nemen andere visboeren dan wel eens iets af. Visboeren hebben ook een hart.








NS


Het gaat goed met de nieuwe dienstregeling van de NS. U hoort mij niet klagen, mijn reistijden zijn wel veranderd, maar voordelen en nadelen wegen tegen elkaar op. Er doet zich nu wel een nieuwe vorm van vertraging voor. Vanmorgen vetrok onze trein tien minuten te laat. Reden volgens de omroepinstallatie: “de conducteur van deze trein arriveerde 25 minuten te laat op dit station . . .”








Herfst


De herfst heeft nooit zo’n greep op mij gehad. Ik heb geen vallende bladeren, striemende regen of gure wind nodig voor een melancholische bui. Eigenlijk vind ik de herfst wel een aangenaam jaargetijde. Ik hou van de kleuren en van  zonnestralen die door een dik wolkenpak piepen. Ik hou van een drukke winkelstraat in de schermer waar mensen onder paraplu's gereflecteerd worden op de natte klinkerstraat.

En als het regent terwijl ik fiets dan fantaseer ik dat de druppels op mijn capuchon, de druppels op de tent zijn. Heerlijk met een boek op het luchtbed wachten tot de zon weer schijnt en je met laarzen aan over het frisse gras naar het toiletblok kunt.

Voor mijn cursus aan de fotovakschool, kreeg ik de opdracht herfstfoto’s te maken. Ik ging naar een kerkhof. Ik hou van de rust die op een begraafplaats heerst. Ik geloof dat de docent het allemaal maar morbide vond, hij kon er weinig waardering voor opbrengen. Nou ja, dan plaats ik die foto toch gewoon hier. Hier ben ik m’n eigen baas.








Waardeloos


De samenstellers van de actualiteitenuitzendingen klaagden steen en been. Het is een waardeloze dag. Alleen maar goed nieuws. Geen problemen door de nieuwe NS-dienstregeling; de werknemers en de directie van worstenfabriek Zwanenberg hebben een akkoord bereikt dus de stakingen zijn voorbij; mister Universe bij de amateurs (een Brabander) doet het goed.

Kijk, op die manier kun je natuurlijk geen spraakmakende uitzendingen maken. Nou ja, er is een idiote weblogger die er dan over schrijft. ’t Zal wat . . . Gelukkig is het takkenweer.








Klein


Mijn zoon en ik spraken over Babel, de nieuwe meesterlijke film van Alejandro Gonzáles Iñárritu. Het is een mozaïekfilm die zich afspeelt op meerdere continenten. We vonden het briljant bedacht hoe de hoofdrolspelers in die verschillende werelden aan elkaar waren geknoopt. We concludeerden dat de wereld maar klein is.

“Er is zelfs een theorie,” zei mijn zoon, “dat elk mens maar drie personen van George Bush af staat.” We moesten er om lachen. Maar gaandeweg de autorit zag ik opeens in dat die theorie helemaal zo gek nog niet is.

Ik ken bijvoorbeeld een journalistieke collega en stadgenoot die bevriend is met de Amerikaanse correspondent van een Nederlands Tv-station. En die correspondent heeft in zijn adresboekje vast mensen staan die toegang hebben tot George Bush. Kortom, als u iets geregeld moet hebben, moet u maar even bellen.








Jeugdzorg


Dit jaar heb ik regelmatig contact gehad met mensen die ruzie hebben met Bureau Jeugdzorg. Schrijnende verhalen over kinderen die uit huis geplaatst zijn en verhalen van vaders die hun kinderen niet meer mogen zien. De klagers brengen mij stapels dossiers die hun gelijk moeten bewijzen. Ik worstel ze altijd door, maar steeds stuit ik op dingen die mij aan het twijfelen brengen.

Ik las bijvoorbeeld over vermeend seksueel misbruik door de vader terwijl die man daar in twee gesprekken met mij geen woord over had gezegd. Telkens als ik mensen met soms kleine ongerijmdheden confronteer houdt het contact op. Bij jeugdzorg hoef je als journalist niet aan te kloppen. Uit privacyoverwegingen geven ze nooit informatie. Het zijn zoveel verhalen dat ik soms geneigd ben te denken dat Bureau Jeugdzorg een staat binnen de staat is.

Vanmorgen las ik dat de gezinsvoogd van het meisje Savanna, dat een aantal jaren geleden zo gruwelijk om het leven kwam, door justitie wordt vervolgd wegens medeverantwoordelijkheid. De hulpverlening op de kast. Een voogd van het Bureau Jeugdzorg kan nooit schuldig zijn, zeggen ze. Bij justitie zullen ze er ook wel mee worstelen, dus ik begrijp wel dat ze een uitspraak van een rechter willen. Ik zal deze zaak met meer dan gewone belangstelling volgen.








Verzopen kat


Momenten van geluk? Tja, wat zijn momenten van geluk? Ik spreek mijn gevoelens niet zo makkelijk uit. Behalve gevoelens van boosheid, die wel. En dat leidt wel eens tot een verkeerd imago, want ik ben best lief. Zucht . . .

Vanmorgen kwam ik als een verzopen kat op het werk. Mijn regenpak ten spijt. En toen lagen er in de gloednieuwe doucheruimte schone handdoeken om mij af te drogen. Kijk, dat zijn momenten van geluk. Ik heb dat geluksgevoel bij wijze van uitzondering gedeeld met de telefoniste die voor die handdoeken zorgt.

Ze begon meteen te vertellen dat ze extra geld krijgt voor het wassen en strijken van die handdoeken en dat dat dus normaal was en dat ze nog niet aan die nieuwe ruimte is gewend en dat ze wel eens vergeet dat daar ook handdoeken neergelegd moeten worden en dat een collega om een bak had gevraagd waarin we die handdoeken na gebruik kunnen deponeren en dat ze dacht dat ze thuis op zolder nog wel een grijze bak had staan - zonder deksel, maar dat gaf toch niet hè? - en dat ze daar dit weekend eens naar zou zoeken en dat ze die dan maandag wel zou meebrengen. Daarna rende ze met een dienblad vol koffie weg.








Politiefus


Ik denk dat ik aan politiefus lijd. Jawel, dat woord mag wel. Blind politiefusdier, dat mag niet. Het is geen lichamelijke ziekte, het behoort tot de competenties van de geestelijke gezondheidszorg.

Politiefus is als je politici andere dingen hoort zeggen dan ze zeggen. Niet te verwarren met politici die andere dingen zeggen dan ze bedoelen. Als je dat hoort ligt het niet aan jou.

Ik geef een voorbeeld. Gisteren werd Henk Kamp geen voorzitter van de Tweede Kamer. Toen hem werd gevraagd of hij dat jammer vond zette ik mij schrap voor: “De keuze voor mevrouw Verbeet is een democratische. De Kamer krijgt met haar een uitstekende voorzitter. Bla. Bla, bla . . .”

Maar dat zei Kamp niet. Kamp zei: “Ik vind het heel jammer, ik was het graag geworden.” Kort en bondig. Vanuit het hart. Als je daar niet op rekent heb je dus politiefus.

Ik ga de GGZ bellen om te kijken of er wachtlijstje is waar ik op kan. Om de ernst van deze aandoening te relativeren maak ik er maar een spelletje van. Wedden dat we eerder een nieuw kabinet hebben dan dat ik van die wachtlijst af ben?








Stagnatie


Mijn ontwikkeling is gestagneerd. Waar collega’s zich hebben ontwikkeld tot misdaadjournalist ben ik blijven hangen in de politiek. Omdat het publiek schijnbaar is mee geëvolueerd tot misdaadconsument bel ik ter hunner gerief natuurlijk braaf met politievoorlichters, meestal om te horen dat ze in het belang van het onderzoek niets kunnen zeggen.

Vandaag werd ik voor het eerst geconfronteerd met de misdaadkaart. Een website die openbare politieberichtjes bundelt en op basis waarvan wij dan kunnen zien hoe (on)veilig onze buurt is. Dat lijkt mij discutabel. In mijn postcodegebied ligt de Bossche binnenstad. Omdat elk fietsdiefstalletje wordt meegeteld woon ik in een getto.

De misdaadkaart heeft ook “ontdekt” dat er meer inbraken zijn als het slecht weer is, dus in de herfst en de winter. Begin vorige eeuw schreef men al verhalen dat er meer misdaad is in die periode omdat het dan vroeger donker is en dat is sinds mensenheugenis de beste periode voor misdadigers, huurmoordenaars niet meegerekend.

Ik begin er over omdat het Brabants Dagblad de misdaadkaart aan haar website heeft gekoppeld. Dat betekent dat je behalve hun eigen politieberichtjes er nog meer kunt lezen op een gelinkte site. Een dubbel appèl op het onderbuikgevoel. Onbegrijpelijk, maar ja mijn ontwikkeling is gestagneerd.








Eerste


Onze radiopresentator ondervroeg de hele week leden van een orkest dat het weekend er na een concert zou geven.

Aan het eind van de week belde hij het vijfde orkestlid.

“Aan de telefoon is A en zij is de eerste klarinettiste.”

“Dinsdag is B ook al geweest,” zei de jongedame

“Ja, “ zei de presentator, “dat weet ik”.

“Dus ik ben niet de eerste klarinettiste,” zei ze.

“Hier op mijn briefje staat dat jij de eerste klarinettiste bent,” zei de presentator.

“Maar B is ook klarinettiste en die is dinsdag in het programma geweest,” hield de klarinettiste vol.

“Ja dat weet ik wel,” zei de presentator. “Maar jij bent de EERSTE klarinettiste. De EERSTE, je weet wel, de leidster."

“O ja, natuurlijk,” zei de dame.

Ik lag in een deuk, als enige. Misschien moet je met een klassiek geschoolde vrouw getrouwd zijn om hier de humor van in te zien. Die beweert overigens dat dit soort misverstanden vooral voorkomt bij tenoren. Bij sopranen natuurlijk nooit . . .








Hek


Op TV zag ik een documentaire over Peter H., de man die Melanie Sijbers uit Geldrop heeft vermoord. Conclusie: deze levensgevaarlijke ex-TBS’er had nooit vrij rond mogen lopen. Vanmorgen las ik in het Brabants Dagblad dat Julien C., die wordt verdacht van de gruwelijke moord op Jesse in Hoogerheide, door reclassering en een psycholoog al eerder tot een gevaar voor de maatschappij was bestempeld.

Onderwijsminister Maria van der Hoeven wil nu dat alle basisscholen op slot gaan om de kinderen tegen dit soort mensen te beschermen. Nog even en om elke school staat een hek. Want het noodlot kan overal en altijd toe slaan. Veel mensen weten dat al en hebben zich teruggetrokken in gated communities en achter de rolluiken.

Iets zegt me dat het de omgekeerde wereld is als goedwillende burgers achter het hek zitten in plaats van de mensen die hen bedreigen.

De ene dag ben ik meer geneigd dit land de rug toe te keren dan de andere dag. Vandaag is het die ene dag.








Lightfestival Glow


Omdat u op deze herfstige dag vast geen zin heeft in veel tekst alleen een paar plaatjes die ik maakte op het Lightfestival Glow in Eindhoven. U weet wel, de stad zich zich profileert als internationale lichtstad. Sorry: international lighttown. Da's echt iets anders hoor . . .















Geen familie


De Volkskrant heeft weer eens ge-restyled. Ik heb geen mening over de nieuwe opmaak, want ik ben enkele keren bij zo’n proces betrokken geweest en weet hoe moeilijk het is. Bovendien, als je al dertig jaar die krant leest, dan ben je wel wat gewend.

Het enige opmerkelijke vind ik dat ze verschillende lettertypes door elkaar gebruiken. Dus toen ik vanmorgen van een afstandje het onderstaande las keek ik daar wel even raar tegen aan. Mijn eerste gedachte was: gelukkig maar voor Peter de Graaf.








Raam

Het was me de week wel. We hebben onze werkkamer opgeknapt. Het was een rommelkamer met typegelegenheid en na zes jaar waren we dat zat. Om te voorkomen dat het het opknappen een vijfjarenplan zou worden heb ik een week vrij genomen om zonder onderbreking te kunnen slopen, schilderen, timmeren, kasten monteren, af en aan te rijden naar bouwmarkten en lampjes op te hangen.

Bijgestaan door mijn zoon die niet alleen websites kan bouwen maar ook verstand heeft van kastdeuren stellen, electra en meer van die dingen die mij aan de rand van de waanzin brengen. Onderwijl heb ik bij wijze van troostaankoop een nieuw plat beeldscherm gekocht.

Vrijdagavond hingen we de laatste lampen op. Toen mijn zoon vertrok en wij tevreden onze ogen over de voorgevel liet gaan, zag ik opeens wat die nieuwe lampen veroorzaakten. Mijn hemel.

Nou ja, mocht u deze week ergens lezen dat Dikke Charles Geerts zijn nering naar Brabant heeft verplaatst dan weet u dat het onzin is. Dat raam is onze nieuwe werkkamer waar we eerzaam werken aan Stroomopwaarts en de website van AVRO Cultuur.








Knuffel


Het was natuurlijk ridicuul om de Telegraafjournalisten Bart Mos en Joost de Haas gevangen te zetten. Alsof zij ooit hun bronnen zouden prijsgeven. De rechter-commissaris had ze beter kunnen bedanken omdat ze misstanden bloot hebben gelegd. Maar nee, er was weer eens een RC die zichzelf meende te moeten bewijzen, zoals die RC die in onze studio binnen viel om banden op te eisen. Fascistisch noemde Mos zijn gedrag. Dat is een groot woord, maar ik kan het wel begrijpen.

Maar wat ik nou niet begrijp is de manier waarop die twee vakbroeders werden ontvangen toen ze de gevangenis in Scheveningen verlieten. De eerste die hen bijkans doodknuffelde was adjunct-hoofdredacteur Kees Lunshof. Ik weet niet of ik het leuk zou vinden als ik na drie dagen urinegeur (Lunshof in de Wereld Draait Door) als eerste door mijn hoofdredacteur in de armen gesloten zou worden.

Aardige man hoor, mijn hoofdredacteur, maar ik geloof toch dat ik het op prijs gesteld zou hebben als hij mijn vrouw voor had laten gaan. Of zou de band tussen Telegraaf-journalisten en hun bazen heftiger zijn dan die met hun eigen vrouwen? Doe mij dan maar de regionale Brabantse journalistiek.





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed