Jurk
Heeft u Haar gezien in dat Haagse café? Wat dacht u?
Evita Perron?
Ja, dat kan ook, maar dat bedoel ik niet. Ik bedoel die jurk. Dat zag u toch ook wel? Dat was een afdankertje van Hirsi Ali. Dat is die ene jurk waarmee Ayaan toen op dat galafeest verscheen.
Tuurlijk kan dat wel. Zij en Ali waren vroeger hartsvriendinnen voordat Zij Ayaan het land uit joeg. Ik weet wel hoe dat gegaan is. Zij had natuurlijk een sleutel van het appartementje van Ayaan en toen die hals over kop verdwenen was is Haar man daar gaan rondneuzen en toen kwam hij met die jurk thuis. Het was alleen even wachten op een geschikt moment om hem te dragen. En dat was gisteren.
Onmogelijk, zegt u.
Want?
Ayaan en Zij hebben niet dezelfde maat. Hmmmmm . . . Daar zou u wel eens een punt kunnen hebben. Nu ik er over nadenk is dat natuurlijk zo. Zij heeft een megalomaat, die past niet in een afdankertje van Ayaan.
Viezerik
Viezerik. Dat was een heftig scheldwoord in mijn kinderjaren. Maar de grens schoof langzaam op. Vuilak en smeerlap deden hun intrede. En later, toen we al in de pubertijd waren, sisten we elkaar wel eens schooier toe. Niet te hard, want als onze moeders dat hoorden kregen we een draai om de oren.
Nog weer later waaide het woord lijer vanuit het westen naar ons Betuwse dorp over. Altijd vooraf gegaan door een ziekte waarvan wij geen weet hadden. Lijer werd uitgesproken met een dikke L en een langgerekte ij, zoals alleen Amsterdammers dat kunnen. Het klonk in ons dorp eerder potsierlijk dan gemeen. Wij gebruikten die scheldwoorden natuurlijk niet, dat deden die schooiers uit de bloemenbuurt. Soms als we echt driftig werden schreeuwden we wel eens klootzak naar elkaar.
De afgelopen week hebben voetballers weer enkele nieuwe scheldwoorden de wereld in geslingerd. Nou ja, nieuw? Hoorbaar, want die woorden worden natuurlijk al lang op alle velden gebruikt. Je vraagt je af: hebben die jongens geen moeder die af en toe een corrigerende tik uitdeelt?
One
Onlangs kreeg ik een mail uit Amerika. Nee hè, dacht ik, niet weer een penisverlenging. Maar het bleek een persoonlijke mail van de editor van het blad One. Hij had op Flickr een foto van mij gezien en die wilde hij kopen voor 150 dollar. Dat is een etentje dus ik overwoog toe te stemmen. Overwoog, want je moet niet hebben dat je goede naam te grabbel wordt gegooid.
Bij nadere informatie bleek het het blad te zijn voor katholieken in het Midden-Oosten. Ze hadden een artikel over The Italo-Byzantine Catholic Church en daar paste mijn foto bij. Ik begreep dat ze ook opkwamen voor de armen dus daar kan ik me toch geen buil aan vallen. U bent de eerste die ik het vertel: ik heb het geld overgemaakt aan een goed doel. Dat etentje komt er toch wel.
Maar goed, zoals u ziet sta ik nu in het colofon samen met Msgr. Archimandrite Robert L. Stern, Brother David Carroll en Cardinal Edward M. Egan. Dat had mijn schoonmoeder nooit kunnen bevroeden toen ik bij het eerste bezoek haar toorn over mij af riep omdat ik een sigaret aan stak aan het eeuwig brandende waxinelichtje naast het Mariabeeldje.

Klimaat
Ik weet niet hoe snel de aarde opwarmt en ons klimaat verandert. Maar voor de zekerheid heb ik GroenLinks gestemd.
En ik weet ook niet of het ouwelullenpraat is dat de winters vroeger strenger waren. Ik herinner me de verschrikkelijke winters van 1963 en 1978 nog. Wat ik wel weet is dat het vorig jaar op 25 november een hel was. Toen strandde ik met de trein in Boxtel en moest mijn lief mij met ware doodsverachting ophalen.
Ik heb twee plaatjes. Het eerste is de weersverwachting zoals die vanmorgen in de Volkskrant stond. De tweede heb ik op 25 november 2005 gemaakt.
Bescheiden
“Zij is zo bescheiden,” zei meisje A tegenover mij in de trein.
“Ja dat vind ik ook. Ontzettend bescheiden,” zei meisje B.
“Weet je dat ze laatst twintig minuten deed over een bakje friet,” zei meisje A.
“Echt waar?” vroeg meisje B.
“Ja,” zei meisje A. “Weet je dat ze elk frietje apart in de mayo doet en apart op eet. Ze had het bakje nog niet eens leeg toen de trein er al was.”
Meisje B schudde meewarig haar hoofd over zoveel bescheidenheid.
Meisjes in de trein zijn zo inspirerend.
Kil
Is het gek dat Wouter Bos denkt dat de kiezers nee hebben gezegd tegen het koude en kille Nederland? Zelfs de pizzaboer is onverbiddelijk. Nee, de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het iets genuanceerder ligt, want natuurlijk heeft een collega met die pizzaboer gebeld toen wij gisteren tijdens de verkiezingsavond op alle dozen die sticker zagen.
Het was een foutje van de computer. Er had moeten staan: Onder de 20 euro geen bestelling op rekening. Smakelijk eten!!
Maar ja als je de goede wensen voor je klanten over laat aan een computer is het dan gek dat Wouter Bos denkt dat de kiezers nee hebben gezegd tegen het koude en kille Nederland?
Brief van Ali (16)
Beste mensen,
Ik heb vandaag klein primeurtje. Jan van Stroomopwaarts wilde zelf niet vertellen want hij zit een beetje mee in de maag. Mevrouw van Jan van Stroomopwaarts gaat nooit stemmen maar vandaag wel. Is voor eerst in dertien jaar. Is natuurlijk ook wel beetje moeilijk voor journalist met altijd eigen mening dat vrouw niet stemt. Is ook wel eens discussie thuis.
Mevrouw van Stroomopwaarts belde vorige week met mij. “Ali,” zegt ze, “jij bent allochtoon, dus jij houdt niet van mevrouw Verdonk. Dus wat moet ik doen om Verdonk uit regering te houden.”
Is wel beetje moeilijke vraag vond ik. “Ik heb gezegd: jij kunt beste stemmen op PvdA.”
“Maar dat is die draaikont van Bos,” zei ze.
“Je moet kiezen wat jij minst slecht vindt,” zei ik.
Vanmorgen belde ze weer. “Ali ik heb gestemd. Op de PvdA. Maar eigenlijk is het niet goed om tegen iemand te stemmen. Je moet voor iemand stemmen,” zei ze.
Ik zei maar niks en belde Jan van Stroomopwaarts om hem te feliciteren met eindelijk stemmen van mevrouw van Stroomopwaarts.
“Rita bedankt,” zei Jan.
Dat was zeker grapje.
Groeten,
Ali Yildiz
Zwevend
Ik zweef nog tussen de deskundologen Jan Kleinnijenhuis van de VU, Kees Aarts van de UT en Jos de Beus van de UvA.

Baan
Een jaar geleden werd ik gevraagd voor een baan waarvan ik op dat moment vond dat ik daar nog niet aan toe was. Hoewel er zware druk op mij werd uitgeoefend, liet ik ‘m aan me voorbij gaan. Korte tijd later werd ik 50 en realiseerde ik me dat ik een man van middelbare leeftijd ben en dat ik die verantwoordelijkheid best op me had kunnen nemen. Maar ja, te laat.
Wie schetst mijn verbazing toen ik vorige week opnieuw door dezelfde mevrouw werd benaderd met hetzelfde aanbod. De baan was weer vrij. Er flitste van alles door mee heen. Doen? Niet doen? Waarom wel? Waarom niet? Wat zijn de consequenties voor mijn status?
Ik heb er over nagedacht, maar uiteindelijk heb ik nee gezegd. Er moet iets mis zijn met die baan. Want waarom wil mijn voorganger na één keer al geen Sinterklaas meer zijn voor de Omroep Brabant-kindertjes?
Rode schoenen
U denkt dat dit gewone rode schoenen zijn? Mis! Dit zijn camjoschoenen.
De jonge TV-producente vertelde ons iets waar ze op haar afdeling erg om gelachen hadden. Ik zag de humor niet. “Dat komt,” zei ze, “omdat jij de humor van onze afdeling niet begrijpt. Daar is het veel leuker dan hier.” Ik keek eens rond en zag op dat moment op onze afdeling vier hardwerkende, blanke mannen van boven de veertig. “Waarvan er één probeert jonger te lijken door rode schoenen te dragen,” riep ik. Dat is dan mijn humor.
Fout, zei de kunstredacteur die in die schoenen stak. Natuurlijk de kunstredacteur. Hij droeg ze niet bij wijze van exhibitionisme, nee, het waren zijn camjoschoenen. Een camjo is een camera-journalist. Een journalist die zelf de camera bedient en die dus in z’n eentje op pad kan. Dat scheelt in de kosten.
En deze rode schoenen hebben zachte zolen zodat je geen getik hoort als hij de camera als een boodschappentas draagt. Bovendien kun je alleen camjoën als je een bepaald loopje hebt. En dat loopje kan onze kunstredacteur het beste uitvoeren deze met schoenen. Dus denk niet dat dit gewone rode schoenen zijn.
Ontsporingen
Ik weet niks van oorlog. Zelfs niet van het leger. Het dichtst bij een oorlog was ik in Nicaragua, toen ik jaren na de strijd tussen de Sandinisten en de Contra’s niet de bergen in mocht omdat daar misschien nog een verdwaalde Contra zou kunnen zitten.
Ik ben met een kutsmoes onder de dienstplicht uitgekomen. Daardoor moest mijn jongste broer naar Libanon. Hij heeft er wel eens over verteld. Over de verveling en over die keer dat hij was gegijzeld. Over jongens die gek werden van de stress, over een geweer dat hij had moeten onderzoeken nadat een collega daarmee was gedood.
Wij hebben een gekke oom met kampsyndroom. Opgelopen in Indië. Eén keer heeft hij daar over verteld. Ik geloofde hem niet. Het kon niet waar zijn dat onze jongens inlanders aan hun ballen aan een boom hingen. Gekke oom . . .
Wie ben ik om te oordelen over martelingen of zelfs maar over ontsporingen. Ik weet daar niks van. Het gaat mijn voorstellingsvermogen te boven. Het enige dat ik vermoed is dat er geen schone oorlogen bestaan. Ook niet als je je voor neemt integer te zijn. De aardige huisvaders Helmut en Wilhelm deden in de Tweede Wereldoorlog toch ook dingen die ongelofelijk zijn? Het kan. Toch?
Cruciaal
De openingszin is van cruciaal belang. Ja, van een artikel ook, maar ik bedoel de openingszin in een kroeg. Voor als je verkering wil. Ik hoef niet meer want ik ben gelukkig getrouwd en dat is maar goed ook want ik ben nooit sterk geweest in openingszinnen. Veel verder dan “zal ik je thuis brengen?” ben ik geloof ik niet gekomen.
Eric van Sauers heeft in één van zijn programma’s een scène over openingszinnen. Die vond ik leuk. Bijvoorbeeld: hoe wil je morgenvroeg je eitje? Hard gekookt of bevrucht? Maar de tijden veranderen.
Vanmorgen moest een vrouwelijke collega naar een deel van onze uitgestrekte provincie dat niet haar werkgebied is. Ze belde onze redactie in Breda en ik hoorde haar aan een collega daar vragen: “Wil jij mijn Tom-Tom zijn?”
U mag ‘m in de kroeg gebruiken. Mijn collega vindt het goed.
Operatie speeltoestel
Operatie Kafka. Zo wordt het voornemen genoemd van alle politieke partijen om de bureaucratie terug te dringen. Ik vertel u een verhaal waar ik vandaag tegenaan liep. In telegramstijl, anders wordt u gek.
• Juni: gemeente Den Bosch krijgt brief van familie die klaagt over speeltoestel van achterburen. Dat is hoger dan de schutting dus weg privacy.
• Elf dagen later gaat buiteninspecteur poolshoogte nemen. Die onderzoekt of het toestel verwijderd kan worden, maar daar zijn geen regels voor. Hij vraagt de achterburen per brief vriendelijk het speeltoestel te verplaatsen
• Dan is het een tijdje stil.
• In oktober belt buiteninspecteur met gedupeerde familie. Speeltoestel staat er nog steeds.
• Dag later vraagt familie om handhaving, dat betekent: speeltoestel onder dwang laten verplaatsen.
• Buitenambtenaar wordt gevraagd rapport te schrijven. Die raadpleegt verordeningen en wetten en schrijft dat er voor speeltoestel geen bouwvergunning nodig is en er niet gehandhaafd kan worden.
• Voor de zekerheid raadpleegt de buiteninspecteur het ministerie van VROM aangaande de definitie van speeltoestellen. VROM-ambtenaar raadpleegt ook verordeningen en wetten en schrijft terug dat Bossche buiteninspecteur gelijk heeft.
• Buiteninspecteur schrijft rapport dat vol staat met definities over speeltoestellen en over het “besluit bouwvergunningsvrije en lichtbouwvergunningsplichtige bouwwerken”. En over het “Warenwetbesluit attracties en speeltoestellen”. En over “beschermd stads- en dorpsgezicht”. Conclusie: er is niks tegen te doen.
• Het college van B&W vergadert daar over en concludeert dat er niet gehandhaafd kan worden omdat er voor een speeltoestel geen vergunning nodig is.
• Dat wordt allemaal opgeschreven in een brief die naar de klagende familie wordt gestuurd.
• Er is nog een voorstel in de maak voor de gemeenteraad om niet te handhaven. Die daar dan eerst in commissieverband en later in groter verband over moet vergaderen.
Het hele dossier kent tien bijlagen waaronder foto’s van het speeltoestel, kopieën van wetsartikelen en rapporten. Hoogste tijd voor Operatie Kafka.
Reddeloos
Er is in mijn leven een korte periode geweest dat ik hulp nodig had om op de rails te blijven. Daar schaam ik me niet voor. Het kwam er, kort samengevat, op neer dat ik bijkans bezweek onder het schuldgevoel dat ik de mensheid niet kon redden. Nee, ik gebruikte geen LSD.
De man die mij tijdens de wekelijkse sessies voor veel geld licht tegenspel gaf zei op een gegeven moment: ”Jezus kon alle schuld van de hele wereld op zich nemen en zo de mensheid verlossen. Dat is voor jou niet weggelegd. Hou er mee op.” Zijn eerste bewering waagde ik te betwijfelen, maar ik was niet bij een debatclubje. Ik nam wel zijn advies ter harte en toen kon ik op eigen kracht verder.
Gisteren, decennia later, had ik een kleine terugval toen ik Rita Verdonk hoorde zeggen dat ze vice-premier wil worden. Ik wilde in de auto springen, haar ophalen en haar een tijdje bij ons in huis nemen. Gewoon, om voor haar te zorgen en om met haar te praten totdat ze weer bij zinnen was. Maar net op tijd bedacht ik me dat zij reddeloos verloren is en dat ik Jezus niet ben.
Aangenaam
Het is aangenaam buiten, hoorde ik onze radiopresentator zeggen toen ik de studio binnen kwam. Hij las het weerbericht. En hij had gelijk, het was heerlijk weer om te fietsen. Maar echt aangenaam was het buiten niet.
Aan het eind van het stikdonkere fietspad door het bos had ik even daarvoor een lichtje vreemd zien bewegen. Het kwam niet op mij af maar bleef op dezelfde plek en bewoog van onder naar boven. Het gaf een unheimisch gevoel. Ik remde af en hoorde achter het felle lampje een stem “oppassen” roepen. Uit een ooghoek zag ik de contouren van een scooter en twee fietsen in de berm. Op het fietspad lag iemand met een helm op. Ogenschijnlijk levenloos.
Er stonden twee mensen bij. Ik reed door, er waren al mensen die zich over het slachtoffer hadden ontfermd en ik heb een hekel aan ramptoerisme. Een paar minuten later hoorde ik in de verte de sirene van een ambulance. Ik moet er niet aan denken te sterven op dat stikdonkere fietspad, ingeklemd tussen Nederlands grootste dierverbrandingsoven en een puinbreker. Zelfs niet als het aangenaam weer is.
Voordbeeldfunctie
Hans Smolders is in sommige kringen onaantastbaar. Hans was de chauffeur van Pim Fortuyn. Dankzij hem kon Folkert van der G. worden gearresteerd. Deze volksheld is sinds die tijd regelmatig in de spotlights gestapt. Vooral als selfmade-politicus die zegt wat anderen niet eens durven denken. Het leverde hem een zetel op in de gemeenteraad van Tilburg. In de arbeidersstad houden ze van duidelijkheid. Smolders is ook kandidaat voor Lijst EénNL.
Smolders is weer in het nieuws. Een beetje weblogger weet dat er op GeenStijl een gefotoshopte naaktfoto van Femke Halsema staat. Ik ben geen fan van Femke maar zulke foto’s vind ik ronduit walgelijk. Hans Smolders heeft die foto rondgestuurd. Waar maakt iedereen zich druk over, vroeg hij zich vanmiddag af in onze radio-uitzending. Iedereen stuurt toch zulke foto’s rond?
Omdat hij het blijkbaar echt niet snapt, leg ik het hem uit: mensen maken zich druk over politici met een voorbeeldfunctie die zo diep zakken. En over politici die denken dat de tokkies c.s., door wie zij worden aanbeden, de maat der dingen zijn. Lijst EénNL. Onthoud die naam.
Maira
Kijk, als ik dan zoiets op een muur zie, dan begin ik vragen te stellen. Bij mezelf, want er was in geen velden of wegen iemand te bekennen.
Heeft Maira dat geschreven. Zo ja, was Abel een kortstondige liefde en heeft Maira, toen ze ontnuchterd was, de naam doorgekrast?
Was Maira zo dronken of stoned dat ze pas later ontdekte dat ze de verkeerde naam had ingevuld?
Heeft ze zelf de naam van Mellanie ingevuld of heeft iemand anders dat gedaan?
Is Maira nou hetero of homo? Of bi?
Of heeft Abel de graffiti aangebracht en heeft Mellanie de volgende dag de zaken weer rechtgezet.
Afijn, als tijdverdrijf in de trein vind ik dergelijke kreten op de muur leuker dan een sudoku.
Willem
Vanmorgen kwam ik de eersten tegen in het winkelcentrum. Een ouder echtpaar. Blauwe kiel, pet en de onvermijdelijke wollen sjaal in de Oeteldonkse kleuren rood, wit en geel. Da’s waar ook, dacht ik. Het is de ellufde van de ellufde en vandaag begint in dit overrivierse wingewest het carnaval.
En het is een bijzonder carnaval. Na negen jaar krijgt Oeteldonk een nieuwe stadsprins. Vanavond om 23.11 uur wordt zijn naam bekend gemaakt. In de plaatselijke roddelpers is het grote speculeren al begonnen. De onthulling van de naam van de nieuwe prins behoort tot de belangrijkste plaatselijke journalistieke primeurs.
De chef-redacteur van de regionale krant had er zelf een artikel aan gewijd. Hij noemde drie namen van mensen die het waarschijnlijk niet worden. Daar heb je als lezer niks aan, maar als één van de drie vanavond toch Prins Amadeiro XXV wordt heeft de krant zijn naam tenminste genoemd.
Ik heb dit jaar meer vertrouwen in de plaatselijke website Janus Kiep. Die tippen oud-minister Willem Vermeend. Hij voldoet aan de eisen: canavalsgek, woont buiten de stad, is een blanke man en hij heeft groot maatschappelijk aanzien. Als hij het wordt heb ik hem alvast genoemd, ook al heb ik die naam gejat.
Handen schudden
Een lerares van het Vader Rijn College is geschorst omdat ze weigert handen van mannen te schudden. De Commissie Gelijke Behandeling heeft de vrouw gelijk gegeven. Commotie alom, temeer omdat Rita Verdonk de CGB wil opheffen. Zij denkt echt dat problemen er niet zijn als je ze niet ziet.
Ik begrijp het argument van de rector, dat de lerares een slecht voorbeeld is voor kansarme leerlingen die zouden kunnen denken dat ze bij een sollicitatiegesprek geen hand hoeven te geven. Maar klopt het argument dat Nederland nu eenmaal een traditie heeft van handen schudden? Ik ben in mijn geheugen gedoken, dat is verre van representatief, maar het is mijn enige bron.
Schudden wij vroeger spontaan handen als wij bekenden tegen kwamen op straat? Bij ons in het dorp niet. Als familieleden, vrienden of kennissen op bezoek kwamen gaven we een hand. Bij officiële gelegenheden schudden we handen. Als jongeren gaven we elkaar nooit spontaan een hand. Wij waren juist erg zuinig met handen schudden.
In mijn beleving zijn we pas handen gaan schudden toen we die kunst van de gastarbeiders hadden afgekeken. Maar misschien is het in andere kringen of landsdelen wel traditie om altijd maar spontaan handen te schudden.
Afijn, morgen verschijnen de zaterdagbijlagen van de kranten. Die hebben vast een cultureel antropoloog uitgenodigd om een doorwrocht artikel te schrijven over onze traditie van handen schudden.
Roomse pen
Het is niet zo dat ik plotseling rooms ben geworden. Ik ben een poosje hervormd geweest en dat vond ik meer dan genoeg. Maar ik ga vandaag weer een religieus getint stukje schrijven.
Dat komt omdat Marlies gisteravond thuis kwam met een gadget dat ze gekregen heeft van een KRO-collega. U weet misschien dat de AVRO, de KRO en de NCRV in hetzelfde gebouw zitten. De katholieken en de protestanten uiteraard op de hoogste verdiepingen.
Ze kreeg een pen. Als je daarmee schrijft dan druk je een lampje aan in de vorm van een kruis. Ik ga er mijn verlanglijstje aan de Goedheiligman mee schrijven. Mijn eerste wens is dat omroepen hun geld besteden aan het maken van goede programma’s.
Opvallend
Al eeuwen verzuchten ouderen dat het niks gedaan is met de jeugd van tegenwoordig. Generatie na generatie geven opvoeders zichzelf zo eigenlijk een brevet van onvermogen. Ik ben niet zo negatief over “de jeugd”. Je moet hun gedrag in het juiste tijdsgewricht zetten, dan is er mee te leven.
Ik moest hier aan denken nadat we bij onze eigen omroep deze week het zoveelste onderwerp over een blije jongerenactiviteit ter zijde schoven. En ook toen ik vanmorgen in de Volkskrant een verslag las van een debat tussen de drie lijsttrekkers die als christelijke te boek staan. Volgens de verslaggever waren daarbij opvallend veel jongeren aanwezig.
Dat lees ik vaker, dat er opvallend veel jongeren zijn. Het begon met de EO-jongerendagen. Daar komen al jaren opvallend veel mensen naar toe. Opvallend genoeg is de SGP-jongerenorganisatie de snelst groeiende van Nederland. Als er stille tochten zijn geweest dan lees ik altijd dat er opvallend veel jongeren meeliepen.
Ik ben zo langzamerhand geneigd te denken dat het heel normaal is dat jongeren zich op een positieve manier roeren en dat het de perceptie van sommige journalisten is om dat na zoveel jaar nog steeds opvallend te vinden.
Jozua 14:9
Zet in het gebouw waarin ik werk een doos snoep neer en de inhoud is weg voordat je tot tien kunt tellen. Gebak? Als je niet vooraan staat is het al op voordat het laatste puntje is gesneden. Wij laten ons geen enkel voordeeltje aan de neus voorbij gaan.
Maar met het geschenk dat ons door het Bisdom ’s-Hertogenbosch werd toegezonden blijven we mooi zitten. De kaartjes met gebeden voor alle gelegenheden staan na een week nog onaangeroerd in de speciaal daarvoor gemaakte doos. We zien alleen verbaasde collega’s.
Tot er deze week eentje van elk gebed een exemplaar mee nam. Toen keek ik hem verbaasd aan.
“Voor mijn schoonmoeder, vind ze mooi,” zei hij. Ik keek hem ongelovig aan.
“Echt waar,” zei hij. “Ik wil graag de ideale schoonzoon zijn.” Mijn bek viel open.
“Ja,” zei hij wat ongeduldig, “mijn vriendin is enigs dochter en ze hebben twaalf hectare goeie agrarische grond.”
Ik moest ineens denken aan Jozua 14:9:
voorzeker zal het land, dat uw voet betreden heeft, voor altijd het erfdeel van uw zonen zijn, omdat gij volkomen trouw gebleven zijt aan de HERE, mijn God.
Bedrijfsmatig
In onze vroege ochtendvergadering bespreken we altijd de onderwerpen waar we die dag aandacht aan gaan besteden. Een collega droeg het pornohuis aan. In Breda is in een doorsnee-huis een castingbureau gevestigd voor aanstormend pornotalent. De kandidaten moeten een proeve van bekwaamheid afleggen, die meteen gefilmd wordt en op de markt wordt gebracht.
De gemeente Breda vindt dat in strijd met het bestemmingsplan. Dat staat namelijk geen bedrijfsmatige seksuele handelingen toe in het onderhavige pandje. Het onderwerp kwam met stip binnen want seks doet het goed in de uitzending. Natuurlijk werd er stevig gediscussieerd over de bedrijfsmatigheid van seksuele handelingen.
Mijn gedachten dwaalden af en opeens bedacht ik me dat onze slaapkamer in het voormalige winkelgedeelte van ons huis is en dat daar nog steeds de bestemming “woondoeleinden met mogelijkheid tot bedrijfsuitoefening” op zit. En voor ik het wist flapte ik die zinloze gedachte er in de vergadering uit.
En dat moet je nooit doen, want in de moderne, snelle journalistiek heb je dan meteen een nieuw specialisme in de overvolle portefeuille . . . .
Gevoel
De meisjes in de trein spraken over een gezamenlijke kennis. Dat was een bolleboos, begreep ik. Een toppertje. Maar nu ze die nieuwe opleiding volgde ging het bergafwaarts.
“Dat komt,” hoorde ik meisje A zeggen, “omdat ze op die school alles op het gevoel doen.”
“Wat ouderwets,” zei meisje B.
En omdat de gezamenlijke kennis het moest hebben van denken en analyseren was zo’n opleiding waarbij ze alles op het gevoel doen, niks voor haar.
“Onbegrijpelijk dat ze dat tegenwoordig nog doen,” zei meisje B. “Daar heb je later helemaal niks aan.”
“Nee,” zei meisje A, “daar kom je in de wereld niet veel verder mee.”
Sonja
Eigenlijk wil ik napraten over de uitzending van Sonja Barend gisteravond, maar ik ben bang dat ik weinig bijval krijg. Och, vroeger jongens waren de uitzendingen van Sonja hèt gesprek op de werkvloer. Dat pittige brutale ding maakte heel wat los. Gisteravond had ze min of meer haar opvolgers aan tafel. De nog brutalere Paul de Leeuw en Pieter Storms. Of hun brutaliteit het land had veranderd? Ze vonden van niet. Ik denk dat ze gelijk hebben. Die presentoren zijn een afspiegeling van de maatschappij en niet andersom.
Sonja Barend stopt met televisiemaken. Er is geen radio- of TV-programma dat haar de afgelopen weken niet heeft geïnterviewd. Ik hoorde haar in mijn favoriete radioprogramma Kunststof. Daarin moeten gasten hun levensfilosofie op een tegeltje schrijven. Vaak vraag ik me af of ik zelf zo’n motto heb. Maar veel verder dan de regel die in de foto van deze weblog staat kom ik niet.
Sonja had een hele mooie: “Humor ist wenn man trotzdem lacht.” Ik kende hem niet maar het blijkt in Duitsland een gevleugelde uitdrukking. Ik vond hem wel goed bij mij passen. Waarmee u nu eigenlijk de kern van mijn wezen te pakken hebt.
DippieDoe
Nu de avonden eerder beginnen gaat mijn dagelijkse fietstocht van de studio naar het station weer door de duisternis. Vooral het stuk door het bos is onheilspellend. Er is geen andere licht dan mijn eyecat. Gisteravond reed mij een auto achterop. Dat is bijzonder omdat er op dat tijdstip zelden auto’s over die weg rijden. De auto bleef naast mij rijden. In een flits trok mijn leven aan mij voorbij.
Nee, natuurlijk niet. U zou willen dat dit zo’n spannend verhaaltje werd. Welnee, er stak een mevrouw haar hoofd uit het raam en ze vroeg: meneer, weet u waar Dippie Doe is? Midden in het verlaten bos: Meneer, weet u waar Dippie Doe is? Ik wist het niet.
Wie is eigenlijk die Dippie Doe, dacht ik later? En ik ben dan zo gek dat ik dat thuis ga googelen. En wat zag ik? DippieDoe is een kinderspeelpaleis. En dat ligt inderdaad helemaal aan de andere kant van dat bos. Jammer. Voor het verhaal zou het leuker zijn geweest als Dippie Doe een boskabouter was geweest. Of als ik toch was ontvoerd.
Opruiers
Justitie doet een onderzoek naar een preek van imam Fawaz. Hij zou Theo van Gogh een vreselijke ziekte hebben toegewenst. En minister Verdonk is weer eens op haar bek gegaan omdat ze indertijd een Eindhovense imam ten onrechte heeft uitgewezen. Ik moet dezer dagen denken aan een anekdote die mijn vrouw wel eens vertelt.
Zij is geboren in de grote stad Eindhoven, maar haar ouders verhuisden al heel snel naar een Brabants dorp. Daar was voor het eerst sinds mensenheugenis een kleine nieuwbouwwijk neergezet. Keurige eengezinswoningen aan de rand van het dorp. Daar streken niet alleen dorpelingen neer, maar ook mensen van buiten. Mensen uit de grote stad.
Meneer pastoor, zo wil de anekdote, waarschuwde vanaf de kansel zijn parochianen voor die nieuwelingen. Zij zouden stadse invloeden meebrengen en het karakter van het goede dorp zwaar aantasten. De gelovigen konden beter het contact met die nieuwlichters mijden.
Geen BVD’er die kraaide naar deze opruiende taal jegens de nieuwe ingezetenen van het dorp. Ze hadden het te druk met bespioneren van den Rus.
Spelletje
Ik ga een klein spelletje met u spelen. En denk er om niet stiekem googelen, maar gewoon spontaan antwoorden. Ik zal eerlijk zeggen dat ik het antwoord niet kende toen de vraag aan mij werd gesteld. En met mij nog een paar journalisten die wel HBO hebben.
Wat hebben de onderstaande personen met elkaar gemeen?
Ine Aasted-Madsen, Marjo van Dijken, Naïma Azough, Gemma van Heusden-Wienen, Ageeth Telleman, Henk van Gerven en Esmé Wiegman.
Nee, hè? Dat dacht ik wel. Nou ze staan samen in een persbericht en worden als volgt aangekondigd: “Politici van naam en faam, kandidaten voor de Tweede Kamerverkiezingen die later deze maand zullen worden gehouden, zullen op deze avond het woord voeren en in gesprek gaan met de kiezers.”
Speelplicht
Nederland heeft een nieuw woord: speelplicht. De godvrezende Balkenende wil dat kinderen vanaf drie jaar verplicht gaan leren. Maar omdat je met leerplicht natuurlijk geen moderne of buitenlandse ouder op de banken krijgt noemt hij het – voor zijn part - speelplicht. Want als je ze vroeg bij mekaar zet leren ze fatsoenlijk met elkaar omgaan en voor zichzelf opkomen.
Ik voel mijn oren weer gloeien. Dat komt omdat in mijn jeugd de speelplicht al bestond. Als wij kinderen onze poetsende, kokende en wassende moeders tot vervelens toe voor de voeten hadden gelopen, grepen zij ons bij de oren en sleurden ons de straat op onder het uitspreken van de woorden: zo, ga maar fijn buiten spelen. Weer of geen weer. En omdat alle moeders dat deden was die straat altijd vol kinderen om verplicht mee te spelen.
Het is waar, dan leer je veel. Over cowboys, indianen en meisjes. En omdat onze straat onveilig werd gemaakt door Henkie (viezerik) Briene en zijn kornuiten wisten wij al heel vroeg onze knuistjes te gebruiken. Was het fatsoenlijk wat we deden? Om met P.W. Botha te spreken: ik leg alleen verantwoording af aan God. Die van Balkenende, verwacht ik.