Stress


De eigenaar van het restaurant belde om te vragen of ik dat fantastische artikel over zijn zaak in de Volkskrant had gelezen. Ik moest hem bekennen dat het me was ontgaan. Dat was jammer, zei hij, want hij had een geweldige recensie gekregen. Ik feliciteerde hem oprecht.

En nu had hij bedacht dat onze omroep ook een reportage moest maken over zijn zaak. Ik hield de boot af. Ik vond een artikel in de Volkskrant te weinig aanleiding

Maar begreep ik dan wel hoe belangrijk zo’n verhaal was? Dat begreep ik wel, maar ik vond het toch geen aanleiding.

Maar begreep ik dan wel hoe ontzettend gestresst ze waren geweest omdat die man van de krant zou komen? Wat een spanning dat in de keuken had gegeven? Hoe ze zich hadden uitgesloofd.? Ze hadden stijf gestaan van de zenuwen.

Ik begreep het allemaal, maar bleef de aanleiding te mager vinden.

Na het gesprek heb ik de krant er bij gepakt. De culinaire journalist was inderdaad enthousiast maar op de vraag hoe de bediening was, moest hij het antwoord schuldig blijven. Hij was namelijk de enige klant die avond dus hij kon niets zeggen over de stressbestendigheid.








Film: Volver


De nieuwste film van Pedro Almodovar is niet zijn beste, maar wel een hele leuke. Het is een film met voornamelijk vrouwen in de hoofdrol. En met de enige man die een rol van betekenis speelt loopt het slecht af.

Het is een film over het leven van twee volwassen zussen. Hun overleden moeder keer terug in hun bestaan omdat ze nog iets goed wil maken. In Volver is niets wat het lijkt dat het is. Hij is prachtig gefilmd en met veel humor en vaart volgen de verrassende ontwikkelingen elkaar op. Het is een mengeling van soap, suspense, slapstick, magisch realisme en reality-TV. Kortom het is Almodovar op z’n bijna best.

Toch bleef ik aan het eind een beetje zitten met het gevoel dat het verhaal nog niet helemaal verteld was.








"Lekker wijf"


Het Eindhovense Leefbaar-raadslid Jos Peters heeft een probleem. Hij heeft in een reactie op een weblog van een collega-raadslid de woorden “lekker wijf” gebruikt in verband met wethouder mevrouw Fiers. Let op, hoe ik het heb geformuleerd. Jos noemde in een reactie op een logje mevrouw Fiers een heerlijke tante met een goede inborst.

Dat vond een andere reageerder ongepast. Onzin, vond Jos en hij schreef bij wijze van scherts dat hij eigenlijk “lekker wijf” had willen schrijven. U weet hoe jolig mensen kunnen zijn die op weblogs reageren. De mediae kregen er lucht van en u weet ook hoe het dan gaat. Heel Eindhoven denkt nu dat Jos mevrouw Fiers een “lekker wijf” heeft genoemd.

Ik maakte een afspraak met hem voor live-gesprek in een radioprogramma. Hoewel hij op het moment van uitzending thuis was wilde hij toch dat wij mobiel belden. Ik drong aan op een gesprek via een beter klinkende ouderwetse draadjestelefoon, maar hij was niet te vermurwen. Ik bleef zeuren en toen zei hij resoluut: “dat kan niet want mijn vrouw is boos op mij, dus bel mij nou maar op mijn eigen mobieltje”.

Jaaahhhh, Jos heeft een probleem . . .








Geheugen


Ik las vanmorgen in het Eindhovens Dagblad dat veel TV-kijken slecht is voor het geheugen. Logisch. Met zoveel herhalingen word je ook niet echt geprikkeld iets te onthouden.








Frans niet dood


Goed nieuws! Frans Bauer is niet dood. (Zie twee postjes geleden) De manager van de Brabantse volkszanger heeft gesproken. We weten waarom we zijn optreden niet live mogen uitzenden. Kwestie van verkeerd contractje.

In het contract dat de manager had gesloten met de organisatoren van het Brabantse jubileumfeest stond dat Frans op zou treden op een besloten feestje. Te elfder ure bedacht de provincie dat deze party voor hotemetoten eigenlijk ook met het volk moest worden gedeeld. Onze omroep zou live uitzenden zodat iedereen mee kon genieten.

Maar dat stond niet in het contract van de manager. En u begrijpt natuurlijk wel dat voor een live-uitzending heel andere bedragen en voorwaarden gelden dan voor een besloten feestje. Vandaar dat gewoon Brabant vrijdag maar een deel van het concert te zien krijgt. Nou ja, wij zetten thuis het raam open. Bij een beetje gunstige wind kunnen we Frans dan toch horen . . .








Westerhof vertrekt


Het is niet mijn gewoonte zomaar persberichten over te nemen. Maar als PSV-supporter was mijn hart zo vervuld van vreugde dat ik u dit niet wil onthouden. Ik vond Westerhof een man zonder voetbalhart. Westerhof heeft waarschijnlijk de strijd met Koeman over Kluivert verloren.

Rob Westerhof heeft intern aangekondigd dat hij op 1 oktober aanstaande na twee jaar de voorzittershamer van PSV zal neerleggen. Westerhof heeft al tijdens de zomer de Raad van Commissarissen van de club geïnformeerd over de zware tijdsbelasting van de functie in combinatie met zijn overige verantwoordelijkheden. De RvC heeft ingestemd met zijn eigen verzoek om van de functie van voorzitter Directie PSV ontheven te worden.

Na 1 oktober zal Frits Schuitema, thans lid van de Raad van Commissarissen en voorzitter van de Eindhovense Voetbal Vereniging PSV op ad-interim basis de functie van voorzitter gaan vervullen. Rob Westerhof blijft de lopende zaken tot dit najaar afhandelen en blijft beschikbaar voor zaken die om continuïteit vragen. De RvC zal te zijner tijd mededelingen doen over de opvolging. PSV bestudeert daarnaast de organisatiestructuur en overweegt om een algemeen directeur voor de dagelijkse leiding van PSV NV aan te stellen.








Frans dood?


Frans Bauer is dood. Tenminste dat denken sommige mensen bij de omroep. Dat komt zo. Vrijdag is er, op een ponton bij het Brabantse provinciehuis in Den Bosch een concert om te herdenken dat 900 jaar geleden het Hertogdom Brabant werd gesticht. Waarschijnlijk wist u dat niet, van dat concert,  want het is voor genodigden, dus niet voor mensen zoals u en ik.

Frans Bauer is één van de vele Brabantse artiesten die optreden. En onze omroep gaat dat concert live op TV uitzenden. Maar nu heeft de manager van Frans ons verboden het optreden van zijn paradepaardje live uit te zenden. Tja en dan heb je een flink gat in je programmering.

Frans z’n baas wil niet zeggen waarom het niet mag. En nou denken sommige mensen hier dat Frans dood is. Net als Paul McCarthy die, zoals u weet, al twintig jaar dood is en wordt vervangen door een stand-in. Wij denken dat er vrijdag een stand-in van Frans optreedt zodat die manager toch z'n kan geld opstrijken.

Kijk, de hotemetoten die langs dat ponton zitten kennen Frans toch niet. Maar ons publiek wel. Het kan ook zijn dat Frans nog leeft hoor. Wij speculeren ook maar wat.








Krant


Ik heb vandaag een belangrijke beslissing genomen, realiseerde ik me toen de enveloppe onherroepelijk in de brievenbus was gegleden. Ik heb mijn abonnement op het regionale Brabants Dagblad opgezegd. Binnenkort krijg ik voor het eerst in mijn leven geen regionale krant meer thuis.

Mijn ouders lazen de Tielse Courant dus van kinds af aan ben ik vertrouwd met een regionale krant. Vanaf mijn achttiende tot mijn zesendertigste werkte ik voor regionale kranten, die kreeg ik vanzelfsprekend gratis. Daarnaast had ik een betaald abonnement op de Volkskrant. Dat hoorde in de jaren zeventig.

In de eerste jaren bij de regionale omroep hoorde een abonnement op een regionale krant tot de secundaire arbeidsvoorwaarden. Toen dat werd afgeschaft betaalde ik de regionale krant zelf. Maar twee kranten is best veel geld. Temeer omdat ik op mijn werk gratis alle edities van de regionale Brabantse kranten kan lezen. Wat zeg ik: moet lezen. Het Brabants Dagblad verdwijnt thuis eigenlijk altijd onmiddellijk in de oud papierbak. Dus ik heb de knoop nu doorgehakt en de regionale krant de deur uit gedaan.

Voor iemand wiens hart bij regionale kranten ligt voelt het toch een beetje als verraad, ook al sla ik een klein gaatje in de oplagecijfers van de concurrent.








Dienstmededeling


Ik heb begrepen dat enkele mensen mijn nieuwe site niet goed kunnen lezen. En browserprobleem zegt mijn zoon. Hij heeft beloofd dat hij binnenkort nog een avondje komt zwoegen. Zal hij ook wel weer mee willen eten . . .








Moppen


Onlangs hoorde ik schrijver Guus Bauer in het radioprogramma Kunststof een Tsjechische mop vertellen. Ik lag in de spreekwoordelijke deuk. Ik vertelde hem aan een collega. Die vond ‘m leuk. Even later wilde ik hem aan een andere collega vertellen. Maar die hield niet van moppen, zei ze. Ik drong voorzichtig aan. Als het maar niet te lang duurt, zei ze. Ik sprak zo snel mogelijk. Ze moest glimlachen. Leuk, zei ze en ging weer verder.

Een paar dagen later, tussen soezen en ontwaken, bedacht ik me opeens dat er eigenlijk weinig moppen meer worden getapt. Er waren tijden dat wij uren tegen elkaar opboden met de gekste moppen. Terug redenerend bleek dat in mijn adolescentenjaren geweest te zijn. De laatste decennia vertel ik nog maar zelden een mop en er worden mij nog minder moppen getapt. Ja, op televisie, daar zie je genoeg moppentappers. Maar gewoon op het werk of in de kennissenkring? Ik kan het me niet herinneren.

Zijn we zo’n somber volkje geworden? (Nee meneer, wij zijn geen somber volk, wij lopen allemaal met gebogen hoofd omdat we op ons mobieltje kijken.) Of hoort het tappen van moppen bij een bepaalde leeftijd, bepaalde kringen of bepaalde landsdelen?

Vooruit dan, voor wie van moppen houdt (lees meer)








Showroom

Dames en heren,

Welkom bij de opening van de verbouwde showroom van mijn leven. Ik hou niet van toespraken, dus ik zou zeggen: daar in de hoek staan de hapjes en de drankjes en verder moet u maar een beet je rondneuzen

Ja . . . meneer Yildiz? U steekt uw hand op?

U wilt wel iets zeggen? Nou komt u dan maar even naar voren.

Dames en heren, het woord is aan Ali Yildiz. Ga uw gang.

Nee, u moet even het knopje . . . Het knopje, meneer Yildiz. Ja zo . . .

Dames en heren: de heer Yildiz.

Beste mensen,

Is allemaal hartelijk welkom op feestje van Stroomopwaarts. Als u ziet, alles is nieuw. Ik vind wel beetje mooi geworden met allemaal glimmende kleurtjes. Allochtoonse mensen houden van glim. Is fijn voor meneer De Vries, maar hij heeft zelf niet veel aan gedaan. Zoon Martijn heeft alles gemaakt Is hele slimme jongen. Daarom applaus voor zoon . . .

Weblog van meneer De Vries is eigenlijk beetje nieuwe wijn in ouwe zak . . . uuhh is ouwe wijn in nieuwe zak. Ik zal u beetje vertellen van nieuwe Stroomopwaarts.
Paarse fotootje is meneer De Vries. Met hoed van Rome. Daaronder kunt u beetje over hem lezen, maar is niet veel bijzonders.
Bij bruine fotootje staan foto’s. Brug is beroemde Berenbrug Berenburgbrug in Noord-Holland. Is mooi plekje.
Bij blauwe fotootje van Bloedprocessie in Boxtel (is beetje katholiek) staan andere mensen met weblog. Ook niet gelovige mensen.
Dan is ook nog fotootje van domme Broer, staan alle namen van verzameling. U kunt altijd nieuwe sturen. met emailtje schrijven.
Bij rode foto van Moerputtenbrug is voor emailtje te schrijven. Is altijd leuk emailtje krijgen. Is ook heel mooi plekje bij Den Bosch.
En groene plaatje met oude kranten is voor archief. Dat zijn oude stukjes van vroeger. Daar staan ook alle brieven van mijzelf. Is niet reklaam maar tip.

Is ook nog leuk van foto bij stukjes. Met muisje pijltje u kunt foto groot maken. Heet lightbox of zo. Is wel grappig.

O ja, mensen die reactie willen sturen moeten eerst vraag beantwoorden voor spam. Is eigenlijk voor geen spam. Is niet moeilijke vraag. Als u toch niet weet antwoord is: ab. Tegen niemand zeggen.

Is nu verklaring voor geopend.

kermis1.jpg








Trinidad en Tobago


Feestgangers waren het. Ze hadden goeie zaken gedaan in Trinidad en Tobago en ze bleven aan boord van het vliegtuig van Amsterdam naar Bombay irritant feest vieren. Dus vloog de piloot terug en zinspeelden enkele media op terrorisme. De mannen werden meteen vastgezet.

Andere passagiers waren niet te beroerd om het toegesnelde journaille te bedienen. In het Eindhovens Dagblad vertelde iemand dat het mannen met een “islamitisch uiterlijk” waren. En islam=terrorisme. Dat is ons de afgelopen jaren wel ingepeperd door hen die over ons waken.

Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn. Maar we moeten niet doorslaan. Ik vind het prima dat een piloot terugkeert als hij het niet vertrouwt. Ik vind het ook prima als de verdachten mee worden genomen voor onderzoek. Maar ik vind het dom om meteen te roepen dat de mannen een “islamitisch uiterlijk” hebben. Dat moeten we niet doen. Ook niet als een journalist dat graag hoort omwille van de registratie van onderbuikgevoelens. Laten wij, gewone mensen, nou het hoofd koel houden.

Trinidad en Tobago? Is dat trouwens niet het land dat door Don Leo in een permanente roes van feestelijkheid is gebracht? Dat wordt nog wat de komende maanden met reizigers die daar zijn opgestegen. Niet té blij, zou ik zeggen.








Planetaire herindeling


PRAAG (ANP) - Pluto is niet langer de kleinste planeet van ons zonnestelsel. Wetenschappers van de Internationale Astronomische Unie (IAU) degradeerden Pluto donderdag in de Tsjechische hoofdstad Praag tot een ,,dwergplaneet'', een nieuwe categorie.

Da's mooi, zei Pluto, want ik ben al jaren een hond.








Landmark


Ik ben niet gek, ik word een badeend. Dat komt door het landmark. Dat is een tachtig meter hoge woontoren die aan de zuidwestkant van Den Bosch moet komen. Vroeger waren kerktorens landmarks, maar dat wist toen niemand. Marskramers die de weg vroegen kregen van de korenmaaiers te horen: daarginds bij die toren is Strodorp.

Met die woontoren willen wethouder Geert Snijders en de zijnen ’s-Hertogenbosch stadse allure geven. Niet iedereen is daar blij mee, vooral de schatbewaarders van historisch Den Bosch zijn als de dood dat de blik van de reizigers, die de stad naderen, gevangen zal worden door dat landmark in plaats van door de Sint Jan Kathedraal. Persoonlijk ben ik voor veel ranke hoge gebouwen, maar ik ben dan ook niet katholiek.

Geert Snijders legde het gisteren in een vergadering allemaal nog een keer bevlogen uit. Wat de reiziger straks van verre ziet is aan de ene kant het uitspringende provinciehuis en aan de andere kant het hoge landmark. En, zei hij druk gebarend, zo creëren we de badkuip. De badkuip? En daarin dobber ik dan zeker mijn leven? Ik denk er nog over na of ik zal kwaken als men in mijn buik knijpt.








Brief van Ali (14)


Beste mensen,

Was belangrijk feest vandaag voor naturalisatie. Was niet voor ons, wij mochten mee met vriend naar gemeentehuis van hun dorp. Burgemeester had mooie ketting om en gaf toespraak. Over geschiedenis van dorp en van oude gemeentehuis. Is gebouwd in 1823. Is interessant. En over mooie omgeving.

Toen kwam mevrouw van koor uit dorp, die Wilhelmus zong. Eén couplet. Was beetje hard in kleine zaal. En beetje vals, maar is belangrijk volkslied voor Nederland. Toen kwam verrassing. Familie kreeg tas met plattegrond van dorp en fietskaart. Is jammer familie heeft geen fiets en kent alle straten in dorp. Ze wonen al zes jaar daar en is klein dorp. Maar fietsen is belangrijk voor Nederland, dus moest wel kaart voor zijn.

Er was nog meer verrassing. Kwam mevrouw binnen met lekker Hollandse hapjes. Haring en kaas. Haring is beetje vies maar is belangrijk voor Nederland. Voor kinderen was zakje drop, ook echt van Nederland.

Was wel belangrijke naturalisatiefeest, was gelukkig maar wel half uurtje want burgemeester moest naar gemeentevergadering. Bij afscheid hij zei hij was heel trots. Op dorp en oude gemeentehuis.

Toen gingen wij naar huis van vriend waar wij lekker thee en baklava hebben genomen.


Groeten,

Ali Yildiz








Burgerjournalistiek


Zal ik een stukje burgerjournalistiek doen? Iets schrijven waar echte media de neus voor ophalen en dat volgens de Volkskrant een aanvulling is op de professionele journalistiek. Nou, daar gaan we. Het kunstwerk voor onze deur is opgeknapt. (Dat stond deze week al op de buurtwebsite, maar die melden niet mijn rol.) Het is een kunstwerk van Piet Mol en het zijn twee halve cirkels die de saamhorigheid in de buurt verbeelden.

Het stond weg te roesten toen wij in deze straat kwamen wonen. Nadat onze buurman zijn vervallen buurthuis had omgetoverd tot een dagopvang voor mensen met een hersenbeschadiging en wij, met de verbouwing van de voorgevel van ons huis van de lelijkste hoek in de wijk de mooiste hadden gemaakt, bood ik de gemeente aan dat kunstwerk een likje verf te geven. Het vloekte namelijk met de nieuwe gevels.

Of ik gek geworden was? De gemeente Den Bosch begon meteen over geestelijk eigendom en zo. Niks, zomaar schilderen. Ik kroop in m’n schulp.

Nu, anderhalf jaar later, is het kunstwerk plotseling geschilderd. Als ambtelijke molens malen, malen ze ook goed. Ik heb geen mening over het kunstwerk. Maar ik vind dit wel een kunstig stukje burgerjournalistiek.










qjprnd


Als je ouder wordt schijnt je geheugen minder te worden. Ik heb niet de indruk dat ik daardoor geplaagd wordt. Mijn geheugen doet het doorgaans nog prima ondanks het feit dat ik al aan het terugtellen ben, of ik moet honderd worden. Maar: kent u een journalist die de honderd haalt?

Sinds ik weblog komen juist steeds meer jeugdherinneringen boven. Dat moet ook wel om dagelijks de kuil te vullen die ik voor mijzelf gegraven heb op het world wide web. Nou ben ik even vergeten waar ik met dit stukje heen wil. (Bah, wat flauw.) Oh ja, ouder worden en vergeten.

Nee, als je andere weblogs leest dan kun je je geheugen prima trainen. Tenminste als je regelmatig reageert. Want vaak moet je een paar letters invullen voordat je je reactie kunt verzenden. U kent dat wel: qjprnd of ludjw of kxndk.

Wat ik nou  probeer is die letters te onthouden en ze dan in één keer precies in dat witte vakje te frotten. Dat is hele goede geheugentraining en bovendien oefen je zo ook je handcoördinatie en je gevoel voor verhoudingen. Want die hokjes zijn best klein. Voor die dansende letters dan, bedoel ik.








Cynior


Ik heb ooit een man geïnterviewd die bij de zoveelste uitgave van de Dikke van Dale speciaal genoemd werd. De redactie was hem veel dank verschuldigd. Jammer genoeg ben ik z’n naam vergeten. Wat deed hij nou: telkens als hij ergens een woord tegen kwam dat hij niet kende, stuurde hij dat naar de Dikke. Nog steeds doen mensen dat, kijk maar in het woordenboek.

Die mensen struinen werkelijk alles af op zoek naar woorden die voor het eerst gebruikt worden. Ik hoop dat ze tegenwoordig ook weblogs lezen, want dan wordt mijn woord polihoppen nog eens een keer ontdekt. Voor de zekerheid geef ik even de betekenis: een polihopper is iemand die hopt tussen politieke baantjes en baantjes in het bedrijfsleven. Voorbeelden te over de laatste week.

En van de week kwam er tijdens een dolletje op de redactie nog een woord bij mij opborrelen: cynior. Dat is een oude, cynische journalist (nee, het ging niet over mij). Het is overigens ook toepasbaar op bouwvakkers, aardappeltelers, barkeepers, enzovoort. U ziet maar.

Zo, ik heb mijn bijdrage aan de taalverrijking geleverd. Als u mij nou maar genoeg citeert, dan kom ik misschien ook nog wel eens in de Dikke.








Visser


We hebben vrijdag, zaterdag en zondag gewandeld in en rondom de Meinweg. Van Swalmen naar Brüggen, vandaar naar Vlodrop en vandaar weer naar Swalmen. 66 kilometer in drie dagen. We hebben natuurlijk weer veel geleerd.

Het belangrijkste is dat je weervoorspellers met een korreltje zout moet nemen. We hebben twee zonnige dagen gehad en op de derde dag slechts één buitje.

Tweede belangrijk ding dat we hebben geleerd is dat hotels in dit Middenlimburgse- en Duitse gebied de cognac wel op de rekening zetten in tegenstelling tot hotels in Twente. Maar er was nog iets.

Toen we langs een groot meer liepen zagen we een visser hevig worstelen. De top van zijn hengel maakte bijna een rondje. Dan zijn er twee mogelijkheden: je hebt een enorme vis aan je haak of de haak is vastgeslagen (ik heb vroeger voor de radio viswedstrijden verslagen, vandaar).

We bleven geboeid kijken, voor hetzelfde geld ben je getuige van een monster van het type Loch Ness. Maar nee, er is een derde mogelijkheid, want aan de haak zat een enorme boomtak èn een vis.

De les is: in Limburg is er altijd nog een derde mogelijkheid. Of zo . . .








Daphne


Ze zaten in de trein. Meiden van zestien. Verspreid over de coupe, ze moesten dus wel schreeuwen. Ze hadden hun roosters opgehaald. Wat een puinhoop hadden ze er van gemaakt op die school. Die zat niet bij die en die twee waren ook al uit elkaar gehaald. Kutschool.

Eentje was helemaal geïsoleerd. De enige in de klas die ze nog kende was Daphne. O nee, riepen ze in koor. Niet Daphne. Mijn God, wat een ramp, Daphne.

Niet zo hard, riep er één, misschien zit ze in de coupe. Nee hoor, ze was in een ander treinstel gesignaleerd. Die had echt het lef niet om bij hun te gaan zitten.

Met wie was ze? Iemand had Ingrid ook in zien stappen. Bel Ingrid. Nu meteen. Ingrid, je moet die Daphne onmiddellijk dumpen. Iedereen moet Daphne dumpen. Kutwijf.

Echt hoor, als ze alleen bij Daphne in de klas moet zou ze voor de trein springen. Zeker weten.

Dat begrepen ze allemaal. Zouden zij ook doen. Voor de trein springen.

Weet je wat ze ging doen. Ze ging alvast haar vader een SMS’je sturen dat ze zelfmoord ging plegen.

Maandag begint het nieuwe schooljaar.








Trafficmanagement


Eén van de mooiste gebieden in mijn stad Den Bosch is de Gementpolder. Het is onze favoriete trainingsronde op zondagmorgen. Waar je ook loopt in de polder, altijd zie je de skyline van de stad. De gemeente wil langs de rand van de Gementpolder een ontsluitingsweg aanleggen. Dat is nodig zeggen ze, want de stad slibt dicht en al die lange files zijn slechter voor het milieu dan een nieuwe weg. Het is de nieuwe tijd meneer, mevrouw.

Er zijn natuurlijk actiegroepen die de weg proberen tegen te houden. De zaak ligt nu ter beoordeling bij de Raad van State. Ik hoop dat het niet door gaat, want hoe mooi je die weg ook aanlegt, de polder zal daarna nooit meer die oase zijn die hij nu is.

Deze week liep ik in een stukje waar ik nog niet eerder was geweest, op een kruispunt van twee verlaten polderwegen. Door de week op spitstijden schijnt het er druk te zijn met sluipverkeer. Vandaar waarschijnlijk dit kleine woud van borden in het niets.

Mocht u ooit aan buitenlandse vrienden de regelzucht van ons kleine dichtbevolkte land willen uitleggen, dan mag u deze foto gratis gebruiken.









The wind that shakes the Barley


In Gambia zei iemand tegen ons: wij zijn een vredelievend volk want oorlog verscheurt je land en je familie. Die waarheid als een koe wordt pijnlijk duidelijk in de nieuwe film van Ken Loach: “The wind that shakes the Barley”.

Het verhaal gaat over de broers Damian en Teddy O’Donovan, die in 1920 in de IRA worden getrokken. Aanleiding zijn de gruwelijkheden waarmee de Britse militairen de Ieren onderdrukken. Ze verruilen hun sticks waarmee ze hurley spelen voor geweren en vechten voor de vrijheid van het land.

Ik vond het een mooie film (prachtige landschappen), maar het verhaal is redelijk voorspelbaar. Het zijn de boerenjongens die zich met minimale middelen verzetten tegen de tot de tanden bewapende militairen. Je hebt voortdurend het gevoel dat je naar een groep padvinders zit te kijken.

Interessant wordt op het moment dat Damian en Teddy tegenover elkaar komen te staan. Teddy wordt na de wapenstilstand lid van de nieuwe Ierse politiemacht, Damian (afgestudeerd arts) blijft zich verzetten. Dat kan alleen maar tot een drama leiden. Het mooie van de film vind ik dat Loach een complex probleem op een hele kleine manier duidelijk weet te maken. Verwacht geen diepgravende film maar wel een mooi kijkspel.








Polihoppen


Tjeetje, Weisglas ook al. Ze vertrekken allemaal. Eerst kaalslag bij D66, daarna kaalslag in het kabinet. Gek eigenlijk, want ze hebben er allemaal plezier in, zeggen ze. Ze willen gewoon een keer iets anders. Het bedrijfsleven lonkt. Ja, als je minister bent heb je de banen na vier jaar voor het uitzoeken. Ook al ben je vijftig. Als je maar op tijd roept dat je stopt dan heb je wel een nieuwe aanbieding op zak voordat het je laatste werkdag is.

Is het erg dat ze allemaal gaan? Welnee, er komt gewoon weer een nieuwe ploeg die zich in vier jaar tijd stukbijt op moeilijke dossiers en vervolgens met de van staatswege betaalde ervaring het bedrijfsleven in gaat. Zo gaan die dingen. Na het jobhoppen hebben we nu ook het polihoppen (hè, waarom verschijnt er onder dat woord geen rood lijntje? Ik dacht dat ik iets nieuws had uitgevonden.)

Nee, het enige echte vervelende is dat ik ze weer allemaal uit m’n hoofd moet leren. En net als ik ze dan . . . Nou ja, laat ook maar. Ik schrijf ze wel op een spiekbriefje. Met potlood natuurlijk.








Chaos


Doe mij een toppertje en een breezer ananas . . . Ik krijg dat rotliedje niet uit mijn hoofd.

Gisteravond heb ik een een beetje geklust in huis. TL-buis verwisseld, nieuw spotje in de badkamer, andere telefoon aangesloten. Allemaal voor mij tegennatuurlijke handelingen, die gelukkig vlot verliepen. Als dat niet zo is, wil de schade nog wel eens groter zijn dan het doel. Of een ander Nederlands spreekwoord.

Moe maar voldaan stapte ik in bed en vleide mij tegen mijn lief. Die begon na tien seconden plotseling te lachen.

“Weet je wat mij ineens te binnen schiet?” vroeg ze.

Ik had hem ordinair kunnen inkoppen maar mijn hoofd was nog vol van lampjes en stekertjes. Bovendien: Doe mij een toppertje en een breezer ananas . . . (dat liedje zit in mijn hoofd gebeiteld.)

“De ballen van Tjeu . . . . ,” zei ze, “die zijn we glad vergeten.”

“Shit,” zei ik. “Dat is waar ook.”

“Ik heb ze ook niet gemist. Jij,?” vroeg ze . . . Er klonk oprechte verbazing in haar stem.

“Nee, eigenlijk niet,” zei ik.

“Ik heb ze vanmorgen wel uit de vriezer gehaald. Waar heb je ze dan gelaten?”

“Die liggen nog in de magnetron,” zei Marlies. “Je kunt ze morgen wel op brood doen”.

“Ik zal wel kijken . . .” zei ik


(Tjeu is huismeester van Omroep Brabant. Hij maakt voor de kantine van zijn voetbalclub elke week ontelbaar veel gehaktballen. Af en toe verkoopt hij een zakje aan de collega's.)








Fonds


Het is deze maand dertig jaar geleden dat ik van de journalistiek mijn beroep maakte. De laatste jaren is de verhouding met dat vak er één van haatliefde. Dat komt omdat de journalistiek steeds oppervlakkiger wordt. Maar daar is al zoveel over geschreven, daar ga ik niks aan toevoegen. Waar ik niet aan kan wennen is de zelfgenoegzaamheid van sommige vertegenwoordigers van de beroepsgroep.

Gisteravond blikte het NOS-Journaal vooruit op het proces tegen de ontvoerders van Claudia Melchers. Het ging er ook over dat haar vader de media aanpakt die hebben gesuggereerd dat hij onder meer in de drugshandel zit. Uit een overzicht bleek welke media al hebben gerectificeerd en een schadevergoeding hebben betaald. Dat doe je alleen als je onzin hebt geschreven.

En dan komt Thomas Bruning van de Nederlandse Vereniging van Journalisten in beeld. Hij maakt zich zorgen over de aanpak van Hans Melchers omdat die met een heel groot fonds de media aanpakt. Dat heeft volgens onze journalistenvoorman een verkillend effect op de media. Hij zegt dat die media zich voortaan wel twee keer zullen bedenken voordat ze tot publicatie over gaan.

Het is te hopen, meneer Bruning.








Hij ploegde voort


Twee stoelen, een man en een vrouw. Ze vertellen elk hun verhaal aan het eind van hun boerenbestaan. Ze hebben er voor geknokt, maar ze hebben het niet gered. De boerderij moet worden verkocht. De verhalen vertellen niet alleen de teloorgang van hun illusies, ook wordt duidelijk hoe ver ze uit elkaar zijn gegroeid. Hoezeer hun gedeelde levens eigenlijk van elkaar verschillen. Hij, de sombere boer, vastgezogen in zijn klei. Zij, de vrouw die uit wil vliegen en soms met een vriendin naar de grote stad gaat. Stadse fratsen uit haalt.

Ze hebben elkaar tientallen jaren geleden leren kennen omdat zij op een huwelijksadvertentie had gereageerd. Ze had net zo goed op de advertentie erboven of eronder kunnen schrijven, maar ze koos voor die ene omdat de boer er zo’n mooi gedicht bij had geschreven. Het stuk eindigt waar hun levens begonnen, bij de ontmoeting in het café, die eerste keer. Toen ze vol hoop de toekomst in gingen.

Het is een heel klein theaterstuk met een prachtige tekst van Frederieke Hijink en gespeeld door Anke van ’t Hof en Jur van der Lecq. Ik vond het een mooie afsluiting van een week Festival Boulevard.








Paarse stoel


Elke dag fiets ik langs een aantal bedrijven waar je voor veel te veel geld oude rommel kunt kopen. Het zijn geen antiquairs maar uitdragerijen. Deze week zag ik deze combinatie in de aanbieding.









Raadsel


Het begon woensdagmorgen. Nadat ik mijn babyface van nauwelijks zichtbare stoppeltjes had ontdaan met het scheermes stapte ik onder de douche. Toen ik daar onder uit kwam zag ik een kleine bloeddruppel op de badmat. Ik inspecteerde mijn gelaat op snijwonden, maar ik kon niets ontdekken. En de rest van mijn lijf was ook ongeschonden voor zover ik dat kon waarnemen.

Ik haalde mijn naakte schouders op, trok mijn badjas aan en stapte welgemoed de dag in. ’s Avonds was de badmat vervangen en daarmee was het bloedvlekje verdwenen.

Donderdagmorgen kwam ik opnieuw onder de douche uit en zag ik weer een bloeddruppel op de mat. Op precies dezelfde plek. Wat gek, dacht ik. Dan is die mat zeker eergisteren vervangen. En ik haalde opnieuw mijn schouders op.

Tot Marlies gisteravond aan mij vroeg wat ik toch allemaal in de douche aan het doen was. Ik had nou al in twee badmatten een bloedvlek gemaakt. En ik weet van niks. Morgen ga ik het plafond uit de badkamer slopen, want het kan bijna niet anders of er ligt een lijk te druppelen.








Gen


Poes lag vanmorgen dubbel van het lachen op de eettafel. Hij had in het Brabants Dagblad gelezen dat biologen het gen hebben gevonden dat mensen slimmer maakt dan dieren.

“Kijk maar Broer,”zei hij. Ik keek mee.

“Ach, ze weten niet beter,” zei ik. We lazen het stukkie samen. Het gen zorgt er voor dat de hersenen van mensen langer doorgroeien.

“Alsof grotere hersenen betekent dat de mens slimmer is,” zei ik tegen Poes. “Wij weten toch wel beter.”

“Tuurlijk,” zei Poes. “Wij liggen de hele dag lekker te dutten en voeren niks uit. En ondertussen zet de baas ons eten klaar, maakt hij onze bak schoon, ruimt hij onze kots op, stofzuigt hij de kamer zodat wij niet allergisch worden van ons eigen haar. Wie is er dan eigenlijk slimmer?”

Ondertussen keek ik zelf effe naar de krantenkat in de Volkskrant. Daar zag ik ook een stukje over dat gen.

“Kijk,” zei ik tegen Poes, “hier staat dat dat gen veel prijsgeeft maar niet verklaart waarom mensen slimmer zijn dan dieren.”

“Wie is hier nou gek?” vroeg Poes.

“De mens is niet te vertrouwen,” zei ik.

En we sloften naar buiten om te kijken of daar iets te beleven was.








De grote beweging


Ik schrijf mijn stukjes over theatervoorstellingen altijd meteen als ik thuis kom. En ik lees pas recensies van doorgeleerde kunstkenners nadat ik ze heb gepubliceerd. Ik vind het leuk om te vergelijken. Soms zijn we het eens, soms lijkt het alsof we verschillende voorstellingen hebben gezien. En af en toe lijkt het of recensenten verschillende voorstellingen hebben gezien. Maar nu heb ik vanmorgen eerst de recensie gelezen over “De grote beweging” van Dries Verhoeven. Eigenlijk ook wel leuk, kun je daar weer iets over zeggen.

Eerst de voorstelling. Die gaat over toeval, zo is ons tevoren verteld. Het is toeval dat mijn ouders elkaar hebben ontmoet en ik besta; zoals ook uw bestaan toeval is en het is toeval dat u dit nu leest. Je zit in een grote container op het stationsplein in Den Bosch. Die is omgebouwd tot luxe bioscoopzaaltje. Dan begint de film. Een chinese dame vertelt via voice over de ontstaansgeschiedenis van de homo sapiens, een toevalligheid omdat bepaalde stoffen in de ruimte elkaar hebben geraakt.

Dan schakelt de film live over naar het stationsplein en kijken we naar de mensen die daar lopen. Er staan twee schoenen op dat plein, waarvan de betekenis niet duidelijk is. En ondertussen vraag je je af of die er ook stonden toen je even tevoren daar zelf liep. Op eenderde van de voorstelling wordt de film langzaam teruggedraaid. En al die tijd vertelt de chinese dame haar verhaal.

Volgens de recensent is dat het moment waarop wij ontdekken hoeveel we niet hebben waargenomen toen de film nog live was. Klopt. Als een film vertraagd wordt teruggedraaid zie je veel meer. Maar dat geldt vooral voor de andere bezoekers, want ik ben heel opmerkzaam, dus mij was niet zoveel ontgaan. Behalve dan die schoenen, hoewel ik mij in al mijn eigenwijsheid afvraag of die er echt al stonden.

Mij hield vooral de vraag bezig op welke manier deze film een wending zou krijgen die mij zou verrassen of doen glimlachen. En die kwam. De schoenen spelen daar een belangrijke rol in.

Volgens de recensent heeft de film door de grote afstandelijkheid geen impact op het publiek. Maar dat geldt niet voor de giechelende dames voor mij die erg genoten hebben van het mensen kijken. En het geldt ook niet voor mij omdat ik nog lang heb nagedacht over de toevalligheid van het bestaan. Want “De Grote Beweging” is een interessant project met voor elk wat wils.








Geluk



“Geluk is een middelbrand in een boerenschuur”.

Ik leg het uit. De radioverslaggevers overtroefden elkaar tijdens de lunch met verhalen over die ene nare kant van hun werk: de weekenddienst. Soms worden ze twee keer per nacht uit bed gepiept voor een brand. Vooral als het serieuze branden zijn waar ze naar toe moeten, sloopt dat lijf en geest.

Eentje had laatst noodgedwongen een hele nacht overgeslagen: twee grote branden achter elkaar en ’s morgens meteen weer op pad voor een gewoon item. Daar kon niemand overheen.

“Ik had pas geluk”, zei een ander. “Alleen maar een middelbrand in een boerenschuur, dus kon ik me weer omdraaien.”

Geluk is een middelbrand in een boerenschuur. In het juiste verband is elke opmerking logisch. Toch, meneer Cruyff?








Nakomelingen


Hebben uw kleren wel eens naar koeienstront gestonken als u na een theatervoorstelling thuis kwam? De mijne wel. Gisteravond nog. We zijn naar “Nakomelingen” van het Productiehuis Brabant geweest. Het stuk speelt zich af in en rond de koeienstallen van een boerderij. Het publiek loopt achter de spelers aan. Gelukkig voor ons, maar helaas voor de spelers, waren we met een handjevol zodat we dicht op de spelers konden staan. Dat bevordert het zicht en de beleving. Renske van den Broek tekende voor de regie en acteurs zijn Arend Brandligt en Bas Keijzer.

Eigenlijk is het een simpel verhaal. Twee broers zijn samen overgebleven op de boerderij. Eén van hen (Arend Brandligt) droomt over een vlucht in de ruimte. Hij wil naar de sterren om te ontsnappen aan het boerenbestaan. De andere (Bas Keijzer) is aan de grond gebonden. Met een soms wat sterk aangezette liefde voor de zwartbonte koe Maria, verschaft hij zich een alibi om niet mee te hoeven in de raket. Het is een strijd tussen iemand die vasthoudt aan het vertrouwde en iemand die aan de alledaagsheid wil ontsnappen.

Brandligt en Keijzer zetten dat dilemma met hun sterke spel goed neer. En Van den Broek heeft alle mogelijkheden van de boerderij knap benut. De voorstelling is vrij laat tot stand gekomen, want in het programmaboekje van Theaterfestival Boulevard geeft Van den Brink aan dat ze nog niet uitgedacht is. In de promotieteksten wordt ook gesuggereerd dat het publiek met laarzen in de modder moet staan. Dat valt mee. Die promotieteksten suggereren sowieso meer ruig boerenavontuur dan er te beleven valt. Maar dat is wel eens vaker met promotieteksten. Neemt niet weg dat ik genoten heb van de “Nakomelingen”.








Condee


U heeft het niet van mij, maar Condee komt naar Nederland. Sorry, Condoleezza Rice. Ik dacht dat u haar ook Condee mocht noemen. Ze komt naar Groningen. Nee, niet met geld voor de getroffenen van de aardschok, zo erg was die niet. Nee, ze komt vanwege Oude Pekela.

Daar lummelde een groepje ouderen rond op een strookje land bij een winkelcentrum. Maar de winkeliersvereniging eiste de grond op. De ouderen werden verdreven. Er volgden onderhandelingen. De bejaarden kregen een ander stukje grond om te hangen. De winkeliersvereniging ging toen ondergronds en verplaatste die hangplek stiekem naar een donker afgelegen hoekje.

Daar werden de ouderen natuurlijk speelbal van ongure elementen. En nu zijn ze verdreven door jongeren die bezit hebben genomen van dat plekje. Die hebben zelfs “geile beer” op een bankje gekalkt. En u weet dat met beer het bepaald niet kosjere mannetjesvarken wordt bedoeld. Dus u begrijpt hoe explosief de situatie is.

Bush wil nu de-escalatie want hij heeft op zijn verlichte wereldbol gezien dat Oude Pekela vlak bij Berlijn ligt en voor je het weet slaat de vonk over. En daarom stuurt hij Condee om die smerige tekst te verwijderen. Want, zei hij, zwarte vrouwen zijn de beste poetsvrouwen.








Bestaansaarde


De ene locatievoorstelling op Theaterfestival Boulevard is de andere niet. Ik bleef met een leeg gevoel achter na “Bestaansaarde” (geschreven door Guido Kleene en gespeeld door compagnie Dakar uit Amsterdam). Het verhaal speelt zich af in en rondom een doorsnee jaren-zestighuis. Het publiek zit op een kleine tribune in de achtertuin.

De bewoonster komt thuis en doet dingen die je doet als je thuis komt. Dan meldt zich een vreemde man aan de achterdeur. De vrouw biedt hem water aan en tergend langzaam neemt hij bezit van haar huis. En er komen steeds meer mensen die allemaal sluipenderwijs binnendringen in haar leven. Ze lijken helemaal geen kwaad in de zin te hebben, maar gaan in hun onhandigheid wel letterlijk als olifanten door de porseleinkast.

De voorstelling gaat over de vraag wat het met je doet als mensen als parasieten je huis binnen dringen. U raadt het al, de vrouw raakt buiten zinnen. Maar de voorstelling gaat er volgens de makers ook over hoe zo’n situatie je schoonmaakt en vernieuwt. Behalve dat aan het eind alle huisraad aan vernieuwing toe is heb ik die dieperliggende gedachte niet kunnen ontdekken. Ik vond “Bestaansaarde”weinig vernieuwend en al helemaal niet verrassend.








Hormonen


Er zijn in juli vijfhonderd mensen meer gestorven dan gemiddeld. Maar er is uit die hete periode nog een interessant statistisch gegeven, als ware het voortgekomen uit een sluimerend virus dat door de hitte ontkiemde. In het bisdom Den Bosch stapten drie priesters op omdat zij niet langer celibatair willen leven. Nooit eerder traden zoveel priesters in zo’n korte tijd uit omdat ze niet genoeg hebben aan de liefde van de Heer alleen.

Sommige mensen grappen dat de dienaren Gods tijdens de hittegolven de controle over hun hormonen zijn kwijtgeraakt bij de aanblik van het vrouwenvlees. Dat zijn flauwe grappen. Sterker nog, ik kan mij even gemakkelijk voorstellen dat de heren dingen gezien hebben die een mens doen vluchten in het celibaat.

Het bisdombestuur doet nogal laconiek over de kwestie, wij moeten bedenken dat het hier slechts om één procent van de herders gaat. Nog wel, want u kent het spreekwoord: als er één herder over de dam is . . . Nou ja, dat blijkt ook wel.

Mijn omroep heeft de vox populi gepeild: van het volk mogen de gewaardeerde en toegewijde voorgangers een vrouw behagen. Maar ja, leg dat maar eens uit in Rome. Het wordt tijd voor een provocerende film. De Onderworpenen I??








Ikbennie


De eerste keer dat ik de uitdrukking hoorde was een jaar of vijftien geleden. Fons Bruins, directeur van de schouwburg in Eindhoven, gebruikte hem: culturele snoepjes. Hij bedoelde kleine nog verborgen theaterpareltjes. Maar Bruins zei dat zo vaak dat de uitdrukking mij een beetje tegen ging staan.

Toen we zaterdagavond Van Theaterfestival Boulevard kwamen zei Marlies dat ze de voorstelling “Ikbennie” van Annelies van Wieringen een snoepje vond. Een theaterpareltje. En daar had ze gelijk in. Van Wieringen schreef het verhaal dat gespeeld wordt door Joris (Erwich) en Bennie, die één zijn. Bennie is de geestelijk beperkte alter ego van Joris. Hij vertelt het publiek over zijn hobbies en zijn vakanties. En dat doet Erwich ontwapenend en meeslepend. En met een geweldige timing, dat vooral.

Tot de laatste minuut blijf je geloven dat Joris Bennie is. Hij werkt zijn verhaal puntsgewijs af van 1 tot 10, dat is zijn structuur. En aan het eind, als Bennie een foutje maakt en van slag raakt, zegt hij dat hij even opnieuw begint. En dan begint hij helemaal van voren af aan. Van Wieringen heeft verstand van mensen met een handicap als Bennie. Een integere en humoristische voorstelling.








Woyzeck


Theaterfestival Boulevard is begonnen. Ik vind het de leukste tijd van het jaar in de stad. Er zijn 500 voorstellingen in 10 dagen. We kunnen er maar één procent van doen. Onze liefde gaat uit naar locatievoorstellingen omdat die een extra verrassingselement hebben. Vrijdagavond zagen we Woyzeck van Georg Bücher, gespeeld door De Wetten van Kepler onder regie van Piet Arfeuille.

Frans Woyzeck is een geplaagd man die wordt verteerd door jaloezie en die een kop vol filosofische gedachten heeft. Hij wordt uitgebuit door een legerkapitein, misbruikt door een arts, en uitgedaagd door een sergeant. Opgejaagd door zichzelf en anderen vermoordt hij zijn vriendin Marie met wie hij een kind heeft, maar die ook relaties heeft met anderen.

Woyzeck wordt opgevoerd in een voormalige schietbunker. Een beklemmende locatie die het stuk extra zeggingskracht geeft. Arfeuille gebruikt minimale middelen, de tekst en vooral het fysieke spel van de acteurs en het razendsnelle schakelen van situatie naar situatie maken Woyzeck tot een stuk dat nog lang nadondert in het hoofd. Het is rauw en soms grof. Maar uiteindelijk onderstreept die soms letterlijke naaktheid van de acteurs het verhaal van die grotesk denkende Woyzeck die ten onder gaat aan jaloezie en manipulatie.








Tweeling


“Heb jij een tweelingbroer?”, vroeg mijn huisarts toen ik gisteren op zijn spreekuur was.

“Nee”, zei ik naar eer en geweten.

“Jawèèèl”, zei hij.

Dokters weten meestal meer van je dan gewone stervelingen, maar nu vond ik dat hij door sloeg.

“Hoezo?”, vroeg ik.

“Nou er was pas iemand op het spreekuur bij mijn collega die als twee druppels water op jou leek”, zei hij.

“Ik heb wel twee broers,” zei ik, “maar die lijken niet op mij en bovendien lijkt het me uitgesloten dat ze in deze praktijk komen. Ze wonen hier ver vandaan.”

“Ja maar, weet je wat nou het gekke is,” zei de dokter, “Ik dacht dus dat ik jou zag zitten en ik vroeg later aan mijn collega waarom jij bij hem was en toen . . . . .

” Maar dat was ik dus niet,” onderbrak ik hem.

“Nee,” zei de arts, “maar die man heette ook De Vries.”

“Dat is een sterk verhaal,” zei ik.

“Ja, gek,” zei hij.

Ja gek, dacht ik.

En sinds gistermorgen loop ik rond met het gevoel dat er iets heel onthullends gaat gebeuren in mijn leven.








Sneu


Opeens zongen woorden van mijn favoriete band De Dijk door mijn hoofd:

en nel is dood en mama en chrisje en papa en robbie en dirk
iedereen gaat maar dood

Boris weg, en Lousewies en Ursie
Iedereen gaat maar weg

Sneu? Och . . .

Mijn beroepstic maakt mij nieuwsgierig waarom Dittrich zijn vertrek aankondigde in de Volkskrant en Van der Laan NRC.next de primeur gunde, maar dat is eigenlijk van geen belang. Alle media melden het nu als hun eigen grote nieuws, dus wie maalt er nog om waar het begonnen is. Alleen mensen met een beroepstic.

Op het ANP las ik dat ook Ursie Lambrechts uit “ons” Uden uit de Tweede Kamerfractie van D66 stapt. Het stond er alsof ik het had moeten weten. Ik wist het niet. Mijn collega’s wisten het ook niet en de archieven gaven ook geen uitsluitsel.

Ik belde haar met enige schroom, maar ze vond het niet erg dat ik het niet wist. Ze vertelde dat ze haar afscheid vier weken geleden had aangekondigd op een landelijke radiozender. Nou ja, aangekondigd, het was ter sprake gekomen in een gesprek. Het Financieel Dagblad had er een paar regeltjes over geschreven, verder niemand.

Kijk, dat vind ik nou sneu.








Terrassen


In de categorie volstrekt onnutte komkommerinformatie nomineer ik onderstaand bericht.

WOERDEN (ANP) - Koninklijk Horeca Nederland (KHN) heeft deze zomer niet stilgezeten. In een inventarisatie telt de organisatie 22.166 terrassen in Nederland met in totaal 866.656 stoelen. Dat zijn bijna veertig stoelen per terras. Deze stoelen zijn volgens de KHN steeds minder vaak van het eenvoudige stapelmodel. De plastic uitvoering ,,heeft al lang plaatsgemaakt voor een gerieflijke luxe metalen of rieten/kunststof stoel met dito tafel'', aldus de belangenorganisatie van cafés, restaurants en hotels.








Desolaat


Elke stad heeft z’n kruidenbuurt. Een volkswijk waarvan de mensen zeggen dat het er gevaarlijk is. Ze worden in rap tempo gesloopt, omdat het beter is voor de bewoners, die dat zelf helemaal niet vinden.

Ik heb een paar jaar aan de rand van de Eindhovense kruidenbuurt gewoond. In het goeie stuk, zeiden we altijd. In een jaren-dertig-huis dat we na een paar jaar voor de dubbele prijs verkochten. Het was een gewilde plek. Elke dag liep ik door het slechte stuk naar de studio aan de andere kant van de wijk. ’s Zomers werd ik begroet door vrolijk volk op klapstoeltjes, s’ winters schetterde mij al van verre de kerstverlichting tegemoet. Ik vond het een heerlijke wijk.

Eenmaal werd de auto van de buurman gestolen. Ik had de daders gezien. Hij belde wat rond en binnen een dag stond de wagen weer op z’n plek. Ze hadden niet graag politie in de wijk. Dat soort akkefietjes regelden ze zelf.

Ook deze wijk wordt gesloopt. Er groeit een mooie nieuwe wijk met nieuwerwetse huizen. Niks op af te dingen. Ik liep nog één keer door de oude kruidenbuurt nu het nog kon. Het was er desolaat en ik miste de mensen.








Posbooi


TNT speelt met de gedachte de postbezorging op maandag te staken. Er is te weinig aanbod. Zo’n bericht valt me op want ons gezin was vroeger getrouwd met “Tante Pos”. Mijn vader was in mijn kinderjaren posbooi, zoals dat in ons Betuwse stadje heette. Later klom hij op tot hoofdbesteller. Mijn beide broers zijn in zijn voetsporen getreden.

Wie tegenwoordig een postbesteller ziet zou niet zeggen dat dat in mijn kinderjaren een beroep was met status, een baan voor het leven bij de rijksoverheid. Mijn vader droeg een keurig zwart pak met rode biezen en goudkleurige knopen, voorname pet met glimmende klep. Elke morgen voor dag en dauw stond hij op om de post te sorteren en te bestellen. In de loop van de ochtend kwam hij thuis om na de warme middagprak weer hetzelfde te gaan doen. De mensen kregen toen nog twee keer per dag post. Er was genoeg.

Vroeger keek je uit naar de postbode, er kon een briefkaart bij zijn waarin de familie uit Amsterdam aankondigde dat ze in het weekend kwam. Of een ansichtkaart uit Drente. Maar ook dat vak heeft zijn glans verloren. Ik zal de post op maandag niet missen, het bericht laat alleen mijn snaar voor jeugdsentiment licht trillen.








Weer dood


Kardinaal Willebrands is overleden. Voor de tweede keer. Dat komt zo. De redacteur geestelijk leven van de krant waar ik begin jaren tachtig werkte had necrologieën klaar liggen van alle belangrijke kerkelijke leiders. Dus ook van de bisschop van Utrecht, de provincie waarin de krant verscheen.

Die necrologieën waren plakstroken die werden bewaard in grote laden. Op een dag had de opmaker een gat over op de pagina. En daar paste precies het doodsbericht van Willebrands in. En zo stierf hij voor de eerste keer. Mijn collega geestelijk leven raakte aan de rand van zijn eigen verscheiden toen hij ’s avonds het stukje in de krant las. Met lood in de schoenen belde hij naar de bisschop. Die had het al gelezen. Hij kon er wel om lachen en vertelde mijn collega dat hij graag herinnerd wilde worden zoals hij door hem was beschreven. En verder zand er over.

Mijn collega wenste de bisschop nog een lang leven. Willebrands werd 96 jaar.








Brief van Ali (12)


Moeilijkste van Nederland is taal. Is vooral moeilijk dat taal steeds verandert. Als wij allochtoonse mensen nieuwe moeilijke spellingswoorden hebben geleerd komen steeds weer andere spellingswoorden. Maar is wel heel belangrijk voor ons want als wij willen hebben Nederlandse paspoort wij moeten ook goed Nederlandse taal schrijven.

"Ge mot onze toal goe baijhouwe", zegt buurman Arie altijd. En ik denk hij heeft gelijk. Als je taal van nieuwe land goed schrijft, jij hebt meer kans in maatschappij.

In onze buurthuis wij hebben met buurthuiswerker Kees al veel geoefend met schrijven van nieuwe spelling. Bijvoorbeeld schreef ik briefje aan Mo: “Ga jij mee uit eten in nieuw Korintisch restaurant?” En dan schreef Mo terug: “”Helaas ben ik verhinderd want ik moet piano oefenen met klavarskribomethode.” Is natuurlijk maar voorbeeld.

Of ik schreef briefje aan andere Ali van nummer 36: “Hebben jullie voor mij nog wat bakkerijingrediënt te leen”. En dan schreef Ali: “Wij hebben alleen nog maar apennootjes en muizentarwe.” Zijn belangrijke woorden, moet jij niet onderschatten.

Zo hebben wij in buurt samen heel veel geoefend. Buurman Arie deed ook mee. Hij schreef: “Wilt u nog gedroogde paddestoelen?” Is niet goed, zonder n. Maar Kees wilde toch wel  kopen.

Nou, tot volgende keer en Houdoe houdoe,

Ali Yildiz





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed