Mars
Het moet in de tijd geweest zijn dat ik nog voldeed aan het stereotiepe beeld van een journalist: morsig, bier drinkend en gehaktballen etend aan de bar van Het Schaap in Barneveld. Ja, dat moet het moment geweest zijn waarop ik de legendarische woorden sprak: “het zou beter zijn voor het land als het door uitsluitend vrouwen wordt geregeerd. Ze kennen geen haantjesgedrag en dankzij het moederinstinct hebben ze meer oog voor de sociale noden van de mens.” Het was de tijd van Lubbers.
Nu, zoveel jaar later kan ik maar twee verklaringen bedenken voor die uitspraak: ik was nog te jong om verstand van vrouwen te hebben of de vrouwen zijn veranderd. (De gedachte dat ik te veel gehaktballen at werp ik verre van mij.) Mag ik ter mijner verdediging aanvoeren dat het ook de tijd was dat een vrouw uit mijn omgeving voor het eerst naar een emancipatiebijeenkomst ging en in de gang naar het achterafzaaltje merkte dat ze haar keukenschort nog aan had. Ik heb beloofd dat nooit aan iemand te zullen vertellen, maar ik verklaar de gebeurtenis voor verjaard.
In de kabinetscrisis spelen drie politica een hoofdrol: Ayaan, Rita en Lousewies. Het zijn alledrie ambitieuze vrouwen en ze zijn bereid over lijken te gaan. Zelden heb ik groter haantjesgedrag gezien dan de afgelopen tijd bij deze dames. En waar waren de mannen? De mannen waren de regie kwijt. Machteloos. Is het woord gedegenereerd hier al op z’n plaats?
Ik zou de hele kwestie graag vanuit dit perspectief duiden, maar ik acht mezelf daarvoor niet capabel. Ik kom van Mars.
Dames, mag ik u uitnodigen te verklaren waarom ik het aan de bar van Het Schaap helemaal mis had?
Puk en Muk
“Zo pratend en lachend kwamen ze aan een lastig stuk. Overal hoog gras en dikwijls daartussen kleine doornstruiken. Lekker lopen is anders, vooral voor de dragers. Maar die negers kunnen wel iets hebben. Die hebben geen juffrouwenvoetjes. De zolen van de negervoeten zijn vereelt. (…) En dat is maar goed ook. Hoe zouden ze anders zonder verwondingen zulk een tocht kunnen maken.” (Uit Puk en Muk door Afrika).
Op haar vereelte voeten kwam ze een aantal jaren geleden naar Nederland. Ze maakte een bliksemcarrière en schopte het tot lid van ons nationale parlement. Ze schudde het integratiedebat op en bracht ons in verwarring. Ze maakte een film, die één van onze beste cineasten het leven kostte. Loog over haar naam. Een leugen die een leugen bleek. En ze slaagde er indirect in om een heel kabinet op te blazen. Ze wordt een ijzersterke vrouw genoemd.
Rita Verdonk dacht dat ze net zo sterk was en probeerde in haar voetsporen te treden. Maar haar Hollandse juffrouwenvoetjes zonken steeds verder weg in het hoge gras. Want alleen met vereelte voeten kun je zonder verwondingen zulk een tocht maken.
“Kleinzerig zijn de negers helemaal niet. Sommigen vertrokken nog geen spier, al werden de doeken uit de etterwonden getrokken. (..) Daarom zei Oom Sam: “Puk en Muk, ik geloof dat jullie van die zwarte krullekopjes nog wel iets kunt leren.” (Uit Puk en Muk door Afrika).
Nachtmerrie
“We hebben een een probleem”, zei de chirurg tegen de oude Jacob.
Altijd als hij zegt dat WE een probleem hebben, blijk ik de enige met een probleem, dacht de oude man.
“Recht voor z’n raap graag,” zei Jacob. Na zo lang dokteren kon hij tegen een stootje.
“Ik heb een offerte gemaakt van de operatie en die kost meer dan tachtigduizend euro,” zei de chirurg.
Jacob hoorde zijn laatste uur slaan, maar in een reflex vroeg hij: “hoeveel meer?”
“87.000 euro, om precies te zijn," zei de man in de witte jas. Hij pakte door: “En u weet dat operaties maar tot 80.000 euro per verwacht levensjaar vergoed worden. En wij kunnen natuurlijk geen garantie geven.”
Ik ben al blij als ik een uur na jou ingreep nog leef, dacht Jacob.
“Wie bepaalt eigenlijk de prijs van een mensenleven?” vroeg de oude man.
“De overheid,” zei de arts. “Ik niet.”
Nee, dacht Jacob, jij declareert alleen.
“Nou kom ik al zo lang bij u over de vloer. Krijg ik dan geen vaste klantenkorting?” Jacob schrok van zijn eigen morbide humor op dit kritieke moment.
De arts glimlachte en zweeg. Hij hield zijn hoofd schuin.
“Nee, zo werkt dat natuurlijk niet,” antwoordde de man zichzelf. “Regels zijn regels. Tachtigduizend euro en geen cent meer. Mensen die duurder kosten moeten sterven. Weet u dat er voetballers zijn die per week twee jaar van een mensenleven verdienen?”
De dokter knikte begrijpend.
“Nou dan weet ik het,” zei Jacob. “Ik ga sneller dood.”
De arts stond op en liep naar het raam. Hij stond met zijn rug naar Jacob. “We hebben het er in de maatschap en met het operatieteam over gehad,” zei hij, “misschien kunnen we toch nog iets voor u betekenen. We zouden nog eens goed naar de offerte kunnen kijken.”
Jacob keek ongelovig naar de rug van de arts. “Dan had u dat toch allang gedaan,” zei hij. “Het is toch uw taak mensenlevens te redden.”
De arts draaide zich om. “Dat is waar,” zei hij, “maar u moet begrijpen dat wij ook door regels aan handen en voeten gebonden zijn.”
“Waar wilt u eigenlijk naar toe?” vroeg Jacob.
“Kijk,” ze de chirurg. “Het is een ingewikkelde operatie, die misschien wel tien uur gaat duren. Misschien zelfs wel langer. We zouden natuurlijk maar zes uur kunnen declareren. Als alle teamleden dat doen - en daartoe zijn ze bereid -, dan besparen we makkelijk negenduizend euro en blijven we onder de 80.000. Daar zou u toch mooi mee geholpen zijn.”
Jacobs mond viel open van verbazing. Zijn ogen werden nat van emotie. Hij stond op en pakte de hand van de chirurg. Die maakte zich met een korte ruk los en ging weer achter zijn bureau zitten.
“U begrijpt natuurlijk wel,” zei de arts, “dat het uit de lengte of uit de breedte moet komen. U zult dus die negenduizend euro zelf bij moeten passen. En uuuh . . . . dat moet buiten de administratie om anders krijgen we problemen met de regels.”
“Zwart . . . .?” vroeg Jacob met een samengeknepen gezicht.
“En dan moet u dit briefje ondertekenen,” zei de dokter. Hij schoof met een kalm gebaar een papiertje over zijn bureau in de richting van de oude man.
Jacob schudde zijn hoofd snel heen en neer. De beweging hield het midden tussen een weigering en vertwijfeling.
“Het is de enige manier om uw leven te rekken,” zei de dokter met een zachte maar dwingende stem.
Debacle
Elke stad kent zijn debacle. Besturen is risico’s nemen. In Den Bosch is het debacle de volautomatische parkeergarage onder het stadskantoor. Drie jaar geleden zag het er op papier allemaal zo mooi uit. De dames en heren ambtenaren zouden hun automobiel maar op een plateautje hoeven rijden en de bolide zou via een vernuftig systeem onder de grond verdwijnen.
Op afroep zou het systeem de auto weer uitspuwen zodat de dienaren van het volk zich aan het eind van de dag niet het zwaarbelaste hoofd hoefden breken over de vraag waar de auto ’s morgens ook al weer was weggezet. Helaas heeft het systeem nooit gewerkt en de garage is al jaren een lege en macabere betonnen bak. Er lag nog een plannetje om voor de somma van bijna 2 miljoen euro de zaak aan de praat te krijgen, maar dat werd gisteravond door de gemeenteraad meesmuilend in de prullenbak gedeponeerd.
Ik was q.q. bij die raadsvergadering. Iemand moet ’s morgens verslag doen, nietwaar? Toen ik buiten kwam bood de plaats waar ik mijn fiets had gestald net zo'n lege en unheimische aanblik als de parkeergarage. Het slot bleek niet afdoende om een onrechtmatige wisseling van eigenaar te voorkomen. Nou was de fiets een oud stadskarretje, want je gaat natuurlijk niet met een nieuwe naar het centrum van welke provincieplaats dan ook. Maar toch . . . .
Het voordeel van dit nadeel is wel dat mij plotsklaps te binnen schoot dat het misschien verstandig is van die parkeerkelder een fietskelder te maken zodat eerbare verslaggevers zonder zorgen en zonder het milieu te vervuilen naar de gemeenteraadsvergadering kunnen. Ik heb de dames en heren bestuurderen in mijn radiopraatje vanmorgen de suggestie aan de hand gedaan. Ze hebben nog het hele zomerreces om er over na te denken.
Petjes
Jongetjes met petjes in Golfjes. Ik hou er niet van. Sinds een tijdje moeten ze door onze straat om bij de coffeeshop hun joints te halen. Het is een straat waar een normaal mens niet eens harder kàn rijden dan de toegestane 30 kilometer per uur, maar jongetjes met petjes in Golfjes slagen er wonderwel steeds opnieuw in de geluidsbarrière te doorbreken.
Gisteren reed er eentje bijna drie tienermeisjes dood. Hij en zijn bijrijder (dito petje) moesten heel hard lachen. De meisjes schreeuwden de bestuurder zoveel ziektes na, dat ze hoge ogen zouden gooien in Per Seconde Wijzer.
Die jongetjes met petjes hebben thuis niet geleerd dat ze de lege BigMac-zakken en milkshakebekers netjes in de prullenbak moeten gooien. Die worden door de chauffeur op straat gegooid, terwijl de bijrijder even snel de coffeeshop binnenwipt. Om zijn stille eenzaamheid te verdrijven laat de chauffeur dan onderwijl de motor gieren en de bassen bonken. Om ons te laten merken dat ze onze straat eigenlijk het liefst zouden overslaan, laten de jongetjes in Golfjes bij vertrek de banden flink janken. Het is een wonder dat die petjes daarbij niet van hun hoofd vliegen. Ik haat die petjes.
Sinds kort is er naast de coffeeshop een bedrijfje gevestigd waar allemaal keurige meneren en mevrouwen in maat- en mantelpakken werken. Die mogen blijkbaar van de baas niet binnen roken, want regelmatig staan ze in de tuin nicotine te zuigen. Dat is niet representatief, moet de baas gedacht hebben, want hij heeft hen uit de hof verdreven.
Ze staan nu om de hoek, bij ons in de straat, tegen het keukenraam van de overbuurvrouw. Het is een koddig gezicht, zo om het uur een wisselend groepje deftige mensen heftig aan hun sigaretten te zien trekken om vervolgens weer snel de hoek om te gaan. Het is alleen jammer dat ze de peuken op straat gooien. Daar begint zich al een aardig stapeltje te vormen.
Maar wat kan het hen schelen, zij werken om de hoek en ’s avonds rijden ze in hun Volvo’s en Saabs weer naar keurige nieuwbouwwijken, waar ze zich waarschijnlijk tegenover hun partners beklagen over jongetjes met petjes in Golfjes, die onder het raam van hun luxe kantoor zo'n rommel maken.
Ghana
“Waar moeten we nou voor zijn maot?” vroeg de ene verwarmingsketelmonteur aan de andere. Ze ontbeten aan onze ontbijttafel. Ze waren vanmorgen zo vroeg dat de ketel al voor hun ontbijt hing.
Maot had net een bruine boterham in zijn mond gestopt en haalde zijn schouders op.
“Australië,” opperde ik. “Guus Hiddink is toch een beetje van Brabant.”
Maot maakte met zijn volle mond kreunende geluiden en schudde heftig zijn hoofd. Hij slikte haastig zijn brood door en zei: “NOOIT!”.
“Hij komt uit Oss,” zei de ene verwarmingsketelmonteur. Ik begreep het. Die van Oss zijn voor TOP en dus tegen PSV of FC Den Bosch en alles wat daar mee in verband gebracht zou kunnen worden.
De kaken van maot maalden alweer een nieuw stuk brood. We zwegen alle drie.
“Ik ben nou voor Ghana,” zei de Ossenaar toen hij zijn boterhammen op had. Daarna tekende ik de bon en ging het tweetal op weg naar de volgende klus.
Verslaving
Ik heb – bij mijn weten – geen verslaving die een geldverslindend afkickprogramma rechtvaardigt. De kleine geneugten waaraan ik mij te buiten ga, leiden niet tot overlast. Anders zouden mijn geliefden allang geprobeerd hebben mij in de armen te duwen van de aan hulpverlening verslaafde hulpverleners. Het gevoel af te kicken is mij dan ook vreemd. Maar de afgelopen week moet ik iets benaderd hebben dat er op lijkt.
Een week lang heb ik geleefd zonder Nederlands nieuws, mijn enige onschuldige verslaving. Toen ik vanmiddag uit Oostenrijk thuis kwam heb ik even een week Brabants Dagblad doorgebladerd, louter beroepsmatig om te voorkomen dat ik op de redactie overvallen wordt. Meer niet. De Volkskranten heb ik ongelezen in de oude krantendoos gegooid. De stadsreiniging haalt ze morgen op. Cold turkey. Ik weet niet hoe een junk zich voelt als hij lange tijd zijn drug kan weerstaan, maar ik denk ongeveer zoals ik me nu voel.
Was er dan in Tirol helemaal geen nieuws? Me dunkt. In Tirol zwerft een wilde beer die de kolommen van de Tiroler Tageszeitung de hele week heeft beheerst. En naar ik vermoed ook de komende tijd alle aandacht van de Tiroler journalisten zal opeisen. U hebt geluk dat ik levend van onze wandelingen in de bergen ben teruggekeerd.
En dan was er natuurlijk de verschrikkelijke hagelbui die de ergste was die de mensen in jaren hebben meegemaakt. Stenen als duiveneieren, vertel ik u. Er was genoeg nieuws om over te praten. Daar hadden wij Nederland niet voor nodig.
Snoertjes
Als ik vroeger op vakantie ging dan gooide ik wat kleren en een paar boeken in de koffer. Dat doe ik nog, maar er zitten nu ook heel andere dingen in waar ik vroeger niet van had kunnen dromen: Een snoertje om mijn telefoon op te laden, een snoertje om mijn iPod op te laden, een oplader voor de grote camera en een oplader voor de batterijen van de kleine camera en de flitser. Marskramer in elektronica-accessoires.
We gaan een weekje naar een klein Oostenrijks dorp. Oostenrijk doet niet mee aan het WK, maar onze gastheer is een liefhebber van het spelletje, dus we zullen veel samen kijken. Ik verheug me al op zijn commentaar als onze jongens onverhoopt slecht spelen: es ist niksj, es ist niksj . . . . En dan maakt hij met zijn hand een wegwerpgebaar. Om mij te troosten schenkt hij dan een obstler. Hij is voor Duitsland. Ik neem mijn oranje leeuwenhose mee, daar zal hij van opkijken.
Ik meld me wel weer als ik terug ben. Ergens volgend weekend of zo.
Plicht
“Ik heb een mooi verhaal voor de omroep”, zei de man die mij belde.
Ik spitste mijn oren.
“Ik ben er uitgeflikkerd bij de sportschool”, zei hij.
“Da’s niet zo mooi”, zei ik. “Hoe kwam dat zo”?
“Ze zeggen dat ik iemand heb gestalkt.”
“Maar dat is natuurlijk niet zo”, zei ik.
“Nee, tuurlijk niet”, zei de man. “Maar het ergste komt nog.”
“Zo”, zei ik.
“Ja”, zei hij. “Ik ben er uitgeflikkerd maar ze hebben me wel een nieuwe acceptgirokaart gestuurd.”
“Dan betaalt u die toch gewoon niet”, zei ik.
“Nee, natuurlijk niet”, zei hij.
“En wat is nu het mooie verhaal?” vroeg ik.
“Nou, dat ik er uitgeflikkerd ben en toch een acceptgirokaart krijg.”
“Maar kunt u dat niet beter onder elkaar oplossen,” stelde ik voor.
“Nou het leek mij beter meteen de pers te bellen”, zei hij.
“Mij lijkt het in dit geval beter eerst met die sportschool te gaan praten”, zei ik.
“Doe ik ook”, zei hij, “maar ik dacht eerst even m'n plicht te doen.”
“Plicht”? vroeg ik.
“Ja, door de pers te bellen.”
Kijk, daar hou ik van: mensen met plichtsbesef.
Verdomhoekje
Ik las vanmorgen in de Volkskrant dat bijna de helft van de jonge Marokkanen de westerse waarden en democratie afwijst. Een procent of zes is bereid de islam met geweld te verdedigen. Dat percentage viel me mee. Bij zo’n bericht vraag ik me af: wat zijn die westerse waarden en democratie precies, waarvoor Marokkanen helemaal vanuit het Rifgebergte naar dit koude kikkerland komen om ons op ons immer opgeheven vingertjes te tikken. Zoals wij vroeger missionarissen naar de warme landen stuurden om de bosnegers te vertellen dat ze hun eeuwenoude peniskoker moesten vervangen door een ordentelijke kaki-broek?
Wat zouden die Marokkaanse jongeren dan willen? Een theocratie waarbij de Koran de Grondwet is? Maar dan heb je toch mensen nodig om het land te besturen. Je kunt moeilijk in een hoekje in je baard gaan zitten krabben in de hoop dat de marsorders uit de lucht komen vallen. En wie wijst die mensen dan aan? En wat gebeurt er als anderen het niet met die kandidaat eens zijn? Een burgeroorlog?
Democratie is toch de minst slechte bestuursvorm? Islamieten mogen daarbinnen gewoon hun geloof belijden. Ik kan niet zo goed bedenken wat ze dan nog meer willen. Dat we allemaal islamiet worden? Zou hun god daar gelukkiger van worden? Ik heb niet eens baardgroei van betekenis. Ik begrijp werkelijk niet wat er in dit verband bedoeld wordt met westerse waarden en democratie. Ik hoor het graag van u.
Ik denk dat het feit dat veel van die jonge Marokkanen in het verdomhoekje zitten het werkelijke probleem is. Als je geen enkel perspectief hebt ga je je heil zoeken in groepen met lotgenoten, dat doen kansloze Nederlandse Lonsdale- jongeren ook. Volgens mij is het probleem al grotendeels opgelost als je die jongeren kansen en alternatieven biedt, zodat ze deel gaan uitmaken van onze samenleving en uit hun vicieuze cirkel treden.
Nog een opvallend punt in dat onderzoek: jonge Marokkanen zijn “in meerderheid tegen het recht op vrije meningsuiting als het gaat om toestaan van kwetsende uitspraken, vooral als het de islam betreft”. Ik ben tegen inperking van meningsuiting. Mensen met fatsoen perken zichzelf in. Maar ik kan me wel voorstellen dat het irritant is als mensen denigrerende opmerkingen of tekeningen maken over je geloof. Ik behoor al een aantal jaren niet meer tot de hervormde kerk, maar mijn hart krimpt nog steeds als iemand het over “gristenhonden” heeft. Sterker nog, dan trek ik aan de bel. Ik ben dan gekwetst, maar ik ga niet slaan. Maar ja, ik heb makkelijk praten, ik ben een relativerende, middelbare, blanke, abstract-denkende nederlander met een baan en geen kansarme Marokkaan in het verdomhoekje.
Spelletje
Sinds een week heb ik last van mijn rug. De eerste dagen kon ik bijna niet meer opstaan, maar als ik eenmaal de gang had ging het langzaamaan beter. Gelukkig ben ik met een zangeres getrouwd, die mij razendsnel een cursus ademsteun en middenrifgebruik gaf zodat ook het opstaan wat draaglijker werd. Diep en laag inademen als je zit en uitademen tijdens het opstaan.
Dat was qua coordinatie nog best moeilijk want de eerste keren blies ik pas uit toen ik al stond. Mijn vrouw deed zondag bij vrienden nog voor hoe ik dat deed. Dat was blijkbaar leuk want iedereen moest lachen.
Als ik flink door loop dan gaat het heel goed. Een stevige wandeling en ik kan er weer een hele dag tegen. Daarom ben ik gisteren begonnen om in de pauze een rondje te lopen over het bedrijventerrein waar onze studio verstopt is. En dan kom je heel veel mensen tegen. Het lijkt wel of iedereen lunchwandelt.
Ik vraag me dan al lopend af bij welk van die bedrijven ze werken en wat ze daar doen. Sommigen schat ik in als boekhouder, anderen zijn aan hun overall duidelijk herkenbaar als magazijnmedewerker. Hier en daar meen ik een secretaresse te zien. Het is een volstrekt nutteloos spelletje.
Op een gegeven moment haalde ik twee mannen in.
“Ze moesten de vacuümpomp d’r op zetten. Ik werd er niet goed van.” hoorde ik één van de twee zeggen.
Het rioolontstoppingsbedrijf, dacht ik meteen.
“Je snapt niet dat een kindje zo’n druk aan kan . . . . “ vervolgde hij.
Ik had het nutteloze spelletje met mezelf verloren.
H. Bloedprocessie
Op het heetst van de eerste tropische dag trokken gisteren vijfhonderd mannen, vrouwen en kinderen in processie door de straten van Boxtel. Eeuwenlang vetrokken ze pas later, als het wat was afgekoeld. Maar nu begon om drie uur de wedstrijd, dus . . . De EHBO had op enkele plaatsen langs de route water neergezet. Ze dronken er gulzig van.
De processiegangers baden, declameerden, acteerden, zongen, de ogen ten hemel geheven of juist heel devoot op het asfalt gericht. Er liep ook een Mariale Groep mee. Dat vond ik zo’n mooi woord: een Mariale Groep.
Ik had één keer eerder een processie gezien in Nicaragua. Nou ja, een processie. Het was een uitzinnige menigte die een Christusbeeld door de straten van Chinandega droeg. Het was toen ook dertig graden. De Bloedprocessie in Boxtel was heel wat minder temperamentvol, ingetogen bijna.
De Heilig Bloedprocessie heeft een lange traditie. Al zes eeuwen trekt hij door de straten van Boxtel. In de veertiende eeuw droeg priester Eligius van den Aker een mis op in de Boxtelse Petruskerk. Hij stiet per ongeluk de kelk met Heilig Bloed om. De witte wijn maakte rode vlekken. Eligius probeerde de doeken schoon te maken, maar hij kreeg de vlekken er niet uit. De priester bewaarde de doeken in een koffertje. Pas op zijn sterfbed onthulde hij de miraculeuze gebeurtenis. Nadat deze wonderlijke gebeurtenis was onderzocht gaf kardinaal Pileus van Prato, op last van paus Urbanus VI, op 25 juni 1380 een oorkonde uit, waarbij hij toestond dat de Heilige Doeken eens per jaar aan de gelovigen zouden worden getoond.
Gek
Toen ik mijn eerste vrouw leerde kennen was ze gediplomeerd A-verpleegkundige. Dat betekende dat ze een opleiding had genoten in een gewoon ziekenhuis dat de naam had van een prinsesje en geen medisch centrum was, laat staan een zorgpark.
Later haalde ze haar diploma B-verpleegkunde en uit die letter kon je afleiden dat ze had doorgeleerd in een inrichting. Die had de fraaie naam Zon en Schild, zodat meteen duidelijk was dat de mensen met warmte werden verzorgd en beschermd werden tegen de idioten aan de andere kant van het hek. Later heette die inrichting psychiatrisch ziekenhuis, nu heet het Psychiatrisch Centrum Symfora Groep. Het is nog net geen holding.
Deze week hoorde ik op de radio een interview over de zorg. A- en B-verpleegkundigen schijnen niet meer zo te heten. Tegenwoordig spreken wij over mensen met een zorgcompetentie, zei een meneer. De man zelf hield niet van traditionele zorg. Dat vond hij betutteling. Hij legde het allemaal uit: “Dan vul ik een bepaald stukje communicatie in wat ik kan beheersen. En dat laten ze je constant zien.”
“Ze” zijn de cliënten, die tot voor kort verstandelijk gehandicapten waren en vroeger patiënten heetten. Er schijnt een tijd geweest te zijn dat die mensen gewoon gek werden genoemd. Maar ja, sinds in ons land de grens tussen binnen- en buiten het hek vervaagd is schept zo’n woord alleen maar verwarring.
Showbizz
Elk zichzelf relativerend medium heeft tegenwoordig showbizznieuws. Of moet ik zeggen showbizznèèèèèèèèws . . . . .?
En daarom dacht ik eigenlijk dat ik maar eens een keertje met de stroom mee moest roeien. Alsdat u niet denkt dat ik mij te groot voel voor showbizznèèèèèèèèws. Geen sprake van!
Gisteren gaf Grad Damen een miniconcert in onze studio. Alsdat u niet denkt dat er bij de regionalen nooit eens iets van enige betekenis gebeurt. In het kielzog van Grad (“dames wilt u niet te veel flitsen want ik ben net uit bed . . . “) kwam een schare fans naar de studio.
Nou gaat het verhaal dat die schare bestaat uit louter blonde dellen. Kijk en dat is nou mijn showbizznèèèèèèèèws van vandaag: er houden vrouwen met allerlei kleuren haar van de populaire Brabantse zanger . . .
Poseren
De meisjes grepen in de trein meteen naar een verfrommelde Metro. Eén van hen begon te lezen. Het bericht ging over een kandidate voor de Marokkaanse missverkiezing. Ze was uitgesloten omdat ze in bikini had geposeerd voor – naar ik meen – een weekblad. Ze mocht wel in bikini poseren, maar niet in relatie tot die verkiezing. (Ik hoorde overigens dat ze er door dat blad was ingeluisd, maar dat terzijde.)
“Ze heeft in bikini gepo . . . gepose . . . . ge . . . .”, las het meisje.
“Geposeerd,” zei de tweede. “Waarom gebruik je woorden die je niet eens kent?”
“Ja, maar dat staat hier,” zei het lezende meisje.
“Je moet geen woorden gebruiken die je niet kent,” zei de andere.
“Ik lees alleen maar voor,” zei de eerste.
“Maar je weet niet eens wat het betekent,” zei de andere.
“Wel waar,” zei de eerste.
“O ja, wat betekent poseren dan”? zoog die andere.
“In bikini,” zei het eerste meisje.
Brief van Ali (11)
Beste mensen,
Is wel heel moeilijke tijd geweest voor allochtoonse mensen. Eerst was allemaal ruzie in Tweede Kamer over mevrouw Ayaan. Toen was beetje zielig voor mevrouw Verdonk. En was nog meer zielig toen mevrouw Verdonk niet wedstrijd won maar de kleine meneer Rutte.
En altijd spraken zij over allochtoonse mensen. Of VVD wel of niet allochtoonse mensen wilde. Kleine meneer Rutte is wel meer voor allochtoonse mensen dus was wel spannend.
En toen in krant stond veel Nederlandse mensen houden niet meer van allochtoonse mensen. Dat is best moeilijke tijd voor ons. Wij zijn gelukkig gewend. En familie Yildiz is eigenlijk al beetje autochtoonse familie. Buurman Arie heeft foto gemaakt van onze flathuizen. Voor bewijs zegt buurman Arie als nog grotere problemen komen voor allochtoonse mensen.
Op foto u ziet huis van Arie is vol versierd voor Nederands elftal Oranje. Met allemaal vlaggetjes. Wij hebben oranje zeil gemaakt aan balkon. Als u goed kijkt u ziet ons balkon. Is rechts. Alle andere mensen in flat hebben geen oranje, maar zij houden wel van meneer Van Basten.
U ziet wij hebben allemaal antenneschotel voor allochtoonse programma’s. Buurman Arie heeft ook schotel maar hij spreekt geen buitenlandse talen. Hij kocht ook schotel omdat wij met alle buren samen korting kregen met zes schotels. Was lekker goedkoop voor buurman Arie. Hij is echte Hollander, maakt niet uit wat is als maar goedkoop is.
Nou beste mensen u heeft gezien hoe goed integratie is in onze flat. Als u in buurt bent komt u gerust kopje koffie drinken met koekje. Is altijd gezellig samen voetbal kijken.
Groeten, Ali Yildiz
Submission 2
Een docent ging ooit met zijn leerlingen uit wandelen. Onderweg was het gezelschap getuige van een ongeluk. Dat was door de docent geënsceneerd, maar dat wisten de leerlingen niet. Terug op school vroeg de docent de leerlingen een kort ooggetuigenverslag te schrijven. Er was niet één verslag hetzelfde.
Het is een klassiek voorbeeld. Ik moest er aan denken toen ik vanmorgen het Brabants Dagblad en de Volkskrant op de keukentafel zag liggen. Het BD meldde op de voorpagina dat Nederland wel eens doelwit van een aanslag zou kunnen worden na uitzending van Submission 2. Datzelfde gegeven stond in de Volkskrant weggemoffeld in een verhaal op pagina 3.
Ik geef toe dat dit alleen interessant is voor vakgenoten. Ik wil het ook niet hebben over die journalistieke keuze maar over de film Suibmission 2. Mijn eerste reactie vanmorgen was: meteen uitzenden die film, want je moet je niet laten intimideren. Journalisten worden wel vaker met hel en verdoemenis gedreigd (of met advocaten). Als je je daar door laat leiden kun je beter met dit vak stoppen.
Maar naarmate de dag vorderde begon ik toch te nuanceren. Zou die film werkelijk iets toevoegen aan datgene wat we al weten over islamstandpunten ten aanzien van homofilie? Ik waag het te betwijfelen. Er is al zoveel over geschreven. Nu wordt er op artistieke wijze nog een keer de aandacht op gevestigd. En je mag natuurlijk niet aan artistieke vrijheden komen in dit land.
Maar als je nut en offer tegen elkaar afweegt, zou het dan niet veel beter zijn die film niet te vertonen? Is de vertoning van zo’n film zoveel waard dat je de komende tijd weer geldverslindende maatregelen moet nemen om huis en haard te beschermen? Ik vind van niet. Natuurlijk zijn er mensen die vinden dat je met zo’n standpunt buigt voor moslimextremisme. Ook dat vind ik niet. Er zijn dingen die de moeite van een conflict waard zijn. Desnoods een heel heftig conflict. Maar voor mij valt de vertoning van de film Submission daar niet onder. Ik vind dat onnodige provocatie. Moslims weten ook zonder die film wel dat wij anders over homofilie denken dan zij.
Ayaan Hirsi Ali heeft haar punt gemaakt met Submission 1. Er wordt meer dan ooit gediscussieerd over islam, over integratie over onze eigen rol daarin. Het is mooi geweest, ze kan tevreden zijn.
Arrogante kwast
In omroepland bestaat een zekere animositeit tussen “de regio” en “Hilversum”, zoals er ook af en toe wat stekeligheden worden uitgewisseld tussen “de provincie”en “de randstad” in het algemeen. Sommige mensen in Hilversum vinden ons provinciaaltjes en wij noemen sommige mensen in Hilversum arrogante kwasten. Tot grote vechtpartijen heeft het nooit geleid, het blijft bij verbale schermutselingen aan de borreltafel (aan onze keukentafel is het geen issue want ik ben arroganter dan mijn AVRO-vrouw).
Vanmorgen las ik in Trouw dat de KRO teruggaat naar de regio. Benedictus’ eigen spreekbuis heeft een pact gesloten met de commerciële Noord-Hollandse zender Regio 22. Noodgedwongen natuurlijk, want nu de KRO door de mediadwalingen van het kabinet in het nauw wordt gedreven zoeken ze in de polder een schuilkerk voor hun diepgravende programma’s. Die trekken doorgaans minder mensen en die mogen dus van de kijkcijferdictatuur niet meer landelijk worden uitgezonden.
“Regionale televisie legt de lat niet zo hoog. Daar mag je best een programma voor vijfduizend kijkers maken,” zegt mediadirecteur Ton Verlind van de KRO in Trouw. Ik ben benieuwd welke regionale televisie de lat zo laag legt. Als dat Regio 22 is, dan heb ik nu al medelijden met de Noord-Hollanders.
Maar Verlind zegt nog meer: “Als we proefopnames maken, zenden we die niet zo snel op een landelijk kanaal uit. Bij een regionale omroep kan zo’n pilot wel. Zo testen meer mensen het programma dan wanneer we het alleen aan een klein panel van kijkers laten zien.”
De minachting voor regionale kijkers druipt er van af. De regionalen als proeftuintje. Bah, arrogante kwast.
HEXAKOSIOIHEXEKONTAHEXAFOBIE
Ik ben geabonneerd op KriQ. Dat is het Woord van de Dag. Je krijgt dan elke dag een vreemd woord gemaild. Er staat altijd een stukje tekst bij waarin dat woord in z'n context staat. Er wordt uitgelegd wat het betekent, hoe je het moet uitspreken en wat de oorsprong is.
Vandaag kreeg ik het onderstaande woord. Ik vond het zo leuk, dat ik het U niet wil onthouden op deze zesde van de zesde van de zesde. Zeg nou zelf: als je dat morgen tegen de collega's in één keer vlot uitspreekt dan zullen de hele dag bewonderende blikken uw deel zijn.
HEXAKOSIOIHEXEKONTAHEXAFOBIE
UIT:
666 door Lodewijk Dros (Trouw, 24 april 2006)
CONTEXT:
In de BNN-serie 'Je zal het maar hebben' komen ongeveer alle kwalen langs, maar deze hadden we nog niet: HEXAKOSIOIHEXEKONTAHEXAFOBIE. De lijders eraan zullen niet op zes juni van dit jaar trouwen, zoals al wel 26 stellen hebben gepland in Den Haag, meldt het oecumenische blad Kerk in Den Haag.
BETEKENIS:
angst voor het getal 666
UITSPRAAK:
[hek-sa-ko-sie-oi-hek-suh-kon-ta-hek-sa-fo-BIE]
WOORDFEIT:
Voor alle denkbare angsten worden wel op het Grieks geënte termen met -fobie bedacht. Angst voor vrijdag de dertiende is paraskevidekatriafobie, en mensen die bang zijn voor het getal 666 lijden aan 666-angst, oftewel hexakosioihexekontahexafobie. 666 is in de Bijbel 'het getal van het beest', van de duivel dus. Op de website van Skepsis is veel te lezen over wat men in de loop der tijd allemaal wel niet achter dit getal heeft gezocht.
Kaarsje
Nee, natuurlijk zijn wij gisteren niet naar het open huis van uitvaartcentrum Bob&Chantal geweest maar naar Oisterwijk Sculptuur. Het stukje van vrijdag was slechts scherts. De mensen die mij met een zekere gretigheid adviseerden voor Pinksteren dood te gaan zodat ik dan vanzelf naar het uitvaartcentrum moest en geen keuze hoefde te maken, moet ik teleurstellen. Het lijkt er zelfs op dat mijn naam in Zijn Handpalm sinds gisteren wat scherper is geëtst.
Dat komt zo. Gisteren zagen wij voor het eerst sinds lange tijd onze hoogbejaarde en uiterst godvruchtige overbuurvrouw weer. Ze brak zes weken geleden haar heup en revalideerde in een dorp buiten Den Bosch. Nu schuifelde ze voorzichtig langs de voorgevels van de huizen, leunend op een stok.
Het ging naar omstandigheden goed, vertelde ze. Ze vertelde nog veel meer, ze raakte eigenlijk niet uitgepraat. Over de dokter die haar tien soorten medicijnen had voorgeschreven. “En toen ik zei dat ik met een paar ervan stopte vond hij dat goed. Waarom schrijft zo’n man ze dan voor?” vroeg ze aan niemand in het bijzonder. Onze overbuurvrouw is ver in de tachtig en houdt niet van chemische troep maar van Maria.
Ze wees op drie graspolletjes die onder haar raam uit het trottoir tegen de gevel omhoog kropen. Daar kon je aan zien dat ze een tijdje weg was geweest, zei ze. Ze zou haar zoon eens vragen het onkruid te wieden want zelf kon ze nog niet bukken. Ik zakte door mijn knieën, trok de drie polletjes tussen de stoeptegels uit en gooide ze weg. De overbuurvrouw glunderde. “Ik ga straks een kaarsje voor u opsteken meneer,” zei ze.
Dan nog een kleine impressie van Oisterwijk Sculptuur.
Light Receiver (Vladimir Zbynovsky, Slowakije)
Scarlet and Yellow Asymmetrical Towers (Dale Chihuly, USA)
Scarlet and Yellow Asymmetrical Towers (Dale Chihuly, USA)
Guardono Passato (Roberto Santo, USA)
Toiletten
De Volkskrant werkt al weken aan een serie over de 200 meest invloedrijke Nederlanders. Het blijken vooral mannen uit het bedrijfsleven. Als ik het niet dacht. Je hoeft er niet voor gestudeerd te hebben om te weten dat de grote industriëlen de koers bepalen en dat de politiek de gaten dicht loopt. De wereld hangt van herenlobby aan elkaar.
Vorige week las ik dat het Concertgebouw in Amsterdam een plaats is waar de invloedrijken der lage landen elkaar ontmoeten. Nou ben ik de afgelopen week toevallig twee keer in het Concertgebouw geweest, maar u begrijpt dat je wel iets meer moet zijn dan regionaal journalist om invloed te kunnen uitoefenen. Ik ken mijn plaats. Al draagt een aap een gouden ring . . .
Sterker nog: als ik naar het Concertgebouw ga geef ik daar zo weinig mogelijk ruchtbaarheid aan. Stel je voor dat Youp van ’t Hek er lucht van krijgt dat een provinciaal in zijn territorium komt. Ik moet er niet aan denken wat er dan met mij zou kunnen gebeuren. Nee, dan helpt het niet als ik roep: hé youppie, ik heb ook maar mavo . . .
Het Concertgebouw is een buitengewoon aangename plaats. Er is slechts één nadeel: er zijn te weinig damestoiletten. Tenminste, dat leid ik af aan de lange rij dames die er altijd voor hun toiletten staat. Terwijl het bij de heren zo lekker doorstroomt. Gisteren zag ik dat een paar dames de stoute schoenen aantrokken en naar het herentoilet gingen. Ze konden het niet langer ophouden. Ik begrijp dat best.
Maar het gevolg was dat er toen op twee plaatsen een rij stond. Kijk, dat is dus niet logisch meiden. Dat is emancipatie om de emancipatie, want je verplaatst op die manier alleen maar een probleem. Een rasechte Amsterdammer zei dat hij niet van plan was in een rij vrouwen te gaan staan wachten tot hij bij z’n eigen urinoir kon. Dan ging hij wel buiten tegen een boom staan.
Ik zie zo’n invloedrijke captain of industry nog niet tegen een boom plassen in Oud Zuid. Ik begrijp nu waarom die heren liever onder elkaar zijn.
Pinksteren 2006
De geest is in ons volk gevaren.
Kwartje
Het heeft even geduurd voor het kwartje viel. Of beter gezegd: begon te rollen. Een week of drie geleden, op een dag dat de mussen dood van het dak vielen, kochten wij een nieuwe verwarmingsketel. De oude is onherstelbaar incontinent.
Er was een meneer van Inhome Kemkens aan huis gekomen. We werden het snel eens. Toen we het contract hadden getekend kwam de man van Inhome met een verrassing voor ons, de nieuwe klant. We konden kiezen uit een energietoeslag van 125 euro contant, een beertender of een verrijdbare airco. Gratis. Wat een buitenkans.
We kozen voor de toeslag, we zijn geen bierdrinkers en in een land waar de lente valt op de dag dat de meneer van Inhome langs komt is een airco niet rendabel. Pas nu realiseer ik me wat een merkwaardig aanbod wij kregen. Enerzijds een contant bedrag als beloning voor de aanschaf van een energiezuinige ketel, anderzijds twee apparaten die zoveel energie verslinden, dat de centrales van moedermaatschappij Essent van Inhome er overuren voor moet draaien. Ik kan dat niet met elkaar rijmen. Het vallende kwartje blijft halverwege hangen.
Dilemma
We hadden het allemaal zo mooi gepland voor komend weekend. Veel cultuur. Zondagmorgen naar een concert van Carel Kraayenhof in het Concertgebouw in Amsterdam, zondagmiddag naar de tentoonstelling “Droom van Italië” in het Haagse Mauritshuis en maandag naar Oisterwijk Sculptuur.
En toen kwam die brief van Monuta Uitvaartzorg.
Bob èn Chantal.
Op slag wist ik het niet meer.
Bob en Chantal zijn de regio-managers van Monuta, de organisatie die mijn trip naar het hiernamaals regelt. Eén van Gods eigen travelagency’s, zal ik maar zeggen. En Bob en Chantal houden maandag – de dag waarop wij Oisterwijk hebben gepland – open huis in het uitvaartcentrum in Boxtel. (Ik heb nooit geweten dat mijn vertrek van hier naar daar via Boxtel zou gaan. Maar het is wel vertrouwd omdat ik elke dag met de trein via Boxtel naar mijn werk reis. Het is toch al zo’n onzekere trip).
En Bob en Chantal hebben de hele Tweede Pinksterdag uitgetrokken om mij alles te vertellen over een heel persoonlijk en stijlvol afscheid, over gedenkstenen, verzekeringen, asbestemmingen (ik dacht eerst ook dat er asbest stond) en bijzonder rouwvervoer (het lijkt me logisch dat ik met de trein ga).
Ik wil Bob en Chantal niet teleurstellen. Wat moet ik nou doen Tweede Pinksterdag????
Imagoprobleem
Misschien is het u nog niet opgevallen, maar “de varkenshouderij” in Nederland is bezig met een imagocampagne. Ze proberen u positiever te laten denken over de varkenshouder en zijn nering. Nog beter zouden ze het vinden als u zelf dolgraag varkenshouder wil worden omdat u dat het allermooiste beroep ter wereld lijkt.
Ja, u lacht nu wel, maar in het Agrarisch Dagblad lees ik dat die imagocampagne zijn vruchten begint af te werpen onder de jeugd. Die kon kiezen uit de meest populaire beroepen en wat blijkt: in de top-40 staat varkenshouder op de 29ste plaats. In de top staan beroepsvoetballer (1), modeontwerper (2) en meester of juf (3).
Nou zult u, net als ik denken: wat boeit mij nou een 29ste plaats in een top-40. Maar voor mij is dat anders. In de populariteitspoll staat de journalist namelijk twee plaatsen onder de varkenshouder. Op nummer 31. Dus ik heb even niet zoveel praatjes meer maar een imagoprobleem.
Het kan trouwens nog erger: Tv-presentator staat op de 33ste plek. Gek, dat beroep heb ik nou al mijn leven lang bovenaan mijn lijstje staan . . . . .
Dankwoord
“En dan wil ik graag tot slot alle mensen bedanken die mij hebben gefeliciteerd met het tweejarig bestaan van Stroomopwaarts. In het bijzonder gaat mijn dank uit naar mijn oudste zoon, die de site gemaakt heeft. Naar mijn vrouw, die het niet erg vindt dat ik zo vaak achter de computer zit. Sterker nog, die blij is dat ze nu kan lezen waarom ik af en toe in gedachten verzonken ben.
En natuurlijk Poes&Broer, vrienden, kennissen en collega’s die mij zo vaak inspireren.
(even wachten tot applaus is afgelopen)
Maar mijn allergrootste dank gaat uit naar die ruim 14duizend VVD’ ers die mij zo ruimhartig trakteerden en mijn profetie van afgelopen zondag tot waarheid maakten. Zij hebben er voor gezorgd dat ik gisteravond om 19.31 uur dacht: ik heb er eigenlijk best verstand van. En daarom, beste mensen, gaan we er vol vertrouwen en met vol verstand nog een jaar tegenaan.”
(duimen in de lucht steken)
