Jaaroverzicht
De afgelopen dagen heb ik wat gebladerd in mijn archief. Wat een lange stukken schreef ik een jaar geleden nog zeg. Dat u het hebt volgehouden . . . Ik ben blij dat ik mezelf heb opgelegd dat een stukje nu niet langer mag zijn dan 200 woorden.
Desondanks vond het leuk om terug te lezen wat mij dit jaar heeft beziggehouden. Opeens bedacht ik me een jaaroverzichtje te maken. Tenslotte doet elk zichzelf respecterend medium dat. ’t Is wel weer lang geworden. Ik sta het mezelf voor één keer toe.
Prettige jaarwisseling en een inspirerend 2007 gewenst aan u allen!!
Januari (3):
Tegenover mij in de trein nam een jonge moslima plaats. Alleen haar snoet was zichtbaar. Ze droeg een strakke zwarte hoofddoek, een zwart jasje, een zwarte broek en zwarte laarsjes. En ze was mooi, kan ik u verzekeren. Knap en een lijntje om van te watertanden. Sorry, ik ben ook maar een eenvoudige blanke man. Ze begon meteen te bellen. Tja, aan elke mooie vrouw kleeft wel een bezwaar. Met een vriendin, zo bleek. Ze vertelde dat ze zo’n leuk kerstfeest had gevierd. Kerstfeest?, dacht ik. Moslims vieren toch geen kerstfeest. Kijk, dat was al de eerste foute gedachte van mij.
Februari (26):
Het is het verhaal van mijn oudste zoon, die gisteren ons huis heeft verlaten om zelfstandig verder te gaan. Begin deze maand heeft hij de sleutel van een eigen appartementje gekregen, dicht in de buurt. We hebben de afgelopen weken samen geklust en gisteren is hij verhuisd. Het greep me meer aan dan ik had verwacht toen hij gisteravond, nadat we samen hadden gegeten, op zijn fiets stapte en de wijde wereld in ging. Weg onder onze paraplu.
Maart (21):
We dachten dat we over de berg waren met mijn vader, maar aan de andere kant van de top ging het steil naar beneden. Vorige week maakte hij nog toekomstplannen met als hoogtepunt de aanschaf van een satijnen kamerjas. Hij wilde nog een keer sjiek op z’n ouwe dag. Vanaf zondag ging het bergafwaarts. Het lijkt wel op hij een longontsteking heeft, maar volgens de artsen is het dat niet. Wat het wel is weten ze niet. Ze zijn niet zo knap als wij dachten.
April (4):
Vorige week verscheen er op ons intranet een stukje over een onderzoek naar seks op de werkvloer. Het bleek dat vooral 45plussers actief zijn. Wij oudere mannen en vrouwen keken elkaar nieuwsgierig aan maar zagen slechts verwonderde blikken. Wel meenden wij dat de jongere collega’s met een zekere bewondering naar ons keken. We hebben de leeftijd dat we dergelijke mythes niet ontkrachten.
Mei (17):
Heb ik nog één laatste vraag. Als wij straks in Duitsland onverwacht toch die finale winnen omdat Jan Vennegoor of Hesselink in de laatste minuut met hulp van Gods Hand het winnende doelpunt maakt, hoe groot is dan de kans dat die wedstrijd ongeldig wordt verklaard omdat de man zelf twijfelt over zijn achternaam? Lopen wij dan niet het risico dat de Duitsers, aangespoord door onze weifelachtigheid inzake Ayaan, zullen proberen VoH door onszelf onwettig te laten verklaren? U kent ze, ze zullen ons tot de laatste minuut tegen elkaar uitspelen.
Juni (11):
Deze week hoorde ik op de radio een interview over de zorg. A- en B-verpleegkundigen schijnen niet meer zo te heten. Tegenwoordig spreken wij over mensen met een zorgcompetentie, zei een meneer. De man zelf hield niet van traditionele zorg. Dat vond hij betutteling. Hij legde het allemaal uit: “Dan vul ik een bepaald stukje communicatie in wat ik kan beheersen. En dat laten ze je constant zien.”
Juli (6):
Wij maken nu veel grapjes in nederlandse taal ook over nederlandse politiek. Mevrouw Yildiz maakte ook leuk grapje: “Kabinet van meneer Balkenende is gevallen maar gaat gewoon door. Was dus eigenlijk niet echt val maar fopduikje. Meneer Balkenende moet gele kaart.” "Was schwalbe," zei Mohammed. Hij heeft veel geleerd van familie in Duitsland. Wij moesten zo hard lachen dat mevrouw Yildiz thee knoeide op tapijt.
Augustus (7):
Sommige mensen grappen dat de dienaren Gods tijdens de hittegolven de controle over hun hormonen zijn kwijtgeraakt bij de aanblik van het vrouwenvlees. Dat zijn flauwe grappen. Sterker nog, ik kan mij even gemakkelijk voorstellen dat de heren dingen gezien hebben die een mens doen vluchten in het celibaat.
September (1):
Ik vind mijzelf niet haatdragend. Af en toe maak ik knallende ruzie – en af en toe bied ik mijn excuses aan voor een wat al te lompe opmerking – maar dat waait altijd over. Toch blijven sommige dingen knagen. Ik ben nog steeds tot op het bot geraakt door een opmerking van Femke Halsema dat blanke vijftigplussers weg moeten ten gunste van kansloze allochtone jongeren.
Oktober (10):
Geen idee waarom ik in bed aan Wilders dacht, laat staan waarom ik z’n voornaam wilde weten. Henk, Kees, Willem? Ik wist dat het iets puur Hollands was, dat kan ook niet anders. Jan? Nee, godzijdank niet. Om mijn gedachten te structuren begon ik bij A. Arie? Nee, niet iets met een A. Ook niet met een B, een C of een D. Bij de G wist ik het weer. Geert. Geert Wilders.
November (15):
Gisteren, decennia later, had ik een kleine terugval toen ik Rita Verdonk hoorde zeggen dat ze vice-premier wil worden. Ik wilde in de auto springen, haar ophalen en haar een tijdje bij ons in huis nemen. Gewoon, om voor haar te zorgen en om met haar te praten totdat ze weer bij zinnen was. Maar net op tijd bedacht ik me dat zij reddeloos verloren is en dat ik Jezus niet ben.
December (12):
De herfst heeft nooit zo’n greep op mij gehad. Ik heb geen vallende bladeren, striemende regen of gure wind nodig voor een melancholische bui. Eigenlijk vind ik de herfst wel een aangenaam jaargetijde. Ik hou van de kleuren en van zonnestralen die door een dik wolkenpak piepen. Ik hou van een drukke winkelstraat in de schemer waar mensen onder paraplu's gereflecteerd worden op de natte klinkerstraat.
Witte merel
Hij had leuk nieuws voor ons, zei de man die deze week belde. Hij had met zijn taxibusje iemand naar het revalidatiecentrum gebracht en toen hij het terrein opdraaide had hij in de struiken een witte merel gezien. Hij was er speciaal voor teruggereden omdat hij zijn ogen niet geloofde. Zijn passagier had het ook gezien. Die mankeerde van alles maar niet aan zijn ogen. En toen hij net van het terrein af reed zat die merel er nog steeds dus wij moesten maar snel een cameraman sturen. Het was vlakbij.
’t Is komkommertijd, dus ligt de lat laag en gooide ik het in de groep. Geen kans. Volgens een collega komt het in de dierenwereld wel vaker voor dat er een albino wordt geboren. Een andere collega bevestigde dat. Een kennis van ons pap, zei ze, heeft pas nog een witte eekhoorn gezien.
Even later verscheen de onderwerpenlijst van de gezamenlijke regionale omroepen in Nederland. De Limburgse collega’s van L1 hadden een item over een witte ree . . .
Risico
Soms kom je berichten tegen waarvan je denkt: is dit een grap of wetenschap?
LONDEN (ANP) - Keelpijn is een beroepsrisico voor degenslikkers. Het circuskunstje kan ook ernstiger verwondingen veroorzaken, zoals geperforeerde ingewandwen, interne bloedingen en slagaderlijke bloedingen. Ze lopen de verwondingen echter alleen op als ze even worden afgeleid, constateerde een Britse arts die de keelklachten van degenslikkers onderzocht.
De radioloog Brian Witcombe bestudeerde de medische gegevens van zestig degenslikkers. ,,Ze proberen elkaar te overtreffen door heel veel zwaarden tegelijk te slikken; het record staat op zestien. Of door degens te slikken terwijl ze een eenwieler berijden of buikdansen.''
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in de kersteditie van het British Medical Journal.
Ideologie
Wat is er met mij gebeurd? Als ik, pakweg 25 jaar geleden, gelezen zou hebben dat honderden Nigerianen gedood waren door een explosie bij een oliepijpleiding, zou ik de vinger hebben geheven tegen de multinationals. Ik zou de oliemaatschappij verketterd hebben die zo’n leiding open en bloot laat liggen. Ik zou de westerse wereld vervloekt hebben omdat zij de Nigerianen zo arm houden dat zij benzine moeten stelen.
De eerste gedachte die ik nu had toen ik het nieuws uit Nigeria hoorde was: hoe kunnen die mensen zo stom zijn om massaal op die lekkende benzineleiding af te rennen? Daarna kwamen pas die oude gedachten boven. En toen vroeg ik mij dus af wat er met mij is gebeurd? Ik realiseerde me dat, toen ik ’s werelds schuldenlast van mijn schouders schudde, er misschien ook wel wat ideologische veren zijn losgeraakt. Om maar eens een groot staatsman te parodiëren.
Maar ik heb me toch zoveel jaar ingezet en het vuur uit de sloffen gelopen? Ja maar, de laatste jaren niet meer. Maar wij hebben in die tijd bijvoorbeeld wel geprobeerd mijn zoon een veilig huis te bieden. Wat heeft dat met Nigeria te maken? Het zijn grauwe, sombere dagen.
Alleen voor mij
Hoe vaak heb ik niet gefoeterd op de NS? Veel vaker dan u denkt. De keren dat ik daarvoor mijn weblog gebruikte is maar een topje van de ijsberg. In het echt ben ik veel feller op de spoorwegmaatschappij dan u denkt. Maar vanmorgen had ik een fijn gevoel van overwinning. Ik had wraak zullen schrijven als ik dat gevoel zou kennen.
Ik werk deze week heel vroeg, dus ik was al voor dag en dauw op het station. Daar stond de eerste stoptrein. Mijn trein. Een hele lange trein. Tjezus wat een lange trein. Toen ik een minuut of anderhalf voor vertrek aan kwam zaten alle deuren nog dicht, er zat niemand in de trein, de machinist en de conducteur stonden bij de kiosk.
Een halve minuut voor vertrek deden ze de deuren open. Ik stapte als enige in die hele lange trein. En alleen met mij aan boord reed hij onmiddellijk weg. Die NS’ers hadden uitsluitend voor mij zo vroeg moeten opstaan. Het voelde goed . . .
Volle Maan
In onze wijk is een nieuwe verloskundepraktijk geopend. Onder aan de gevel van een verlopen, vroeg twintigste eeuws kantoorpand prijkt een bordje. Op dat bordje is een trappetje getekend dat aangeeft dat de nieuwe verloskundepraktijk in het souterrain van het gebouw huist. Een vreemde plek voor een verloskundepraktijk. Die stel ik me voor in een lichte, kleurrijke omgeving, niet in de krochten van een leegstaand kantoorpand. Maar, ik ben al zo lang uit de kleine kinderen dat zich trends kunnen hebben voltrekken die aan mijn aandacht zijn ontsnapt.
Het meest getroffen werd ik echter door de naam die de vroedvrouwen hebben gekozen: Bij Volle Maan. Volle maan schijnt een uitgelezen moment te zijn om de liefde te bedrijven, maar dat hoeft niet noodzakelijkerwijs te leiden tot werk voor verloskundigen. Bij volle maan denk ik toch vooral aan weerwolven en witte wieven. Of aan springvloed.
Al die associaties in relatie tot de plek van de nieuwe verloskundepraktijk brengen mijn hoofd een beetje op hol. Opeens zie ik een nieuwe regering die abortus verbiedt en dat vrouwen dan in achterafkamertjes terecht moeten waar witte wieven met enge tangen . . .
Bah, ik ben bang dat de grauwheid van de kerstdagen in mijn hoofd is gekropen. We gaan de kaarsen maar eens aansteken.
Schaatsen
Ik hou niet van schaatsen. Niet om het zelf te doen en niet om er naar te kijken. Opgegroeid aan het water heb ik natuurlijk als kind wel geschaatst. Ik vond er nooit iets aan. Ik voel nog rillingen als ik aan die botjes denk die je na veel gepruts had ondergebonden maar die toch vijf minuten later naast je schoenen zaten in plaats van er onder. En dan moest je proberen met ijskoude handen die bevroren veters los te peuteren.
Bovendien is mijn rug niet zo sterk. Na een kwartier schaatsen verging ik meestal van de pijn. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst geschaatst heb. Het moet geweest zijn toen onderstaande foto werd gemaakt.
Vroeger keek ik wel eens naar schaatswedstrijden. In de tijd van Ard en Keessie. Maar op een gegeven moment ben ik mijn interesse voor die sport verloren. Beroepshalve ken ik namen van sporters, maar vraag me niet naar details van hun prestaties. Ik kan me ook niet herinneren wanneer ik voor het laatst naar een schaatswedstrijd heb gekeken. Maar gisteravond kwam ik er al zappend achter dat dat heel lang geleden moet zijn. Ik zag dat Sven Kramer de 5000 meter had gereden in 6.22.16. Ik wist niet eens dat die afstand al sneller dan 7 minuten werd gereden.
[!-- error: could not popup ../images/schaatsengroot.jpg. File does not exist --]
Kracht
Ik heb u wel eens verteld over mijn hoogbejaarde overbuurvrouw. Godvruchtig tot op het bot. Tot voor kort collecteerde ze voor elk denkbare hulporganisatie. Sinds ze haar heup heeft gebroken doet ze het wat kalmer aan. Soms pakt ze een rollator, maar deze krasse, ruim tachtigjarige dame gaat toch het liefst op eigen benen.
Ik heb bewondering voor haar. Als er een God bestaat die mensen kracht geeft dan is het aan onze overbuurvrouw.
Deze week “betrapte” ik haar tijdens een schoonmaakbeurt van het heiligenbeeld even verderop in de wijk, zodat het er met de kerst weer knap bij staat. Gadegeslagen door de junks in de tegenoverliggende coffeeshop, was onze overbuurvrouw met de bezem in de weer voor haar Heer.
Dat beeld wil ik de komende dagen hier vastpinnen.
[!-- error: could not popup ../images/milliegroot.jpg. File does not exist --]
Traditie
Een doos.
Een mes.
Houtkrullen.
Een kaart. Nee, een dun boekje. “High Tea. meer dan thee alleen.”
Recepten voor scones en sandwiches.
Houtkrullen.
Een vierkant wit bord. Voor de scones en sandwiches.
Houtkrullen.
Nog meer houtkrullen.
Een witte design theepot.
Houtkrullen.
Een wit design suikerpotje.
Houtkrullen.
De deksel van de theepot.
Houtkrullen.
Een wit design melkkannetje.
Houtkrullen.
Baas, bedankt.
Bizar
Mijn collega H. ziet alles. Hij heeft het oog van een havik. Vanmorgen schoof hij een kerstgedicht onder mijn neus dat iemand hem had toegezonden. Het is een goedbedoelde wens, op het oog niks bijzonders. Maar de havik had iets exeptioneels gezien en onderwierp mij aan een test. Na een minuut capituleerde ik.
Kijk nou eens goed naar het woord dat de eerste letters van elke zin vormen, zei hij.
Tjezus, zei ik met een gevoel van bewondering en afschuw.

Mijn collega verzekerde me dat dat stom toeval is omdat degene die hem die wens had gestuurd zoiets nooit met opzet zou doen.
