Aanrader


Elke journalist weet dat ons vak soms een ordinair spel is van loven en bieden. Toch was ik verrast door de manier waarop Joris Luyendijk daarover schrijft in zijn boek “Het zijn net mensen”. Hij was correspondent in het Middenoosten voor de Volkskrant, NRC, Radio 1 en het NOS-Journaal.

Luyendijk schrijft in vliegende vaart over het vak van journalist in crisisgebied, over de invloed van CNN c.s. op de beeldvorming van de “Arabische wereld”, het leven in dictaturen, de PR-machine van Israël maar vooral over zijn onmacht.

Je weet het, maar toch was het onthutsend te lezen hoe weinig sommige media geïnteresseerd zijn in de context waarbinnen dingen gebeuren. Rampen en rellen willen ze. Luyendijk had een extra handicap omdat hij in dictaturen werkte waar het niet vanzelfsprekend is dat je informatie krijgt en waar mensen bang zijn om te praten. We hebben het in Nederland makkelijker, maar het verhaal van frustratie over media die voornamelijk in incidenten geïnteresseerd zijn is herkenbaar.

Ik vind het boek een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in de werking van massamedia in het Midden Oosten. Verwacht geen panklare antwoorden, want Luyendijk claimt niet dat hij de wijsheid in pacht heeft. Hij is vooral verbaasd.








Doorgaan


Doorgaan. Dat hield mijn vader ons altijd voor. Niet opgeven. In mijn herinnering heeft hij nooit uitgelegd waarom. Hij is een man van oneliners.

Misschien is dat de reden waarom elk gevoel voor competitie mij vreemd is, doorgaan en niet opgeven is belangrijker dan winnen. Geen snelle score maar succes op termijn streef ik na. (Dat is overigens knap lastig in de moderne journalistiek) Goed doen en niet opgeven zijn belangrijke drijfveren in mijn leven. Ik moet er niet aan denken dat ik over de finish ga en de wedstrijd afgelopen is.

Mijn vader is al weer maanden thuis. Hij slijt zijn dagen met wachten op de dingen die hem overkomen. Hij wordt volledig verzorgd. Af en toe gaat hij met zijn rollator naar buiten. Tot de hoek en weer terug.

Een paar dagen geleden besloot hij eens “door te gaan” tot aan de supermarkt. En hoog trottoir was net een stapje te veel en hij viel. Niks ernstigs, aardige mensen brachten hem thuis. Maar hij ziet het even helemaal niet meer zitten. Ze hadden gezegd dat hij niet zo eigenwijs moest zijn door zo ver te gaan. Dus dat is nou eigenwijs: doorgaan en niet opgeven.








Draadje


Er hing een onbestemd draadje in onze hal. Ik liet het mooi hangen want voor je het weet zet je Den Bosch in het donker. Maar er moest op die plek een kunstwerk komen. En dat vloekte met elkaar dus knipte ik zonder pardon de draad weg. Het leven in Den Bosch ging door, maar onze vaste telefoon was dood. Nou ja, schijndood, want soms deed hij het wel.

Dus belde ik KPN en biechtte alles op. Als de uiterst correcte jongeman al leedvermaak had liet hij dat niet blijken. Hij lepelde mij de tarieven op: 53 euro voorrijkosten en 9 euro per 10 minuten dat de monteur bezig was. Ik zuchtte. Maar, zei de jongeman, als het probleem buitenshuis lag kostte het niks natuurlijk. We maakten een afspraak voor maandagmiddag.

Gistermorgen belde een monteur op mijn mobieltje. Hij had het probleem al opgelost, hij was toch in de buurt. Dat kan niet, zei ik, want hoe bent u dan binnen gekomen? Hij hoefde niet binnen te zijn, het probleem zat buiten. Rekening KPN. Maar hoe zit dat dan met die doorgeknipte onbestemde kabel, vroeg ik. Stom toeval zei hij. Zie je wel, schat, ik ben niet zo onhandig.








Luier


Na vier maanden zwangerschapsverlof van haar tweede, was een collega gisteren weer terug. We hebben de hele dag naast elkaar gezeten.

“Ik vind het heerlijk om met jou te werken,” zei ze na een uurtje.

Ik voelde me gevleid en keek haar beminnelijk aan.

“Ik hoef jou geen luier te verschonen, ik hoef je niet te voeren, je schreeuwt niet door mijn telefoongesprekken heen en je trekt niet de hele dag aan mijn broekspijpen. Heerlijk,” zei ze.








Annexatie


Kijk, als in de journalistiek de tijd is aangebroken die  sinds mensenheugenis wordt vernoemd naar een langwerpig groen gewas, dan kun je twee dingen doen.

Je kunt de nieuwslat heel erg laag leggen. Maar dan loop je het risico dat je er over struikelt.

Je kunt ook net over de grens gaan shoppen. Bijvoorbeeld door nieuws mee te nemen uit plaatsen in andere provincies (of zelfs België) die pal aan de eigen Brabantse gemeenten grenzen. Maar dan schiet je als regionale omroep je doel voorbij.

Google Earth schiet ons te hulp. (Met dank aan mijn collega die zo oplettend was dat hij dit foutje zag.)








Belangrijk


”Jij schrijft wel erg veel over komkommertijd. Ik wed dat dat woord het meest voor komt in jouw archief,” zei mijn zoon toen we gisteravond in de bloedhitte weer vrolijk samen achter de computer zaten te restylen.

“Nou, volgens mij valt dat wel mee,” zei ik.

Hij tikte “komkommertijd” in. Er verscheen een bescheiden rijtje. “Hmmmm . . . ,” zei hij.

“Het gaat vaker over poezen,” hoorde ik iemand vanuit de eetkamer roepen.

Mijn zoon tikte “poes” in. Het was inderdaad een flinke rij. Hij moest lachen.

Hij tikte nog iets in en er verscheen een nog veel langere rij. Mijn zoon begon uitbundig te joelen.

Ik keek wat hij had ingeklopt: zoon.

“Nou,” zei hij, “blijkbaar zijn wij dan toch belangrijker dan de katten.”

Het is altijd goed als kinderen dat zelf ontdekken, al zijn ze volwassen.

Al met al bestaat er in het archief nu dus ook een stukje dat komt bovendrijven als je komkommertijd+poes+zoon in tikt.








Ongeremd


Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg. Dat was – kort samengevat – het parool van onze opvoeding. Niet stampen op de trap want daar zouden de buren last van kunnen hebben. Niet opvallen, niemand tot last zijn. Geen buitenissigheden. De middelmaat als norm. Heel veel middelmaat, heel veel norm. Op het normatieve af.

Ik heb er soms nog wel eens last van. Wat zouden ze van me denken? Is dit niet te opvallend? Daarom ben ik wel eens jaloers op mensen die zich ongeremd kunnen laten gaan. Mensen die gewoon lekker hun gang gaan. Zoals gisten op de Roze Maandag van de Tilburgse Kermis. Ik heb er samen met mijn oudste zoon een paar uurtjes rondgezworven om foto’s te maken. Heerlijk was dat, al die prachtig uitgedoste mensen, al die vrolijke ongeremde feestgangers. Dat zou ik niet durven.








Opfrisbeurt


We zijn begonnen aan een restyling van Stroomopwaarts, mijn zoon en ik. Niks uitbundigs hoor, we proberen eenvoud en stijl te combineren. Al pratend en schuivend in Illustrator speelden we met de mogelijkheden.

Af en toe riep Marlies dat we beter zus of zo . . . Zij en haar collega’s maken overuren om de gerenommeerde website van AVRO Klassiek te verbouwen dus dat zijn geen adviezen om in de wind slaan.

Mijn werk zit er nu op, want er moet nu geprogrammeerd worden en dat is een klus voor mijn zoon. Alles kan, zei hij. Niet alles lukt meteen, maar hij lost het op. Soms loopt hij vast en roept hij: hmmm . . . . hmmmm. . . . Dan roep ik met mijn lekenverstand: kunnen we niet een dingetje zus of een dingetje zo . . . . En dan roep hij weer: hmmm . . . . en doet hij iets wat mij te snel gaat en dan is er een doorbraakje.

Het kan nog even duren voordat ik de nieuwe lay-out kan presenteren, we hebben ieder ook nog andere dingen te doen. Maar de voorpret is al leuk.








Marie Antoinette


Nog een film-inhaalslag: Marie Antoinette van Sofia Copolla. Verwacht geen doorwrochte film over de Oostenrijkse Marie Antoinette die als pubermeisje om politiek-strategische redenen wordt uitgehuwelijkt aan de kroonprins van Frankrijk. Het is vooral een oogstrelend kostuumdrama. Oppervlakkig, maar een lust voor het oog.

De film toont met snel camerawerk en een geweldige kunstzinnigheid hoe de levenslustige Marie Antoinette (Kirsten Dunst) tot een marionet verwordt aan het hof van Versailles. Haar leven staat centraal in deze film. Ze wordt geleefd en elke poging om het protocol te doorbreken wordt in de kiem gesmoord.

Roddel, achterklap, roze taartjes en kleurrijke schoenen zijn haar leven, af een toe onderbroken door een bezorgde brief van haar moeder omdat het huwelijk nog steeds niet geconsumeerd is. Dat ligt niet aan haar maar aan de sullige dauphin (Jason Schwartzman), die liever met zijn vrienden jaagt dan zijn vrouw behaagt. Geweldige vondst vond ik dat naast de klavecimbel er veel popmuziek uit de jaren tachtig is gebruikt.

De film had wel wat korter gemogen want het hofleven is bij tijd en wijle wel erg uitgesponnen. Sofia Copolla heeft de zoveelste Marie Antoinette-film gemaakt, maar dit is een heerlijke frisse, moderne versie die beklijft.








Verzet


Politicus Jan Marijnissen heeft, volgens het Brabants Dagblad, onze verzetsmensen op hun ziel getrapt met en opmerking in Penthouse, dat de huidige situatie in het Midden-Oosten niet veel anders is dan de tijd dat het Nederlands verzet gemeentehuizen opblies om archieven te vernietigen.

Het is, volgens Marijnissen, een reactie op de bezetting van Palestina door Israël, de aanwezigheid van Amerika in het Midden-Oosten en op de steun van het Westen aan ondemocratische regimes. Het Samenwerkend Verzet protesteert daartegen want het is iets anders of je je wilt ontdoen van de Duitse bezetter of dat je vanuit de islam strijdt, zeggen ze.

Ik heb de oorlog niet meegemaakt maar wel verzetsstrijders gesproken voor een serie radiodocumentaires die we tien jaar geleden maakten. Wat me opviel was dat het heel gewone mannen en vrouwen waren die liever geen helden genoemd wilden worden. Die mensen moet je in hun waarde laten. Maar ik snap wel wat Jan Marijnissen bedoelt. De oorsprong van Hamas en Hezbollah is toch ook het verzet tegen een bezetter? Onze verzetsstrijders hadden geluk dat de wereld ingreep. Dat hebben de verzetsstrijders in het Midden-Oosten niet. Dus de reactie van de onze getuigt dit keer van een te kort lontje.








Kiere-wiet


In de vakantieperiode bewaakt de Bossche Kater B. de plantjes van buurtpoes Micky Th.








Weeffout


Welke genetische weeffout heeft onze schepper gemaakt bij mensen die hun kat adoreren als ware het hun eerste kalverliefde waarbij vlinders dartel door de buik buitelen? Het moet een uitschieter zijn geweest die elk vermogen tot objectiviteit voor felix heeft beschadigd.

Bij sommige mensen manifesteert zich die aangeboren afwijking al op jonge leeftijd. Anderen weten de liefde voor de kat lang te verbergen, bijvoorbeeld door die te verdringen met angst voor onverwachte bewegingen en scherpe klauwen. Maar uiteindelijk gaan ook zij voor de bijl.

Neem mijzelf. Drie jaar geleden was ik een angstige kattenhater en nu ben ik een zorgzame poezenvader. En ik ben er één van een grote schare. Dat bleek toen ik op Flickr een fotootje plaatste van Broer. Een plaatje van dertien in een dozijn. Maar hij voert alle polls aan, iedereen wil dat poezenplaatje hebben. Een foto van een rode kater tussen paarse bloemetjes. Het gaat mijn verstand te boven.

Waarom brengen katten toch zo’n golf van vertedering teweeg? Het zijn eigenwijze beesten die de mens alleen maar gebruiken als personeel. Ze doen wat ze zelf willen en ze trekken zich van god nog gebod iets aan. Misschien zijn we wel jaloers?

P.S. Broer blijft heel gewoon onder alle aandacht.








Appellation controlée


Komkommertijd. U kent het begrip, maar als u geen journalist bent weet u niet echt hoe het voelt. Het is de tijd waarin er in de regio bijna geen nieuws is en we onderin de vuilnisbak moeten schrapen om nog iets verteerbaars te vinden. Gelukkig is er het Agrarisch Dagblad. Dat had deze week twee leuke verhalen die ik heb kunnen regionaliseren. Goeie krant, dat Agrarisch Dagblad. Op hun vakgebied onovertroffen.

Maar het Agrarisch Dagblad heeft natuurlijk ook wel eens last van komkommertijd. Bij wijze van spreken dan , want zo’n krant heeft normaal gesproken alleen maar baat bij komkommertijd. Ik vermoed dat ze gisteren in een dipje zaten en problemen hadden het laatste gaatje in de krant te vullen. Ik denk dat toen iemand gezegd heeft: laten we aandacht besteden aan de Tour de France. En dat ze na een lange discussie de agrarische invalshoek vonden. Ik vind ‘m journalistiek gezien briljant.

Want ik lees in het Agrarisch Dagblad dat de Tourrenners vandaag door de streek van de Bresse-kip razen. Deze spierwitte scharrelkip is de enige met het appellation controlée. De kip wordt na een maand of vijf geslacht. Dat is dan weer de schaduwzijde van dit goede nieuws.








Guantánamo


Inhaalslag, want ik ben nu pas naar “The Road to Guantánamo” geweest. De film over immigrantenvrienden uit Engeland die in Pakistan zijn voor de trouwerij van één van hen als de oorlog uitbreekt in Afghanistan. Ze laten zich meeslepen en gaan er heen om slachtoffers te helpen, raken verzeild tussen de Taliban-strijders, worden opgepakt en eindigen als vermeende Al Qa’ida-terroristen in Guantánamo Bay. Een hel waar ze na een aantal jaren uit vrijgelaten worden.

Winterbottom en Whitecross hebben een eenzijdige, documentaire registratie gemaakt van het verhaal van de jongens, zonder wederhoor. Dat verhaal kun je geloven of niet. Ik vind het moeilijk te geloven dat iemand naar Pakistan reist voor een bruiloft en dan opeens zonder nadenken naar een oorlogsgebied in Afghanistan gaat. Ik vond dat zwak uitgewerkt.

Maar daar was het Winterbottom schijnbaar niet om te doen. Hij zette vooral in op de mensonterende behandeling van de jongens door de Amerikanen. En dat was toch schokkend, ondanks talloze voorbeelden in de wereld (veraf en dichtbij) van mensen die zich misdragen zodra ze de macht hebben.

The Road to Guantánamo is een interessante film die weliswaar veel vragen onbeantwoord laat, maar die aantoont hoe de mens de weg kwijt kan raken als hij zich laat meeslepen door massapsychose.








Israël


Je kunt van Israël zeggen wat je wilt, ze weten aandacht te trekken. Hun Knesset vergadert op zondag, op de dag die in de beschaafde wereld een rustdag is. Zo zijn de Israëliërs er altijd van verzekerd dat de besluiten van hun parlement in de westerse journaals breed worden uitgemeten bij gebrek aan ander nieuws.

En Israël redt de komkommertijd door de ontvoering van drie onderdanen te vergelden met de vernietiging van een buurland. Weer vullen de krantenkolommen zich moeiteloos met de daadkracht van Gods uitverkoren volk. Nou ja, vandaag wordt dat dan even doorbroken door het afgelasten van de Vierdaagse van Nijmegen omdat er twee doden zijn gevallen onder de tienduizenden mensen die vrijwillig met deze temperaturen tientallen kilometers per dag gingen lopen over een kale dijk. Gelukkig gaan de feesten door.

De inwoners van Libanon zien intussen hun land en families verwoest worden, ze zijn op de vlucht voor raketten van Israël en Hezbollah. Goddank zijn de westerlingen op ordentelijke wijze uit het land geëvacueerd. Hoewel, ordentelijk: één van hun bussen heeft bij de grens vijf uur stilgestaan zonder airco. Schande!

Tja, een andere gemoedstoestand dan cynisme over deze constante in de wereldgeschiedenis komt niet over mij.








United 93


Gisteravond de film United 93 gezien van Paul Greengrass. Het is het verhaal van het vierde vliegtuig dat op 9/11 werd gekaapt. De kapers wilden het laten neerstorten in Washington, maar dankzij ingrijpen van de passagiers stortte het neer in een weiland. Alle inzittenden kwamen om, maar ze voorkwamen een grotere ramp.

Ik vond het een indrukwekkende film. Het is een recht-toe recht-aan verslag van vlucht United 93, dat begint met de kapers die een laatste gebed uitspreken voordat ze op weg gaan. Daardoor weet je dat het geen gewone vlucht wordt, want daarna zie je de passagiers inchecken, de vliegtuigcrew routinehandelingen uitvoeren en de luchtverkeersleiders hun werk doen, als was het een bedrijfsfilm.

Ik keek 111 minuten naar mensenwerk zonder opsmuk. Ook als de passagiers besluiten in te grijpen gaat dat zonder Hollywood-heroïek. Dat vond ik de kracht van de film. Greengrass heeft goed gegrepen dat de gekende afloop zijn eigen spanning creëert.

In hun laatste minuten bidden de passagiers tot hun christelijke God om redding en roepen de kapers Allah aan om hun missie te laten slagen. De kloof tussen de islamitische en westerse wereld werd indringend duidelijk. Dat vond ik het meest beklemmende aan deze sterke film.








Onwrikbaar


Jarenlang heeft hij mij achtervolgd, Sjoerd. Sjoerd was pedofiel. Hij had het niet op mij persoonlijk gemunt, ik was geen kind meer. Hij vond mij interessant omdat ik journalist was en hij wilde via mij zijn verhaal kwijt. Na een kwartiertje werd mij duidelijk dat hij geen persoonlijk verhaal wilde vertellen maar een pleidooi wilde houden voor pedofilie. Daarmee was hij bij mij aan het verkeerde adres. Ik vind dat volwassenen met hun vingers van kinderen af moet blijven, alle mooie verhalen over goede en liefdevolle relaties ten spijt. Het is een onderwerp waarover ik onwrikbaar ben.

Ik heb het wel aan collega’s voorgelegd want ik wilde geen censuur bedrijven. Niemand had trek in dit verhaal. Sjoerd heeft mij nog heel lang daarna gebeld om toch zijn zin te krijgen. Maar onwrikbaar is onwrikbaar.

Vandaag las ik dat de rechter de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit (in de volksmond de pedofielenpartij) niet zal verbieden. De partij heeft net als andere politieke partijen bestaansrecht. Kijk, dat is nou het mooie van democratie. Maar ik zou eerlijk gezegd geen traan gelaten hebben als de rechter de partij wel had verboden. Want als het over pedofilie gaat ben ik onwrikbaar.








Uitgeteld




                                                           De lange hete zomer van 2006








Herculesramp


Het is vandaag precies tien jaar geleden dat de Herculesramp gebeurde. Op vliegbasis Eindhoven stortte toen een Hercules transportvliegtuig neer. 34 jonge mensen, leden van het Fanfarekorps van de Koninklijke Landmacht, kwamen om het leven. Ik kan niet beschrijven wat dat betekent voor de nabestaanden, dat gaat mijn verstand ver te boven. Journalistiek gezien herinner ik me die gebeurtenis als de meest aangrijpende uit mijn loopbaan.

Het gebeurde om even over zes uur ’s avonds. Ik was net thuis aan tafel gegaan toen de telefoon ging. Een collega vertelde me dat er een vliegtuig was verongelukt. Verder wist hij niks, maar voor de zekerheid vroeg hij mij weer te komen werken. Vijf minuten later was ik terug in de studio, waar het al een heksenketel was, vooral omdat niemand wist wat er precies gebeurd was en iedereen bezig was informatie te verzamelen.

Ik was toen programmaleider en heb iedereen van mijn redactie opgetrommeld en naar strategische plekken gestuurd. Mondjesmaat kwam er informatie binnen. Er zouden nogal wat mensen in dat transportvliegtuig zitten maar niemand wist er het fijne van. De militaire basis was hermetisch afgesloten en defensie zweeg in alle talen.

Ik geloof dat het ongeveer kwart voor acht was toen onze verslaggeefster, die wij in een ziekenhuis hadden geposteerd, zich meldde. Eén van de artsen die naar het rampterrein was gestuurd was al terug, vertelde ze. Hij was behoorlijk overstuur en had tegen zijn collega’s gezegd dat hij niks meer kon doen. Alle inzitten waren dood. Het waren er tientallen. Dat moment waarop zij dat tegen mij vertelde en wij besloten haar dat op zender te laten vertellen was voor mij het meest emotionele van de hele avond.

De Herculesramp heeft ons nog jaren daarna bezig gehouden niet in de laatste plaats door elkaar tegensprekende rapporten over de oorzaak en de schuldvraag. De laatste jaren is het geen onderwerp meer. Ik heb er eigenlijk nooit op gelet, maar nu het tien jaar geleden is viel mij opeens een doos in een kast op de redactie op. Het is de kartonnen doos waarin een deel van ons dossier Herculesramp zit. Voor ons is de ramp geschiedenis, opgeborgen in een kartonnen doos. Voor al die nabestaanden is het nog steeds een schrijnende wond die ze dagelijks voelen.








Gewonnen


Journalisten en hun commerciële collega’s. ’t Is meestal water een vuur. Bij de krant beweren ze dat ze de achterkanten van elkaars pagina’s mogen vullen. Met de nadruk op mogen. Journalisten vinden dat zij het succes van een medium bepalen. De commerciële collega’s vinden dat zij degenen zijn dankzij wie die journalisten een boterham verdienen.

Hoe dan ook, in het toenemende geweld om de kijk- en luistercijfers krijgen de afdelingen marketing een steeds belangrijker rol. Het moet allemaal flitsender, flitsender en nog flitsender. Ook onze omroep ontkomt daar niet aan en steeds vaker hoor ik collega’s klagen dat het dictaat van de marketing veel te groot is.

En om het allemaal leuker te maken worden er steeds meer spelletjes in de programma’s gepropt. En het wordt steeds doller. Konden de mensen vroeger een CD’tje van een Brabantse zanger winnen, tegenwoordig geven zelfs onze journalisten auto’s weg, al waren ze Fred Oster zelf. Voordat iemand over de rooie gaat: die auto’s betalen we niet van de publieke middelen.

Eén van de journalistieke collega’s die ook nog stamt uit de tijd dat de scheiding tussen journalisitiek en commercie heilig was, was vanmorgen met een serieus onderwerp bezig. Hij belde daarvoor iemand op. En het eerste wat die persoon aan de andere kant van de lijn vroeg, toen hij hoorde dat er iemand van Omroep Brabant belde, was: hè, heb ik iets gewonnen . . . . . . .?

En voor zo’n vraag ben je dan twintig jaar een geëngageerde journalist.








Gevaarlijke hond


We doen wel eens flauw over politici en bestuurders, maar die hebben het heus niet makkelijk hoor. Echt niet. Altijd maar in de schijnwerpers, altijd maar die hijgende journalisten in je nek, altijd maar dat volk dat je op verjaardagsfeestjes belachelijk maakt. En elke keer als jij lange termijnbeleid wilt maken melden de mediae weer incidenten waar jij achteraan moet hollen. Zo kun je natuurlijk nooit werken aan het welzijn van toekomstige generaties.

Gelukkig zijn er nog genoeg voorbeelden van besturen die zich wel bezig houden met het algemeen belang op termijn. Neem nou burgemeester en wethouders van de schone Brabantse peelgemeente Someren. Die hebben ons deze week bericht dat zij het navolgende besluit hebben genomen: “Aanwijzen gevaarlijke hond”. Kijk, dan hebben we het ergens over.

Ik heb er eens even over gebeld want het is komkommertijd. De gevaarlijke hond bleek aan de Kanaaldijk te wonen en hij had een paar andere hondjes gebeten. En dan is het zo dat burgemeester en wethouders over kunnen gaan tot de maatregel “aanwijzen gevaarlijke hond”. Bello moet dan verplicht aan de lijn en een muilkorf om. Simpele maatregel, buurt weer voor jaren veilig.

En wat denkt u van de jeugdgemeenteraad van Mill. De jongeren hebben tijdens hun vergadering een aantal besluiten genomen waar wij straks met z’n allen van profiteren. Nou ja, vooral de inwoners van Mill dan. Zo lezen wij: Stijn Venrooij neemt, wanneer het genoeg vriest om een ijsbaan aan te leggen, contact op met de buurtverenigingen en afdeling Ruimtelijk Beheer. Stijn jongen, doe je vaderlandse plicht!

Er is hoop voor de toekomst van bestuurlijk Nederland.








Hubert Lampo


Ik ben in mijn leven één keer uitgelachen door enkele Belgische collega’s van wat toen nog de BRT heette. We zaten gezellig aan een diner en kwamen te spreken over literatuur. Eén van de collega’s was literatuurcriticus bij de BRT. Ik vertelde dat ik fan was van hun schrijver Hubert Lampo. Ze verslikten zich collectief in hun varkenshaasje. Hubert Lampo, zeiden ze, was schrijver van keukenmeidenromans. Ze hadden gedacht dat een Nederlandse journalist wel een betere smaak zou hebben. De Belgische collega’s hebben nog tot aan het dessert uitbundig geschampt op de literaire smaak van de simpele Hollander die ik in hun ogen plotseling was geworden.

Zojuist las ik dat Hubert Lampo is overleden. Hij was al 85. Lampo schreef magisch-realistische romans. De bekendste is “De komst van Joachim Stiller”. Zijn oeuvre beslaat een halve plank van mijn grote boekenkast. Ik heb zojuist nog eens naar de ruggen van de boeken gekeken en las willekeurig een paar titels: Wijlen Sarah, Silberman, De eerste sneeuw van het jaar, De geheime academie, De goden moeten hun getal hebben, Elfenkoningin, De prins van Magonia. Ik heb ze allemaal verslonden. Ik ben een groot liefhebber van magisch-realisme.

Ik ontdekte Lampo eigenlijk vrij laat. Zijn boeken brachten mij in een moeilijke periode in mijn leven eventjes in een andere wereld. Ik kon er in wegvluchten, zoals ik ook wegvluchtte in de boeken van Garcia Marquez. Twee auteurs die ik overigens niet zou willen vergelijken. Het zijn aparte grootheden.

De boeken mogen dan volgens de toenmalige literatuurcriticus van de BRT keukenmeidenromannetjes zijn, ik heb er van gesmuld. En daarom kan ik het als simpele Hollandse journalist niet nalaten om Hubert Lampo op deze plek de eer te bewijzen die hij volgens mij toekomt. Gelukkig hebben in de loop der jaren velen hem lof toegezwaaid. Nou ja, behalve die sukkels van de Vlaamse staatsomroep dan . . . (lees meer)








Keesje


Deze week heb ik nog eens aan mensen de anekdote van Keesje verteld. Later zag ik dat ik u die nog heb onthouden. Ik zeg er wel bij dat het al jaren geleden is.

Wij hadden een buitengewoon goede radiopresentatrice in dienst. Op een dag nam ze ontslag om zich als begrafenisondernemer te vestigen. Af en toe kwam ze nog eens langs in de studio omdat ze iets nodig had of gewoon om te buurten.

Ik zag haar aan de balie staan praten met de telefonistes en ging naar haar toe om te vragen hoe het ging. Het ging uitstekend, zei ze. De zaken liepen boven verwachting. Ze kon het werk nauwelijks aan. Altijd druk, druk, druk. Daarom ging ze er nu meteen vandoor, want Keesje wachtte.

“Keesje?”, vroeg ik.

“Ja”, zei ze. “Een doodgeboren jongetje. Dramatisch verhaal. Vertel ik nog wel een keer.  Daarmee ben ik op weg naar de aula.”

“Op weg? , vroeg ik.

“Ja, hij ligt in mijn auto. In een mandje,” zei ze. “Ik kan zo’n kinderlijkje natuurlijk niet te lang onbeheerd in mijn Pandaatje laten liggen.”

“Tuurlijk niet”, zei ik.

Logisch dat ze niet langer kon blijven. Een Pandaatje is geen auto om een babylijkje al te lang in te laten liggen.








Soms . . .


Soms kan ik heel arrogant zijn. (Mijn vrouw denkt nu: soms???). Soms heb ik de balen van al die volkse types die zo gehersenspoeld zijn door realityprogramma’s dat ze denken dat een TV-ploeg uitrukt voor elke scheet die dwars zit. Soms zou ik mensen die proberen ons voor hun rammelende karretje te spannen zeurpieten willen noemen. Maar dat doe ik niet. Ik blijf beleefd en doe mijn werk en blaas hier dan een beetje stoom af. Sorry dat ik u daar soms in meesleep.

In Oss brandde zondag een huis uit. Vreselijk, daar is niks op af te dingen. Gisteren belde een mevrouw die zei dat het getroffen gezin door de woningbouwvereniging in de steek werd gelaten. De slachtoffers hadden tijdelijk een ander huis aangeboden gekregen, maar dat lag aan de andere kant van de stad. Dat konden ze natuurlijk niet accepteren. Met als gevolg dat die mensen nu geen dak boven hun hoofd hadden. En ze konden nergens heen want ze kenden niemand in de stad.

En dat, meneer de journalist, terwijl er naast haar (de beller) een huis leeg stond waar dat gezin direct in zou kunnen. Maar dat verrekt de woningbouwvereniging aan hen te geven omdat dat huis net aan iemand anders is toegewezen, meneer. Hoogste tijd dus dat er een TV-ploeg richting Oss kwam om deze misstand aan de kaak te stellen.

Een paar telefoontjes en wat onderzoek leverde een genuanceerder verhaal op. Het gezin met vijf kinderen is direct na de brand ondergebracht in een hotel. De volgende morgen heeft de woningbouwvereniging de mensen een groot vervangend huis aangeboden aan de andere kant van de stad. Dat wilden ze niet omdat ze dat te ver van de school van de kinderen vonden. Dat kon de woningbouwvereniging begrijpen. Daarom is er diezelfde dag een ander huis aangeboden, dichter bij school. Daar zouden ze een paar maanden kunnen wonen totdat hun eigen huis weer was hersteld. Dat huis weigerden de gedupeerden omdat het maar drie slaapkamers had.

Vervolgens kwamen ze zelf met het buurhuis van de beller op de proppen. Dat is inderdaad net vergeven aan mensen die ook al lang op de wachtlijst stonden. Maar, de woningbouwvereniging heeft die mensen gevraagd of zij nog een half jaartje geduld wilden hebben. Die kandidaat-huurders willen twee dagen over dat verzoek nadenken.

Toen ik de dame die mij belde dit verhaal voorlegde bond ze in. Ja, ja, ja . . . maar het blijft natuurlijk verschrikkelijk dat die slachtoffers van de brand dus nog twee dagen in onzekerheid moeten zitten, zei ze. Ze moeten namelijk altijd het laatste woord hebben. De vrouw was toch blij dat ik iets had bereikt. Toen ik haar vroeg wat ik dan had bereikt zei ze dat de druk op de woningbouwvereniging nu flink was opgevoerd.

Ik heb mijn schouders maar opgehaald en besloten dat ik de rest van de dag niets meer met het volk te maken wil hebben. Ja, zo arrogant kan ik zijn . . . Morgen mogen ze weer allemaal bellen, want van elke tien tips is er altijd wel één van goud.








When the living is easy . . .




Een veel gehoord verzoek van collega’s is dezer dagen: kun je even testen of mijn automatische mailbeantwoorder het doet? Gelukkig, hij doet het. Dat is het moment waarop de vakantie echt begint: als de Afwezigheidassistent de beantwoording heeft overgenomen.

Wij blijven de hele zomer op onze post. Daar is niks vervelends aan hoor, wij gaan buiten het seizoen. Dit jaar gaan we voor het eerst niet meer drie of vier weken achtereen naar Italië. We gaan wat vaker en korter. Twee keer een weekje naar een willekeurig buitenland, één keer twee weken naar Italië en dan nog twee keer een lang wandelweekend in eigen land.

Zo leef je voortdurend met het gevoel dat je binnen afzienbare tijd alweer een leuk uitstapje hebt. Want ook onze wandelweekenden voelen als vakantie. Bovendien is het heel gevarieerd. Zo loop je in één jaar op de markt van Banjul in Gambia, op de Gratlspitz in Tirol, studeer je Italiaans in Gubbio en slaap je een uurtje onder een boom in Twente.

Dat laatste is voor mij de ultieme ontspanning. Tijdens een flinke wandeling een uurtje plat in het gras in de schaduw van een boom. Kauwend op een grassprietje met geen ander geluid dan het ritselen van de bladeren en een opgewonden leeuwerik. Laat mij dan maar liggen . . . .








De vijfde haring


Voor mijn vissalade heb ik vier haringen nodig, maar er gaan er altijd vijf in. Probeert uit maar eens vier haringen te kopen. Dat gaat niet, zonder dat u het gevoel hebt dat u een dief van uw eigen portemonnee bent.

Wie namelijk bij de vis- en palingkoning en/of de vis- en palingkoningin vier haringen bestelt krijgt steevast te horen: vijf is goedkoper. Vijf haringen zijn niet goedkoper dan vier haringen. Neen, het is een aanbieding. De vijfde haring kost minder dan zijn vier broertjes en zusjes. Vraag me niet waarom, het is zo. Altijd, bij elke visboer, of hij nou van koninklijken bloede is of niet.

Ik heb wel eens drie haringen besteld in de hoop dat de vis- en palingkoning of zijn gemalin zouden zeggen dat vier goedkoper zijn. Geen sprake van. Ik kreeg gewoon drie haringen. En dat is te weinig voor de vissalade. Dus ik zei dat ik ze nogal klein vond en dat ik er bij nader inzien toch liever vier had. Ik wilde niet de indruk wekken op een koopje uit te zijn. De vis- en palingkoning zei dat ik er dan beter vijf kon nemen.

De aanbieding geldt ook alleen maar voor haringen. Bestel ik vier forellen, vier zalmmoten of vier roodbaarsfilets dan doen de man of de vrouw in de kraam mij nooit die lucratieve aanbieding van vijf voor de prijs van vier en een half. Waarom, in Neptunus’ Naam, is alleen elke vijfde haring goedkoper?








Namen, toegift (3)


De laatste tijd heb ik weer wat namen gelezen en van anderen gekregen die in mijn verzameling passen. Het is dus tijd voor een kleine update.

In een TV-item over zoenen werd een zoendeskundige opgevoerd. Haar naam was mevrouw Zuurmond. Je bedenkt het niet . . .

Vorige week was er een grote brand in een papierfabriek in Breda. Die hadden een mevrouw afgevaardigd die vertelde hoe erg dat was. Haar naam was mevrouw Rook.

De regionale krant BN/De Stem in Breda had een interview met een man die bijzondere koeien exporteert naar Rusland. De heer Schaap.

In schril contrast daarmee staat mevrouw Wolf die blijkens een artikel in een agrarisch blad schapenhouder is.

Voor wie later bij dit weblog is ingeschakeld. Ruim een jaar geleden heb ik elke zaterdag een bijdrage gepubliceerd uit mijn namencollectie. Mensen die een beroep hebben dat al dan niet bij hun naam past. Als u bij zoeken het woord namen in tikt komt u ze vanzelf tegen.








Fietspad


De uitspraken van de Raad van State zijn de lastigste om te doorgronden. Die zijn natuurlijk zo moeilijk omdat er juridisch geen speld tussen te krijgen mag zijn. De Raad van State is ons hoogste rechtscollege en voor veel mensen de laatste strohalm in hun strijd tegen de overheid. Dan mag er niets voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn.

Vandaag las ik voor het eerst een uitspraak waar ik indirect bij betrokken ben. En ik vind die uitspraak gelul. Sorry dat ik het zeg.

Het zit zo. In de gemeente Best heeft zich een sloopbedrijf gevestigd. Dat heeft een deel van het terrein verhuurd aan een bierbrouwer. Ja, die van de leeuwenhose. Alle vrachtwagens van beide bedrijven maken gebruik van een weg die niet méér is dan een veredeld fietspad. En over dat weggetje fiets ik elke dag.

Het asfalt en de bermen zijn door de vrachtwagens helemaal aan gort gereden. Fietsers moeten slalommen tussen de gaten en de scheuren en ze worden voortdurend de berm in gedwongen door die enorme sloop- en bierwagens.

De gemeente Best neemt het op voor de fietsers en wil het weggetje nu afsluiten voor vrachtwagens. Het sloopbedrijf heeft dat aangevochten bij de Raad van State en het bedrijf heeft het voorlopig gewonnen. Er is, schrijft de Raad, toch geen ongeluk gebeurd met een fietser.

Nee, dat niet, maar die deftige staatsraden in Den Haag weten niet met welk gevaar voor eigen leven die fietsers zich elke dag over dat weggetje worstelen.

En zo ga je toch eens heel anders tegen die uitspraken aan kijken. Het is in ieder geval goed voor je journalistieke inlevingsvermogen.








Brief van Ali (12)


Beste mensen,

Als wij vanuit ons dorp in Nederland aankwamen, mensen in Holland waren heel blij. Wij woonden in mooi pension en werkten hele dag in fabriek van kippenslachterij. Was nog geen inburgeringscursus in 1976. Was wel cursus nederlandse taal van volks universiteit. Was mooi volks universiteit. Alle mensen konden alles leren, taal schrijven , water verfschilderen en bloemen schikken.

Met twee vrienden gingen wij in klas van volks universiteit voor cursus nederlandse taal spreken. In klas was meneer met heel kort haar en tuinmannenbroek. Dat is voor bloemen schikken zei Mohammed, maar was geen meneer maar mevrouw voor nederlandse taal les. Was toen heel moderne mevrouw in Holland.

Was heel aardige mevrouw die ons heel belangrijke ding leerde en twee moeilijke woorden: humor en relativeren. Mevrouw in tuinmannenbroek zei mensen moeten niet zichzelf al te serieus nemen, moeten ook een beetje lachen. Dat is beste manier voor integreren. Mevrouw zei altijd: allochtoonse mensen zijn goed in nederlandse taal als zij grapjes in nederlandse taal kunnen maken.

Wij maken nu veel grapjes in nederlandse taal ook over nederlandse politiek. Mevrouw Yildiz maakte ook leuk grapje: “Kabinet van meneer Balkenende is gevallen maar gaat gewoon door. Was dus eigenlijk niet echt val maar fopduikje. Meneer Balkenende moet gele kaart.”

"Was schwalbe," zei Mohammed. Hij heeft veel geleerd van familie in Duitsland. Wij moesten zo hard lachen dat mevrouw Yildiz thee knoeide op tapijt.

Ik denk mevrouw in tuinmannenbroek zou heel trots zijn op ons.

Groeten,

Ali Yildiz








Psycholoog




Weet je wat het is met de mensen? Ze zijn zo onvoorspelbaar. Nou hadden ze weer bedacht dat ik even mooi moest gaan zitten bij de plantjes. Hij kleurt zo mooi bij die paarse bloemen hoorde ik haar zeggen terwijl hij met een fototoestel in de weer was. Echt waar: ik kleur mooi bij de plantjes. Je gelooft het toch niet.

Maar, ik wil het eigenlijk over iets heel anders hebben. In krant stond vanmorgen dat de kat een heel gevoelig type is. “Tell me something new . . .”, zei ik tegen Poes. “Komkommertijd zeker,” zei Poes. Dat heeft hij de baas eens horen zeggen en dan gaat hij dat een beetje lopen na-apen, de wijsneus.

Het ging over een kattenpsycholoog. Alsof mensen ons ooit kunnen doorgronden. Kattengedrag is ingewikkeld, zegt die man. Wij zouden vage tekens geven. Wat een onzin. Als wij naar buiten willen beginnen wij het kattenluik te slopen. Moet jij eens opletten hoe gauw de baas het slot er af doet. En als we willen eten gaan we een beetje tegen z’n benen lopen schurken. Net zo lang tot hij z’n nek breekt en de bakken gaat vullen. En als wij denken dat het tijd is om een beetje te dollen dan gaan wij voor z’n voeten op onze rug in de weg liggen. Niks vaags aan. Nee, wij zijn hele duidelijke katten.

Nou, ik ga Poes maar eens een beetje vervelen want wij zijn gek op spelletjes zegt die psycholoog.








Ambtenaren


Ambtenaren zijn al sinds de uitvinding van de raadspensionaris en de tollenaar doelwit van spot en hoon. Ze maken het er ook zelf naar. Vorige week belde ik naar de communicatieafdeling van de gemeente Helmond. Het hoofd vertelde mij met ingeblikte stem dat derluiden het journaille niet te woord konden staan vanwege het kerstreces. Pas op 2 januari wordt er in Helmond weer gecommuniceerd. Dat wil ik ook wel: een half jaar kerstfeest vieren in mijn bloemetjesbermuda.

Ambtenaren schrijven ook de meest wonderlijke teksten. Ze hebben met hun soms ondoorgrondelijke notities en voorstellen een geheel eigen wereld geschapen waar een gewone sterveling nooit kan binnendringen. Ik denk dat dat ook de bedoeling is. Zo ontdekt de man in de straat niet hoezeer de auteurs van dat proza zichzelf en hun werk met valse lucht opblazen.

Neem nou de kwestie van het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan, het PVVP voor intimi. Alle Brabantse gemeenten moeten daar hun mening over geven. Deze week bereikte ons de mening van de ambtenaren van Sint Oedenrode. Die bestond uit drie punten. En wat lezen wij onder punt 1: “aangeven dat de rapportage ingewikkeld in elkaar zit en daardoor lastig te lezen is.” Dit land is gedoemd ten onder te gaan nu ze elkaar niet meer begrijpen.

P.S. Nog effe een tip in deze komkommertijd. In West Brabant begint iemand een callcenter met louter gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Zelfs bedlegerigen kunnen bij het bedrijf gaan werken. Bellen kun je ook vanuit je bed, nietwaar? Dus als u tijdens de maaltijd geplaagd wordt door zo’n bellende colporteur, kijk dan uit wat u zegt. Een opmerking als “krijg de ziekte”, kan u zomaar ongewild in een pijnlijke discussie trekken met iemand die roept: “die heb ik al . . .”.










Boek


Als je vroeger op school goed opstellen kon schrijven zeiden de mensen dat je journalist moest worden. Tegen mij hebben ze dat nooit gezegd. Ik kon geen opstellen schrijven. Ik herinner me dat wij eens een opstel moesten schrijven met als basisgegeven “De Oppas”. Aan mijn 16-jarige puberbrein ontsproten allerlei fantasieën over mijzelf en een oppas, een onbereikbaar meisje van achttien. Maar het blad op mijn bureau bleef maagdelijk wit want ik durfde het niet met mijn zwarte gedachten te bezoedelen.

Nu hoor ik mensen soms zeggen: je moet een boek gaan schrijven. Ik ben dan gevleid, maar ik prakkiseer er niet over. Mijn leven is niet interessant genoeg om driehonderd pagina’s over vol te schrijven en het ontbreekt mij aan voldoende fantasie om iets boeiends bij elkaar te verzinnen.

Ik zou het willen hoor, een boek schrijven. Graag zelfs. Het lijkt me fantastisch iets na te laten dat eeuwigheidswaarde heeft. IJdelheid is mij niet vreemd anders zou ik ook geen weblog hebben. Maar ik ben een verslaggever pur sang, geen romanschrijver.

Vrijdag had ik een lang en intensief gesprek met mijn oudste zoon. Niks ernstigs, gewoon een goed gesprek. Zijn leven duurt nu precies half zo lang als het mijne, maar hij heeft meer hulpverleningstrajecten doorlopen dan de gemiddelde Nederlander die een keer zo oud is als ik.

Hij is nu bezig met een therapie waar hij enthousiast over is. Voor het eerst. Hij vertelde me dat hij alle sessies op een MP3-speler opneemt. Toen ik vroeg waarom hij dat doet zei hij dat hij ze nog eens terug wilde luisteren en dat hij er over dacht een boek te gaan schrijven over zijn ervaringen in het circuit. Ik weet dat hij heel goed kan schrijven Eerlijk gezegd hoop ik dat hij doorzet. Want wat zou het mooi zijn als onze familie een boekenschrijver voort zou brengen.








Meneer Blokker


Niemand heeft het ooit aan mijn gevraagd, maar als iemand het zou vragen, dan zou ik zeggen: ik vind Jan Blokker de beste columnist van Nederland. Ik schrijf Jan Blokker omdat hij zelf zijn columns met die naam ondertekent en de combinatie van die twee woorden een handelsmerk is geworden, maar ik zeg liever meneer Blokker. Hij had mijn vader kunnen zijn en mij is geleerd dat vaders met respect behandeld dienen te worden.

Meneer Blokker is acuut gestopt als columnist van de Volkskrant. Gisteren werd zijn laatste bijdrage gepubliceerd. Als ik het goed begrijp had hij ruzie met een boekhouder. Elke journalist weet dat er aan elk verhaal altijd twee kanten zitten dus de boekhouder zal ongetwijfeld ook een beetje gelijk hebben. Toch herken ik het wel. De journalistiek wordt tegenwoordig niet meer geregeerd door idealisten met een roeping maar door boekhouders en kijkcijferfetisjisten.

Ik vind het verdomd jammer dat meneer Blokker is gestopt. Als ik de Volkskrant op sla lees ik altijd eerst het openingsartikel op de voorpagina, dan meneer CA (MU kan mij niet boeien) en dan meneer Blokker. Hoofdredacteur Pieter Broertjes schrijft dat het vertrek als een amputatie voelt. Waarom zou ik een beter woord zoeken als hiermee mijn gevoel precies wordt weergegeven?

Meneer Blokker was de laatste oude azijnpisser in de Nederlandse journalistiek. Toen mijn generatie leerling was, was hij één van de voorbeelden. Ik lees hem al dertig jaar met wisselend plezier maar altijd met groot respect. In zijn laatste column vertelt hij hoe de Volkskrant de laatste decennia van kleur is verschoten. In die twee kolommetjes, rechts onderin op pagina 3, beschrijft hij in feite de recente geschiedenis van de hele Nederlandse journalistiek. Ook nu herken ik mijn eigen gedachten in het stuk van meneer Blokker, zoals ik dat zo vaak heb gedaan. Hij irriteert zich bijvoorbeeld aan de apekool van bloggersproza, die door de Volkskrant ver boven z’n importantie is verheven. Dat is ook mijn stokpaardje.

Als ik had gelezen dat meneer Blokker dood was zou ik misschien geen traantje hebben weggepinkt. Dan had ik geaccepteerd dat mij bij het openslaan van de drie niet meer de azijnlucht toewalmt. Nu moest ik wèl even slikken. Want theoretisch kan daar nog steeds een stukje van meneer Blokker staan.

Meneer Blokker zal dit logje nooit lezen, want hij houdt niet van apekool. Ik houd wèl van U, meneer Blokker.








Tour de France


Als we het hele probleem nou eens op z’n Hollands oplossen dan zijn we van het gezeik af. We gedogen het gebruik van stimulerende middelen en bloedtransfusies. Natuurlijk met de beperking dat de bloedtransfusies wel achter de rennerstent mogen plaatsvinden maar niet in de tent anders komen we natuurlijk in de knoop met de internationale regels.

En dan veranderen we de regels zodanig dat degene die in Parijs aankomt met het minste epo in zijn bloed de winnaar is.

Ach, het leven kan zo simpel zijn.





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed